CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Een huis voor iedereen - Deel 1- Beschikbaarheid woningen.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 8 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 35: 'Een huis voor iedereen? Deel 1 Woononderzoek RKC: beschikbaarheid - Raadsvoorstel17.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een huis voor iedereen? Deel 1: Beschikbaarheid woningen Rekenkamercommissie Dordrecht

Onderzoek Wonen Rekenkamercommissie Dordrecht

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

2

Colofon Rekenkamercommissie Dordrecht: Steven Oostlander (voorzitter) William van Deursen Femke Sijbrandi Secretariaat RKC Postbus 8, 3300 AA Dordrecht rekenkamercommissie@dordrecht.nl dordrecht.nl/rekenkamercommissie Twitter Facebook

@RKCDordrecht www.facebook.com/rekenkamercommissiedordrecht

Mara Damen | Secretaris Tel: 078 7704984 E-mail: m.damen@dordrecht.nl Sylvia Khadjé | Bestuursassistent Tel: 078 7704998 E-mail: s.khadje@dordrecht.nl

Dit onderzoek is uitgevoerd door:

Auteurs: Harrie Wilhelm (Companen) Pim Tiggeloven (Companen) Lisa Dautzenberg (Van Nimwegen) Harry Vlaar (Van Nimwegen)

Publicatie: 18 januari 2022

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

3

Inhoudsopgave DEEL I Conclusies en aanbevelingen en reactie college 5 Conclusies 9 Aanbevelingen 14 DEEL II Onderzoeksbevindingen 17 Onderzoeksbevindingen 17 1.

Inleiding 18 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2.

Ontwikkeling beschikbaarheid van woningen 24 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3.

Aanleiding 18 Doelstelling, tijdsafbakening en vraagstelling 18 Werkwijze 19 Normenkader 22 Leeswijzer 23

Koopsector 24 Sociale huursector 28 Particuliere huursector 33 Keuzemogelijkheden en slaagkansen per doelgroep 34 Lange termijnontwikkeling woningvraag 37 Conclusies 38

Beleid ten aanzien van beschikbaarheid 39 3.1 3.2 3.3 3.4

Ambities 40 Ingezet instrumentarium 44 Regionale samenwerking 50 Conclusies 51

Bijlage 1.

Literatuurlijst 53

Bijlage 2. Bijlage 3.

Geïnterviewde personen 54 Begrippenlijst 54

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

4

DEEL I: Conclusies en aanbevelingen en reactie college (Bestuurlijke nota)

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

5

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

6

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

7

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

8

Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk komen we terug op de hoofd- en deelvragen uit het begin van dit onderzoek.

Hoofd- en deelvragen Zijn er voldoende woningen voor woningzoekenden in Dordrecht beschikbaar? Als we het jaarlijks aantal actief woningzoekenden vergelijken met het beschikbare woningaanbod op jaarbasis, dan kan gesteld worden dat de beschikbaarheid van woningen in Dordrecht ondermaats is. In 2016 konden woningzoekenden in Dordrecht uit gemiddeld 0,44 beschikbare woningen kiezen (dus minder dan 1 woning). In 2021 is dat afgenomen tot gemiddeld 0,31 woning per woningzoekende. Dit komt deels doordat het woningaanbod dat op de markt komt, licht is afgenomen (van 3.970 woningen in 2016 naar 3.725 woningen in 2021), maar vooral door een sterke toename van het aantal actief woningzoekenden in Dordrecht (van 8.970 woningzoekenden in 2016 naar 11.790 woningzoekenden in 2021). Specifiek voor de sociale huursector zijn door corporaties en gemeenten in de regio enkele normwaarden afgesproken om te bepalen of er is sprake is van een (te) grote druk op de sociale huurmarkt; de reactiegraad (150 reacties per woning) inschrijftijd (6 jaar) en actieve zoektijd (2 jaar). Op dit moment zitten alle indicatoren in Dordrecht boven de gestelde norm: de reactiegraad ligt op gemiddeld 240 reacties per woning, de inschrijftijd op 6,9 jaar en de zoektijd op gemiddeld 2,7 jaar.

In hoeverre verschillen de mogelijkheden per doelgroep en per marktsegment? Op basis van het aantal actief woningzoekenden (naar inkomensklasse) en het beschikbare woningaanbod (naar eigendom en prijsklasse) hebben we de beschikbaarheid per doelgroep in beeld gebracht:

Lage inkomens: onvoldoende beschikbaarheid, positie verslechterd De beschikbaarheid van woningen is vooral kritiek voor woningzoekenden met een laag inkomen (< €40.024). Er zijn 0,32 woningen (< huishoudens tot huurtoeslaggrens) tot 0,61 woningen (huurtoeslag - €40.024) per woningzoekende beschikbaar. De beschikbaarheid voor deze lage inkomensgroepen is bovendien fors verslechterd ten opzichte van 2016. Hiervoor zijn diverse redenen aan te wijzen; corporaties moeten een groot deel van de vrijkomende voorraad toewijzen aan mensen met urgentie of die op basis van directe bemiddeling (bijvoorbeeld uitstroom Beschermd Wonen) een woning krijgen toegewezen. In 2019 werd 33% van de vrijkomende huurvoorraad aan deze doelgroepen toegewezen. Er blijven daardoor minder sociale huurwoningen over voor reguliere woningzoekenden. Daarnaast geldt in Dordrecht het Pas-op-de-plaats beleid, waardoor slechts in beperkte mate sociale huurwoningen zijn gebouwd. Het aanbod aan sociale huur is daardoor afgenomen, terwijl het aantal woningzoekenden is toegenomen. Het is lastig om op korte termijn alsnog extra sociale huurwoningen te bouwen (vanwege beperkte locaties, stijgende bouw- en grondstofkosten).

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

9

Tabel: Gemeente Dordrecht. Beschikbaarheid van woningen per doelgroep, op basis van aantal actief woningzoekenden en vrijkomend woningaanbod (2021) Situatie Dordrecht

Beschik baar aanbod

< Huur toeslag grens

Huur toeslag grens - €40.024

€40.024 €44.655

€44.655 €56.000

€56.000 €72.000

> €72.000

3.670

2.480

810

960

1.025

845

Potentiële keuze

640

760

1.410

2.565

870

400

Potentiële vraag

3.670

2.480

810

2.960

1.025

845

Keuze-index vraag-aanbod 2021

0,17

0,31

1,74

0,87

0,85

0,47

Vergelijking keuze-index 2016

0,32

0,61

2,71

1,26

0,53

0,17

Actief woningzoekenden Sociale huur < 2e aftoppingsgrens

640

Sociale huur > 2e aftoppingsgrens

120

Particuliere huur

1.290

Koop < €200.000

625

Koop €200.000-€300.000

650

Koop €300.000-€400.000

220

Koop > €400.000

180

Zoekprofiel van actief woningzoekenden op basis van financiële mogelijkheden en woonwensen. Bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden (2020), NVM (2021), Beschikbaarheidsmonitor (2020)

Middeninkomens: voldoende beschikbaarheid, positie verslechterd Voor de lagere middeninkomens €40.024 - €44.655 lijken er voldoende woningen beschikbaar. Het beschikbare aanbod (sociale huur boven de 2e aftoppingsgrens en particuliere huur) is zelfs iets groter dan het aantal actief woningzoekenden. Wel geldt dat ze uit minder beschikbare woningen kunnen kiezen dan vijf jaar geleden. Voor de hogere middeninkomens (€44.655 - €56.000) is er wel te weinig aanbod beschikbaar gelet op het aantal woningzoekenden. Maar hun positie is minder slecht dan voor de lagere inkomens (0,85 woning per woningzoekende). De mate van beschikbaarheid is wel fors verslechterd ten opzichte van 2016. Van oudsher beschikte Dordrecht wel over veel koopwoningaanbod dat paste bij de financiële mogelijkheden van deze inkomensgroep (prijsklasse tot < €200.000 en €200.000 tot €300.000), maar door de sterke prijsstijgingen in de koopsector droogt het aanbod in dit segment op. Hogere inkomens: onvoldoende beschikbaarheid, positie licht verbeterd De hoge inkomensgroepen hadden van oudsher minder keus in Dordrecht, maar voor hen is de beschikbaarheid ten opzichte van enkele jaren terug toegenomen, vooral door prijsstijgingen in de bestaande voorraad. Er komen daardoor meer woningen beschikbaar in het prijssegment waarin deze inkomensgroepen zoeken.

