Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024.pdf
Tekst van het document
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
Voorwoord wethouder de Jonge In Dordrecht delen we onze leefomgeving met dieren. Dieren die we in huis houden, maar ook de dieren in onze stad en in onze prachtige natuurgebieden. Dat is onze wettelijke taak, maar als Dordrecht een stad wil zijn waar dier en dierenwelzijn de aandacht krijgt die het verdient, moeten we verder kijken dan alleen onze wettelijke verplichtingen. Het nieuwe dierenwelzijnsbeleid schetst daarom hoe we ook onze maatschappelijke rol pakken. Want dierenwelzijn is iets waar we samen verantwoordelijk voor zijn. De komende jaren gaan we vanuit het beleid de vertaling maken naar de mensen en dieren toe, om er zo voor te zorgen dat de basis van goed dierenwelzijn bij iedereen bekend is. Door in te zetten op educatieve programma’s en informatie te geven over het houden van huisdieren versterken we de basis voor de verzorging van de dieren in onze huishoudens en parken. We hebben aandacht voor wild binnen en buiten de stad. We zorgen extra voor dieren die dat net even nodig hebben, door ze op te vangen en te verzorgen. Het dierenwelzijnsbeleid 2024 staat nu grotendeels nog op papier, ik kijk ernaar uit om het terug te zien in onze stad en onze natuur.
Tanja de Jonge
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
2
Inhoud Inleiding
4
1. Dierenwelzijn en rolverdeling
6
1.1 Wat verstaan we onder dierenwelzijn 1.2 Rolverdeling landelijk, provincie en gemeente
2. Beleidslijnen dierenwelzijnsbeleid 2.1 Uitgangspunten van dit dierenwelzijnsbeleid 2.2 Randvoorwaarden en afbakening
3. Het wettelijk kader 3.1 Relevante wet- en regelgeving
4. Wat zijn onze ambities voor gehouden dieren 4.1 Uitbreiden opvang en vervoer gevonden dieren 4.2 Afspraken over noodopvang 4.3 Informatie, communicatie, educatie en preventie (ICEP) 4.4 Dierenwelzijn in samenhang met welzijn van mensen 4.5 Informatieverbetering met betrekking tot zoönosen 4.6 Chipbeleid katten en honden 4.7 Hondenuitlaatbeleid 4.8 Dieren in parken in Dordrecht 4.9 Dieren bij evenementen 5.0 Aandacht voor dieren bij calamiteiten
5. Wat zijn onze ambities voor wilde (vrijlevende) dieren 5.1 Informatie, educatie, communicatie en preventie (ICEP) 5.2 Zorgplicht voor wilde dieren 5.3 Wilde dieren in nood (valwild) 5.4 Vrijlevende dieren en buitenevenementen 5.5 Beheersing van overlast door wilde dieren in de stad
6. Uitvoering en samenwerkingspartners 6.1 Uitvoering nieuwe onderdelen dierenwelzijnsbeleid 6.2 Samenwerkingspartners
7. Financiële kaders 7.1 Overzicht financiële middelen
Bijlage
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
6 6
9 9 10
13 13
16 16 17 17 18 18 19 19 20 20 20
22 22 22 22 23 23
25 25 26
28 29
30
3
Inleiding In onze stad wonen allerlei soorten dieren. Uit onderzoek1 blijkt dat ongeveer 48% van de huishoudens in Nederland één of meer huisdieren heeft. De meeste dieren in onze stad leven in het wild, binnen en buiten de gemeentegrenzen in de vrije natuur. Dieren horen bij de samenleving en verrijken het leven van veel mensen. Tegelijkertijd kan dierenverwaarlozing een voorspeller zijn van huiselijk geweld of een signaal tot overige zorgen over de leefsituatie van mensen. Aandacht voor het welzijn van dieren is daarom niet alleen belangrijk voor dieren, maar ook voor onszelf. Dieren zijn in hoge mate afhankelijk van mensen en zij hebben recht op bescherming en zorg. Elk individu heeft ten opzichte van dieren plichten en verantwoordelijkheden, zoals een zorgplicht en de plicht dieren in nood te helpen2. We hebben als gemeente een belangrijke rol als het gaat om het welzijn van dieren. Dat geldt in ieder geval voor de (tijdelijke) opvang van zwerfdieren, waarin we als gemeente een wettelijke taak hebben. Ook in indirecte zin hebben wij een medeverantwoordelijkheid voor de dieren binnen onze gemeente, omdat veel van ons beleid invloed heeft op het welzijn van dieren. Dit brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee.
Want waar vangen we huisdieren op voor wie hun baasje geen ruimte, geld of tijd meer hebben? En hoe gaan we om met dieren in het wild die, vaak door toedoen van mensen, ziek of gewond raken? Het welzijn van dieren in onze woonomgeving is de zorg en verantwoordelijkheid van de gemeente en haar inwoners.
1 Bronvermelding; LICG op basis van jaarlijks onderzoek van Dibevo en NVG in 2019. 2 In zowel de Wet Dieren als in de Omgevingswet, is een zorgplicht opgenomen voor dieren. Deze zorgplicht lichten we in hoofdstuk 1 toe.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
4
H1 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
5
H1. Dierenwelzijn en rolverdeling Dierenwelzijn is in de eerste instantie de verantwoordelijkheid van de eigenaar of verzorger. De overheid stelt wel regels aan de omgang met dieren. Vanuit wet- en regelgeving is de directe rol van de gemeente bij dierenwelzijn beperkt. Veel wettelijke taken en bevoegdheden rondom dieren liggen bij landelijke of provinciale instanties. De landelijke overheid is op grond van de Wet dieren het bevoegd orgaan voor regelgeving over dierenwelzijn. Provincies zijn op grond van de Omgevingswet (mede-)bevoegd regels te stellen over het beheer en bestrijding van in het wild levende dieren, maar hebben ook geen directe verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn.
1.1 Wat verstaan we onder dierenwelzijn Het begrip dierenwelzijn is een breed begrip. Als we kijken naar onderzoeken en definities die professionals hanteren komt het neer op zowel het fysieke welzijn (diergezondheid) als het geestelijke welzijn van dieren (hoe voelen dieren zich). In de essentie gaat het erom dat dieren een natuurlijk en gezond leven kunnen leiden, vrij van onnodig lijden en stress. Toetsing van dierenwelzijn wordt vaak gedaan aan de hand van de vijf vrijheden die in 1993 zijn beschreven door de Britse Farm Animal Welfare Council (FAWC). Hierbij wordt gekeken naar dat dieren in ieder geval vrij zijn van: ■ honger en dorst, ze hebben gemakkelijk toegang tot vers water en een adequaat rantsoen; ■ ongemak, hebben een geschikte leefomgeving inclusief onderdak en een comfortabele rustplaats; ■ pijn, verwonding en ziekte, er is sprake van preventie en een snelle diagnose en behandeling; ■ angst en stress, is zorg voor voorwaarden en behandelingen die geestelijk lijden voorkomen; ■ natuurlijk gedrag te vertonen, ze hebben voldoende ruimte, goede voorzieningen en gezelschap van soortgenoten.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
1.2 Rolverdeling landelijk, provincie en gemeente Landelijke instanties Het toezicht en handhaving van de Wet dieren (zie ook het wettelijk kader, H3) ligt bij de politie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Inwoners kunnen bij vermeende mishandeling of verwaarlozing van dieren contact opnemen met meldpunt 144: Red een dier. Meldingen die bij het landelijk meldnummer 144 binnenkomen, worden in eerste instantie doorgegeven aan de politie. Als deze een overtreding constateert, volgt strafrechtelijke vervolging. Als het welzijn van de dieren kan worden verbeterd, wordt de Landelijke Inspectiedienst van de Dierenbescherming (LID) ingeschakeld. Zij kunnen een eigenaar via het bestuursrecht dwingen om het welzijn van dieren te verbeteren. Ook kan, in overleg met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, worden besloten om een dier bij de eigenaar weg te halen. De NVWA voert jaarlijks inspecties uit bij beroepsmatige houders van landbouwhuisdieren, honden en katten. Dit zijn onaangekondigde inspecties op grond van een op risico gebaseerde steekproef en inspecties naar aanleiding van meldingen. De drie diensten (politie, LID en NVWA) zijn verantwoordelijk voor het opsporen en voorkomen van misstanden in de handel van gezelschapsdieren.
