CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Dordtse Onderwijsvisie 2020-2030.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 14 december 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 10: Raadsinformatiebrief Het Dordts Leerprogramma en voortgang moties M10 'Achterstanden weg na corona', M11 'Alle kinderen tellen mee' en M12 'Verrekening Rijksbijdrage' - Raadsinformatiebrief12.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR 2020-2030

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Speerpunt 2

Speerpunt 1 Voorwoord

Uitgangspunten

Taal en rekenen in doorgaande lijnen

Samen werken aan de ambities in een programmastructuur

Speerpunt 3

Brede talentontwikkeling en dagarrangementen

Preventie en Zorg: sterke schakels tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg

Financiering

Bijlage 2 De Dordtse onderwijsmonitor

Bijlage 1

Acties per speerpunt

CBS-indicatoren om het risico op onderwijsachterstand te voorspellen

Bijlage 3

Aantal (risico-) kinderen gemeente Dordrecht, per wijk

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Voorwoord Dordrecht heeft een divers en kwalitatief goed aanbod van basisonderwijs en kinderopvang. Zo'n 10.000 kinderen gaan dagelijks naar school in Dordrecht en met de meeste kinderen gaat het goed. Ze voelen zich op hun plek, ontwikkelen zich 'volgens de boekjes' en doorlopen veelal probleemloos de basisschool. Hiernaast staat een grote groep Dordtse kinderen voor wie het leven minder voorspoedig verloopt. Zij groeien op in een omgeving die hun ontwikkeling belemmert. Bijvoorbeeld door taalachterstand, het opleidingsniveau van ouders, armoede of een fysieke of verstandelijke beperking. De kansenongelijkheid neemt nog steeds toe en veel talent blijft onbenut. Dat is zonde! In de eerste plaats voor deze kinderen zelf, maar ook voor onze samenleving. We hebben iedereen nodig om onze stad elke dag een beetje beter te maken. In Dordrecht zetten we ons daarom in voor de gelijke kansen van kinderen. Alle kinderen verdienen dezelfde kansen om hun talent te ontdekken en te ontwikkelen. We willen dat kinderen aan het einde van de basisschool doorstromen naar het vervolgonderwijs dat het beste aansluit bij hun capaciteiten en talenten, ongeacht hun achtergrond. De Dordtse basisscholen, kinderopvangorganisaties en gemeente Dordrecht hebben met elkaar afgesproken dat zij zich samen in gaan zetten om dit voor elkaar te krijgen.

Zij hebben het afgelopen jaar gewerkt aan deze ambitieuze onderwijsvisie voor de periode 2020-2030. De onderwijsvisie is van ons allemaal en kan alleen succesvol zijn als we hierin samenwerken. Komende periode stellen deze partijen een uitvoeringsprogramma op, waarin per speerpunt staat uitgewerkt op welke manier we de doelen willen bereiken. We maken afspraken en geven scholen en kinderopvangorganisaties de ruimte en het vertrouwen om deze te realiseren. Het echte werk wordt immers gedaan in de klas en in de

kinderopvang, door al die bevlogen leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Zij werken dag in, dag uit met onze kinderen om het beste uit hen te halen. Met een intensieve samenwerking zorgen we voor een stevige basis voor alle kinderen! Namens de stuurgroep onderwijsvisie, Peter Heijkoop Wethouder Onderwijs

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Uitgangspunten Het centrale uitgangspunt in onze onderwijsvisie is dat élk kind veilig, gezond, kansrijk en met veel plezier moet kunnen opgroeien in Dordrecht. We willen kinderen optimale kansen bieden om zichzelf, hun talenten en mogelijkheden en de wereld om hen heen te ontdekken. Er gebeurt al veel in Dordrecht, maar het kan altijd beter. Ongelijkheid kent verschillende oorzaken: verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen; te vroege selectie van leerlingen voor voortgezet onderwijs; het toenemende lerarentekort, waar vooral scholen in achterstandswijken de dupe van zijn; kinderen die geen passend onderwijs krijgen, met als gevolg langdurige thuiszitters, ouders die minder hulpbronnen tot hun beschikking hebben dan anderen enzovoorts. Niet alles kan opgelost worden in het onderwijs. Maar we zijn ervan overtuigd dat er nog steeds onbenut potentieel onder de Dordtse kinderen is en daarom willen we uit elk kind ‘halen wat erin zit’. Het voorkomen en tegengaan van onderwijsachterstanden vormt de rode draad in onze onderwijsvisie. Een einddoel dat alle partners onderschrijven en waar zij in gezamenlijkheid aan willen werken is: Kinderen stromen aan het einde van de basisschool uit naar het vervolgonderwijs dat het beste aansluit bij hun capaciteiten en talenten, ongeacht hun achtergrond.

Gelijke kansen Wij willen de groei van de kansenongelijkheid in Dordrecht doorbreken en er voor zorgen dat de generatie kinderen van nu met een hoger opleidingsniveau uitstroomt richting de arbeidsmarkt. Op deze manier kan een generatie kinderen zich kansrijker ontwikkelen. Bovendien draagt dit bij aan het versterken van het sociaaleconomisch profiel van de stad en daarmee is dit een investering die de stad op de lange termijn terugverdient. Op dit moment slagen wij er nog niet in om het probleem van de kansenongelijkheid in Dordrecht te verminderen. Dit probleem wordt van generatie op generatie doorgegeven en is aanwijsbaar groter in bepaalde delen van de stad. Het onderwijs, de kinderopvangorganisaties en de gemeente Dordrecht slaan hun handen ineen om de groeiende kansenongelijkheid aan te pakken. Gezamenlijk willen wij de komende 10 jaar investeren in de ontwikkeling van kinderen waarvoor een onbelemmerde ontwikkeling niet vanzelfsprekend is.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Schakel Om dat doel te bereiken, is een sluitende cirkel nodig van organisaties die onderling samenwerken en goede afspraken hebben gemaakt over de verdeling van verantwoordelijkheden. Juist bij de overgang tussen voorzieningen, dus bij de transitiemomenten, is samenwerking en een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid van het allergrootste belang. Onze ambitie is dat er een keten van voorzieningen ontstaat met sterke schakels en een duidelijke verdeling van taken en rollen, zodat geen enkel kind tussen wal en schip valt!

We onderscheiden de volgende drie ketens waar heldere afspraken over de schakels nodig zijn: • Doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen gedurende de levensloop (inclusief de overgang naar het voortgezet onderwijs): 0-4 jaar, 4-12 jaar, 12-18 jaar • Doorgaande lijn gedurende de dag: van 8 uur 's morgens tot 8 uur ‘s avonds • Doorgaande lijn in de samenwerking kinderopvang1/onderwijs en zorg In onze onderwijsvisie 2020 – 2030 werken we uit hoe we door middel van de ketenbenadering willen bereiken dat elk kind optimale ontwikkelingskansen krijgt. Daarbij hanteren we drie speerpunten: 1. Taal en rekenen 2. Preventie 3. Brede talentontwikkeling

1 Waar in de Onderwijsvisie ‘kinderopvang’ staat, wordt ook peuteropvang bedoeld.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Speerpunt 3: brede talentontwikkeling

Speerpunt 1: taal & rekenen Doorgaande lijn 0 tot 4 jaar

4 tot 12 jaar

Speerpunt 2: preventie en zorg Doorgaande lijn: zorg

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Doorgaande lijn binnen- en buitenschools 12 tot 18 jaar

Ouders Bij elk van de speerpunten vormen ouders een belangrijke partij. Organisaties kunnen nog zo hard werken aan de ontwikkeling van kinderen, zonder de ouders lukt het niet om echte vooruitgang te boeken. We hebben daarom ook ambities voor ouderbetrokkenheid geformuleerd. We zien verschillen tussen hoog- en laagopgeleide ouders, die vergaande consequenties hebben voor de schoolloopbaan van kinderen en jongeren. De Inspectie van het Onderwijs signaleert al een aantal jaar dat schoolloopbanen van kinderen in toenemende mate afhankelijk zijn geworden van de sociaal-economische achtergrond van hun ouders. Hoogopgeleide ouders kiezen vaker voor een ‘witte’ school; ouders met hogere inkomens, maken vaker gebruik van bijles; hoger opgeleide ouders maken zich sterk voor hoge schooladviezen voor hun kinderen. Deze ouders willen het beste voor hun kind. Om ervoor te zorgen dat elk kind ‘het beste’ krijgt, zodat ook kinderen van lager opgeleide ouders hun talenten volledig kunnen ontwikkelen, hebben we in de Onderwijsvisie een aantal maatregelen opgenomen, zoals bijvoorbeeld extra onderwijstijd voor kinderen die van huis uit minder kansen krijgen.

