CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Data en duiding sociaal domein - Dordrecht 2016-2020.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 28 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Wethoudersbrief over Rapportage 'Data en duiding sociaal domein 2016 - 2020'10.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Data & Duiding

Sociaal Domein (2) Ontwikkelingen in het sociaal domein van Dordrecht 2016-2020

Liesbeth Heering, Willem Paul Peters, Bart van der Aa & Justin Tuit

Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Vanaf 2015 voeren gemeenten taken uit in het sociaal domein die vallen onder de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). In deze rapportage staat het gebruik van de voorzieningen centraal die onder deze wetten vallen. De ontwikkelingen worden vanaf 2016 weergegeven omdat de cijfers vanaf dat jaar betrouwbaar zijn. De data is geput uit verschillende dashboards van het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD), de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en de Service Organisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid (SOJ). Deze rapportage is een aanvulling op de eerdere rapportage Data en Duiding Dordrecht (2016-2019) met een update voor 2020* en meer dia’s die gaan over cijfers op wijkniveau en de sociale kaart per wijk. Gezien de complexiteit van (het gebruik van) jeugdzorg wordt in deze rapportage geen causaal verband tussen het gebruik van de wetten en de wijkgegevens gelegd.

Jeugdwet In de Jeugdwet heeft de gemeente een grote rol gekregen in de zorg en hulp voor kinderen en jeugdigen. Jeugdhulp wordt gedefinieerd als de hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Naast jeugdhulp vallen ook Jeugdbescherming en Jeugdreclassering onder de Jeugdwet.

Participatiewet Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Het gaat daarbij om mensen die recht hebben op een bijstandsuitkering, een minima regeling of een regeling voor ouderen die werkloos zijn geworden IOAW/IOAZ. In deze rapportage vormen de regelingen een geheel (P-wet voorzieningen).

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) schrijft voor dat gemeenten er voor moeten zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de voorzieningen uit deze wet en is dus verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet zelfredzaam zijn.

Leeswijzer De ontwikkeling in het aantal cliënten met voorzieningen uit de drie wetten staat centraal in het eerste deel van de rapportage, met uitsplitsingen naar wijk en leeftijd. In het verdiepende tweede deel kijken we in detail naar de ontwikkelingen in de jeugdzorg, Participatiewet en Wmo. Daarna is aandacht voor sociaal medische indicaties (SMI) en Vroegschoolse Educatie (VE). Er wordt afgesloten met wijkgegevens. In de volgende dia vindt u tevens het overzicht waar direct naar een hoofdstuk genavigeerd kan worden. *Voor een aantal dia’s die een update zijn van vorig jaar, zijn slechts de cijfers van 2020 toegevoegd. Dit, omdat de data van iemand met een indicatie bij een verhuizing in 2020 (als voorbeeld) ook mee verandert voor de jaren ervoor. In dit geval betekent recente data dus niet automatische meer valide informatie.

2

Partner voor bestuur en beleid

Inhoudsopgave

Gebruik regelingen van de drie wetten

Verdieping

Verdieping

Wmo

participatiewet

Verdieping jeugdwet

Gebruik voorzieningen

Wijkgegevens

Sociaal medische indicatie en voorschoolse educatie

Sociale kaarten per wijk (Bijlagen)

Combinaties voorzieningen

Partner voor bestuur en beleid

1

Gebruik van de regelingen uit de drie wetten Partner voor bestuur en beleid

Aantal inwoners met een toewijzing voor een voorziening van een van de drie wetten In de tabel hieronder staat per wet en jaar weergegeven hoeveel inwoners en toewijzing hebben voor een voorziening. In 2016 heeft de P-wet in verhouding het grootste aantal gebruikers met bijna 7.800 personen. In 2020 voert de Wmo de lijst aan met ruim 9.400 inwoners met een voorziening. De cijfers van Wmo zijn op basis van toewijzing. Dit bevat daarom ook voorzieningen die niet ‘verzilverd’ worden. Daarnaast zijn er voor de onderdelen Beschermd Wonen & Opvang ook gebruikers van de Wmo die buiten Dordrecht wonen, zie ook de dia ‘Wmo & type indicatie’. Om de eerste grove vergelijking in het gebruik van de voorzieningen uit de drie wetten te maken, geven we eerst de aantallen gebruikers weer per 1.000 inwoners van de bevolking, ongeacht leeftijd in de figuur hiernaast en in de pagina’s hierna. Voor het aantal gebruikers van de Jeugdwet is de vergelijking met de aantallen gebruikers van de andere wetten gemankeerd, omdat het bij de Jeugdwet gaat om gebruikers tot 23 jaar. Om die reden zijn later in deze factsheet de cijfers over gebruik van jeugdhulp naar wijk weergegeven per 1.000 jeugdigen tot 23 jaar. Toelichting aantallen: Wanneer iemand een toewijzing heeft voor twee wetten, wordt deze twee keer geteld.

Jeugdwet, Participatiewet en Wmo Aantal inwoners met een toewijzing Jeugdwet, de P-wet of de Wmo per 1.000 inwoners, 2016 -2020

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2016

2017

2018

2019

2020

Aantal gebruikers van voorzieningen Jeugdwet

Jeugdwet

P-wet

Wmo

2016

2.693

7.766

6.711

2017

2.443

7.981

8.054

2018

2.663

8.156

8.368

2019

2.764

8.103

9.102

2020

2.772

8.580

9.436

P-wet

WMO

Bron: Dashboard OCD, mei 2021

5

Partner voor bestuur en beleid

Relatieve ontwikkeling van aantal inwoners met een toewijzing per wet In de tabel hieronder staat per wet en jaar nogmaals weergegeven hoeveel inwoners een toewijzing hebben voor een voorziening. Om de relatieve ontwikkeling in het aantal gebruikers van de voorzieningen uit de wetten te volgen in de tijd is het jaar 2016 gekozen als basis (=100) en worden de ontwikkelingen sindsdien daarmee vergeleken. In de figuur hiernaast staat daarmee de relatieve ontwikkeling van het aantal gebruikers.

Jeugdwet, Participatiewet en Wmo Relatieve ontwikkeling van het aantal inwoners met een toewijzing Jeugdwet, de P-wet en de Wmo, 2016-2020 (2016=100)

In 2020 is het aantal gebruikers van een Wmovoorziening 41% hoger dan in 2016.

150

Het aantal gebruikers van de Participatiewet steeg tot 2019 bescheiden, maar is in 2020 sterker gestegen tot 110% ten opzichte van 2016.

Als we het aantal jeugdigen met een jeugdwetvoorziening betrekken op het aantal jeugdigen tot 23 jaar zien we dat het aantal gebruikers van 8,9% in 2018 toeneemt naar 9,3% in 2020 (niet in figuur of tabel). Dit getal ligt iets onder het landelijk gemiddelde van 9,7% in 2020 (voorlopige cijfers CBS). Toelichting aantallen: Wanneer iemand een toewijzing heeft voor twee wetten, wordt deze twee keer geteld.

130

index (2016=100)

Het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen daalde tussen 2016 en 2017, en steeg vervolgens naar het huidige niveau met 3% in 2019 en 2020.

