CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie beleid sociaal domein tbv integraal beleidsplan sociaal domein - december 2022.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 7 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen integraal beleidsplan en verordening sociaal domein - Startnotitie14.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie Sociaal Domein t.b.v. het integraal beleidsplan sociaal domein

Ambtelijke, kwalitatieve evaluatie December 2022

Inhoudsopgave 1.

Doel van de evaluatie ...................................................................................... 3

2.

Aanpak van de evaluatie .................................................................................. 3

3.

Kanttekening: corona ....................................................................................... 3

4.

Leeswijzer evaluatieresultaten .......................................................................... 4

5.

Wmo-beleid: doelen, acties, producten .............................................................. 4

6.

Jeugdbeleid: doelen, acties, producten ..............................................................13

7.

Evaluatieresultaten .........................................................................................21

Pagina 2/30

Inleiding Voor u ligt de ambtelijke, kwalitatieve evaluatie van de huidige beleidsplannen voor het sociaal domein. Het betreft de beleidsplannen Lokaal Plan Jeugd Dordrecht 2019 – 2022, Mantelzorgbeleid Dordrecht 2019 – 2022, het beleidsplan Vrijwillige Inzet Dordrecht 2019 – 202 en het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2020 – 2023. Aanleiding van de evaluatie is het aflopen van de planperiodes (m.u.v. het Meerjarenbeleidsplan Wmo 2020 – 2023). In het raadsvoorstel Integraal beleidsplan sociaal domein is opdracht gegeven de verschillende beleidsplannen te herijken tot een nieuw integraal beleidsplan sociaal domein 2023-2026, inclusief een integrale verordening sociaal domein (zaaknummer: 2022-0155681).

1. Doel van de evaluatie Doel van de evaluatie is inzicht bieden in de voortgang en prestaties op de centrale beleidsdoelen en input ophalen voor het nieuw op te stellen integraal beleidsplan. Daarbij zijn de volgende evaluatievragen gesteld: 1. Wat zijn de resultaten en werkzame elementen van huidig beleid? 2. Wat zijn de knelpunten in het huidig beleid, met name die knelpunten die een integrale aanpak in het sociaal domein in de weg staan? 3. Welke beleidswijzigingen kunnen bijdragen aan synergie van onze gemeentelijke taken binnen het sociaal domein?

2. Aanpak van de evaluatie De evaluatie van huidig beleid is uitgevoerd met drie methodes: 1. Een meta-analyse van eerdere evaluaties zoals genoemd in de startnotitie. 2. Een evaluatie door betrokken ambtenaren; 3. Een evaluatie onder uitvoerings- en subsidiepartners door middel van een schriftelijke uitvraag en twee groepsinterviews (zie bijlage 1 voor lijst van vertegenwoordigde partners).

3. Kanttekening: corona De coronapandemie heeft ingrijpende gevolgen gehad voor het welbevinden van onze inwoners en de uitvoering van onze plannen. Landelijk onderzoek naar de effecten van de pandemie en de coronamaatregelen laat zien dat deze een negatief effect hebben gehad op het welzijn van grote groepen inwoners. Zo is algemeen bekend dat vooral jongeren last hebben van psychische klachten als gevolg van de coronamaatregelen. Ook hebben de coronamaatregelen beleidsuitvoering bemoeilijkt, bijvoorbeeld wanneer daarvoor direct contact nodig was. Zo was het bijna onmogelijk activiteiten uit te voeren waarbij mensen samen moesten komen. Ook was het lastig om inwoners te bezoeken of uit te nodigen op locatie, vooral als het om kwetsbare bewoners ging. Tegelijkertijd heeft de pandemie een aantal positieve effecten gehad op de uitvoering van beleid. Samenwerkingspartners geven aan dat er een veel intensievere samenwerking is ontstaan tussen bewonersinitiatieven onderling en tussen informele en formele hulp. Deze hebben elkaar veel meer opgezocht dan voorheen om goed te kunnen reageren op hulpvragen als gevolg van de pandemie. Ook zijn er creatieve, nieuwe oplossingen gevonden om hulp te verlenen binnen de kaders van de coronamaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan digitale huisbezoeken.

Deze innovaties hebben her en der geleid tot nieuwe, effectieve aanpakken die nu onderdeel zijn geworden van de reguliere

Pagina 3/30

werkwijze. Derde positieve effect van de pandemie is geweest, de enorme bereidheid om elkaar te helpen als het echt nodig is. Na corona zijn een aantal initiatieven zoals Licht voor Dordt structureel geworden. Kortom, corona heeft positieve en negatieve effecten gehad op de Dordtse samenleving, de sociale basis, onze inwoners en op de uitvoering van ons beleid. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de waarde van effectmetingscijfers: metingen van voor de pandemie zeggen weinig over de situatie nu; recente metingen die inzicht geven in het welzijn van inwoners nu zijn moeilijk te duiden. Want wat is het effect van corona en wat is het effect van ons beleid? Op grond van deze constatering, is ervoor gekozen geen cijfers uit effectmetingen op te nemen in deze evaluatie.

4. Leeswijzer evaluatieresultaten In paragraaf 5 en 6 wordt voor de twee beleidsvelden Wmo en Jeugd een overzicht gegeven van de beoogde beleidsdoelen en de gerealiseerde acties en beleidsinterventies om deze doelen te realiseren. Dit aan de hand van de hoofdthema's in het Meerjarenbeleidsplan Wmo en het lokaal plan Jeugd. Vervolgens worden in paragraaf 7 de uitkomsten van de evaluatie beschreven. Deze worden beschreven aan de hand van centrale thema's in het sociaal domein: (1) preventie door bevordering van sociale cohesie; (2) vroegsignalering en effectieve toeleiding naar hulp om escalatie te voorkomen; (3) snel, passende, betaalbare hulp bieden.

5. Wmo-beleid: doelen, acties, producten Het Meerjarenbeleidsplan Wmo Gemeente Dordrecht 2020-2023 'In Dordrecht hoort iedereen erbij' (hierna: het Wmo-beleidsplan) is vastgesteld door de gemeenteraad in oktober 2019. Het meerjarenbeleidsplan vormt de paraplu boven een aantal nader uitgewerkte programma's en beleidsnotities: het programma Samen Tegen Armoede 2018 – 2022, de aanpak Ouderen en Eenzaamheid 2018-2022, het Investeringsplan Sociaal Domein, de beleidsnotitie Vrijwillige Inzet en het beleidsplan Mantelzorg. Het meerjarenbeleidsplan bevat een missie, ambities en speerpunten. De missie van het plan luidt: "Samen zorgen we ervoor dat iedereen in Dordrecht kan meedoen en erbij hoort". De ambities in het plan richten zich op preventie en ondersteuning, vanuit het concept 'positieve gezondheid', dat wil zeggen een focus op wat inwoners kunnen en niet op wat zijn niet (meer) kunnen. Hierbij is ingezet op (1) preventie door verbetering van sociale betrokkenheid en inclusie, met name van kwetsbare groepen; (2) sneller, passende ondersteuning; (3) de verbetering van vrijwillige inzet en (4) de verbetering van de infrastructuur en inclusie in de stad; (5) verbetering van de ondersteuning van inwoners door er vroeg bij te zijn wanneer het niet zo goed gaat met een inwoner.

5.1. Wmo: sociale betrokkenheid en inclusie van kwetsbare groepen De visie in het Wmo-beleidsplan is dat sociale cohesie en betrokkenheid in de stad een belangrijke preventieve werking heeft. Het welzijn van inwoners zonder of een heel klein sociaal netwerk is namelijk zeer kwetsbaar, zeker wanneer zij worden geconfronteerd met ingrijpende gebeurtenissen. Vanuit deze visie, is als ambitie vastgesteld in het Wmo-beleidsplan: we versterken de sociale betrokkenheid en inclusie in de stad, tegen uitsluiting en bevordering van volwaardig meedoen.