niet uitsluitend vanuit het eigen belang werken, maar bij alles de vraag in het achterhoofd houden of het al dan niet in het belang is van de ontwikkeling van de kinderen in Dordrecht. Er is meer nodig dan goede kinderopvang en onderwijs om de ambities in de Onderwijsvisie te bereiken. Dat staat ook verwoord in het Coalitieakkoord: ‘Voor onze nieuwe generatie Dordtenaren is ons motto: geen kind tussen wal en schip. Wij stellen ons tot doel dat alle kinderen mee kunnen doen op school, niet opgroeien in armoede en later aan het werk kunnen. De ambities uit het Thuiszitterspact (2017) en het programma Samen tegen Armoede omarmen we. We verbeteren onze succesvolle aanpak voortijdig schoolverlaters én we maken heldere afspraken met basisscholen en kinderopvangorganisaties over het bieden van gelijke kansen en voorkomen/aanpakken van onderwijsachterstanden. (…) Met de basisscholen en de kinderopvangorganisaties stellen we een ambitieuze onderwijsvisie op met daarin heldere afspraken hoe wij gezamenlijk werken aan de gelijke kansen voor kinderen. Hierbij leggen we ook koppelingen met de aanpak laaggeletterdheid, armoedebestrijding, muziekonderwijs, gezondheid en lifestyle (JOGG)2.'Maatregelen op het gebied van wonen, werken en gezondheidszorg kunnen er mede voor zorgen dat kinderen maximale kansen krijgen om zich te ontwikkelen.

Dat betekent dat het onderwijs niet alles alleen kan, er zijn andere partijen nodig om de ambities te kunnen verwezenlijken.

Samenwerking Om de kansen van leerlingen uit lagere milieus te vergroten, zou het uitgangspunt moeten zijn dat kinderen zo lang mogelijk in zo heterogeen mogelijke groepen in kinderopvang en onderwijs zitten. Dat is niet alleen van belang om ervoor te zorgen dat elk kind kansen krijgt zich optimaal te ontwikkelen, maar het biedt kinderen met verschillende achtergronden de mogelijkheid om van en met elkaar te leren en om met verschillen in een groep te leren omgaan. Als leerlingen te vroeg worden gegroepeerd naar achtergrondkenmerken, dan dreigt het gevaar van sociale segregatie. Het tegengaan hiervan is een belangrijk doel voor ons. Het kind staat centraal. Dat is gemakkelijk gezegd en daar zal niemand tegen zijn. Maar dat betekent nogal wat. Bijvoorbeeld dat organisaties

2 Coalitieakkoord Dordrecht 2018 – 2022.

In deze Onderwijsvisie gaan we vooral in op de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de kinderopvang. We beschrijven niet alleen de inhoudelijke speerpunten en ambities, maar ook de voorwaarden waaronder we de doelen willen bereiken. Het gaat dan om: financiering, samenwerking, wijkgericht werken en de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden. Daarbij is integraal werken het streven, dat wil zeggen: doorgaande lijnen, soepele overgangen en sterke schakels. Onderstaand model brengt de verschillende doelen en middelen van een samenhangend beleid in beeld, waarbij kinderopvangvoorzieningen en het onderwijs de spil vormen en een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van de doelen, samen met andere partijen.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Wijkaanpak

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Samen naar school

Gezinnen ontlasten

(inculsiever onderwijs)

Kinderopvang School Soepelere overgangen

Eén gezin, één plan

Gelijke kansen

Speerpunt 1

Taal en rekenen in doorgaande lijnen

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ambitie Ongeveer 2,5 miljoen mensen in Nederland hebben grote moeite met taal en/of rekenen volgens de Algemene Rekenkamer (2016). Vaak hebben zij daardoor ook minder digitale vaardigheden. Taal en rekenen zijn de basisvaardigheden die iedereen nodig heeft om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Taal- en rekenonderwijs vormen dan ook het fundament van het onderwijs, maar ook in de voorschoolse periode is er aandacht voor. Dat is met name van belang voor kinderen die het risico lopen op een taal- of rekenachterstand. Al vanaf de leeftijd van twee jaar zijn er verschillen in de ontwikkeling tussen kinderen die samenhangen met de sociaal-economische achtergrond. Deze verschillen tussen groepen stabiliseren of worden zelfs kleiner wanneer kinderen massaal gaan deelnemen aan voorschoolse opvang en educatie en kleuteronderwijs3. Kinderen van ouders met een lage opleiding en/of een migrantenachtergrond krijgen daarom voorschoolse educatie en extra aandacht op de basisschool. We streven naar zo min mogelijk breuklijnen in de ontwikkeling van kinderen: voorschool – school en primair – voortgezet onderwijs. Dat is niet alleen in het belang van kinderen en hun ouders, maar ook professionals zijn gebaat bij continuïteit in de ontwikkeling van kinderen, zodat zij kunnen voortbouwen op wat er in de periode ervoor is gebeurd.

Omdat we segregatie willen tegengaan en ervoor willen zorgen dat kinderen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten in de

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

kinderopvang, bieden we vve zo veel mogelijk in gemengde groepen aan. Het bevorderen van integratie is ook een ambitie voor het primair onderwijs. Ouders hebben vrije schoolkeuze, maar het is ongewenst dat er in één wijk ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen bestaan. We gaan voor een verhoging van de eindniveaus taal en rekenen met speciale aandacht voor kinderen die momenteel aan het einde van de basisschool een lager niveau hebben dan je op grond van hun capaciteiten mag verwachten (onderpresteerders). Binnen de stad gaan we kennis en expertise rondom taal- en rekenontwikkeling bundelen en versterken, zodat we met elkaar kwalitatief het beste taal- en rekenonderwijs kunnen verzorgen, passend bij de behoefte van het kind.

3 Slot, P. & Leseman, P. (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar. Bevindingen uit de wetenschap. PACT voor kindcentra. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Samengevat • •

•

• •

Vve voor doelgroepkinderen om (dreigende) taal- en ontwikkelingsachterstand tegen te gaan. Integratie bevorderen en segregatie tegengaan, onder andere door te streven naar zoveel mogelijk gemengde groepen in vve (16 uur) en gemengde leerlingpopulaties op de scholen. Kwalitatief het beste taal- en rekenonderwijs, verhoging van referentieniveaus taal en rekenen eind groep 8, met name voor kinderen van laagopgeleide ouders en/of met een migrantenachtergrond. Kennis en expertise rondom taal- en rekenontwikkeling bundelen en versterken in de stad. Doorgaande lijn 3-14 jaar voor taal en rekenen: zo min mogelijk breuklijnen in de ontwikkeling van kinderen.

Kwaliteit van vve Sommige kinderen hebben meer aandacht en/of tijd nodig om ontwikkelingsdoelen te bereiken dan andere kinderen. Om die reden is vve beschikbaar voor de kinderen die vanwege hun achtergrond meer risico lopen op taalachterstand. Er is internationaal sterk bewijs dat vroege interventies zichzelf (meer dan) terugverdienen op de langere termijn. Dit rendement wordt vooral bepaald door de positieve effecten op achterstandskinderen. Ook in Nederland lijkt investeren in voorschoolse programma’s economisch rendabel4.