140

120 110 100 90 80 70

Aantal gebruikers van voorzieningen

60

2016

2016 2017

2018 2019 2020

Jeugdwet

P-wet

Wmo

2.693 2.443 2.663 2.764 2.772

7.766 7.981 8.156 8.103 8.580

6.711 8.054 8.368 9.102 9.436

2017

Jeugdwet

2018

P-wet

2019

2020

WMO

Bron: Dashboard OCD, mei 2021

6

Partner voor bestuur en beleid

Jeugdwet, P-wet en Wmo in de regio Aantal inwoners met een toewijzing Jeugdwet, de P-wet en de Wmo per 1.000 inwoners, 2016 -2020

Aantal gebruikers van de voorzieningen uit de drie wetten in de regio Drechtsteden Deze dia geeft het gebruik van de drie wetten in de regio Drechtsteden weer. De tabel hieronder laat het totaal aantal gebruikers zien in de periode 2016-2020. In de figuren hiernaast zijn de aantallen weer omgerekend naar het aantal gebruikers per 1.000 inwoners. Op deze manier kunnen we een goede vergelijking maken met de gemeente Dordrecht. Met betrekking tot de Jeugdwet zien we dat zowel het aantal gebruikers als de ontwikkeling in de tijd vergelijkbaar is tussen Dordrecht en de regio. Het gebruik van de P-wet ligt in Dordrecht daarentegen veel hoger dan in de regio. In steden zien we doorgaans meer inwoners die ondersteuning nodig hebben. De verschillen in het Wmo-gebruik zijn gering. In 2016 en 2017 zagen we in Dordrecht een iets lager gebruik dan in de regio, vanaf 2018 is het gebruik in Dordrecht juist iets hoger. Toelichting: In 2016 en 2017 exclusief Hardinxveld-Giessendam, vanaf 2018 inclusief Hardinxveld-Giessendam. Wanneer iemand een toewijzing heeft voor twee wetten, wordt deze twee keer geteld.

Aantal gebruikers in de Drechtsteden Jeugdwet

P-wet

Wmo

2016

6.158

13.464

15.839

2017

5.953

14.013

18.750

2018

6.654

14.295

19.442

2019

6.894

14.181

21.035

2020

6.789

15.377

21.965

Jeugdwet 30 25 20 15 10 5 0

P-wet

Wmo

80

80

70

70

60

60

50

50

40

40

30

30

20

20

10

10

0

0

2016 2017 2018 2019 2020

2016 2017 2018 2019 2020

2016 2017 2018 2019 2020

Drechtsteden

Drechtsteden

Drechtsteden

Dordrecht

Dordrecht

Dordrecht

Toelichting cijfers Wmo: Dordrecht is centrumgemeente voor Beschermd wonen & Opvang waardoor alle toewijzingen in de regio bij Dordrecht worden opgeteld.

Bron: Dashboard OCD, mei 2021

7

Partner voor bestuur en beleid

2 Gebruik voorzieningen naar wijk en leeftijd Partner voor bestuur en beleid

Jeugdzorg & wijk Aantal jeugdigen met een jeugdzorgvoorziening per 1.000 jeugdigen tot 23 jaar per wijk, 2016-2019* Er is gekozen voor een weergave tot 23 jaar, aangezien jongeren ook nog gebruik kunnen maken van een jeugdhulpvoorziening, middels de verlengde jeugdwet. Deze groep is echter wel gering, zie volgende dia. In 2019 is het gebruik van jeugdzorg het grootst in Sterrenburg, Het Reeland en Crabbehof/Zuidhoven, met om en nabij de 100 gebruikers per 1.000 jeugdigen (= 10%). In Dubbeldam vinden we relatief gezien de minste jongeren met een jeugdzorgvoorziening (76 op de 1.000). In de figuur zien we eveneens verschillen tussen de wijken in de ontwikkeling in de tijd. Met name in de wijken Binnenstad, Staart, Sterrenburg en Crabbehof/Zuidhoven steeg het gebruik flink tussen 2018 en 2019. In andere wijken steeg het gebruik minder hard of daalde het zelfs licht.

Uit de literatuur en ook landelijke cijfers weten we dat verschillen in huishoudenssamenstelling, armoede, etniciteit, psychische problemen bij ouders en een laag geboortegewicht van baby's gerelateerd zijn aan jeugdhulpgebruik. Zoomen we in op de huishoudenssamenstelling (lees: eenoudergezinnen), dan zien we ook in Dordrecht een duidelijk verband. Hoe meer eenoudergezinnen er in een wijk zijn, hoe groter het gebruik van jeugdhulp.

Aantal jeugdigen met een jeugdhulpvoorziening per 1.000 jeugdigen onder 23 jaar per wijk, 2016 – 2019

120 100 80 60 40 20 0

2016

*Op dit moment zijn tijdelijk geen gegevens op wijkniveau voor jeugd beschikbaar voor 2020 door een datatransitie.

2017

2018

2019

Bron: Dashboard OCD, mei 2020

9

Partner voor bestuur en beleid

Jeugdhulp & leeftijd Leeftijdsverdeling van de gebruikers van een jeugdhulpvoorziening en van de Dordtse bevolking tot 23 jaar Jeugdigen tot 23 jaar kunnen gebruik maken van de jeugdwet. De figuur hiernaast geeft weer hoe de gebruikers zijn verdeeld over de verschillende leeftijdscategorieën. Meer dan de helft van de cliënten is tussen de 5 en 12 jaar oud (55%), Ook de 13-17 jarigen maken een substantieel deel uit van de groep jongeren die jeugdhulp ontvangt (34%). In de laatste maanden van 2020 zien we een kleine verschuiving, waarbij het aandeel 5-12 jarigen nog wat verder is gegroeid.

Leeftijdsverdeling van unieke gebruikers van een jeugdhulpvoorziening en van de bevolking tot 23 jaar, beide per 1.1.2021

Geheel rechts geven we tevens de leeftijdsverdeling van alle Dordtse jongeren weer. Dan blijkt: zowel de 512 jarigen als 13-17 jarigen ontvangen naar verhouding vaak jeugdhulp. Vooral de groep 18-22 jarigen die jeugdhulp ontvangt is klein: waar deze groep goed is voor 24% van de Dordtse bevolking onder de 23 jaar, maken ze slechts 4% uit van de groep die jeugdhulp ontvangt. Dit heeft logischerwijs te maken met het feit dat jeugdzorg alleen per uitzondering door kan lopen na het 18e levensjaar ( via de verlengde jeugdwet).

24%

18-22

26%

13-17

40%

34%

20%

55%

0-4

16%

60%

4%

5-12

34%

Ook het aandeel 0-4 jarigen dat jeugdhulp ontvangt is lager dan het aandeel dat het vormt in de bevolking onder de 23 jaar.

Cijfers zijn hier gebaseerd op cliëntenaantal op basis declaraties ZIN én PGB en hebben bovendien alleen betrekking op de gebruikers van jeugdhulp (=80,4% van de jeugdwet gebruikers) en niet van jeugdbescherming (=16%) en jeugdreclassering (=3,5%).

Aandeel cliënten jeugdwet

Aandeel in bevolking tot 23 jaar

0%

7%

0%

20%

40%

60%

Bron: SOJ, mei 2021

10

Partner voor bestuur en beleid

Participatiewet & wijk Aantal unieke inwoners met een toewijzing voor een voorziening uit de Participatiewet per 1.000 inwoners per wijk, 2016-2019* Het gebruik van de voorzieningen uit de Participatiewet is in zekere zin een afspiegeling van verschillen in welstand tussen wijken. Daarbij moet worden opgemerkt dat er natuurlijk ook verschillen in welstand tussen buurten en delen binnen wijken zijn, die we op deze manier niet in beeld hebben. De wijk Crabbehof/Zuidhoven bijvoorbeeld heeft in 2018 het hoogste percentage huishoudens met een laag inkomen (zie ook dia ‘huishoudinkomen per wijk’). Ruim zes op de tien huishoudens in die wijk hebben een laag inkomen. Dit gegeven van relatieve lage welvaart hangt mede samen met haar hoge positie in de figuur hiernaast. In Wielwijk en Nieuw-Krispijn ligt het percentage huishoudens met een laag inkomen (beide 58%) praktisch even hoog als in Crabbehof/Zuidhoven. Toch is het beroep op P-wetvoorzieningen flink lager in Nieuw Krispijn en flink hoger in Wielwijk.