Pagina 4/30

Om deze ambitie te realiseren is ingezet op bevordering van inclusie van kwetsbare groepen in de stad met: 1. De verdere implementatie van het VN-verdrag voor rechten van personen met een handicap. 2. Verbetering van de sociale veiligheid op straat door de aanpak tegen straatintimidatie. 3. Dordrecht Regenboogstad met Dordts Regenboogbeleid voor sociale acceptatie en emancipatie van o.a. lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (LHBTI) in de openbare ruimte, het uitgaansleven, onderwijs, sport en levensbeschouwelijke organisaties. 4. Betere toegankelijkheid en begrijpelijkheid van regulier aanbod voor inwoners met een migratieachtergrond, in de eerste plaats statushouders. 5. Signalering en bestrijding van eenzaamheid onder ouderen. 1. Verdere implementatie van het VN-verdrag Toegankelijkheid voor mensen met een beperking, is al lang een beleidsuitgangspunt. Dit betreft zowel de fysieke als sociale omgeving. De inzet van de afgelopen jaren was erop gericht deze verder te verbeteren. In de afgelopen periode hebben inwoners uit de doelgroep hun inzichten gedeeld over toegankelijkheid in de stad. Zij hebben in twee bijeenkomsten beschreven welke hindernissen zij ervaren.

Daaruit bleek dat vooral de toegankelijkheid van de openbare ruimte verbeterd kan worden in de historische binnenstad maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld wanneer de weg of het trottoir is opgebroken. De inbreng uit de bijeenkomsten is verwerkt in het Kwaliteitskader Openbare Ruimte (KOR). 2. Verbetering van de sociale veiligheid op straat Dordrecht is een van de Veilige Steden 2020-2022. Sociale veiligheid op straat is een speerpunt geweest in de afgelopen jaren. Specifieker is een van de speerpunten de campagne tegen straatintimidatie, omschreven in de aanpak Straatintimidatie 2021-2022. Om deze te verbeteren zijn de volgende acties ingezet: ▪ ▪

▪

Er is een publiekscampagne uitgevoerd en zijn leerprogramma's beschikbaar gesteld voor scholen om bewustzijn onder daders, toekijkers en slachtoffers te verhogen. Om gerichte interventies te kunnen doen ter verbetering van de sociale veiligheid, heeft het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD) onderzoek uitgevoerd onder inwoners naar veiligheidsbeleving op straat. De uitkomsten zijn vertaald naar een aanpak en opgenomen in het Integraal Veiligheidsplan van de gemeente. Er is een app gelanceerd waarin slachtoffers en omstanders straatintimidatie kunnen melden met als doel verbetering van de meldingsbereidheid en beter inzicht in wat, waar gebeurt.

3. Dordrecht Regenboogstad Sinds 2011 is Dordrecht één van de Regenboogsteden in Nederland. Dit zijn steden die samenwerken aan acceptatieverbetering van mensen uit de LHBTI+ gemeenschap. Dordrecht voert dan ook zogenaamd Regenboogbeleid, uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Dordrecht Regenboogstad 2019-2022 (zaaknummer: 2019-0003595). In dat kader zijn de volgende acties ontwikkeld in de afgelopen jaren: 1. Ondertekening en implementatie van de Verklaring van Dordrecht, waarin de gemeente verklaart een transgendervriendelijk personeelsbeleid te voeren, bijvoorbeeld door rekening te houden met de gevolgen van een transitie voor de belastbaarheid van medewerkers of de mogelijkheid zorgverlof op te nemen voor een naaste in transitie. 2. Dordrecht heeft de Charter Diversiteit ondertekend en geïmplementeerd. Met de ondertekening, zegt de gemeente toe de acceptatie en behoefte van LHBTI-ers onder de inwoners onderwerp te maken in haar eigen beleid en de opdrachten en subsidies aan partners. Dit heeft onder meer inhoud gekregen door in de subsidiebeschikking standaard te vragen hoe de subsidiepartner acceptatie en sociale veiligheid van LHBTI-ers borgt in haar aanbod.

Pagina 5/30

3. Er zijn subsidies verleend voor acties gericht op zichtbaarheid van de LHBTI+ gemeenschap waaronder de Dordrecht Pride en de Roze Ode aan de Synode. 4. Betere toegankelijkheid en begrijpelijkheid van regulier aanbod, met name voor statushouders Doel was om dienstverlening van de gemeente en haar uitvoeringspartners meer toegankelijk te maken voor migranten, in de eerste plaats statushouders. Dit vanuit de gedachte dat de dienstverlening voor alle inwoners goed toegankelijk zou moeten zijn zonder dat daarvoor specifieke loketten of activiteiten nodig zouden moeten zijn (het zogenaamde inclusief beleid). Om dit te realiseren is ingezet op hulp voor mensen met een lage taal-, lees-, reken- en digitale vaardigheid door inrichting van informatiepunten bij de bibliotheek, subsidie voor de Wijkwinkel van de Buitenwacht en voor het Financieel Hulphuis. Ook is aandacht gevraagd voor het gebruik van eenvoudiger taalgebruik in de dienstverlening met de taal-campagne "Huh, wat bedoelt u?" en de kwaliteitseisen voor gemeentelijke informatie aan inwoners. Voor statushouders die het moeilijk vinden hun draai te vinden, is meer intensieve begeleiding beschikbaar gemaakt, in opvolging van het beleidskader 2021 – 2024 voor de nieuwe Wet inburgering (zaaknummer: 2020-0166250; zaaknummer: 2021-0143689).

Dit om te voorkomen dat zij later ernstige problemen krijgen zoals problematische schulden, psychische klachten en ernstige gezinsproblemen. Wanneer een statushouder in Dordrecht wordt geplaatst, ontvangt hij of zij 15 maanden lang begeleiding door de vrijwilligers van Vluchtelingenwerk om hem wegwijs te maken in Dordrecht. Op basis van in kaart gebrachte individuele behoeften wordt de begeleiding op maat en vraaggericht vorm en inhoud gegeven. Om die begeleiding beter vorm te geven, is gewerkt aan een intensievere samenwerking tussen Vluchtelingenwerk en verschillende aanbieders van reguliere hulp. Dit vanuit twee gedachten. De eerste is dat statushouders intensiever kunnen worden begeleid door een combinatie van vrijwillige ondersteuning en reguliere hulp zonder hoge extra kosten. De tweede is dat de overgang van ondersteuning door Vluchtelingenwerk naar ondersteuning door reguliere aanbieders soepeler verloopt omdat statushouders al bekend zijn met en bij reguliere aanbieders van hulp. Een voorbeeld van samenwerking is dat voor statushouders die moeilijk hun weg vinden in de Dordtse samenleving, worden begeleid door Vluchtelingenwerk en organisaties als Humanitas (Home-start), de kerken en bewonersinitiatieven en met professionals in het Sociaal Wijkteam, het Buurtwerk en Bureau Sociaal Raadslieden. 5.

Signalering en bestrijding van eenzaamheid onder ouderen De aanpak Ouderen en Eenzaamheid 2018-2022 is onderdeel van het Wmo-beleidsplan. Dit programma bevat de volgende vier actielijnen: 1. 2. 3. 4.

We signaleren en maken eenzaamheid bespreekbaar We doorbreken sociaal isolement We intensiveren bewezen interventies We vernieuwen de werkwijze en aanbod voor ouderen

De coronapandemie heeft veel invloed gehad op de uitvoering van de aanpak Ouderen en Eenzaamheid. Veel activiteiten konden niet doorgaan, vooral bij informele zorgvoorzieningen met veelal een preventief karakter. Samen eten en culturele uitjes werden lange tijd onmogelijk en inloopgelegenheden moesten vaak dicht. Toch is het nodige in gang gezet en dit heeft geresulteerd in meer intensieve samenwerking tussen formele en informele partijen in de stad. Signaleren, bespreekbaar maken en doorbreken van isolement is voortdurende inzet van onze partners in de stad. Dit doel heeft extra aandacht gekregen door corona. Signaleren wordt o.a. gedaan door huisartsen met 'Sociaal Recept' waarbij huisartsen mensen koppelen aan een sociaal makelaar. Sociaal makelaars onderzoeken samen met een inwoner welke hulpvragen er zijn en begeleiden deze naar hulp en activiteiten die aansluiten op de hulpvraag. Zo worden mensen die eenzaam zijn en daarom met klachten naar de huisarts gaan, opgevangen en doorgeleid naar hulp

Pagina 6/30

en activiteiten die sociale contacten bevorderen. Het bespreekbaar maken van het thema eenzaamheid wordt door de eenzaamheidsexperts van Buurtwerk gedaan. Hier is ook aandacht voor in de campagnes rond de jaarlijkse Week tegen Eenzaamheid. Intensiveren van bewezen interventies en vernieuwen van bestaande werkwijze en aanbod voor ouderen is ingezet op verschillende manieren. Er zijn verbetertrajecten ingezet op lopende interventies zoals 'Grip en Glans' en 'Vallen Verleden Tijd' op basis van gesprekken met senioren. Dit was uitkomst van onze deelname aan het ZonMw-project 'Senioren Sterker'. Ook is Dordrecht deelnemer in een tweede ZonMw-project met als doel het gebruik te verbeteren van bestaande ondersteuning bij dementie door inwoners met een migratieachtergrond. Tijdens de coronapandemie, hebben partners in de stad extra ingezet op het betrekken van ouderen. Want juist ouderen dreigden door de pandemie meer te vereenzamen dan onder normale omstandigheden omdat zij tot de kwetsbaren behoren en daarom extra voorzichtig moeten zijn. Om dit effect zoveel mogelijk te voorkomen, hebben partners zoals Buurtwerk, Helpende Handen, Dordtse Helden en Dordt Helpt nieuwe wegen gezocht om ouderen te bereiken en te ondersteunen. Daarin werd ook veel samengewerkt, onder andere binnen Licht voor Dordt.

