Definitieve concept Was Wordt voorstel APV d.d. 24-6-2021.pdf
Tekst van het document
1
2
3
4
5
a.
de exploitant en/of leidinggevende niet minstens de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt; b. de exploitant en/of leidinggevende niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de wet; c. het maximum aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is bereikt. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:39 B kan worden geweigerd, indien de feitelijke situatie afwijkt van hetgeen in de aanvraag is vermeld. 3. In het kader van een intrekking, wijziging of schorsing van een vergunning, als bedoeld in artikel 2:39 B, is artikel 2:28 F sub a, b, c, d en e van overeenkomstige toepassing. 4. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:39 B kan eveneens worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst indien de exploitant en/of leidinggevende niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de wet. 5. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:39 B vervalt, indien: a. een nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand is verleend; b. de vergunninghouder de hoedanigheid van exploitant heeft verloren; c. meer dan zes maanden geen speelautomaten (meer) aanwezig zijn; d. de exploitant de
verordening, wordt een exploitatievergunning geweigerd, indien: a. het maximum aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is bereikt; b. de exploitant en/of leidinggevende(n), dan wel degene(n) die de rechtspersoon krachtens de statuten vertegenwoordig(t)(en), niet minstens de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt; c. de exploitant en/of leidinggevende(n) van de speelautomatenhal niet voldoet/voldoen aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit; d. de exploitant en/of leidinggevende(n) niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de Wet; e. naar het oordeel van de burgemeester door de aanwezigheid van de speelautomatenhal de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt onevenredig nadelig wordt beïnvloed; f. de feitelijke situatie afwijkt van hetgeen in de aanvraag is vermeld; g. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan zonder dat concreet zicht bestaat op de vereiste planologische toestemming voor het ter plaatse vestigen van een speelautomatenhal.
6
- aanhef toevoegen onder titel: “onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening, wordt een exploitatievergunning geweigerd, indien:”. Toelichting: toevoegingen aan de tekst en een verwijzing naar de algemene weigeringsgronden, aangezien artikel 1:8 tevens geldt voor deze bepalingen. Verplaatsen: de leden 3 t/m 6. Toelichting: Zie de eerste toelichting van artikel 2:39 H (nieuw).
7
2. Het bepaalde in artikel 2:28 F van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. 3. Lid 1 onder c van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de aanwezigheidsvergunning.
Toevoegen lid 1 sub c: strijdigheid met het geldende bestemmingsplan. Toelichting: in het geval dat aannemelijk is dat de strijdigheid met het bestemmingsplan niet zal kunnen worden opgeheven of indien achteraf de omgevingsvergunning vernietigd wordt, geldt het bepaalde in dit artikel (namelijk: alsnog optreden bij strijdigheid met het bestemmingsplan of het geval dat naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat de strijdigheid niet zal worden opgeheven). Dit is een risico welke de exploitant heeft te accepteren en wat inherent is aan de eisen die in jurisprudentie (in meergenoemde uitspraak) worden gesteld. Is de omgevingsvergunning verleend, maar is deze nog niet onherroepelijk? Dan mag de exploitant wel gebruik maken van de exploitatievergunning. Voor de exploitant geldt dan dat hij, met het deelnemen aan de procedure tot het indienen van aanvragen, aanvaardt dat het gebruik maken van de exploitatievergunning volledig voor eigen rekening en risico is. Toevoegen sub e: intrekkingsgrond indien meer dan zes maanden aaneengesloten geen speelautomaten in het pand worden geëxploiteerd na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning. Toelichting: de burgemeester kan de exploitatievergunning intrekken indien zes maanden aaneengesloten geen speelautomatenhal wordt geëxploiteerd.
Het gaat hier om ná het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning. Toevoegen lid 2: verwijzing naar artikel 2:28 F aanhef en sub a, b, c, d en f. Toelichting: behoeft geen toelichting. Komt overeen met lid 3 van het huidige APV-artikel, artikel 2:39 D.
8
9
10
11
12