Maar ook anno 2021 zijn er onvoldoende dure koopwoningen beschikbaar voor met name de hoogste inkomensgroep > €72.000 (0,47 woning per woningzoekende). Bovendien is het de vraag of de huidige beschikbare dure koopwoningen (> €300.000) wel de woonkwaliteit (woningtype, locatie, aantal m²) hebben waar hogere inkomens naar zoeken. De verwachting is daarom dat de beschikbaarheid voor hogere inkomens pas echt wordt vergroot (niet alleen EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

10

in prijsklasse, maar ook woonkwaliteit) als het woningbouwprogramma op stoom komt (waarin een groot aandeel dure koopwoningen is opgenomen). Heeft de gemeente met haar woonbeleid bijgedragen aan het op peil houden van de beschikbaarheid van woningen? Als het woonbeleid tot uitvoering komt, dan levert de gemeente hierin absoluut een bijdrage aan het verbeteren van de beschikbaarheid van woningen. De ambitie is om tot en met 2030 10.000 woningen aan de voorraad toe te voegen (ruim voldoende om op termijn te voorzien in de lokale woningvraag), waarvan 4.000 tot en met 2022. Maar de realisatie van woningen blijft nog achter bij de gestelde ambitie. De verwachting is dat de eerste 4.000 woningen in de tweede helft van 2023 zijn opgeleverd. Het gemeentelijk woonbeleid zal waarschijnlijk leiden tot een verschil in beschikbaarheid per doelgroep. Het nieuwbouwprogramma voorziet vooral in koopwoningen boven de €300.000 en €450.000. Hierdoor zal vooral de beschikbaarheid voor midden- en hogere inkomensgroepen de komende jaren verbeterd worden. Het gemeentelijke woonbeleid gaat ervan uit dat nieuwbouw in duurdere marktsegmenten tot meer doorstroming leidt, waardoor ook meer woningen vanuit de bestaande voorraad in de goedkopere prijsklassen voor lagere inkomens beschikbaar komen.

Uit analyses van verhuisketens blijkt ook dat een deel van de vrijgekomen woningen door nieuwbouw ook wordt betrokken door starters. De vraag is of dit voldoende is om alle starters tijdig van een woning te kunnen voorzien, of dat er niet toch een groter aandeel van de nieuwbouw gericht op starters zou moeten zijn. Zeker gezien de sterke prijsstijgingen op de koopwoningmarkt. Het verschil in beschikbaarheid wordt mogelijk versterkt doordat de planvorming met name bij goedkopere marktsegmenten (sociale huur, koopwoningen tot €300.000 en tussen €300.000 en €400.000 achterblijft bij de benodigde aantallen. Voor deze drie segmenten ligt er nog een openstaande opgave van zo’n 5.725 woningen die nog niet in harde plannen zijn opgenomen (72% van de totale opgave in deze segmenten). Alleen voor de vrije sectorhuur en dure koopwoningen (> €450.000) zijn (nagenoeg) voldoende plannen beschikbaar om de benodigde realisatie tijdig te halen (slechts 13% van de woningbouwopgave nog niet in plannen ondergebracht). Tabel 4.1: Gemeente Dordrecht. Aantal woningen dat nog niet in concrete plannen is opgenomen, afgezet tegen de totale woningbouwopgave per marktsegment tot en met 2030. Totale opgave t/m 2030

Nog niet in harde plannen opgenomen

% openstaande opgave

Sociale huur

+2.000

1.278

64%

Markthuur

+1.000

376

38%

Koop < €300.000

+3.000

2.575

86%

Koop €300.000 - €450.000 +3.000

1.871

62%

Koop > €450.000

+2.000

39

2%

Totaal

+11.000

6.139

56%

Bron: Monitor De Bouwende Stad (2020) EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

11

Er zijn door de gemeente maatregelen genomen waardoor besluitvormingstrajecten nu sneller verlopen dan voorheen, al valt er volgens betrokkenen nog meer winst op dit vlak te behalen, met name als het gaat om de samenwerking van gemeente met ontwikkelende partijen.

Gemeentelijk beleid niet de enige factor in het vergroten van beschikbaarheid In dit onderzoek hebben we gekeken naar het gemeentelijke beleid en toegepaste maatregelen om de beschikbaarheid van woningen in Dordrecht te vergroten. Maar de oorzaken van de oplopende druk op de woningmarkt zijn zeer divers en komen mede voort uit nationale- of zelfs internationale ontwikkelingen, zoals de lage rentestand, de hypotheekrenteaftrek, verhuurdersheffing en de stikstofproblematiek. Het is daarom niet reëel om het gemeentelijk beleid (en de uitvoering daarvan) als enige oorzaak voor een verminderde beschikbaarheid van woningen aan te wijzen.

Hoe werkt de gemeente hierin samen met betrokken partners? In de basis is er sprake van een constructieve samenwerking tussen de gemeente en haar partners op het terrein van de woningmarkt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de prestatieafspraken die men jaarlijks maakt met de woningcorporaties (met name Trivire en Woonbron) en de regionale woonvisie die men in 2017 met de regiogemeenten heeft opgesteld (en die ook de blauwdruk voor het lokale woonbeleid vormt). Betrokkenen (zowel corporaties als marktpartijen) geven aan dat de intenties vanuit de gemeentelijke organisatie om het woningaanbod te vergroten, goed zijn. In de uitvoering zien partijen nog ruimte voor verbetering. Ontwikkelaars geven aan dat nieuwe woningbouwlocaties te vaak via tenders worden uitgegeven waarbij de kaders vooraf niet altijd helder zijn en besluitvormingstrajecten weliswaar korter zijn geworden, maar nog steeds relatief veel tijd in beslag nemen. Woningcorporaties geven aan dat de gemeente sterk vasthoudt aan haar eigen koers. De gemeente staat open voor het gesprek over het inspelen op nieuwe ontwikkelingen (zoals het steviger inzetten op flexibele en tijdelijke woonruimte, afstappen van het pas-op-de-plaats beleid), maar beleidsrichtingen en maatregelen worden slechts beperkt bijgesteld.

Op regionaal niveau beschikt men weliswaar over een gemeenschappelijke visie, maar op deelthema’s voeren gemeenten nog te vaak hun eigen koers. Met name als het gaat om een evenredige verdeling van de maatschappelijke opgaven (huisvesting voor lagere inkomens, kwetsbare doelgroepen) is het vooralsnog lastig om tot een goede afstemming in de regio te komen. Dit is een aandachtspunt dat voor alle betrokken gemeenten geldt.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

12

Beschikbaarheid per doelgroep; de persona’s Doorheen de rapportage zijn zes specifieke doelgroepen op de Dordtse woningmarkt uitgelicht; de persona’s. De beschikbaarheid van woningen verschilt per doelgroep. De persona’s maken dit resultaat beeldend. Zo wordt de zoektocht als moeilijk en negatief ervaren door Stacey de Starter, Dennis de Dolende man en Zita de ZZP’er. Zij zijn alle drie al langere tijd op zoek naar een woning en beginnen de hoop te verliezen. Aan de andere kant staan Doris de Doorstromer, Sjoerd de Spoedzoeker en Sander de Senior positiever in hun zoektocht. Zij denken redelijk snel een woning te kunnen vinden. Hieronder volgt een korte conclusie per persona.

Stacey de Starter Het verhaal van Stacey laat zien hoe moeilijk het op dit moment is voor starters om een huis te kopen in Dordrecht. Ze moet haar woonwens aanpassen doordat de huizen die bij haar wensen passen steeds duurder worden en langzaam doorschuiven naar het hogere segment. Naast dat het aanbod van huizen die aan haar eisen voldoen al laag is, maakt dit het ook financieel moeilijk om een huis te kopen. Het beleid van de gemeente om voornamelijk te investeren in nieuwbouw in het hogere segment betekent dat Stacey meer en meer afhankelijk wordt van woningen die via doorstroming beschikbaar komen (en waarvan dus ook de prijzen stijgen). Een woning kopen wordt voor Stacey steeds moeilijker en onbetaalbaarder. Een grotere huurwoningen huren is wel mogelijk, maar kost zeker 1.200 euro per maand.