Aantal unieke inwoners met een toewijzing voor een voorziening uit de Participatiewet per 1.000 inwoners per wijk, 2016 - 2019 120

100

80

60 2016 40 2017 20

2018 2019

0

*Cijfers van 2020 zijn niet toegevoegd, omdat er in de uitsplitsing per wijk voor dit jaar een andere bron gebruikt is.

Bron: Dashboard OCD, mei 2020

11

Partner voor bestuur en beleid

Participatiewet & leeftijd Leeftijdsverdeling van de gebruikers van een bijstandsuitkering of voorziening uit de IOAW/IOAZ en van de Dordtse bevolking

Leeftijdsverdeling van inwoners met een toewijzing voor van een P-wet voorziening en van de bevolking in 2020

De gebruikers van een bijstandsuitkering of voorziening uit de IOA/IOAZ zijn tussen de 20 en 67 jaar oud. Het gebruik is het grootst in de leeftijdscategorie 55 t/m 64 jaar. Bijna 30% van de mensen met een uitkering uit de P-wet zijn 55+er.

Aandeel in bevolking 6,0%

Dit betekent overigens niet dat ze daarmee ook kwetsbaar zijn om in armoede te vervallen; ze vormen ook 29% van de bevolking van tussen de 20 en 67 jaar. Dit zien we terugkomen bij de andere leeftijdscategorieën: het aandeel dat in de P-wet zit komt vrij redelijk overeen met het aandeel in de bevolking.

65 t/m 67

4,0%

10%

20,5%

25 t/m 34

16,0%

20%

24,6%

35 t/m 44

20,0%

30%

29,9%

45 t/m 54

25,0%

40%

4,7%

55 t/m 64

29,0%

NB: de gebruikers van een minimaregeling zijn niet opgenomen in deze figuur. Er is geen data in de dashboards van de SDD beschikbaar waarmee we een totaal overzicht van het gebruik van de P-wet naar leeftijdscategorie kunnen laten zien.

Aandeel in P-wet

15,8%

4,5%

20 t/m 24

0%

0%

10%

20%

30%

40%

Bron: Dashboard OCD, juni 2021

12

Partner voor bestuur en beleid

Wmo & wijk Aantal unieke inwoners met een toewijzing voor Wmo-voorziening per 1.000 inwoners per wijk, 2016-2019*. Het verschil in niveau van het gebruik van Wmovoorzieningen per wijk is het meest in het oog lopend in de figuur hiernaast. De ontwikkeling in het aantal gebruikers van elke wijk gaat tot en met 2019 overal omhoog.

In de wijken Crabbehof/Zuidhoven, Staart en Wielwijk wordt het grootste beroep gedaan op Wmovoorzieningen, met meer dan 100 gebruikers per 1.000 inwoners. Het gebruik is het laagst in Het Reeland en Stadspolders. De ontwikkeling in het gebruik tussen 2016 en 2019 volgt in alle wijken hetzelfde patroon. De leeftijdsopbouw van een wijk is cruciaal om verschillen in niveau te verklaren, net als bij de het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen, alleen nog sterker. Zowel het gebruik van voorzieningen uit de P-wet als het gebruik van voorzieningen uit de Wmo ligt hoog in de wijken Crabbehof/Zuidhoven en Wielwijk.

Aantal unieke inwoners met een toewijzing voor Wmovoorziening per 1.000 inwoners per wijk, 2016 - 2019 140

120

100

80

60

40

20

0

2016

*Cijfers van 2020 zijn niet toegevoegd, omdat er in de uitsplitsing per wijk voor dit jaar een andere bron gebruikt is.

2017

2018

2019

Bron: Dashboard OCD, mei 2020 13

Partner voor bestuur en beleid

Wmo & leeftijd Leeftijdsverdeling van unieke inwoners met een toewijzing voor van een Wmo-voorziening en van de Dordtse bevolking

Leeftijdsverdeling unieke inwoners met een toewijzing voor van een Wmo-voorziening en van de bevolking in Dordrecht in 2020

Ouderen vormen de grootste, maar niet de enige groep voor de Wmo-voorzieningen. Onder de Wmo vallen ook voorzieningen als beschermd wonen en individuele begeleiding.

Aandeel Wmo cliënten

Aandeel in bevolking

De groep onder de 18 jaar is dusdanig klein dat deze niet is opgenomen in de figuur.

9

85+

875t/m 85 7 t/m 74 65 6 t/m 64 55 5 t/m 54 45 4 t/m 44 35 3 t/m 34 25 2 t/m 24 18 15%

10%

5%

0%

0%

10%

20%

30%

Bron: Dashboard Dordrecht, mei 2021

14

Partner voor bestuur en beleid

3 Combinaties van voorzieningen uit de drie wetten Partner voor bestuur en beleid

Combinaties van voorzieningen Relatieve ontwikkeling van de combinaties van voorzieningen uit de drie wetten

Relatieve ontwikkeling van de combinaties van voorzieningen per huishouden, 2016 – 2020 (2016 =100)

Deze figuur toont de relatieve ontwikkeling van het aantal toegekende voorzieningen en de voorkomende combinaties per huishouden, met 2016 als basis voor de vergelijking. De grafiek geeft geen letterlijke stijging weer, maar een percentuele stijging ten opzichte van 2016. In de tabel hieronder staan de absolute aantallen en het advies is om beide te gebruiken.

Het aandeel huishoudens waarin alleen de Wmo wordt gebruikt, stijgt elk jaar maar in 2020 vlakt deze stijging af. Tot slot kunnen we concluderen dat het aantal huishoudens waarin enkel gebruik wordt gemaakt van de Jeugdwet of P-wet, in 2020 lager ligt dan in 2016 terwijl de algehele cijfers doorgaans elk jaar stijgen. Ondersteuningsbehoefte(n) binnen een huishouden lijken hiermee minder op zichzelf te staan.

200

180

index (2016=100)

De grootste relatieve toename zien we in de combinatie van Wmo en Jeugdwet. Binnen vijf jaar is het aandeel huishoudens met deze combinatie verdubbeld. In absolute aantallen is het een toename van 90 naar 180 huishoudens. Er zijn steeds meer huishoudens waarbij zowel ouder als kind in één gezin begeleiding krijgen.

220

160

140

120

100

Aantal huishoudens met voorziening(en) 80

2016

2020

Alleen Jeugdwet

1.940

1.680

alleen Jeugdwet

alleen Participatiewet

Alleen Participatiewet

3.890

3.590

alleen WMO

Participatiewet en Jeugdwet

Alleen Wmo

5.140

6.745

WMO en Jeugdwet

WMO en Participatiewet

Participatiewet en Jeugdwet

195

215

Wmo en Jeugdwet

90

180

Wmo en Participatiewet

1.065

1.545

Wmo, Participatiewet en Jeugdwet

55

80

2016

2017

2018

2019

2020

WMO, Participatiewet en Jeugdwet

Bron: Dashboard OCD, mei 2021

16

Partner voor bestuur en beleid

4

Verdieping Jeugdwet Partner voor bestuur en beleid

Jeugdzorg & kostenontwikkeling Ontwikkeling in de kosten van de jeugdzorg

Ontwikkeling in de kosten van de jeugdzorg 2018-2020

In de grafiek hiernaast staan de bedragen die per jaar zijn uitgegeven aan jeugdhulpvoorzieningen voor Zorg in Natura (ZIN) in Dordrecht*. Deze cijfers zijn gebaseerd op declaraties en betreft dus de daadwerkelijk gemaakte kosten. De kosten voor de zorg van de Jeugdprofessional in het Sociaal Wijkteam zijn hier niet in betrokken, wel de zorg die voorkomt uit de verwijzingen die zij doen. Vanaf 2018 zien we een toename in de uitgaven aan de jeugdvoorzieningen. Van 2018 naar 2020 stijgen de totale kosten van Jeugdzorg van 24,6 miljoen naar 29,1 miljoen (toename van 18,3%). De stijging van de kosten komt deels doordat ook het aantal cliënten jaarlijks toeneemt (in de periode 2018 - 2020 met 8,3%). De kosten per cliënt stijgen daardoor minder sterk (namelijk met 9,2%) dan de totale kosten.