De gemeente heeft een groot aantal initiatieven ondersteund met financiële middelen, onder andere gefinancierd uit Rijksmiddelen.

5.2. Wmo: snel, betere ondersteuning In het Wmo-beleidsplan 2020 – 2023, zijn vier doelen geformuleerd om inwoners met een hulpvraag snel in beeld te krijgen en op te pakken om escalatie te voorkomen. Dit zijn: 1. Het versterken van de ondersteuning van mantelzorgers en de verbinding met formele zorg. 2. Vroegsignalering van problematiek waarvan bekend is dat dit een voorspeller is voor zwaardere zorg: a. Het vroegsignalering van (beginnende) geldproblemen door de signalering van betalingsachterstanden b. Het signaleren van eenzaamheid en isolement onder ouderen c. Intensievere ondersteuning voor statushouders die lastiger aansluiting vinden bij de Dordtse samenleving 3. De ontwikkeling van algemeen aanbod dat een alternatief kan zijn voor geïndiceerde Wmohulp. 4. De ontwikkeling van innovatief aanbod van hulp en zorg voor inwoners die intensievere begeleiding nodig hebben naar herstel en meer zelfstandigheid 1. Het versterken van de ondersteuning van mantelzorgers Het mantelzorgbeleid 2019-2022 (RIS: 2311873) is onderverdeeld in drie pijlers gericht op ondersteunen, verlichten en waarderen van mantelzorgers. Ondersteunen wordt in hoofdzaak verzorgd door MEE Mantelzorg vanuit de structurele subsidie. MEE Mantelzorg ontvangt een subsidie om als mantelzorg expertisecentrum de ondersteuning van alle mantelzorgers in te richten.

Met de opzet van het expertisecentrum, is de opdracht aan MEE verschoven van het overwegend ondersteunen van mantelzorgers en naasten naar het aanjagen en realiseren van een integrale samenwerking met netwerkpartners en burgers om mantelzorgers in hun kracht te zetten. Voorbeeld is de geaccrediteerde training "samenspel met mantelzorgers" waarin formele zorgverleners leren welke rollen mantelzorgers vervullen (SOFA model) en op welke wijze de formele zorg hier op aangesloten kan worden. Verlichten vindt plaats door het aanbod van respijtzorg: Gemeente Dordrecht heeft de afgelopen jaren een aanjagende rol vervuld in het opzetten van een gedegen maatwerkgericht aanbod van respijtzorg zowel binnens- als buitenshuis. Dit om bij te dragen aan de landelijke opdracht om

Pagina 7/30

mantelzorgers vroegtijdig te ontlasten om de zorg vol te kunnen houden. Gerealiseerde respijtvoorzieningen zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Een respijtconsulent bij MEE voor het aanjagen van de bekendheid van respijtzorg en het oppakken van casuïstiek De website 'www.helpmijzorgen.nl waarop het respijtaanbod staat Communicatie campagnes om de bekendheid te vergroten Logeerzorg buitenshuis in Parkstaete Vervangende mantelzorg aan huis met gespecialiseerde aanbieders Een pool met respijtvrijwilligers

Naar vervangende mantelzorg aan huis is specifiek onderzoek uitgevoerd in de periode 2020 t/m 2022 door het OCD. De ondervraagden binnen het onderzoek geven een gemiddeld rapportcijfer van 8,4 over de tevredenheid van de hulp van de respijtzorger. De waarde van respijtzorg zit hem in het preventief ontlasten van de mantelzorger en daarmee zwaardere zorg uitstellen of afwenden. Door snel en zonder indicatie hulp te bieden wordt tijd gewonnen. Mantelzorgers noemen onder andere de communicatie en snelle start van de ondersteuning als positieve punten. De mantelzorgwaardering heeft in het beleid van de afgelopen jaren een transformatie doorgemaakt. De activiteiten voor de Dordtse verwenweek worden meer op initiatief van maatschappelijke partners en ondernemers georganiseerd. Dit creëert bewustwording dat mantelzorg een maatschappelijke verantwoordelijkheid is. Door mantelzorgerwaardering op te nemen in de Dordtpas, krijgen mantelzorgers een vrij te besteden tegoed en kortingen en uitjes die mee blijven doen mogelijk maken. Een nevendoel is het creëren van bewustwording bij partners van de Dordtpas om mantelzorgers te waarderen voor de belangrijke taken die zij voor hun naaste en de samenleving doen. 2.

Vroegsignalering van zorgvoorspellers om escalatie te voorkomen Uit onderzoek blijkt dat inwoners die kampen met geldproblemen of eenzaamheid, wanneer zij niet snel worden geholpen, vaak intensieve hulp en zorg nodig hebben. Bovendien wijst onderzoek uit dat wanneer een inwoner in een vroeg stadium wordt geholpen, de hulp ook veel effectiever is omdat problemen minder complex zijn. Daarom is de afgelopen jaren ingezet op vroegsignalering van: ▪

▪

Betalingsachterstanden via de aanpak Vroeg Eropaf: binnen de aanpak, melden grote crediteuren zoals energiebedrijven, woningbouwcoöperaties, zorgverzekeraars en banken een betalingsachterstand van enkele maanden aan de gemeente. In reactie op de melding wordt de inwoner met de betalingsachterstand benaderd met een hulpaanbod. Het Sociaal Wijkteam regisseert het hulpaanbod van Vroeg Eropaf. Dit biedt de mogelijkheid om snel beginnende schulden te signaleren en, wanneer nodig, integrale hulp te bieden aan deze inwoners. Eenzaamheid en isolement door aandacht voor life events: dit zijn levensbepalende gebeurtenissen. Voorbeelden zijn het krijgen van een eerste kind, verhuizen of het verlies van een naaste. Op deze momenten is het extra belangrijk om mensen om je heen te hebben voor praktische en mentale steun. Om inwoners met een klein sociaal netwerk goed te ondersteunen zijn verschillende aanpakken ontwikkeld om problemen te voorkomen. Voorbeelden zijn steun voor jonge moeders (Moeders informeren Moeders), steun bij verlies van een naaste (TrösT) of steun bij verhuizing naar Dordrecht (Dordtse Helden die jongeren ondersteunen die in Dordrecht zijn komen wonen).

Pagina 8/30

3. De ontwikkeling van algemeen aanbod dat een alternatief kan zijn voor geïndiceerde Wmo-hulp Concrete initiatieven op dit terrein zijn de pilot Was- en Strijkservice en de pilot Scootmobielen. In de recent gestarte pilot Was- en Strijkservice, kunnen inwoners met een indicatie voor Wmohuishoudelijke hulp, hun was- en strijkwerk buiten de deur laten doen. Voordeel is dat hun huishoudelijk hulp zich kan concentreren op huisgeboden werk zoals het schoonhouden van het huis. Hiermee wordt een antwoord gegeven op het tekort aan huishoudelijk hulp voor Wmogeïndiceerden. Overigens draagt de pilot ook bij aan de re-integratie van bijstandsgerechtigden. Zij voeren het was- en strijkwerk uit op beschermde werkplekken. De pilot Scootmobielen wordt nu voorbereid. De pilot richt zich op inwoners die een Wmo-indicatie willen krijgen voor een scootmobiel door mobiliteitsproblemen. Aanpak in de pilot is deze inwoners te stimuleren en te helpen hun fysieke mobiliteit (in dus ook hun gezondheid) te verbeteren voordat er een scootmobiel wordt verstrekt. Overigens is ook de interventie Sociaal Recept een belangrijke aanpak om instroom in geïndiceerde zorg (Wmo, Zvw en Wlz) te voorkomen of, tenminste, uit te stellen door mensen hulp te bieden via niet geïndiceerd aanbod. Dit wordt verder toegelicht onder 5.4. 4.

