CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Dordtse Onderwijsvisie 2020-2030.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 december 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 48: Raadsinformatiebrief Het Dordts Leerprogramma en voortgang moties M10 'Achterstanden weg na corona', M11 'Alle kinderen tellen mee' en M12 'Verrekening Rijksbijdrage' - Raadsinformatiebrief12.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast konden scholen een beroep doen op de matchingsregeling Meer muziek in de klas en gedurende drie jaar subsidie ontvangen en zijn er diverse andere landelijke regelingen (in de maak). In 2019 is de formatie combinatiefunctionaris bij de SCE uitgebreid naar 2,5 fte. Hiervan wordt ongeveer 2 fte ingezet op het snijvlak jeugd en onderwijs, voor activiteiten in het voortgezet onderwijs en de buitenschoolse cultuureducatie (zoals Toppie en Wijkorkest Krispijn). Het Rijk subsidieert de gemeente voor 40% van de kosten van de combinatiefunctionarissen.

27 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kunst-en-cultuur/documenten/kamerstukken/2019/06/11/aanbieding-uitgangspunten-cultuurbeleid-2021-2024

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Verantwoording van middelen Als uitgangspunten hebben de gemeente en het onderwijsveld afgesproken een verschuiving te organiseren van rechtmatig naar doelmatig, van algemeen naar specifiek, van korte termijn naar lange termijn en van verantwoorden naar het afleggen van rekenschap. Deze beleidsregel is de uitwerking van de afspraken met het onderwijsveld. Hij biedt enerzijds veel ruimte voor de onderwijsinstellingen en geeft anderzijds de gemeente het noodzakelijke handvat om toe te zien op doelmatige en effectieve besteding van middelen en op de voortgang van de realisatie van de afgesproken resultaten. De beleidsregel kent een jaarlijkse actualisering. De Dordtse Onderwijsmonitor levert gegevens aan de hand waarvan bepaald kan worden wat al is bereikt en waar nog aan gewerkt moet worden.

Afspraken •

•

• • •

De gemeente bepaalt, samen met de LEA-partners, welk budget voor de hele stad beschikbaar is en welk budget specifiek voor bepaalde wijken wordt ingezet. De gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties bepalen gezamenlijk de kaders voor de inzet van middelen door de gemeente en de afzonderlijke partners voor het tegengaan van achterstanden. De schoolbesturen / scholen en kinderopvangorganisaties dienen meerjarige schoolontwikkelingsplannen in. De gemeente kent subsidie toe op basis van de kwaliteit en de resultaatgerichtheid van de plannen. De gemeente stelt een beleidsregel vast voor de verantwoording.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Samen werken aan de ambities in een programmastructuur

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ambitie

Rol van de LEA

Wij willen kinderen een ononderbroken ontwikkeling laten doormaken, talenten tot bloei laten komen en kinderen en ouders die dat nodig hebben tijdig ondersteuning bieden. Daarvoor is een sluitende keten nodig. Dat vraagt om samenwerken, van partijen onderling en met de gemeente. Vertrouwen vormt de basis voor deze samenwerking. De verantwoordelijkheid, coördinatie en sturing vanuit kinderopvang en onderwijs op doelstellingen en programmalijnen zijn doorslaggevend voor het realiseren van de ambities in deze Onderwijsvisie. De structuur volgt de inhoud, dat wil zeggen dat de inhoudelijke doelen leidend zijn bij de inrichting van het proces en het vaststellen van de strategische aanpak.

De stuurgroep Lokale Educatieve Agenda is opdrachtgever bij het realiseren van de Onderwijsvisie en stuurt de programmanager aan. Alle LEA-partijen zijn samen eigenaar.

