Eind Concept Raadsinformatiebrief Voortgang luchtkwaliteit 2022 .pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIE
Contactpersoon R. Kooman
Van
College van B&W
Aan
Raad Dordrecht
Datum
4 maart 2024
T 078 770 4842
Betreft
Raadsinformatie luchtkwaliteit
E R.Kooman@dordrecht.nl
Bijlage(n)
Inleiding Sinds 2008 werkt Dordrecht aan schone lucht binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), een programmatische aanpak om te voldoen aan de Europese normen voor schone lucht. Het bijbehorende programma luchtkwaliteit is in 2017 afgerond. Met het NSL is nationaal aanzienlijke vooruitgang geboekt in het verbeteren van de luchtkwaliteit. Het advies "gezondheidswinst door schonere lucht" van de gezondheidsraad 2020 leidde in 2020 tot het ontwerp van het Schone Luchtakkoord (SLA). De doelstelling van dit akkoord is doormiddel van een verbeterde luchtkwaliteit, 50% gezondheidswinst te behalen ten opzichte van het jaar 2016 en het voldoen aan de advieswaarden van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO 2005) in 2030. Dordrecht heeft dit akkoord op 13 januari 2020 ondertekend. Naast volksgezondheid vereist ook de natuur om verbetering van de luchtkwaliteit. Stikstofemissies door het verkeer, de industrie en landbouw hebben sinds half vorige eeuw de stikstofbelasting op natuurgebieden verdubbeld. Lokaal is er hierdoor sprake van een te hoge stikstof belasting in de Biesbosch. Sinds de uitspraak van de Raad van State over het programma Aanpak Stikstof (PAS) uit 2019 zijn ruimtelijke projecten onderhevig aan een stringente toets op luchtkwaliteit.
Ruimtelijke projecten kunnen slechts doorgang vinden indien uit een luchtkwaliteitsrapportage blijkt dat het project, zowel in de bouw als gebruiksfase, geen significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden heeft. De beschikbare stikstofruimte is beperkt maar tot nu toe heeft dat niet geleidt tot ernstige knelpunten. Hieronder leest u de voortgang op het dossier 'schone lucht'. U vindt een toelichting op de monitoringsresultaten van het NSL over het jaar 2022, de acties uit het Schone Luchtakkoord en de relatie hiervan met het energieakkoord.
1. Monitoring luchtkwaliteit 2023 (gegevens over het jaar 2022) Sinds 2008 wordt de luchtkwaliteit in Dordrecht gemonitord in het kader van het NSL Dit monitoringsprogramma, loopt tot het inwerking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Omdat de regio Rotterdam/Dordrecht in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is aangewezen als aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof blijft ook na het inwerking treden van de Omgevingswet (1 januari 2024) de verplichting om de luchtkwaliteit in onze regio te monitoren bestaan.
Luchtkwaliteit Fijn stof (PM10 en PM2,5) en Stikstofdioxide
Pagina 1/5
Eind december 2023 heeft het Rijk de definitieve monitoringrapportage "NSL2023 de stand van zaken Nationaal Programma Luchtkwaliteit" gepubliceerd. Deze rapportage geeft inzicht in de luchtkwaliteit in Nederland in het jaar 2022. Uit de resultaten blijkt dat overal in Dordrecht wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De concentratie fijnstof (PM10) varieert tussen 16.4 μg/m3 en 20.4 μg/m3, waarbij de norm 40 μg/m3 bedraagt. De concentratie stikstofdioxide (NO2) varieert tussen de 14.1 μg/m3 en 31 μg/m3, met een norm van 40 μg/m3. Voor fijnstof PM2.5 liggen de waarden tussen de 8.8 μg/m3 en 10.6 μg/m3, waarbij de norm 25 μg/m3 is. Een gedetailleerd overzicht van de luchtkwaliteit in het jaar 2022 is te vinden op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit ( https://www.cimlk.nl/kaart ).