Kwaliteit speelt een sleutelrol om effecten van vve te bereiken. Voor kinderen in maatschappelijke achterstandssituaties is gebruikmaken van (kwalitatief hoogwaardige) kinderopvang vóór de driejarige leeftijd waarschijnlijk gunstig voor de ontwikkeling. De totale duur van het voorschoolse programma hangt positief samen met effecten op de cognitieve ontwikkeling, ook op langere termijn. De positieve effecten van educatieve voorzieningen of programma’s zijn in sterke mate afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoering, de kwaliteit van de interacties en het curriculum van spel en activiteiten dat aangeboden wordt5. We gaan daarom voor een hoge kwaliteit van vve. Drie aspecten bepalen de kwaliteit: emotionele ondersteuning van kinderen, educatieve ondersteuning en klassenmanagement. Bekend is dat een vveprogramma weliswaar belangrijk is, maar dat de interacties tussen professional en de kinderen het daadwerkelijke verschil kan maken. Activiteiten van pedagogisch medewerkers met aandacht voor taal en ontluikende gecijferdheid hebben een positief effect op woordenschat en rekenvaardigheden van peuters. De kinderopvang zal hier expliciete aandacht aan besteden bij de deskundigheidsbevordering van de medewerkers.

Om de kwaliteit van de interactie tussen professionals en kinderen te blijven volgen, gaan de organisaties die vve aanbieden met elkaar een systeem van onderlinge audits opzetten, bijvoorbeeld met behulp van het Classroom Assessment Scoring System (CLASS) of een andere vorm van externe of interne audits6. Dit instrument krijgt een plaats in de Dordtse onderwijsmonitor.

4 Slot & Leseman (2019). 5 Idem. 6 De gemeente Enschede laat een externe organisatie periodiek audits uitvoeren. In de gemeente Leiden bestaat een systeem van interne, onderlinge audits m.b.v. een eigen kijkwijzer vve-kwaliteit.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Segregatie en integratie Door kinderen met een vve-indicatie bij elkaar in homogene groepen te plaatsen, kan weliswaar effectief gewerkt worden aan de ontwikkeling, maar het geeft kinderen met een lagere sociaal-economische achtergrond niet de mogelijkheid om zich op te trekken aan kinderen van hoger opgeleide ouders met meer taalvaardigheid. Het werkt bovendien segregatie in de hand7. Heterogeen samengestelde groepen verdienen daarom de voorkeur als het gaat om het tegengaan van segregatie. Om ook positieve resultaten te behalen met gemengde groepen, moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden. Het blijkt dat de implementatie van vve-methoden (educatieve proceskwaliteit en activiteitenaanbod) momenteel beter is bij een groter aandeel doelgroepkinderen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er in instellingen met een groter aandeel doelgroepkinderen meer commitment is met de doelen van het onderwijsachterstandenbeleid8. Ook in gemengde groepen moet er dus expliciet aandacht zijn voor de kwaliteit van vve. Uit een vergelijkend onderzoek naar gemengde en ongemengde groepen in Utrecht blijken in peutergroepen positieve effecten op ontluikende rekenvaardigheid, maar niet op woordenschat/ontluikende leesvaardigheid. Voor gemengde kleutergroepen zijn er positieve effecten gevonden.

Kinderen met een risico op (taal)achterstanden gaan in gemengde kleutergroepen sneller vooruit dan kinderen in niet-gemengde kleutergroepen op het gebied van zowel woordenschat/ontluikende leesvaardigheid als ontluikende rekenvaardigheid. Voor sociaalemotionele ontwikkeling maakt het niet uit of een kind in een gemengde of ongemengde groep zit9.

Het aanbieden van vve in gemengde peuter- en kleutergroepen leidt onder voorwaarden - tot hoge opbrengsten en is vanuit het oogpunt van integratie wenselijk. Daarom bevordert de gemeente heterogeen samengestelde groepen en maakt zij dit financieel aantrekkelijk. De hogere kosten voor de gemeente die dit met zich meebrengt, moeten nader worden uitgezocht.

Gemeentelijke subsidie voor voorschoolse educatie Om de kwaliteit van vve in de gemeente Dordrecht op een hoog peil te krijgen en te houden, zal de gemeente het vve-beleidskader herzien. Alle kinderopvangorganisaties kunnen voorschoolse educatie aanbieden, mits zij voldoen aan de geldende wettelijke en gemeentelijke criteria. De subsidieregeling geldt in principe voor elke aanbieder. Uitgangspunt is dat er gelijke toegankelijkheid tot alle locaties is, zowel in de financiële relatie met de gemeente, als in het toeleidingstraject tussen JGZ en opvangorganisatie. Dit biedt een zo groot mogelijke keuzevrijheid voor werkende en niet-werkende ouders. De gemeente subsidieert voorschoolse educatie en is vanaf 1 augustus 2020 verplicht om elk doelgroepkind tussen 2,5 en 4 jaar wekelijks 16 uur voorschoolse educatie aan te bieden. Instellingen die kinderopvang met voorschoolse educatie aanbieden, kunnen met ouders afstemmen hoe een dergelijk arrangement er uitziet, zolang dat tenminste voldoet aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat een peuter tussen 2,5 en 4 jaar oud is. De gemeente stelt het kader vast van het vve-aanbod en maakt daarover afspraken met instellingen. De gemeente kiest ervoor om ouders de mogelijkheid te bieden hun kind vanaf 2 jaar vve te laten volgen voor tien uur per week. Vanaf 2,5 jaar vergoedt de gemeente 16 uur vve voor doelgroepkinderen.

8 Slot & Leseman (2019). 9 Haan, A. de, Leseman, P. & Elbers, E. (2011) Pilot gemengde groepen. Utrecht: Universiteit Utrecht 2007-2010 Onderzoeksrapportage oktober 2011. Slot & Leseman, P. (2019).

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Doelgroepbepaling

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Het CBS heeft nieuwe indicatoren ontwikkeld die vanaf januari 2019 door het Rijk worden gehanteerd bij de verdeling van de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid (zie bijlage 1). Van een onderwijsachterstand is sprake als leerlingen door een ongunstige economische, sociale of culturele omgeving (met name de thuissituatie) op school slechter presteren, dat wil zeggen een lagere Cito-score halen in groep 8, dan zij bij een gunstiger situatie zouden kunnen, gezien hun potentieel, intelligentie (bron: CBS 2017). Op basis van CBS-cijfers kunnen we constateren dat 22% van de kinderen in Dordrecht tussen twee en twaalf jaar tot een risicogroep behoort10. Voor de gemeente en de schoolbesturen blijft de opgave om te bepalen welke kinderen tot de doelgroep behoren en in aanmerking komen om een extra aanbod te krijgen.

Een aangescherpte doelgroepdefinitie

Indicatiecriteria en instrumenten

De Dordtse goab-uitkering stijgt ten opzichte van 2018 met ongeveer € 800.000,-. Er komt een bedrag € 5.935.000,- beschikbaar vanuit het Rijk. Hieruit zal de uitbreiding vve van 10 naar 16 uur bekostigd moeten worden11. Meer focus in de gemeentelijke doelgroepdefinitie is daarom nodig. De criteria voor een indicatie worden aangescherpt. De nieuwe criteria gaan uit van de risicofactoren die het CBS hanteert, in combinatie met de werkelijke ontwikkeling van het kind. De aangescherpte Dordtse criteria bieden duidelijke handvatten aan degenen die indiceren, zonder dat zij de eigen professionele inschatting aantasten.

Met Careyn worden afspraken gemaakt over de instrumenten die gebruikt worden om te bepalen welke peuters een indicatie krijgen, waarbij de voorkeur uitgaat naar gevalideerde instrumenten, zoals de VLOT12, als aanvulling op het VanWiechen-onderzoek. Careyn organiseert met enige regelmaat afstemmingsgesprekken van de JGZ-medewerkers die indicaties afgeven en met vertegenwoordigers van voorschoolse instellingen om onderlinge verschillen in werkwijze bij het afgeven van indicaties te verminderen. In de Dordtse Onderwijsmonitor worden aantallen en redenen van de afgegeven indicaties opgenomen, evenals aantallen kinderen dat vve krijgt en de wijken waar zij wonen. Daardoor wordt bijgehouden of steeds die kinderen worden geïndiceerd die vve het hardst nodig hebben en krijgen we zicht op het bereik van vve.

10 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/07/onderwijsachterstanden-per-gemeente-2017. 11 De kosten hiervan zijn ± € 4300 extra per peuter. 12 VLOT is een gevalideerd indiceringsinstrument om de kwaliteit van het taalaanbod thuis te beoordelen.