Innovatieve hulp voor inwoners die het zelf niet meer redden In de afgelopen jaren, is een aantal vernieuwende aanpakken ontwikkeld voor inwoners die het zelf niet meer redden. Visie achter deze aanpakken is het groeiende inzicht dat mensen die te maken hebben met ingrijpende gebeurtenissen, niet altijd zelfredzaam kunnen zijn en daarom hulp nodig hebben om hun leven weer op de rit te krijgen. Hieronder een toelichting op een aantal van deze aanpakken: 1. De aanpak Schouders onder Stress (SoS) voor eenoudergezinnen. 2. De aanpak RESET Thuisbegeleiding voor gezinnen met zeer complexe problemen. 3. Het actieplan Geweld hoort nergens Thuis. De aanpak SoS gaat uit van het wetenschappelijk gegeven dat veel stress de zelfredzaamheid ondermijnt. Denk hierbij aan stress als gevolg van ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen zoals ernstige ziekte, het overlijden van een naaste, een scheiding of een verhuizing, stress door hoge schulden of door problemen met de opvoeding van kinderen. Hulpverlening waarbij veel verwacht wordt van de zelfredzaamheid van mensen, werkt dan niet. In de aanpak SoS worden vastgelopen éénoudergezinnen geholpen bij het oplossen van de problemen waar zij het meest stress door ervaren. Wanneer hun stress is afgenomen, worden zij begeleid bij het hervinden van hun zelfredzaamheid bijvoorbeeld richting werk en zelfstandig financieel beheer.

De aanpak SoS wordt inmiddels ingezet op een bredere doelgroep van inwoners en gezinnen die er zelf niet meer uitkomen. Binnen de aanpak RESET Thuisbegeleiding biedt de thuisbegeleider begeleiding en praktische ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking, psychosociale-, psychogeriatrische-, psychiatrische- en/of pedagogische problematiek. Het doel hiervan is het stimuleren, behouden en het bevorderen van de zelfredzaamheid van (kwetsbare) mensen. De werkzaamheden zijn gericht op het stabiel krijgen (of houden) van de leefsituatie op het gebied van financiën en administratie, hygiëne, huishoudelijke taken, opvoeding, dag structurering en welzijn bij de cliënt thuis. De thuisbegeleider helpt mensen, met een praktische en laagdrempelige vorm van begeleiding weer grip te krijgen op hun leven en hun participatie in de samenleving te maximaliseren. Dordrecht is deelnemer in de Regiovisie en Actieplan Geweld hoort nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019 – 2022. De Regiovisie en het Actieplan zijn onderdeel van het landelijk Programma Geweld hoort nergens Thuis. De regiovisie voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) geeft lokale invulling aan deze landelijke visie en het landelijke programma en heeft als

Pagina 9/30

doel meer samenhang en betere sturing in beleid en aanpak te brengen. In de regiovisie worden de doelstellingen preventie, signalering en melding (eerder en beter in beeld) en werken aan directe en stabiele veiligheid en duurzaam herstel (stoppen en duurzaam oplossen) toegelicht en uitgewerkt in het actieplan, samen met een voorgestelde aanpak voor specifieke groepen. Binnen het regionale programma zijn acht projecten gestart die moeten bijdragen aan verbetering van de aanpak van huiselijk geweld (zie voor verdere toelichting 6.2).

5.3. Bevordering vrijwillige inzet Het beleidsplan vrijwillige inzet 2019 – 2022 (RIS: 2360777) is een belangrijke uitwerking van ons Wmo-beleid. In het Wmo-beleidsplan stellen wij dat "enthousiaste en gemotiveerde vrijwilligers van grote waarde zijn voor organisaties en de sociale betrokkenheid in de gemeente". Beleidsdoel is stimuleren, matchen, ondersteunen en waarderen van vrijwilligers. Om uitvoering te geven aan dit beleidsplan, is ingezet op: 1. Verbetering en innovatie van ondersteuning van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties door INZET078! 2. Meer stadsbrede vrijwilligerswaardering via de Dordtpas en de jaarlijkse publieksprijs voor de Vrijwilliger van het Jaar 3. Betere toegankelijkheid van vrijwilligerswerk door kwetsbare vrijwilligers 1. Verbeterde en innovatieve ondersteuning door INZET078! Inmiddels heeft INZET078! zich ontwikkeld tot een toonaangevend expertisecentrum vrijwillige inzet. INZET078! Heeft vanuit het beleidsplan vrijwillige inzet vormgegeven aan een cultuurverandering: ‘niet kiezen voor het geven van vissen, maar om organisaties te leren een hengel te maken en een cursus beroepsvisser te geven’. Daarnaast is ingezet op een positief imago van vrijwillige inzet: vrijwilligerswerk is doen wat je leuk vindt, voor iedereen. Inmiddels zijn gerealiseerd: •

• • • • • •

Drie gecertificeerde Goed Geregeld-adviseurs bij INZET078!. Organisaties kunnen daarom gratis het Goed Geregeld-traject volgen met als eindresultaat het Goed Geregeld-keurmerk. Uiteraard wordt ook op deelgebieden advies geven over vrijwilligersbeleid. Meer verbinding tussen vrijwilligersorganisaties door netwerkbijeenkomsten (Netwerk informele zorg, ‘denktank’ corona, Zorgnetwerk, ‘denktank’ bestuursleden.). Twee wijkpunten voor informatie en advies over vrijwilligerswerk, naast het centrale kantoor heeft INZET078! in Sterrenburg en de Staart. Gestart met bedrijfsbezoeken voor medewerkersvrijwilligerswerk. Digitaal matchen via e-matchingstool INZETvoorelkaar. Een online kennisbank en een uitgebreid vraag-gestuurd trainingsaanbod. Daarbij wordt gezorgd voor een mix van basiskennis en de nieuwste trends en ontwikkelingen. Een flexpool met 100 vrijwilligers die inzetbaar zijn op projecten en incidentele uitvragen voor vrijwilligerswerk.

2. Stadsbrede waardering voor vrijwilligers Om vrijwilligers te laten voelen dat hun werk ertoe doet in de ogen van de hele stad, zijn ontwikkeld: 1. De vrijwilligerswaardering via de Dordtpas. Vrijwilligersorganisaties kunnen hun vrijwilligers een Dordtpas cadeau doen voor de helft van de gebruikelijke kosten van een pas. Daarmee krijgen vrijwilligers toegang tot alle activiteiten en acties op de Dordtpas. 2. De jaarlijkse publieksprijs voor de Vrijwilliger van het Jaar: inwoners kunnen jaarlijks stemmen op de vrijwilligers die zij het meest waarderen. De verkiezing wordt via verschillende kanalen onder de aandacht gebracht. In de laatste verkiezing hebben inwoners hun stem uitgebracht.

Pagina 10/30

3. Vrijwilligerswerk beter toegankelijk voor kwetsbare inwoners Vrijwilligerswerk is een belangrijke manier om aansluiting te blijven houden bij en volwaardig deel te nemen in de samenleving. Daarom is per 1 januari 2022 het lokale beleid voor Participatieplekken ingegaan (zaaknummer: 2021-0152266) met als doel een breder aanbod van participatieplekken waardoor voor meer inwoners een passende plek kan worden gevonden. Dit beleid wordt uitgevoerd door de Matchingunit van MEE. Sinds 1 januari 2022 zijn 80 nieuwe participanten ingestroomd en 6 nieuwe aanbieders van participatieplekken gestart. Daarnaast is de pilot Snuffelstages van de Buitenwacht gestart waar kwetsbare inwoners voor wie een participatieplek nog een stap te ver is, worden begeleid naar vrijwillige inzet in een participatieplek.