2. Ontwikkeling luchtkwaliteit in het licht van de omgevingsvisie 1.0 en het Schone Lucht Akkoord (SLA) In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie 1.0 (2020) is onder doelstelling 3 "Dordrecht is een gezonde stad" opgenomen: Het streven naar permanente verbetering van de luchtkwaliteit, met het doel om de WHO-advieswaarde (2005) voor schone lucht te bereiken. Dit is in lijn met het door ons in 2020 ondertekende Schone Lucht akkoord en sluit aan bij de ambitie van het Rijk. Het SLA richt zich, met het treffen van maatregelen, op het behalen van de WHO-advieswaarden (2005) in 2030. Deze richtwaarde ligt aanmerkelijk lager dan wettelijke normen voor luchtkwaliteit: PM2.5 – advieswaarde van 10µg/m3 (wettelijk 25 µg/m3 (jaargemiddeld)) PM10 – advieswaarde van 20 µg/m3(wettelijk 40 µg/m3 Jaargemiddeld)) De WHO had in 2005 nog geen advieswaarde voor NO2 vastgesteld. Uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CLMK) blijkt dat in 2022 op 4 van de 1163 controlepunten de WHO-advieswaarde voor PM10 met maximaal 0.4 µg/m3 wordt overschreden. Deze punten zijn gelegen aan de burgemeester de Raadtsingel ter hoogte van het busstation. De gemiddelde PM 10 concentratie ligt met een waarde van 18.24 µg/m3 net onder de WHOadvieswaarde. Verder blijkt dat in 2022 op 287 van de 1163 controlepunten de WHO-advieswaarde voor PM 2,5 met maximaal 0.6 µg/m3 wordt overschreden.
De gemiddelde concentratie ligt met een waarde van 9.75µg/m3 net onder de WHOadvieswaarde. Zowel de Omgevingsvisie 1.0 als het SLA stellen doelstellingen voor 2030. Om deze reden zijn prognoseberekeningen uitgevoerd voor de jaren 2025 en 2030. Deze laten zien dat ook na 2023 de luchtkwaliteit, onder invloed van de in het schone luchtakkoord overeengekomen maatregelen (zie onder 5), geleidelijk verbetert. Deze positieve ontwikkeling is ook merkbaar op de locaties in de nabijheid van rijks infrastructuur, zoals de A16. In 2030 wordt op geen enkel controlepunt de WHO-advieswaarden voor PM10 en PM2,5 overschreden, waarmee het beleidsdoel voor het jaar 2030 haalbaar is. Ook deze gegevens zijn op detailniveau te raadplegen op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (https://www.cimlk.nl/kaart).
3. Ontwikkelingen in Normstelling In 2021 heeft de WHO haar advieswaarden voor schone lucht aanzienlijk aangescherpt en uitgebreid met een advieswaarde voor NO2. Deze nieuwe advieswaarden zijn als volgt: PM2.5 – advieswaarde 5 µg/m3 (jaargemiddeld). Dit was 10 µg/m3 PM10 – advieswaarde 15 µg/m3 (Jaargemiddeld). Dit was 20 µg/m3 NO2 – advieswaarde 10 µg/m3 (Jaargemiddeld)
Pagina 2/5
Naar aanleiding hiervan heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), op verzoek van de Tweede Kamer, geanalyseerd of het haalbaar is om deze nieuwe richtwaarde in 2030 te bereiken. De conclusie van het RIVM is dat deze nieuwe WHO-advieswaarden in 2030 alleen bereikbaar is met bijzonder ingrijpende maatregelen, waaronder het uitsluitend toestaan van nul-emissie verkeer in de Randstad en het aanzienlijk beperken van de productie van de zware industrie, de veehouderij en beperken van de lucht- en zeevaart. De prognose 2030 bevestigt dit beeld en laat zien dat de achtergrondconcentratie (dit is de door Dordrecht niet beïnvloedbare concentratie) voor NO2 en fijnstof (PM2.5) op geen enkel controlepunt voldoet aan de aangescherpte advieswaarden. Voor fijnstof (PM10) voldoen 472 controlepunten van de 1163 aan de aangescherpte advieswaarden. Naar aanleiding van de aanscherping van de advieswaardes door de WHO wordt ook in EU-verband gekeken naar de relatie tussen de advieswaarden en het Europese normkader op het gebied van luchtkwaliteit. Naar verwachting zal de EU in 2024 een nieuw normenstelsel introduceren dat mede gebaseerd is op de nieuwe aangescherpte advieswaarden van de WHO. Hoe dit stelsel eruit komt te zien en welke consequenties dit met zich meebrengt is op dit moment nog niet duidelijk.