De Onderwijsvisie vormt een richtlijn voor het strategisch handelen van alle partners. Dat betekent dat elke partij zich verbindt aan deze visie en de ambities opneemt in het eigen strategisch beleidsplan en de strategische agenda. Uiteraard blijft elke organisatie eindverantwoordelijk voor dat deel in de onderwijsvisie waar zij nu ook verantwoordelijk voor is: kinderopvang voor 0-4 jaar en buitenschoolse opvang 4-12 jaar en scholen voor het onderwijs 4-12 jaar. Het in gezamenlijkheid goed organiseren van de doorgaande lijn is vanzelfsprekend. Dat geldt voor de doorgaande lijn gedurende de levensloop van kinderen (van peuter naar kleuter en van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs), maar net zo goed voor de doorgaande lijn gedurende een dag (tussen onderwijs en buitenschoolse opvang). Hoe dat organisatorisch vorm moet krijgen in de toekomst, wordt nog uitgewerkt, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de overgangen vormt het uitgangspunt.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Programmastructuur

Programmacoördinatie en regie

De Onderwijsvisie is vastgelegd voor de komende tien jaar. Er wordt een uitvoeringsprogramma met concrete doelen – aansluitend bij de ambities - opgesteld dat minimaal vier jaar geldig is en dat elk jaar wordt geactualiseerd op basis van jaarlijkse monitorgegevens, conform de werkwijze die scholen hanteren met schoolplannen. Na vier jaar wordt de onderwijsvisie door de gezamenlijke partners tegen het licht gehouden en - indien nodig – bijgesteld. Vervolgens gaat een nieuwe termijn van vier jaar in met een uitvoeringsprogramma. Bij de evaluatie is ook aandacht voor de volgende stap: het betrekken van het voortgezet onderwijs.

De gemeente en haar partners uit kinderopvang en onderwijs stellen gezamenlijk een uitvoeringsprogramma op. Dit wordt vastgesteld in de stuurgroep LEA. De gemeente is verantwoordelijk voor de coördinatie en regie van het uitvoeringsprogramma.

We werken met een samenhangend programma om de ambities te bereiken. Er komen zo min mogelijk losse tijdelijke subsidieregelingen, zodat de besturen, de opvangorganisaties en de scholen alle mogelijkheden hebben om structureel te bouwen aan de kwaliteit van kinderopvang en onderwijs en om gelijke kansen voor alle kinderen te realiseren. Ad hoc beslissingen zijn niet wenselijk, omdat daardoor de samenhang in het beleid verdwijnt. De volgende maatregelen zijn van belang om samen te werken aan het realiseren van de ambities, zoals beschreven in deze Onderwijsvisie: • Programmacoördinator aanstellen • Verantwoordelijken voor overgangen aanwijzen per speerpunt (ketenregisseurs) • Bestuurlijke samenwerkingen aangaan • Samenwerking tussen professionals op de werkvloer stimuleren en faciliteren • Stedelijke expertisecentra inrichten om kennisdeling te stimuleren en te faciliteren • Werken met een beleidscyclus: wat doen we, hoe doen we het, wat levert het op, wat betekent dat voor vervolgbeleid?

Algehele coördinatie van het programma: • Uitwerken van de ambities en actiepunten in concrete doelen en maatregelen • Partijen bij elkaar brengen op niveau van bestuur, beleid en uitvoering • Heldere afspraken maken en erop toezien dat deze nagekomen worden • Zorgen voor draagvlak bij de partijen • Bewaken van de voortgang van het programma • Evaluatie en bijstelling • Communicatie • Verantwoording afleggen aan stuurgroep LEA Regie: • Samenbrengen partijen • In kaart brengen huidige stand van zaken (wat gebeurt er al op het betreffende gebied): input voor de monitor • Opsporen verbeterpunten en omzetten naar actiepunten • Doelen voor de komende twee jaar formuleren (in lijn met de onderwijsvisie) • Maken van sluitende afspraken over verantwoordelijkheden in de keten en het werken aan de doelen (wie doet wat) • Zicht houden op de uitvoering • Bewaken van de afspraken en delen van de informatie over de voortgang • Evalueren van de resultaten • Bijstellen van de doelen en daaruit voortvloeiende actiepunten • Verantwoording afleggen aan de programmamanager

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Overlegstructuur vve De gemeente richt een vve-werkgroep in met Careyn en vertegenwoordigers van de voorschoolse voorzieningen. Deze komt 3 á 4 keer per jaar bij elkaar en stemt af over de vve-criteria, de werkwijze en andere onderwerpen betreffende vve. De vve-coördinator van Careyn onderhoudt nauw contact met de afdelingen planning van de kinderopvangorganisaties.