Doris de Doorstromer uit Rotterdam Het verhaal van Doris laat zien dat sommige doorstromers uit omringende steden overwegen om naar Dordrecht trekken. Hoewel ze in eerste instantie het liefst in Rotterdam willen blijven, wordt Dordrecht qua prijs-kwaliteit verhouding steeds aantrekkelijker. Hoe meer deze doelgroep Dordrecht leert kennen (zowel qua woningaanbod als woonomgeving), hoe optimistischer ze worden over hun zoektocht. Dat Dordrecht met haar grote bouwopgave ook inspeelt op de vraag van vestigers is gunstig voor Doris. Door Dordrecht als woonplek meer te promoten zullen er wellicht meer potentiële vestigers overwegen om hier naar toe te verhuizen. Meer vestigers kan wel tot gevolg hebben dat de beschikbaarheid van woningen voor Dordtenaren meer onder druk komt te staan.

Dennis de Dolende Man Het verhaal van Dennis laat zien hoe sommige mensen tussen wal en schip kunnen vallen. Dennis staat pas twee jaar ingeschreven bij Woonkeus. Hierdoor komt hij nog niet in aanmerking voor woningen. Een positief punt voor Dennis is dat Woonkeus tegenwoordig ook woningen die via loting worden toegewezen. Bij deze woningen maakt de inschrijftijd niet uit. Dit biedt perspectief. Dat perspectief zou verder verbeterd kunnen worden als er meer tijdelijke woonruimte voor deze doelgroep wordt aangeboden.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

13

Sjoerd de Spoedzoeker Het verhaal van Sjoerd laat zien hoe mensen die in een erbarmelijke situatie belanden goed worden opgevangen door de woningcorporaties en gemeente. De urgentieverklaring van Sjoerd geeft hem voorrang op een woning. Hierdoor voelt hij zich gesteund door de gemeente en de woningcorporaties. Door het vangnet en de urgentieverklaring vindt Sjors op korte termijn een woning.

Zita de ZZP’er Ook het verhaal van Zita laat zien hoe sommige mensen tussen wal en schip kunnen vallen. De stijgende huurprijzen in de particuliere huursector dwingen Zita om een nieuw huis te zoeken. Haar wens om een huis te kopen kan niet worden vervuld doordat de bank haar door haar werk als ZZP’er te risicovol vindt. Voor een sociale huurwoning komt ze niet in aanmerking. Ze zit hierdoor als het ware vast in de particuliere huursector en zal de hoge huren moeten accepteren. Het ontwikkelen van het segment middenhuur woningen met een huurprijs tussen €752 en €1.000,- kan op termijn een oplossing voor Zita zijn.

Sander de Senior Het verhaal van Sander laat zien hoe de doorstroommakelaar senioren goed kan helpen aan een nieuwe woning. Dit is fijn voor de senioren aangezien zij op deze manier sneller een passende woning kunnen vinden. Aan de andere kant is dit ook erg gunstig voor de woningcorporatie en gezinnen. Aangezien dit ervoor zorgt dat eengezinswoningen met minimaal vier kamers vrij komen. Hierdoor kunnen gezinnen die nu klein wonen makkelijker doorstromen naar een grotere woning.

Aanbevelingen Zoals gezegd ligt de beïnvloeding van de beschikbaarheid van woningen niet uitsluitend in handen van de gemeente. Er spelen vele externe factoren waar een gemeente lang niet altijd grip op heeft of verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Niettemin is het wel van belang om te kijken of de gemeente de mogelijkheden die men zelf in handen heeft, (nog) beter kan benutten. Onze aanbevelingen zijn dus gericht op de sturingsmogelijkheden van de gemeente, wetende dat het totale speelveld breder is:

1.

Zoek (meer) samenwerking met ontwikkelende partijen

Voor de komende jaren ligt er nog een grote opgave om nog eens 6.000 woningen te bouwen, die bovendien in de meeste gevallen op inbreidingslocaties moet plaatsvinden. We geven daarom als aanbeveling mee om in ieder geval te onderzoeken of een intensievere samenwerking tussen gemeente en ontwikkelende partijen (bijvoorbeeld in de vorm van een partnership) kan helpen bij het sneller en efficiënter realiseren van complexe woningbouwlocaties. Dit geeft ontwikkelaars meer zekerheid en kan zodoende ook helpen om hen te bewegen meer betaalbare woningen te realiseren. Belangrijk is wel om goede exit-voorwaarden in zo’n partnership vast te leggen, zodat partijen ook weer snel uit elkaar kunnen gaan, mocht de samenwerking onvoldoende opleveren. EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

14

2. Monitor op het (daadwerkelijke) effect (voor de burger): is de beschikbaarheid van woningen netto verbeterd? Hoewel de gemeente een uitgebreide en zeer frequente wijze van monitoring van de woningbouwopgave kent, wordt in rapportages nu vooral inzicht geboden in de bruto woningbouwproductie (hoeveel woningen zijn/worden er gebouwd?) We doen de aanbeveling om bij de monitoring nadrukkelijker naar de netto toevoeging te kijken; hoeveel woningen worden er per saldo toegevoegd aan de voorraad (nieuwbouw minus sloop), omdat daarmee meer inzicht komt in de beschikbaarheid van woningen.

3.

Overweeg meer sturing op woningbouwprogramma’s

Veel woningbouwlocaties zijn in eigendom van particuliere eigenaren. Dit maakt het lastig om als gemeente te sturen op de gewenste ontwikkeling. Hierdoor kunnen lange onderhandelingstrajecten ontstaan, waardoor het langer duurt voordat woningen gebouwd worden. Er zijn echter wel diverse mogelijkheden om meer sturing op het woningbouwprogramma te geven als gemeente. Zo kan de gemeente in een doelgroepenverordening een minimumpercentage sociale huur, middeldure huur en sociale koop per locatie benoemen (vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie kan dit direct al in het Omgevingsplan worden vastgelegd) inclusief een instandhoudingstermijn. Daarnaast kan ook overwogen om als gemeente actief grondbeleid te gaan voeren. Uiteraard kleven er ook nadelen aan dergelijke sturingsmogelijkheden. Tijdens de economische crisis hebben veel gemeenten gronden moeten afboeken. De Rekenkamercommissie geeft als aanbeveling mee om de sturingsmogelijkheden in ieder geval zorgvuldig op haalbaarheid (inclusief voors- en tegens) te onderzoeken.

4.

Betrek omwonenden tijdig bij nieuwe ontwikkelingen

Vertraging in woningbouwontwikkelingen komen ook voort uit bezwaren van omwonenden tegen nieuwe plannen. De kans op bezwaren is bij inbreidingslocaties aanzienlijk groter dan bij uitleglocaties. Een deel van de weerstand kan worden weggenomen door omwonenden in een vroeg stadium te informeren over mogelijke woningbouwplannen en hen de gelegenheid te geven mee te denken over de invulling van de locatie.

5.

Onderzoek maatregelen om bestaande woningen betaalbaar te houden

De beschikbaarheid voor lagere inkomens is voor een belangrijk deel afgenomen door de prijsstijgingen in de koopsector. Omdat een beperkt deel van het nieuwbouwprogramma bestaat uit betaalbare koop, is het van belang om de bestaande voorraad in dit segment te behouden. Als Rekenkamercommissie doen we de aanbeveling -zoals de gemeente nu ook voornemens is- om de mogelijkheden voor de opkoopbescherming (nieuw onderdeel van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022) voor Dordrecht te onderzoeken. Hierdoor wordt het veel lastiger voor om goedkope woningen op te kopen en te verhuren. Daarnaast zijn er ook maatregelen bij nieuwbouwwoningen mogelijk, zoals het invoeren van een zelfbewoningsplicht, al dan niet in combinatie met een antispeculatiebeding.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

15

6.

Ga in gesprek met regio over evenredige verdeling van de opgaven

Hoewel hier in het verleden al de nodige gesprekken over zijn gevoerd, doen we als Rekenkamercommissie de oproep om opnieuw met de regiogemeenten in gesprek te gaan over een evenredige verdeling van de (maatschappelijke) opgaven, bijvoorbeeld als het gaat om het aanbod aan sociale huurwoningen. Als elke regiogemeente hierin haar rol pakt, zullen woningzoekenden in dit segment zich beter spreiding over de regio, waardoor de druk op gemeenten met een grote sociale huurvoorraad (zoals Dordrecht) verminderd wordt. Dit komt de beschikbaarheid voor lagere inkomens die reeds woonachtig zijn in Dordrecht ten goede. De Rekenkamercommissie geeft als overweging mee om te kijken of iedere gemeente een eigen specialiteit binnen de maatschappelijke huisvestingsopgaven kan aannemen, zodat gemeenten elkaar aanvullen.