Aantal x 1 miljoen 30

29,1 29 28 27,0 27 26 25

24,6

24 23 22 2018

* Vorige jaren is PGB niet meegenomen in de kosten. Om die reden is dit deze keer ook niet gedaan.

2019

2020

Bron: SOJ, mei 2021

18

Partner voor bestuur en beleid

Jeugdzorg & type voorziening Ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen per jaar naar type jeugdzorgvoorziening Het gebruik van de voormalige AWBZ voorzieningen neemt toe onder Dordtse jeugdigen in de loop van de jaren. Zo waren er in 2018 3.600 en in 2020 ruim 4.100 gebruikers. Bijgaande figuur laat zien van welke voorzieningen meer en minder gebruik wordt gemaakt sinds 2018. We zien vooral een toename bij de AWBZ en de zorg voor jeugd- en opvoedingsproblematiek (J&O). Afnames zien we bij Basis Geestelijke Gezondheidszorg (BGGZ) en de Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (JBJR). De gespecialiseerde GGZ (SGGZ) kent het grootste aantal cliënten. De afgelopen vijf jaar ging het jaarlijks om gemiddeld bijna 1.300 jongeren.

Afkortingen voorzieningen Omschrijving AWBZ Voormalige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten BGGZ Basis Geestelijke Gezondheidszorg EED Ernstige Eenvoudige Dyslexie tot 13 jaar

Ontwikkeling van het aantal unieke cliënten per jaar in de jeugdhulp naar type jeugdhulpvoorziening, 2018-2020

1.600 1.400 1.200 1.000

800 600 400 200

J&O Jeugd- en Opvoedingsproblematiek JBJR Jeugdbescherming & Jeugdreclassering

LTA Landelijk Transitie Arrangement*

0 AWBZ

BGGZ

PGB Persoonsgebonden Budget

EED

J&O

JBJR 2018

2019

LTA

PGB

Pleegzorg

SGGZ

Vervoer

2020

Pleegzorg Opvang in een gezin of gezinsgerichte voorziening SGGZ Gespecialiseerde Geestelijke Gezondheidszorg *Hoog specialistische jeugdhulp die landelijk wordt ingekocht op basis van het Landelijke Transitie Arrangement

De PGB cijfers worden hier apart weergegeven. Deze kunnen niet uitgesplitst worden naar type voorziening, omdat de declaraties hiervan via het SVB verlopen. Bron: SOJ, mei 2021 19

Partner voor bestuur en beleid

Ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg naar type voorziening

Kosten & type voorziening

De totale kosten voor Jeugd stijgt van 25,7 miljoen in 2018 naar 30,6 miljoen in 2020. De kosten voor voormalige AWBZ zorg stijgen flink. De kosten voor gespecialiseerde GGZ stijgen ook, maar minder snel.

Ontwikkeling van de totale kosten naar type jeugdzorgvoorziening in miljoenen, 2018 -2020

De combinatie van deze en de vorige pagina levert een interessant beeld op. De hoogste bedragen worden niet uitgegeven aan de zorg met de meeste cliënten. De kosten van de gespecialiseerde GGZ – met de meeste cliënten – zijn lager dan die voor Jeugd en Opvoed ondersteuning (J&O). De reden daarvoor is dat het overgrote deel van de 24 uurszorg onder J&O valt. Het gaat dan om behandelplekken, gesloten jeugdzorg en gespecialiseerde woonvoorzieningen. De kosten voor deze trajecten liggen tussen €50.000 en €100.000 per jaar en zijn daarmee vele malen duurder dan een ambulant SGGZ traject. We kunnen ook kijken naar de gemiddelde kosten per cliënt. Die van LTA zijn het hoogst (16.000), die van BGGZ het laagst (minder dan 1.000). De gemiddelde kosten per J&O cliënt daalde met 24%, die van SGG steeg met 15%.

Aantal x 1 miljoen €9 €8 €7 €6 €5 €4 €3

Afkortingen voorzieningen

€2

Omschrijving AWBZ Voormalige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

€1

BGGZ Basis Geestelijke Gezondheidszorg

€0

EED Ernstige Eenvoudige Dyslexie tot 13 jaar

AWBZ

BGGZ

EED

J&O

JBJR 2018

J&O (Ambulante) Jeugd- en Opvoedingsproblematiek

LTA 2019

PGB

Pleegzorg

SGGZ

Vervoer

2020

JBJR Jeugdbescherming & Jeugdreclassering LTA Landelijk Transitie Arrangement PGB Persoonsgebonden Budget Pleegzorg Opvang in een gezin of gezinsgerichte voorziening

SGGZ Gespecialiseerde Geestelijke Gezondheidszorg

De PGB cijfers worden hier apart weergegeven. Deze kunnen niet uitgesplitst worden naar type voorziening, omdat de declaraties hiervan via het SVB verlopen. Bron: SOJ, mei 2021 20

Partner voor bestuur en beleid

Jeugdzorg & verwijzers Ontwikkeling in het aantal unieke jeugdigen met jeugdzorg naar type verwijzer De cijfers in de figuur hiernaast zijn gebaseerd op declaraties. Bijna de helft van de jongeren wordt doorverwezen door “medisch verwijzers”. Deze groep bestaat voor het grootste deel uit huisartsen en voor een veel kleiner maar groeiend deel uit medisch specialisten. De figuur laat een wisselend beeld van het aantal verwijzingen door deze groep zien. Het is goed om te bedenken dat het bij deze categorie vaak om verlengingen gaat.

Ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen met een verwijzing naar jeugdzorg, naar verwijzer 2018-2020

1.800 1.600

Bij de verwijzingen van het Sociaal Wijkteam is het de jeugdprofessional die een verwijzing regelt. We zien een toename in verwijzingen door het Sociaal Wijkteam.

1.400

De gecertificeerde instelling bieden jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JBJR). Op hun beurt verwijzen zij ook weer door naar jeugdzorgvoorzieningen, zie ook de volgende dia.

1.000

Bij Rechterlijke macht gaat het gerechtelijke instanties zoals rechters en officieren van Justitie. Zij verwijzen (bijna) uitsluitend naar JBJR (zie volgende dia) en niet naar jeugdhulp zelf. Dit doen de gecertificeerde instellingen.

600

De categorie ’overig’ is een verzamelgroep van verwijzers, zoals de poortwachters van EED en verwijzers die als ‘onbekend’ geregistreerd staan. Er is een nieuwe weergave / clustering van de verwijzers in ontwikkeling die meer duidelijkheid zal bieden over de categorie.

1.200

800

400 200

0 Gecertificeerde instelling

Sociaal Wijkteam

Medisch verwijzer 2018

2019

Rechterlijke macht

Overig

2020

Aantallen zijn gebaseerd op declaraties ZIN en PGB.

