Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit v1.1.pdf
Tekst van het document
65
Status
Klimaatneutraal 2040 Regionale Energietransitie Drechtsteden 1.0 Transitievisie Warmte 2021 Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen Mogelijke zoeklocaties voor wind- en zonne-energie Handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven Warmteprogramma (2025) Programma Opwek duurzame energie (2025) Opslag van energie (2025) Mobiliteitsplan 2040 Programma economie Wijkuitvoeringsplan Crabbehof (2025) Hanteren van GPR als instrument om duurzaam te bouwen Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR)
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand In ontwikkeling In ontwikkeling In ontwikkeling Bestaand In ontwikkeling In ontwikkeling Bestaand Bestaand
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: ‘Energiestrategie Drechtsteden’ is komen te vervallen met komst van Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0. ‘Concept RES Drechtsteden (inclusief strategie laadinfrastructuur)’ is komen te vervallen met komst van Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0. ‘Programma Duurzame Stad’ is programma Klimaatneutraal 2040. ‘Bedrijven houden aan Wet Milieubeheer en EEED’ is komen te vervallen, want energie-eisen voor bedrijven zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). ‘Integrale verkenning Energie-infrastructuur Drechtsteden 2030-2050’ is komen te vervallen met komst van Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0.
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan
Definitief Deel A 66
A.5.8 Doel 7: Dordrecht is een biodiverse stad
Integraal benaderd Het doel ‘Biodiverse stad’ draagt op haar beurt ook sterk bij aan de doelen ‘Aantrekkelijke stad’ en ‘Klimaatbestendige stad in 2040’.
beheer en onderhoud aan te passen. •
Bijen Het behoud van inheemse bijensoorten en het stimuleren van de toename van wilde bijen door maatregelen te nemen in inrichting en beheer.
•
Effectief beschermingsbeleid Zorgen voor een effectief beschermingsbeleid voor de leefomgeving van planten en dieren. Dit is naast bestaande wet- en regelgeving, zorgen voor voldoende duurzame groenblauwe structuren in de openbare ruimte.
•
Natuurvriendelijke bebouwde omgeving Het natuurvriendelijk inrichten van de bebouwde omgeving met een bestendige leefomgeving voor planten en dieren, zoals door natuurinclusief te bouwen en ontwikkelen.
•
Ecologische openbare ruimte De openbare ruimte wordt ecologischer beheerd en onderhouden. Dit zorgt voor een betere kwaliteit van de leefomgeving van planten en dieren, boven en onder de grond.
•
Klimaatbestendige buitenruimte Het klimaatbestendig inrichten en beheren van de buitenruimte beperkt de nadelige gevolgen van het veranderende klimaat voor de biodiversiteit (zie Doel 5: Dordrecht is een klimaatbestendige stad in 2040).
•
Monitoring van biodiversiteit Monitoring blijft de sleutel om de stand van biodiversiteit in Dordrecht in de gaten te blijven houden.
A.5.8.2 Uitgangspunten A.5.8.1 Inleiding Biodiversiteit betekent verschillend (= divers) leven (= bio). Het gaat om alle planten en dieren boven en onder de grond, die onderdeel uitmaken van een ecosysteem, zoals op het Eiland van Dordrecht. Eén miljoen planten en diersoorten worden wereldwijd met uitsterven bedreigd, ook in Dordrecht. Dit komt onder andere door stedelijke uitbreiding, een veranderend klimaat, invasieve exoten en ziekten en plagen. Het gevolg is dat planten en dieren en hun natuurlijke leefomgeving kunnen verdwijnen. Ook staan de baten die de biodiversiteit ons oplevert, zoals bestuiving van landbouwgewassen of aantrekkelijk en gezond groen om ons heen, daardoor onder druk. De urgentie om planten, dieren en hun leefomgeving te beschermen is daarom groot. Dordrecht werkt dus actief aan het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit en richt zich verder op het behoud en de versterking van de huidige biodiversiteit. Een van de vele maatregelen die Dordrecht neemt
•
•
•
Basiskwaliteit natuur We brengen de basiskwaliteit en optimale natuur in beeld in Dordrecht, zowel in het water als boven en onder de grond. Hierbij is ons streven om de meest optimale natuur te behalen, maar op zijn minst het behalen van de minimale basiskwaliteit natuur. Stoppen achteruitgang en herstel biodiversiteit Achteruitgang van biodiversiteit wordt gestopt. Door bijvoorbeeld het uitvoeren van stresstesten komen de plekken in beeld waar hoge risico’s voor biodiversiteit liggen ten gevolge van klimaatverandering (zie Doel 5: Dordrecht is een klimaatbestendige stad in 2040). Vervolgens treffen we op deze plekken verbetermaatregelen. Voorkomen verspreiding ziekten en plagen Het voorkomen van de verspreiding van ziekten en plagen (zoals invasieve planten en dieren in Dordrecht) door te monitoren, maatregelen te nemen en het
67
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
is bijvoorbeeld het anders inrichten en beheren van de openbare ruimte – op zo’n manier dat het de biodiversiteit ten goede komt. Door het realiseren van een basiskwaliteit natuur en de biodiversiteit daarbij te monitoren leren we of onze inspanningen bijdragen aan de instandhouding van onze kwetsbare natuur en welke minimale levensbehoeftes deze heeft.
A.5.8.3 Aandachtspunten •
Het klimaat verandert, ook in Dordrecht. Daarbij wordt de stad steeds dichter bebouwd. Toevoeging van woningen en werkplekken kan ten koste gaan van de huidige biodiversiteit (planten en dieren). Biodiversiteit moet daarom een goede positie krijgen in de afweging van meervoudige ruimtegebruik, die bij kwalitatief verdichten te allen tijde van belang is.
•
Kennis over de biodiversiteit in de gemeente is nog niet volledig. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van de biodiversiteit in de aankomende jaren. Monitoring vergroot deze kennis. Na implementatie van de groenblauwe regels in het omgevingsplan kan bij ontwikkellocaties makkelijker gevraagd worden naar de verandering van biodiversiteit (voor het project en na het project).
Definitief Deel A
68
69
Status
Groenblauwe visie van het Eiland van Dordrecht (Urbanisten, 2020) Groenblauw programma (op inhoud, zonder middelen voor uitvoering) Groenblauwe regels omgevingsplan Handboek natuurinclusief bouwen en ontwikkelen (2023) Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR) Maaibeheerplan gemeente Dordrecht (Idverde, 2022) Beheervisie ecologisch beheer (Dordrecht, NVB en BTL; 2019) Programma Stadspark (Dordtwijkzone) Programma Natuur en Recreatie Staart Handboek Groen
Bestaand Bestaand In ontwikkeling Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand In ontwikkeling In ontwikkeling
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: ‘Gebiedsprogramma’s versterken Stedelijke Ecologische Structuur’ opgenomen via groenblauw programma. ‘Vergaren natuurdata’ is doorlopend en niet aan besluit te koppelen.
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan
Definitief Deel A
70
A.6 Dordtse deelgebieden
we een gebiedsgerichte invulling aan de eerder geschetste centrale ambitie en doelen van Dordrecht uit hoofdstukken A.2 en A.5.
A.6.1 In dit hoofdstuk
Binnen de verschillende gebieden komen de zeven doelen uit hoofdstuk A.5 terug. Alle fysieke ingrepen dienen te passen binnen deze doelen, passend bij het karakter van de gebieden. Een ingreep kan daarnaast bijdragen aan meerdere doelen. Het toevoegen van groen draagt bijvoorbeeld bij aan een aantrekkelijke, gezonde, klimaatbestendige en biodiverse stad. Bij ieder gebied zijn één of meerdere prioritaire doelen aangegeven. Dat zijn de doelen waar we de komende jaren extra op
In dit hoofdstuk geven we aan wat de centrale ambitie en de doelen specifiek betekenen voor de verschillende deelgebieden van Dordrecht. De totale omgevingsvisie schept de kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente en dus ook voor de afzonderlijke gebieden. Daarom is het belangrijk om altijd voorgaande hoofdstukken te volgen. Dordrecht is onderverdeeld in de volgende zeven deelgebieden in deze omgevingsvisie 2.0: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
inzetten om de maximale kwaliteit van de leefomgeving te bereiken. Indien men af moet wegen of een plan of beleid past binnen de omgevingsvisie moeten in ieder geval de prioritaire doelen voor dat gebied worden gehaald. Het adviesrecht van de raad in geval van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is gekoppeld aan deze prioritaire doelen (doelengericht adviesrecht). Per deelgebied wordt de sturingsfilosofie van de gemeente gegeven. Elk deelgebied wordt afgesloten met een rood kader waarin is aangegeven hoe dit wordt uitgewerkt in een programma of andersoortige aanvullende, specifieke acties.
