CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie beleid sociaal domein tbv integraal beleidsplan sociaal domein - december 2022.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 21 februari 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen integraal beleidsplan en verordening sociaal domein - Startnotitie14.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verbetering van de onafhankelijke cliëntondersteuning Onafhankelijke cliëntondersteuning is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, 2015). Deze wet bepaalt dat gemeenten onafhankelijke cliëntondersteuning moeten bieden aan alle inwoners met hulpvragen op diverse levensdomeinen en dus behoefte hebben aan integrale hulp. Landelijk is ingezet op een verbetering van deze functie. Ook in Dordrecht is vastgesteld dat de cliëntondersteuner meer onafhankelijk zou moeten zijn en meer inwoners de ondersteuning zouden moeten kunnen vinden. De onafhankelijkheid is meer geborgd door de functie onder te brengen bij MEE Plus (geen onderdeel van MEEVivenz, betrokken bij het Sociaal Wijkteam) per 1 augustus 2019 (zaaknummer: 2019-0069253). Verder is ingezet op de verbetering van het bereik. Deze is, mede door corona, te laag geweest in de afgelopen twee jaren maar stijgt wel. Vanaf 2021 hebben verschillende partners (MEE Plus, Ouderplatform Zuid-Holland Zuid, het Sociaal Wijkteam en de Adviesraad Wmo & Jeugd Dordrecht) geparticipeerd in de ontwikkeling van een gezamenlijke, aangescherpte visie op cliëntondersteuning (zaaknummer: 2021-0172439). Het Sociaal Wijkteam is de centrale toegang voor zorg en ondersteuning, waardoor duidelijker is geworden hoe de onafhankelijke clientondersteuning door MEE Plus zich hier toe verhoudt.

Daarnaast heeft MEE Plus de opdracht gekregen om de samenwerking tussen informele en formele cliëntondersteuning te verbeteren en te professionaliseren. Door de samenwerking tussen MEE Plus en het Ouderplatform ZHZ te versterken, wordt verwacht dat inwoners sneller, beter en meer passend worden geholpen (zaaknummer: 2022-0033601). 3. Sturing op jeugdhulp door nieuwe contracten met aanbieders van jeugdhulp Per 1 januari 2022 zijn nieuwe contracten afgesloten met aanbieders van uiteenlopende soorten jeugdhulp onder regie van de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid (SOJ). Net als de nieuwe verordening Jeugdhulp hebben deze nieuwe contracten tot doel het jeugdhulplandschap houdbaar te houden, nu en in de toekomst en zowel kwalitatief als financieel. Minder aanbieders zijn gecontracteerd, nieuwe producten en tarieven zijn vastgesteld en ook zijn de kwaliteitseisen aangescherpt. Daarnaast is voor een groot deel van de producten een normenkader vastgesteld, waarbij uitgegaan wordt dat in ca. 85% van de casussen de norm (in intensiteit en doorlooptijd) afdoende is. De nieuwe contracten bevatten eisen omtrent de rol van de jeugdprofessionals in het Sociaal Wijkteam bij het overschrijden van de norm: zij moeten de noodzaak tot overschrijding toetsen voordat zij toestemming geven voor de overschrijding.

Pagina 19/30

4. De ontwikkeling van een medische verwijsroute naar aanbod in het sociaal domein De medische verwijsroute blijft een belangrijk aandachtspunt om te voorkomen dat jeugdigen onnodig terecht komen in hulp onder de Jeugdwet. Het nut en de noodzaak om te investeren in de samenwerking tussen het sociaal en medisch domein heeft daarom vorig jaar handen en voeten gekregen. In september 2021 is een pilot gestart bij een aantal huisartsenpraktijken met de inzet een Praktijkondersteuner Jeugd (hierna: POH-Jeugd). Doel is dat zij jeugdigen die hulp nodig hebben, verwijzen naar hulp on het sociaal domein. Daarbij schakelen zijn ook de sociaal makelaars in. Op dit moment zijn er drie POH's- Jeugd werkzaam in Dordrecht. In totaal zetten zij 68 uur per week in, verdeeld over de verschillende praktijken. De POH-Jeugd wordt ingezet vanuit een onafhankelijke partij SupPOHrt. De pilot duurt twee jaar afgesproken tot 1 september 2023. De verwachting is dat deze inzet ook het komende jaar kostenbesparend zal zijn en dat de maatschappelijke meerwaarde zich blijft bewijzen. De ambitie is om deze werkwijze uit te breiden bij huisartsenpraktijken die nog niet zijn aangesloten. Tot slot zijn er het afgelopen jaar goede contacten gelegd met de huisartsenzorggroep Drechtdokters. Zij zijn een belangrijke partij om mee samen te werken op overstijgende thema's.