Schakel voorschool - school Het CBS heeft nieuwe indicatoren ontwikkeld die vanaf januari 2019 door het Rijk worden gehanteerd bij de verdeling van de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid (zie bijlage 1). Van een onderwijsachterstand is sprake als leerlingen door een ongunstige economische, sociale of culturele omgeving (met name de thuissituatie) op school slechter presteren, dat wil zeggen een lagere Cito-score halen in groep 8, dan zij bij een gunstiger situatie zouden kunnen, gezien hun potentieel, intelligentie (bron: CBS 2017). Op basis van CBS-cijfers kunnen we constateren dat 22% van de kinderen in Dordrecht tussen twee en twaalf jaar tot een risicogroep behoort. Voor de gemeente en de schoolbesturen blijft de opgave om te bepalen welke kinderen tot de doelgroep behoren en in aanmerking komen om een extra aanbod te krijgen.

Schakelklassen In schakelklassen krijgen kinderen die vanwege taalachterstand onderpresteren een jaar lang intensief taalonderwijs met als doelen: vergroting van de woordenschat, technisch en begrijpend lezen. Met name begrijpend lezen is van onschatbare waarde om later goed te kunnen functioneren. Dordrecht is één van de G37 gemeenten die in 2012 in het kader van de bestuursafspraken met het Rijk ambities hebben geformuleerd over het aantal en het bereik van de schakelklassen. De gemeente Dordrecht subsidieert schakelklassen op zes scholen met veel leerlingen met een taalachterstand. In de afgelopen jaren is ingezet op een verhoging van de kwaliteit van het schakelklasonderwijs. Sinds januari 2018 zijn gemeentelijke afspraken13 voor de inrichting en subsidiëring van

schakelklassen van kracht. Er zijn concrete en meetbare gemeentelijke doelen vastgesteld en elk jaar vindt een stedelijke schakelklasmonitor plaats om te onderzoeken in hoeverre de doelen zijn behaald. Minimaal 80% van de kinderen in de schakelklas moet op de drie taalgebieden in ieder geval de landelijk gemiddelde groei doormaken. Er is geformaliseerde kennisdeling tussen de scholen met een schakelklas, zowel op directieniveau als op het niveau van de uitvoerenden. Uit de jaarlijkse monitor, waarbij de leerwinst per leerling op de betreffende drie taalonderdelen wordt geanalyseerd, blijkt een gestage toename van de opbrengsten.

NT2 Kinderen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands hebben extra tijd en aandacht nodig om het Nederlands goed onder de knie te krijgen. De gemeente kent een opvangvoorziening voor nieuwkomers van zes – twaalf jaar14.Deze is gehuisvest bij OBS Mondriaan. Gedurende het jaar vindt er instroom in de heterogene NT2-groepen plaats. Alle nieuwkomers krijgen gedurende één tot anderhalf jaar intensief taalonderwijs op deze school. Daarna stromen zij uit naar scholen in de omgeving van waar zij wonen. Mondriaan fungeert als NT2 expertisecentrum en kan worden benut door andere scholen met vragen over tweedetaalverwerving.

13 Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie, ISK en Schakelklassen. Gemeente Dordrecht 2018. 14 Broertjes / zusjes van neveninstromers in de leeftijd van 4 en 5 jaar kunnen naar keuze van de ouders ook tijdelijk onderwijs krijgen op obs Mondriaan. Zij worden geplaatst in een kleutergroep.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ouders Ouders zijn van het allergrootste belang om de taal- en rekenprestaties van kinderen te verhogen. Niet elke ouder is echter in staat zijn kind thuis te stimuleren in de taal- (en reken)ontwikkeling, soms hebben zij daar ondersteuning bij nodig en kunnen we ouders leren hoe ze hun kind beter kunnen helpen met leren. Er gebeurt al veel in de stad op het gebied van opvoedingsondersteuning, leesbevordering en het bestrijden van laaggeletterdheid. De bibliotheek speelt daar een belangrijke rol in. Op vier Dordtse basisscholen kunnen ouders die geen of slecht Nederlands spreken gebruik maken van de Taalkamer. Twee uur per week krijgen de ouders Nederlandse les met teksten van school, bijvoorbeeld een nieuwsbrief. Dat is niet alleen goed voor de beheersing van het Nederlands, maar zij komen uit een isolement en ontwikkelen meer zelfvertrouwen. In Dordrecht is de Voorleesexpress actief, waarbij vrijwilligers gedurende een periode bij kinderen thuis komen voorlezen. De gemeente kent ook het programma VVE-Thuis, een programma voor ouders met kinderen van 3 tot 6 jaar die deelnemen aan voor- en vroegschoolse educatie. Het programma heeft een bewezen positief effect op de taalontwikkeling van peuters15.

15 https://www.nji.nl/nl/Producten-en-diensten/Methodieken-en-instrumenten/VVE-Thuis-(3-6-jaar)

Eind 2015 zijn, op basis van een stedelijke inventarisatie, in de gemeentelijk notitie Samen met ouders! de volgende doelen geformuleerd voor ouders en vve: • Alle vve-locaties werken met een gericht ouderbeleidsplan, waarin is vastgelegd hoe de ouders van doelgroepkinderen bij het vve-programma worden betrokken en hoe zij worden gestimuleerd daaraan een bijdrage te leveren. • In navolging van het aanvullende programma "vve thuis" in de peutergroepen voeren vve-basisscholen dit programma (of een vergelijkbare methode) ook uit voor de ouders van kleuters. Zo is ook in ouderbetrokkenheid een doorgaande lijn gerealiseerd van de kinderopvang naar de kleutergroepen van de basisschool. Uit de evaluatie van het goab blijkt dat een gericht ouderbeleidsprogramma voor elke vve-locatie van het allergrootste belang blijft. Het uitvoeren van een aanvullend programma voor ouders is eveneens een belangrijk speerpunt. Er dient een keuze gemaakt te worden voor een of meer programma’s die voorschoolse locaties en scholen kunnen gebruiken. Daarnaast is samenhang tussen alle stedelijke ouderactiviteiten nodig, zodat de activiteiten op de (voor) school en de meer wijkgerichte of stedelijke ouderactiviteiten op elkaar aansluiten (zie hieronder).

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Schakels tussen voorzieningen voor ouders Uit de evaluatie van Sardes in 2018 blijkt dat het ontbreekt aan samenhang en een doorgaande lijn bij ouderbetrokkenheid. Daarom willen we inzetten op coördinatie van de diverse ondersteuningsmogelijkheden voor ouders. Daardoor ontstaat bij kinderopvang en de scholen beter zicht op de verschillende initiatieven in de stad, kunnen ouders gerichter doorverwezen worden en kunnen de ouderactiviteiten per wijk aansluiten bij wat kinderopvang en de scholen in de betreffende wijk voor ouders organiseren. En: ‘last but not least’ kan per wijk aangesloten worden op behoeften en mogelijkheden van ouders.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Schakel basisonderwijs - voortgezet onderwijs De overgang naar het voortgezet onderwijs vormt een moment waarop ongelijkheid van kansen zich manifesteert. De Inspectie heeft in 2016 en opnieuw in 2017 geconstateerd dat kinderen van laagopgeleide ouders in het nadeel zijn ten opzichte van andere kinderen: zij krijgen lagere adviezen dan je op grond van hun leerprestaties mag verwachten. Dat effect is sterker geworden sinds de Cito-eindtoets niet meer meetelt voor het eindadvies. Alleen als er sprake is van een afwijking van de scores op de eindtoets ten opzichte van het advies, kunnen ouders de basisschool vragen om een heroverweging. Kinderen van laagopgeleide ouders ondervinden nadelen van de vroege selectie in Nederland16.

Een manier om het definitieve selectiemoment enigszins uit te stellen, zou het invoeren van brede brugklassen door scholengemeenschappen VO kunnen zijn, waarin meerdere niveaus met elkaar worden gecombineerd. Ook het standaard naar boven bijstellen van schooladviezen als de eindtoets daar aanleiding voor geeft, is een maatregel om kansenongelijkheid tegen te gaan. Maar uiteraard begint het bij bewustwording. Leerkrachten van groep 8 hanteren nogal eens (onbewust) bepaalde beelden van kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders en baseren daar hun adviezen deels op, waardoor ongelijkheid kan ontstaan.