5.4. Wmo: verbetering van de sociale basis Naast de inzet op specifieke groepen of problematiek binnen het kader van de Wmo, is ingezet op de verbetering en vernieuwing van de sociale basis voor de hele stad. De sociale basis is nodig om onze beleidsdoelen te realiseren en bestaat uit formele en informele partners, onze opdrachtnemers en bewonersinitiatieven. Achtereenvolgens worden beschreven de acties op verbetering van de sociale basis voor sociale cohesie, preventie en vroeg signalering en, tot slot, het bieden van snelle passende hulp. 1. Verbetering en vernieuwing van de sociale basis voor sociale cohesie Hierop is het volgende ondernomen: ▪

▪

▪ ▪ ▪

De ontwikkeling van door de gemeente gefaciliteerde ontmoetingsplekken waar inwoners elkaar kunnen treffen en samen activiteiten kunnen ondernemen. Facilitering bestaat uit een fysieke plek en ondersteuning van de initiatieven door professionals van Buurtwerk. Deze inzet is in beleid geborgd met het beleidsplan Ontmoetingsplekken (zaaknummer: 2020-0172890) . Investering in de aanwezigheid van Buurtwerk en Jongerenwerk, met name in de wijken Crabbehof, Wielwijk, Sterrenburg, de Staart en Centrum. Deze organisaties hebben de opdracht inwonersinitiatieven te stimuleren en te ondersteunen die bij kunnen dragen aan sociale relaties tussen inwoners in de wijken. Ondersteuning van initiatieven als de Hulplijn Dordrecht en de sociaal ondernemingen in Op D’recht Sociaal, inwonersinitiatieven die laagdrempelige hulp bieden voor inwoners. Investering in bemiddeling bij conflicten tussen buren door Buurtbemiddeling. Financiële ondersteuning van inwonersinitiatieven die bijdragen aan de sociale netwerken binnen een wijk door middel van gericht subsidiebeleid. Voorbeelden zijn initiatieven ondernomen door de Buitenwacht, de Crabbehoeve en de Tuin van Sterrenburg,

2. Verbetering van de sociale basis voor vroegsignalering en verwijzing naar snelle passende hulp Relevante beleidsontwikkelingen en acties hierop zijn: ▪

Aanwezigheid van formele in informele hulp op logische vindplaatsen. Doel is om het voor inwoners zo eenvoudig mogelijk te maken hun vragen te stellen en hulp te krijgen. Concreet voorbeelden zijn: -

De ontwikkeling van Bibliotheek AanZet De Vindplaatsenaanpak in het kader van de Ketenaanpak Schulden en de aanpak Jeugd De samenwerking met werkgevers om medewerkers met geldproblemen tijdig in beeld te krijgen en te verwijzen naar goede hulp De aanwezigheid van schoolmaatschappelijk werkers in het primair en voortgezet onderwijs en kinderopvang Buddyzorg voor begeleiding bij voorbereiding van gedetineerden op het einde van de detentie in het contact met instanties als de zorgverzekeraar, de SDD, de woningcorporatie, de bank, etc. De begeleiding start in de PI.

Pagina 11/30

▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

De Bibliotheek AanZet is op vier plaatsen in de stad fysiek aanwezig. Het is haar opdracht om informatie met burgers te delen, een vraagbaak en een verbinder te zijn bijvoorbeeld voor vragen over de (digitale) overheid en aanbod in de stad. Ontwikkeling van de Ketenaanpak schulden en de aansluiting hierop van de Alliantie Schuldhulp om ervoor te zorgen dat inwoners met geldproblemen snel in beeld komen en de juiste hulp krijgen op financieel-juridisch en andere gebieden. Ondersteuning van de Hulplijn Dordt, een telefoondienst waar inwoners en vrijwilligers met vragen terecht kunnen en, afhankelijk van hun behoefte, worden doorverwezen naar vrijwillige- en professionele hulp. De uitbreiding van de capaciteit voor hulp op financieel juridische vragen door Bureau Sociaal Raadslieden, Financieel Hulphuis, Financieel Adviseurs en de Alliantie vrijwillige schuldhulp. Zij helpen inwoners met meer complexe financieel-juridische hulpvragen en kunnen begeleiden naar de juiste hulp. De ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid. Dit wil zeggen dat vrijwilligers met persoonlijke ervaring met bijvoorbeeld schulden, huiselijk geweld of psychiatrische problematiek samenwerken met professionals om inwoners te helpen. Uit onderzoek blijkt dat ervaringsdeskundigen goed kunnen ondersteunen bij het bespreekbaar maken van problematiek en de weg naar hulp.

Meer samenwerking tussen uitvoeringspartners van de gemeente en organisaties die zijn ontstaan uit inwonersinitiatieven ter ondersteuning van activiteiten voor en door inwoners. Hierop is gestuurd via de eisen voor incidentele subsidieverlening waarbij partijen gezamenlijk een subsidieaanvraag en een plan van aanpak moeten indienen. Beleid en uitvoering gericht op volwaardige maatschappelijke participatie voor inwoners die niet makkelijk hun draai vinden in "gewone" vrijwilligersfuncties via het lokaal beleid voor Participatieplekken, de No Label-plekken en de Snuffelstages van de Buitenwacht.

3. Verbetering van de sociale basis voor snelle en passende hulp Om de weg naar passende hulp te versnellen en te verbeteren is ingezet op: 1. De versterking van het Sociaal Wijkteam als knooppunt van hulp voor inwoners met meerdere hulpvragen voor de verbinding van deze inwoners aan de juiste hulp en de verbinding met algemene, maatschappelijke voorzieningen voor een meer preventieve aanpak. 2. De verbetering van de verwijsroute vanuit het medisch domein naar het sociaal domein via de sociaal makelaar. 1. Versterking Sociaal Wijkteam als knooppunt van passende hulp Met de inrichting van het Sociaal Wijkteam, beoogden wij een laagdrempelig punt in elke wijk waar inwoners met al hun vragen terecht kunnen. Echter, door de toename van de complexiteit van de vraagstukken in de samenleving was de balans de afgelopen jaren het Sociaal Wijkteam verschoven naar het knooppunt voor hulp voor inwoners met meerdere hulpvragen, bijvoorbeeld over, van, voor geld, opvoeding, eenzaamheid, werk, gezondheid. Onderzoek wees uit dat inwoners met lichte vragen andere partners eerder benaderden zoals vrijwilligers binnen bewonersinitiatieven, Buurtwerk, Financieel Hulphuis, hun huisarts.

In de afgelopen jaren, is ingezet om de functie van het Sociaal Wijkteam te versterken op meer complexe hulpvragen door inzet op integrale hulpverlening in het Sociaal Wijkteam en het intensiveren van de samenwerking met het voorveld voor een meer preventieve aanpak. Concrete interventies zijn: ▪

De samenvoeging van de teams van maatschappelijk werkers en jeugdprofessionals door één opdracht aan het Sociaal Wijkteam (Stichting de Sociale Basis en Stichting Jeugdteams). Door de samenvoeging van maatschappelijk werkers en jeugdprofessionals is er meer sturing

Pagina 12/30

▪

▪

▪

▪

▪

mogelijk op de integrale ondersteuning van een gezin door het Sociaal Wijkteam (RIS: 2572180, RIS: 2582671). De integrale klantroute met als startpunt de integrale vraagverheldering (zaaknummer: 20200014889): inwoners doorlopen een integrale klantroute bij het Sociaal Wijkteam, waarbij veel aandacht is voor de match tussen cliënt en professional, de expertise en voor integrale vraagverheldering. Diverse partners sluiten aan indien nodig om vragen van inwoners te verhelderen en samen op te pakken. Het zicht op samenwerkingsketens rondom bepaalde doelgroepen/thema's wordt mede hierdoor transparanter. Brede expertise van de SDD (Wmo, participatiewet, schulden) is via detachering toegevoegd aan de vraagverheldering. Inwoners krijgen hierdoor sneller toegang tot hulp vanuit de Wmo en de Participatiewet (inkomen en schulden) wanneer dat nodig is en er wordt gelijk meer integraal gekeken naar de problematiek. De ontwikkeling van de Ketenaanpak Schulden waarbij medewerkers van het Sociaal Wijkteam intensief samenwerken met de SDD, het Financieel Hulphuis, Bureau Sociaal Raadslieden en de vrijwilligers van de Alliantie Schuldhulp om inwoners met (beginnende) geldproblemen zo snel mogelijk in beeld te krijgen, goed te begeleiden en warm te kunnen doorverwijzen naar schuldhulp of hulp bij administratie.