De Raad is op 18 oktober 2022 geïnformeerd over dit onderwerp middels een raadsinformatiebrief (zaaknummer: 2022-0168434). 5. De overgang van jeugdhulp en -zorg naar Wmo (de aanpak 18-/18+) Sinds 2015 werkt Dordrecht aan een probleemloze overgang van jeugdhulp naar zorg onder de Wmo. Zo is de aanpak Jongeren op de Rit gestart waarin jongeren die tussen wal en schip dreigen te vallen, worden begeleid op verschillende levensgebieden. Ook is de aanpak Zorg-OnderwijsWerk ontwikkeld voor leerlingen op het Da Vinci-college die uit beeld dreigen te raken. Dit is een samenwerkingsverband tussen het Regionale Meld- en Coördinatiepunt (RMC) van de DG&J, jeugdprofessionals uit het Sociaal Wijkteam, de zorgcoördinatoren op de school, Enver Jeugdzorg en de Jobcoaches die begeleiden naar onderwijs of werk. Op basis van een evaluatie van de overgang in 2018, is het plan van aanpak 'overgang Jeugdwet naar Wmo' opgesteld voor de doorontwikkeling. Op 15 december 2020 stemde de gemeenteraad in met het plan van aanpak (zaaknummer: 2022-0107916). Het plan bevat twee actielijnen met ieder een aantal in te zetten interventies: 1. Verbetering van de doorgaande ondersteuningslijn met als doel de verbetering van integrale hulp aan en zorg voor jongeren zonder hinder van wettelijke, organisatorische of financiële kaders.

De voorgenomen interventies zijn: ontwikkeling van een toekomstplan voor jongeren van 16 tot 17 jaar als leidraad voor integrale hulp; de doorontwikkeling van Ketenaanpak Jongeren op de Rit (JOR) met als doel intensivering van de samenwerking. 2. Passende huisvesting voor jongeren in jeugdzorg die huisvesting nodig hebben met begeleiding. Binnen deze actielijn zijn reeds woon- en begeleidingsvormen ontwikkeld die aansluiten bij de behoefte van de jongeren. Daarnaast zijn jongeren in een zeer urgente situatie zoals uitstroom uit een jeugdzorginstelling, toegevoegd tot doelgroepen voor urgentie in de huisvestingsverordening. 6. Creëren van de functies Sociaal Pontonnier, Doorbraakregisseurs, interventiespecialisten en de Re-integratieofficier Voor 2018 werd een aantal malen geconstateerd dat reëel en vermeende schotten tussen wetgeving, beleidskaders, financiële stromen en uitvoeringsorganisaties met verschillende opdrachten, kan leiden tot onvoldoende hulp voor inwoners in crisis. De gemeente Dordrecht heeft er daarom voor gekozen een aantal functies te creëren die een doorbraak kunnen forceren wanneer goede hulp niet lukt via de reguliere wegen. Deze functies hebben speciale bevoegdheden en een eigen budget. De Sociaal Pontonnier heeft als functie doorbraken te regisseren voor

Pagina 20/30

gezinnen met meerdere ernstige problemen, de zogenaamde Aanpak Aandachtshuishoudens. Samen met de interventiespecialisten wordt er vanuit de gemeente procesregie gevoerd in casuïstiek die vastloopt binnen de huidige systemen. Behalve deze functies wordt er binnen het Sociaal Wijkteam gewerkt met de Doorbraak aanpak (0-100), een methode die ingezet kan worden wanneer er binnen reguliere procedures geen mogelijkheden meer zijn om de client te helpen. De Doorbraakregisseurs van het Sociaal Wijkteam zijn onderdeel van de bredere stedelijke Aanpak Aandachtshuishoudens en werken intensief samen met Sociaal Pontonnier en de interventiespecialisten. De Re-integratieofficier heeft een vergelijkbare rol voor jonge veelplegers die een Penitiaire Inrichting verlaten en in Dordrecht willen komen wonen. Zijn rol is de begeleiding van deze jongeren ter voorkoming van recidive. Overigens hebben de Sociaal Pontonnier en de Reintegratieofficier ook als rol te adviseren over systeemverbeteringen. 7. Sturing op integrale hulp en ondersteuning door de aanbesteding Sociaal Domein Met de gemeenschappelijke opdracht Sociaal Domein van de taken van het Buurtwerk, Jongerenwerk en het Sociaal Wijkteam, wordt verwacht dat de samenwerking tussen deze uitvoeringspartners verbetert.

Met die verbeterde samenwerking is het mogelijk de uitdagingen in het sociaal domein beter het hoofd te kunnen bieden, zowel inhoudelijk als financieel (zaaknummer: 2022-0012288; zaaknummer: 2022-0155803). Voor alle inwoners in Dordrecht (0100 jaar) willen we een meer preventieve aanpak, waarin meer aandacht voor welzijn is in plaats van zorg. Daarnaast zetten we in op meer outreachend en vindplaatsgericht werken.

7. Evaluatieresultaten 7.1. Inleiding: centrale doelen, randvoorwaarden en uitgangspunten van ons beleid Omdat de evaluatie de ingrediënten moet bieden voor het integraal beleidsplan sociaal domein, is ervoor gekozen de evaluatieresultaten te ordenen op drie thema's. Dit zijn thema's die gelden voor het hele sociaal domein, over de kaders van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet. De thema's zijn: 1. Preventie van zwaardere hulp en zorg door het stimuleren en ondersteunen van sociale netwerken en sociale cohesie in de wijken; 2. Vroegsignalering van hulpvragen bij inwoners om escalatie te voorkomen; 3. Het snel toeleiden naar en aanbieden van passende, betaalbare hulp. De thema's zijn geformuleerd vanuit de visie dat inwoners het meest geholpen zijn wanneer zij beschikken over een sterk sociaal netwerk waarop zij kunnen terugvallen. Uitsluiting en eenzaamheid maken mensen extra kwetsbaar als het leven tegen zit. De kans op een sterk sociaal netwerk wordt groter wanneer inwoners meer naar elkaar omkijken door grotere sociale cohesie in de stad. Het tweede leidende element in deze visie is dat zwaardere zorg kan worden voorkomen wanneer de hulpvraag van een inwoner zo vroeg mogelijk in beeld komt. Tot slot is de visie dat geboden hulp snel beschikbaar moet zijn en goed moet aansluiten op de hulpvraag van de inwoner.