Provincie Gewonde en hulpbehoevende inheemse diersoorten mogen alleen opgevangen worden in opvangcentra die op grond van de Omgevingswet een ontheffing hebben van de provincie. De provincie heeft een verantwoordelijkheid op het gebied van wilde dieren. Faunabeheer is daarom ook een provinciale bevoegdheid. De provincie geeft onder meer ontheffingen en vrijstellingen af aan verschillende faunabeheereenheden. In de faunabeheereenheden zijn de grondeigenaren
6
verenigd. De jachthouders mogen het jachtrecht afgeven aan derden of zelf jagen binnen de door de provincie vastgestelde kaders voor de desbetreffende faunabeheereenheid.
Gemeente De gemeente Dordrecht heeft – zoals alle gemeenten – taken en verantwoordelijkheden op het gebied van dierenwelzijn, namelijk: ■ algemene zorgplicht; ■ de opvang van zwervende huisdieren; ■ veiligheid van dieren bij rampen en calamiteiten; ■ opvang en vervoer dieren bij ontruimingen, arrestaties en gedwongen opname. Zorgplicht In het algemeen geldt er een zorgplicht voor álle dieren, zowel huisdieren als vrij levende dieren. Zowel in de Wet Dieren (H2, paragraaf 1, artikel 2.1, lid 6 en 7) als in de Omgevingswet is een zorgplicht voor dieren opgenomen. “Een ieder verleent een hulpbehoevende dier de nodige zorg. Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren”, zo luidt het bovengenoemde voorschrift in de Wet Dieren. In de Omgevingswet (artikel 1.6) is een algemene zorgplicht opgenomen, waarin staat dat eenieder verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving, maar ook een specifieke zorgplicht ten aanzien van flora en fauna (artikel 4.3, specifiek ook artikel 4.38).
eigenaar, op te vangen voor een periode van 14 dagen. Belangrijk om te weten is dat het hier om alle gehouden dieren gaat. Een gehouden hangbuikzwijn of reptiel valt dus ook onder deze wet en zal opgevangen moeten worden. Deze verplichting wordt in Dordrecht uitbesteed aan Stichting Dordrechts Dierentehuis Louterbloemen. Veiligheid van dieren bij rampen en calamiteiten Het college van burgemeester en wethouders is verplicht en verantwoordelijk voor het regelen van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Dit staat vermeld in de Wet Veiligheidsregio’s artikel 2. Hierbij heeft de brandweer op grond van artikel 3 lid 1 sub b van deze wet de gemeentelijke taak om niet alleen voor de veiligheid van mensen, maar ook voor de veiligheid van dieren te zorgen. Opvang en vervoer dieren bij ontruimingen, arrestaties en gedwongen opname Volgens de Algemene wet bestuursrecht hebben gemeenten een zorgplicht voor dieren bij huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname van de eigenaar van het dier. De gemeente moet hierbij zorgen voor een geschikte opvang en moet het dier voor maximaal 13 weken op (laten) vangen. De kosten voor de opvang van het dier/ de dieren dienen door de opdrachtgever van de ontruiming betaald te worden.
Opvang zwervende huisdieren Gemeenten zijn, volgens het Burgerlijk Wetboek (artikel 8 lid 3 van boek 5), verplicht om gevonden dieren met een vermoedelijke, maar niet bekende
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
7
H2 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
8
2. Beleidslijnen dierenwelzijnsbeleid De wereld om ons heen is volop in beweging en op alle fronten worden we geconfronteerd met veranderingen. De aandacht voor natuur en milieu groeit en er is een toenemend bewustzijn dat we zorgvuldiger om moeten gaan met onze leefomgeving. Dit vertaalt zich ook naar druk op de overheid om hierin haar verantwoordelijkheid te nemen. We zien een landelijke, maar ook een lokale tendens waarbij de aandacht voor het dier in verhouding tot de mens is toegenomen. We zien dan ook dat gemeenten doorgaans niet meer spreken van een dierenbeleid, maar van een dierenwelzijnsbeleid. Gemeenten beperkten zich in het verleden vooral tot hun wettelijke taak, namelijk het zorgen voor de opvang, het vervoer en destructie van zwerfdieren. Maar nu komt er steeds meer aandacht voor dieren in hun samenhang met de natuur en de mens. Daarnaast wordt er van gemeenten verwacht dat zij aandacht hebben voor het welzijn van dieren en de preventie van misstanden met dieren. Dit vraagt een andere rol van gemeenten, waarbij we verder gaan dan het uitvoeren van onze wettelijke taak. Een concreet voorbeeld hiervan is de oprichting van DierVizier, een netwerk bestaande uit koepel- en kennisorganisaties op het gebied van Dierenwelzijn. Dordrecht was actief betrokken bij de start (in 2018) van deze samenwerking.
Om op een actieve manier kennis voor beleidsvorming en uitvoering rondom gemeentelijke dierenaangelegenheden te delen, is DierVizier in 2022 gestart met een kennisplatform. Op dit openbare platform, waarvan de ontwikkeling is ondersteund en mogelijk gemaakt door het ministerie van Landbouw, Natuur- en Voedselkwaliteit, delen al deze organisaties relevante informatie en ervaringen op het gebied van dierenwelzijn met elkaar.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
2.1 Uitgangspunten van dit dierenwelzijnsbeleid Dordrecht heeft hart voor dieren en neemt dan ook haar verantwoordelijkheid. Daarom gaan onze ambities en taken verder dan de wet voorschrijft. In dit dierenwelzijnsbeleid grijpen we de kans om onze eigen rol aan te scherpen en de gewenste verbeteringen door te voeren. Ons nieuwe dierenwelzijnsbeleid is erop gericht om het welzijn van dieren te verbeteren en te voorkomen dat het welzijn van dieren wordt aangetast. Dit doen we door rekening te houden met de belangen en behoeften van het dier en een preventief beleid te voeren. Daarom zetten we in op verbetering van informatievoorziening, communicatie daarover, het opzetten van educatieve programma’s met als doel preventie. Deze aanpak noemen we in het vervolg ICEP. De basis van deze ICEP-aanpak is het vergroten van het bewustzijn dat we onze leefomgeving delen met dieren en hoe we ervoor zorgen dat zowel wilde dieren als huisdieren gezond zijn en een goed leven hebben. Het is voor een gemeente niet nodig om voor de volledige breedte van dierenwelzijn expertise in huis te halen. De partnerorganisaties waarmee we al jaren samenwerken op (deel)aspecten van dierenwelzijn, beschikken over veel kennis en expertise. Als gemeente kunnen we hier gebruik van maken door nog meer in te zetten op deze samenwerking en hier een regiefunctie in te vervullen.
Op deze manier gaan we als gemeente meer doen dan alleen het uitvoeren van wet- en regelgeving, maar juist ook (met partners) actief werken aan het dierenwelzijn.
9
We hebben ambities als het gaat om gehouden dieren, maar ook ambities voor in het wild (vrijlevende) dieren. Hierbij gebruiken wij de volgende uitgangspunten: 1. Als gemeente helpen we (gevonden) dieren in nood in de openbare ruimte. We nemen de verantwoordelijkheid om – net als alle inwoners – voor deze dieren in nood te zorgen. Dit is een aanvullende taak op de zorg die de gemeente heeft voor de openbare ruimte en voor het in stand houden van natuurlijke ecologische processen. De verantwoordelijkheid voor de zorg van gehouden dieren (huisdieren) ligt bij de eigenaars van deze dieren. 2. We helpen dieren in nood niet zelf, maar dit doen we met onze (dierenwelzijns)partners. In dit kader versterken we deze samenwerking. 3. We communiceren over het dierenwelzijnsbeleid, we geven informatie over dieren en hun welzijn, maken gebruik van educatieve programma’s, met als doel om dierenleed te voorkomen (preventie). Op deze manier kan iedereen bijdragen aan het welzijn van dieren. 4. We zien toe op integraliteit van het dierenwelzijnsbeleid dat is gericht op het versterken van het ecosysteem, het voorkomen van onnodig dierenleed en het prettig samenleven van mens en dier in de openbare ruimte.