Kennisdeling en deskundigheidsbevordering in Expertisecentra vve, taal, rekenen en ouderbetrokkenheid Om de deskundigheid van professionals up-to-date te houden en stadsbrede kennisdeling te stimuleren, gaan we met stedelijke expertisecentra werken. De expertisecentra zorgen voor een levendige uitwisseling in de stad. Professionals vinden elkaar op inhoud en vormen met elkaar een professionele leergemeenschap. Elk expertisecentrum organiseert minimaal eenmaal per jaar een dag waarop nieuwe inzichten worden gedeeld, actuele thema’s worden besproken en goede voorbeelden worden gedeeld. De partijen pakken de oprichting van expertisecentra gezamenlijk op en maken gebruik van onderlinge verschillen om het zo noodzakelijke gesprek over kwaliteit aan te gaan. Elk van de expertisecentra wordt gedragen en gefaciliteerd door een verantwoordelijke organisatie (kinderopvang of onderwijs).

Vooralsnog willen we één expertisecentrum vve oprichten voor de voorschoolse sector en drie expertisecentra voor het basisonderwijs: een taalexpertisecentrum, een rekenexpertisecentrum en een ouderbetrokkenheidsexpertisecentum. Een kinderopvangorganisatie neemt het expertisecentrum vve voor zijn rekening en de schoolbesturen maken een onderlinge verdeling over de eindverantwoordelijkheid voor de expertisecentra taal, rekenen en ouderbetrokkenheid. De actiepunten onder het speerpunt ‘Preventie’ worden gecoördineerd door het samenwerkingsverband, dat daardoor fungeer als expertisecentrum voor zorgleerlingen. Voor het speerpunt talentontwikkeling zijn er verschillende intermediaire organisaties: het Servicebureau Onderwijs & Cultuur voor kennis en uitwisseling over cultuureducatie, Sportbureau Dordrecht voor kennis en uitwisseling over gezondheid, sport en bewegen. Hun huidige taken, het samenbrengen van vraag en aanbod, het garanderen van de kwaliteit en het organiseren van activiteiten blijven zij uitvoeren. De scholen voeren de regie over de invulling van de verlengde onderwijstijd en bepalen in dialoog met de intermediaire organisaties welk aanbod aansluit bij de leerlingen op hun school.

Verkenning leertijdverlenging Taken expertisecentra: • Bijhouden nieuwe ontwikkelingen op het thema, professionalisering borgen • Delen van kennis en ervaringen via een online platform / social media • Jaarlijkse studiedag/uitwisseling organiseren • Intervisie organiseren

Voor het verkennen van verschillende vormen van leertijdverlenging stellen de gezamenlijke schoolbesturen een tijdelijke bovenbestuurlijke werkgroep in. Dit zou eventueel een uitbreiding van de bestaande stuurgroep zomerscholen kunnen zijn.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

De gemeente, de schoolbesturen en de voorschoolse organisaties Gemeente en schoolbesturen zijn in het afgelopen decennium in een andere verhouding tot elkaar komen te staan. Dat heeft te maken met veranderende taken en rollen. De autonomie van de schoolbesturen is vergroot door het verminderen van regels en de wijze van toezicht en verantwoording. Voorschoolse instellingen hebben een wezenlijke taak bij het vroegtijdig aanpakken van onderwijsachterstanden en het voorbereiden van peuters op het basisonderwijs. De toenemende betrokkenheid van schoolbesturen bij voorschoolse organisaties (IKC-vorming) kan hierbij helpend blijken. De gemeente heeft voor het onderwijs bevoegdheden en taken in het kader van de onderwijshuisvesting en het lokaal onderwijsachterstandenbeleid, met name voorschools. Daarnaast heeft de gemeente een zwaardere rol gekregen bij (integraal) jeugdbeleid, gezondheidszorg en jeugdzorg, waar ook het onderwijs een belangrijke rol in speelt. De Onderwijsvisie biedt een kader voor samenwerking binnen deze bestuurlijke verhoudingen.