Want hoe langer een inwoner op passende hulp moet wachten, hoe groter de kans dat problemen erger worden. De evaluatieresultaten worden hieronder beschreven per thema. Per thema wordt ingegaan op de successen en succesfactoren, de knelpunten en, tot slot, voorgestelde beleidswijzigingen en verbeteringen die de synergie tussen beleid en beleidsuitvoering kunnen versterken.

Pagina 21/30

7.2. Preventie van zwaardere hulp en zorg door sociale cohesie: evaluatieresultaten Preventie door het stimuleren van sociale cohesie en sociale netwerken komt de hele stad en alle inwoners ten goede. Echter, ons beleid richt zich in de eerste plaats op die inwoners, gezinnen en wijken met kenmerken die wijzen op kwetsbaarheid zoals dreigende armoede, gezondheidsproblematiek, onveiligheid, werkloosheid, psychische problematiek, eenoudergezinnen, andere etniciteit, etc. 7.2.1 Successen en succesfactoren Een belangrijk doel van het Wmo-beleid in de afgelopen jaren is geweest de bevordering en ondersteuning van sociale netwerken en sociale cohesie in de wijken. Daarbij is vooral ingezet op: 1. Het neerzetten van de basis ter ondersteuning van sociale netwerken en het versterken van sociale cohesie. 2. Het stimuleren en versterken van maatschappelijke inclusie en maatschappelijke participatie voor groepen voor wie dat niet vanzelf spreekt: lhbti+-gemeenschap, mensen met een beperking, ouderen, mensen met migratieachtergrond en mensen met een kleine beurs. Binnen het jeugdbeleid ligt minder nadruk op de bevordering van sociale netwerken en sociale cohesie. 1. De basis voor sociale netwerken en sociale cohesie Uit de evaluatie blijkt dat in de afgelopen jaren is ingezet op het versterken van de sociale basis om sociale netwerken en sociale cohesie te bevorderen en te behouden.

Deze inzet richtte zich op: ▪ ▪ ▪ ▪

Het faciliteren van ontmoetingsplekken in de wijk, waar inwoners contact kunnen maken met elkaar. Het faciliteren van initiatieven gericht op ontmoeting en informele hulp door de opdracht aan gemeentelijke uitvoeringspartijen en een ondersteunend subsidiebeleid. Het waarderen en ondersteunen van vrijwillige inzet. Het versterken van de samenwerking van informele en formele organisaties die onderdeel vormen van de sociale basis.

Zowel ambtelijk als onder samenwerkingspartners is men positief over de resultaten die zijn behaald op het eerste doel. De door de gemeente gefaciliteerde ontmoetingsplekken dragen daadwerkelijk bij tot meer contact tussen inwoners onderling en tussen inwoners en formele en informele hulp. Samenwerkingspartners noemen daarvoor verschillende redenen: De aanwezigheid van fysieke ontmoetingsplekken maakt het voor inwoners makkelijker activiteiten en informele hulp te vinden. Uit de evaluatie blijkt dat de vindbaarheid van sociale initiatieven nog wel een aandachtspunt is: het zijn er veel en ze zijn verspreid over de hele stad. De door de gemeente gefaciliteerde ontmoetingsplekken in de wijken zijn ook een fysieke thuisbasis voor bewonersinitiatieven gericht op ontmoeting en informele hulp. Ook de gemeentelijke opdracht aan Buurtwerk om inwonersinitiatieven op de ontmoetingsplekken te faciliteren, wordt beschouwd als ondersteunend voor de vorming en het behouden van sociale netwerken en sociale cohesie. Buurtwerk is de afgelopen jaren afgestapt van het aanbodgericht werken en heeft de omslag gemaakt naar vraaggerichte ondersteuning. Dit is langdurige gedragsverandering die blijvend aandacht nodig heeft. Ondersteuning aan bewonersinitiatieven bestaat bijvoorbeeld uit hulp bij de coördinatie en organisatie van activiteiten en communicatie naar inwoners over activiteiten.

Waar eerder sprake leek te zijn van concurrentie tussen de inzet van Buurtwerk en bewonersinitiatieven, aldus samenwerkingspartners, draagt de ondersteuning nu bij aan de levensvatbaarheid en het succes van bewonersinitiatieven.

Pagina 22/30

De ondersteuning van bewonersinitiatieven is verder verbeterd door aanpassing van het gemeentelijk subsidiebeleid. Daardoor zijn subsidies meer toegankelijk geworden voor bewonersinitiatieven door de administratieve lasten bij aanvraag en verantwoording te beperken. Het werk van INZET078! wordt positief gewaardeerd door de partijen betrokken bij deze evaluatie. Zij geven een nieuwe impuls aan de ondersteuning van vrijwillige inzet en vrijwilligersorganisaties: INZET078! zet innovatieve methodes in voor de werving en matching van vrijwilligers en biedt aantrekkelijke vormen aan voor deskundigheidsbevordering bij vrijwilligersorganisaties, bijvoorbeeld op het terrein van sociale veiligheid of vrijwillig bestuur. Ook ondersteunen zij goed wanneer een vrijwilligersorganisatie snel moet uitbreiden, bijvoorbeeld om te helpen bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Onder betrokkenen bij de evaluatie is brede consensus over de toegenomen samenwerking tussen formele en informele organisaties in de stad. Deze toename is deels het gevolg van gemeentelijk beleid: partijen vinden elkaar op de ontmoetingsplekken in de stad en de sturing via het subsidiebeleid draagt bij.