7.

Verken mogelijkheden om manier van samenwerken te optimaliseren

Tenslotte geven we als aanbeveling om te kijken hoe de samenwerking tussen gemeente en andere betrokken partijen (woningcorporaties, ontwikkelende partijen, bewoners) verbeterd kan worden daar waar het gaat om de woningbouw. Ga in gesprek met deze betrokkenen over hoe je als gemeente kunt meebewegen met de ideeën van ontwikkelende partijen, nieuwe marktvragen, zonder dat men volledig van de eigen (woon)visie hoeft af te stappen. Wat missen betrokken partijen in de samenwerking met de gemeente? Hoe denken zij dat processen verder versneld kunnen worden? Waar zijn quick wins te behalen? Ook gesprekken met andere gemeenten met vergelijkbare opgaven kan hier wellicht bij helpen. Wat zijn goede voorbeelden als het gaat om woningbouwversnelling waar Dordrecht weer van kan leren?

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

16

DEEL II: Onderzoeksbevindingen (Nota van Bevindingen)

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

17

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

De woningmarkt staat volop in de publieke en politieke belangstelling. De signalen wijzen op een groeiende druk op de woningmarkt. Woningprijzen stijgen. Inschrijftijden voor een huurwoning lopen op. De woningproductie lijkt geen gelijke tred te houden met de behoefteontwikkeling. De vraag om overheidsregie neemt toe. Daarbij heeft het overheidsbeleid steevast drie invalshoeken gehad; voldoende woningen (beschikbaarheid), betaalbaarheid van het wonen en de kwaliteit van woningen. Dezelfde drie invalshoeken past de Rekenkamercommissie Dordrecht toe bij het integraal meerjarenonderzoek naar het wonen in de gemeente. In dit rapport geven we u de bevindingen van het onderzoek naar de eerste invalshoek; de beschikbaarheid van het wonen. Zijn er voldoende woningen in Dordrecht beschikbaar? De focus ligt daarbij op de ‘outcome’ van het woonbeleid: wat zijn de concrete effecten voor bewoners? Heeft iedereen evenveel kans op een woning? En zijn deze kansen de afgelopen jaren toe- of afgenomen?

1.2

Doelstelling, tijdsafbakening en vraagstelling

De doelstelling van het onderzoek is drieledig. Ten eerste geeft het onderzoek inzicht in hoe het is gesteld met de beschikbaarheid van woningen in de gemeente Dordrecht. Zijn de signalen van een oververhitte woningmarkt (zowel landelijk als in de gemeente Dordrecht) die in media en politieke discussies naar voren komen te staven met feitelijke cijfers? Ten tweede kijken we in hoeverre het woonbeleid van de gemeente effect heeft gehad voor de mate van beschikbaarheid van woningen (doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid). Ten derde zal worden gekeken hoe de samenwerking tussen gemeente en andere betrokken partners is geweest op het vlak van het vergroten van de beschikbaarheid. Als startpunt voor het onderzoek is gekozen voor het jaar 2016. In dat jaar is een uitgebreid woningmarktonderzoek uitgevoerd in de regio Drechtsteden, waarbij ook de beschikbaarheid van woningen in beeld is gebracht (ook op het niveau van de gemeente Dordrecht). Dit onderzoek is herhaald in 2020. Dit biedt een goed meetmoment om de beschikbaarheid van het wonen tegen het licht te houden. Daarnaast is in deze periode zowel op gemeentelijk als regionaal niveau een nieuwe woonvisie opgesteld met daarin beleidskaders en maatregelen op vele onderdelen van de woningmarkt (waaronder de beschikbaarheid). In deze periode is de woningmarkt bovendien sterk veranderd, zowel landelijk als lokaal.

In 2016 krabbelde de woningmarkt op na jaren van economische crisis. In de jaren daarna is het aantal op de markt aangeboden woningen sterk afgenomen en zijn prijzen en wachttijden sterk gestegen. Bovenstaande doelstellingen en tijdsafbakening zijn vertaald in een hoofdvraag met vijf ondersteunende deelvragen.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

18

Hoofdvraag Zijn er voldoende woningen beschikbaar zodat woningzoekenden in Dordrecht (ongeacht hun financiële mogelijkheden of huishoudensgrootte) binnen afzienbare termijn aan een woning kunnen komen?

Deelvragen 1. In hoeverre verschillen de mogelijkheden op de Dordtse woningmarkt per doelgroep (op basis van leeftijd, inkomen, woningmarktpositie)? 2. In hoeverre verschilt de beschikbaarheid per woningmarktsegment (koop / huur, woningtype, prijsklasse)? 3. Heeft de gemeente Dordrecht met haar woonbeleid ertoe bijgedragen dat de beschikbaarheid van woningen voor bewoners op peil is gebleven? 4. Hoe werkt de gemeente hierin samen met betrokken partners zoals woningcorporaties, ontwikkelaars en regiogemeenten?

1.3

Werkwijze

Het onderzoek bevat een kwantitatieve en kwalitatieve analyse. In de kwantitatieve analyse is de beschikbaarheid van het wonen in kaart gebracht. Hiervoor is een documentenanalyse uitgevoerd, waarbij naast de verschillende gepubliceerde woningmarktonderzoeken ook diverse databases zijn bekeken (met name om inzage te krijgen in de ontwikkeling van de vraagdruk in de sociale huur en de koopsector). De kwalitatieve analyse betreft met name de vorming en uitvoering van het gemeentelijk woonbeleid. Ook zijn hiervoor vele documenten geanalyseerd. Aanvullend zijn 12 interviews afgenomen met ambtenaren, bestuurlijke vertegenwoordigers en externe betrokkenen (woningcorporaties, makelaars, ontwikkelaars, regio) om meer kwalitatieve verdieping aan te brengen in de eerdere analyses (hoe ervaren bewoners de beschikbaarheid van woningen, wat is het effect geweest van het beleid en maatregelen, hoe is de samenwerking tussen partijen verlopen?). Persona’s Een specifiek onderdeel binnen de kwalitatieve analyse vormt de schets van een zestal doelgroepen op de Dordtse woningmarkt; de persona’s. Voor deze doelgroepen is gekeken wat hun achtergrondkenmerken zijn, wat hun woonvoorkeuren zijn en waarom ze al dan niet slagen in hun zoektocht naar een woning.

De persona’s zijn geenszins een totaaloverzicht van alle mogelijke doelgroepen op de Dordtse woningmarkt, maar geven wel een dieper kwalitatief inzicht in enkele specifieke (en vaak herkenbare) doelgroepen op de woningmarkt met elk hun eigen belemmeringen bij het vinden van de juiste woning. Het gaat om de volgende persona’s: de starter, de dolende man, de doorstromer, de zzp-er, de spoedzoeker en de senior. De persona zijn opgesteld aan de hand van interviews met verschillende belanghebbenden: Woningzoekenden, makelaars, een verhuurmakelaar, een doorstroommakelaar en een veldwerker van het Leger des Heils. De namen en foto’s zijn fictief. De zoekverhalen zijn een samenvoeging en veralgemenisering van de verhalen van de genoemde bronnen. Een aantal van de bronnen controleerden en valideerden de persona’s.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

19

Bronnen voor de persona’s • Twee woningzoekenden uit Dordrecht • Medewerker van het Leger des Heils • Verhuurmakelaar van een woningcorporatie in Dordrecht • Doorstroommakelaar van woningcorporatie in Dordrecht • Twee makelaars van twee verschillende makelaarbureaus in Dordrecht • Medewerker Bureau Voorrang • Foto’s zijn van Generated Photos

Aan het eind van de rapportage (bij de conclusies) komen we ook terug op de zes persona’s. Hierbij kijken we in hoeverre het lokale woonbeleid heeft geleid tot een grotere danwel kleinere beschikbaarheid van woningen voor deze doelgroepen. Echter, is het niet altijd mogelijk om een direct causaal verband aan te tonen tussen ingezet beleid en/of maatregelen en het effect voor een bepaalde doelgroep. Daarom kijken we hierbij ook welke kansen en risico’s ten aanzien van de beschikbaarheid van woningen voor een doelgroep zich kunnen manifesteren als gevolg van ingezet woonbeleid. Afbakening De beschikbaarheid van woningen gaat primair over de balans tussen vraag (woningzoekenden in Dordrecht) versus aanbod (bestaande woningen en nieuwbouw). Het gaat dan met name om de kwantitatieve balans; zijn er voldoende woningen voor het aantal huishoudens dat in Dordrecht woont en wil (blijven) wonen? De beoogde woonkwaliteit zal vooral bij een van de volgende onderzoeken aan de orde komen. Toch valt de kwaliteit van woningen in dit onderzoek niet geheel uit te sluiten. Het is immers goed mogelijk dat de woontypologie (zowel qua vraag als aanbod) een invloedrijke factor kan zijn in de beschikbaarheid van woningen. Verder moet worden opgemerkt dat er geen algemene norm bestaat voor wanneer de beschikbaarheid voldoende is.