Gemeente De gemeente heeft een verantwoordelijkheid bij het creëren van randvoorwaarden op het terrein van onderwijshuisvesting, onderwijsachterstandenbeleid, leerplicht, schooluitval en de samenwerking tussen het onderwijs en instellingen. Taken van de gemeente in relatie tot de Onderwijsvisie: • Coördinatie en regie uitvoeringsprogramma Onderwijsvisie • Organiseren LEA • Vaststellen beleidskaders • Subsidies beschikbaar stellen om de doelen te verwezenlijken en daarbij experimenteerruimte bieden • Evaluatie en monitoring regisseren en faciliteren • Verantwoording afleggen aan het Rijk

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Scholen en schoolbesturen

Voorschoolse instellingen

De scholen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en de zorg van het onderwijs. Zij vormen de partijen die in de dagelijkse praktijk werken aan de ambities in de Onderwijsvisie. De schoolbesturen maken met de schooldirecteuren meerjarige afspraken over schoolontwikkeling, zodat scholen zich ook eigenaar voelen van de Onderwijsvisie. Tevens zorgen de scholen onderling voor stadsbrede kennisdeling en deskundigheidsbevordering.

Voorschoolse instellingen zijn verantwoordelijk voor hoogwaardige opvangmogelijkheden voor kinderen van 0-4 jaar en voor de uitvoering van vve met hoge kwaliteit. Vormgeven van een helder pedagogisch en educatief beleid evenals het zorgdragen voor permanente deskundigheidsbevordering van de pedagogisch medewerkers, zijn hierbij de meest essentiële randvoorwaarden. Taken van de voorschoolse instellingen: • Participeren in de LEA • Budget aanwenden om de ambities in de Onderwijsvisie te realiseren • Afspraken herijken over toeleiding vve en de doorgaande lijn naar de basisschool • Bevorderen en bewaken kwaliteit vve • Opzetten en faciliteren vve-expertisecentrum • Subsidieverantwoording afleggen aan de gemeente • Verantwoording resultaten aan het LEA

Taken van de schoolbesturen: • Participeren in de LEA • Budget aanwenden om de ambities in de Onderwijsvisie te realiseren • Afspraken maken met de schooldirecteuren over de uitvoering van de actiepunten in de Onderwijsvisie aan de hand van meerjarige schoolontwikkelingsplannen • Opzetten en faciliteren expertisecentra • Afspraken maken met andere partijen (zorg, sport, kunst en cultuur etc.) over samenwerking en verantwoordelijkheden in de keten • Subsidieverantwoording afleggen aan de gemeente • Verantwoording resultaten aan het LEA

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Professionals Waar op bestuurlijk niveau soms sprake is van belemmeringen in de samenwerking, zien we die veel minder bij de samenwerking tussen professionals op uitvoerend niveau. Per wijk biedt de samenwerking op uitvoeringsniveau veel mogelijkheden om een sluitende ketenaanpak te realiseren, zoals bijvoorbeeld een wijkgericht ib-overleg. De expertisecentra bieden de mogelijkheid voor gemeentebrede uitwisseling en gezamenlijke deskundigheidsbevordering. De professionals die in dezelfde wijk werkzaam zijn, kunnen elkaar vinden en verdere afspraken over samenwerking maken.

Wijkgericht werken In de wijken waar de achterstanden het grootst zijn, worden door de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties extra middelen ingezet. Per wijk zal een plan op hoofdlijnen worden gemaakt door de gemeente, waarbij ook aandacht is voor andere beleidsterreinen (wonen, werken, gezondheid). De scholen in de desbetreffende wijken stellen een schoolontwikkelingsplan op, aansluitend bij het wijkplan. Zij geven daarin aan wat de kinderen op hun school nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, welke maatregelen zij willen nemen, hoeveel kosten hiermee gemoeid zijn en op welke manier zij opbrengsten zichtbaar willen maken.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

De Dordtse onderwijsmonitor

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ambitie

Actiepunten

We willen beter zicht hebben op hoe we ervoor staan, zodat we kunnen vaststellen dat we de komende jaren doelgericht met elkaar werken aan het verhogen en versterken van de kwaliteit van kinderopvang en het onderwijs in de stad en welke resultaten dat oplevert. Zicht op de opbrengsten maakt onderbouwde beslissingen mogelijk over vervolgbeleid.