Diverse informele partijen zijn samenwerkingsverbanden aan te gaan zoals Platform Op d'recht Sociaal en De Hulplijn Dordt, dit heeft de onderlinge samenwerking verbeterd, maar ook de samenwerking met formele partijen en de gemeente. Tegelijkertijd stelt iedereen dat de coronacrisis ook een flinke impuls heeft gegeven aan de samenwerking: formele en informele organisaties hebben elkaar opgezocht om inwoners te kunnen bereiken ondanks de coronamaatregelen. 2. Het stimuleren en versterken van maatschappelijke inclusie Naast versterking van de sociale basis, was een doel het stimuleren en versterken van maatschappelijke inclusie voor groepen voor wie dat niet vanzelf spreekt. Dit betrof specifieke doelgroepen namelijk: lhbti+-gemeenschap, mensen met een beperking, ouderen, mensen met migratieachtergrond en mensen met een kleine beurs. De resultaten van dit beleid zijn wisselend ook als gevolg van de beperkende coronamaatregelen. Toch zijn er een aantal resultaten behaald. Ter verbetering van de toegankelijkheid van de stad voor mensen met een beperking, zijn knelpunten die zij onder de aandacht hebben gebracht nu aandachtspunten in het beleid voor de inrichting van de openbare ruimte. Verder heeft de gemeente toegezegd in haar personeelsbeleid aandacht te hebben voor medewerkers die in gendertransitie zijn en, daarom, bijvoorbeeld minder belastbaar zijn.

Ook hebben we ingezet op meer zichtbaarheid van de lhbti+-gemeenschap onder andere door de ondersteuning van een fototentoonstelling in de stad. De sociale participatie van kwetsbare inwoners is ook verbeterd door het in januari 2022 gestarte lokaal beleid participatieplekken: door dit beleid zijn circa 330 participanten actief op een Dordtse participatieplek en zijn er 9 lokale aanbieders van participatieplekken bij gekomen. In totaal zijn er nu 39 aanbieders. Tot slot is maatschappelijke participatie voor mensen met een kleine beurs bevorderd door de gratis verstrekking van de Dordtpas. Via de beschikbaarheid van de Dordtpas kunnen minima gebruik maken van faciliteiten zonder dat zij worden gestigmatiseerd. 7.2.2 Knelpunten Naast successen en succesfactoren zijn er ook knelpunten genoemd in relatie tot de bevordering van sociale cohesie en sociale netwerken. Hieronder een drietal knelpunten die vaak zijn genoemd maar door beleid maar beperkt beïnvloedbaar zijn. Een belangrijk en voor de hand liggend knelpunt is geweest de coronapandemie. De bevordering van sociale cohesie en sociale netwerken is bemoeilijkt door risico’s van de ziekte en de

Pagina 23/30

coronamaatregelen. Deze maakten het samenkomen nagenoeg onmogelijk en zetten bestaande sociale netwerken sterk onder druk. Samenwerkingspartners schatten in dat hierdoor meer mensen dan voorheen, vooral ouderen, geïsoleerd zijn geraakt en nog steeds niet opnieuw sociaal actief zijn geworden. Een ander belangrijk knelpunt in relatie tot onze beleidsdoelen, is de afname van vrijwilligers die een structurele rol willen vervullen binnen vrijwilligersorganisaties. Tijdens corona is gebleken dat veel inwoners bereid zijn vrijwilligerswerk te doen maar zich niet voor langere tijd willen binden. Dit heeft gevolgen voor de duurzaamheid van bewonersinitiatieven en het aanbod van vrijwilligersorganisaties zoals sport en culturele activiteiten. Een derde knelpunt omtrent vrijwillige inzet is de matching van mensen met een rugzak op een vrijwilligersfunctie die goed past. Dit vraagt flinke inzet. Daarbij speelt het dilemma tussen ‘iedereen is van waarde’ en het idee dat mensen met een rugzak vooral begeleiding nodig hebben, waardoor er extra druk op de overige vrijwilligers of het bestuur ontstaat. Met betrekking tot het gemeentelijk beleid zijn de volgende knelpunten genoemd: De toegankelijkheid van sociale activiteiten blijft achter voor anderstaligen of inwoners met een migratieachtergrond en hun kinderen.