Bron: SOJ, mei 2021

21

Partner voor bestuur en beleid

Waarnaar verwijzen verwijzers door? Bijgaande figuur geeft aan naar welke voorziening jongeren worden doorverwezen. Zo zien we dat de Gecertificeerde Instellingen en Sociaal Wijkteam (SWT) beide redelijk divers doorverwijzen. In essentie verwijzen ze vooral naar zo’n vier voorzieningen, waarvan beide geregeld naar de AWBZ, J&O en SGGZ. Alleen het SWT kan een PGB afgeven, wat nu als aparte vorm van hulp wordt weergegeven. In werkelijkheid gaat het om een van de andere vormen van hulp. De medische verwijzers verwijzen meer dan de helft van de jongeren naar de SGGZ. De verwijzers uit de categorie overig verwijzen juist weer heel vaak (en als enige) naar de EED. De rechtelijke macht verwijst, niet geheel onlogisch, vooral naar de JBJR. Voor de overzichtelijkheid tonen we niet de ontwikkeling door de tijd. Zouden we dat wel doen, dan zien we overwegend redelijk gelijkblijvende aandelen.

Overig

Rechterlijke macht

11

4

118

340

201

BGGZ

3

30

294

2000

1750

1500

968

1250

105 193

1000

71

500

250

J&O

155

302

281

JBJR

28

LTA

8

1

PGB

3

226

Pleegzorg

129

71

4

18

SGGZ

87

193

968

20

Vervoer

15

105

53

32

10

71

375

8 2

302

87 129

294

155

199

EED

53

226

281

Medisch verwijzer

AWBZ

Voorziening(en) waar verwijzers cliënten naar doorverwijzen, 2020 – aantal cliënten

750

Voorzieningen waar verwijzers cliënten naar doorverwijzen in 2020 Gecertificeerde Sociaal instelling Wijkteam

Verwijzer & type voorziening -1

340

201

199

Medisch verwijzer

Overig

118

0

Gecertificeerde instellling

AWBZ

BGGZ

71

375 4

Sociaal Wijkteam

EED

J&O

JBJR

LTA

PGB

Pleegzorg

Rechterlijke macht

SGGZ

Vervoer

3

Bron: SOJ, mei 2021

22

Partner voor bestuur en beleid

Verwijzer & type voorziening - 2

De figuur hiernaast geeft aan hoe de kosten in 2020 zijn opgebouwd per type voorziening als wordt uitgesplitst naar verwijzer. Aanvullend op de vorige dia, geeft deze grafiek een completer beeld. Het maakt bijvoorbeeld duidelijk dat een hoger aantal verwijzingen niet evenredig hogere kosten betekenen; de meeste verwijzingen worden gedaan door medische verwijzers (zie vorige dia), maar in de kosten bevindt deze groep zich op de derde plaats (zie figuur hiernaast). De meeste kosten die voortkomen uit het doorverwijzen zijn: AWBZ en J&O door GI instellingen en het Sociaal Wijkteam alsmede uit het door medische verwijzers doorverwijzen naar de SGGZ .

Voorziening(en) waar verwijzers cliënten naar doorverwijzen, 2020 - kosten Miljoenen

Kosten van doorverwijzen

12,0 11,0 € 1,0 10,0 € 1,1 9,0 € 0,4

€ 1,6 7,0 6,0

€ 3,3

5,0

Kosten in euro’s voorzieningen waar verwijzers cliënten naar doorverwijzen in 2020 Gecertificeerde Sociaal instelling Wijkteam

Overig

Rechterlijke macht

3,0

144.660

16.609

2,0

4.113.724

802.868

BGGZ

32.228

286.759

4.052

EED 3.325.123

JBJR

151.935

LTA

185.849

12.341

PGB

7.885

1.516.988

Pleegzorg 1.574.262

1.068.795

43.8013

43.373

276.173

2.155.161

478.252

6.871 11.116

223.553

396.5140

69.383

372.434

976.389

Vervoer

57.154

281.366

€ 0,4

€ 4,1

€ 1,1

1,0

165.566

1.061.894

SGGZ

€ 4,0

€ 2,8 438.537

J&O 3.598.536

€ 3,6

4,0

Medisch verwijzer

AWBZ 2.832.493

€ 1,5

8,0

€ 0,8

0,0 Gecertificeerde instellling

AWBZ 6.742

€ 2,2

€ 0,3

BGGZ

Sociaal Wijkteam Medisch verwijzer

EED

J&O

JBJR

LTA

PGB

€ 0,4 Overig

Pleegzorg

Rechterlijke macht

SGGZ

Vervoer

Bron: SOJ, mei 2021

23

Partner voor bestuur en beleid

Jeugdzorg & aanbieders Ontwikkeling van het aantal aanbieders in de jeugdhulp In de figuur hiernaast zien we de ontwikkeling van het aantal aanbieders van jeugdzorg. In 2018 lag het aantal aanbieders duidelijk hoger dan in de laatste twee jaar. Vooral het aantal middelgrote aanbieders (die jaarlijks tussen de 10 en 99 jongeren helpen) nam af. Het aantal grote aanbieders (dat meer dan 100 jongeren helpt) stijgt geleidelijk.

Ontwikkeling van het aantal aanbieders van jeugdzorg naar grootteklasse van de aanbieder, 2018-2020

180 8 160 140

Aantallen zijn uitsluitend op basis van declaraties ZIN (geen PGB).

10

11

40

38

81

76

80

2018

2019

2020

82

120 100 80 60 40 20

0

minder dan 10

10 tot en met 99

groter dan 100

Bron: SOJ, mei 2021 24

Partner voor bestuur en beleid

Kosten & grootte van aanbieder Grootte van aanbieders en gemiddelde jaarlijkse kosten Wat zijn de kosten per cliënt als er rekening wordt gehouden met de grootte van de aanbieder? Met andere woorden, zijn zorgverleners die veel jongeren helpen relatief duur of juist goedkoop? En hoe ontwikkelt zich dit? De figuur hiernaast beantwoordt deze vragen. De gemiddelde kosten per cliënt zijn duidelijk hoger bij kleine aanbieders (minder dan 10 jongeren in een jaar hielpen). In 2019 stegen deze kosten nog verder en in 2020 daalden ze weer wat. We zien nauwelijks verschil tussen de andere twee groepen aanbieders. Op basis hiervan zonder meer conclusies trekken kan niet, omdat we niet weten wat voor soort zorg de kleine aanbieders bieden. Misschien bieden deze organisaties zeer specialistische hulp, waardoor ze per definitie duur(der) zijn.

Gemiddelde jaarlijkse kosten per cliënt naar grootteklasse van jeugdzorgaanbieder in euro’s, 2018 - 2020

25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

Aantallen zijn uitsluitend op basis van declaraties ZIN (geen PGB).

2018

2019 minder dan 10

10 tot en met 99

2020 groter dan 100

Bron: SOJ, mei 2021

25

Partner voor bestuur en beleid

Instroom van jongeren Instroom per maand Hoeveel jongeren stromen maandelijks in als we dit onderverdelen naar jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp? De grootste instroom is in de jeugdhulp. Maar dit aantal neemt wel af: van zo’n 70 per maand in 2018 naar zo’n 60 per maand in 2020. Ook de instroom bij jeugdbescherming neemt af, van zo’n 10 per maand in 2018 naar ongeveer 8 in 2020. Aantallen zijn uitsluitend op basis van declaraties ZIN (geen PGB).