Het Centrum Woonwijken Werkgebieden Buitengebied Stadsas Stadspark De Staart
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: - Wijziging naamgeving deelgebieden: Buitengebied, Stadsas en Stadspark. Was respectievelijk Poldergebied, Spoorzone en Dordwijkzone. - Toevoeging deelgebied; De Staart. Vanwege de samenhang is gekozen de Staart als één geheel te benaderen, waar het voorheen tot 4 verschillende deelgebieden behoorde.
Elk gebied heeft zijn eigen karakter en kent daarmee zijn eigen ontwikkelmogelijkheden en grenzen. Sommige gebieden zijn meer gericht op ontwikkeling (Stadsas en Stadspark) en andere meer op de status quo (Het Centrum, Woonwijken, Werkgebieden, Buitengebied en De Staart). Hiermee geven
Figuur 14 - Schematische weergave mogelijke rolneming gemeente
71
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Definitief Deel A 72
A.6.2 Deelgebied het Centrum Prioritair doel: Aantrekkelijke stad
A.6.2.1 Kenschets De historische binnenstad en de 19e-eeuwse schil vormen het centrum van Dordrecht. De binnenstad van Dordrecht, het is een diamant met vele facetten. Het hart van de regio Drechtsteden ligt op een indrukwekkende plek, aan het kruispunt van drie rivieren. De plek waar de Nederlandse staat ooit begon. Het herbergt een rijkdom aan geschiedenis en monumenten. Met deze rijkdom aan cultuurhistorie, weet Dordrecht elke bezoeker keer op keer te verrassen. Door de verbinding met het water en groen, is het stadshart een heerlijke en levendige plek om te (be)leven, ervaren en genieten. Na een middagje shoppen, het opsnuiven van de rijke cultuur, het genieten van de evenementen of ontspannen wandelen langs de havens, bieden de sfeervolle terrassen een aangename plek om de dag af te sluiten. Het
hand in hand gaan. In het centrum accepteren we de drukte die gepaard gaat met levendigheid en bepaalt dat ook het referentiekader voor de leefbaarheid, maar dulden we geen onredelijke overlast. Door heldere profielen in welke delen van het centrum die levendigheid de boventoon voert, bieden we duidelijkheid naar bewoners.
Voor de verdichting die nodig is om te voorzien in de groeiopgave, is de 19e-eeuwse schil west een logisch gebied, met het gebied aan de Spuiboulevard. Vanwege de nabijheid van voorzieningen en de nabijheid van het station is de stationsomgeving bij uitstek ook geschikt voor grootschalige kantoren ten behoeve van gewenste werkgelegenheid en stedelijke dynamiek (overdag). Daar zetten we in op het behoud en versterken van de kantoorfunctie.
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: - Gebiedsomschrijving geactualiseerd met teksten uit ‘Toekomstbeeld Binnenstad Dordrecht’ (vastgesteld 2021).
De ligging aan het water is in de gehele binnenstad voelbaar. Vanuit diverse wandelroutes door de binnenstad struin je door de smalle, karakteristieke straatjes en diverse havens van Dordrecht. De binnenstad is gemakkelijk te vinden en te bereiken. Of je nu aankomt via het water, met de auto, het openbaar vervoer, de fiets of gewoon lopend, zodra je Dordrecht nadert wijst de weg zich vanzelf. De opbouw, verbindingen, sfeer en het aanbod, alles klopt. Er valt keer op keer iets te beleven in Dordrecht. Station Dordrecht, het busstation op de Spuiboulevard en de Waterbushaltes zijn de belangrijke opties in het openbaar vervoer. De woningvoorraad in het centrum is gevarieerd met een hoge dichtheid en intensiteit. Het versterken van onze aantrekkelijke, levendige en leefbare binnenstad is een belangrijk onderdeel van de groei van Dordrecht en het invullen van onze doelen (zie A.5 Dordtse doelen). Belangrijk daarbij is dat levendigheid en leefbaarheid
A.6.2.2 Sturingsfilosofie Het initiatief ligt veelal bij derden en die voeren ook uit. Het zijn de ondernemers die winkels en horeca openen, stichtingen die evenementen organiseren en verenigingen die culturele instellingen managen. Kaderstelling is maatwerk: ruimte voor ontwikkelingen, maar met respect voor historie en aandacht voor leefbaarheid. De gemeente heeft een ondersteunende rol die soms overgaat in een samenwerkende rol om belangrijke ontwikkelingen van de grond te krijgen. Tegelijkertijd heeft de gemeente ook een ontwikkelende rol, in de openbare ruimte en verhogen van die belevingswaarde, rond parkeervoorzieningen maar ook voor het aanbod van publieke voorzieningen die bijdragen aan een voor een vitale binnenstad essentiële bezoekersstroom. A.6.2.3 Aantrekkelijke stad Wonen De woningvoorraad is gevarieerd, waarbij het hoge voorzieningenniveau en de bereikbaarheid een belangrijk locatiecriterium voor huishoudens is. Het woonmilieu is (hoog)stedelijk, soms (rustig) historisch en er
73
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: - Gebiedsafkadering; exclusief Stadswerven omdat dit nu bij het nieuwe deelgebied De Staart hoort.
is heerlijk om in de binnenstad van Dordrecht te wonen en te werken, voor iedereen. Er zijn woningen voor jong en oud met een aantrekkelijke buitenruimte met ruimte voor spel en ontspanning. In een passende combinatie van bewoners met een levensstijl die aansluit bij het karakter van de activiteiten in het deel van de binnenstad waar zij (gaan) wonen.
Definitief Deel A
74
is een goede mix woningen voor alle doelgroepen. Dit komt ten goede aan de levendigheid van het centrum. De focus voor nieuwe ontwikkelingen verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. Hierop beoordelen we nieuwe plannen.
welstandsniveau intensief. De randen van schil-west vallen onder het welstandsniveau regulier.
Toegevoegde ruimtelijke keuze:
Tijdens de jaren van crisis stonden in Dordrecht panden zoals winkels en kantoorruimten leeg. De afgelopen jaren is het economisch tij gekeerd en is de voorraad leegstand in Dordrecht afgenomen, met name op de binnenstedelijke centrumlocaties. Enerzijds zijn de functies van de panden opnieuw ingevuld. Anderzijds is het opheffen van de leegstand het resultaat van de markt die leegstaande panden getransformeerd heeft naar woningen. Naar aanleiding van lopende transformatieplannen ontstaat nog meer ruimte voor het toevoegen van woningen, zoals de herontwikkeling van het huidige stadskantoor door de bouw van het nieuwe Dordthuis en de invulling van het voormalige V&D pand. Dit levert een grote bijdrage aan de groeiopgave en helpt verpaupering tegen te gaan. Een belangrijke basis hiervoor is de vastgestelde visie Spuiboulevard e.o. Bij transformaties van panden moeten we altijd een afweging maken, zodat er een balans blijft tussen wonen, werken en verblijven. Veel verouderde kantoormeters zijn al getransformeerd naar wonen, maar het is ook van belang de kantoorfunctie (en andere werkbestemmingen) te behouden en te versterken. Een vitaal centrum vereist stedelijke dynamiek; in het centrum moet het wonen dus niet domineren.