2.2 Randvoorwaarden en afbakening We volgen als gemeente het rijk en de provincie voor wat betreft wet- en regelgeving, maar we hebben lokale ambities die verder gaan dan onze wettelijke taak, zoals uit dit dierenwelzijnsbeleid blijkt. We kunnen dit als gemeente niet alleen. Voor de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid in deze vorm hebben we onze partnerorganisaties nodig. Zij hebben de specialistische kennis die nodig is op de vele onderdelen van het dierenwelzijnsbeleid. We intensiveren de samenwerking met partnerorganisaties en maken daarbij gebruik van hun expertise. We nemen met dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid een prominentere rol aan op het gebied van dierenwelzijn, waarbij we als gemeente zowel faciliterend als regievoerend zijn. Daarnaast maken we als gemeente keuzes die er toe leiden, dat het welzijn van dieren wordt behouden en beter nog, bevorderd. Dat geldt zowel voor de gehouden als voor de in het wild levende dieren. Apart van, maar wel in afstemming met het dierenwelzijnsbeleid, werkt de gemeente Dordrecht via het Duurzaamheidscentrum Weizigt in samenwerking met het Biesboschcentrum aan de natuur- en milieu educatie. Ook is in het Programma Schoon een aanpak voor rattenoverlast opgesteld. Via onder andere het Groenblauwprogramma behouden en stimuleren we de biodiversiteit.
Verder stimuleert de gemeente Dordrecht natuurinclusief bouwen3, waardoor met name vogels en vleermuizen zich beter kunnen handhaven in de stedelijk omgeving. In dit beleid hebben we het wel over het welzijn en de zorg voor honden, maar we hebben een apart hondenuitlaatbeleid.
3 Het handboek natuurinclusief is online te raadplegen.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
10
Welk (beleids)domein houdt zich bezig met welk onderdeel van dieren(welzijn)?
Wijkonderhoud
Samenleving en wijken
Opruimen van dode dieren en tegengaan van overlast, zoals van ratten, mieren en duiven die op voedsel af komen.
Zorgen voor een goede leefomgeving voor dieren in de openbare ruimte en het opvangen van zwervende huisdieren.
Handhaving en vergunningen
Sociaal domein
Het handhaven van regels voor de openbare ruimte om dierenleed te voorkomen en overlast te beperken.
Oog voor dieren bij de bewoners thuis, waarbij de eigenaar niet goed meer voor de dieren kan zorgen.
Gebiedsontwikkeling We ontwikkelen natuurinclusief en creëren mogelijkheden voor tijdelijke natuur.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
11
H3 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
12
3. Het wettelijk kader Er zijn verschillende landelijk- en lokale wetten die te maken hebben met het welzijn van dieren. Hieronder staat een overzicht van wetten die relevant zijn voor Dordrecht en welke rol er is voor de gemeente. Vanuit wet- en regelgeving is de directe rol van de gemeente bij dierenwelzijn beperkt. Veel wettelijke taken en bevoegdheden rondom dieren liggen bij landelijke of provinciale instanties. De landelijke overheid is op grond van de Wet dieren het bevoegd orgaan voor regelgeving over dierenwelzijn. Provincies zijn op grond van de Omgevingswet (mede-)bevoegd regels te stellen over het beheer en bestrijding van in het wild levende dieren, maar hebben geen directe verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn. De Wet Dieren (2013) is de belangrijkste wet voor gehouden dieren, zoals landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren. De Omgevingswet (2024) is dat voor dieren die in het wild leven.
De Wet dieren is een raamwet en is aangevuld met de volgende besluiten en regelingen:
3.1 Relevante wet- en regelgeving
De gemeente heeft een wettelijke taak bij de opvang van dieren waarvan de eigenaar bij de vinder niet bekend is. Dat is geregeld in titel 2 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Dat betekent dat de gemeente de taak heeft om gevonden huisdieren veertien dagen op te vangen, te verzorgen en te registreren. In deze veertien dagen kan de eigenaar het dier terughalen. Na de wettelijke termijn van veertien dagen kan het gevonden dier aan een nieuwe eigenaar worden toegekend. De uitvoering van de gemeentelijke wettelijke taak wordt meestal ondergebracht bij een dierenopvang organisatie (asiel). In Dordrecht hebben we in dit kader een overeenkomst met Louterbloemen. De exploitant moet zich houden aan het Besluit houders van dieren, dat is gericht op het welzijn van de daar verblijvende dieren.
Wet dieren De Wet Dieren biedt regels om het welzijn en de gezondheid van dieren te beschermen. Deze wet bekijkt dieren als wezens met gevoel en een eigen waarde. De intrinsieke waarde van dieren wordt in deze wet erkend. De regels uit deze wet gelden voor zowel huisdieren als productiedieren. De wet bevat bijvoorbeeld regels over hoe dieren gehouden moeten worden en hoe dieren moeten worden verzorgd. Verder bevat de wet regels voor de beheersing van de risico’s die dieren of van de dieren afkomstige producten met zich mee brengen. In de wet is de algemene zorgplicht voor dieren in nood opgenomen. Dat betekent dat elke burger verplicht is gewonde dieren of dieren in nood te helpen. De burgemeester heeft op grond van deze wet een taak bij de preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, het bewaren en overdragen van kadavers van gezelschapsdieren en bij incidenten met agressieve dieren.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
Besluit en Regeling diergeneesmiddelen Besluit en Regeling diervoeders Besluit en Regeling dierlijke producten Besluit en Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren ■ Besluit en Regeling houders van dieren ■ Besluit en Regeling diergeneeskundigen ■ Voornamelijk het Besluit houders van dieren is voor de gemeente van belang in verband met het verzorgen van eigen dieren in de parken en de huidige samenwerking met het dierentehuis Louterbloemen. In dit besluit staan de algemene regels voor het houden en verzorgen van alle dieren én specifieke regels voor productiedieren. Het bevat ook regels voor de bedrijfsmatige opvang, de verkoop en het fokken van huisdieren. ■ ■ ■ ■
Omgevingswet De Wet Natuurbescherming is sinds 1 januari 2024 onderdeel geworden van de Omgevingswet. De Omgevingswet beoogt tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één wet als het gaat om het beheer van de leefomgeving.
13
De Omgevingswet biedt richtlijnen voor regels en maatregelen die de natuur beschermen. Ook hebben we vanuit deze wet een zorgplicht voor planten en dieren.
Visserijwet Deze wet is bedoeld voor in het water levende dieren. De Visserijwet stelt regels aan de zee-, kust- en binnenvisserij ten behoeve van de natuurbescherming. Zo beschrijft de wet bijvoorbeeld wanneer iemand mag vissen en waar deze visser zich aan moet houden.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) Deze wet regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt afgegeven als bewoners of bedrijven op een bepaalde locatie iets willen slopen, verbouwen of bouwen. Deze vergunning kan van toepassing zijn bij (bouw) werkzaamheden waarbij dieren in het geding zijn.
Wet Milieubeheer De Wet milieubeheer geeft aan hoe overheden het milieu moeten beschermen. Deze wetgeving is bedoeld om te zorgen voor een goede balans tussen gebruik en behoud van de leefomgeving; zowel voor de mens als dier. Deze wet is onder andere van toepassing op kinderboerderijen, kleinschalige veehouderijen, melkrundveehouderijen en paardenhouderijen. Het onderscheid tussen het hobbymatig- en professioneel houden van dieren laat zich niet altijd eenvoudig definiëren. Daarom bekijkt deze wet per geval en is toepassing afhankelijk van het aantal en soort dieren.
