CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit v1.1.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 13 mei 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit - Raadsvoorstel42.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Terugbrengen van autoverkeer op plekken waar dat noodzakelijk en wenselijk is. Toepassen van 30 km/u als basissnelheid in woonwijken. - We doen ingrepen in het autonetwerk, zoals knips en ongelijkvloerse kruisingen om

verkeer naar de gewenste routes te leiden en meer ruimte voor lopen, de fiets en OV te realiseren (zie Doel 1: Dordrecht is een aantrekkelijke stad, en Doel 3: Dordrecht is een gezonde stad en Doel 6: Dordrecht is een duurzame en klimaatneutrale stad in 2040). •

•

Autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld en krijgt prioriteit op belangrijke verkeersaders. Dit bevordert de doorstroming. We borgen een goede doorstroming van autoverkeer op de belangrijkste inprikkers (verbindingen), te weten Laan der Verenigde Naties, Dokweg, Baanhoekweg, Merwedestraat, Oranjelaan, Mijlweg, Rijksstraatweg (ten noorden van N217), Aquamarijnweg, Overkampweg, Copernicusweg en Provinciale weg. Voor wat betreft de logistiek borgen we dat er voldoende ruimte voor grote voertuigen blijft bestaan in de werkgebieden en stimuleren we verduurzaming van het goederenvervoer door een verschuiving naar meer transport over water te faciliteren. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen houden we de relevante werkgebieden met een route gevaarlijke stoffen, aangesloten op de rijks infrastructuur (zie Doel 3: Dordrecht is een gezonde stad en Doel 4: Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie). Slimmer organiseren van autoparkeren maakt ruimte vrij in de stad. Met een sterker sturend parkeerbeleid zetten we in op minder blik op straat. In Dordrecht is lange tijd vraagvolgend parkeerbeleid gevoerd. Dit beleid was reactief met als resultaat dat de

parkeercapaciteit de laatste jaren is meegegroeid met de toenemende vraag naar parkeerruimte. Gegeven de opgaven waarvoor we staan richting 2040 kan dit beleid niet grenzeloos worden doorgezet en is er aanleiding om meer te gaan sturen op parkeren in Dordrecht. We sturen per doelgroep op parkeren op de juiste plek in Dordrecht. Op die manier kan uiteindelijk de groeiambitie van Dordrecht worden gerealiseerd en tegelijkertijd ruimte worden besteed aan de kwaliteit van de openbare ruimte, vergroening en ontmoeten. Op hoofdlijnen zijn er drie typen sturingsmaatregelen: sturen op locatie, sturen op prijs en sturen op aantal. Hierbij hebben we aandacht bij de verschillende wijken die Dordrecht kent. Allereerst zetten we ons in om parkeren in de openbare ruimte te beperken, zeker waar dit hinder veroorzaakt en onvoldoende ruimte voor groen en verblijven is. We zetten ons in om te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden zonder overbodige capaciteit toe te voegen passend bij de wijk. Dit betekent dat we het belangrijk vinden dat op reguliere momenten voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn, maar dat het tijdens incidentele pieksituaties mag schuren. •

Aansluiten op de verschillen in de stad (gebiedstypen mobiliteitsaanpak) De wijze waarop het STOMP principe en het parkeerbeleid worden toegepast hangt af van de uitgangspositie en de omstandigheden in de verschillende delen van de stad. In de binnenstad is de uitdaging anders dan in een willekeurige buitenwijk. Dit betekent dan ook dat per gebied een andere mobiliteitsmix kan worden nagestreefd. We onderscheiden hiervoor 4 gebiedstypen.

de economische vitaliteit van de stad. Voorbeelden van bestemmingen zijn het Leerpark, het Gezondheidspark, het bezoeken van de historische binnenstad en recreatieve bestemmingen zoals Nationaal Park De Biesbosch. We investeren in de multimodale bereikbaarheid van deze bestemmingen. Dit betekent een goede aantakking op het hoofdwegennet en tegelijk de beschikbaarheid van aantrekkelijke regionale fietsverbindingen en openbaar vervoer of deelmobiliteit.

•

Per verdichtingslocatie moet worden bekeken of de toename van verkeer nog wel gefaciliteerd kan worden op het wegennet en zo niet, welke maatregelen ingezet moeten worden om de verkeerstoename te beperken.

A.5.3.3 Aandachtspunten •

De groei van Dordrecht leidt tot een forse toename van verkeersbewegingen. De bereikbaarheid van de stad komt (verder) onder druk te staan (en daarmee ook de leefbaarheid).

43

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

Het A-gebied omvat de historische binnenstad en de 19e-eeuwse schil. Voor deze gebieden is goede bereikbaarheid met name te voet zeer belangrijk. Deze benadering zetten we door in de wijk Stadswerven, de gebiedsontwikkeling Maasterras en woningverdichting rond het Leerpark en Gezondheidspark. Het B-gebied beslaat de wijken NieuwKrispijn, Oud-Krispijn, Wielwijk, Crabbehof, Reeland en Staart West. Het C-gebied bestaat uit de wijken Staart-Oost, Stadspolders, Dubbeldam, Sterrenburg, Wilgenwende, Zuidhoven, Het Dordtse Hout, Amstelwijck. De bedrijventerreinen en industriegebieden aan de flanken van de stad: de Westelijke Dordtse Oever (WDO) en de Merwedehavens noemen we het Dgebied. Zie hiervoor ook de doelkaart. Daarnaast vervult Dordrecht een belangrijke regiofunctie die bijdraagt aan

Figuur 13 – Uitsnede kaartweergave gebiedstypen mobiliteitsaanpak (Mobiliteitsplan 2040 Dordrecht)

Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan

Status

Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 Uitvoeringsprogramma Fiets 2023 - 2026 Verkeersstructuurplan Spuiboulevard Parkeerbeleid Integrale visie op laadinfrastructuur, plaatsingsbeleid, nadere regels laadinfrastructuur Routekaart Klimaatneutraal 2040

Bestaand Bestaand Bestaand In ontwikkeling Bestaand Bestaand

Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: ‘Fietsvisie en uitvoeringsprogramma Dordt fietst verder!’ is komen te vervallen. Hoofdlijnen opgenomen in Mobiliteitsvisie 2040. In najaar 2023 is nieuw uitvoeringsprogramma vastgesteld. ‘Verkeersstructuurplan centrum 2013-2023’ is komen te vervallen. Deels uitgevoerd, deels opgegaan in ander beleid. ‘Aanpak verkeersonveilige locaties’ is uitgevoerd. ‘Volgen van de planning van het Rijk en tijdig een plan maken voor de reconstructie van verbreding A16 (Wielwijk). De reservering voor de verbreding van de A16 nemen we op in het omgevingsplan.’ is niet meer aan de orde. ‘Actieplan duurzame mobiliteit’ gaat op in Mobiliteitsplan 2040 en/of klimaatneutraal 2040. ‘Programma toekomstbestendige bereikbaar Dordrecht’ is Mobiliteitsplan Dordrecht 2040.

Definitief Deel A 44

A.5.4 Doel 3: Dordrecht is een gezonde stad

regelgeving in het omgevingsplan en zo nodig vullen we dit programmatisch aan. In de onderstaande uitgangspunten geven we aan waar we aan werken om het doel 'Dordrecht is een gezonde stad' te bereiken. Integraal benaderd Het doel ‘Gezonde stad’ draagt op haar beurt ook sterk bij aan de doelen ‘Aantrekkelijke stad’, ‘Bereikbare stad’, ‘Klimaatbestendige stad in 2040’ en ‘Duurzame en klimaatneutrale stad in 2040’.