Doordat het Sociaal Wijkteam nauw samenwerkt met experthulp op geldproblemen, kan het Sociaal Wijkteam zelf andere hulpvragen oppakken van een inwoner zoals de hulp bij opvoeding, eenzaamheid, etc. Medewerkers van het Sociaal Wijkteam hebben nauw contact met de belangrijkste vindplaatsen in de stad: scholen, huisartspraktijken, ontmoetingsplekken. Ze stemmen met onze wijk- en gebiedsmanagers af waar ze nauwer bij aan kunnen sluiten om zichtbaar en vindbaar te zijn of te signaleren. Op dit punt wordt door maatschappelijke partners aangegeven dat er nog ruimte voor verbetering is. Met de aanbesteding van de taken van het Sociaal Wijkteam, Buurtwerk en Jongerenwerk, vanaf 2023, is verder invulling gegeven aan een meer preventieve aanpak (zaaknummer: 2022-0012288; zaaknummer: 2022-0155803). Uitgangspunten zijn: meer aandacht voor welzijn in plaats van zorg; meer outreachend en vindplaatsgericht werken; mèt een sterke mogelijkheid tot opschalen door helder afgestemde ketensamenwerking.

2. De verbetering van de verwijsroute vanuit het medisch domein naar het sociaal domein Binnen de pilot Sociaal Recept, leggen sociaal makelaars verbinding tussen het sociale en het medische domein. Sociaal Recept biedt welzijnsoplossingen voor sociaal maatschappelijke vraagstukken die in de spreekkamer van de huisarts als gezondheidsvraagstuk aan de orde komen. De sociaal makelaar gaat vervolgens samen met de patiënt/inwoner in gesprek. Zij verkennen samen vanuit de visie van positieve gezondheid de samenhang tussen ervaren klachten en krachten en bepalen wat nodig is om in een betere situatie te komen. Wanneer de inwoner dat wil, begeleidt de sociaal makelaar deze naar de gekozen oplossingen.

6. Jeugdbeleid: doelen, acties, producten Het Lokaal Plan Jeugd Dordrecht 2019 – 2022 vormt het kader van het Dordtse Jeugdbeleid en de beleidsuitvoering. Het plan is gebaseerd op de overtuiging dat ieder kind recht heeft om kansrijk, veilig, gezond en met plezier op te groeien. De beleidsdoelen in het plan richten zich in de eerste plaats op de sociale omgeving van kinderen onder het devies 'It takes a village to raise a child'. Maar wanneer een kind of diens ouders hulp nodig hebben, moet dat snel aan het licht komen en snel, passende hulp beschikbaar zijn voordat zaken verergeren. In het Jeugdbeleid wordt dan ook onderscheid gemaakt tussen drie niveaus van preventie: (1) preventie gericht op alle kinderen door omstandigheden te optimaliseren voor gezond en veilig opgroeien; (2) preventie gericht op potentieel kwetsbare kinderen met voorlichting, bewustwording, vroegsignalering en advisering; (3) preventie gericht op inwoners waarbij beginnende problemen worden aangepakt door inzet van gerichte hulp. De ontwikkelde producten en ingezette acties worden hieronder beschreven volgens deze driedeling. Vervolgens wordt ingegaan op alles wat is ingezet om jeugdigen en hun gezinnen

Pagina 13/30

te helpen die er zelf niet meer uitkomen. Er wordt afgesloten met een overzicht van doelen en acties op verbetering van de sociale basis.

6.1. Jeugd: preventie gericht op alle kinderen Hieronder volgt een toelichting op ingezet beleid voor alle kinderen waaronder voorlichting en bewustwording en bevordering van sociale netwerken voor potentieel kwetsbare ouders. Hierop heeft het college als volgt ingezet: 1. Een kansrijke, veilige en gezonde start voor alle kinderen in Dordrecht Om kinderen en ouders in Dordrecht te ondersteunen bij een kansrijke start, biedt Dordrecht verschillende faciliteiten. Een product dat twee jaar geleden ontwikkeld is, is de website www.schapenkopjes.nl waar aanstaande ouders en ouders met jonge kinderen eenduidige en laagdrempelig betrouwbare informatie kunnen vinden over zwangerschap, gezondheid en opvoeding. Daarnaast is de afgelopen jaren ingezet op eenduidige screening van kinderen door professionals in het medisch en sociaal domein. Daarbij is aansluiting gezocht bij landelijke aanpakken zoals de landelijk ontwikkelde zorgpadentool. In een samenwerking tussen Jong JGZ en het Sociaal Wijkteam zijn initiatieven gestart om de sociale netwerken rond kwetsbare ouders te versterken via dreumesgroepen, een Eritrese moeder- en vadergroep, het Mamacafé, en een Peuterinloop waar ouders andere ouders kunnen ontmoeten. 2. Bevordering van een gezonde leefstijl Vanuit het gezondheidsbeleid, is ingezet op het terugdringen van roken en gebruik van alcohol en drugs.

Er zijn afspraken gemaakt met scholen, speeltuinverenigingen, wijkcentra en een deel van de sportverenigingen over een rookvrije omgeving. Alle openbare speeltuinen zijn nu rookvrij. Rondom het gebruik van alcohol, is een lokaal netwerk opgebouwd van jeugd- en jongerenprofessionals die signaleren en doorverwijzen bij overmatig alcoholgebruik. Ook is er een eerste sportclub die met alcoholbeleid wil bijdragen aan het terugdringen van overmatig alcoholgebruik. De GGD heeft een aanpak ontwikkeld om leerlingen en ouders in gesprek te laten gaan over middelengebruik. Verder zijn er regionale ouderavonden (Goed Gesprek NIX18) georganiseerd die goed worden bezocht. In samenwerking met de politie is ingezet op het faciliteren van consultatie-uren met verslavingsprofessionals, voor zowel jongeren als hun ouders, bij (beginnend) gebruik van verslavende middelen. Deze uren zijn ook beschikbaar voor jongeren die op de SEH belanden na gebruik van alcohol en/of drugs. Deze aanpak is gestart in 2021 en wordt tenminste voortgezet tot en met 2023. Verder is Dordrecht sinds 2012 JOGG-gemeente. Deze bewezen effectieve aanpak, die oorspronkelijk is gestart in Dordt West voor het bestrijden van overgewicht onder jongeren, is vanaf 2019 stads-breed. JOGG richt zich op het faciliteren van een gezonde leer- en leefomgeving voor alle Dordtse kinderen.

Door het aantrekkelijk maken van de gezonde keuze, op school en in de kinderopvang met de Gezonde Schoolaanpak, in de stad en waar nodig thuis, werken we aan een stad waar gezond gewicht, goed slapen, gezond eten en lekker bewegen de norm is. Deze aanpak wordt voorgezet. 3. Talentontwikkeling en ontplooiing voor alle kinderen in Dordrecht Vanuit ons jeugdbeleid (en armoedebeleid) is ingezet op activering en het toegankelijk maken van bestaande voorzieningen. Activering is gestimuleerd via een opdracht aan Toppie die activiteiten aanbiedt voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Ook heeft R-Newt jongerenwerk activiteiten opgezet voor jongeren in de leeftijd 12 tot 14 jaar. Op verschillende ontmoetingsplekken, organiseren inwoners activiteiten voor kinderen, ondersteund door het Buurtwerk. Via het kindtegoed voor minima op de Dordtpas kunnen spullen worden aangeschaft voor deelname aan sport en andere sociale activiteiten. Ook wordt door de Dordtpas het uitproberen van verschillende activiteiten aantrekkelijk gemaakt: alle Dordtse kinderen met een Dordtpas, krijgen een eenmalige korting op een breed aanbod van sport, cultuur en ontmoeting. Daarnaast is het Dordtse

Pagina 14/30

Onderwijsprogramma ingericht met de verlengde schooldag. Deze is er niet alleen op gericht om taal- en rekenvaardigheden te versterken maar ook om meer sport en cultuur aan te bieden. 4. Voorkomen van onderwijsachterstanden Het voorkomen van onderwijsachterstanden is een essentieel doel in het onderwijsbeleid zoals vastgelegd in het Dordtse Leerprogramma Een Glansrijke Toekomst. Binnen deze programma's krijgen scholen de mogelijkheid, hun leerlingen maximaal te ondersteunen om het beste uit zichzelf te halen. Scholen hebben daarnaast de mogelijkheid om externe ondersteuning en zorg in te schakelen wanneer er meer nodig is dan enkel onderwijsondersteuning, eventueel geholpen door een jeugdprofessional. Binnen het sociaal domein, wordt dit doel ondersteund door de verbinding van het aanbod van VVE in peuterspeelzalen en kinderopvang met de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus en de jeugdverpleegkundigen/jeugdartsen binnen scholen), het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en het Sociaal Wijkteam. Gezamenlijk signaleren zij voorspellers van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen en adviseren ouders bij de opvoeding. Vanuit het armoedebeleid wordt ook ingezet op het voorkomen van onderwijsachterstanden door het ter beschikkingstellen van het kindtegoed voor minima met schoolgaande kinderen.