In ieder geval is een volledig evenwicht tussen vraag en aanbod niet wenselijk (evenveel woningzoekenden als woningen). In zo’n situatie is overschot van sommige woningen (met name aan de onderkant van de markt) niet veraf. Een beperkt tekort van 1,5% tot 2% is wenselijk voor een goed functionerende en waardevaste woningmarkt1. Voor woningzoekenden is echter met name de slaagkans en ervaren zoektijd van belang. Hoe lang duurt het voordat men een woning kan betrekken? Ook hiervoor geldt geen landelijke norm. Factoren als opbouw van de woningvoorraad en aantrekkelijkheid van een regio spelen hierin een belangrijke rol. Voor Dordrecht geldt enerzijds dat de woningvoorraad uit relatief veel appartementen bestaat (een segment waarin de doorstroming groter is dan bij eengezinswoningen, dus aanbod komt sneller beschikbaar dan in een gemeente met overwegend eengezinswoningen)2. Anderzijds ligt de gemeente in een aantrekkelijke regio met veel voorzieningen en werkgelegenheid en een groen buitengebied, waardoor er ook veel woningzoekenden zijn ten opzichte van het aanbod. 1

In onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (2017) is beschreven dat een woningtekort van 1,5% tot 2% als acceptabel wordt gezien. Bron: Cijfers omtrent woningbehoefte, productie en plancapaciteit in woningmarktregio’s. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer van 21 februari 2017.

2

In Dordrecht bestaat 42% van de woningvoorraad uit appartementen. Dat is hoger dan het regionale (37%) en landelijke gemiddelde (32%). Op provinciaal vlak (48%) is het aandeel appartementen wel hoger dan in Dordrecht (bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden, 2020)

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

20

Vergelijking met landelijke trends De druk op de woningmarkt wordt voor een deel bepaald door lokale ontwikkelingen, zoals de aantrekkelijkheid van het woningaanbod en woonomgeving (bereikbaarheid, voorzieningen, groen) en het gemeentelijk beleid (nieuwbouwambities, stimuleren van doorstroming). Maar voor een belangrijk deel wordt de druk op de markt (en daarmee ook de beschikbaarheid) beïnvloed door regionale, landelijke of zelfs internationale trends. Hierbij valt te denken aan de lage rentestand (waardoor het aantrekkelijk wordt om een gunstige hypotheek af te sluiten), stikstofproblematiek en stijgende bouw- en grondstofkosten (waardoor het woningaanbod slechts beperkt toeneemt). Daarom vergelijken we enkele trends ten aanzien van de beschikbaarheid in Dordrecht zowel aan het begin van hoofdstuk 2 als hoofdstuk 3 met de trends in Nederland en Zuid-Holland.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

21

1.4.

Normenkader

Om de diverse aspecten (normen) van de beschikbaarheid van wonen te beoordelen, is een normenkader opgesteld. Het normenkader is in overleg met de Rekenkamercommissie Dordrecht tot stand gekomen.3 Deze is ook tijdens de startbijeenkomst van het rekenkameronderzoek voorgelegd aan ambtenaren en vertegenwoordigers van de gemeenteraad.

3

Norm Beschikbaarheid (korte termijn)

Woningzoekenden vinden binnen een acceptabele termijn een woning. Voor de sociale huur wordt uitgegaan van een actieve zoektijd van maximaal 2 jaar (en een inschrijftijd van maximaal 6 jaar). Daarnaast moet er sprake zijn van een redelijke verhouding tussen het aantal woningzoekenden en het beschikbare woningaanbod; ook wel de slaagkans genoemd. Voor de koop- en particuliere huursector spreken we van een aanvaardbare beschikbaarheid als het aantal aangeboden woningen groter is dan het aantal actief woningzoekenden3.

Beschikbaarheid

Het totaal aantal zelfstandige woningen komt overeen met het aantal zelfstandige huishoudens in de gemeente. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische groei van de gemeente en een gewenst frictietekort van ongeveer 1,5 tot 2%.

(lange termijn)

3

Woningzoekenden

Huishoudens die op zoek zijn naar een zelfstandige woning in de gemeente Dordrecht. Daarbij gaat het zowel om huishoudens die nu al in de gemeente wonen als huishoudens die zich in Dordrecht willen vestigen.

Woonbeleid

Het geheel aan uitgangspunten, ambities, doelen, maatregelen dat gezamenlijk aangeeft wat de gemeente voor ogen staat rondom de beschikbaarheid van woningen in de bestaande voorraad en nieuwbouw. Hierbij gaat het primair om de Woonvisie 2019-2031, maar tevens om voorgenomen beleidswijzigingen en aanvullingen.

(Potentieel) gemeentelijk instrumentarium

Het geheel aan bestuurlijk-juridische en privaatrechtelijke mogelijkheden die de gemeente tot haar beschikking heeft om de beschikbaarheid van woningen op het gemeentelijk grondgebied kwantitatief en kwalitatief te beïnvloeden. Maar ook mogelijkheden die de gemeente heeft om naast of buiten haar juridische instrumenten formeel of informeel invloed uit te oefenen op de woningbouw in de gemeente.

Partners

Het geheel aan partijen en stakeholders die door de gemeente betrokken zijn of kunnen worden bij de uitvoering van het woonbeleid. Hierbij gaat het om (semi-) publieke organisaties (regiogemeenten, woning-corporaties), private partijen (ontwikkelaars, makelaars), inwoners, grondeigenaren.

Woningzoekenden in de particuliere sector (koop of huur) hoeven zich doorgaans niet via een centraal systeem in te schrijven, zoals bij de sociale huursector. Hierdoor zijn indicatoren zoals inschrijftijd of actieve zoektijd in deze sector niet voorhanden.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

22

Nadere toelichting op het begrip ‘beschikbaarheid’ Er bestaat geen landelijke norm om te kunnen bepalen wanneer er voldoende woningen beschikbaar zijn. De ervaren druk op de woningmarkt verschilt per regio, soms zelfs per gemeente. Meerdere factoren spelen hierin een rol. De ene gemeente kent een grotere aantrekkingskracht op woningzoekenden dan anderen, waardoor het aantal woningzoekenden ook groter is. Ook de samenstelling van de woningvoorraad speelt een rol. Als een gemeente over relatief veel kleine woningen beschikt (appartementen, rijwoningen) is de mutatiegraad doorgaans hoger dan wanneer er vooral veel ruime, grondgebonden zijn (zoals 2-onder-1 kapwoningen en vrijstaande woningen). Woningen komen dan weer sneller op de markt en zijn dan weer beschikbaar. Op basis van het aantal woningzoekenden en het aantal aangeboden woningen kan een analyse worden gemaakt van de kwantitatieve beschikbaarheid; is het totaal aantal woningen voldoende om het totaal aantal woningzoekenden te bedienen? Een analyse van de kwalitatieve beschikbaarheid is veel complexer. Het is nagenoeg onmogelijk om exact te bepalen hoeveel woningzoekenden per doelgroep (huishoudenstype, leeftijd, inkomen, woonsituatie) geïnteresseerd zijn in een specifiek woningtype (type, eigendom, prijsklasse).

Zo zullen veel gezinnen met kinderen vanwege hun huishoudenssamenstelling georiënteerd zijn op een grondgebonden woning (bijvoorbeeld rij- of hoekwoning, 2-onder-1 kap, vrijstaande woning). Maar er zullen ook gezinnen zijn die (bijvoorbeeld vanwege hun financiële mogelijkheden of voorkeur voor een specifieke wijk) toch opteren voor een appartement. Bovendien zijn er veel woningzoekenden die niet op één woningtype gericht zijn, maar meerdere opties open houden. We kunnen de beschikbaarheid van woningen het beste weergeven door doelgroepen af te bakenen naar financiële mogelijkheden. Gelet op hun inkomen; voor welke woningtypen komen zij dan in aanmerking (lage- en middeninkomens), of ligt het voor de hand dat zij zullen zoeken (hogere inkomens)?