Wel is duidelijk dat we ook na 2030 moeten werken aan het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit. Dit vergt in ieder geval voortzetting van de onder 5 aangegeven maatregelen.
4. Schoollocaties en luchtkwaliteit Het Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit stelt dat als scholen ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen, locaties voor kinderopvang, verzorgingstehuizen, verpleegtehuizen of bejaardentehuizen zich bevinden op een afstand van: minder dan 300 meter vanaf de rand van een rijksweg of minder dan 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg, en op deze locatie sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de gestelde grenswaarde voor luchtkwaliteit, er geen uitbreiding van activiteiten mag plaatsvinden. In mei 2023 hebben de gezamenlijke GGD 's een advies opgesteld over te hanteren afstanden van scholen tot infrastructuur met het oog op luchtkwaliteit. Het advies luide als volgt: houd ten minste 150 meter afstand van een snelweg en autoweg, 50 meter tot een drukke weg buiten de bebouwde kom en 25 meter binnen de bebouwde kom. Naar aanleiding van dit advies heeft Een Vandaag hierover op 5 mei 2023 nieuwsitem uitgezonden. Bij dit item is een kaart gepubliceerd waarop ook zes scholen in Dordrecht zijn aangegeven die niet aan de GGD-richtlijn voldoen.
(https://eenvandaag.avrotros.nl/item/welke-scholenstaan-te-dicht-bij-een-drukke-weg-bekijk-het-op-deze-kaart.nl) Het stedelijk Dalton Lyceum Havo Mavo Vbo Lwoo op het Leerpark is op een andere locatie (buiten de 150 meter) gevestigd dan het artikel aangeeft. De vijf andere scholen zijn: Naam
Afstand tot weg
Gewenste afstand GGD
NO2 concentratie
PM10 concentratie
PM2.5 concentratie
De Prins Bernhart school
13 meter
25 meter
23.6
17.3
9.3
Katholieke basisschool Pius X
17 meter
25 meter
22.9
17
9.4
BSO de Toekomst
21 meter
25 meter
20.1
17.2
9.4
Christelijk Scholengemeenschap voor Lyceum Havo
138
150
19.1
16.3
8.8
Pagina 3/5
Mavo Vbo Lwoo Insula Stedelijk Dalton Lyceum voor Lyceum Havo Mavo Vbo Lwoo
135
150
20.8
17
Alle genoemde scholen bevinden zich marginaal binnen de door de GGD's geadviseerde afstanden. Daarom is ook gekeken naar de optredende concentraties van luchtverontreinigende stoffen. Uit de in de CLMK gevonden waarden voor zowel PM10 als PM2.5 bevinden zich beneden de WHO-advieswaarde van 20 µg/m3 respectievelijk 10 µg/m3 en voldoen ruim aan de wettelijke norm voor NO2 van 40 µg/m3. Het verplaatsen van deze scholen tot buiten de door de GGD 's geadviseerde afstand zal niet leiden tot een ander concentratieniveau voor de luchtverontreinigende stoffen.