Met dit kindtegoed kunnen ouders spullen kopen die nodig zijn voor school zoals een fiets om naar school te komen of een laptop, een rekenmachine en andere belangrijke leermiddelen. Waar mogelijk worden ouders ondersteund met de aanpak van laaggeletterdheid (Wet educatie en beroepsonderwijs). Doel is ouders te ondersteunen bij de ontwikkeling van basisvaardigheden nodig om hun kinderen te ondersteunen en te begeleiden tijdens hun schoolloopbaan.

6.2. Jeugd: preventie op potentieel kwetsbare jeugd Sommige kinderen zijn kwetsbaar. Die kwetsbaarheid ontstaat omdat zij te maken hebben met omstandigheden die hun ontwikkeling kunnen bedreigen Dit zijn, onder andere, scheiding, onderwijs- of taalachterstand, voortijdig schoolverlaten en, tot slot, armoede. Deze worden ook wel zorgvoorspellers genoemd. In de afgelopen jaren is ingezet op vroegsignalering van deze zorgvoorspellers met als doel: 1. Vroegsignalering van scheidingsproblematiek Om (zo veel als mogelijk) te voorkomen dat kinderen blijvende schade oplopen door scheidingsproblematiek, is ingezet op een laagdrempelig punt voor informatie, advies en begeleiding van alle betrokkenen bij een scheiding. Dordrecht heeft samen met de gemeente Zwijndrecht en Papendrecht opdracht verleend voor het Adviespunt Scheiding, Kind en Ouderschap (SKO) (zaaknummer: 2021-0047512). Sinds juli 2020, biedt het SKO informatie, advies, coaching en een luisterend oor, onder andere door middel van inloopspreekuren voor inwoners. Om integrale ondersteuning van ouders en kinderen te organiseren, werkt het SKO samen met het Sociaal Wijkteam en partners op het terrein van sociaal, juridisch en financieel advies zoals het Bureau Sociaal Raadslieden, het Financieel Hulphuis en het Juridisch Loket. 2.

Vroegsignalering en voorkomen van (potentiële) onderwijsachterstanden De gemeente biedt vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) aan voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar. De gemeente is bij wet verplicht VVE aan te bieden. VVE is voor kinderen waarvan Jong JGZ heeft vastgesteld dat er een taalachterstand dreigt. Deze kinderen krijgen onderwijs in taal en andere belangrijke vaardigheden nodig voor een goede start in primair onderwijs. Dit vindt plaats in peutergroepen en binnen de kinderdagopvang. Met de opvangpartijen is regelmatig contact over de ontwikkelingen in de opvang en hoe het gemeentelijke beleid kan inspelen op de gesignaleerde behoeften.

Pagina 15/30

Naast VVE-opvang voor peuters is de gemeente in gesprek met basisscholen en aanbieders van onderwijsprogramma's rondom een verscheidenheid aan onderwerpen rondom onderwijsachterstanden. Goede voorbeelden zijn het Dordts Leerprogramma en de internationale schakelklassen op de openbare basisschool Mondriaan. 3. Vroegsignalering van voortijdig schoolverlaten De afgelopen jaren is intensief ingezet om te voorkomen dat jongeren zonder startkwalificatie van school gaan. Jongeren die dreigen uit te vallen, krijgen begeleiding terug naar school of naar andere vormen van opleiding, stage of werk. Naast investeringen in de reguliere structuur (RMC/LVS), is geïnvesteerd in de zorgstructuur binnen het praktijkonderwijs en het MBO en in extra begeleiding van jongeren die begeleiding nodig hebben om terug naar school te gaan of naar stage en werk. Voorbeelden zijn de investering in de Job Coaches, het Stagebureau van het ROC Da Vinci en de begeleiding van jonge moeders binnen het Da Vinci. In deze aanpakken wordt samengewerkt tussen het onderwijs, het Sociaal Wijkteam, Jongerenwerk, de SDD en de DG&J onder regie van het RMC.

In 2021 is een start gemaakt met Jeugdhulp op School (JHOS) binnen scholen in speciaal-, basis- en voortgezet onderwijs (inclusief praktijkonderwijs), door afspraken van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) met de Stichting Jeugdteams en het onderwijs om schooluitval verder te verlagen. JHOS is een algemene voorziening die scholen in staat stelt jeugdhulp in de school te organiseren, als onderdeel van de ondersteuningsstructuur, door deskundigheid jeugdhulpaanbieders hier aan toe te voegen. Ook draagt het programma van The NXT Chapter bij aan deze doelstellingen, een project dat valt onder de maatschappelijke diensttijd. 4. Vroegsignalering van (dreigende) armoede onder kinderen Armoede is niet alleen naar om in op te groeien, het heeft blijvende, negatieve effecten op de ontwikkeling van jeugdigen. Daarom is extra ingezet op vroegsignalering van de (effecten) van armoede onder kinderen. Met dit doel zijn jeugdprofessionals in het Sociaal Wijkteam onderdeel van de Ketenaanpak Schulden en getraind in het signaleren van armoede in gezinnen. Dat zelfde geldt voor een deel van de schoolmaatschappelijk werkers op de scholen. Binnen Jong JGZ is een jeugdverpleegkundige met aandachtsgebied armoede. Ook is armoede onderdeel van de screeninglijst voor consultatiebureaus en schoolverpleegkundigen.

Inmiddels is een start gemaakt met informatie en voorlichting aan onderwijsprofessionals over de signalen van armoede bij kinderen en hulproutes voor gezinnen die kampen met geldproblemen. 5. Vroegsignalering van huiselijk geweld Om meer vindplaatsgericht te werken binnen het onderwijs, de kinderopvang en jeugdgezondheidszorg, werken professionals van het Sociaal Wijkteam nauw samen met voorzieningen waar jeugdigen en ouders vaak komen. Signalen worden hierdoor sneller herkend en bespreekbaar gemaakt. Wanneer nodig, wordt direct de juiste ondersteuning voor het gezin georganiseerd. Verder neemt Dordrecht sinds 2019, deel aan het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis, waarbij verschillende interventies en projecten zijn ontwikkeld die huiselijk geweld en kindermishandeling helpen voorkomen. Onderdelen zijn het versterken van de lokale infrastructuur voor vroegsignalering en interventie door scholing van professionals, een multidisciplinaire aanpak, traumasensitief werken, aandacht voor ouderenmishandeling en het verbeteren van de hulpverlening voor daders. Op 6 januari 2021 is hier bij stil gestaan tijdens een themabijeenkomst met de commissie sociale leefomgeving en op 1 februari 2022 is er een RIB gedeeld over de Voortgang Veilig Thuis en aanpak verbetering lokale infrastructuur (zaaknummer: 2021-0172147).

Tot slot is Dordrecht in 2020 gestart met de werkwijze Veilig Opgroeien is Teamwork. Volgens deze werkwijze zijn vaste professionals van Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen en de Raad van de Kinderbescherming beschikbaar voor medewerkers van het Sociaal Wijkteam. Zij kunnen consultatie en ondersteuning vragen bij veiligheidscasuïstiek. Door gezamenlijk op te trekken met

Pagina 16/30

de veiligheidsketen, wordt er vroegtijdig een risico analyse gemaakt die vervolgens vertaald wordt in concrete acties die de veiligheid moeten waarborgen. Het programma Geweld Hoort Nergens Thuis en de werkwijze van Veilig Opgroeien is Teamwork zullen geborgd worden in het driejarige regionale programma Kind- en gezinsbescherming. Deze is gestart in mei 2022 en loopt tot medio 2025.