•

• • • • •

Werkwijze De indicatoren voor een Dordtse onderwijsmonitor worden bepaald aan de hand van de speerpunten in deze onderwijsvisie door de stuurgroep LEA, zodat er draagvlak is voor de monitor. Bij het vaststellen van de indicatoren spelen overwegingen over wat bekend is uit wetenschappelijk onderzoek een rol en nemen we mee wat er nu al verzameld wordt, zoals aantallen vve-indicaties en de leerlingresultaten van de schakelklassen. Waar mogelijk gebruiken we bestaande data. Er zijn over verschillende thema’s die in deze Onderwijsvisie benoemd zijn, gegevens beschikbaar. Soms zijn deze te halen uit openbare bronnen, maar ook worden jaarlijks data verzameld, bijvoorbeeld over het aantal door de gemeente bekostigde vve-plaatsen en over de resultaten van de leerlingen in de schakelklassen. We willen uitstroomgegevens van leerlingen naar het voortgezet onderwijs, uitgesplitst naar opleiding ouders, opnemen in de monitor, zodat we kunnen vaststellen of elk kind, ongeacht zijn of haar achtergrond, maximaal de kans krijgt talenten te ontwikkelen. Voor het vaststellen van de kwaliteit van kinderopvang en onderwijs stellen we indicatoren vast, aansluitend bij de indicatoren die de inspectie gebruikt. Ook de uitkomsten van de CLASS zullen betrokken worden in de monitor.

• • •

•

Ontwikkelen van een Dordtse onderwijsmonitor: gezamenlijk indicatoren vaststellen op basis van de ambities in de Onderwijsvisie en de daaruit voortvloeiende doelen. De volgende indicatoren krijgen in ieder geval een plaats in de monitor: Hoeveel kinderen hebben het consultatiebureau bezocht Aantal vve-indicaties en reden voor indicatie Non-bereik: wel indicatie, geen vve en de reden daarvan Bereik: hoeveel kinderen zijn gestart op een vve-locatie (uitgesplitst naar wijk) Hoeveel maanden deelname Vaststellen welke informatie beschikbaar is uit openbare bronnen en wat er al verzameld wordt. Op basis van wat er al beschikbaar is en wat bekend is uit wetenschappelijk onderzoek, besluiten we welke gegevens opgenomen worden in de Onderwijsmonitor. De monitor een vaste plaats geven in de beleidscyclus.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Bijlage 1

Acties per speerpunt Acties speerpunt 1 Taal en rekenen in doorgaande lijnen De gemeente is verantwoordelijk voor de doelgroepdefinitie en de toeleiding naar vve. De doelgroepcriteria vve worden aangescherpt en de toeleidingsprocedure wordt opnieuw vastgesteld. Careyn doet daartoe een voorstel aan de gemeente. De opnieuw vastgestelde criteria worden besproken met de voorschoolse voorzieningen. Er wordt een vve-werkgroep ingericht met de gemeente, met Careyn en met vertegenwoordigers van de voorschoolse voorzieningen. Deze komt drie á viermaal per jaar bij elkaar om de gang van zaken te evalueren en – indien gewenst – het beleid bij te stellen. Het thema ‘gemengde groepen vve’ krijgt een plaats op de agenda. Careyn organiseert daarnaast afstemmingsgesprekken tussen de vve/ DiD-coördinator en vertegenwoordigers van voorschoolse voorzieningen om de onderlinge samenwerking optimaal te houden. De gemeente is verantwoordelijk voor de invoering van 10 naar 16 uur vve. De instellingen die vve aanbieden, gaan de kwaliteit van vve meten. Zij gebruiken de CLASS om de educatieve kwaliteit van de kinderopvang te meten en te verbeteren.

De instellingen die vve aanbieden, de basisscholen en de instellingen die taal- en opvoedingsondersteuning voor ouders organiseren (zoals vveThuis, Taalkamer, Voorleesexpress) stemmen hun aanbod per wijk beter op elkaar af en peilen behoeften en mogelijkheden van ouders.