Instroom aantal jongeren per maand, februari 2018 – december 2020 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2018-2

2018-6

2018-10

2019-2

jeugdbescherming

2019-6

2019-10

jeugdreclassering

2020-2

2020-6

2020-10

jeugdhulp

Bron: SOJ, mei 2021

26

Partner voor bestuur en beleid

5

Verdieping Participatiewet Partner voor bestuur en beleid

P-wet & kosten Relatieve ontwikkeling in de uitgaven aan voorzieningen Pwet, 2016-2020 (2016 = 100)

Relatieve ontwikkeling in de uitgaven aan voorzieningen uit de P-wet We onderscheiden in de figuur hiernaast en in de tabel hieronder drie voorzieningen binnen de P-wet: inkomensondersteuning, participatiebudget en minimabeleid. De tabel laat zien dat de uitgaven voor inkomensondersteuning verreweg het hoogst zijn, zo’n 60 miljoen euro per jaar. Deze kosten blijven vrijwel gelijk in de periode 2016-2019. Met het participatiebudget en het minimabeleid zijn minder kosten gemoeid. Deze kosten nemen af tussen 2016 en 2019. De uitgaven aan het participatiebudget dalen met 36% tot 4,7 miljoen euro in 2019. De kosten voor het minimabeleid bedragen in 2019 ruim 3 miljoen euro en dat is 25% lager dan in 2016.

120 110 100 90 80 70 60 50 40 2016

Uitgaven aan voorzieningen P-wet (in miljoenen euro’s) 2016 2017 inkomensondersteuning 60,2 61,0 participatiebudget 7,4 7,4 minimabeleid 4,4 5,0

2017 inkomensondersteuning

2018 60,0 4,2 4,9

2019 58,7 4,7 5,0

2018 participatiebudget

2019

2020

minimabeleid

2020 58,9* 3,9 5,1

*Dit bedrag is exclusief 12,5 miljoen euro aan lasten van de ToZo

Bron: SDD

28

Partner voor bestuur en beleid

Schuldhulpverlening Aantal unieke klanten schuldhulpverlening Tussen 2017 en 2019 groeit het aantal inwoners dat een aanvraag doet voor schuldhulpverlening. In 2017 waren dit er 638, in 2019 is dit met 23% gegroeid tot 786. In 2020 is dit aantal stevig gedaald wat verband houdt met (het verloop van) de coronacrisis. Corresponderend met de landelijke trend, ligt het aantal aanvragen voor minimavoorzieningen en schuldhulpverlening lager. Belangrijke redenen hiervoor zijn de mogelijkheden voor directe inkomensondersteuning (algemene bijstand en Tozo) en minder fysieke contacten met inwoners vanuit zowel de regionale als lokale dienstverlening. Verwacht wordt dat een gedeelte van de mensen alsnog in 2021 een beroep zullen doen op schuldhulpverlening.

Aantal unieke klanten met een aanvraag schuldhulpverlening, 2017-2020

1000

769

800

786

638

608

600

400

Bron duiding: SDD 200

0

2017

2018

2019

2020

Bron: SDD

29

Partner voor bestuur en beleid

Schuldhulpverlening Aantal huishoudens dat een beroep doet op schuldhulpverlening

Absoluut aantal nieuwe aanvragen schuldhulpverlening per maand (Dordrecht)

In de figuur hiernaast staat het aantal nieuwe aanvragen voor hulp bij schulden weergegeven per maand voor 2020 (gele lijn), 2019 (rode lijn) en voor januari-april 2021 (blauwe staaf).

90

In 2019 liet het aantal nieuwe aanvragen schuldhulpverlening een stijging zien. In het begin van 2020 wordt er een daling ingezet. Vanaf juli 2020 vindt er weer een stijging plaats. Van februari 2021 tot april 2021 neemt het aantal nieuwe aanvragen schuldhulpverlening af. De verwachting is dat als er weer actiever ingevorderd gaat worden, het aantal beroepen op schuldhulpverlening zal toenemen.

80 70 60 50 40 30 20 10

0 jan

feb

mrt

apr

mei 2019

jun 2020

jul

aug

sep

okt

nov

dec

2021

Bron: Coronamonitor Zuid-Holland Zuid OCD 2021

30

Partner voor bestuur en beleid

6

Verdieping Wmo Partner voor bestuur en beleid

Wmo & type indicatie Ontwikkeling van het aantal indicaties per type Wmo-voorziening De figuur hiernaast laat zien hoe het aantal indicaties zich heeft ontwikkeld tussen 2016 en 2020 voor de acht Wmo-voorzieningen met de meeste indicaties. Vervoer kent verreweg de meeste indicaties. Opgemerkt moet worden dat een groot deel van deze indicaties bestaat uit de voorziening Drechthopper. Ook voor hulp in het huishouden worden veel indicaties afgegeven. Vanaf januari 2019 zien we een sterke stijging in het aantal indicaties, waarschijnlijk als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Over het algemeen neemt voor alle voorzieningen het aantal indicaties toe tussen 2016 en 2020.

Ontwikkeling van het aantal indicaties per type Wmovoorziening, 2016-2020 6.000

5.000

4.000

3.000

2.000

1.000

0 jan-16

jul-16

jan-17

jul-17

jan-18

jul-18

jan-19

jul-19

jan-20

jul-20

hulp bij huishouden

vervoer

begeleiding

beschermd wonen

dagbesteding

rolstoel

opvang

woonvoorziening

Toelichting: voor beschermd wonen werkt de SDD vanaf juli 2017 met nieuwe productcodes, voor dagbesteding vanaf december 2019. De data voor deze maanden zijn niet in de figuur opgenomen vanwege dubbeltellingen in deze maanden.

Bron: Dashboard Dordrecht, mei 2021

32

Partner voor bestuur en beleid

Combinaties binnen de Wmo (1) Meest voorkomende combinaties van Wmovoorzieningen De figuren hiernaast geven weer welke combinaties van voorzieningen binnen de Wmo het meest voorkomen. We kijken op deze pagina naar de twee voorzieningen met de meeste indicaties: vervoervoorzieningen en hulp bij het huishouden. Per voorziening is weergegeven welke drie combinaties het meest voorkomen. Van de 5.283 cliënten met een vervoervoorziening in 2020, maakten 2.354 cliënten ook gebruik van hulp in het huishouden. 860 cliënten hadden naast hun vervoervoorziening een rolstoel en 695 een woonvoorziening. In de figuur over hulp bij het huishouden zien we dezelfde combinaties terug.

Meest voorkomende combinaties van Wmo-voorzieningen, 2020 4.706

1.964 vervoervoorziening 724

607

0

Door deze combinaties van voorzieningen kunnen cliënten langer zelfstandig blijven wonen.

1.000

2.000

totaal vervoervoorziening

3.000

hulp bij huishouden

4.000 rolstoel

5.000

6.000

woonvoorziening

3.736

1.964 hulp bij huishouden 433

388 Toelichting: de figuren bevatten unieke cliënten

0

1.000 totaal hulp bij huishouden

2.000 vervoervoorziening

3.000

4.000

woonvoorziening

5.000

rolstoel

Bron: Dashboard Dordrecht, mei 2021

33

Partner voor bestuur en beleid

Combinaties binnen de Wmo (2) Meest voorkomende combinaties van Wmovoorzieningen

Meest voorkomende combinaties van Wmo-voorzieningen, 2020

Op deze pagina kijken we naar de drie Wmovoorzieningen die relatief duur zijn. Van de 1.404 cliënten met begeleiding heeft bijna een kwart ook een indicatie voor hulp in de huishouding en een op de zes een indicatie voor een vervoervoorziening.