Ook in Dordrecht is sprake van ongelijke kansen bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Een analyse van uitstroomcijfers in Dordrecht tussen 2014 en 2015 (het jaar waarin de eindtoets niet langer meetelde voor het schooladvies), leidde tot de volgende conclusie: • In Dordrecht is er tussen 2014 en 2015 een toename van onderadvisering voor gewichtenleerlingen. • In tegenstelling tot landelijk, is het aantal naar boven bijgestelde adviezen voor gewichtenleerlingen in Dordrecht niet toegenomen17. • Voorts zien we dat het percentage heroverwegingen en het percentage bijstellingen van adviezen voor het vervolgonderwijs in Dordrecht in 2014, 2015 en 2016 lager liggen dan landelijk18.

De landelijke experimenten 10-14 zijn een manier om voor leerlingen de overgang minder groot te maken. Dordrecht voert een van deze experimenten uit. Leerlingen uit de hogere vormen van voortgezet onderwijs, met name het gymnasium, kunnen een rol vervullen bij de overgang van leerlingen met laagopgeleide ouders naar het voortgezet onderwijs. Zij kunnen een ‘maatje’ zijn en als rolmodel fungeren. Dit is ook in het belang van de persoonlijke vorming van leerlingen van hoogopgeleide ouders. Het verbreedt hun horizon. Integratie bevorderen ‘doe je met elkaar’.

16 Heleen van Vreeswijk (2018). Dilemma’s rondom selectie en kansenongelijkheid. Utrecht: Sardes. 17 Heleen van Vreeswijk & Karin Hoogeveen (2018). Notitie Dordrecht. Door- en uitstroomcijfers in het onderwijs. Utrecht: Sardes. 18 https://www.gelijke-kansen.nl/gemeenten/dordrecht

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Speerpunt 2

Preventie en Zorg Sterke schakels tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ambitie Kinderen die niet goed in hun vel zitten, die lijden onder de armoede van hun ouders, die thuis aandacht te kort komen of kampen met gezondheidsproblemen, hebben daardoor minder mogelijkheden om zich optimaal te ontwikkelen. Zij hebben daarom recht op passende hulp. De JGZ heeft een belangrijk taak bij de signalering van problemen. Ook kinderopvang en onderwijs zijn van groot belang: in de signalering van problemen, bij het bieden van preventieve zorg en bij (lichte) ondersteuning. Investeren in kwaliteit en expertise rond preventie en lichte ondersteuning moet leiden tot meer lichte in plaats van zware jeugdhulpverlening en versnelde opschaling bij ernstige problematiek. Onze ambitie is om integrale ondersteuning van kinderen en jongeren (en hun ouders) tot stand te brengen. Met de ondertekening van het regionale Thuiszitterspact heeft Dordrecht zich verbonden aan het terugdringen en voorkomen van thuiszitters. Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, Stichting Jeugdteams ZHZ en de gemeente hebben vervolgens een onderzoek laten uitvoeren naar hoe de doorlooptijd voor de inzet van ondersteuning kan worden teruggedrongen.

Knelpunten in de jeugdhulp zijn momenteel voelbaar en merkbaar in de kinderopvang en het onderwijs. Zo blijkt bijvoorbeeld dat er dikwijls wel gesignaleerd wordt dat er wat aan de hand is met een gezin, maar dat vervolgactie uitblijft, mede door wachtlijsten in de zorg. Het voornemen ‘Eén gezin, één plan’ is nog niet gerealiseerd en blijft een belangrijk streven. Het tegengaan van wachtlijsten in de jeugdhulp is een belangrijke ambitie, maar het realiseren hiervan valt buiten de Onderwijsvisie.

Daarom kiezen we voor integraal arrangeren en zo vroeg mogelijk (integrale vroeghulp 0 – 4 jaar). Op basis van een gezamenlijk geformuleerde behoefte willen we volledige afstemming bereiken van alle geboden ondersteuning: in de kinderopvang en het onderwijs, door de JGZ-professionals, het sociaal wijkteam (inclusief de jeugdprofessionals) en de jeugdhulp. De diverse onderdelen van preventie en ondersteuning moeten elkaar versterken. We willen komen tot een continuüm van kinderopvang, onderwijs en jeugdhulpverlening. Gezamenlijk willen we bepalen wat nodig is aan extra ondersteuning voor een kind/jongere en eventueel zijn/haar gezin en in de buurt. De verschillende vormen van ondersteuning moeten naadloos op elkaar aansluiten. Pas dan is de wederzijdse versterking optimaal. Daarmee willen we ook bereiken dat er doelmatigheid en efficiëntie van inzet op gedrag in het onderwijs en daarbuiten (gezin, buurt) ontstaat. Daarvoor is een sluitende keten nodig waar ook ondersteuning WMO, woningbouwcoöperaties, de sociale dienst, schulphulpverlening en echtscheidingsbemiddeling deel van uitmaken. We streven naar meer inclusie in kinderopvang en onderwijs. Met name bij de overgang van kinderopvang naar onderwijs en van primair naar voortgezet onderwijs krijgen kinderen die extra ondersteuning nodig hebben aparte aandacht.

Onze ambitie is om uiteindelijk zoveel mogelijk leerlingen met een startkwalificatie af te leveren. Daarom willen we het aantal ‘thuiszitters’ terugdringen. De samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs enerzijds en jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp anderzijds is met name bij dit speerpunt van groot belang.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Samengevat •

• •

•

• •

Scholen en kinderopvang spelen een belangrijke rol in de signalering van problemen, in preventieve zorg en in (lichte) ondersteuning. We investeren daarom in kwaliteit en expertise van preventie. We streven naar meer inclusie in kinderopvang en onderwijs. Door middel van integraal arrangeren brengen we sterke schakels tot stand tussen kinderopvang en onderwijs enerzijds en jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp anderzijds. We realiseren een doorgaande lijn voor kinderen die extra zorg nodig hebben met specifieke aandacht voor de overgangen: kinderopvang - primair onderwijs en primair - voortgezet onderwijs. We willen zoveel mogelijk leerlingen met een startkwalificatie afleveren. We willen zo min mogelijk ‘thuiszitters’.

Integraal arrangeren Alle partners willen meer contact tussen kinderopvang en onderwijs enerzijds en jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg anderzijds, zodat vanaf begin af aan samen opgetrokken wordt. Er worden interventies ingezet die bewezen effectief zijn en er is ruimte voor innovaties, waarbij de resultaten gemonitord worden. Zo is bijvoorbeeld al in kaart gebracht door middel van een maatschappelijke businesscase wat gerichte preventieve interventies op zouden kunnen leveren bij kinderen in de kinderopvang.