Door het beleid gericht op sociale cohesie en bevordering van sociale netwerken vooral te richten op wijken en niet op speciale doelgroepen, ontstaan er minder initiatieven voor deze doelgroepen. Bewonersinitiatieven voor deze doelgroep zijn er wel maar incidenteel en vaak kwetsbaar. Niet alle inwoners gaan op eigen initiatief naar ontmoetingsplekken, een outreachtende aanpak is nodig om hen te bereiken. De beleidsfocus op gemeentelijk gefaciliteerde ontmoetingsplekken heeft ook een keerzijde aldus de partners in de stad: bewonersinitiatieven op andere plekken in de stad blijven minder kansrijk. Formele partijen geven aan geen capaciteit te hebben ook deze initiatieven optimaal te ondersteunen omdat zij hun capaciteit nu concentreren op de door de gemeente gefaciliteerde ontmoetingsplekken. De bewonersinitiatieven buiten de gefaciliteerde ontmoetingsplekken zijn ook meer kwetsbaar omdat zij vaak afhankelijk zijn van onzekere huisvesting. Vooral de plekken waarop autonome bewonersinitiatieven ontstaan, zijn vaak plekken die al op de nominatie staan te verdwijnen wanneer een locatie niet langer meer beschikbaar is, betekent dat vaak het einde van samenwerking op die locatie. Een ander knelpunt dat enkele keren is genoemd in de evaluatie, is incidentele financiering voor nieuwe initiatieven. Dit maakt dat de bestaanszekerheid van initiatieven onder druk staat.

Specifiek voor jeugd is genoemd een knelpunt de afwezigheid van kinderwerk in de stad voor sociale activering en participatie van, in potentie, kwetsbare kinderen. De huidige opdracht van Toppie voorziet in het activiteitenaanbod voor kinderen maar niet in de gerichte activering van kinderen met aanbod in de wijk, zoals dat wel wordt gedaan door Jongerenwerk voor jongeren. Iets vergelijkbaars speelt voor jongeren in het algemeen. Het jongerenwerk richt zich op, in potentie, kwetsbare wijken en kwetsbare jongeren. Momenteel zijn er weinig faciliteiten tot ontmoeting die aansluiten bij de behoeften van de doelgroep wanneer zij geen onderdeel zijn van verenigingsleven. Deze jongeren blijven vaak buiten beeld, zodat onzichtbaar blijft als er toch iets speelt. Bovendien is het voor deze jongeren moeilijker om binding met de stad te krijgen.

Pagina 24/30

7.3. Vroegsignalering van hulpvragen om escalatie te voorkomen: evaluatieresultaten Een belangrijk doel van ons Dordts beleid is ervoor te zorgen dat inwoners met een hulpvraag of beginnende problemen snel in beeld zijn en vervolgens snel worden doorverwezen naar de juiste hulp. Om dat te realiseren is de afgelopen jaren ingezet op: ▪

▪

Vroegsignalering van hulpvragen en beginnende problemen door vroegsignaleringssystemen en door meer bewustzijn en kennis over relevante signalen bij medewerkers en vrijwilligers in het sociaal domein. Effectieve toeleiding naar de juiste hulp door: meer intensieve en meer structurele samenwerking tussen formele en informele partijen de inzet van sleutelfuncties bij de verbinding van signalen en hulpaanbod.

7.3.1 Successen en succesfactoren Uit de evaluatie komen een aantal successen en succesfactoren naar voren op het terrein van vroegsignalering en snelle verwijzing naar hulp. Het belangrijkste succes, aldus samenwerkingspartners, is de verbeterde samenwerking van en verbinding tussen signalerende partijen en aanbieders van hulp. Drie interventies krijgen daarbij extra aandacht. Dit zijn de sleutelfunctie van de sociaal makelaar, de samenwerking van organisaties en deskundigheidsbevordering binnen de Ketenaanpak Schulden en, specifiek voor jeugd, de sleutelfunctie van de POH Jeugd . Naast verbeterde samenwerking is de aanpak Vroeg Eropaf (tegen problematische schulden) succesvol. 1.Verbeterde samenwerking tussen signalerende en hulpverlenende organisaties De samenwerking tussen gemeente, formele en informele partners is sterk verbeterd, vinden de samenwerkingspartners die we voor deze evaluatie gesproken hebben. Samenwerkingspartners spreken van korte lijnen tussen de organisaties en de gemeente. Door verschillende partijen wordt o.a. de samenwerking tussen de organisaties Samen Dordt, Op D’recht Sociaal, het Buurtwerk en de sociaal makelaars genoemd. Door deze samenwerking krijgt vroegsignalering meer vorm in daadwerkelijke doorverwijzing naar passende hulp.

Binnen het armoedeprogramma heeft de samenwerking tussen formele en informele partijen een structureel karakter gekregen door de Ketenaanpak Schulden: de evaluatie van het armoedeprogramma (zaaknummer: 2022-0005372) laat zien dat de ontwikkeling en uitrol van de Ketenaanpak Schulden ervoor heeft gezorgd dat professionals binnen het Sociaal Wijkteam, het Buurtwerk en vrijwilligers op verschillende ontmoetingsplekken beter in staat zijn schuldenproblematiek te signaleren. Door training weten zij beter waarom schuldenproblematiek snel gesignaleerd moet worden en zijn zij zich meer bewust van de effecten van geldproblemen op iemands functioneren. Ook zijn zij beter op de hoogte van het type hulp dat nodig is om inwoners met problematische schulden goed te helpen: inwoners worden nu vaker verwezen naar financieeljuridische hulp door Sociaal Raadslieden, het Financieel Hulphuis, de Alliantie Schuldhulp en de Sociale Dienst Drechtsteden. Succesfactoren voor de verbeterde samenwerking tussen formele en informele organisaties zijn: ▪

▪

De bereidheid tot samenwerking onder partners in de stad. Een gezamenlijk gevoel van urgentie heeft de bereidheid tot samenwerking aangejaagd, bijvoorbeeld de coronacrisis en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, namelijk de instroom van Oekraïense ontheemden en de hoge inflatie. De sturing van de gemeente op samenwerking tussen partners onder andere via het subsidiebeleid en de aanpak van de aanbesteding in het sociaal domein.