1.5.

Leeswijzer

De opbouw van de rapportage is als volgt: •

•

•

In hoofdstuk 2 wordt een analyse gegeven van de ontwikkeling van zowel de vraag- als aanbodkant van de Dordtse woningmarkt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar de ontwikkelingen in de koopsector, sociale huursector en particuliere huur. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een vergelijking tussen de beschikbaarheid van woningen per inkomensgroep in 2016 (net voordat de Regionale Woonvisie werd vastgesteld) met de beschikbaarheid anno nu (medio 2021). Hoofdstuk 3 geeft de ontwikkeling van het regionale en lokale woonbeleid weer over de afgelopen vijf jaar (2016-2021). Hierbij wordt onder andere gekeken naar de regionale woonvisie (2017), de lokale woonvisie (2019) en de prestatieafspraken met woningcorporaties. Hierbij zoomen we met name in op het beleid en maatregelen ten aanzien van de beschikbaarheid van woningen. Hoofdstuk 4 geeft de conclusies weer waarbij we terugkomen op de hoofd- en deelvragen; hoe heeft de beschikbaarheid van woningen zich in Dordrecht ontwikkeld en welke invloed had dit op het woonbeleid?

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

23

2.

Ontwikkeling beschikbaarheid van woningen

De beschikbaarheid van woningen wordt bepaald door zowel woningzoekenden (de omvang van het aantal woningzoekenden, hun mogelijkheden en woningvoorkeuren) als het woningaanbod (hoeveel woningen komen er vanuit de bestaande voorraad op de markt en hoeveel worden er de komende jaren gebouwd?). In dit hoofdstuk brengen we zowel deze vraag- als aanbodkant in beeld. Hierbij maken we onderscheid tussen de koop- en huursector. Vervolgens wordt inzichtelijk gemaakt wat de verhouding tussen vraag en aanbod betekent voor de slaagkans van woningzoekenden in Dordrecht. Tenslotte kijken we ook naar de toekomst. Hoe ontwikkelt zich de woningvraag in de komende jaren?

Dordrecht vergeleken met Nederland en Zuid-Holland; beschikbaar aanbod en prijsontwikkelingen In 2020 kwamen in Dordrecht 305 koopwoningen op de markt (1% van de totale koopwoningvoorraad). Dat is redelijk vergelijkbaar met het landelijk (1,0%) en provinciale beeld (1,1%). Het aantal aangeboden koopwoningen is sinds 2016 fors afgenomen in Dordrecht (-74%). Dit is vergelijkbaar met de provinciale tendens (-75%). Landelijk was de afname nog wat groter (-78%). Het afgenomen aanbod het (mede) geleid tot stijgende verkoopprijzen. Sinds 2016 is de gemiddelde transactieprijs in Dordrecht met 40% gestegen (landelijk +37%, provincie +44%). De gemiddelde transactieprijs in Dordrecht lag anno 2020 met €258.900 wel aanzienlijk lager dan het landelijke (€334.500) en provinciale gemiddelde (€333.800). Dat de koopwoningmarkt in Dordrecht relatief betaalbaar is blijkt ook uit de hoogte van aangevraagde hypotheken. In Dordrecht ligt de gemiddelde hypotheekbedrag op €292.000, landelijk ligt dat op €347.000. De sociale huursector in Dordrecht kent een relatief hoge mutatiegraad; gemiddeld 9,4% per jaar over 2016-2019 (landelijk: 8%, provinciaal: 7,4%). Bron: CBS (2021), Lokale Monitor Wonen (2021), Realisatiemonitor Bouwende Stad (2021)

2.1

Koopsector

In Dordrecht staan op dit moment ongeveer 31.930 koopwoningen. Daarmee vormt de koopsector met ongeveer 58% van de totale woningvoorraad het grootste segment binnen de gemeente en is deze sector relatief ook iets groter dan het provinciale (52%) en landelijke (57%) gemiddelde. Maar de totale voorraad geeft nog geen scherp beeld van de beschikbaarheid. Daarvoor is vooral het aantal woningzoekenden versus het vrijkomende aanbod van belang. Woningzoekenden versus vrijkomend aanbod In de woningmarktonderzoeken van 2016 en 2020 is gekeken hoeveel huishoudens op korte termijn (in de komende twee jaar) willen verhuizen in Dordrecht, welke woning ze daarbij zoeken en welke woning ze eventueel achterlaten. Hierbij is qua doelgroep onderscheid gemaakt tussen doorstromers en starters. Qua woningtype is onderscheid gemaakt naar eengezins- en meergezinswoningen (naar huur en koop) en naar koopprijsklassen.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

24

Figuur 2.1: Vraag woningzoekenden (komende twee jaar) en aanbod naar woningtypen in gemeente Dordrecht 2016 (links) en 2020 (rechts)

Bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden, Rigo (2016 en 2020)

Uit deze woningmarktonderzoeken komt naar voren dat de actuele marktdruk in de koopsector het hoogst is bij eengezinswoningen. Het aantal woningzoekenden is in dit segment veel groter dan het verwachte aanbod. Dat gold zowel in 2016 als in 2020. Dit geldt inmiddels ook voor de koopappartementen (terwijl in 2016 het aanbod nog iets groter was dan de vraag). De toegenomen druk op de koopwoningmarkt komt vooral doordat het aantal woningzoekenden (zowel doorstromers als starters) is toegenomen. Het woningaanbod dat via verhuizingen beschikbaar komt is ook wel toegenomen, maar veel minder dan het aantal woningzoekenden.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

25

Grootste tekort aan (middel)dure koop, druk op goedkope segment sterk toegenomen In 2016 was er in de koopsector vooral een tekort aan woningen in de prijsklasse €300.000-€450.000. Ook het aantal woningzoekenden naar woningen tussen de €200.000 en €300.000 was groter dan het verwachte aanbod. Er waren ook veel woningzoekenden in de goedkoopste prijsklasse (<€177.400), maar hierin was ook veel aanbod. In 2020 is het beeld veranderd. Er is nu een tekort aan woningen in elke koopprijsklasse, ook in het goedkoopste segment (waar dat voorheen niet het geval was). Wel is (net als in 2016) het grootste tekort te zien bij koopwoningen tussen de €300.000 en €450.000. Het aantal woningzoekenden in deze prijsklasse is sterk toegenomen ten opzichte van 2016. Overigens het aanbod aan woningen in de prijsklassen vanaf €250.000 in de afgelopen jaren flink toegenomen (maar het aantal woningzoekenden nog meer). Figuur 2.2: Vraag woningzoekenden (komende twee jaar) en aanbod naar koopprijsklassen in gemeente Dordrecht 2016 (links) en 2020 (rechts)*

Bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden, Rigo (2016 en 2020) *De prijsgrens van de goedkoopste koopprijsklasse is geïndexeerd in 2020 (waar dat voor de andere prijscategorieën niet is gebeurd). Hierbij lijkt de jaarlijkse indexactie voor de prijsgrens voor sociale koopwoningen als referentie te zijn genomen (al is dit nergens in de woningmarktonderzoeken nader toegelicht)

Prijsstijgingen leiden tot meer aanbod (middel)dure koop Na 2016 was er eerst een forse stijging van het woningaanbod in de koopsector. In 2017 en 2018 kwamen jaarlijks ruim 1.800 koopwoningen op de markt (ongeveer 6% van de totale koopvoorraad in Dordrecht). Een gevolg van de naweeën van de crisis. Er stonden nog veel woningen te koop, waardoor mensen die zich meer en meer op verhuizen begonnen te oriënteren ook nog veel keus hadden en daarin slaagden. Maar in de jaren daarna nam het woningaanbod sterk af. In 2020 lag het koopwoningaanbod op ongeveer 1.675 woningen (5% van de koopvoorraad). Maar met name het aanbod naar prijsklasse is de afgelopen jaren veranderd. Bestond in 2016 nog het grootste deel van de transacties uit woningen tot €200.000 (68% van alle transacties), in 2020 was dat nog slechts 37% van alle transacties. Het aantal transacties van woningen tussen de €200.000 tot €300.000 is juist fors toegenomen; van 23% in 2016 naar 39% in 2020. Het aandeel transacties in de prijsklasse vanaf €300.000 steeg met ongeveer hetzelfde aantal procentpunten; van 9% in 2016 naar 24% in 2020.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