In Dordrecht is gekozen voor het model: integraal arrangeren op wijkniveau, maar is – waar nodig – ook de mogelijkheid voor een bredere context (gemeentebreed, Drechtstedenbreed). We willen komen tot ‘één kind/gezin - één plan - één dossier’. Daarmee faciliteren we dat de hele keten vanaf signalering van een ondersteuningsbehoefte tot en met de evaluatie van geboden ondersteuning op elkaar gaat aansluiten. Inwoners van Dordrecht willen we van meet af aan betrekken bij een aanvraag voor extra ondersteuning en ze daarbij ook een eigen rol geven. Bovendien bereiken we daarmee volledige transparantie (wie gaat waarover, wat wordt met de ondersteuning nagestreefd?). Om een en ander handen en voeten te geven, willen we de werkprocessen in zowel het onderwijs als het sociale wijkteam op elkaar leggen en daarna komen tot één werkproces voor beide gremia.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Zowel wijkgerichte als bredere overlegstructuren

Interprofessionele samenwerking op de werkvloer

Een verbeterpunt is dat de inrichting van de wijkteams sociaal domein niet overeenkomt met de regiofuncties van SBO en (V)SO. Scholen met een regiofunctie staan weliswaar in een wijk, maar de leerlingen zijn afkomstig uit de regio. Dat geldt overigens ook voor het voortgezet onderwijs, het mbo en de NT2 eerste opvangvoorzieningen (Mondriaan en Da Vinci). Deze leerlingen en hun ouders zijn gebaat bij jeugdprofessionals die ‘Drechtstedenbreed’ kunnen opereren. Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en de Stichting Jeugdteams gaan in Dordrecht werken met een structureel integraal loket voor het onderwijs: • Structureel integraal loket op wijkniveau voor het PO • Structureel integraal loket op lokaal niveau voor het VO • Structureel integraal loket ‘Drechtstedenbreed’ voor het SBO/SO/ VSO/PrO

Er zijn teams nodig die zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de juiste zorg en ondersteuning voor kinderen. Dat vraagt om interprofessioneel samenwerken. In Zorgadviesteams zitten professionals vanuit verschillende disciplines. De jeugdarts is op afroep beschikbaar bij een bijeenkomst van een ZAT (of OT). Het team kijkt waar een kind bij gebaat is en betrekken daar uiteraard de ouders bij. Om voor elk kind een passend hulp en/of onderwijsaanbod te realiseren, is het van groot belang dat er een grote variëteit aan deskundigheid rondom het kind en het gezin beschikbaar is. Alle leefgebieden die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van kinderen (thuis, school, de buurt of de wijk) moeten vertegenwoordigd zijn op en/of dichtbij de school (gezondheid, veiligheid, onderwijs en ondersteuning/support)19.

De opzet van deze structurele integrale loketten en de samenstelling van de interprofessionele teams (zie hiernaast) die hieraan deelnemen moeten leiden tot preventie in twee richtingen: meer lichte in plaats van zware jeugdhulp en versnelde opschaling bij ernstige problematiek.

19 ‘Mét andere ogen’ (2018) https://www.poraad.nl/files/themas/passend_onderwijs/met_andere_ogen.pdf

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Landelijke ontwikkelingen

Schakel primair - voortgezet onderwijs/mbo

Dordrecht kiest voor integraal arrangeren en dat is in lijn met landelijke ontwikkelingen. Op basis van het advies ‘Mét andere ogen. Versnelling en bestendiging van de samenwerking onderwijs-zorg-jeugd’ is een uitvoeringsprogramma gemaakt voor een betere samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Dat behelst het volgende: • Betere samenwerking lokaal/regionaal tussen onderwijs/ kinderopvang, gemeenten, (jeugd)hulp. • Meer regio’s waar men een gezamenlijke brede visie op jeugd realiseert, inclusief monitoring van resultaatsafspraken. • Vertrekken vanuit perspectief van ouders en kinderen. • Interprofessionele teams op of rond scholen. • Goed geëquipeerde lerende netwerken op verschillende niveaus. • Flexibiliteit van budgetten en beleid (poreuze randen).

Ook zorgleerlingen moeten leerlijnen soepel doorlopen als zij van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs gaan of van het voortgezet onderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs. Een goede aansluiting tussen onderwijs- en (jeugd)hulpinstellingen maakt hier onderdeel van uit.

Ouders

Schakel voorschool - school Er worden afspraken gemaakt over de manier waarop zorgkinderen worden overgedragen aan het basisonderwijs. Door vroegtijdig in te zetten op het organiseren van adequate ondersteuning, voorkomen we dat de problematiek van deze kinderen (en hun ouders) in het basisonderwijs uit het zicht verdwijnt of pas veel later wordt ontdekt.

Om tot een effectieve aanpak te komen en/of een passende plek te vinden voor het kind, is de betrokkenheid van ouders en kind essentieel. Als zij niet achter de aanpak staan of ontevreden zijn over de plek, dan is het geen duurzame oplossing. Ouders hebben veel expertise als het gaat om de omgang met hun kind, dit wordt niet altijd voldoende benut. Anderzijds wordt er in sommige situaties juist te veel op ouders geleund. Vanuit preventief oogpunt is opvoedingsondersteuning een effectief middel. Soms kunnen ouders het niet alleen en hebben zij een vangnet nodig. Dat hoeft niet altijd een zwaar traject te zijn. Een andere ouder die regelmatig ondersteuning biedt of een taalklas kan ouders helpen om uit hun isolement te komen en zich weer competente ouders te voelen. De kinderopvang en school kunnen signaleren welke ouders hiermee geholpen zouden zijn en ouders helpen om de stap te nemen en deel te nemen (zie ook onder speerpunt 1).

20 https://www.poraad.nl/files/themas/passend_onderwijs/met_andere_ogen.pdf 21 https://vng.nl/onderwerpenindex/jeugd/jeugdhulp/nieuws/naar-een-betere-aansluiting-onderwijs-opvang-zorg-jeugd

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Speerpunt 3

Brede talentontwikkeling en dagarrangementen

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ambitie

Samengevat

We willen dat alle kinderen later in staat zijn om als volwaardige, actieve en autonome burger te participeren in de samenleving. Brede vorming levert daar een essentiële bijdrage aan. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van het onderwijs, maar ook van tal van organisaties daaromheen (sport, cultuur, techniek, natuur en milieu) en vraagt om samenwerking en afstemming. Taal en rekenen zijn belangrijk, maar zonder kennis van de wereld zullen kinderen later niet goed kunnen functioneren.

•

•

• Daarnaast zetten we talentontwikkeling in om kansen van kinderen te vergroten, met name voor kinderen die van huis uit niet vanzelfsprekend in aanraking komen met allerlei verschillende leefwerelden. We willen leertijdverlenging benutten, een effectief instrument om talentontwikkeling in het algemeen en taalontwikkeling in het bijzonder te realiseren bij de groep kinderen met een risico op onderwijsachterstand. Cultuureducatie (waaronder muziekonderwijs) is belangrijk voor Dordtse kinderen en jongeren. Vooral de kinderen die niet via hun ouders kennismaken met kunst en cultuur willen we via kinderopvang en onderwijs deze kans geven. Maar ook sport, natuur & milieu en wetenschap & techniek kunnen in extra onderwijstijd worden aangeboden om talenten van kinderen op te sporen en verder te ontwikkelen. Een derde aanleiding om brede talentontwikkeling als speerpunt in de onderwijsvisie te benoemen, vormen de overgangen gedurende de dag: van thuis naar school, van school naar de tussenschoolse opvang, van school naar de naschoolse opvang, naar sport- en muziekvereniging etc. Wij willen sluitende dagarrangementen realiseren waarbij voorzieningen op elkaar zijn afgestemd, met name voor kinderen en jongeren met een lage sociaal-economische achtergrond.

•

Brede vorming levert een essentiële bijdrage aan latere participatie in de samenleving. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van het onderwijs, maar ook van tal van andere organisaties (sport, cultuur, techniek, natuur en milieu) en vraagt om samenwerking en afstemming. We zetten talentontwikkeling in om kansen van kinderen te vergroten, de regie voor de inhoudelijke invulling ligt bij de directeuren van het primair onderwijs. We benutten leertijdverlenging, een effectief instrument om talentontwikkeling in het algemeen en taalontwikkeling in het bijzonder te realiseren bij de groep kinderen met een risico op onderwijsachterstand. We streven naar sluitende dagarrangementen, zodat kinderen en jongeren vloeiende overgangen ervaren tussen de verschillende activiteiten (school, opvang, sport, kunst en cultuur).