1.404 totaal begeleiding 336 280

Meer dan de helft van de mensen met een indicatie dagbesteding (522) heeft er een vervoersdienst bij.

vervoervoorziening dagbesteding

127 0

Het minst talrijkst zijn de combinaties van mensen met een indicatie beschermd wonen (348 in het totaal); 47 cliënten maken ook gebruik van overig beschermd wonen en opvang, 42 cliënten maken ook gebruik van een vervoervoorziening en 21 cliënten maken gebruik van begeleiding. De aantallen voor beschermd verschillen met 2019 uit de vorige rapportage. De cijfers hiernaast zijn uitsluitend voor Dordrecht terwijl dit vorig jaar voor de hele regio (Drechtsteden en Gorinchem) was. De reden hiervan is dat alle indicaties op Dordrecht staan.

hulp bij huishouden

begeleiding

500

1.000

1.500

2.000

552 totaal dagbesteding

318

vervoerdienst

dagbesteding 221

hulp bij huishouden vervoervoorziening

220 0

250

500

750

1.000

totaal beschermd wonen

348 beschermd wonen

47

overige beschermd wonen en opvang

42

vervoervoorziening

21 0

begeleiding 250

500

750

1.000

Toelichting: de figuren bevatten unieke cliënten

Bron: Dashboard Dordrecht, mei 2021

34

Partner voor bestuur en beleid

Wmo & kosten Relatieve ontwikkeling in de uitgaven aan Wmo-voorzieningen, 2016-2020 (2016 = 100)

Relatieve ontwikkeling in de uitgaven aan Wmo-voorzieningen In de figuur hiernaast en de tabel hieronder zien we dat de voorzieningen met de meeste indicaties niet zondermeer de voorzieningen zijn met de hoogste kosten. Deze informatie is afkomstig uit de jaarverslagen van de SDD.

240 220

De hoogste bedragen binnen de Wmo worden uitgegeven aan begeleiding & kortdurend verblijf en huishoudelijke ondersteuningshulp, net zoals in de voorgaande jaren het geval was.

200 180 160

140 120 100 80 2016

Uitgaven aan Wmo-voorzieningen (in miljoenen euro’s) 2016 2017 begeleiding en kortdurend 7,0 8,9 verblijf huishoudelijke 6,6 6,4 ondersteuningshulp Drechthopper 1,7 2,0 individueel vervoer 0,8 0,8 hulpmiddelen: wonen 0,5 0,6 hulpmiddelen: rolstoelen 0,7 0,7

2017

2018

2019

2018

2019

2020

huishoudelijke ondersteuningshulp

hulpmiddelen: rolstoelen

10,1

10,8

11,1

hulpmiddelen: wonen

begeleiding en kortdurend verblijf

individueel vervoer

Drechthopper

6,8

8,0

8,9

2,3 0,9 0,6 0,7

2,5 1,0 0,8 0,7

2,6 1,1 1,1 0,7

2020

Bron: SDD

35

Partner voor bestuur en beleid

7

Sociaal medische indicatie (SMI) en Voorschoolse Educatie (VE) Partner voor bestuur en beleid

Sociaal medische indicatie (SMI) Ouders kunnen tijdelijk een tegemoetkoming krijgen, indien zij tijdelijk niet in staat zijn om voor hun kind(eren) te zorgen vanwege sociale en/of medische redenen en geen beroep kunnen doen op de reguliere kinderopvangtoeslag. Tijdelijk gebruik van kinderopvang kan helpen om het gezin te ontlasten en tegelijkertijd kan kinderopvang in het belang zijn van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind. De SMI kan dan ook gezien worden als een preventieve en voorliggende voorziening en wordt uitgevoerd door het Sociaal Wijkteam namens de gemeente.

Sociaal medische indicatie Aantal afgegeven sociaal medische indicaties, 2020

9

Tot en met 2018 werden de sociaal medische indicaties door de Sociale Dienst Drechtsteden afgegeven. In 2019 is deze taak overgedragen aan de gemeenten. In de cirkeldiagram hiernaast vindt u het totaal aantal afgegeven indicaties met de startdatum 2020 (in totaal 53). In 2019 zijn er in totaal 29 indicaties afgegeven waarvan de startdatum in 2019 lag. Het ging toen om 19 gezinnen en 24 kinderen. In 2020 zijn er in totaal 53 indicaties afgegeven, waarvan er 9 verlengd zijn uit 2019. In 2020 zijn 27 indicaties gestart en verlengd. In een klein aantal gevallen is dit meerdere keren binnen 2020 verlengd. In de meeste gevallen wordt er echter een indicatie voor een half jaar afgegeven.

17

Aantal gestart in 2020 en verlengd in 2020 Aantal enkele beschikkingen, geen verlenging Aantal beschikkingen verlengd van de eerdere indicatie uit 2019 Totaal aantal afgegeven indicaties in 2020: 53

Er is regelmatig een verlenging nodig , omdat er sprake is van complexere problematiek binnen de gezinssituatie en meer tijd nodig is om de stabiliteit binnen het gezin te bereiken (stut en steun, ontlasting) Bij 17 indicaties ging het om een enkele beschikking, deze zijn dus niet verlengd. Het gaat hierbij om 28 gezinnen en 32 kinderen. De meest waarschijnlijke reden voor de stijging in 2020 is dat de regeling aan bekendheid heeft gewonnen, nadat het in 2019 is overgeheveld vanuit de SDD naar de gemeenten

27

28 gezinnen

32 kinderen

Bron: gemeente Dordrecht 37

Partner voor bestuur en beleid

Voorschoolse educatie Voorschoolse educatie

Kinderen tot 4 jaar met een (risico) op onderwijsachterstand kunnen via het consultatiebureau een VE-indicatie krijgen. Op de kinderopvang kunnen deze kinderen voorschoolse educatie volgen om onderwijsachterstanden te voorkomen of te verminderen.

Aantal afgegeven VE indicaties(%) ten opzichte van de groep 0 t/m 3 jarigen, per jaar en per wijk, 2018-2020 30

In 2018 werden in totaal 546 VE-indicaties afgegeven. In 2019 waren dit er 641, een stijging van 17%. In 2020 zijn in totaal 461 indicaties afgegeven. De figuur hiernaast laat per wijk zien hoeveel 0 t/m 3 jarigen een VE-indicatie hadden met een startdatum in dat jaar. Een indicatie blijft doorgaans gelden en hoeft niet verlengd te worden. De afname van dit jaar, betekent dus niet automatisch een daling in het gebruik van VE indicaties. De meest voorkomende redenen voor het afgeven van een VE-indicatie zijn anderstalige ouders met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal, een laag opleidingsniveau van beide ouders of een achterstand in taal/spraakontwikkeling (zie tabel hieronder). Een combinatie van de eerste twee redenen komt regelmatig voor.

20

2018

10

2019 2020

0

Niet alle VE-indicaties worden verzilverd. Ouders geven aan geen interesse hiervoor te hebben of kinderen gaan al naar een kinderopvang waar geen VE-programma wordt aangeboden.

Belangrijkste redenen voor VE-indicatie thuistaal opleiding ouders taalspraak

2018

2019

2020

55% 30% 15%

61% 25% 13%

59% 24% 17%

Bron: Consultatiebureaus JongJGZ, juni 2021

38

Partner voor bestuur en beleid

8. Wijkgegevens Partner voor bestuur en beleid

Inkomensklasse per wijk In de figuur hiernaast staat per inkomensklasse welk percentage van de huishoudens in een wijk hierbinnen valt. De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend. Ditzelfde wordt gedaan voor de huishoudens met een laag en midden inkomen (beide 40%). Dit zijn logischerwijs ook de gemiddeldes voor Nederland en om die reden is alleen het gemiddelde van Dordrecht toegevoegd. Voor Dordrecht als geheel zien we dat het besteedbaar inkomen lager ligt dan landelijk: de laagste inkomensgroep is groter (43% versus de landelijke 40%), terwijl de hoogste inkomensgroep kleiner is (17% versus de landelijke 20%). De verdeling van de inkomensklasses in de wijk het Reeland benaderd het beste de landelijke cijfers – daarmee is het de meest gemiddelde wijk van Dordrecht.