De gemeente streeft er daarom naar dat de leefomgeving zo speel-, beweegsport- en ontmoetingsvriendelijk mogelijk wordt ingericht en werkt daarom aan het creëren van een beweeg- en verblijfsvriendelijk netwerk van voldoende openbare ruimte die uitnodigt tot spelen, bewegen, ontmoeten en het groen beleven, waardoor de gezondheid wordt bevorderd. We hanteren daarbij als streefwaarde om 5% van het netto woongebied (alle gronden waaraan de functie wonen is toegedeeld) te reserveren voor speel-, beweeg-, sporten ontmoetingsplekken die zijn verbonden door groenblauwe routes (Groenblauwe regels gemeente Dordrecht - in voorbereiding). Zo bevorderen we via deze groenblauwe infrastructuur de gezondheid van onze inwoners. De ruimte die deze groenblauwe routes innemen wordt beschikbaar door het STOMP principe (zie Doel 2: Dordrecht is een bereikbare stad) toe te passen, wat binnen de gemeente het leidende principe is voor de inrichting van de openbare ruimte (voor mobiliteit).

A.5.4.2 Uitgangspunten •

A.5.4.1 Inleiding Eén van de doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Niet alleen heeft de kwaliteit van onze leefomgeving een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, het vormt mede de basis voor een veerkrachtige inclusieve stad. Door te investeren in de preventieve werking die de leefomgeving op de gezondheid heeft, kunnen we de stad leefbaar houden en leveren we een bijdrage aan het (financieel) beheersbaar houden van ons collectieve zorgsysteem. Zo versterken het sociale en fysieke domein elkaar. Met onze groeiambitie neemt het belang hiervan alleen maar toe. Zo draagt de groei juist bij aan brede welvaart in plaats van dat het extra uitdagingen opwerpt. We werken aan het permanent verbeteren van de milieukwaliteit in de stad en het creëren van een groene omgeving die ons uitnodigt om de natuur te beleven en om te spelen, bewegen, sporten en elkaar te ontmoeten. We sturen hierop aan via

Realiseren, verbeteren en in stand houden van voldoende ruimte om te spelen, bewegen, ontmoeten en het groen te beleven Spelen, bewegen, sporten en ontmoeten... Genoeg openbare ruimte voor inwoners om jaarrond te kunnen spelen, bewegen, sporten en elkaar ontmoeten is een essentiële randvoorwaarde voor een leefbare stad met gezonde inwoners. Wij streven naar divers ingerichte speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsruimte waar voor verschillende leeftijden, interesses en voor kinderen met verschillende mogelijkheden en beperkingen, iets te spelen of sporten is. Per speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplek wordt gekeken naar onder andere de ligging van de (speel)plekken in de buurt, de speelmogelijkheden, verblijfswaarde, klimaatbestendigheid, duurzaamheid en toegankelijkheid. … gekoppeld aan groen Daarbij is het belangrijk deze ruimte te koppelen aan groen. Groen heeft een positief effect op zowel de fysieke als mentale gezondheid van inwoners. Als

•

Een voor iedereen toegankelijke leefomgeving Het is belangrijk dat iedereen dichtbij huis toegang heeft tot een gezonde leefomgeving. Iedere bewoner dient vanuit de woning binnen 300 meter toegang te hebben tot een groenblauwe speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsruimte. Bij voorkeur is dit

45

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

alle inwoners natuur dichtbij huis kunnen beleven dan is dat goed voor de gezondheid van onze inwoners. Maar het is ook goed voor de natuur omdat verbinding met de natuur omgekeerd ook zorgt voor de intrinsieke motivatie bij mensen om goed voor de natuur in hun omgeving te zorgen.

46

een plek, indien niet haalbaar een groenblauwe route.

•

Definitief Deel A

De speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken zijn voor alle leeftijden op loopafstand gelegen waarbij we rekening houden met barrières. In het geval van kinderen verstaan we onder barrières alle situaties die voor een kind individueel niet oversteekbaar zijn om de speelplek te bereiken. Ook is het belangrijk dat er minimaal één speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplek in de wijk inclusief wordt ingericht zodat ook kinderen, ouderen en volwassen met een beperking er terecht kunnen. En dat voorzieningen goed bereikbaar zijn op wandel- en fietsafstand. •

We stimuleren het gebruik van de speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken en groenblauwe routes Alleen het fysiek zorgen voor voldoende groene speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken die zijn verbonden door groenblauwe routes is niet voldoende om het positieve effect op de gezondheid te bereiken. Daarvoor zijn stimuleringsprogramma's uit het sociaal domein onmisbaar. Het is namelijk niet zo dat plekken die vergroend zijn ook automatisch goed gebruikt worden. Door te zorgen voor programmering op de plekken, kunnen inwoners ervaren hoe fijn het is om buiten te spelen, te bewegen, elkaar te ontmoeten en het groen te beleven en stimuleren we ze om er ook zelf gebruik van te blijven maken. Pas als de omgeving daadwerkelijk wordt gebruikt, ontstaat het positieve effect op de gezondheid.

•

Een gezonde klimaatadaptieve, groene inrichting van de openbare ruimte Hittestress en hevige regenval zijn uitdagingen waar we door klimaatverandering steeds meer mee te maken krijgen. Om die reden is het belangrijk dat we onze openbare ruimte klimaatadaptief inrichten (zie Doel 5: Dordrecht is een klimaatbestendige stad in 2040). Om hittestress te verminderen, zorgen we voor schaduw op openbaar toegankelijke verblijfsplekken en loop- en fietsroutes. Een belangrijke leidraad daarbij is de 3-30-300 regel die we in Dordrecht als wens hebben uitgebreid tot de 3-30-300-3000 regel: vanuit je woning zicht op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en vanuit iedere woning, school of werkplek 300 meter tot het dichtstbijzijnde park en lange routes in het gebied van 3000 meter voor (sportief) bewegen (de 3-30-300-3000 regel; de 3000 is een Dordtse uitbreiding op de 3-30-300 regel en is al voorgesteld in de Sportvisie 2030). Een andere leidraad hiervoor is de handreiking Groen in en om de Stad. Een groene omgeving draagt ook bij aan een betere mentale gezondheid. Rookvrije kindomgevingen (speeltuinen, kinderboerderijen en sportclubs) We willen dat minder Dordtenaren roken en Dordtse kinderen/jongeren kunnen opgroeien in een rookvrije kindomgeving. Ons ultieme doel is een rookvrije generatie. Een extra voordeel is dat een rookvrije omgeving een schone omgeving is zonder peuken.

Dit zorgt voor een betere leefbaarheid en minder zwerfafval. Peuken vormen een zeer groot gedeelte van het zwerfafval. Hoe we werken aan bovenstaande uitgangspunten, is te lezen in Deel B hoofdstuk B.2.2 Groenblauwe systemen.

•

Een sociaalveilige inrichting van de leefomgeving In Dordrecht moeten alle inwoners zich prettig en vertrouwd voelen op straat en met plezier gebruik kunnen maken van de openbare ruimte (zie Doel 1: Dordrecht is een aantrekkelijke stad in). Een veilige openbare ruimte is een openbare ruimte die goed ontworpen en onderhouden is. We werken daaraan via de principes veilige openbare ruimte uit het Ontwerphandboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR).

•

Een gezonde voedselomgeving De leefomgeving speelt een grote rol in het voedingsgedrag van mensen. Daarom zetten we ons in om de voedselomgeving van de gemeente Dordrecht via beleid en met hulp van samenwerkingspartners gezonder te maken. Hier raken de fysieke- en de sociale leefomgeving elkaar sterk. We richten ons hierbij op locaties waar veel mensen samenkomen, zoals scholen, sportverenigingen en speeltuinverenigingen en gaan graag het gesprek aan met ondernemers en bedrijven om dit samen met hen te bewerkstelligen. Dit doen we door het vaststellen van een Voedselvisie en het uitvoeren van acties uit de Voedselagenda.