5. Voortgang maatregelen Schone Lucht Akkoord (SLA) Het SLA bevat een scala van maatregelen die door het Rijk, de provincies en de gemeenten moeten worden uitgevoerd. Daarnaast zet de Rijksoverheid zich in Europees verband in om luchtverontreiniging door buitenlandse emissies sterk te verminderen. Het Schone Lucht Akkoord is nauw verweven met andere beleidsdoelen. Zo dragen klimaatbeleid, verkeer en vervoersbeleid, inkoopbeleid en stikstofbeleid bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee ook aan het behalen van gezondheidswinst. In de uitwerking van het Schone Lucht Akkoord richten wij ons op de uitvoering van ons vooral klimaat- en mobiliteitsbeleid. Klimaatbeleid en mobiliteitsbeleid Waar het klimaatbeleid zich richt op de reductie van de CO2 uitstoot, richt het luchtbeleid zich op de reductie van fijnstof- en NOx-emissies. Deze stoffen hebben een gezamenlijke bron, namelijk het verbranden van fossiele brandstoffen. Het werken aan klimaatdoelstellingen draagt dan ook direct bij aan het behalen van luchtkwaliteitsdoelstellingen. Een significante bijdrage aan het verbeteren van de luchtkwaliteit wordt verwacht van de warmtetransitie met hierin de uitrol van het warmtenet. Dit draagt met name bij aan de NO2 reductie. Binnen Dordrecht is mobiliteit een belangrijke bron van luchtverontreiniging.
Met het mobiliteitsplan 2040 dat nu opgesteld wordt en het programma klimaatneutraal 2040 werken we in Dordrecht toe naar schonere lucht. Door het verminderen van vervuilende mobiliteit (onder andere door het stimuleren van thuiswerken en efficiënt goederenvervoer), de transitie naar het gebruik van duurzamere vervoerswijzen (toepassen STOMP principe (Stappen, Trappen, OV, MaaS, privéauto) en door het verduurzamen/verschonen van de modaliteiten (stimuleren elektrisch rijden met netwerk van laadinfrastructuur) draagt het mobiliteitsbeleid bij aan de emissiereductie van zowel fijnstof als NO 2. Ook het opnemen van emissiecriteria in te doorlopen inkoop- en aanbestedingsprocedures kan verbetering van stedelijke luchtkwaliteit worden bewerkstelligd. Overige punten uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) Het SLA vraagt ook aandacht voor de reguliere taken op het gebied van vergunningverlening en handhaving. Afgesproken is dat bij zogenaamde IPPCinstallaties (grotere industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU)) aandacht wordt geven aan het "scherp" vergunnen van luchtemissies. Onder "scherp" vergunnen verstaan we het voorschrijven van de Best Beschikbare Technieken (BBT) die in de omgevingsvergunningen zijn vastgelegd en beschreven in de zogenaamde BBT-conclusies die door de EU zijn
Pagina 4/5
9.1
vastgesteld. Alhoewel wij als gemeente geen IPPC-installaties in ons vergunningenbestand hebben, is de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid met behulp van een Rijkssubsidie een project gestart om ervaring op te doen met het scherp vergunnen van luchtemissies bij onze grotere bedrijven. Resultaten van dit project worden medio 2025 verwacht. Tot slot besteedt het Schone Luchtakkoord aandacht aan houtstook (openhaarden en houtkachels). Het SLA verwacht van de decentrale overheden inzet op voorlichting over houtstook, de gezondheidseffecten van houtstook en de het gebruik van de stookwijzer. Particuliere houtstook is een belangrijke bron van fijnstofvervuiling en in sommige gevallen ook een bron van overlast. In 2020 was houtstook verantwoordelijk voor een kwart van de fijnstofemissie in Nederland, vier keer meer dan het wegverkeer. Verdere verbetering van de luchtkwaliteit, mede in het licht van de aangescherpte advieswaarden van de WHO, is niet mogelijk zonder de fijnstofemissies van houtstook buitenbeschouwing te laten. Mogelijk biedt de 1 januari in werking getreden Omgevingswet hiervoor handvatten. Wij zullen dit in 2024 onderzoeken en waar mogelijk voorstellen doen om emissies te minimaliseren.
Pagina 5/5