Wet Veiligheidsregio’s Op basis van deze wet moet de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening worden georganiseerd. Dat betekent ook dat de brandweer de taak heeft om te zorgen voor het beperken en bestrijden van het gevaar bij ongevallen voor mens én dier. In de praktijk betekent dit dat de brandweer tijdens incidenten verplicht is dieren in veiligheid te brengen. Deze dieren worden bijvoorbeeld opgevangen door het dierenasiel waar de gemeente een overeenkomst mee heeft voor de opvang van zwerfdieren.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
Wet aanpak woonoverlast Deze wet biedt de gemeente mogelijkheden om woonoverlast sneller aan te pakken (in geval buurtbemiddeling niet helpt). In geval van stanken geluidsoverlast kan de gemeente op basis van deze wet ingrijpen in situaties waarin het welzijn van huisdieren wordt aangetast.
Huis- en hobbydierenlijst (Positieflijst Dieren) Zoals bekend is in 2022 de nieuwe Huis- en hobbydieren lijst vastgesteld, die op moment van het schrijven van dit beleidsplan per 1 juli 2024 daadwerkelijk van kracht zal worden. De Huis- en hobbydierenlijst vervangt de vroegere Positieflijst Dieren en vermeldt een 30-tal soorten zoogdieren die als huis- of hobbydier gehouden mogen worden. Deze dieren mogen ook na 1 juli 2024 gekocht, gehouden of verkocht worden. En er mag mee gefokt worden. Als iemand na 1 juli 2024 een zoogdier heeft wat niet op deze lijst voorkomt, dan is het belangrijk dat de eigenaar kan bewijzen dat hij/zij het dier al voor die datum in bezit had, en de eigenaar mag het dier dan houden tot het dier overlijdt. Het betreffende dier mag niet worden losgelaten in de natuur.
Algemene plaatselijke verordening (Apv) In de APV zijn regels opgenomen met het doel de gemeente leefbaar te houden. Met betrekking tot dieren zijn in de APV van Dordrecht vooral regels opgenomen over het hondenbeleid. Naast de APV heeft de gemeente een Bomenlijst met daarin de waardevolle bomen. Bomen vormen een belangrijke natuurlijke leefomgeving voor dieren. Bomen die op de lijst staan, mogen alleen worden gekapt met een omgevingsvergunning. Tijdens het opstellen van dit beleidsplan wordt ook gewerkt aan een verbod op het voeren van dieren in de openbare ruimte in verband met overlast van dierplagen
14
H4 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
15
4. Wat zijn onze ambities voor gehouden dieren 4.1 Uitbreiden opvang en vervoer gevonden dieren Als gemeente hebben we specifieke wettelijke verplichtingen als het gaat om de opvang en het transport van gehouden dieren (dieren die verondersteld worden een eigenaar te hebben). In Dordrecht hebben we in dit kader afspraken gemaakt met dierenzorgcentrum Louterbloemen om deze dieren tijdelijk op te vangen, te verzorgen en 14 dagen voor de vermeende eigenaar te bewaren. Onderdeel van de gemaakte afspraken is ook dat Louterbloemen het ophalen en transporteren van dieren met de dierenambulance verzorgt. De opvang en het vervoer van álle zwervend aangetroffen (huis)dieren, dus niet alleen honden en katten, is een wettelijke taak van de gemeente. Zowel in de Wet Dieren als in de Omgevingswet is een zorgplicht voor dieren opgenomen. Deze zorgplicht hebben we eerder al toegelicht. Op basis van de voorschriften in de Wet Dieren en de Omgevingswet, hebben we een plicht tot het verlenen van de nodige zorg aan hulpbehoevende dieren, ook als het om wilde dieren gaat. Deze zorgplicht is feitelijk de achtergrond van het ontstaan van een aantal gespecialiseerde wildopvang-organisaties. Voor de verzorging van de diersoorten binnen dergelijke wildopvang-organisaties, zijn speciale faciliteiten nodig en voor de verzorging van deze dieren is ook certificering van toepassing.
Tegelijkertijd is dit de oorzaak dat deze expertise over het algemeen niet binnen een regulier asiel aanwezig is en er vanuit de asielen weer wordt samengewerkt met dergelijke gespecialiseerde wildopvang-organisaties.
gebracht. In dit kader heeft Louterbloemen dan ook afspraken gemaakt met een aantal gespecialiseerde (wild)opvang organisaties, namelijk: ■ vogelopvang Karel Schot voor (wilde) vogels, waaronder ook postduiven; ■ de egel opvang; ■ de reptielen opvang; ■ de schildpadden opvang; ■ de knaagdieren opvang (wilde hazen en konijnen). Met name de doorstroom van (voornamelijk wilde) vogels is de afgelopen jaren toegenomen. We hebben tijdens dit evaluatieproces geconstateerd dat hier geen financiële afspraken over gemaakt zijn. Feitelijk is dit een uitvloeisel van onze wettelijke taak, maar voorziet onze overeenkomst met Louterbloemen daar onvoldoende in. Om die reden zullen wij de overeenkomst die wij hebben met Louterbloemen op dit onderdeel aanvullen, zodat ook deze zorg op een passende en professionele wijze kan worden verleend.
Louterbloemen vangt huisdieren op zoals honden, katten, knaagdieren en kippen. In de praktijk zien we dat de aangetroffen zwerfdieren, niet alleen gehouden dieren zijn. Voorbeelden hiervan zijn wilde dieren, zoals gewonde vogels en egels. Deze dieren kan Louterbloemen niet zelf opvangen, maar worden naar gespecialiseerde opvangcentra
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
16
4.2 Afspraken over noodopvang Dieren komen niet alleen in de opvang terecht omdat zij op straat zijn gevonden. Een dier kan ook opvang nodig hebben als gevolg van een huisontruiming. In dat geval is de gemeente verplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om achtergelaten ‘zaken’ maximaal 13 weken ‘op te slaan’. Maar ook als mensen moeten worden opgenomen of bij voorbeeld om redenen van huiselijk geweld tijdelijk hun huis moeten verlaten of om andere redenen tijdelijk niet voor hun huisdier kunnen zorgen, is de (tijdelijke) opvang van dieren van groot belang. Vaak zijn er in dit soort situaties wel mogelijkheden om tijdelijk onderdak voor de huisdieren te vinden bij familie of kennissen, maar helaas beschikt niet iedere diereigenaar over een passend netwerk waarbinnen de tijdelijke opvang van dieren kan worden geregeld. Ook in een dergelijk geval kan de dierenopvang Louterbloemen hierbij uitkomst bieden. In de praktijk zien we echter ook dat een tijdelijke opvang bij Louterbloemen niet toereikend is. Zo hebben we al gezien dat in het geval van huiselijk geweld het slachtoffer het vertrek naar een blijf-van-mijn-lijf huis uitstelt, omdat hij/ zij bang is dat er iets met het huisdier gebeurt. Dit is uiteraard zeer ongewenst, zowel voor het slachtoffer, als voor het betreffende huisdier.
In dit soort situaties kan bijvoorbeeld de stichting Mendoo helpen door een tijdelijke opvang in een gastgezin of desnoods in een dierenpension te regelen voor het betreffende huisdier. Zodat het slachtoffer zich ook in veiligheid kan stellen en de noodzakelijke hulp kan worden verleend in het blijf-van-mijn-lijf huis. In de praktijk zien we dat we op deze wijze ongewenst uitstelgedrag voor hulpverlening kunnen verkorten of voorkomen. Tegelijkertijd kan dit betekenen dat het betreffende huisdier voor langere tijd ergens moet worden opvangen, waardoor een (kortdurende) tijdelijke opvang in Louterbloemen niet meer van toepassing is. Als gemeente hebben wij hierin een faciliterende rol. We gaan dan ook gesprekken tussen hulpdiensten, organisaties in het sociaal domein en Louterbloemen in dit kader faciliteren. In onze
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
bespreking met Louterbloemen over dit thema, is duidelijk naar voren gekomen dat situaties van tijdelijke noodopvang feitelijk nu ook al van toepassing zijn. Over het algemeen zijn dit op dit moment nog redelijk incidentele situaties en is dit al opgenomen in onze overeenkomst met Louterbloemen. We gaan met Louterbloemen, de collega’s van het sociaal domein en organisaties binnen dit werkveld in gesprek over het optimaliseren van noodopvang in het geval van huiselijk geweld.