Hoogbouw Het centrum moet herkenbaar zijn en stedelijkheid uitstralen. De historische binnenstad leent zich echter niet voor hoogbouw. In het niet beschermde stadsgezicht deel van de schil is ruimte voor medium hoogbouw tot 40 meter. Rond de molen ‘Kijk over de dijk’ moeten we rekening houden met de molenbiotoop. Nabij het spoor is vanuit het oogpunt van groepsrisico sprake van beperkingen voor de situering van hoogbouw.
Welstandsniveau Het beschermd stadsgezicht van de historische binnenstad en het beschermd stadsgezicht van de 19e-eeuwse schil vallen onder het welstandsniveau intensief. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten vallen ook onder het
Voorzieningen Bij een levendig centrum horen voorzieningen. Dit maakt onze stad aantrekkelijk om te verblijven. De binnenstad is de voornaamste vestigingsplaats voor het belangrijkste detailhandelsareaal in het niet dagelijkse aanbod van de regio. Hieronder
We moedigen transformatie van ruimten boven winkelpanden naar wonen aan. Van de ruimten boven winkelpanden in het Centrum zijn veel van de eenvoudigste locaties al getransformeerd naar woningen (laaghangend fruit). Deze vorm van transformatie willen we daarom nadrukkelijker aanmoedigen in de omgevingsvisie 2.0. Naast dat op deze manier extra woningen worden gerealiseerd, draagt dit ook bij aan de sociale veiligheid in het Centrum (extra kwaliteit).
ook de middenstanders van Dordrecht. Het uitgangspunt is dat ontwikkelingen in de detailhandel de binnenstad versterken. In het centrum blijven meer functies behouden als het draagvlak door groei van het aantal inwoners stijgt. Dat betekent dat daar ruimte voor nieuwe, grote spelers moet zijn. Natuurlijk passend bij de behoefte van de huidige en aan te trekken nieuwe inwoners. Dit geldt voor gebouwen, maar ook voor buitenruimte voor evenementen en andere (cultuur)voorzieningen. De invulling van een compact en vitaal kernwinkelgebied met hoge belevingswaarde lijkt van nog groter belang. De betrokken binnenstadpartners willen hierin gezamenlijk optrekken om te zoeken naar passende en gedragen oplossingen. Niet alleen vanuit economisch perspectief, maar ook vanuit sociale meerwaarde en duurzaamheid. Aan de noordkant van de binnenstad, rond de oude havens, is sprake van menging van bedrijven, horeca, wonen en recreatieve functies in een historische sfeer. Tegelijkertijd vervult de noordkant een belangrijke functie voor de binnenvaart en cruisevaart met bijbehorende voorzieningen. Voor Wantij West is in het ontwikkelplan ‘Wantij in de Rondte’ (vastgesteld 2023) een voorstel gedaan voor een groen, aantrekkelijk en levendig WantijWest in aansluiting op de binnenstad. Dit plan biedt het kader om samen te werken aan een aantrekkelijk en levendig Wantij-West.
Aan de oostkant van de binnenstad ligt het accent meer op culturele functies, zoals het Hofkwartier. Evenementen voor en door Dordtenaren dragen in belangrijke mate bij aan de aantrekkelijkheid van de stad. Evenementen vragen ruimte. Ruimte die steeds schaarser is. Door spreiding van evenementen over de gehele (binnen)stad verdelen we de lusten en de lasten. We bekijken de mogelijkheden voor de Grote Markt en voor het Statenplein om
Horeca draagt in sterke mate bij aan de levendigheid van de binnenstad en de behoefte van bezoekers aan de binnenstad die breder is dan een koopmotief, maar ook om te beleven en ontmoeten. In de nota Dordtse Horeca; Ruimte voor ontwikkeling (vastgesteld 2024) is de ruimtelijke functionele horecavisie als volgt samengevat: • Ruimte voor een gerichte groei van de horeca: Dordrecht heeft een groeiambitie voor de horeca en haar terrassen. Dat betekent niet dat we overal horeca toestaan, maar wel dat er kansen zijn voor gerichte versterking van de sector en de verschillende horecagebieden. We pakken dit als volgt op: o We zetten in op een verdere concentratie en versterking/verruiming van de aangewezen horecadeelgebieden (horecaconcentratiegebieden en horeca schakelpunten) in de binnenstad. Bij de plantoetsing kijken we onder andere naar het ontwikkelperspectief (versterking of consolidatie) en het profiel van het deelgebied. o Deze horecanota wijst nieuwe horecagebieden aan, te weten: Waterkant tussen Johan de Wittbrug en Achterom Voorstraat Noord tot aan Nieuwbrug
-
• • • • • • • •
•
NS/Stationsweg Rode Loper Johan de Wittstraat Lijnbaan - Energiehuis De visie biedt ruimte aan ondernemerschap en dynamiek. De juiste horeca op de juiste plek. We verruimen de mogelijkheden voor aangepaste openingstijden voor de horeca. We zetten in op de verdere versterking van de terrassen. Balans tussen leefbaarheid en levendigheid. De algemene opgave is om het kwaliteitsniveau van bestaande en nieuwe horeca en terrassen te vergroten. Een maatwerkafweging voor uniek concepten is mogelijk. Dordrecht staat onder voorwaarden positief tegenover blurring (zonder alcohol) van horeca met andere functies, ondergeschikte horeca bij andere functies en schaalvergroting van bestaande horeca. We zijn terughoudend om medewerking te verlenen aan nieuwe fastfoodconcepten. Een verdere grote groei is onwenselijk.
Het Scheffersplein ontwikkelt zich tot het horecaplein van de stad. De verdere ontwikkeling vergt een gezamenlijke inzet van de ondernemers. Dat geldt ook voor andere plekken waar de horeca zich concentreert. Nieuwe plekken borrelen op, zoals de omgeving Spuiboulevard. Concentratie van horecazaken draagt bij aan de sfeer en herkenbaarheid van het gebied en kan fungeren als schakelpunt tussen verschillende gebieden. Er is nog ruimte voor lokale en vernieuwende concepten, maar ook voor landelijke horecaketens. Horecazaken moeten passend zijn in de sfeer van het gebied en een bijdrage leveren aan het functioneren van de omgeving. Denk daarbij aan een
horecaconcentratiegebied, winkelgebied, aanloopstraat of juist een toeristische route. Water speelt een belangrijke rol in (de geschiedenis van) Dordrecht. We willen daarom de ruimte van het water in de aantrekkelijke Dordtse binnenhaven en kades, dynamisch, veilig, duurzaam en optimaal benutten, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van de diverse gebruikers en belanghebbenden in de omgeving, de meerwaarde voor de stad en de karakters van de havens en kades (Beleidsvisie Dordtse Binnenhavens, 2020). Voor de verschillende havens in het Centrum zijn mogelijke doorontwikkelingen geïnventariseerd om het gebruik te verbeteren, passend binnen onze ambities en visie. Enkele voorbeelden hiervan zijn een passantensteiger, personenvervoer, recreatievaart, een drijvend terras of kleine watersport. Cultuurhistorie De binnenstad van Dordrecht is vanwege de nog intacte middeleeuwse stedenbouwkundige structuur door het Rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. We behouden en versterken waar mogelijk de kenmerkende historische structuren en maken deze waar mogelijk zichtbaarder. De Voorstraat is de belangrijkste, zeewerende, dijk in de binnenstad. De locatie van de dijk in de stad bepaalt ook het karakter van de dijk. De Riedijk, de Prinsenstraat-Sluisweg en de Noordendijk zijn verlengden van deze dijk. De locatie van de dijk in de stad bepaalt het karakter van de stad.
Bij herontwikkeling moet hier aandacht voor zijn. In de binnenstad blijven historische waarden behouden en versterken we deze waar mogelijk. Om deze ambitie te bereiken worden in de binnenstad omgevingswaarden van kracht, die we op basis van het Beeldkwaliteitplan Binnenstad monitoren. Omgevingswaarden zijn de
75
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
meer ruimte te bieden aan evenementen, zoals beachvolleybal, Big Rivers en een ijsbaan. Parken zijn uitermate geschikt voor evenementen, zoals Wantijpop en Palm Parkies in het Wantijpark en Lepeltje Lepeltje in het Weizigtpark. De Zomerkermis verdwijnt van de Spuiboulevard en verplaatst naar Businesspark Amstelwijck. Verder is het belangrijk dat een evenemententerrein multifunctioneel ingericht is.