26

Bron: NVM (2021)

Figuur 2.3: Ontwikkeling aantal woningtransacties koopsector Dordrecht 2016-2020 (naar prijsklasse) Lag de gemiddelde transactieprijs van een koopwoning in Dordrecht in 2016 nog op €184.300, in 2020 was dat gestegen naar €258.800. Een stijging van +40%. Deze stijging lag iets boven het landelijke beeld (+37%), maar was iets lager dan het gemiddelde in Zuid-Holland (44%). Uit dit beeld valt op te maken dat de beschikbaarheid van middeldure en dure koopwoningen (> €200.000) in Dordrecht de afgelopen jaren het grootste knelpunt vormde, maar dat de goedkope koopwoningen (< €200.000) op dit vlak een inhaalslag hebben gemaakt. Ook in het goedkope segment is de beschikbaarheid flink verminderd (waar dit vanuit het verleden juist een segment was waar relatief veel aanbod in te vinden was in Dordrecht).

Voorbeeld van doelgroepen op zoek naar een koopwoning

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

27

2.2

Sociale huursector

Beschikbaar woningaanbod afgenomen In de gemeente Dordrecht stonden anno 2020 ongeveer 16.230 huurwoningen in het bezit van woningcorporaties (ongeveer 29% van de totale woningvoorraad). Het grootste deel hiervan is in bezit van Trivire en Woonbron (totaal ruim 15.600 woningen). Maar het aantal huurwoningen dat daadwerkelijk op de markt beschikbaar is gekomen is aanzienlijk kleiner. In 2016 kwam ongeveer 6% van de corporatievoorraad beschikbaar door mutatie. In 2020 was dat percentage afgenomen op 5,3%. Niet alleen is de totale huurvoorraad van deze corporaties afgenomen (van 16.330 woningen in 2016 naar 15.667 in 2020), ook het aantal mutaties is dus afgenomen. Figuur 2.1: Ontwikkeling huurwoningvoorraad Trivire en Woonbron en mutatiegraad in Dordrecht (2016-2020) Ontwikkeling huurwoningvoorraad Trivire en Woonbron en mutatiegraad in Dordrecht 2016

2017

2018

2019

2020

Aantal sociale huurwoningen

16.330

16.289

16.276

15.652

15.667

Aantal mutaties

1.016

1.171

1.002

829

837

Mutatiegraad

6,2%

7,2%

6,2%

5,3%

5,3%

Bron: Jaarverslagen Trivire en Woonbron (2016, 2017), IBW (2018, 2019, 2020)

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

28

Overigens wordt ook een deel van de particuliere huurvoorraad (zie paragraaf 2.3) verhuurd tegen een sociale huurprijs (onder de €752). De meest recente analyse hiervan dateert uit 2019. Voor Dordrecht zou destijds ongeveer tweederde van de particuliere huurvoorraad worden verhuurd onder de €7524. Door prijsstijgingen in de laatste jaren zal dit aandeel naar verwachting wat zijn afgenomen. Grootste vraag naar appartementen, maar beschikbaarheid eengezinswoningen groter probleem In figuur 3.2 was te zien dat de meeste woningzoekenden in de sociale huur zich richten op een appartement, maar dat hier ook verreweg het meest aanbod in beschikbaar is. De vraag naar eengezinswoningen is veel kleiner, maar het aanbod blijft hierbij achter. Daarom kwam zowel uit het woningmarktonderzoek van 2016 als 2020 naar voren dat de druk in de huursector wat groter was bij de eengezinswoningen dan bij de appartementen. Meeste toewijzingen tot 2e aftoppingsgrens De afname van het aantal vrijgekomen huurwoningen is met name te zien onder de lagere huurprijsklassen (< 2e aftoppingsgrens). Het aanbod aan sociale huur tussen 2e aftoppingsgrens en liberalisatiegrens nam de afgelopen jaren juist iets toe (van 12% in 2016 naar 16% in 2020). Figuur 2.4: Jaarlijks mutaties corporatievoorraad naar huurprijsklasse in Dordrecht (2016-2020)

Bron: Beschikbaarheidsmonitor (2020)

Toewijzing urgentie en directe bemiddeling De meeste vrijkomende sociale huurwoningen worden in de regio Drechtsteden toegewezen op basis van inschrijftijd5. Maar daarnaast wordt een deel van de vrijkomende huurvoorraad met voorrang toegewezen aan mensen met een urgentiestatus (bijvoorbeeld omdat hun woning wordt gesloopt en herbouwd, omdat ze statushouder zijn, etc.). Daarnaast is er ook een groep die via directe bemiddeling een woning krijgt toegewezen (vaak mensen die vanuit Beschermd Wonen weer zelfstandig moeten wonen). In 2016 werd 48% van alle vrijkomende sociale huurwoningen in Dordrecht toegewezen aan mensen met urgentie of via directe bemiddeling (regionaal lag dat percentage lager; 38%)6. Dit hoge percentage lijkt deels veroorzaakt door urgenties in het kader van stadsvernieuwing (herstructurering). In de eerste helft van 2021 was dit aandeel voor Dordrecht afgenomen naar 31,6%7. Er komen dus niet alleen in absolute zin minder sociale huurwoningen beschikbaar op jaarbasis (zoals we in tabel 2.1 zagen), een groot deel van deze vrijkomende voorraad moet ook worden toegewezen aan mensen met urgentie of directe bemiddeling. De beschikbaarheid van sociale huur voor reguliere woningzoekenden neemt daardoor af. 4

bron: Lokale Monitor Wonen (2021)

5

Daarnaast wordt een deel van de vrijkomende huurvoorraad via loting toegewezen (zie ook paragraaf 3.2)

6

Woningmarktonderzoek Drechtsteden, Rigo (2020)

7

Beschikbaarheidsmonitor (2021)

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

29

Woningtoewijzing naar leeftijds- en inkomensklasse In Dordrecht werd een iets groter aandeel van de huurwoningen toegewezen aan jongeren tot 23 jaar dan gemiddeld in de regio. Het aandeel toegewezen woningen aan 65-plussers lag in Dordrecht juist wat lager dan gemiddeld. Figuur 2.5: Jaarlijks toegewezen corporatiewoningen naar leeftijd nieuwe huurder in Dordrecht versus regionale beeld (2017-2019)

Bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden, Rigo (2016 en 2020)

Daarnaast wordt een aanzienlijk groter deel van de vrijkomende huurvoorraad toegewezen aan de laagste inkomensgroep dan het regionale beeld laat zien. Figuur 2.6: Jaarlijks toegewezen corporatiewoningen naar inkomen nieuwe huurder in Dordrecht versus regionale beeld (2017-2019

Bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden, Rigo (2016 en 2020)

Reactiegraad sterk toegenomen De afgelopen jaren is de reactiegraad (het aantal reacties op vrijgekomen woningen) in de sociale huursector aanzienlijk toegenomen. Dit laat zien dat het aantal geïnteresseerde woningzoekenden per vrijkomende corporatiewoning in de loop der jaren is toegenomen. De reactiegraad in Dordrecht was duidelijk hoger dan het regionale gemiddelde. In de Beschikbaarheidsmonitor hanteren corporaties en gemeenten een norm van maximaal 180 reacties per vrijkomende woning als een van de graadmeters voor de beschikbaarheid van sociale huur. Sinds 2019 zit de reactiegraad in Dordrecht ruim boven deze norm. Eerst gold dat enkel voor woningen tussen de 1e en 2e aftoppingsgrens, inmiddels ligt de reactiegraad in de meeste prijsklassen in de sociale huur boven deze norm.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

30

Tabel 2.2: Ontwikkeling reactiegraad sociale huursector in Dordrecht (naar huurprijsklasse) versus regio 2016-2020. Ontwikkeling reactiegraad sociale huursector in Dordrecht 2016

2017

2018

2019

2020

< kwaliteitskortingsgrens < 1e aftoppingsgrens < 2e aftoppingsgrens < liberalisatiegrens