•

Externe veiligheid en veilige leefomgeving Het is ons streven om inwoners, bezoekers en werknemers binnen de gemeente voldoende bescherming te bieden tegen een ongewoon voorval (incident of afwijking van de reguliere bedrijfsvoering) bij de productie, de opslag en het transport (inclusief buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Het realiseren van absolute veiligheid is geen haalbaar doel, maar we beogen een transparante afweging te maken tussen veiligheid en andere maatschappelijke

Bestaande Vervoersrisico's Een belangrijke risicobron in en rondom de stad is het transport van gevaarlijke stoffen. Het reguleren en/of verminderen hiervan is een belangrijk middel om de leefomgeving veiliger te maken. Hiervoor zijn een beperkt aantal routes gevaarlijke stoffen aangewezen, die hoofdinfrastructuur verbinden met locaties die geschikt zijn voor risicovolle activiteiten. Daarnaast gaat aandacht uit naar het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor (als meest risicovolle bron in de stad). We richten ons op het verminderen en veiliger maken van dit vervoer, met als ultiem doel de aanleg van een dedicated (toegewijde) goederentunnel (DGL) gekoppeld aan de A16. Zowel veiligheid verbeterende maatregelen als de aanleg van een goederentunnel zijn zeer kostbaar. Met een gerichte lobby en samenwerking met een brede coalitie van onder andere spoorgemeenten proberen wij de realisatie van maatregelen te beïnvloeden. Nieuwe risico's Voor nieuwe situaties die ontstaan als gevolg van bedrijfsvestigingen richten wij

ons op het zoveel mogelijk ruimtelijk scheiden van risicobron en ontvanger. Ons beleid is gericht op het minimaliseren van de kans dat een grote groepen mensen slachtoffer worden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico, oftewel de kans dat 10 of meer mensen overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen, speelt hierin een belangrijke rol. Hiervoor maken wij gebruik van het (berekende) groepsrisico en de in het omgevingsplan vastgestelde oriëntatiewaarde. Hiervoor hanteren we een gebiedsgerichte aanpak waarbij we een balans tussen veiligheid en andere maatschappelijke doelen als uitgangspunt nemen. Het resultaat van deze afweging zijn gedifferentieerde veiligheidsniveaus per gebiedstype die zijn afgestemd op de beoogde gebruiksintensiteit en de sociaaleconomische functies binnen het betreffende gebiedstype. Dit betekent dat wij ten aanzien van nieuwe risico veroorzakende milieubelastende activiteiten: deze slechts toestaan op daarvoor aangewezen bedrijventerreinen die verbonden zijn met een route voor gevaarlijke stoffen; eisen stellen aan de ligging van de Plaatsgebonden risicocontour (PR) 10-6/jaar en/of de aanwezigheid, ligging en omvang van aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk.

Bij nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen worden: ter beheersing van het groepsrisico waar nodig eisen gesteld aan: ∙ de ligging van de beoogde ontwikkeling ten opzichte van de aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk;

en/of het aantal binnen deze aandachtsgebieden aanwezige personen; ter beheersing van incidenten en verbetering van de zelfredzaamheid van mensen in het ontwikkelingsgebied waar nodig maatregelen genomen; ter bescherming van de in het gebouw aanwezige mensen waar nodig voorschriftengebieden aangewezen, waarbinnen aanvullende bouwtechnische maatregelen genomen moeten worden conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

∙

-

-

In Deel B hoofdstuk B.2.4 milieusystemen zijn de beleidsdoelen en de samenhang tussen ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer en veiligheid verder uitgewerkt. •

Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit met zicht op de WHO-advieswaarde De lucht in Dordrecht is de afgelopen decennia een stuk schoner geworden en voldoet nu overal aan de huidige Europese normen. Desondanks leiden concentraties fijnstof en stikstofdioxide in de lucht ook in Dordrecht tot gezondheidsschade en vroegtijdige sterfgevallen. Daarnaast levert de stedelijke emissie van stikstofoxiden een belangrijke bijdrage aan de stikstofbelasting van de natuur. De kern van ons beleid, zoals geformuleerd in de omgevingsvisie 1.0 is het streven naar schone "gezonde lucht" en het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit, behoeft gelet op de nieuwe grenswaarden geen wijziging. Voor fijnstof blijven we ons richten op het in 2030 behalen van de WHO-advieswaarde

47

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

belangen. Het zoveel mogelijk ruimtelijk scheiden van risicobronnen en (zeer) kwetsbare activiteiten, zoals deze zijn bedoeld in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, vormt de kern van ons veiligheidsbeleid. Onze aanpak is brongericht en/of ruimtelijk gericht op het beheersen, voorkomen en beperken van (aanwezige) veiligheidsrisico’s. Daarnaast besteden we aandacht aan de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld en aan de mate waarin (de gevolgen van) eventuele incidenten beheersbaar zijn.

Definitief Deel A

48

(uit 2005). Binnen Dordrecht is de luchtkwaliteit niet slecht; de voorgestelde EU-grenswaarden (ook die voor NO2) zijn binnen bereik maar nog niet overal behaald. Luchtkwaliteit kent (boven)nationale, regionale en lokale aspecten. Het bereiken van onze doelstelling is alleen mogelijk door een verregaande samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten. Daarom is Dordrecht, samen met meer dan 100 gemeenten, het Rijk en de provincies, medeondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord (SLA).

op inhoud. Zowel de luchtkwaliteit als de doelen van het SLA worden gemonitord.

Het SLA maakt de verschuiving van het voornamelijk streven naar het voldoen aan Europese grenswaarden naar het realiseren van gezondheidswinst voor iedereen. De deelnemers hebben als gezamenlijk doel om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te realiseren ten opzichte van 2016. Deze doelstelling is nauw verweven met de doelen uit het Klimaatakkoord en de regionale energiestrategieën, de stikstofaanpak en het regionaal/lokaal mobiliteitsbeleid.

Het SLA besteedt aandacht aan emissies van fijnstof en NO2, maar dit zijn niet de enige stoffen die in de lucht worden gebracht en aandacht vereisen. Bedrijfsmatige emissies omvatten een breed pallet aan geëmitteerde stoffen die eveneens aandacht behoeven. Bij de beoordeling van bedrijfsmatige emissies is voor ons de stand der techniek leidend.

Belangrijke bronnen van luchtverontreiniging in en rondom de stad zijn automobiliteit, scheepvaart en de industrie. Ook houtkachels en open haarden, waarvan de negatieve bijdrage aan de luchtkwaliteit veel groter is dan tot nu toe werd aangenomen, zijn een belangrijk aandachtspunt bij de verbetering van de luchtkwaliteit in en rondom de stad. Het SLA omvat dan ook een uitgebreid maatregelenpakket om de geformuleerde doelen te bereiken. De samenhang tussen luchtkwaliteit en beleid op het gebied van energie, mobiliteit en inkoop vergt binnen de gemeente afstemming, niet alleen op procedureel vlak maar ook

Met de realisatie van het in het SLA opgenomen maatregelenpakket zetten we een belangrijke stap op weg naar het behalen van de WHO-richtwaarden voor gezonde lucht en hiermee ook naar gezondheidswinst voor onze inwoners. Tegelijkertijd leveren wij, met de uitvoering van de in het SLA opgenomen maatregelen, een relevante bijdrage aan het realiseren van het herstel van de natuurwaarden in de Biesbosch.