Definitief Deel A
76
stedenbouwkundige structuur met straten, havens, kades, pleinen, bebouwing en de historische bouwwerken, waaronder naast panden ook bruggen, verlichting en dergelijke. Verder zetten we in op het (gedeeltelijk) herstellen van oude structuren, bijvoorbeeld op de locaties als Grote Markt en Otto Dickeplein. In het centrum bevinden zich veel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Bij restauratie en verbouwing is bouwhistorisch onderzoek gewenst als onderlegger voor plannen en om de kennis over de stad te vergroten. Eigenaren van monumenten en beeldbepalende woonhuizen kunnen een laagrentende lening afsluiten om hun pand op te knappen en te verduurzamen. Voor de gehele binnenstad geldt bovendien terughoudendheid ten aanzien van grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm. De ondergrond in de binnenstad bevat grote archeologische schatten die het beste gediend zijn met behoud op de plek zelf. Verder is een deel van de 19e-eeuwse schil, park Merwestein en omgeving tot en met de Rozenhof, door het Rijk als beschermd stadsgezicht aangewezen. In de gehele 19eeeuwse schil staan veel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Bij herontwikkeling van met name het niet beschermde deel van de schil moet hier aandacht voor zijn. A.6.2.4 Bereikbare stad Verkeer en vervoer In het gebied centrum (A-gebied) staat, net zoals toen deze wijken ontstonden, de voetganger centraal.
Naast wandelen spelen de fiets en het openbaar vervoer ook een belangrijke rol. Aanvullend daarop kunnen kleine voertuigen met lage snelheid op daarvoor bestemde wegen naar de binnenstad rijden. Zo blijft het gebied
toegankelijk, ook voor mensen die minder goed ter been zijn. Voor fietsers zijn goede stallingsvoorzieningen belangrijk, zodat ze gemakkelijk en veilig hun (e-)fiets kunnen stallen tijdens hun bezoek. Auto’s en zero emissie stadslogistiek met bestemming in het gebied zijn in een deel van het gebied welkom, maar delen straten met fiets en voetgangers. Bewoners en bezoekers kunnen hun auto kwijt in speciaal voor deze doelgroepen bestemde parkeergarages, wat ruimte op straat oplevert. Voor de binnenstad geldt dat de aantakking op het hoofdwegennet voor autoverkeer plaatsvindt vanaf de randen van het A-gebied, waar veel autoverkeer met bestemming binnenstad wordt opgevangen in zogenaamde mobiliteitshubs. Zo beschermen we de kwaliteit van de openbare ruimte van de historische binnenstad en voorkomen we doorgaand verkeer door het A-gebied.
in de toekomst. Daarvoor vindt momenteel al uitbreiding en verplaatsing van parkeercapaciteit in diverse garages plaats, de bouw van een parkeergarage onder het Dordthuis en de nieuwe Spuihavengarage. Dit maakt het mogelijk om parkeren in het Agebied goed te organiseren en tegelijk ruimte op straat vrij te spelen.
Wat betreft parkeerbeleid hanteren we het strengst sturend beleid in het centrum. We werken aan de afbouw van tweede vergunningen en sterkere differentiatie in tarieven tussen parkeren in een garage en op straat en tussen parkeren in het hart van het centrum en de rand. De voorkeur van bewoners om goedkoop in een stadsrandhub of duurder in een garage te parkeren is verdeeld. We werken aan een schuifoperatie om de parkeerder op de juiste plek te laten parkeren
De omvang van het brandaandachtsgebied van spoor en water is zo klein dat we binnen alle gebieden afzien van nieuwbouw binnen deze zone.
A.6.2.5 Gezonde stad Milieu Externe veiligheid Dit gebied is gelegen langs twee, voor het vervoer van gevaarlijke stoffen belangrijke transportassen: het spoor (Kijfhoek- Lage Zwaluwe) en de rivier (Oude Maas en Beneden Merwede). Gelet hierop zijn voor het spoor en de rivier in het Besluit kwaliteit leefomgeving aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk vastgesteld.
Functiemenging en hoge dichtheden in combinatie met het transport van gevaarlijke stoffen leiden met name rondom het spoor tot hoge risico's voor in het gebied aanwezige personen. Het streven is om deze risico's duurzaam te reduceren en/of te beheersen. Binnen dit gebied streven we daarom naar
Sturen op locatie
Sturen op prijs
Sturen op aantal
Zo min mogelijk op straat. Parkeren in garages voor bewoners en bezoekers. Bij voorkeur aan rand A-gebied.
Gereguleerd parkeren. Parkeren op straat is duurder dan in de garage. Parkeren in het centrum is duurder dan aan de rand. Realistisch prijsbeleid bij maatschappelijke voorzieningen.
Maximaal één vergunning per huishouden.
Geluid Vanuit de doelen die we nastreven binnen dit gebied en uitgaande van een stedelijk woonmilieu of centrumgebied is een hogere geluidbelasting op de gevel onder voorwaarden aanvaardbaar (zie Deel B paragraaf B2.4.2 Geluid). Naast de voorwaarden op woningniveau hebben we aandacht voor geluidluwe en groene plekken in het openbaar gebied. Luchtkwaliteit De belangrijke bronnen van luchtverontreiniging in dit gebied zijn autoen scheepvaartverkeer en houtkachels en open haarden. Ter verbetering van de luchtkwaliteit richten we ons op de uitvoering van het decentraal uitvoeringsprogramma zoals dat is opgenomen in het Schone Luchtakkoord. Maatregelen richten zich op emissiereductie bij de veerdiensten, het in stand houden en waar nodig uitbreiden van de al aanwezige walstroominstallaties en het in 2026 instellen van een zero emissiezone voor stadsdistributie. Daarnaast zijn wij voornemens om houtstook verder te reguleren.
Openbare ruimte In gebieden met veel bezoekers, zoals het centrum, ligt het inrichtings- en beheerniveau hoger dan gemiddeld in Dordrecht. Toch is hier nog ruimte voor initiatieven zoals geveltuintjes. De openbare ruimte is namelijk van iedereen en dient uit te dagen tot participatie bij beheer en inrichting. Een hoogwaardig onderhoudsniveau koppelen we aan beeldkwaliteit niveau A van de CROWsystematiek. Voor Dordrecht is dit het kernwinkelgebied van de binnenstad.
levendigheid. We werken daaraan via de principes veilige openbare ruimte uit het Ontwerphandboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR).
In de 19e-eeuwse schil hanteren we zowel het kwaliteitsniveau standaard+ (door intensief gebruik en beschermd stadsgezicht) als het kwaliteitsniveau standaard. Bij de laatste gaat het om normaal gebruikte openbare ruimte op wijkniveau (het kwaliteitsniveau standaard is gekoppeld aan beeldkwaliteit B van de CROW-systematiek).
Ondergrond De bodemkwaliteit dienen we af te stemmen met het huidige en toekomstige functiegebruik van een locatie. In het centrum is veel verontreiniging, dus als daar iets wordt toegevoegd moet er een bodemsaneringsplan komen. Als gemeente geven we dus de bandbreedtes aan. In het bodemsaneringsprogramma kunnen we per stof een voorkeurswaarde bepalen. Deze voorkeurswaarden moeten onder de maximale waarden blijven, de waarden waarbij risico's voor de volksgezondheid optreden.