4.3 Informatie, communicatie, educatie en preventie (ICEP) We communiceren over het dierenwelzijnsbeleid, we geven informatie over dieren en hun welzijn, maken gebruik van educatieve programma’s, met als doel om dierenleed te voorkomen (preventie). We noemen dit de ICEP-aanpak. Wij hebben in Dordrecht een bijzonder groot en specialistisch netwerk van partnerorganisaties. We houden al diverse jaren gesprekstafels met deze partnerorganisaties om met elkaar van gedachten te wisselen over de wijze waarop we gezamenlijk een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van het welzijn van dieren binnen onze gemeente. In het kader van de doorontwikkeling van het dierenbeleid naar dierenwelzijnsbeleid, zullen wij die samenwerking met deze partnerorganisaties en de betrokken collega’s dan ook verder intensiveren. Het doel hiervan is om de kennis en ervaring van de partnerorganisaties beter in te kunnen zetten. Vervolgens zullen we met partnerorganisaties de noodzakelijke stappen ondernemen om deze kennis ook met de inwoners te delen. Om de samenwerking te intensiveren en de ICEP-aanpak op te zetten, zullen we ieder kwartaal gesprekstafels met partnerorganisaties en betrokken collega’s organiseren. Op die wijze kunnen we in gezamenlijkheid werken aan verbeteren van het dierenwelzijn in Dordrecht.
Het Duurzaamheidscentrum Weizigt en het Biesboschcentrum, die samenwerken op het gebied van natuur- en milieueducatie, spelen een belangrijke rol in de ICEP-aanpak. Het Duurzaamheidscentrum Weizigt heeft veel ervaring op het gebied van de ontwikkeling en verzorging van educatieve
17
programma’s onder andere voor parkbezoekers en leerlingen van de basisscholen. Vanuit dierenwelzijnsbeleid sluiten we aan op deze bestaande programma’s. De educatieve programma’s die in Duurzaamheidscentrum Weizigt zijn ontwikkeld, worden in overleg met Weizigt toepasbaar gemaakt voor alle locaties in Dordrecht waar dieren in parken aanwezig zijn. Aanvullende informatievoorziening over dieren en de wijze waarop deze verzorgd moeten worden en wat het houden van (huis)dieren met zich meebrengt, ontwikkelen we in samenwerking met de partnerorganisaties.
4.4 Dierenwelzijn in samenhang met welzijn van mensen Dieren in huis is geen uitzonderlijke situatie, als zo’n 48% van de huishoudens één of meer huisdieren in huis hebben. En zelfs als we zelf geen dieren in huis houden, worden we in onze woonomgeving omringd door dieren. Dieren zorgen vaak voor gezelschap en vreugde bij hun eigenaren. Met een huisdier zoals een hond bijvoorbeeld kom je iedere dag buiten, bewegen mensen meer en is de kans op sociale contacten groot. Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken weten we dat er een correlatie is tussen het welzijn van mensen en hun huisdieren. Zo is het bekend dat in die situaties waar er sprake is van huiselijk geweld, het ook zeer waarschijnlijk is dat er sprake is van mishandeling van dieren. Andersom geldt dit ook: als het welzijn van een huisdier onder druk staat, is het zeer aannemelijk dat er ook iets speelt in de huiselijke sfeer bij mensen. In het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 wordt hieraan ook gerefereerd, met de woorden: “Daarbij hebben we in Dordrecht ook aandacht voor dierenmishandeling, dat een indicator kan zijn voor meer geweld binnen een huishouden”. Daarnaast zien we ook dat een huisdier soms een ondersteunende rol kan spelen in het welzijn van de eigenaar. Een voorbeeld hiervan is de blindengeleidehond. Een huisdier kan het verschil maken wanneer eenzaamheid op de loer ligt.
Sinds de veranderingen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015, komt de sociale hulpverlener vaker ‘achter de voordeur’. Zo vindt in veel gemeenten het ‘keukentafelge-
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
sprek’ plaats, dat vaak is uitbesteed aan sociale wijk- of buurtteams. Het is dan ook duidelijk dat sociale hulpverleners een belangrijke rol kunnen spelen bij het signaleren van dierenwelzijnsproblemen. Dierenwelzijnsproblemen kunnen door veel verschillende oorzaken ontstaan. Denk hierbij aan het onthouden van medische zorg of voeding aan het huisdier door geldzorgen, of een gebrek aan aandacht en verzorging vanwege fysieke beperkingen of psychische aandoeningen van de eigenaar. De sociaal hulpverlener kan dit tijdig opmerken en actie ondernemen. Daarom gaan we op dit vlak een samenwerking aan met het sociaal domein, bijvoorbeeld door informatie en trainingen aan te bieden aan hulpverleners.
4.5 Informatieverbetering met betrekking tot zoönosen Zoönosen zijn ziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn. Of wij nu zelf huisdieren in huis hebben of niet, het is vrijwel onvermijdelijk dat wij in onze leefomgeving in contact komen met dieren. We kunnen dan het risico lopen dat wij in contact komen met ziekten die deze dieren onder de leden hebben of ziekteverspreiders die zij met zich mee dragen. Een bekend actueel voorbeeld hiervan is de vogelgriep, maar dit is zeker niet de enige zoönose. Vogelgriep is een dierziekte die we zeer serieus nemen, omdat de verspreiding van deze ziekte tot nu toe nog steeds geen halt is toegeroepen. Deskundigen zijn het erover eens dat het niet de vraag is of deze dierziekte op enig moment overdraagbaar zal zijn via zoogdieren op mensen, maar alleen wanneer dit gebeurt. Nog een ander voorbeeld is Rabiës (hondsdolheid), een ernstige infectieziekte, die in nagenoeg 100% van de gevallen fataal kan zijn als deze ziekte niet tijdig wordt gediagnostiseerd. De meeste gevallen waarin deze ziekte zich manifesteert bij mensen, zijn veroorzaakt door hondenbeten (76%), gevolgd door beten van katten en vleermuizen. Het is belangrijk om deze ernstige ziekte vroegtijdig te melden.
18
In samenwerking met onze partnerorganisaties en de GGD zullen wij dan ook gericht informatie ontwikkelen en verspreiden onder huisartsen, spoedeisende hulp artsen en onze inwoners. Zo willen we de kennis over zoönosen verbeteren en risico’s verminderen.
4.6 Chipbeleid katten en honden Sinds 2013 is het chippen van honden verplicht en daarnaast moeten hondenbezitters sinds 2021 ook een hondenpaspoort met (o.a. medische) informatie over de betreffende hond hebben. Doordat veel honden inmiddels zijn gechipt, gaat zo’n 78%4 van de gevonden honden terug naar de eigenaar. Daarnaast ondersteunt het chippen en het hondenpaspoort bij het tegengaan van illegale hondenhandel. Bij katten, waar nog geen chipplicht voor geldt, ligt het percentage herenigingen met hun oorspronkelijke baasje veel lager, namelijk rond de 30%. Maar sinds begin 2023 weten we dat het verplicht wordt om katten te chippen en te registreren. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wil op die manier zoekgeraakte katten sneller met hun eigenaar herenigen. De chipplicht gaat in elk geval gelden voor huiskatten. Of ook zwerfkatten eronder moeten vallen, wordt nog onderzocht. Volgens het ministerie zijn er in Nederland zo’n 3 miljoen5 huiskatten. De schattingen over het aantal zwerfkatten lopen sterk uiteen. Per jaar worden zo’n 60.000 katten als vermist opgegeven.