Dordrecht sluit aan op landelijk beleid Met de ambitie om leerlingen door middel van een brede ontwikkeling niet alleen goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt, maar ook te werken aan persoonlijke vorming, sluiten we aan bij landelijk beleid. Negen ontwikkelteams hebben zich gebogen over de vraag wat leerlingen moeten kunnen en kennen, ook voor de leergebieden Burgerschap en Kunst & Cultuur. Deze voorstellen vormen de basis voor de herziening van de kerndoelen voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs (Curriculum.nu). Doorlopende leerlijnen en een samenhangend programma vormen belangrijke onderdelen van de voorstellen.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Cultuureducatie Taal en rekenen enerzijds en beeldende vorming, drama, dans en muziek anderzijds kunnen elkaar versterken in het basisonderwijs. Door doelen voor kunstzinnige oriëntatie te verbinden met doelen voor taal en rekenen kan leerstof op een samenhangende manier worden aangeboden. In Dordrecht zijn enkele scholen bezig om taal en cultuureducatie te integreren, vooral in het kader van onderwijsachterstandenbeleid. Dat is in lijn met landelijke ontwikkelingen (Curriculum.nu en beleidsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit). Evenals de landelijke overheid wil ook Dordrecht investeren in goed cultuuronderwijs. Daarbij hebben vooral kansengelijkheid en integraal cultuuronderwijs de aandacht. De focus komt te liggen op een brede inzet van cultuureducatie. Samenwerking tussen vakken biedt kansen om leerstof betekenisvoller aan te bieden. De inzet van vakdocenten voor kunstzinnige oriëntatie geeft leerlingen die niet van huis uit in aanraking komen met kunst en cultuur een verrijking van het onderwijsaanbod22. Dordrecht kent de beleidsnota ‘Cultuureducatie in 2017 en verder’ en is bezig met het ontwikkelen van nieuw beleid.

De kernpunten daaruit zijn: • Elke basisschoolleerling in Dordrecht komt in aanraking met kunst en cultuur • We streven naar een doorgaande lijn cultuureducatie in navolging van landelijke ambities • Het Cultuurmenu is afgestemd op de wensen en behoeften van scholen Wij vinden het belangrijk dat elk kind in Dordrecht in aanraking komt met kunst en cultuur en gedurende de basisschoolperiode minimaal eenmaal een culturele instelling in Dordrecht bezoekt. We willen dat alle scholen meedoen. Daarom faciliteert de gemeente het Cultuurmenu waarin alle groepen van het PO één gratis cultuureducatie per groep, per jaar kunnen doen, bij voorkeur als onderdeel van de doorgaande lijn. Natuurlijk is het een keuze van de school om veel of weinig aandacht te hebben voor cultuureducatie, maar de gemeente stimuleert de scholen

die nu weinig aandacht hebben voor kunst en cultuur om deel te nemen aan het Cultuurmenu en/of Cultuureducatie met Kwaliteit. De samenwerking tussen het onderwijs en de kunstinstellingen willen we verder versterken. Het Servicebureau Onderwijs & Cultuur (SOC) heeft een intermediaire functie23 en fungeert als ‘matchmaker’. Het ondersteunt scholen bij het formuleren van een vraag en zoekt daar passend aanbod bij. Het SOC kent de culturele infrastructuur in Dordrecht en omgeving en ‘ontzorgt’ de scholen doordat die niet met elke instelling apart afspraken hoeven te maken. SOC zet zich in voor een ‘dialooggericht’ aanbod, passend bij de wensen en behoeften van de scholen. Dordrecht is een oude stad met een rijke traditie. In 2020 viert de stad Dordrecht het 800-jarig bestaan. Het SOC kan scholen ondersteunen om samen een - in de doorgaande lijn passende - activiteit hiervoor te bedenken. De verbinding tussen cultuureducatie onder reguliere schooltijd en de buitenschoolse cultuureducatie willen we versterken, bij voorkeur wijkgericht en voor kinderen met een lage sociaal-economische achtergrond. We zien daar al mooie voorbeelden van (Leerorkest, wijkorkest, Toppie). Sinds 2019 is er meer formatie beschikbaar voor combinatiefunctionarissen cultuur. Zij vormen de brug tussen de binnen- en buitenschoolse cultuureducatie.

Vanuit goab willen we extra inzetten op cultuureducatie voor leerlingen uit achterstandssituaties. De organisaties in Dordrecht die met cultuureducatie bezig zijn, pleiten voor aandacht voor deze onderwerpen in het onderwijsachterstandenbeleid. We willen de mogelijkheden voor verbinding, niet alleen onder reguliere schooltijd, maar ook tijdens extra tijd (zomerschool, verlengde schooldag, BSO) onderzoeken en benutten. Dat vraagt om focus: wat is ervoor nodig om doelen voor cultuureducatie te verbinden met doelen voor taal en rekenen (speerpunt 1), over welke competenties moeten de uitvoerders beschikken om dat te realiseren, op welke manier kunnen vakdocenten en leerkrachten vruchtbaar samenwerken.

22 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/11/aanbieding-uitgangspunten-cultuurbeleid-2021-2024 23 De gemeente heeft er in de beleidsnotitie ‘Cultuureducatie in 2017 en verder’ voor gekozen om de intermediaire functie duidelijk te onderscheiden van de uitvoerende functie in de cultuureducatie. Daarom opereert SOC als apart, eigenstandig bedrijfsonderdeel in de organisatie van de Stichting Cultuureducatie (SCE) waar ToBe Cultuurcentrum, evenals de Popcentrale, als uitvoerende functie onderdeel van uit maakt. De SCE is actief in Dordrecht, Papendrecht en Ridderkerk.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Doorgaande lijnen

Schakel dagarrangementen

Zowel in de voorschoolse periode als in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs is er aandacht voor kunst en cultuur. Om te voorkomen dat er een ‘kerstboom’ aan losse projecten ontstaat, heeft SOC de taak om de diverse initiatieven aan elkaar te verbinden. Ook zal SOC er, samen met de scholen, op toezien dat binnen- en buitenschoolse cultuureducatie op elkaar voort kunnen bouwen.

Voor kinderen is het belangrijk dat er gedurende de dag soepele overgangen zijn tussen de verschillende leefwerelden waar zij mee te maken hebben: thuis, opvang, school, sportieve en culturele activiteiten etc. Zo zien we bijvoorbeeld in IKC’s (integrale kindcentra) kinderopvang en onderwijs nauw samenwerken, soms in één organisatie, waardoor er voor kinderen minder breuken zijn op een dag. Ook blijken naschoolse en buitenschoolse (taal) activiteiten meer op te leveren als ze verbonden zijn met de activiteiten binnen de reguliere schooltijd. Het goed organiseren van de doorgaande lijn gedurende de dag is een vanzelfsprekendheid en een gezamenlijke verantwoordelijkheid van onderwijs, buitenschoolse opvang en andere partners van de school.

Sport en bewegen en andere educaties Wat voor kunst en cultuur geldt, gaat ook op voor sport en beweging, techniek, natuur- en milieu en burgerschap. Sport en bewegen zijn goed voor de gezondheid van kinderen en bevorderen een gezonde leefstijl. Ook zijn er aanwijzingen dat sporten leidt tot beter cognitief functioneren. Elke school kiest eigen samenwerkingspartners, afhankelijk van de behoeften en profilering van de school en gaat een structurele samenwerking aan, zodat het aanbod een integraal onderdeel is van het onderwijsprogramma, tijdens verplichte of extra onderwijstijd.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Verlengde schooldag

Ouders

In wijken waar kinderen niet automatisch met muziek of sport in aanraking komen, is een verlengde schooldag een goed middel om de leefwereld van kinderen uit te breiden en mede daardoor onderwijsachterstand terug te dringen. Dat doen we in samenwerking met andere organisaties. Het kan gaan om het aanbieden van extra activiteiten na school waar leerlingen op vrijwillige basis aan deelnemen. Maar er kan ook gekozen worden voor structurele leertijdverlenging, zoals in Den Haag (Leerkansenprofiel), in Utrecht, Tiel en Zaanstad (Brede School Academie) en in Rotterdam (Nationaal Programma Rotterdam Zuid). In Dordrecht gaan we ons verdiepen in de voor- en nadelen van deze vormen van leertijdverlenging met het oog op invoering ervan in de wijken waar de achterstandsproblematiek het grootst is. We kiezen voor de vorm die het meeste oplevert voor kinderen met een risico op achterstand en brengen verbindingen aan met taal en rekenen.

Hoogopgeleide ouders hebben meer financieel, cultureel en sociaal kapitaal en zullen dit inzetten om hun kind het beste te kunnen bieden. Zij kiezen al vaak voor extra ondersteuning voor hun kind, bijvoorbeeld door huiswerkbegeleiding in te huren of voor een BSO te kiezen die kinderen iets extra’s meegeeft. Voor kinderen van laagopgeleide ouders zijn deze mogelijkheden beperkter. Juist hun kinderen zouden daarom moeten kunnen profiteren van extra onderwijstijd.