Pagina 25/30

▪

De ontwikkeling van vrijwilligersinitiatieven naar professioneel gestuurde, robuuste organisaties binnen Samen Dordt en het platform Op D’recht sociaal. Deze partijen vormen daarom volwaardige samenwerkingspartners voor uitvoeringspartners van de gemeente.

2. De rol van sleutelfuncties in de verbinding tussen signalen en hulp De sleutelfuncties van de sociaal makelaars en de POH-er Jeugd zijn een specifieke succesfactor in de verbinding van signalen aan hulp: zij zijn een duidelijke, betrouwbare route voor doorverwijzers. Sociaal makelaars dragen bij aan de verbinding op twee manieren. De eerste manier is door verbinding te leggen met medische zorg en hulp in het sociaal domein. In de periode april 2021 – maart 2022, in de pilot Sociaal Recept, hebben sociaal makelaars ongeveer 290 inwoners gekoppeld aan hulp in het sociaal domein. In deze periode werden 87 inwoners doorverwezen naar een sociaal makelaar door hun huisarts. Verder is gebleken dat de sociaal makelaars een beter beeld konden krijgen van de problematiek van een inwoner dan de huisarts omdat zij vaak ook bij inwoners thuis komen. Zij kunnen een inwoner daarom meer integraal helpen. Daarbij dragen zij bij aan normalisering van de hulpvraag. Samen met de inwoner onderzoeken zij hoe deze het beste kan worden geholpen. Het komt regelmatig voor dat een, op het eerste gezicht, medisch probleem kan worden aangepakt met een activiteitenaanbod binnen het sociaal domein zoals bijvoorbeeld deelname aan een eetgroep of een wandelactiviteit.

De tweede manier is dat sociaal makelaars ook een rol vervullen voor informele organisaties die op zoek zijn naar de juiste hulp voor inwoners: sociaal makelaars zijn een duidelijk aanspreekpunt en kennen de sociale kaart. De POH-er Jeugd vormt de spil tussen het sociaal wijkteam en de huisartsen en kan de onderlinge samenwerking tussen deze partners verbeteren. Een goede samenwerking tussen de huisarts en het sociaal wijkteam draagt bij aan het normaliseren van 'alledaagse' opvoed- en opgroeivragen en tijdig en gericht doorverwijzen naar specialistische hulp, om zo passende hulp dicht bij huis te bieden aan kinderen, jongeren en hun ouders. Er is sprake van een netto besparing op de jeugdzorgkosten. Het overgrote deel van de jeugdigen dat geholpen is door de POH-Jeugd, heeft geen verwijzing nodig naar de jeugdhulp middels een beschikking. 3. Systeem van vroegsignalering van problematische schulden Uit de evaluatie van het programma Samen tegen Armoede (zaaknummer: 2022-0005372) blijkt dat de aanpak Vroeg Eropaf en de ketenaanpak Schulden beiden bijdragen aan het voorkomen van problematische schulden. Met de aanpak Vroeg Eropaf worden inwoners benaderd met een hulpaanbod naar aanleiding van een betalingsachterstand. Met deze aanpak wordt 40% van de benaderde inwoners ook bereikt. Overigens betekent dit niet automatisch dat zij het hulpaanbod ook accepteren.

7.3.2 Knelpunten Samenwerkingspartners en ambtenaren zien nog een aantal knelpunten bij het ontwikkelen en uitvoeren van effectieve aanpakken voor vroegsignalering en snelle effectieve verbinding van signalen en hulp. De knelpunten betreffen (1) signalering van de hulpvraag bij specifieke doelgroepen; (2) het ontbreken van een goede doorverwijzing tussen belangrijke partijen in de stad en het gebrek aan capaciteit in functies die een belangrijke rol vervullen bij doorverwijzing en (3) de wijze waarop innovaties in signalering en doorverwijzing worden gefinancierd. Uit de evaluatie blijkt dat een aantal doelgroepen nog onvoldoende in beeld zijn voor effectieve signalering en doorverwijzing naar passende hulp: ▪

Voor statushouders wordt genoemd de ervaren toegankelijkheid van laagdrempelige hulp, beschikbaar na de periode van begeleiding door Vluchtelingenwerk. De vooronderstelling dat deze mensen dan aankloppen bij regulier aanbod zoals de Sociaal Wijkteams of Bureau Sociaal Raadslieden, lijkt onjuist voor een deel van de statushouders. De ervaring leert dat men zich,