4 Bronvermelding; op basis van jaarcijfers van Stichting Amivedi 2023. 5 Bronvermelding; LICG op basis van jaarlijks onderzoek van Dibevo en NVG in 2019
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
Op dit moment is nog niet bekend wanneer de nationale chipplicht voor katten zal worden ingevoerd. We gaan vooruitlopend op de invoering van deze chipplicht, onderzoeken hoe we dit lokaal met de partnerorganisaties kunnen realiseren. Daarnaast zullen we ook de noodzaak van de correcte en volledige registratie van deze chips onder de aandacht brengen, omdat anders zelfs een gevonden gechipt huisdier vaak niet naar de eigenaar kan worden herleid (ICEP).
4.7 Hondenuitlaatbeleid Ook als het gaat om het hondenuitlaatbeleid geldt dat informatievoorziening belangrijk is. Samen met onze partners gaan we werken aan adequate informatievoorziening ten aanzien van opleidings- en trainingsmogelijkheden voor honden en hun eigenaren in Dordrecht. We willen hiermee een bijdrage leveren aan het reduceren van het risico op bijtincidenten en/of andere situaties waarin het gedrag van een hond tot problemen zou kunnen leiden. Het hondenuitlaatbeleid verzorgt informatie over de uitlaatvoorzieningen en relevante regelgeving.
4.8 Dieren in parken in Dordrecht Uit de enquête die is gehouden tijdens het evaluatieproces, blijkt dat onze inwoners het recreëren in de nabijheid van dieren erg waarderen. In Dordrecht zijn de hiervoor aangewezen plekken het Weizigtpark, Merwesteinpark, het Wantij park en het Dubbelmondepark. Het recreëren in de nabijheid van dieren, kan uitsluitend onder goede voorwaarden die het dierenwelzijn beschermen en wanneer het een educatieve functie heeft. Daarom gaan we werken aan verdere professionalisering van de dierverzorging en passende
19
educatieve programma’s. Dit geldt niet voor het Weizigtpark, omdat hier het Duurzaamheidscentrum Weizigt is gevestigd. Het park Weizigt heeft al een educatief programma voor Stadsboerderij Weizigt en we zien dat dit positief wordt ervaren door bewoners. We zullen de educatieve aanpak die nu in park Weizigt wordt verzorgd, toepassen op de andere parken waarin we dieren houden. Op die wijze zijn wij ervan overtuigd dat we een mooie zingeving kunnen realiseren op basis waarvan de aanwezigheid van deze dieren kan worden verantwoord. We gaan de kwaliteit van de dierverzorging in onze parken optimaliseren. Om te komen tot een kwalitatieve en verantwoorde wijze van dierverzorging, is het van belang om de dierverzorgingsprotocollen voor alle locaties op hetzelfde niveau te brengen. Niet alleen voor de verzorging van de dieren die wij houden, maar ook voor de veiligheid van onze medewerkers. We willen de parken waarin wij als gemeente dieren houden kunnen voorzien van een kwaliteitsbewijs. In relatie tot de eerder beschreven aandacht voor zoönosen, betekent dit dat alle parken waarin wij dieren houden, moeten voldoen aan het GD Keurmerk Zoönosen. Dit keurmerk wordt gebruikt door bedrijven waar mensen in contact kunnen komen met dieren. Een dierenarts ziet erop toe dat de juiste maatregelen worden genomen om overdracht van zoönosen te voorkomen.
Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid voor certificering, bijvoorbeeld via de Vereniging van Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland, om het werken met dieren in onze parken te professionaliseren.
4.9 Dieren bij evenementen In het geval van evenementen kan het welzijn van dieren ter plekke of in de directe nabijheid in het gedrang komen. Er is in toenemende mate oog voor dit risico. Op dit moment zijn er nog geen wettelijke mogelijkheden om de aanwezigheid van dieren bij een evenement te kunnen verbieden. Wel onderzoekt de Raad voor de Dier Aangelegenheden mogelijkheden om dit in de toekomst wel te kunnen doen. Tot aan dat moment zullen
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
we ons moeten beperken tot scherp toezien op de handhaving van de eerdergenoemde vijf vrijheden voor dieren in het kader van het dierenwelzijn: ■ vrij van dorst, honger en onjuiste voeding; ■ vrij van fysiek en thermaal ongerief; ■ vrij van pijn, verwonding en ziektes; ■ vrij van angst en chronische stress; ■ vrij om zijn natuurlijk gedrag te vertonen. Wij wijzen organistoren van evenementen waar dieren bij betrokken zijn, erop dat de wet in acht genomen moet worden om het welzijn van de dieren te waarborgen. Dit houdt concreet in dat de organisator moet kunnen aantonen dat de vijf vrijheden voor dieren in het kader van dierenwelzijn worden gewaarborgd en op welke wijze de organisator dit doet. Bij vergunningplichtige evenementen nemen we deze eis ook standaard op in het vergunningverleningsproces. We ontmoedigen evenementen met dieren door dit onderwerp op te nemen in de ICEP-aanpak, waarbij het doel is om organisatoren bewust te maken van het belang van dierenwelzijn en daarmee te sturen op het organiseren van evenementen zonder dieren.
5.0 Aandacht voor dieren bij calamiteiten Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor rampenbestrijding en daarvoor moeten we iedere vier jaar een plan opstellen volgens de Wet Veiligheidsregio’s. De brandweer moet bij rampen zorgen voor de veiligheid van mens én dier. Om ervoor te zorgen dat dieren professionele hulp krijgen, is het belangrijk dat de gemeente in het rampenbestrijdingsplan maatregelen opneemt over dieren. Voor het redden van grote dieren, zoals paarden en koeien, is specifieke ervaring en kennis nodig. De brandweer kan hier tijdens oefeningen extra aandacht aan besteden. In het rampen(bestrijdings)plan dient een passage opgenomen te worden over de hulp aan dieren. We gaan hierover in gesprek met de betrokken instanties.
20
H5 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
21
5. Wat zijn onze ambities voor wilde (vrijlevende) dieren We hebben van nature de neiging om de wereld om ons heen te benaderen vanuit menselijk perspectief, maar soms kan het helpen om ons te realiseren dat wij leven in een geheel van flora en fauna. Vanuit die optiek past ons verantwoordelijkheidsbesef om dit geheel vooral niet ruwweg te verstoren. Zeker daar waar we spreken over onze leefomgeving, waarin wij mogen samenleven met wilde dieren, geldt dat wij ons hiervan meer bewust moeten zijn. We zullen ons dan ook met ons team van dierenpartnerorganisaties inzetten om dit besef te versterken.
hulpbehoevende dier de nodige zorg. Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren”, zo luidt het voorschrift in de Wet Dieren. In de Omgevingswet (artikel 1.6) is een algemene zorgplicht opgenomen, waarin staat dat eenieder verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving, maar ook een specifieke zorgplicht ten aanzien van flora en fauna (artikel 4.3, specifiek ook artikel 4.38). Wij zullen onze inwoners zorgplicht voor wilde dieren informeren, in samenwerking met onze partnerorganisaties.
5.1 Informatie, communicatie, educatie en preventie (ICEP)
In Dordrecht geven we ook nu al invulling aan deze zorgplicht. Eerder hebben we al beschreven dat gevonden wilde dieren, worden vervoerd door de dierenambulance naar Louterbloemen en/of gespecialiseerde opvangcentra. In die gevallen waarin het dier niet meer gered kan worden, schakelen we de Faunabeheereenheid (hierna: FBE) in om het dier uit zijn lijden te verlossen. Dit is onderdeel van de ‘Opdracht Valwild’ die de FBE heeft op grond van de Omgevingswet.