Zomerscholen In 2015 zijn er, op initiatief van de schoolbesturen, zomerscholen gestart. Deze staan open voor de leerlingen van alle scholen. Het doel is: een brede ontwikkeling bij een ruime doelgroep. Dit is een voorbeeld van een vruchtbare samenwerking tussen de verschillende besturen. Er is hiervoor een bovenbestuurlijke stichting opgericht, er wordt een gezamenlijk plan ontwikkeld en samenwerking met andere partners gezocht. De zomerschool kan een rol spelen bij de brede vorming van kinderen, maar ook specifiek worden ingezet bij het verhogen van de Citoscores voor taal en rekenen. Dat vraagt om een expliciete keuze die op dit moment niet is gemaakt.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Financiering

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Ambitie

Verplichtingen en keuzes

Wij willen dat het geld daar terecht komt waar dat het hardst nodig is. Ook willen we versnippering voorkomen, zodat er geen risico is op verwatering van het beleid. De focus bij de inzet van de middelen ligt op: 1) Kinderen met (een risico op) achterstand 2) De wijken waar meer achterstand is 3) Keuze voor interventies waarvan verwacht mag worden dat ze effectief zijn 4) Concrete doelen 5) Door middel van een monitor nagaan in hoeverre deze bereikt zijn

De wettelijke vve-verplichting, een aanbod van 16 uur vve per week voor alle doelgroeppeuters tussen 2,5 en 4 jaar én de keuze van de gemeente om 10 uur vve beschikbaar te maken voor peuters vanaf 2 jaar, vergt de inzet van een groot deel van het gemeentelijk OAB-budget. De omvang van de doelgroep op basis van de nieuwe criteria is minimaal zo’n 340 peuters. Een ruwe schatting van de kosten wijst in de richting van minimaal 3 miljoen euro. Dat is de helft van de OAB-middelen van de gemeente, wanneer vve alleen in homogene (gesegregeerde) groepen zou worden aangeboden. De wens om segregatie in de voorschoolse periode tegen te gaan, bijvoorbeeld door vve in gemengde groepen aan te bieden, maakt de uitvoering van vve duurder, maar leidt tot meer integratie en tot hogere opbrengsten voor doelgroepkinderen26. Er zullen nog berekeningen worden gemaakt voor het instellen van gemengde groepen, zodat een realistische keuze gemaakt kan worden. Om de uitgaven voor vve in de hand te houden en binnen het budget te blijven, zullen meer dan voorheen, scherpe keuzes worden gemaakt. Dit geldt voor de doelgroepdefinitie en daarmee de omvang van de doelgroep, voor de stroomlijning en eenduidigheid van het indiceringsproces en voor de kaders waarbinnen vve kan worden aangeboden.

Door scherper vast te stellen wat de doelgroep is, kunnen middelen gerichter worden ingezet. Naast basisvoorzieningen om kansen te vergroten voor de hele stad, kiezen we voor een specifieke inzet van extra middelen op die plekken waar de achterstandenproblematiek24 het zwaarst is. We constateren dat 35-40% van de kinderen tussen 2 en 12 jaar in de wijken Crabbehof, Oud-Krispijn en Wielwijk tot de risicogroep behoort. In iets mindere mate geldt dat ook voor de wijken Noordflank (31%), Nieuw Krispijn (34%) en Staart (33%)25 (zie ook bijlage 2). In bovengenoemde zes wijken worden meer middelen ingezet. Voorschoolse educatie en basisonderwijs leveren een belangrijke bijdrage aan het bestrijden van achterstanden. Tegelijkertijd moet er ook een stevige relatie gelegd worden met beleid op het gebied van wonen en werken, armoedebestrijding, voorkomen en bestrijden laaggeletterdheid en gezondheidszorg (gezonde leefstijl). In het uitvoeringsprogramma worden de beschikbare financiën en de kosten van te maken keuzes nader uitgewerkt.

Daarnaast worden middelen ingezet voor een verhoging van de kwaliteit van vve, bijvoorbeeld door middelen te reserveren voor deskundigheidsbevordering, kennisdeling, versterking van de doorgaande lijn voorschool – school en kwaliteitsbewaking bijvoorbeeld d.m.v. audits. Schoolbesturen en gemeenten overleggen en maken afspraken over de inzet van de overige gemeentelijke achterstandsmiddelen (naast die voor vve) en die van de scholen. De budgetten van gemeente en scholen worden gericht en in samenhang ingezet.

24 Werkloosheid, lage opleiding, laag inkomen, taalachterstand, laaggeletterdheid, ongezonde leefstijl, armoede, eenzaamheid 25 Bron: https://dashboards.cbs.nl/v1/onderwijskansen_180543 (geraadpleegd 29-05-2019). https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/07/onderwijsachterstanden-per-gemeente-2017 26 Leseman (2018); zie noot 3.

DE DORDTSE ONDERWIJSVISIE 0-12 JAAR

Cultuureducatie Mede op basis van de Onderwijsvisie en de daaruit volgende actiepunten stellen de gemeente en haar partners uit de kinderopvang en het onderwijs voor de zes bovengenoemde wijken per wijk een actieplan op, waarin beschreven staat wat nodig is (analyse), wat de concrete doelen van het beleid zijn (resultaten) en wat daarvoor in de scholen en voorschoolse instellingen en in de wijk als geheel gaat gebeuren (acties en maatregelen). De schoolbesturen en scholen in de betreffende wijken sluiten aan bij de wijkplannen en formuleren meerjarige schoolontwikkelingsplannen. De gemeente onderzoekt, in het kader van de groeiagenda, de realisatie van de inzet van extra gemeentelijke middelen voor onderwijstijdverlenging.

Integraal werken Kinderopvang, schoolbesturen en scholen krijgen ruimte om – samen met de andere relevante partners, zoals het Samenwerkingsverband en de JGHZ - de ambities in de Onderwijsvisie vorm te geven. Zij stellen voor de wijken waar de achterstand het grootst is meerjarige ontwikkelingsplannen op die passen in de bovengenoemde actieplannen per wijk. Zij geven aan op welke manier zij willen werken aan het realiseren van de ambities in de Onderwijsvisie; welke doelen zij zichzelf stellen; met welke instellingen zij hierbij samenwerken; hoe zij nagaan in hoeverre de doelen zijn bereikt; welk budget daarvoor nodig is; welke middelen zij zelf inzetten en welk budget zij uit gemeentelijke middelen nodig hebben. Door aan te sluiten bij de schoolbestuurlijke cyclus, zorgen gemeente en scholen samen voor meer continuïteit.

Er komt een nieuwe cultuurbeleidsperiode aan (2021-2024)27 en ook de gemeente zal een cultuurbeleidsplan opstellen waarin (financiële) keuzes worden gemaakt voor de inzet van middelen. In de afgelopen jaren werden middelen ingezet voor cultuureducatie in het primair onderwijs. De gemeente subsidieert de Stichting Cultuur Educatie, waaronder het Servicebureau Onderwijs & Cultuur ressorteert dat voor 90% van de tijd intermediaire, coördinerende en advies- werkzaamheden uitvoert voor het onderwijs: het grootste deel in het primair en voortgezet onderwijs, een klein deel in het beroepsonderwijs en de kinderopvang. Ten behoeve van het primair onderwijs coördineert het SOC het cultuurmenu voor het primair onderwijs. In het cultuurmenu krijgen alle groepen in het Dordtse primair onderwijs één gratis cultuuractiviteit per jaar. Het SOC ontvangt als penvoerder Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) rechtstreeks subsidie van het rijk voor dit programma voor het primair onderwijs. De gemeente matcht de middelen vanuit de landelijke overheid. Het rijk verwacht dat de scholen zelf ook (financiële en beleids-)verantwoordelijkheid nemen voor binnenschoolse cultuureducatie. Hiervoor krijgen scholen financiering via de prestatiebox (€ 15,15 per leerling per jaar in schooljaar 2018-19).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/365/documents/14189