Pagina 26/30

▪

▪

▪

▪

na afloop van de begeleidingsperiode van Vluchtelingenwerk, toch nog wendt tot Vluchtelingenwerk met bepaalde vragen of problemen. Die organisatie is bekend en vertrouwd, heeft specifieke deskundigheid in huis en werkt cultuursensitief (is bekend met de achtergrond, cultuur en taal). Echter, in ons huidige beleid heeft Vuchtelingenwerk deze functie niet. Sommige ouderen zijn mede als gevolg van corona meer geïsoleerd geraakt. Voor een deel van hen is de drempel vrij hoog geworden om deel te nemen aan sociale activiteiten. Hierdoor komen zij met problemen pas later in beeld. Specifiek voor jeugd wordt genoemd het ontbreken van kinderwerk voor kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar met problematisch gedrag. Door kinderwerk zouden problemen in de gezinnen van deelnemende kinderen eerder in beeld komen en wordt verdere ontsporing voorkomen, aldus uitvoeringspartners binnen het domein jeugd. De schotten tussen financiële middelen (Zvw, Wmo, Wlz) in de ondersteuning van mantelzorgers, vormt een knelpunt bij signalering en verwijzing naar effectieve hulp voor mantelzorgers die nog niet te maken hebben met zware zorg voor hun naaste. Vraagverlegenheid: er zijn genoeg inwoners die een ander willen helpen, maar het vragen om hulp is een taboe.

Knelpunten op doorverwijzing van inwoners bij signalering, zijn: ▪

▪

▪

▪

De doorverwijzing van inwoners vanuit de SDD naar het Sociaal Wijkteam en algemene voorzieningen, bijvoorbeeld naar algemeen maatschappelijk werk of activiteiten die bijdragen aan maatschappelijke participatie. De onderlinge doorverwijzing tussen de jeugdprofessionals in het Sociaal Wijkteam en de jeugdgezondheidszorg van Jong JGZ. Er is nog geen duidelijke structuur voor de samenwerking op signalering en onderlinge doorverwijzing. Belangrijk knelpunt hierbij is capaciteitsgebrek door personeelstekorten onder jeugdprofessionals en jeugdgezondheidszorg. De hoeveelheid en veelzijdigheid aan vragen die nu bij het schoolmaatschappelijk werkers terecht komen. Zij krijgen nu niet alleen vragen die direct betrekking hebben op de kinderen maar ook gaan over werk, opleiding, geld, etc. Schoolmaatschappelijk werkers verwijzen daarbij zoveel mogelijk door naar het Sociaal Wijkteam maar ouders komen daar niet altijd aan. Capaciteit binnen laagdrempelige hulp op financieel-juridisch gebied door Bureau Sociaal Raadslieden (BSR) en het Financieel Hulphuis: door de aandacht voor geldproblemen en het succes van de Ketenaanpak Schulden, worden inwoners vaker verwezen naar BSR en het Financieel Hulphuis. Hier ontstaat het risico een capaciteitsprobleem om hulpvragen dan ook goed op te kunnen pakken. Met incidentele middelen wordt de capaciteit tijdelijk uitgebreid.

Dit geeft echter geen structurele oplossing.

7.4. Het snel aanbieden van passende, betaalbare hulp en begeleiding Een belangrijk deel van het beleid op vroegsignalering en verbetering van de sociale basis is erop gericht geweest inwoners zo snel mogelijk en goed te kunnen helpen met niet-geïndiceerde hulp. Hiermee wordt gestreefd naar het normaliseren van de situatie van inwoners. Ook wordt verwacht dat inzet op vroegtijdige hulp uit het algemeen aanbod de instroom verkleint in geïndiceerde, voor de gemeente relatief dure Wmo- of jeugdhulp en zorg. Naast de inzet op vroegtijdige hulp vanuit het algemeen aanbod, is ingezet op meer passende begeleiding voor inwoners die dat nodig hebben in hun herstelproces of proces naar meer zelfstandigheid. Dit om te voorkomen dat zij terug- of uitvallen en daardoor weer meer hulp en zorg nodig hebben.

Pagina 27/30

7.4.1 Successen en succesfactoren In de evaluatie van de Opgave Zorgzame Stad is vastgesteld dat de beweging naar sneller passende hulp op gang is gekomen (zaaknummer: 2021-0152278). De gemeentelijke relatie met uitvoeringspartners wordt hierbij als succesfactor genoemd. Dit beeld wordt bevestigd en aangevuld in deze evaluatie. Om sneller, meer passende hulp te bieden, zijn als successen en succesfactoren genoemd: (1) de gecombineerde inzet van formele en informele hulp; (2) de samenvoeging van het Sociaal Wijkteam en de Jeugdteams in het Sociaal Wijkteam en de detachering van SDD-medewerkers in de wijkteams; (3) de rol van de onafhankelijke clientondersteuner en de sociaal makelaar als verbinders tussen hulpvraag op verschillende levensdomeinen en hulp; (4) de samenwerking tussen professionals en vrijwilligers en (5) de extra bevoegdheden van de Sociaal Pontonnier en de Re-integratieofficier bij het regisseren van hulp. De samenvoeging van het Sociaal Wijkteam en de Jeugdteams heeft bijgedragen aan de bundeling van expertise in één opdracht en één organisatie. Door daaraan toe te voegen de detachering van medewerkers van de SDD, wordt problematiek van gezinnen integraal uitgevraagd en wordt daarom sneller opgepakt. Er wordt meer gebruik gemaakt van de onafhankelijke cliëntondersteuner. Deze ondersteunt inwoners bij het vinden van passende hulp.