De ‘Stadsmuur Dordrecht’ is een aaneenschakeling van aantrekkelijke publieke gebouwen en openbare ruimten die bijdragen aan de kwaliteit en leefbaarheid van de binnenstad en samen de identiteit van Dordrecht als vestingstad versterken. Er zijn grotere ruimten nodig voor evenementen. Deze evenemententerreinen vragen om een versterking van de grond. Het is belangrijk dat ook in het centrum, met een hoeveelheid aan functies, voldoende ruimte blijft voor groen. Een autoluw centrum, het realiseren van groenzones en toevoegen van planten en bomen draagt allemaal bij aan ruimte voor spelen, bewegen en ontspanning, een gevarieerder aanzicht en het verminderen van hittestress. (Onredelijke) overlast in de openbare ruimte die ten koste gaat van de leefbaarheid accepteren we niet. Als gemeente nemen we zoveel mogelijk preventieve maatregelen, waarbij voldoende ruimte blijft voor
We werken aan een nieuwe versie van het hondenuitlaatbeleid. We houden het huidige voorzieningenniveau minimaal in stand. Daarnaast houden we vast aan de huidige norm van minimaal één hondenspeelveld per wijk. We richten ons daarbij als eerste op de wijken waar we daar niet aan voldoen.
Gezondheid Spelen, bewegen, sporten, ontmoeten en de natuur beleven Voldoende ruimte voor spelen, bewegen, sporten, ontmoeten en de natuur beleven dichtbij huis is, zoals aangegeven onder het doel gezonde stad, van groot belang voor een veerkrachtige inclusieve stad met mentaal en fysiek gezonde inwoners. Ook in dit gebied geldt daarom de streefwaarde om 5% van het netto woongebied te reserveren voor speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken die zijn verbonden door groenblauwe routes. Daarbij moet iedere bewoner vanuit de woning binnen 300 meter toegang te hebben tot groenblauwe speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsruimte. Bij voorkeur is dit een
77
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
een personendichtheid per hectare die correspondeert met een groepsrisico van maximaal 4 maal de oriëntatiewaarde Dit is niet het geval bij de Oude Maas en de Beneden Merwede. Hier wijzen risicoanalyses uit dat het groepsrisico langs vaarwegen verwaarloosbaar klein is. Gezien de effecten van een incident met gevaarlijke stoffen, is het spoor DordrechtLage Zwaluwe aangewezen als voorschriftengebied explosie (200 meter). Binnen dit voorschriftengebied zijn: • Geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen (en locaties) toegestaan. • Wijziging van functies toegestaan onder voorwaarde dat de kans op een incident met 10 of meer slachtoffers niet toeneemt.
Definitief Deel A
78
plek, indien niet haalbaar een groenblauwe route. Daarbij hoort een hoogwaardige inrichting met voorzieningen voor alle leeftijden. Dat betekent dat elke woning op loopafstand een dergelijke voorziening heeft en dat die zonder barrières zoals een drukke weg bereikbaar is. Om hittestress te verminderen, zorgen we voor schaduw op openbaar toegankelijke verblijfsplekken en loop- en fietsroutes. Een belangrijke leidraad daarbij is de 3-30-300 regel die we in Dordrecht als wens hebben uitgebreid tot de 3-30-300-3000 regel. Een andere leidraad hiervoor is de handreiking Groen in en om de Stad met daarin de streefwaarde van 40% schaduw op openbaar toegankelijke verblijfsplekken en loop- en fietsroutes. Deze leidraden zijn ook van toepassing op dit gebied.
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: Alinea spelen, bewegen, sporten, ontmoeten en natuur beleven toegevoegd.
waardoor ze niet meer voldoen aan de wensen en eisen van huidige gebruikers die gericht zijn op flexibiliteit, duurzaamheid en bereikbaarheid. Minder en bewuster nieuw bouwen, meer renoveren en meer onttrekken blijft komende jaren een belangrijke opgave voor Dordrecht. Daarbovenop komt de ambitie om in 2035 aardgasvrij te zijn, bij voorkeur door aansluiting op het warmtenet. We concentreren daarom op overbodige kantoren door in een straal van 500 meter rond het station in te zetten op het behoud en versterken van de kantoorfunctie. Om de kantoorfuncties in dit deel te versterken, realiseren we in 2026 het Dordthuis in dit deel van de Spuiboulevard.
Toegevoegde ruimtelijke keuze: We zetten in op kantoren met kwaliteit rondom het station.
Werken De historische binnenstad is een unieke locatie voor kleinschalige financiële en zakelijke dienstverlening en creatieve ondernemers. Uniek is het samenspel tussen de maritieme bedrijvigheid en het historische decor zoals in de Kalkhaven waar binnenvaartaanlegplekken gecombineerd worden met stadse beleving.
Op basis van signalen van (potentiële) kantoorgebruikers en marktanalyses op provinciaal en regionaal niveau maken we op dat er behoefte is aan moderne kantoorlocaties nabij de stationsomgeving. De goede bereikbaarheid van het gebied rondom het station maakt het ook een strategische kantoorlocatie voor Dordrecht en omgeving. Daarom willen we aanwezige kantoorfuncties in dit gebied rondom het station behouden (pas op de plaats) en strategieën ontwikkelen voor renovatie of herontwikkeling van verouderde en leegstaande gebouwen met kantoorfunctie.
Economie De 19e-eeuwse schil-west is een zeer geschikte locatie voor kantoren: hier ligt een sterker accent op zakelijke functies. Steeds meer van deze kantoren zijn sterk verouderd,
In het centrum is kleinschalige bedrijvigheid toegestaan in categorie 1 en 2 (behalve enkele uitzonderingen die al in een zwaardere
A.6.2.6 Toekomstbestendige economie
categorie zaten en met name genoemd zijn). Daarnaast is er een afwijkingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen voor bedrijven in categorie 3 als die qua effect op de omgeving gelijk te stellen zijn met categorie 2. Indien kantoorruimte in het Centrum (buiten het gebied rondom het station) geen functie meer heeft voor kantoor, dan kan transformatie plaatsvinden naar een andere functie zoals horeca of voorzieningen. Leegstand is niet gewenst. Levendigheid en dynamiek in het centrum is belangrijk om de werkgelegenheid op gang te brengen en houden en de doelgroepen aan te trekken die we in onze stad willen. Dit betekent dat we in deze gebieden moeten zorgen voor een evenwichtig aanbod tussen wonen, werken en recreëren. A.6.2.7 Klimaatbestendige stad 2040 Klimaatadaptatie De Dordtse historische binnenstad ligt gedeeltelijk buitendijks en relatief laag. Door een veranderend klimaat, het stijgen van de zeespiegel en de kans op frequent hoog water is het beperken van gevolgen voor de binnenstad belangrijk voor de veiligheid en leefbaarheid. Het beschermen van het buitendijkse gedeelte tegen veel schade en overlast realiseren we door een adaptieve strategie op te stellen met partners in de regio Rijnmond en Drechtsteden. In de binnenstad spelen wateroverlast en hittestress een rol. Met name hittestress bleek in de zomer van 2019 een thema.
Doordat het centrum zeer versteend is, blijft warmte hier lang hangen. Om ervoor te zorgen dat de binnenstad leefbaar blijft, zoekt de gemeente naar mogelijkheden om schaduwrijke, koele plekken in te richten. Wateroverlast door neerslag in de binnenstad is een aandachtspunt dat bij nieuwe ontwikkelingen en beheer meegenomen moet worden. Tegelijkertijd is de klimaatopgave
van iedereen en kunnen eigenaren van panden bijdragen. Bijvoorbeeld door minder tegels en meer geveltuinen, groene daken en verticale tuinen aan te leggen. Dit zorgt niet alleen voor meer flora, maar ook voor meer fauna en biodiversiteit.
We geven groen en klimaatadaptatie prioriteit in het centrum. Biodiversiteit en klimaatbestendigheid vragen om meer ambitie om het deelgebied te vergroenen en klimaatbestendig te maken. Het bevorderen van groene en blauwe structuren moet een prioriteit zijn. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het Centrum. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten we sterker gaan inzetten op vergroenen. Ook als het gaat over herontwikkelingen. Hierbij bestaan ook mogelijkheden om deze opgave te integreren in gebouwen.