In Deel B hoofdstuk B.2.4 milieusystemen zijn de beleidsdoelen en de samenhang tussen duurzaamheid, mobiliteit, gezondheid en luchtbeleid verder uitgewerkt. •

Streven naar het verbeteren van het akoestisch klimaat in Dordrecht Geluidhinder is van grote invloed op hoe bewoners de kwaliteit van hun leefomgeving ervaren en heeft een negatieve invloed op de gezondheid. Naast hinder, slaapverstoring en stress leidt langdurige blootstelling aan te veel geluid tot chronische effecten, waaronder een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Ook in Dordrecht worden relatief veel mensen blootgesteld aan omgevingslawaai, met als belangrijkste

bron verkeer. In ons geluidbeleid willen we de WHO-invalshoek (meer rekening houden met gezondheidseffecten) verwerken. Die invalshoek wordt gesteund door de Omgevingswet, die het belang van gezondheid expliciet benoemt. Datzelfde geldt voor de Omgevingsvisie. Dit betekent dat we de nadruk in onze doelstelling verruimen van "aanvaardbaar'' naar "verbeteren". We richten ons geluidbeleid op: het realiseren van een goede of minimaal aanvaardbare akoestische kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving bij nieuwe ontwikkelingen; het handhaven en waar mogelijk verbeteren van de bestaande akoestische situatie; het nemen van maatregelen op de hoogst belaste locaties. De bouwopgave voor onze stad is gericht op binnenstedelijke ontwikkeling. Vrijwel alle locaties zijn geluidbelast en voldoen niet aan de richtwaarden van de WHO. Onder voorwaarden hoeft dat geen probleem te zijn. Zo moet per locatie een afweging worden gemaakt over maatregelen die de geluidbelasting verminderen. Daarnaast stellen wij bij gebiedsontwikkeling, met het oog op het realiseren van een goede of minimaal aanvaardbaar akoestisch klimaat, voorwaarden aan het stedenbouwkundig gebouw en woningontwerp. Daarbij maken we onderscheid tussen enerzijds rustig groen/suburbaan wonen en anderzijds stedelijk wonen/centrumgebied.

Voor wat betreft het voorschrijven van geluidluwe zijdes en buitenruimtes sluiten we zoveel mogelijk aan bij de richtwaarden van de WHO.

Uitwerking van beleid vindt onder meer plaats in het 5-jaarlijkse Actieplan Geluid.

-

•

We werken aan een goede bodem- en waterkwaliteit De bodemkwaliteit van een locatie stemmen we af met het huidige en toekomstige functiegebruik. Ook moet de bodemkwaliteit duurzaam gebruik van de bodem mogelijk maken. Bijvoorbeeld met betrekking tot water en grondwater. Op diverse locaties in de stad voldoet de huidige bodemkwaliteit niet aan de gewenste kwaliteit voor het huidige of toekomstige gebruik. Daarom zet de gemeente in op het gaandeweg saneren van verontreinigde gronden bij ruimtelijke ontwikkelingen. -

Bodem en energie De ondergrond biedt kansen voor de energieopgave door het gebruik van bodemenergie en geothermie. Het is hier van belang dat met de aanleg van dergelijke bodemenergiesystemen, rekening wordt gehouden met het intact blijven van de lagen in de bodem, zodat de grondwaterstromen zo min mogelijk verstoord raken. Dit geldt met name in de gebieden waar sprake is van (of risico op) een bodemverontreiniging.

-

Chemisch schoon water Behalve voor (P)ZZS-stoffen is er ook steeds meer kennis over en aandacht voor overige chemische stoffen die de waterkwaliteit onder druk zetten. Waterbeheerders Rijkswaterstaat (voor de grote of Rijkswateren) en waterschap Hollandse Delta (voor de overige wateren) werken samen met de gemeente om de lozing van deze stoffen in het grondwater en op het oppervlaktewater terug te dringen.

-

Ecologische waterkwaliteit Waterkwaliteit kenmerkt zich niet alleen door de afwezigheid van schadelijke concentraties chemische

stoffen, maar vooral door de aanwezigheid van voldoende diverse planten en dieren in het water. De gemeente Dordrecht werkt samen met Rijkswaterstaat en waterschap Hollandse Delta voortdurend aan het verhogen van de ecologische waarden van water en maakt hiervoor gebruik van de uitgangspunten van de ‘robuuste watergang’. A.5.4.3 Aandachtspunten •

Met de grote verdichtingsopgave kan er spanning ontstaan met de wens de stad te vergroenen. Met meer woningen op hetzelfde oppervlak moet in enkele gevallen keuzes worden gemaakt en/of ingezet worden op vernieuwende (duurdere) oplossingen met combinatie of stapeling van functies.

•

De groei van Dordrecht leidt tot een toename van activiteiten in stedelijk gebied en langs infrastructuur. Daarmee nemen de geluidbelasting/gehinderde inwoners, aantal inwoners dat gezondheidsklachten kan ondervinden van luchtkwaliteit en de externe veiligheidsrisico’s toe.

49

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

Geluid heeft belangrijke raakvlakken met de disciplines Mobiliteit (wegverkeer is de dominante geluidbron), Wegbeheer (inrichting weg, type wegdek), Stedenbouw (materiaalgebruik wegdek, stedenbouwkundig ontwerp), Wonen (bouwopgave, woningbouwlocaties), Economie (bedrijven- en industrieterreinen, gemengde gebieden) én uiteraard Gezondheid.

ZZS en PZZS stoffen Het is onwenselijk dat Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS-stoffen) en Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen PZZS-stoffen) in het milieu terechtkomen. PFAS is een dergelijke stof. Bedrijven moeten maatregelen nemen om de emissie en het gebruik van deze stoffen continu verder terug te dringen en waar mogelijk te voorkomen (zero-emissie). Binnen onze VTH-taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) is onze inzet dan ook gericht op toepassing van de Best beschikbare Technieken ter bestrijding van emissies. PFOA is een PFAS-stof waarvan nu zowel de productie als het gebruik is verboden. In het verleden is deze stof in het milieu gebracht. Als gevolg hiervan zijn op diverse plekken onwenselijke gehaltes in de bodem terechtgekomen. Hetzelfde geldt voor de als ZZS gekwalificeerde stof lood. Daar waar deze stoffen een gezondheidsrisico opleveren vindt sanering plaats.

Definitief Deel A

50

Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan

Status

Luchtkwaliteit: SLA uitvoeringsplan; Onderdelen hiervan hebben een directe relatie met doel 2 bereikbare stad; Externe veiligheid: Integraal veiligheidsprogramma Geluid: Actieplan Geluid; Onderdelen hiervan hebben een directe relatie met doel 2 bereikbare stad; Bodemsaneringsprogramma Lokale nota publieke gezondheid 2020 - 2023 Dordrecht (er wordt gewerkt aan een nieuwe nota) Speelruimtebeleid Dordrecht 2013 -2022 KOR handboek Beleidsregels: externe veiligheid Beleidsregels geluid: Beleid hogere waarden (wordt herzien) Beleidsregels bodem: • Beleidsregel onderzoek en sanering van bodemverontreiniging • Beleidsregel beperken van risico's lood in de bodem • Beleidsregel en bodemkwaliteitskaart PFAS Bodemkwaliteitskaart Zuid-Holland Zuid (2022) De bodembeheernota Zuid-Holland Zuid. Deze wordt, in samenwerking met de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, aangepast aan de Omgevingswet.

Visie het Groenblauw Eiland van Dordrecht Groenblauw programma (op inhoud, zonder middelen voor uitvoering) Nieuw speelruimtebeleid inclusief financiële middelen (het geld dat hiervoor was aangevraagd via de kadernotaclaim is niet toegekend) Sportvisie 2030 'Niemand buitenspel in Dordrecht' met daaronder de programma's 'Een omgeving die uitnodigt tot sport en bewegen' en 'Een leven lang sportplezier voor iedereen' Bomenprogramma Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 Groenblauwe regels omgevingsplan Voorbeschermingsregels voor bodemkwaliteit Bodemregels in Omgevingsplan Lobbyen voor aanleg van alternatief spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand en in ontwikkeling Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand In ontwikkeling Bestaand Bestaand Bestaand In ontwikkeling Bestaand In ontwikkeling Bestaand

Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: ‘Programma waterveiligheid’ (nu: Living Lab Waterveiligheid) is tijdelijk stil komen te liggen. Wordt dit jaar weer opgestart met EU-subsidie (Interreg NS FIER) ‘Norm voor speel-/sport- en beweeg- en verblijfsplekken’ wordt opgenomen in groenblauwe regels. ‘Programma sociale veiligheid en ruimtelijke kwaliteit’ niet nader uitgewerkt vanwege KOR. ‘Beleid spoortrillingen’ niet nader uitgewerkt in een apart beleidskader, wel uitgewerkt in deze omgevingsvisie.

51

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

Definitief Deel A 52

A.5.5 Doel 4: Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie

Integraal benaderd Het doel ‘Toekomstbestendige economie’ draagt op haar beurt ook sterk bij aan het doel ‘Duurzame en klimaatneutrale stad in 2040’.