De Sociaal Pontonnier en de Re-integratieofficier hebben de bevoegdheid oplossingen af te dwingen over de schotten tussen organisaties, beleids- en wettelijke kaders. Dit is nodig met name voor inwoners die op meerdere levensgebieden hulp nodig hebben die niet past binnen de wettelijke kaders of de gemeentelijke opdracht. Als laatste succesfactor voor meer inzet van hulp uit het algemeen aanbod wordt genoemd de praktische, coöperatieve houding van de gemeente bij de ontwikkeling van dit hulpaanbod. Samenwerkingspartners geven aan dat de gemeente voldoende ruimte biedt om oplossingen te vinden voor effectieve samenwerking in de hulp aan inwoners. 7.4.2 Knelpunten Bij het snel bieden van integrale hulp en zorg, doen zich de volgende knelpunten voor: Het stijgend aantal en de toenemende complexiteit van de hulpvragen die terechtkomen bij professionals en vrijwilligers in het algemeen aanbod. Als oorzaken worden genoemd: de capaciteitstekorten in de geïndiceerde zorg; de vergrijzing waardoor meer mensen hulp nodig hebben; de toenemende complexiteit van de samenleving; het gebrek aan betaalbare huisvesting; de stijgende kosten van levensonderhoud en de gevolgen van corona en de coronamaatregelen. Een ander knelpunt is de beschikbaarheid van professionals in het Sociaal Wijkteam voor vragen van vrijwilligers en warme overdracht door vrijwilligersorganisaties.

Organisaties stellen vast dat het Sociaal Wijkteam meer op afstand staat van inwoners door de toegenomen focus op inwoners met meer complexe problematiek. De verkokering binnen de uitvoering van beleidsvelden wordt ook als knelpunt genoemd. Zo stelt Veilig Thuis vast dat bij gezinsproblematiek nog vaak wordt ingezet op de ondersteuning van de jeugdige op grond van de Jeugdwet terwijl de ouders de cruciale factor zijn in de problematiek en hulp nodig hebben. Een vergelijkbaar voorbeeld wordt gegeven door vertegenwoordigers van het Sociaal Wijkteam. Zij merken op dat de SDD nog niet structureel aansluiting zoekt bij hun hulpaanbod. Dit is nog te veel afhankelijk van persoonlijke contacten en relaties.

Pagina 28/30

Knelpunten doen zich ook voor bij de inzet en rol van de onafhankelijke clientondersteuner voor een specifieke groep kwetsbare inwoners met multiproblematiek (meervoudige, complexe vragen). Er zijn situaties die dermate complex en intensief zijn (bijvoorbeeld LVB, verslaving en GGZ in combinatie), dat de inzet bijna een vorm van begeleiding is. Dat vraagt om een afwegingskader in de uitvoering, om te bepalen of onafhankelijke cliëntondersteuning in zo'n geval wel passend is of dat een andere vorm van ondersteuning nodig is. De financiële schotten tussen hulp verleend binnen het kader van de Wmo en zorg verleend binnen de kaders van de Zvw en de Wlz vormen een knelpunt bij de financiering van interventies: sociaal makelaars spelen een rol bij het voorkomen van zwaardere zorg en opname in een verpleeghuis door normalisering van hulpvragen. Dit is dus een besparing vanuit de Zvw of de Wlz. Echter, deze besparing wordt vervolgens niet geïnvesteerd in meer preventie. De samenwerking tussen jeugdhulp, jeugdzorg en jeugdgezondheidszorg kan beter. Deze samenwerking wordt gehinderd door de financiële schotten tussen deze vormen van hulp aan jeugdigen. Het optreden van de Belastingdienst en de SDD bij het terugvorderen van toeslagen of uitkeringen: dit optreden doorkruist nog geregeld ingezette hulptrajecten en verergert de problemen voor inwoners.

Wanneer dit optreden meer in overleg zou gaan met betrokken professionals, kan dit vaker voorkomen worden, aldus samenwerkingspartners. Dit geldt ook voor de opstelling van het UWV: deze organisatie is nog te weinig bereid om mee te bewegen met de nodige hulp voor inwoners. Tot slot wordt vaak genoemd als knelpunt bij het kunnen bieden van effectieve hulp, de krapte op de woningmarkt. Samenwerkingspartners stellen vast dat het niet kunnen vinden van een goede, betaalbare woning, leidt tot veel andere problemen en verzoeken om hulp. Ook in dit verband wordt gebrek aan passende huisvesting genoemd als ernstig knelpunt voor passende hulp aan inwoners: hulp en zorg zijn niet erg effectief als iemand geen betaalbaar huis heeft. Daarnaast zorgt de woningkrapte voor doorstroomproblemen in de jeugdhulp.

Pagina 29/30

Bijlage 1 – Overzicht van deelnemende samenwerkingspartners o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o

Adviesraad Jeugd en Wmo ContourdeTwern Buurtwerk De Buitenwacht De Sociale basis / sociaal wijkteams GGD INZET078! Jeugdgezondheidszorg Jong JGZ MEE/ Vivenz Platform Op d'recht sociaal Resto van Harte R-newt Jongerenwerk Schuldhulpmaatje Dordrecht Serviceorganisatie Jeugd ZHZ Sociale Dienst Drechtsteden Stichting Helpende Handen Nederland Stichting Hulplijn Dordt Stichting Jeugdteams ZHZ Stichting Present Dordrecht Stichting Samen Dordt Via Lumina Vluchtelingenwerk Nederland Wijk voor Wijk

Pagina 30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/662/documents/22299