A.6.2.8 Duurzame en klimaatneutrale stad 2040 In de schil is al deels het warmtenet aangelegd waar nieuwbouw op wordt aangesloten en indien mogelijk meteen ook de omliggende bestaande bebouwing. De historische binnenstad is vanwege de beperkte ruimte in de ondergrond grotendeels niet geschikt voor een warmtenet, en vanwege de vele monumentale gebouwen en daarmee de beperkte mogelijkheden voor stevige isolatie evenmin voor warmtepompen. Voor de warmtetransitie van de bestaande bebouwing in de historische binnenstad
A.6.2.9 Biodiverse stad
Het centrumgebied heeft een ecologisch optimum bereikt in de loop van de tijd. Het behoud van biodiversiteit is hier belangrijk, verhoging van biodiversiteit is lastig in het centrum. Belangrijke speerpunten voor het centrum zijn het behoud van muurvegetaties en gebouwbewonende dieren. Natuurinclusief bouwen is een doorlopend aandachtspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het behoud en aanleg van meer groen lost knelpunten op voor stadsnatuur.
Ecologie & groen De ecologische waarde van het centrum lijkt vanwege het grotendeels verhard oppervlak beperkt. Toch hebben verschillende planten en dieren zich aangepast aan de grotendeels versteende binnenstad. Ondanks de dichte bebouwingsstructuur zijn verspreid over het centrum groenstructuren aanwezig. De grotere groengebieden zijn bijvoorbeeld de Kloostertuin, het groen voor de Grote Kerk, kleine groengebieden in Boogjes en het groen tussen Grote Markt en Varkensmarkt. Bomenrijen langs straten, kleine plantsoenen en tuinen vormen een waardevolle aanvulling op het ‘grotere groen’. Grote en oudere bomen kenmerken het groen en zijn beeldbepalend in het centrum. Vanwege de beeldbepalende, esthetische, ecologische, gezondheidsbevorderende en klimaatadaptieve waarde is het aanwezige groen waardevol en behoudt daarom de groenbestemming. Aanvullende, specifieke acties en programma’s Ontwikkelplan centrum: evenwicht wonen, werken en verblijven in centrum (inclusief kernwinkelgebied, horeca en evenementen, sfeer- en ontwikkelgebieden) Uitvoeren verkeersstructuurplan Spuiboulevard en Schil West o.a. autoluw Adaptieve strategie beschermen buitendijks gedeelte n.a.v. hoogwateroverlast Aanpak vergroenen Binnenstad
Status Bestaand Bestaand In ontwikkeling Bestaand
79
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Toegevoegde ruimtelijke keuze:
onderzoeken we daarom andere alternatieven. Voor nieuwbouw in de binnenstad lijken er mogelijkheden voor het gebruik van warmte-koudeopslag (wko). Ook in het centrum kunnen zonnepanelen worden geplaats op de daken. Hier gelden wel voorwaarden voor vanwege het monumentale straatbeeld. Er zijn oplaadpunten voor elektrisch rijden.
Definitief Deel A 80
A.6.3 Deelgebied Woonwijken Prioritair doelen: Aantrekkelijke stad en Gezonde stad
Logischerwijs staat in dit gebied het wonen centraal en daarbij horend de leefbaarheid.
A.6.3.2 Sturingsfilosofie In de woonwijken ligt het initiatief voor ontwikkelingen grotendeels bij derden. De rol van de gemeente is passiever en met name gericht op het toetsen aan gestelde kaders. Een omgevingsplan biedt aan de voorkant voor het gehele gebied minder ruimte voor ontwikkeling. Uiteraard geven we de geformuleerde doelen uit deze omgevingsvisie bij nieuwe ontwikkelingen mee aan ontwikkelende partijen om hier invulling aan te geven. A.6.3.3 Aantrekkelijke stad Wonen De woonfunctie is in het hele gebied dominant aanwezig. De vroeg-naoorlogse wijken (Wielwijk, Crabbehof, Zuidhoven en Sterrenburg) kenmerken zich door functiescheiding. In de voor- en vroegnaoorlogse wijken Oud Krispijn, Nieuw Krispijn, Reeland, Staart West, Wielwijk en Crabbehof, is de woonintensiteit middelhoog (gemiddelde dichtheid 35-50 woningen per
hectare). Daar is meer ruimte voor functiemenging - meestal in begane grondlagen van woongebouwen. Door de sloop van gestapelde sociale huurwoningen in Krispijn, de Vogelbuurt, Wielwijk en Crabbehof vindt nu verdunning plaats terwijl we op andere plekken zoeken naar verdichting door een stijging van het aantal woningen met een gedifferentieerder woningaanbod. De bouwperiode van Dordtse woonwijken wordt in Figuur 15 kaartmatig weergegeven. De wijken die tussen 1960 en 2000 gebouwd zijn en verder van het centrum liggen, hebben een groenere uitstraling. Dit zijn de wijken Stadspolders, Dubbeldam, Sterrenburg, Staart Oost, Zuidhoven, de Dordtse Hout en de nieuw te ontwikkelen wijk Amstelwijck. De woonintensiteit is hier laag (gemiddelde dichtheid van 20-35 woningen per hectare). Er is weinig functiemenging en de groene uitstraling zien we in een relatief groot aandeel eengezinswoningen met privétuinen. Gestapelde bouw komt voor, maar dan in een parkachtige omgeving. Aan de randen van de stad vinden we kleinschalige locaties met een rustig, groen leefmilieu. Hierbij behoren de Smitsweg (Wilgenwende), De Hoven, de Wantijbuurt, Plan Tij en de nieuw te ontwikkelen Vlijweide (Noordendijk-scholencluster) en een deel van Dorp de Hoop. Er is ruimte voor wonen in het topsegment in een ruime, rustige en groene (of blauwe) omgeving. Met een gemiddelde dichtheid van 5-20 woningen per hectare.
Voornamelijk vrijstaande of twee-onder-eenkap woningen passen in dit milieu. Gestapelde woningbouw kan alleen in een landgoedachtige setting. Beperkt kan hier sprake zijn van functiemenging met extensieve (recreatieve) bedrijvigheid, maar de gebruiksintensiteit en dichtheden in dit milieu zijn laag.
81
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
A.6.3.1 Kenschets In het gebied woonwijken zijn nagenoeg alle wijken ondergebracht – allemaal met hun eigen ontstaansgeschiedenis en karakter. Vanwege dezelfde functies en meerdere overeenkomsten vormen ze wel één gebied. De wijken Staart West en Merwedepolder maken – bij uitzondering – onderdeel uit van het deelgebied ‘De Staart’. Iedere (nieuwe) Dordtenaar moet een passend dak boven zijn of haar hoofd kunnen vinden. Er moet een gevarieerd aanbod zijn in woningen en woonomgeving. In het kader van huisvesting van kwetsbare groepen streven we naar spreiding over de stad. Geen enkele buurt wordt op voorhand uitgesloten van een vestiging van maatschappelijke opvanginstellingen of een woonvoorziening beschermd wonen. Het gebied woonwijken beslaat voornamelijk de bestaande woningvoorraad. In woonwijken liggen groengebieden: (speel)tuinen, kleinere en grotere (sport)parken of ecologische zones.
Mensen zijn hier thuis. Er moet een prettig en veilig leefklimaat heersen - door samenwerking tussen bewoners, organisaties en de gemeente. Bewoners staan centraal en zijn zelf in eerste instantie aangewezen om de leefbaarheid in hun wijk of buurt goed te houden. Dan gaat het over bijvoorbeeld het ontmoeten en helpen van buurtbewoners, het nemen van initiatieven, maar ook over het verduurzamen en duurzaam gebruik van de eigen woning en het aanleggen van meer groen en minder stenen. Als gemeente faciliteren we dit onder andere door bewoners actief mee te laten werken (participeren) bij herinrichtingsplannen van de openbare ruimte. Maar ook door adoptie-groen beschikbaar te stellen en woningeigenaren te informeren over te nemen maatregelen om de woning te verduurzamen.
82
Definitief Deel A
Toegevoegde ruimtelijke keuze: Streven naar verbetering van bestaande woningvoorraad en verdichten waar mogelijk en passend. We willen de bestaande woningvoorraad in de woonwijken verbeteren, onder andere op energetisch gebied. Daarnaast willen we ook de woonwijken verdichten (woningen toevoegen) waar mogelijk en passend. Hierbij passen we de verdichtingsprincipes toe. Beide om de leefbaarheid van woonwijken te versterken en de woonwijken toekomstbestendig te maken.