6.3. Jeugd: preventie gericht op individuen bij beginnende problemen Naast inzet op vroegsignalering is het beleid erop gericht hulp aan jeugd en hun gezinnen naar de voorkant halen. Dat wil zeggen: hulp bieden voordat problemen escaleren. Deze inzet is concreet uitgewerkt in: 1. De aanpak voor (aanstaande) kwetsbare ouders 2. De aanpak Gezonde Toekomst voor jeugdigen met overgewicht 3. Pilot BSO+, buitenschoolse opvang voor kinderen met een grotere ondersteuningsbehoefte 1. De aanpak voor (aanstaande) kwetsbare ouders De aanpak richt zich op de begeleiding van kwetsbare zwangere vrouwen en jonge ouders totdat een kindje ongeveer twee jaar is. Verschillende vormen van hulp kunnen worden ingezet, afhankelijk van de mate van kwetsbaarheid en afgestemd op de behoefte van de (aanstaande) ouder(s). Buurtgezinnen, Home-Start en Moeders informeren Moeders zijn vormen van informele ondersteuning. Professionele hulp kan worden geboden de jeugdgezondheidszorg in de aanpakken Voorzorg en Prezorg. Een nieuw onderdeel van de aanpak is de ondersteuning aan Dordtenaren die een zwangerschap overwegen maar daar, om allerlei redenen, nog niet aan toe zijn. Onder de noemer 'Nu niet zwanger' worden zij voorgelicht en begeleid bij hun keuzes over ouderschap. 2.

De aanpak Gezonde Toekomst De gezinsaanpak Gezonde Toekomst is ontwikkeld voor kwetsbare gezinnen met één of meerdere kinderen met overgewicht. Dit naar het succesvol voorbeeld uit Amsterdam en Den Bosch. De aanpak is voortgekomen uit de JOGG-aanpak waarin werd vastgesteld dat kinderen met overgewicht relatief vaak een zorgvoorspeller zijn voor kwetsbare gezinnen. Deze gezinnen lukt het vaak niet zelfstandig leefstijlverbeteringen voor hun kinderen door te voeren omdat veel andere problemen al hun aandacht vragen. De aanpak is in 2019 gestart in Dordrecht-West en in 2020 stads breed uitgerold. In de aanpak worden Dordtse gezinnen begeleid door een zorgverlener van Jong JGZ. Deze, zogenaamde, centrale zorgverlener ondersteunt het gezin bij verbetering van de leefstijl en signaleert andere hulpbehoeften in het gezin en legt contact met andere hulp wanneer dit nodig blijkt. Binnen de aanpak, onderhouden de centrale zorgverleners contact met een groot aantal partners waaronder jeugdartsen, huisartsen, de SDD, Veilig Thuis, GGZ-zorgverlening en team Sport van de gemeente Dordrecht. 3. Pilot BSO+, buitenschoolse opvang voor kinderen met een grotere ondersteuningsbehoefte De BSO+ is een buitenschoolse opvang voor kinderen van werkende ouders, die vanwege medische problemen, beperkingen of gedragsproblemen geen gebruik kunnen maken van een reguliere BSO. Deze pilot is gestart in 2021.

De BSO+ is op twee locaties voor speciaal onderwijs gevestigd: de Kiem en de Atlas. De uitvoering ligt bij Samenwerkende Jeugdhulp, in samenwerking met SDK. De doelen die beoogt worden met deze pilot zijn als volgt: ▪ ▪

Meer jeugdigen op het speciaal onderwijs met een intensieve en specialistische ondersteuningsbehoefte kunnen gebruik maken van kinderopvang. Ouders worden in staat gesteld om te werken, ongeacht de ondersteuningsbehoefte van hun kind(eren).

Pagina 17/30

▪

▪

Bevorderen van integrale samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en zorg zodat een doorgaande ontwikkelingslijn wordt gerealiseerd voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. De inzet van kinderopvang voorliggend maken (normaliseren), ter vervanging van andere voorzieningen vanuit de Jeugdwet die betrekking hebben op opvang.

6.4. Jeugd: intensieve, integrale hulp aan jeugdigen en gezinnen die het zelf niet redden Naast preventie is de afgelopen jaren ook extra ingezet op integrale hulp aan jeugdigen en hun gezinnen die er zelf niet meer uitkomen en intensievere hulp nodig hebben. Het gaat om jeugdigen en gezinnen waar sprake is van bijvoorbeeld problematische schulden, psychiatrische problematiek, verslaving, gedragsproblematiek, criminaliteit en/of huiselijk geweld. Vaak hebben deze gezinnen al eerder hulpverlening gehad, maar beschikken zij niet over het vermogen om veranderingen vast te houden. Ook ontbreekt vaak een sociaal netwerk dat hen ondersteunt en opvangt op het moment dat zich (ingrijpende) gebeurtenissen voordoen. Deze gezinnen zijn kwetsbaar en zoeken vooral een duurzame oplossing die hen perspectief en stabiliteit biedt. Interventies die hieraan bijdragen zijn: 1. Intensievere en integrale begeleiding die bijdraagt aan herstel of zelfstandigheid zoals Jongeren op de Rit. 2. De doorbraakaanpak van het Sociaal Wijkteam waarbij aan de hand van een maatwerkplan en maatschappelijke businesscase bekeken wordt met welke ondersteuning een gezin werkelijk geholpen is. Wanneer deze oplossing niet gerealiseerd kan worden vanuit de Wmo of Jeugdwet, wordt gezocht naar andere middelen om dit alsnog te realiseren. 3.

De multidisciplinaire aanpak MDA++ waarbij gezinnen waar sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling langdurig en intensief worden ondersteunt om tot een structurele verandering te komen vanuit de Top 3-methodiek van Civil Care. De aanpak richt zich zowel op de ouder(s) als de jeugdige(n). Medio 2019 is gestart met de inventarisatie van de mogelijkheden om hulp, kennis en expertise van jeugdhulp dichterbij en beschikkingsvrij bij de jeugdige (en het gezin) te organiseren. In 2021 is dit onder de noemer van Jeugdhulp naar voren (JNV) onderdeel geworden van een van de regionale opgaven in Zuid-Holland-Zuid. Als we het hebben over JNV, dan hebben we het over een ombuiging van individuele beschikkingen voor ambulant licht specialistisch aanbod naar algemene voorzieningen en van een meer curatief naar een meer preventief aanbod. Het doel van JNV is om laagdrempelig hulp in te kunnen zetten, dicht bij de jeugdige en het gezin. Hiermee wordt voorkomen dat de jeugdige moet worden doorverwezen naar de geïndiceerde zorg met een beschikking. Onder JNV zijn sinds 2021 een drietal pilots gestart: BSO+ 1, FLITS en Jeugdhulp naar voren. FLITS (Flexibel Interventie Team in Samenwerking) biedt hulp aan jeugdigen en hun gezin wanneer die een intensief hulpverleningstraject nodig hebben vanuit verschillende domeinen (GGZ, J&O, LVB 2) tegelijkertijd.

De pilot Jeugdhulp naar voren is een beschikkingsvrij aanbod voor jeugdigen die anders een beroep zouden doen op gespecialiseerde jeugdhulp (J&O, BGGZ, SGGZ, vaktherapie en groepsaanbod3). Dit hulpaanbod wordt geboden door drie jeugdhulpaanbieders.

Zie 7.3. Jeugd: preventie gericht op individuen bij beginnende problemen GGZ: Geestelijke gezondheidszorg; J&O: Jeugd en opvoedhulp; LVB: mensen met een licht verstandelijke beperking 3 BGGZ: basis GGZ; SGGZ: specialistische GGZ 1 2

Pagina 18/30

6.5. Jeugd: versterking van de sociale basis Om effectieve preventie, vroegsignalering, toeleiding en hulp aan jeugdigen en hun gezinnen mogelijk te maken, is ingezet op verbetering van de infrastructuur in de sociale basis. 1. Meer helderheid over kaders voor toegang tot jeugdhulp met een nieuwe verordening Jeugdhulp In januari 2022 heeft de gemeenteraad van Dordrecht een nieuwe verordening Jeugdhulp vastgesteld. De nieuwe verordening heeft tot doel betere, meer heldere kaders te geven voor toegang tot jeugdhulp. Dit om ervoor te zorgen dat instroom beperkt wordt tot jeugdigen die alleen geholpen kunnen worden met professionele hulp, geboden binnen het wettelijk kader van de Jeugdwet. In de verordening zijn daarom twee zaken verhelderd. Ten eerste is beter gedefinieerd welk type zorg voor hun kind niet kan worden verwacht van de ouders en dus jeugdhulp nodig is (onderscheid tussen zogenaamde gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg). Ten tweede zijn criteria opgenomen voor hulp onder de Jeugdwet in relatie tot hulp en zorg onder ander wettelijke kaders (Wmo, Wet langdurige zorg, passend onderwijs of Zorgverzekeringswet). Dit om te voorkomen dat hulp en zorg worden verleend onder de Jeugdwet, op kosten van de gemeente, terwijl die zorg eigenlijk thuishoort onder een ander wettelijk regime. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/665/documents/22411