79,5 160,4 69,7 18,6

94,0 178,0 114,7 22,5

93,1 182,9 115,5 37,8

129,8 243,6 161,9 57,1

188,4 295,9 194,0 66,3

Totaal Dordrecht

116,7

138,8

144,8

192,7

240,1

Totaal Drechtsteden

97,4

115,2

132,2

175,5

207,4

Bron: Beschikbaarheidsmonitor (2020)

Inschrijftijd en zoektijd lopen op De druk op de sociale huursector kan ook inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van de inschrijftijd en zoektijd. Hier zit echter een groot verschil tussen. De inschrijftijd (periode vanaf de inschrijving totdat men een woning kreeg toegewezen) is in Dordrecht de afgelopen jaren opgelopen van gemiddeld 5 jaar (2016) naar 6,9 jaar (1e helft 2021). De zoektijd geeft echter vaak een wat nauwkeuriger beeld van de vraagdruk, omdat hier wordt gekeken naar de periode vanaf de 1e reactie tot het moment dat men een woning kreeg toegewezen. De gemiddelde zoektijd ligt in Dordrecht beduidend lager dan de inschrijftijd, namelijk 2,7 jaar. Ook deze zoektijd is de afgelopen jaren wat opgelopen, ongeveer gelijk aan het regionale beeld. In de Beschikbaarheidsmonitor hanteren corporaties en gemeenten een norm van 6 jaar inschrijftijd en 2 jaar zoektijd als graadmeters voor de beschikbaarheid van sociale huur. Beide indicatoren zitten in Dordrecht boven de norm. Tabel 2.3: Ontwikkeling inschrijftijd en zoektijd sociale huursector in Dordrecht versus regio (2016-2020). Ontwikkeling inschrijftijd en zoektijd sociale huursector in Dordrecht 2016

2017

2018

2019

2020

2021

Dordrecht

Inschrijftijd Zoektijd

5,0 1,8

5,0 1,9

5,4 2,0

6,5 2,2

6,0 2,6

6,9 2,7

Regio Drechtsteden

Inschrijftijd Zoektijd

4,9 1,8

5,1 2,0

5,7 2,0

6,7 2,4

6,9 2,6

6,6 2,7

Bron: Beschikbaarheidsmonitor (2020) *1e helft van het jaar

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

31

Voorbeeld van doelgroepen op zoek naar een sociale huurwoning

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

32

2.3

Particuliere huursector

In Dordrecht staan ongeveer 7.000 huurwoningen die in bezit zijn van particuliere verhuurders; ongeveer 13% van de totale woningvoorraad. De mutatiegraad van deze woningen ligt met ongeveer 17 à 18% per jaar aanzienlijk hoger dan bij sociale huur en koopwoningen. De laatste twee jaar nam het aantal mutaties wel wat af ten opzichte van voorgaande jaren. Figuur 2.7: Jaarlijkse mutaties particuliere huurvoorraad in Dordrecht (2016-2020)

Bron: CBS (2021)

Voorbeeld van doelgroepen op zoek naar een particuliere huurwoning

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

33

2.4

Keuzemogelijkheden en slaagkansen per doelgroep

In de voorgaande paragrafen hebben we naar de trends op het vlak van vraag en aanbod per segment (koop, sociale- en particuliere huur) gekeken. In deze paragraaf maken we de balans op; is de beschikbaarheid van woningen (uitgesplitst naar verschillende marktsegmenten) de afgelopen jaren toe- of afgenomen in Dordrecht? Dit doen we door vraag- en aanbod voor verschillende segmenten te vergelijken, op basis van eigendom (koop, sociale- en particuliere huur) en verschillende prijsklassen8. In deze beschikbaarheidsanalyse wordt het aantal woningzoekenden dat aangeeft binnen een jaar te willen verhuizen, afgezet tegen het aantal beschikbare woningen op jaarbasis (de keuze-index; uit hoeveel beschikbare woningen kan iedere woningzoekende kiezen). Hierbij gaan we uit van het huidige aantal woningzoekenden in Dordrecht. Ligt de keuze-index onder de 1, dan is de beschikbaarheid in ieder geval ondermaats. Dit betekent dat iedere woningzoekende uit minder dan 1 woning kan kiezen; er zijn dus meer woningzoekenden dan beschikbare woningen. In de praktijk zal echter vaak gelden dat de minimale keuze-index nog iets hoger zou moeten liggen (minimaal 1,2) om tot een acceptabel beschikbaarheidsniveau te komen. Want niet iedere woning in een bepaalde prijsklasse sluit qua kwaliteit (typologie, locatie, onderhoudsniveau) aan bij wat een huishouden met een bepaald inkomen zoekt.

8

Voor eigendoms- en prijsklassen is redelijk goed te bepalen welke huishoudens hier naar op zoek zijn (op basis van hun inkomen). De beschikbaarheid naar woontypologie (eengezins- en meergezinswoningen) is veel lastiger te bepalen, omdat in elke doelgroep wel een deel van de huishoudens op zoek is naar een eengezinswoning of appartement, zonder dat op basis van een of meerdere huishoudenskenmerken te bepalen is welke huishoudens dat zijn.

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

34

Beschikbaarheid van woningen in 2016 We kijken eerst naar de beschikbaarheid per doelgroep in Dordrecht in 2016: Tabel 2.4: Gemeente Dordrecht. Beschikbaarheid van woningen per doelgroep, op basis van aantal actief woningzoekenden en vrijkomend woningaanbod (2016) Situatie Dordrecht 2016

Beschik baar aanbod

< Huur toeslag grens

Huur toeslag grens - €40.024

€40.024 €44.655

€44.655 €56.000

€56.000 €72.000

> €72.000

2.790

1.710

565

2.210

825

820

Potentiële keuze

890

1.040

1.530

2.790

440

140

Potentiële vraag

2.790

1.710

565

2.210

825

820

Keuze-index vraag-aanbod 2021

0,32

0,61

2,71

1,26

0,53

0,17

Actief woningzoekenden Sociale huur < 2e aftoppingsgrens

890

Sociale huur > 2e aftoppingsgrens

150

Particuliere huur

1.380

Koop < €200.000

1.055

Koop €200.000-€300.000

355

Koop €300.000-€400.000

85

Koop > €400.000

55

Zoekprofiel van actief woningzoekenden op basis van financiële mogelijkheden en woonwensen Bron: Woningmarktonderzoek Drechtsteden (2016), NVM (2021), Beschikbaarheidsmonitor (2020)

De grootste groep woningzoekenden had een inkomen tot de huurtoeslaggrens (2.790 huishoudens). Gelet op hun financiële mogelijkheden komen zij doorgaans alleen in aanmerking voor een sociale huurwoning tot de 2e aftoppingsgrens. Een andere grote groep woningzoekenden waren huishoudens met een inkomen tussen €44.655 en €56.000. Zij hebben meestal een te hoog inkomen om in aanmerking te komen voor sociale huur en zoeken daarom vooral een koopwoning tot maximaal €300.000 of een particuliere huurwoning. Het grootste aanbod van woningen bestond uit particuliere huurwoningen. Vooral doordat dit marktsegment een hoge mutatiegraad kende (en nog steeds kent). Maar er kwamen in 2016 ook relatief veel koopwoningen tot €200.000 op de markt. Het beschikbare aanbod aan met name koopwoningen boven de €300.000 was juist zeer beperkt. Het gevolg was dat met name voor de laagste en hoogste inkomens in Dordrecht de beschikbaarheid van woningen tekort schoot. Op iedere woningzoekende met een inkomen tot de huurtoeslaggrens kwam er slechts één woning beschikbaar. Voor de hoogste inkomensgroep stond de beschikbaarheid nog verder onder druk. Meest gunstig was de positie van woningzoekenden met een inkomen tussen de €40.024 en €44.655.

Deze groep woningzoekenden was relatief klein, terwijl er met name in de particuliere huur (en ook in sociale huur boven de 2e aftoppingsgrens relatief veel woningen beschikbaar kwamen).

EEN HUIS VOOR IEDEREEN? | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

35

Beschikbaarheid van woningen in 2021 Tabel 2.5: Gemeente Dordrecht. Beschikbaarheid van woningen per doelgroep, op basis van aantal actief woningzoekenden en vrijkomend woningaanbod (2021) Situatie Dordrecht 2021

Beschik baar aanbod

< Huur toeslag grens

Huur toeslag grens - €40.024

€40.024 €44.655

€44.655 €56.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/392/documents/15674