Figuur 15 - Bouwperiode Dordtse woonwijken. Links: de voor- en vroeg naoorlogse wijken. Midden: tussen 1960 en 2000. Rechts: na 2000
stadion, jachthaven, golfbaan, wellness en een bezoekerscentrum zijn.
Hoogbouw In het algemeen geldt in de woonwijken een maximale bouwhoogte van 25 meter. Wijkcentra en stadsassen kunnen daar een uitzondering op vormen. Voorbeelden daarvan zijn de Seqoiatoren in Stadspolders en hoogstedelijke plekken in Maasterras, Crabbehof en Wielwijk. Dubbeldam is uitgezonderd van hoogbouw vanwege het dorpse karakter. In de wijken met een lage bebouwingsdichtheid ligt de bebouwingshoogte rond de 15 meter.
We zetten in op een passend voorzieningenaanbod in woonwijken.
Voorzieningen Voorzieningen concentreren we bij voorkeur in wijkwinkelcentra, eventueel in woonserviceszones of multifunctionele accommodaties. Er is beperkt ruimte voor nieuwe horeca in de wijk- en buurtcentra Uitgangspunt is dat de horeca hier ondersteunend is en goede balans heeft met de andere functies. Nieuwe solitaire horeca in de wijken wordt in principe niet ondersteund Iedere wijk is anders en het voorzieningenaanbod is altijd maatwerk. De winkelvoorzieningen liggen vooral langs of op kruispunten van de hoofdverkeersassen. In de wijkwinkelcentra streven we naar consolidatie van het bestaande aanbod en dus zonder uitbreidingen van detailhandel en kantoren. Eventuele ontwikkelingen wegen we goed af tegen de ontwikkeling van de andere plekken in de stad. Het palet aan recreatieve voorzieningen is heel breed. Het gaat binnen de woonwijken om binnenstedelijke groene en recreatieve voorzieningen. Dit kunnen publiek aantrekkende sportvelden en sporthallen,
Toegevoegde ruimtelijke keuze:
Elke wijk (en buurt) heeft zijn eigen voorzieningenvraag. Onder andere vanwege demografische samenstelling en –ontwikkelingen. In de voorzieningenmonitor (zie hoofdstuk A.3 Trends, opgaven en transities) maken we het aanbod van basisvoorzieningen (zoals supermarkten, huisartsen, apotheken en basisscholen) inzichtelijk. In de gebiedsprogramma’s – waarin demografische ontwikkelingen en verwachte behoefte inzichtelijk worden gemaakt – wordt vervolgens geconcludeerd of aanvullende inzet op voorzieningen nodig is.
Cultuurhistorie De eerste nieuwbouwwijken in Dordrecht verschijnen vanaf het eind van de 19e eeuw. De Transvaalbuurt is de oudste. Zo ontstond een ring van nieuwe wijken rond de 19eeeuwse schil, de Ring 20-40 genoemd met onder andere de wijk Krispijn. In de loop van de tijd werden de wijken steeds planmatiger aangelegd. Krispijn is bijvoorbeeld gebaseerd op een uitbreidingsplan van architect Van der Pek. De wederopbouwwijken Wielwijk en Crabbehof zijn gebaseerd op de stedenbouwkundige plannen van architect Wissing. Binnen de wijken zijn de 17e tot 19e-eeuwse polder- en dijkstructuren
beschermingswaardig. In de oudere gebieden bevinden zich nog veel interessante en beschermingswaardige woningensembles. Maar ook de structuur en sommige individuele gebouwen zijn interessant. Enkele in het oog springende voorbeelden: het gemaalcomplex 't Vissertje aan de Loswalweg in Stadspolders, een herenhuis aan de Venuslaan en het modelboerderijcomplex aan de Spirea. In de Vogelbuurt, Wielwijk en Crabbehof zijn de nog aanwezige oude structuren van belang. Dat geldt ook voor de opzet van de wederopbouw wijk, de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd en enkele individuele gebouwen. In al deze wijken gaan we dus zeer zorgvuldig met structuuraanpassingen om. In Sterrenburg is de loop van de karakteristieke Oostkil bepalend geweest voor het wijkontwerp. Het oorspronkelijke 17e-eeuwse dorp Dubbeldam is uitgegroeid tot een groene woonwijk. Het dorpse karakter is nog voelbaar in de aanwezige groene ruimte, maar ook een deel van de historische wegenen waterstructuur is nog intact en (de restanten van) twee buitenplaatsen Dubbelsteijn en Dordwijk. A.6.3.4 Bereikbare stad Verkeer en vervoer De wijken Nieuw en Oud-Krispijn, Wielwijk, Crabbehof, Het Reeland en Staart West (B gebied) hebben een middelhoge woonintensiteit maar een hoge mobiliteitsdruk mede door het aandeel doorgaand verkeer. Hierdoor spelen er in deze wijk opgaven op geluid en trillingen.
Gemotoriseerd verkeer en fietsers maken vaak gebruik van dezelfde ruimte met een hoger risico op conflicten. Voetpaden zijn vaak smal en niet voor iedereen toegankelijk. In deze wijken staat daarom het herstel van
83
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Welstandsniveau In de woonwijken geldt het welstandsniveau regulier. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten vallen onder het welstandsniveau intensief.
Definitief Deel A
84
de balans tussen wandelen, fietsen en autorijden centraal. Fiets en OV krijgen betrouwbare doorgaande routes met een corridorfunctie tussen het centrum, het station Dordrecht en de buitenwijken en buitengebieden. Doorgaand verkeer gebruikt de hoofdstructuren en in de woongebieden is enkel ruimte voor bestemmingsverkeer. Hierdoor wordt de leefbaarheid en veiligheid voor alle weggebruikers verbeterd. De wijken Staart-Oost, Stadspolders, Dubbeldam, Sterrenburg, Wilgenwende, Zuidhoven, het Dordtse Hout en Amstelwijck (C-gebied) zijn ruimer opgezet en hebben een lagere woonintensiteit. Vanwege deze lagere woonintensiteiten en beperkte functiemenging zijn deze wijken relatief meer afhankelijk van de auto. Daarom zetten we hier in op het veilig faciliteren van de bestaande automobiliteit in combinatie met het verbeteren van de voorzieningen voor lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer. A.6.3.5 Gezonde stad Milieu Externe veiligheid Langs de randen van de woonwijken zijn hoofdtransportassen gesitueerd (Spoor, N3 en A16). Deze assen hebben een belangrijke functie voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Gelet hierop zijn voor het spoor en de rivier in het Besluit kwaliteit leefomgeving aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk vastgesteld. Deze aandachtsgebieden tellen respectievelijk 30, 200 en 300 meter.
Daar waar nodig stellen we voorschriftengebieden vast (zie deel B paragraaf B2.4.5 Omgevingsveiligheid).
Gezien de gevaarsetting leidt dat tot onderstaande bebouwingsvrije zones en voorschriftengebieden: • •
• •
Niet bouwen binnen 10-6 contour spoor, weg en water. Niet bouwen binnen brandaandachtsgebied spoor en weg (30 meter uit de zijkant van de infrastructuur). Spoor Dordrecht - Lage Zwaluwe en A16 tracé N3 - Moerdijkbrug en N3: altijd voorschriftengebied explosie (200 meter). Binnen explosieaandachtsgebied van industrie of bedrijven is altijd sprake van een voorschriftengebied.