We gaan in samenwerking met partnerorganisaties informatie ontwikkelen en verspreiden om bewustwording van onze inwoners over het aantal en de verschillende soorten vrijlevende dieren te vergroten. Dit doen we voor zowel wilde dieren binnen de stedelijke grenzen, als in het buitengebied. Het gaat dan om informatie die gericht is op het versterken van het besef dat vrijlevende dieren nu eenmaal deel uitmaken van onze leefomgeving, maar het gaat ook over het voorkomen van overlast van bepaalde diersoorten op sommige plekken in de stad. In principe streven we er, zeker in het buitengebied, naar om (als mensen) zo weinig als mogelijk te interveniëren in de natuur, anders gezegd: de natuur z’n gang laten gaan. Overigens betekent dit tegelijkertijd dat we geen ruimte zien om via dieruitzettingen weer (nieuwe) dieren toe te voegen.
5.2 Zorgplicht voor wilde dieren De ‘bewaarplicht’ die gemeenten hebben voor gevonden huisdieren geldt niet voor wilde dieren. In het algemeen geldt er wel een zorgplicht voor álle dieren, zowel huisdieren als vrij levende dieren. Zowel in de Wet Dieren (H2, paragraaf 1, artikel 2.1, lid 6 en 7) als in de Omgevingswet is een zorgplicht voor dieren opgenomen. “Een ieder verleent een
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
5.3 Wilde dieren in nood (valwild) Een aangetroffen gewond, in het wild levend dier is veelal slachtoffer van een aanrijding maar ook andere oorzaken komen voor. Zoals vastzitten in een hekwerk of aanvallen door loslopende honden. Al deze gewonde dieren vallen onder de term ‘valwild’. Wat betreft dieren in het buitengebied van Dordrecht hebben we een aantal jaar te maken met een toename van aangereden wild. Het onderwerp is aangedragen voor bespreking aan de gesprekstafel dierenbeleid door de Faunabeheereenheid. Het aantal valwildslachtoffers door een aanrijding ligt rond de 50 per jaar. Dat is 9% van het totale wildbestand op het eiland van Dordrecht (landelijk wordt een maximum van 5% aangehouden wat wordt ‘geaccepteerd’ als aangereden wild). Onder andere de toenemende recreatie in het buitengebied heeft een rol gespeeld in deze toename van valwildslachtoffers.
22
In oktober 2020 is het Faunabeheerplan Ree in Zuid-Holland in werking getreden. Het faunabeheerplan heeft als doel het in stand houden van een gezonde reeënpopulatie met een laag percentage aanrijdingen en minimale (landbouw) schade. De Faunabeheereenheid heeft als uitvoerende organisatie, namens de provincie een plan van aanpak daarvoor geschreven en werkt daarin samen met Staatsbosbeheer en gemeente Dordrecht in dit geval. Daarnaast vindt een adequate en gevalideerde registratie van aanrijdingen met reeën plaats. De gegevens van de aanrijdingen met reeën en damherten worden gebruikt door de provincie ten behoeve van het formuleren van het beleid en door de FBE ten behoeve van de jaarrapportages, het opstellen van het faunabeheerplan ree en damherten en de onderbouwing voor het verkrijgen van een ontheffing voor het beheer van reeën en damherten. Eind 2020 zijn door Staatsbosbeheer en de gemeente al een aantal wildspiegels en waarschuwingsborden geplaatst op de Oude Veerweg in Dordrecht. Op deze locatie vinden naar verhouding de meeste aanrijdingen plaats. Deze enkele maatregel blijkt echter niet voldoende om het aantal valwildslachtoffers omlaag te brengen. Om het aantal aanrijdingen met wild terug te dringen, zijn er meer maatregelen nodig. Eenzelfde onveilige situatie voor dieren, maar ook voor het verkeer dreigt bij het Beerpolderviaduct.
In samenwerking met Staatsbosbeheer, de Faunabeheereenheid, provincie en de gemeente Hoeksche Waard gaan we een plan van aanpak opstellen ter preventie van valwild.
5.4 Vrijlevende dieren en buitenevenementen Wij hebben eerder in dit dierenwelzijnsbeleid al aangegeven welke mogelijkheden wij nu hebben ten aanzien van dieren bij evenementen. Daarnaast streven we ook voor vrijlevende dieren naar het voorkomen dat het welzijn van de dieren in het gedrang komt door een evenement. We voeren bij een evenementenvergunning standaard een natuurtoets uit, waarin specifiek gekeken wordt naar de mogelijke impact op beschermde plant- en dier-
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
soorten. Vanuit dierenwelzijn en ecologie kijken we mee op de aanvraag voor een evenement.
5.5 Beheersing van overlast door wilde dieren in de stad Als we spreken over overlast, is er over het algemeen sprake van een verstoring van het natuurlijk evenwicht, een disbalans. De wijze waarop we omgaan met deze disbalans hangt sterk af van de mate waarin de balans verstoord is. Ook als het gaat over de vraag hoe om te gaan met mogelijke overlast door vrijlevende dieren, geven wij de voorkeur aan preventie boven bestrijding. Zo denken we dat we met gerichte informatievoorziening en andere preventieve maatregelen al veel potentieel overlast kunnen voorkomen. In een stad waarin veel vrijlevende dieren leven, gaan wij er vanuit dat bestrijding een laatste optie is. We gaan over op bestrijding als alle overige stappen niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Als de natuurlijke balans verstoord is, kan dit leiden tot een dierplaag. Dierplagen worden bestreden als ze een bedreiging vormen voor de veiligheid of de volksgezondheid. In Dordrecht krijgen we voornamelijk meldingen van overlast door ratten. Dit is landelijk een probleem, mede als gevolg van de beperkingen op bestrijdingsmiddelen ter bescherming van andere dieren. Bestrijding van ratten is om die reden minder effectief dan voorheen. Het is daarom nog belangrijker om de voedselbronnen van de ratten aan te pakken. We werken daarom vanuit dierenwelzijn nauw samen met het programmateam Schoon.
Met nieuw communicatiemateriaal vragen we aandacht voor overlast door onder andere ratten als gevolg etensresten en zwerfafval op straat. Uit gesprekken met partnerorganisaties is gebleken dat voor een effectieve aanpak van dierplagen, we een werkgroep moeten vormen waarin verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd. Alleen wanneer we alle relevante betrokken partijen samenwerken, kunnen we deze problematiek effectief aanpakken. We kiezen daarom voor een meer integrale aanpak waarin onze partners een actieve rol hebben.
23
H6 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
24
6. Uitvoering en samenwerkingspartners De ambities die we hebben opgenomen in dit dierenwelzijnsbeleid voeren we gefaseerd uit in de komende jaren. De planning voor uitvoering van de nieuwe onderdelen van het dierenwelzijnsbeleid werken we met de partnerorganisaties en betrokken collega’s uit. De realisatie van deze nieuwe onderdelen van het dierenwelzijnsbeleid vindt plaats onder regie van de beleidsadviseur Dierenwelzijn.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
6.1 Uitvoering nieuwe onderdelen dierenwelzijnsbeleid Voor de uitvoering van dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid, zetten we in samenwerking met de partnerorganisaties in op de realisatie van de volgende aspecten: ■ verder professionaliseren van de verzorging van dieren in parken; ■ inzet op informatievoorziening over de verzorging van huisdieren en verantwoordelijk huisdierbezit; - inzet op educatieve programma’s voor dieren in parken; ■ inzet op informatievoorziening om overlast door dieren/dierplagen te voorkomen; ■ aandacht voor de relatie tussen dierenwelzijn en mensenwelzijn; ■ inzet op educatie ter preventie van risicovol gedrag van honden; ■ aandacht voor wilde (vrijlevende) dieren binnen en buiten de stad; ■ aandacht voor dieren bij calamiteiten; ■ inzet op kennis en preventie van dierziekten (zoönosen); ■ beperking aanwezigheid dieren bij evenementen.