Onze inzet op een toekomstbestendige, duurzame en inclusieve economie werken we concreet uit aan de hand van de volgende uitgangspunten per thema. Het Omgevingsprogramma Economie werkt dit verder uit. •

A.5.5.1 Inleiding De economie van Dordrecht staat in het teken van de brede welvaart: de welvaart in economische, ecologische en sociaalmaatschappelijke zin, zowel in het ‘hier en nu’ als ‘elders en later’. We richten ons daarom op 1) een productieve economie, met aandacht voor vergroting van het verdienvermogen met perspectief voor bedrijven en werknemers, en optimale benutting van de schaarse ruimte; 2) een duurzame economie, waarbij de Dordtse bedrijvigheid niet alleen binnen ecologische grenzen blijft maar juist ook positief bijdraagt aan de verbetering van het milieu en de leefbaarheid; 3) een inclusieve economie, met optimale inzet van de lokale beroepsbevolking en kwalitatief goede werkgelegenheid voor inwoners. Per saldo streven we hiermee naar een dienstbare economie, die bijdraagt aan maatschappelijke doelen en de brede welvaart in stad en regio.

Productieve economie We richten ons meer op kwaliteit en minder op kwantitatieve groei. We zetten in op selectieve groei, gericht op die sectoren die bijdragen aan de stad en regio. Een economie die bijdraagt aan de stad moet allereerst economisch vitaal zijn. Dat vraagt om krachtige clusters, maar ook om voldoende economische diversiteit in de stad en regio. Bedrijven moeten kunnen ondernemen en innoveren, wat vraagt om een vestigingsklimaat met ruimte (juiste bedrijf op de juiste plek), kennis en innovatie (met regionale samenwerking), menselijk kapitaal (in aansluiting op het onderwijs) en randvoorwaarden als energie en infrastructuur. Veel aspecten pakken ondernemers allereerst zelf – individueel of in samenwerking – op, waar nodig daarbij gefaciliteerd door de gemeente. Een mooi voorbeeld is het stadsbrede ondernemersfonds en de onderliggende organisatiegraad per deelgebied en stadsbreed. Vanwege de schaarse ruimte maken we werk van het juiste bedrijf op de juiste plek. Dit doen we door gelijksoortige bedrijven te clusteren en schaarse unieke bedrijfslocaties beter te benutten. Daarbij heeft de maritieme maakindustrie onze

53

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

A.5.5.2 Uitgangspunten

bijzondere aandacht, als identiteitsdrager van onze regionale economie en als sector van nationaal strategisch belang. In regionaal verband werken we aan optimale benutting van kaderuimte, in Dordrecht specifiek in de Zeehaven en Merwedehavens. Op verouderde bedrijventerreinen als Kil I en II valt winst te behalen in het ruimtegebruik door revitalisering en herontwikkeling, waar we op inzetten met de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D). Juist dit soort terreinen vormt een belangrijke vestigingslocatie voor het mkb in brede zin en de maakindustrie, bouw en installatiebranche in het bijzonder. Op terreinen als Kil III en Distripark (Kil IV) met logistieke bedrijven selecteren we scherper op toegevoegde waarde voor stad en regio, gekoppeld aan onze doelstellingen op de arbeidsmarkt, de ontwikkeling van onze kernsectoren en circulaire economie. Ruimte voor economie vraagt ook om kantoorruimte in het stationsgebied en de 19e-eeuwse schil, voor dienstverlening aan onze kernsectoren, ruimte voor horeca/evenementen in en om de binnenstad en inzet op het vitaal functioneren van het (kern)winkelgebied met het Binnenstadbedrijf.

Het vergroten van de levendigheid van de binnenstad, door onder meer het voorkomen van leegstand en het vergroten van de aantrekkelijkheid voor jongeren, draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de binnenstad in economische en maatschappelijke zin. Verder is de stadsverzorgde economie in de wijken buiten de binnenstad ook van maatschappelijk belang, zie hiervoor de beschrijving van de wijkeconomie in deelgebied “woonwijken" (A.6.3.6). Het Leerpark is de spil waar ons innovatief bedrijfsleven en het onderwijs elkaar ontmoeten. Om dat te bevorderen

Definitief Deel A

54

en verder uit te bouwen, blijven we werken aan de campusontwikkeling met de Maakfabriek als aanvulling op de Duurzaamheidsfabriek. Naast onze generieke inzet op mkb-dienstverlening, stimuleren we innovatie en digitalisering specifiek in onze kernsectoren. •

-

Nieuwe en bestaande ondernemingen in Dordrecht worden gestimuleerd en verplicht tot maatschappelijk betrokken ondernemen. Dat heeft een sociale component (banen met impact, zie hierna), maar zeker ook een ecologische: zet concrete stappen in de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Deze aspecten wegen ook mee bij de uitgifte van kavels (bedrijfspercelen) op nieuwe of herontwikkelde bedrijventerreinen.

Duurzame economie Dordrecht wil klimaatneutraal zijn in 2040 (zie Doel 6: Dordrecht is een duurzame en klimaatneutrale stad in 2040). De verduurzaming van onze economie speelt daar een belangrijke rol in. Hier komt meer dan 50% van de uitstoot vandaan, maar hier is dus ook veel impact te maken. We hebben onze bedrijven hard nodig in deze transitie en dat niet alleen: de verduurzaming biedt kansen voor nieuwe banen. In 2024 is de routekaart Dordrecht Klimaatneutraal 2040 vastgesteld met daarin een aanpak voor economie. Tot 2030 zetten we vooral in op het uitbreiden en opschalen van bestaande projecten. De periode tussen 2030 en 2040 is op dit moment nog minder concreet, maar zal op bepaalde onderdelen een andere invulling van onze economie vragen. We benutten de komende jaren om de sprong naar 2040 steeds scherper te krijgen. De belangrijkste pijlers voor een duurzame economie zijn: Duurzame energie-infrastructuur: welke infrastructuur is nodig voor een fossielvrije economie en hoe gaan we om met netcongestie? Energiebesparing: minder energie gebruiken en er efficiënter mee omgaan Reductie van broeikasgassen in de industrie Stimuleren van circulair ondernemen, vooral in de bouw- en maakindustrie

Groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen

Verduurzaming strekt zich uit tot transport en logistiek, zowel van en naar bedrijventerreinen als naar de binnenstad. Waar we voor de binnenstad al werk hebben gemaakt van emissievrije stadslogistiek, gaan we voor de bedrijventerreinen op de Westelijke Dordtse Oever ook aan de slag met het verleggen van goederenvervoer van weg naar water, door benutting van de Zeehaven. Alle transport dat vanuit de WDO via de Zeehaven per schip de stad kan verlaten (en vice versa) ontlast niet alleen ons wegennet, maar levert ook milieuwinst op. •

Inclusieve economie We focussen op een groei van de economie én een gezonde arbeidsmarkt. Een gezonde arbeidsmarkt betekent dat we willen groeien door oog te hebben voor wat onze inwoners en bedrijven nodig hebben. Denk daarbij aan passende banen van nu en van de toekomst, voldoende opgeleid personeel en geschikte bedrijfslocaties. Voldoende beschikbaar en gekwalificeerd personeel is een belangrijke voorwaarde om de ambities in onze stad waar te maken. Tegen de achtergrond van een

historisch krappe arbeidsmarkt ligt hier een directe relatie met het realiseren van opgaven als verduurzaming, bouwen, leefbaarheid en veiligheid. We zetten in op het beter benutten, vergroten en behouden van het arbeidspotentieel van de beroepsbevolking. Met een specifieke focus op het investeren in het potentieel van onze jongeren. Hierdoor verbeteren we het ondernemings- en vestigingsklimaat. Tegelijk verwachten we wederkerigheid van ondernemers door een maatschappelijke bijdrage aan de stad te leveren en banen met perspectief voor inwoners te bieden die passen bij hun vaardigheden en talenten. We zetten in op banen met impact en het onderwijsaanbod moet beter aansluiten op de vraag vanuit het Dordtse bedrijfsleven. Een goed opgeleide bevolking, beschikkend over aanpassingsvermogen, is van cruciaal belang voor de economische ontwikkeling van de stad en de vestiging van bedrijven. Dordrecht heeft de opgave om te groeien in aantal inwoners. Het is daarvoor van belang dat die inwoners ook aan de slag kunnen bij Dordtse bedrijven, dus dat het aanbod van arbeidskrachten in de stad aansluit bij de vraag van bedrijven. Starters en werkenden moeten de mogelijkheid hebben om een leven lang door te ontwikkelen. Daarmee zijn bedrijven én inwoners geholpen.