Binnen de voorschriftengebieden explosie nemen bouwers/ontwikkelaars maatregelen aan gebouwen conform het besluit bouwwerken leefomgeving. Verder geldt dat binnen het explosieaandachtsgebied van spoor en N3 geen zeer kwetsbare gebouwen mogen worden ontwikkeld. Ter beheersing van het groepsrisico streven we binnen dit gebied daarom naar een personendichtheid per hectare die correspondeert met een groepsrisico van maximaal 0.75 maal de oriëntatiewaarde. Met uitzondering van het Weizigtpark (Thureborgh) waar een maximum groepsrisico geldt van 4 maal de oriëntatiewaarde. De hoogste overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (5.8 maal) in Dordrecht ligt ter plaatse van de wijken Nieuw Krispijn en Reeland. Op termijn streven we naar een oplossing van dit knelpunt door het vervoer van gevaarlijke stoffen niet door de stad te laten plaatsvinden. Geluid en trillingen Het aspect geluid is gekoppeld aan het beoogde woonmilieu. Daarbij is een tweedeling gemaakt tussen rustig groen en
suburbaan wonen enerzijds en stedelijk wonen anderzijds (zie deel B paragraaf B2.4.2 Geluid). Langs randen van rijkswegen, lokale wegen, spoorwegen en industrie- en bedrijventerreinen is een hogere geluidbelasting voor de eerstelijns bebouwing onder voorwaarden toelaatbaar. Naast de voorwaarden op woningniveau moet er aandacht zijn voor geluidluwe en groene plekken in het openbaar gebied, op korte afstand en goed bereikbaar voor omwonenden. Mensen ervaren daarbij minder geluidoverlast. Luchtkwaliteit Zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven, streven we naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit met zicht op de WHOadvieswaarde. De belangrijkste maatregelen richten zich dan ook op duurzame mobiliteit, klimaat (klimaat neutraal in 2040), houtstook en ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van het besluit gevoelige bestemming luchtkwaliteit is er een zone van 150 meter (gemeten vanaf de zijkant van de N3 en A16) vastgesteld. Hierbinnen is het niet mogelijk om voor luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen te vestigen. Tenzij men aantoont te voldoen aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit én pas nadat de GGD heeft geadviseerd. Tot slot zullen wij in nieuwbouwprojecten het gebruik van biomassa voor ruimteverwarming in het omgevingsplan verbieden.
Openbare ruimte In woon- en werkgebieden met een normaal gebruik en onderhoud hanteren we het kwaliteitsniveau standaard. Hier gaat het om normaal gebruikte openbare ruimte op wijkniveau (het kwaliteitsniveau standaard is gekoppeld aan beeldkwaliteit B van de CROWsystematiek). Kenmerkend voor het gebied woonwijken is de relatief rustige omgeving, waarin het voor gezinnen goed wonen is en in de omgeving genoeg ruimte is om te spelen. De omgeving kan zowel ruim ingericht zijn met ruime plantsoenen en verzorgd openbaar groen, als ingericht zijn met groengebieden met een natuurlijke uitstraling. Hier staat het natuurbelang voorop en past men het kwaliteitsniveau hoogwaardig toe. Het onderhoud is intensief waar het gaat om het nastreven van natuurontwikkeling – daar stimuleren we natuurlijke processen. Dit niveau passen we met name toe in de omgeving van groengebieden, de stadsranden en de ecologische groenzones. Ten aanzien van bebording, zwerfvuil en parkmeubilair houden we het kwaliteitsniveau standaard aan. Op percelen die tijdens de herstructureringsopgaven tijdelijk braak liggen, is ruimte voor initiatieven rondom stadslandbouw of andere vormen van tijdelijk gebruik.
Ondergrond De verbetering van de bodemkwaliteit in de oudere wijken dient zoveel mogelijk op een natuurlijk moment (bij herontwikkeling) plaats te vinden. En moet zoveel mogelijk aansluiten bij het toekomstige gebruik van de locatie. Hierbij spelen gezondheidskundige en ecologische factoren een rol. Voor alle woonwijken geldt dat we verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit zoveel mogelijk voorkomen. De meeste wijken hebben de aanduiding ‘Wonen’ of ‘Achtergrondwaarde’. Dit betekent dat de bodem hier over het algemeen zeer schoon is. Deze kwaliteit moet behouden blijven. Dit geldt ook voor het jeugddorp nabij het Wantij, dat een grondwaterbeschermingsgebied is. De kwaliteit van de bodem in de oudere wijken (Krispijn, Reeland, Staart West) heeft de aanduiding ‘Industrie Heterogeen’. Dit houdt in dat er hier vanuit historisch gebruik een grotere kans op verontreinigingen is. Acute saneringslocaties zijn niet aan de orde en er is geen gevaar voor de gezondheid, maar in een woonwijk is de kwaliteit ‘Wonen’ wenselijk. In de wijken Wielwijk en Crabbehof is de bodemkwaliteit over het algemeen ‘Wonen’ en dat moet behouden blijven.
Gezondheid We willen dat al onze inwoners langdurig gelukkig, gezond, veilig en zinvol meedoen in de samenleving. Hiervoor is voldoende ruimte nodig. Dit is extra belangrijk in de wijken Wielwijk, Crabbehof, Krispijn, Staart, Vogelbuurt en Sterrenburg 1 Oost, waar de gezondheid van inwoners op sommige gebieden wat slechter is. Dit hangt onder meer samen met de sociaaleconomische status van inwoners en hun leefstijl. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving letten we daarom extra op het aspect gezondheid. Spelen, bewegen, sporten, ontmoeten en de natuur beleven Voldoende ruimte voor spelen, bewegen, sporten, ontmoeten en de natuur beleven dichtbij huis is, zoals aangegeven onder het doel gezonde stad, van groot belang voor een veerkrachtige inclusieve stad met mentaal en fysiek gezonde inwoners. Ook in dit gebied geldt daarom de streefwaarde om 5% van het netto woongebied te reserveren voor speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken die zijn verbonden door groenblauwe routes. Daarbij dient iedere bewoner vanuit de woning binnen 300 meter toegang te hebben tot groenblauwe speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsruimte. Bij voorkeur is dit een plek, indien niet haalbaar een groenblauwe route.
85
Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit
Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: Op basis van het besluit gevoelige bestemming luchtkwaliteit is een zone van 150m (gemeten vanaf de zijkant van de N3 en A16) vastgesteld in plaats van een zone van 300m. Verbod biomassa voor ruimteverwarming bij nieuwbouwprojecten.
Een veilige openbare ruimte in de woonwijken willen we bereiken door de kwaliteiten en doelstellingen na te streven zoals deze staan beschreven in het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR). We werken aan een nieuw versie van het hondenuitlaatbeleid. We houden het huidige voorzieningenniveau minimaal in stand. Daarnaast houden we vast aan de huidige norm van minimaal één hondenspeelveld per wijk. We richten ons daarbij als eerste op de wijken waar we daar niet aan voldoen.
Definitief Deel A
86
Toegevoegde ruimtelijke keuze:
Toegevoegde ruimtelijke keuze:
Streefwaarde om 5% van het netto woongebied te reserveren voor speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken die zijn verbonden door groenblauwe routes.
Onze leidraad voor een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte is de 3-30-3003000 regel.
Realiseren, verbeteren en in stand houden van voldoende ruimte om te spelen, bewegen, sporten en ontmoeten in het groen. We hanteren daarbij als streefwaarde om 5% van het netto woongebied te reserveren voor speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken die zijn verbonden door groenblauwe routes.
Daarbij hoort een hoogwaardige inrichting met voorzieningen voor alle leeftijden. Dat betekent dat elke woning op loopafstand een dergelijke voorziening heeft en dat die zonder barrières zoals een drukke weg bereikbaar is. Om hittestress te verminderen, zorgen we voor schaduw op openbaar toegankelijke verblijfsplekken en loop- en fietsroutes. Een belangrijke leidraad daarbij is de 3-30-300 regel die we in Dordrecht als wens hebben uitgebreid tot de 3-30-300-3000 regel. Een andere leidraad hiervoor is de handreiking Groen in en om de Stad met daarin de streefwaarde van 40% schaduw op openbaar toegankelijke verblijfsplekken en loop- en fietsroutes. Deze leidraden zijn ook van toepassing op dit gebied.
Onze leidraad voor een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte: vanuit je woning zicht op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en vanuit iedere woning, school of werkplek 300 meter tot het dichtstbijzijnde park en lange routes in het gebied van 3000 meter voor (sportief) bewegen (de 3-30300-3000 regel; de 3000 is een Dordtse uitbreiding op de 3-30-300 regel en is al voorgesteld in de Sportvisie 2030).