25
6.2 Samenwerkingspartners In dit dierenwelzijnsbeleid hebben we al een aantal keer genoemd dat we onze samenwerking met partnerorganisaties intensiveren. Als gemeente gaan we een regiefunctie vervullen, om zo ook onderlinge samenwerking tussen deze organisaties te bevorderen. Hieronder geven we per thema aan met welke partners we in ieder geval samenwerken op dat onderwerp. Partners voor dierenwelzijn en opvang
Partners voor in het wild levende dieren
Louterbloemen en wildopvangcentra
Natuur- en vogelwacht Biesbosch
Dierenbescherming,
Hengelsport Regio Dordrecht
Stadsboerderij Weizigt, Biesboschcentrum, Parken met dieren in Dordrecht
Sportvisserij Zuidwest Nederland
Dierenartsen, Dierenziekenhuis, GGD
Faunabeheer eenheid Zuid-Holland
Brandweer
Wildbeheer eenheid
Vereniging Kattenzorg Dordrecht
Waterschap Hollandse Delta
Tuinbouworganisatie LTO
Nationaal Park de Biesbosch
Veiligheidsregio ZHZ
Staatsbosbeheer
Comité Dierennoodhulp
Provincie Zuid-Holland
Stichting Dierenlot
Gemeente Hoeksche Waard
Partners voor dierenwelzijn in samenhang met mensenwelzijn
HVC
Stichting Mendoo
Partners voor vergunningverlening en handhaving
Veilig thuis
Omgevingsdienst ZHZ
Sociaal Domein
Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA)
Partners voor hondenuitlaatbeleid
Politie met taakaccent Dieren
Dordts Hondenplatform
Landelijke Inspectiedienst
Hondenuitlaatservices
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
26
H7 Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024 – 2028
27
7. Financiële kaders De beschikbare financiële middelen en capaciteit voor het dierenbeleid zijn beperkt. Er zijn verschillende diergerelateerde budgetten in de begroting opgenomen. Denk hierbij aan plaagdierbestrijding, de verzorging van dieren in parken en een onderhoudsbudget voor voorzieningen in het hondenuitlaatbeleid. Het huidige budget voor het dierenbeleid zelf bestaat enkel uit een post voor de opvang en het transport van zwerfdieren en de verzorging hiervan. Sinds vele jaren heeft de gemeente Dordrecht een overeenkomst met Dierenzorgcentrum Louterbloemen voor de opvang en het transport van zwerfdieren binnen de gemeente Dordrecht. Zoals eerder omschreven hebben we geconstateerd dat het huidige budget voor de opvang en transport voor zwerfdieren niet toereikend is. De gespecialiseerde wildopvang-organisaties dienen ook financieel vergoed te worden voor het opvangen van wilde dieren uit Dordrecht. De vitaliteit van onze partner(s) in vervoer en opvang, is een voorwaarde voor het helpen van zoveel mogelijk dieren en voor het voldoen aan de zorgplicht die we hebben. De formatie voor het dierenbeleid 2017 en de budgetten die hieraan hangen, zijn gericht op de uitvoering van enkel onze wettelijke taak. De beschikbare beleidscapaciteit voor het dierenbeleid was van origine vier uur per week.
Vanaf de start van het dierenbeleid 2017 tot en met dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid is dit gegroeid tot acht uur per week, zonder dat de formatie hier op is aangepast. De jaarlijkse gesprekstafels met onze samenwerkingspartners in de periode 2017-2023 en de ook de toegenomen politieke en maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn hebben tot deze (informele) uitbreiding van uren geleid. We gaan van een faciliterende rol in 2017, naar een faciliterende en regie voerende rol in het nieuwe dierenwelzijnsbeleid. Voor de invulling van deze regie functie en voor de uitvoering van de nieuwe beleidsonderdelen, zoals genoemd in hoofdstuk 6, geldt dat we de formatie uit moeten breiden naar 18 uur per week.
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
We kunnen de nieuwe ambities van dit beleid niet bereiken zonder onze partners in dierenwelzijn. Daarnaast is samenwerking met andere beleidsterreinen essentieel. Daarom zetten we in dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid 2024 in op een intensieve samenwerking met de diverse afdelingen binnen de gemeente Dordrecht en de dierenpartnerorganisaties. We werken gezamenlijk aan informatievoorziening (I), communicatie (C) en de ontwikkeling van educatieve (E) programma’s op het gebied van dierenwelzijn. Op deze manier geven vorm aan de verschuiving naar preventief (P) beleid. Voor de realisatie van deze ICEP-aanpak vragen we dan ook financiële middelen.
In de komende jaren zullen we invulling en uitvoering gaan geven aan de volgende (ICEP) activiteiten: ■ we ontwikkelen informatie over de verzorging en aanschaf van huisdieren, gericht op verantwoordelijk huisdierbezit; ■ we gebruiken bestaande educatieve programma’s van Weizigt over dierenwelzijn ook in andere parken in Dordrecht waar dieren worden gehouden; ■ we ontwikkelen extra informatie en educatiemateriaal voor plekken in Dordrecht waar dieren in parken leven; ■ we werken samen met collega’s in het sociaal domein om informatie te maken over hoe dierenwelzijn samenhangt met het welzijn van mensen, en over de relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling; ■ we werken samen met de collega’s van evenementen aan bewustwording over het belang van dierenwelzijn bij evenementen; ■ we maken informatie en voorlichtingsmateriaal over dierziekten (zoönoses) in samenwerking met dierenartsen en de GGD; ■ we organiseren bijscholing voor huisartsen en spoedeisende hulp artsen, zodat ze dierziekten (zoönoses) beter herkennen en behandelen; ■ we maken informatie beschikbaar om mensen bewust te maken van wilde dieren en waarom het belangrijk is om hun natuurlijke leefomgeving niet te verstoren; ■ we verspreiden informatie om overlast door dieren en/of plagen te voorkomen.
28
Voor de ontwikkeling van deze informatiematerialen, informatiecampagnes en educatieve programma’s hebben we in dit beleid een post opgenomen, mede omdat veel van dit materiaal zal moeten worden geactualiseerd of nieuw moet worden ontwikkeld. Samenhangend met deze ICEP-activiteiten zullen we daarnaast en ter ondersteuning hiervan, investeren in het optimaliseren van de dierverzorging in alle parken in Dordrecht waar dieren worden gehouden. In dit
Taak of activiteit
kader is het van belang om de dierverzorgingsprotocollen voor alle locaties op hetzelfde niveau te brengen. Niet alleen voor de verzorging van de gehouden dieren, maar ook voor de veiligheid van onze medewerkers. We willen de parken waarin wij als gemeente dieren houden kunnen voorzien van een kwaliteitsbewijs.
7.1 Overzicht financiële middelen
Bestaande begroting 2024
Extra benodigd vanaf 2025
€240.000
-
-
€40.000
Beschikbare capaciteit 8 uur per week, €24.500
Uitbreiding capaciteit met 10 uur per week, €30.000
Informatie, communicatie, educatie & preventie
-
€50.000
Versterken basis voor verzorging dieren in parken
-
€10.000
Wettelijke taak Dierenopvang en -ambulance Uit wettelijke taak voortvloeiend Gespecialiseerde wildopvang en noodopvang Beleidsuitvoering Formatie
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024
29
Bijlage Bijlage I - Netwerkoverzicht Biesboschcentrum Dordrecht Brandweer Comité Dierennoodhulp Dierenbescherming Dierenartsen, Dierenziekenhuis GGD HVC Hondenuitlaatservices in Dordrecht Kattenzorg LandelijkeInspectiedienst Louterbloemen LTO Tuinbouworganisatie Natuur- en vogelwacht Biesbosch Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) Omgevingsdienst ZHZ Nationaal Park de Biesbosch Wantijpark Park Merwestein Dubbelmondepark Dordts Hondenplatform Politie met taakaccent Dieren Sportvisserij Zuidwest Nederland Staatsbosbeheer Stadsboerderij Weizigt Stichting Mendoo Stichting Dierenlot Veiligheidsregio ZHZ Veilig thuis Verenigde Hengelsport Regio Dordrecht Vogelklas Karel Schot Wildbeheer eenheid Waterschap Hollandse Delta
Dierenwelzijnsbeleid Dordrecht 2024