Dordrecht Academy met hoger onderwijs in combinatie met het Leerpark waar we leren, innoveren en ondernemen samenbrengen, zijn hier op gericht. Ook de gemeente heeft er (financieel) baat bij als zoveel mogelijk Dordtenaren aan het werk zijn. Betaald en onbetaald: dit verbetert de sociaaleconomische status van onze inwoners en de stad.

Zo werken we aan een optimale inzet van de lokale beroepsbevolking en kwalitatief goede werkgelegenheid voor inwoners. A.5.5.3 Aandachtspunten

Aan de randen van de bedrijventerreinen en in woongebieden schuurt het soms tussen wonen en werken. Concreet wordt dit onder meer zichtbaar aan de noordkant van de Westelijke Dordtse Oever, waar de Zeehaven raakt aan het toekomstige Maasterras, en op de Staart waar de woonwijk direct grenst aan de Merwedehavens. De milieuruimte voor zwaardere bedrijvigheid is beperkt, terwijl daar soms juist meer vraag naar komt voor de transitie naar circulaire economie. Nieuwe woningbouwprojecten willen graag uitwaarts zoneren. Dat wil zeggen dat de milieuruimte zonegewijs wordt opgebouwd vanaf het woongebied het bedrijventerrein in, terwijl de schaarse (milieu)ruimte op bedrijventerreinen vraagt om uitwaartse zonering. Dat wil zeggen dat er een overgangszone in het woongebied valt met gemengde functies en aan de randen van bedrijventerreinen. Juist aan de randen van bedrijventerreinen en in de woongebieden is meer aandacht nodig

Op het snijvlak van economie en energie staat netcongestie met stip op één als aandachtspunt. Nieuwe aansluitingen zijn vaak niet mogelijk, evenals teruglevering van opgewekte energie, waardoor de energietransitie stagneert. Verder heeft de energietransitie last van de krapte op de arbeidsmarkt, doordat de benodigde technische mensen niet beschikbaar zijn. Ook hier is echter een kansrijke zijde van de medaille, omdat de noodzakelijke verduurzaming prikkels geeft voor innovatie en nieuwe werkgelegenheid biedt. Het terugdringen van energieverbruik zorgt bovendien voor een kostenreductie bij het mkb en stimuleert intensievere samenwerking tussen ondernemers, onder andere bij het opzetten van energiecoöperaties. Eenzelfde kans zien we bij de inzet op klimaatadaptatie, waar vergroening op bedrijventerreinen bijdraagt aan een prettiger werkomgeving en daarmee een beter vestigingsklimaat. Ten slotte raakt economie aan de mobiliteitsopgave, waarbij het de uitdaging is om werklocaties voldoende bereikbaar te houden in de transitie naar minder autogebruik en meer OV en fiets voor werknemers.

55

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

De fysieke ruimte is schaars voor alle domeinen, dus ook voor economie. Distripark (Kil IV) is ons laatste nieuw uitgeefbare terrein, waar we dus extra zorgvuldig omgaan met uitgifte. Tegelijkertijd komt er steeds meer nadruk te liggen op herontwikkeling van bestaande terreinen (zowel in de Merwedehavens als Kil I/II) en zorgvuldige heruitgifte daarvan. De schaarste dwingt ons tot scherpe keuzes en selectieve groei gericht op bedrijvigheid die bijdraagt op elk van de bovengenoemde aspecten van een productieve, duurzame en inclusieve economie. De krapte in de markt geeft ons ook de kans om die sturing toe te passen en te prioriteren op onze bedrijventerreinen.

voor functiemenging, om – tegelijk met de binnenstedelijke verdichting van woningbouw – de noodzakelijke werkfuncties en stadsverzorgende economie niet in de knel te laten komen. Juist ook voor de realisatie van brede welvaartdoelen blijft ruimte voor werken in de stad noodzakelijk, denk aan sociale werkinitiatieven of circulaire inzamelen reparatiepunten in de wijk. Zie hiervoor nader de beschrijving van wijkeconomie bij deelgebied “woonwijken" (A.6.3.6).

Definitief Deel A

56

Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan

Status

Omgevingspogramma Economie, als paraplu voor alle hieronder volgende deelprogramma's, afspraken en acties Opgave Economie (banen met impact) Routekaart Economie als onderdeel van programma Klimaatneutraal Dordrecht 2040 AD2030 business case Ruimte voor Banen AD2030 business case Glansrijke Toekomst Gebiedsprogramma’s Programma Hoger Onderwijs Drechtsteden Programma SCALE Ondernemersfonds (per 2024) Horecanota, Visienota Evenementennota 2024-2030, Marktvisie Uitgiftecriteria bedrijventerreinen Regulering kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen en opslagunits (voorbereidingsbesluit 2023, verwerking in omgevingsplan eind 2024) Programma Spoorzone/Stadsas Programma Levendige Binnenstad; Slijpen aan een Diamant: toekomstbeeld Binnenstad Programma WDO Programma regionale groeiagenda

In ontwikkeling Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand In ontwikkeling Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand

Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: ‘Versterken imago en zichtbaarheid’ is komen te vervallen. Op verschillende manieren ingezet: ∙ Deal Drecht Cities. ∙ Dordrecht Marketing (wonen en evenementen en toeristen, bezoekerseconomie). ∙ MKB top 5 meest dienstvriendelijke gemeenten, (uitvoerings)programma bij Dordt onderneemt. ∙ Leerpark conferentielocatie als campus van de regio. ‘Innovatieprogramma’ is komen te vervallen. Speerpunt innovatie komt hoofdzakelijk terug in de Regionale Maritieme Agenda. ‘Onderwijs- en startersprogramma’ is komen te vervallen. Beleid voor onderwijs en starters is opgenomen in: ∙ Stadsprogramma (integraal onderwijs in de regio, vmbo, hbo, WO). ∙ Regionaal programma voor innovatieve startups. ∙ Carreer-boost (onderwijsvraag, ondernemersvraag, innovatievraag) circa 3 jaar geleden gestart. Het HBO lost bijvoorbeeld innovatievraagstukken van het MKB op. ‘Intensiveren van contact met ondernemers’ is komen te vervallen. Er is op verschillende manieren op ingezet: ∙ MKB top 5 meest dienstvriendelijke gemeenten, (uitvoerings)programma bij Dordt onderneemt. ∙ Maatschappelijk betrokken ondernemen (MBO). ∙ MKB-dag/ themadagen/ activiteiten. ∙ Ondernemersfonds is opgezet. Stadsbrede structuur/netwerk/collectief van ondernemers, die samen dingen organiseren en als partner van de gemeente optrekken.

57

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

Definitief Deel A 58

A.5.6 Doel 5: Dordrecht is in 2040 een klimaatbestendige stad

belangrijk voor de leefbaarheid en de veiligheid van de stad.

A.5.6.1 Inleiding In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is als doel gesteld dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. En dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaat voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Om dat te bereiken is als tussendoel in de deltabeslissing opgenomen dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten onderdeel wordt van het beleid en handelen van de overheden. Concreet: bij regionale en lokale ruimtelijke afwegingen nemen de overheden de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van het eigen plangebied in de afweging mee. Als koploper op het gebied van klimaatadaptatie wil Dordrecht al in 2040 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Onze inzet daarbij is om de ambitie op het groen (natuur) en blauw (water) gelijk op te laten lopen met de woningbouwambitie. Dit is

Integraal benaderd Het doel ‘Klimaatbestendige stad in 2040’ draagt op haar beurt ook sterk bij aan het doel ‘Gezonde stad’.