Doorgaande lijn voorschool - school: Alle kinderen worden overgedragen van voorschool naar basisschool: vve-peuters door middel van een warme overdracht, anderen minimaal door een schriftelijke overdracht. Scholen (leerkrachten) maken gebruik van stedelijke overdrachtsformulieren en geven de voorschoolse instellingen feedback op de kwaliteit ervan. De huidige overdrachtsformulieren worden geëvalueerd door de kinderopvang en het onderwijs op nut en bruikbaarheid. Instellingen voor kinderopvang en het onderwijs faciliteren overleg tussen pedagogisch medewerkers en leerkrachten. Bij de overgang van voorschool naar school werken vve-locaties en het onderwijs aan een doorgaande lijn voor het betrekken van ouders met een lage opleiding en/of migrantenachtergrond. Er wordt – binnen de wettelijke kaders – ervaring opgedaan met het ‘meedraaien’ van driejarigen op de basisschool om de overgang te versoepelen. De wethouder maakt afspraken met de schoolbesturen over het verhogen van het eindniveau van leerlingen in groep 8 (referentieniveaus). Schoolbesturen delen kennis over effectief taal- en rekenonderwijs. Zij richten een stedelijk expertisecentrum Taal in en een stedelijk expertisecentrum Rekenen. Schoolbesturen delen kennis over effectieve ouderbetrokkenheid. Zij richten een stedelijk expertisecentrum Ouderbetrokkenheid in.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Bijlage 1

Acties per speerpunt Acties speerpunt 2 Preventie en Zorg De schoolbesturen en de gemeente zien erop toe dat de schakelklassen resultaatgericht blijven werken aan de hand van een kwaliteitscyclus waar de monitor schakelklassen onderdeel van uitmaakt.

Duidelijke afspraken tussen kinderopvang/onderwijs en jeugdgezondheidszorg/jeugdzorg anderzijds, aansluitend bij de notities 'Visie samenwerking onderwijs en jeugdhulp' en ‘Integraal arrangeren’.

De schoolbesturen po en vo bespreken op welke manier kansenongelijkheid teruggedrongen kan worden bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs.

Evaluatie van de huidige situatie, waaronder de inzet van OK-coaches kinderopvang en onderwijs, opsporen van knelpunten en oplossingen zoeken.

Het gymnasium start een ‘maatjesproject’ waarbij leerlingen van hoogopgeleide ouders gekoppeld worden aan leerlingen van laagopgeleide ouders.

Interprofessionele samenwerking tot stand brengen: verbeteren en optimaliseren van de samenwerking tussen kinderopvang/onderwijs en jeugdgezondheidszorg/jeugdzorg. Integraal overleg met de jeugdprofessional, de orthopedagoog, de intern begeleider, de begeleider passend onderwijs en de Ouder-Kind-Coach. 'Integraal arrangeren' invoeren als instrument om bijvoorbeeld het aantal thuiszitters te verminderen (zie notitie ‘Visie samenwerking onderwijs en jeugdhulp’). Scholen en kinderopvang hebben overzicht over de mogelijkheden voor opvoedingsondersteuning. Er komt per wijk een sociale kaart die opvang en onderwijs kunnen helpen om passende ondersteuning voor een kind (en ouder) te vinden. Doorgaande lijn kinderopvang – primair onderwijs realiseren voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Kinderen met extra ondersteuning worden meegenomen in het structurele integrale loket op wijkniveau, waar in ieder geval een jeugdprofessional en een orthopedagoog van het samenwerkingsverband bij aanwezig zijn. Doorgaande lijn primair – voortgezet onderwijs realiseren voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Monitoring op het niveau waarop gezamenlijke afspraken zijn gemaakt.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Bijlage 1

Acties per speerpunt Acties speerpunt 3 Brede talentontwikkeling en dagarangementen Organisaties voor kinderopvang (BSO), onderwijs, sport en cultuur werken aan het versoepelen van overgangen gedurende de dag. Het Servicebureau brengt vragen van scholen en aanbieders uit de kunsten cultuursector bij elkaar en voert regie. Het ontwikkelt samen met het onderwijs programma’s met een sterke verbinding tussen kunst en cultuur enerzijds en taalontwikkeling anderzijds. Aanbieders voor diverse activiteiten onder en na schooltijd (sport, kunst & cultuur, wetenschap & techniek, natuur & milieu, sociale vaardigheden etc.) werken samen en vullen elkaar aan ten dienste van de onderwijsvisie. Zij zorgen, met name voor kinderen met een lage sociaaleconomische achtergrond voor een verbinding tussen de activiteiten die zij aanbieden met taal- en rekendoelen. Scholen gaan langjarige samenwerking aan met partners uit de cultuursector, sport, natuur en milieu en techniek etc., zodat activiteiten ingebed worden in het onderwijsprogramma en niet ad hoc plaatsvinden. De schoolbesturen onderzoeken de voor- en nadelen van verschillende modellen voor verlengde schooltijd en kiezen een variant die het meest tegemoetkomt aan het doel: verminderen van achterstanden.

De schoolbesturen stellen de doelen voor de zomerschool opnieuw vast en stemmen deze af op de behoeften per wijk (zie ook hierna: Financiering, meerjarige schoolontwikkelingsplannen).

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Bijlage 2

CBS-indicatoren om het risico op onderwijsachterstand te voorspellen Het CBS heeft indicatoren ontwikkeld die vanaf januari 2019 door het rijk worden gehanteerd bij de verdeling van de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid. Deze bestaan uit: • het opleidingsniveau van de ouders, • herkomstland van de moeder, • verblijfsduur van de moeder in Nederland, • sprake van schuldsanering. Met behulp van deze indicatoren wordt een achterstandsscore per leerling vastgesteld, dat wil zeggen: de te verwachte Cito-score voor deze leerling. Gemeenten en scholen worden bekostigd op basis van deze CBS-indicatoren. Voor kinderen met een hoger risico op een onderwijsachterstand ontvangen gemeente en schoolbesturen een hoger bedrag dan voor kinderen met een lager risico. Voor elke school is een schoolscore vastgesteld die bepalend is voor de financiering van de school door het Rijk. Het gaat om een totaalbedrag per school en een totaalbedrag voor de gehele gemeente, dus er is geen inzicht in welke leerlingen al dan niet tot de doelgroep behoren. De scores zijn op schoolen gemeenteniveau beschikbaar. Gemeente en schoolbesturen behouden de mogelijkheid om zelf te bepalen welke kinderen een extra aanbod krijgen.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Bijlage 3

Aantal (risico-) kinderen gemeente Dordrecht, per wijk 28

Wijk

Aantal kinderen

Aantal in doelgroep

% in doelgroep

Totaal

11680

2570

22

Wijk 01 Binnenstad

525

50

9

Wijk 02 Noordflank

660

200

31

Wijk 03 Oud Krispijn

1295

450

35

Wijk 04 Nieuw-Krispijn

525

180

34

Wijk 05 Het Reeland

1165

220

19

Wijk 06 Staart

440

145

33

Wijk 07 Wielwijk

705

280

40

Wijk 08 Crabbehof/Zuidhoven

955

370

39

Wijk 09 Sterrenburg

2240

340

15

Wijk 10 Dubbeldam

1210

55

5

Wijk 11 Stadspolders

1800

245

14

Wijk 19 Industriegebied West

100

10

12

Wijk 98 Verspreide bebouwing*

25

Onbekend*

25

15

56

Landelijk wordt 15% van de kinderen van 2 – 12 jaar gerekend tot de risicogroep. In Dordrecht valt 22% van de kinderen in deze doelgroep.Per wijk kan dat hoger of lager uitvallen.

28 https://dashboards.cbs.nl/v1/onderwijskansen_180543 (geraadpleegd 29-05-2019). https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/07/onderwijsachterstanden-per-gemeente-2017

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Colofon Tekst Sardes Redactie OPOD H3O SWV Dordrecht SDK SPD gemeente Dordrecht Vormgeving Impuls, Sliedrecht Datum November, 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/363/documents/14497