•

Samenwerking met bestaande projecten Als het relevant en mogelijk is, sluiten we ons bij bestaande projecten aan. Als er onderhoudswerkzaamheden, zoals aan de weg en het riool, gepland zijn, biedt dit de kans om het projectgebied klimaatbestendiger in te richten. Zo verkleinen we de kwetsbaarheid van de buurt voor weersextremen, en maken we de buurt aantrekkelijker met meer groen en blauw.

•

Nieuw (bouw)plan draagt bij aan groenblauwe stad We willen dat ieder nieuw (bouw)plan in Dordrecht bijdraagt aan de opgave groenblauwe stad, ongeacht of de buurt of straat al voldoende groen heeft. Die bijdrage bestaat uit drie delen: een deel waterberging, een deel waterveiligheid en een deel groenblauw. Om deze (minimale) eisen te borgen stellen we groenblauwe regels op voor in het omgevingsplan. Deze zien onder andere op klimaatadaptief bouwen.

•

Mate van wateroverlast verkleinen Klimaateffecten zoals wateroverlast en bodemdaling kunnen niet altijd definitief opgelost worden, bijvoorbeeld als een gebied (en de woningen daarop) blijft zakken en de hevigheid van buien toeneemt. Onze aanpak en maatregelen zijn erop gericht om de kans op en de mate van wateroverlast te verkleinen. De maatregelen zijn vooral lokaal gerichte maatregelen in de openbare ruimte (zowel onder- als bovengronds). Voor de (middel)lange termijn is een bredere systeem visie nodig en een integrale

A.5.6.2 Uitgangspunten •

Robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur We beschermen en versterken de robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur. Deze structuur is gebaseerd op de cultuurhistorische landschapsstructuren die verbonden zijn met de ontstaansgeschiedenis van het eiland. Dit netwerk van singels, parken, hoven, killen en dijken moet de voordeuren van de Dordtenaren verbinden met het buitengebied en de Biesbosch. De groenblauwe structuur biedt koelte, waterberging en een aantrekkelijke en gezonde plek om in te verblijven of bewegen. Met het Stadspark en de Wantijzone als de dragers levert het een bijdrage aan klimaatadaptatie. We ontwikkelen een groenblauwe waardenkaart, die laat zien waar de groenblauwe structuur ligt, wat de

59

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

Dordrecht vormt samen met de Zuidelijke Drechtsteden, Waterschap Hollandse Delta en Provincie Zuid-Holland een werkregio in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Via een regionale uitvoeringsagenda versterken zij hun onderlinge samenwerking en worden gemeente-overstijgende maatregelen en acties geborgd. Waar mogelijk kiezen we voor samenwerking met geplande ontwikkelingen en projecten (zoals rioolvervanging) en aansluiting bij bestaande netwerken (zoals Klimaatadaptatie Nederlandse steden (KANS)).

waarde is voor klimaatadaptatie (en biodiversiteit en gezondheid) en hoe deze beschermd dient te worden (zie Doel 3: Dordrecht is een gezonde stad en Doel 7: Dordrecht is een biodiverse stad).

Definitief Deel A

60

aanpak met andere opgaven, zoals de energietransitie en verdichting. Daarnaast maken we bewoners, scholen en bedrijven bewust van de noodzaak om zelfredzaam te handelen en bieden we ze handelingsperspectief. •

•

Tuinen en omgeving vergroenen In Dordrecht is 60% van de ruimte particulier eigendom. We stimuleren bewoners om hun tuin groener te maken. Ook scholen en bedrijven zetten we aan tot actie om hun omgeving te vergroenen (zie Doel 7: Dordrecht is een biodiverse stad). Zelfredzaam Vanwege de ligging van Dordrecht is de impact van een overstroming groot, terwijl de mogelijkheden om te evacueren beperkt zijn. Daarom is het uitgangspunt om goed voorbereid te zijn en zelfredzaam te zijn als inwoner en organisatie. Daarnaast moeten we samenredzaam zijn om anderen te helpen. Samen vormt dat het Zelfredzaam Eiland. Hoge buitendijkse gebieden, zoals het Maasterras en De Staart, kunnen daarbij dienen als schuillocatie bij een dreigende overstroming. We willen deze gebieden inrichten als veilige, zelfvoorzienende schuillocaties.

•

Water en bodem sturend Om de opgave te realiseren moeten we (traditionele) denk- en werkwijzen en systemen doorbreken of veranderen. Het gaat om de manier waarop ruimtelijke beslissingen worden genomen, de onderbouwing en toegang tot kennis en kunde. Water en bodem maken we meer sturend voor deze beslissingen.

•

Stresstesten klimaatadaptatie Om de kwetsbaarheden van de stad op

het gebied van klimaatadaptatie in kaart te brengen, voeren we stresstesten uit. Deze stresstesten vormen de input voor risicodialogen met relevante gebiedspartners. Met deze risicodialogen wordt het bewustzijn over hoe kwetsbaar de stad is voor klimaatextremen vergroot en wordt besproken hoe we deze kwetsbaarheden met concrete maatregelen kunnen verkleinen. •

Kennisontwikkeling en beleidsvernieuwing We willen leren en inzetten op kennisontwikkeling en beleidsvernieuwing. Nieuwe problemen zoals de funderingsproblematiek worden onderzocht en nieuwe aanpakken worden uitgeprobeerd. De ambitie rond funderingen ‘op staal’ (zonder palen) is om dicht bij de bewoners te gaan staan en hen waar mogelijk te ondersteunen. Om te beginnen met een website en Funderingsloket.

•

Monitoring Monitoring blijft de sleutel om te zien of de uitgevoerde (klimaatadaptieve) maatregelen en doorlopen processen het gewenste resultaat opleveren.

A.5.6.3 Aandachtspunten De groei van Dordrecht leidt tot verdichting en uitbreiding van de huidige bebouwing. Hierdoor neemt de verharding in Dordrecht toe en het aandeel groen af. De toename van verharding, in combinatie met klimaatverandering, brengt risico’s met betrekking tot wateroverlast en hittestress met zich mee. Groen en water in de stad hebben een waterbergend en verkoelend effect, en dat draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress (en de effecten daarvan op gezondheid). Daarnaast bieden groen en water kansen voor een aantrekkelijke en biodiverse stad.

61

Status

Visie het Groenblauw Eiland van Dordrecht Groenblauw programma (op inhoud, zonder middelen voor uitvoering) Groenblauwe regels omgevingsplan Groenblauwe waardenkaart Uitvoeringsagenda Klimaatadaptie Drechtsteden Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR) Communicatie gericht op risicobewustzijn en zelfredzaamheid Programma Stadspark (Dordwijkzone) Programma Natuur en Recreatie Staart Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

Bestaand Bestaand In ontwikkeling In ontwikkeling Bestaand Bestaand Bestaand en in ontwikkeling Bestaand In ontwikkeling Bestaand

Wijziging t.o.v. omgevingsvisie 1.0: ‘Inrichting van De Staart als schuillocatie én evidente locatie voor duurzame gebiedsontwikkeling.’ is komen te vervallen, omdat dit wordt opgenomen in deze omgevingsvisie. ‘Inrichten van het Wantij als (zoetwater) getijdenpark.’ wordt uitgewerkt in programma Natuur en Recreatie Staart. ‘Aanpakken van knelpunten uit de Risicodialoog klimaatadaptatie.’ opgenomen in Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Drechtsteden ‘Hitteplan’ in concept gereed. ‘Klimaatadaptieve beleidsregels in het omgevingsplan.’ worden groenblauwe regels in omgevingsplan. ‘Pilots klimaatadaptief bouwen in Amstelwijck en Vlijweide.’ worden ter input meegenomen voor de groenblauwe regels in omgevingsplan.

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan

Definitief Deel A 62

A.5.7 Doel 6: Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad

Integraal benaderd Het doel ‘Duurzame en klimaatneutrale stad in 2040’ draagt op haar beurt ook sterk bij aan de doelen ‘Aantrekkelijke stad’, ‘Bereikbare stad’, ‘Gezonde stad’ en ‘Toekomstbestendige economie’. A.5.7.2 Uitgangspunten Voor de routekaarten Gebouwde Omgeving en Energie staan de hoofdlijnen beschreven bij dit doel. Algemeen geldt dat de omschakeling naar andere energiebronnen gebeurt in samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen, met oog voor maatschappelijk draagvlak en dat realisatie plaatsvindt tegen de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst. •

A.5.7.1 Inleiding Dordrecht zet in op een duurzame en klimaatneutrale stad in 2040. Dat betekent dat we geen uitstoot meer van broeikasgassen in 2040 hebben of dat die uitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door meer groen in de stad aan te leggen. Er ligt dan ook een relatie met doel 3 (Dordrecht is een gezonde stad), doel 5 (Dordrecht is een klimaatadaptieve stad) en doel 7 (Dordrecht is een biodiverse stad). De doelen, opgaven en aanpak voor klimaatneutraal staan in de Routekaart Klimaatneutraal 2040. Hierin zijn routekaarten ontwikkeld voor Mobiliteit, Economie, Gebouwde Omgeving en Energie. In deze omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen voor de routekaart Mobiliteit opgenomen bij Doel 2: Dordrecht is een bereikbare stad en voor de routekaart Economie bij Doel 4: Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie.

Route Gebouwde Omgeving Alle gebouwen in de stad vormen samen de gebouwde omgeving. Het bouwen, verwarmen en gebruiken van deze gebouwen is voor ongeveer een kwart van de totale CO2-uitstoot in Dordrecht verantwoordelijk. Om klimaatneutraal te willen zijn in 2040 moet die uitstoot fors omlaag. Dat doen we door te werken aan de volgende zaken: -

We helpen inwoners, organisaties en bedrijven om energie te besparen. Goed geïsoleerde woningen en gebouwen zijn comfortabel en isoleren is de eerste stap naar aardgasvrij. Het draagt breed bij aan de doelen van deze omgevingsvisie: een duurzame en klimaatneutrale stad (zie Doel 6), maar ook aan een aantrekkelijke en gezonde stad (zie Doel 1 en Doel 3). Het is ook van invloed op het sociale domein, door het tegengaan van energiearmoede. Met isoleren van de bestaande gebouwen in de stad is nog veel winst te behalen. We zorgen ervoor

-

We gaan stap voor stap over naar andere manieren van verwarmen van woningen en gebouwen Voor iedere wijk werken we aan een passend alternatief voor aardgas. De hoofdlijnen hebben we in beeld via de Transitievisie Warmte (vanaf 2025: Warmteprogramma), de uitwerking per wijk komt in zogenaamde wijkuitvoeringsplannen te staan. Die stellen we samen met de wijk of buurt op. We gaan voor het alternatief uit van de voorkeursvolgorde voor warmte: direct bruikbare warmte (warmtenet) – op te waarderen warmte (warmtepomp) – te maken warmte (duurzaam gas). Voor het grootste deel van Dordrecht geldt dat het warmtenet maatschappelijk gezien het beste alternatief is. We houden hiermee de extra opwek van duurzame elektriciteit op ons eigen grondgebied beperkt. Gebieden of individuele gebouwen waar het

63

Dordtse Omgevingsvisie 2.0 Eiland met kwaliteit

dat de aanpak per doelgroep aansluit bij de isolatieopgave. Voorbeelden zijn aanpakken voor inwoners die een slecht geïsoleerde woning en een lage WOZ-waarde hebben (aanpak Nationaal Isolatie Programma), maatwerkadviezen voor monumenteneigenaren of een branchegerichte aanpak voor publiek vastgoed als scholen en religieuze gebouwen. Maar ook ondersteuning van huishoudens met laagdrempelige kleine energiebesparende maatregelen hoort bij de aanpak. De woningcorporaties hebben de opgave om hun bezit te verduurzamen. Dat geldt ook voor particuliere verhuurders. Samen met de gemeente worden daar afspraken over gemaakt.

64

warmtenet niet het beste alternatief is, doorlopen een ander transitiepad. Veelal zal dit een all-electric of hybride-oplossing zijn. We organiseren collectieve ondersteuning op deze alternatieven.

Definitief Deel A

-

•

Bij nieuwbouw zetten we in op klimaatneutraal groeien Er komen de komende jaren veel nieuwe woningen bij. Naast aantallen realiseren, willen we ook kwalitatief goede woningen neerzetten. Daar waar het kan, gaan we verder dan de landelijke regelgeving bij prestaties die in de praktijk haalbaar zijn, zoals energieneutraal en circulair bouwen. Ook hebben we aandacht voor de toenemende vraag naar koeling (vanwege steeds vaker voorkomende hittegolven), waarbij we verdere elektrificatie van de gebouwde omgeving proberen te voorkomen. We zijn aangesloten bij het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen.

Route Energie Samen met de andere Drechtstedengemeenten vormt Dordrecht een energie-regio in het kader van het Klimaatakkoord. Samen geven we via de Regionale Energie Strategie (RES) invulling aan de landelijke opgave voor de opwek van duurzame energie in 2030. Dordrecht neemt in de regio een fors deel daarvan voor haar rekening. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: -

woningen op het warmtenet, steeds meer toe. Bijvoorbeeld doordat er steeds meer elektrische auto’s komen of omdat we steeds meer op inductie gaan koken. Inwoners en bedrijven wekken nu zelf al energie op. Ook liggen er in de gemeente een aantal zonneweides en staan er vier windturbines. Maar om alles te kunnen doen wat we willen doen is er meer duurzame energie nodig. De ruimte is echter beperkt, zowel boven de grond als onder de grond. Naast zon-op-dak zetten we in op opwek van zonne-energie langs rijksgronden (OER-programma). In 2024 zijn er (technisch) kansrijke gebieden (mogelijke zoekgebieden) aangewezen voor de opwek van energie via wind (3e Merwedehaven, polder De Zuidpunt, Kildepot en Zeehaven) en via zon (Grote Rug, Kildepot, oksel A16/N3, polder De Zuidpunt). De zoekgebieden worden de komende jaren verder uitgewerkt in een Programma Opwek duurzame energie.

De vraag naar energie die overblijft na besparen wekken we duurzaam op. We gebruiken allemaal energie om te wonen, werken en bouwen. En die vraag naar elektriciteit neemt, ondanks besparen en ondanks het aansluiten van zoveel mogelijk

-

Die opgewekte energie gebruiken we slim en lokaal. De opwek van duurzame energie via wind en zon verloopt niet gelijkmatig. Er ontstaan grote pieken als het hard waait of als de zon flink schijnt. Het is belangrijk dat dan het elektriciteitsnet niet overbelast raakt (netcongestie). Daarom moet het worden uitgebreid en verzwaard. De komende jaren plaatsen we in de stad meer transformatorhuisjes bij. Daarnaast moeten we ook rekening houden met toekomstige, grote ruimtevragen vanuit netbeheerders. Energieopslag is een belangrijk onderdeel van een robuust energiesysteem dat door

hernieuwbare energie gevoed wordt. De komende jaren gaat energieopslag (bijvoorbeeld batterijen) ook meer een onderdeel vormen van het elektriciteitsnet. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden voor congestieverzachtende opslag van energie en helpen we bedrijven om energie te delen om zoveel mogelijk van onze opgewekte energie lokaal te verbruiken. Ook experimenteren we in wijken met buurtopslag en energiemanagementsystemen (dit zijn voorbeelden van zogenaamde ‘energiehubs’). A.5.7.3 Aandachtspunten Onzekerheid over technische mogelijkheden en wet- en regelgeving de komende jaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1012/documents/39393