Inkomensklasse per wijk in percentages, 2018

70% 60% 50%

Gem laag inkomen Gem midden inkomen

40% 30% 20%

Gem hoog inkomen

10%

0%

De wijken Noordflank, Nieuw-Krispijn, Wielwijk en Crabbehof/Zuifhoven hebben naar verhouding veel huishoudens met een laag inkomen. De wijken Binnenstad, Dubbeldam en Stadspolders hebben juist relatief veel huishoudens met een hoog inkomen. laag

midden

hoog

Bron: Buurtmonitor OCD, juni 2021

40

Partner voor bestuur en beleid

Huishoudenssamenstelling Huishoudsamenstelling Voor de huishoudsamenstelling is gekozen voor de cijfers uit 2019. Hiervoor is gekozen omdat de cijfers van 2019 het meest nauwkeurig zijn. Alleenstaanden: één volwassene 18+ Echtgenoten/partners zonder kinderen: twee volwassen partners/echtgenoten (18+) zonder kinderen.

Huishoudenssamenstelling per wijk, 2019

9000 8000

7000 6000 5000

Echtgenoten/partners met kind(eren): twee volwassen partners/echtgenoten (18+) met zowel kinderen onder als boven de 18 jaar.

4000 3000 2000

Overig: Echtgenoten/partners met alleenstaande(n): volwassen partners/echtgenoten (18+) met mensen boven of onder de 18 jaar. Echtgenoten/partners met kind(eren) en met alleenstaande(n): twee volwassen partners/echtgenoten (18+) met kind(eren) onder en boven de 18 jaar. De alleenstaande is een ouder of broer of zus van de volwassenen.

1000 0

alleenstaande(n)

echtgenoten/partners zonder kinderen

echtgenoten/partners met kind(eren)

Overig

Hoofd alleen met kind(eren): één ouder met kind(eren). Bij deze ouder/verzorger staan de kinderen ingeschreven. Hoofd alleen met kind(eren) en met alleenstaande(n): één ouder met kind(eren) van onder en boven de 18. Hier staan de kinderen ingeschreven.

Bron: Dashboard Dordrecht, mei 2021 41

Partner voor bestuur en beleid

Kinderen in huishoudens met een inkomen onder 130% van het minimum Kinderen in huishoudens met een inkomen onder 130% van het minimum Het begrip ‘130% van het minimum’ is gebaseerd op het jaarlijks door het CBS aangepaste minimuminkomen. Met 130% wordt letterlijk bedoeld 130% van dat minimuminkomen (bron CBS).

Het percentage kinderen in huishoudens met een inkomen onder 130% van het minimum in Dordrecht, 2018 35% 30%

25% 20%

Gem. Dordrecht Gem. Nederland

15% 10%

Een (maandelijks) inkomen 130% onder het minimum is voor een alleenstaande van 21 jaar tot pensioenleeftijd: € 1.398,- voor een alleenstaande ouder van 21 jaar tot pensioenleeftijd: € 1.398,-. Voor gehuwden of samenwonenden van 21 jaar tot pensioenleeftijd is het bedrag €1.997,--. Alleenstaanden > 21 jaar en gepensioneerden ontvingen: € 1.554,-. Gehuwden of samenwonenden, en gepensioneerden ontvingen € 2.1076,- (bron Sociale Dienst Drechtsteden).

5% 0%

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin Percentage kinderen woonachtig in éénoudergezin in Dordrecht, 2018

Percentage kinderen woonachtig in een éénouderhuishoudens Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Gem. Nederland

Gem. Dordrecht

Bron: CBS Dashboard armoede thuiswonende kinderen

42

Partner voor bestuur en beleid

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar per wijk Opleidingsniveau van huishoudens met kinderen per wijk, 2018.

Hoogst behaalde opleidingsniveau

Het gaat om het opleidingsniveau van de hoofdkostwinnaar waarbij het kind in het huishouden woont . In Dubbeldam bijvoorbeeld hebben de hoofdkostwinners met thuiswonende kinderen het vaakst een opleiding afgerond in het hoger onderwijs (o.b.v. de gele kleur). In totaal gaat het om zo'n 1.400 kinderen die in zo'n huishouden wonen. Laag: Dit omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo en de entreeopleiding. Deze groep heeft geen startkwalificatie. Middelbaar: Dit omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo2), de vakopleiding (mbo3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4).

Hoog: Dit omvat onderwijs op het niveau van hbo of WO. Deze gegevens komen uit het dashboard ‘Armoede thuiswonende kinderen’. De cijfers zijn op basis van huishoudens met kinderen. In de grafiek is het gemiddelde per categorie opleidingsniveau van Dordrecht ook opgenomen. Voor hoger onderwijs is dit 34%, voor middelbaar onderwijs 45% en voor lager onderwijs 21%.

80% 70% 60% 50%

Gem. Mid.

40%

Gem. Hog.

30% Gem. lag.

20% 10% 0%

In Nederland heeft gemiddeld 41% van de hoofdkostwinnaars met thuiswonende kinderen een opleiding afgerond in het hoger onderwijs. Dit ligt dicht bij het gemiddelde van middelbaar opgeleide hoofdkostwinnaars van 40%. Het gemiddelde van hoofdkostwinnaars die laag opgeleid zijn is 19%.

Lager onderwijs

Middelbaar onderwijs

Hoger onderwijs

Gemiddelde laag opgeleid Dordrecht

Gemiddelde middelbaar opgeleid Dordrecht

Gemiddelde hoog opgeleid Dordrecht

Bron: CBS Dashboard armoede thuiswonende kinderen 43

Partner voor bestuur en beleid

9. Bijlage: sociale staat per wijk, 2018-2019 Partner voor bestuur en beleid

Binnenstad Sociale staat van de wijk Binnenstad Inkomensverdeling, 2018

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018 40% 30%

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019

Huishoudenssamenstelling, 2019

50

6000

45

4000

40

2000

20% 10% 0% Binnenstad

Binnenstad

Dordrecht

0

35

Dordrecht

Binnenstad

Huis-houdens met laag inkomen

Dordrecht

2018

2019

Huis-houdens met hoog inkomen

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80% 60% 40% 20% 0% Binnenstad

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs Hoger onderwijs

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Aantal Wmo-voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019 80

Binnenstad alleenstaande(n) echtgenoten/partners zonder kinderen echtgenoten/partners met kind(eren) Overig

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 25 20

60

15 40 10 20

5

0

Binnenstad

Dordrecht

0 Binnenstad

2018

Dordrecht

2019

Binnenstad 2018

Dordrecht 2019

Partner voor bestuur en beleid

Noordflank Sociale staat van de wijk Noordflank Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018

Inkomensverdeling, 2018

70% 50%

80

30%

60

40% 30%

20%

20%

10%

40 20

10% 0%

0% Noordflank

Noordflank alleenstaande(n)

0 Noordflank

Dordrecht

Huishoudenssamenstelling, 2019 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

100

40%

60%

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Dordrecht

Noordflank 2018

Huis-houdens met laag inkomen

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

2019

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80% 60% 40% 20%

0% Noordflank

Dordrecht

Lager onderwijs

Overig

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 100

24

80

23 22

60

21 40

20

20

19

0 Noordflank

Dordrecht

18

Noordflank

Middelbaar onderwijs

2018

Dordrecht 2019

Noordflank 2018

Dordrecht 2019

Hoger onderwijs

46

Partner voor bestuur en beleid

Oud-Krispijn Sociale staat van de wijk Oud-Krispijn Inkomensverdeling, 2018

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 5000 4000 3000 2000 1000 0

60

40%

50 30%

40 30

20%

20

10%

10 Oud Krispijn

Dordrecht

Oud Krispijn alleenstaande(n)

0

0% Oud Krispijn

Huishoudenssamenstelling, 2019

Oud-Krispijn

Dordrecht

2018

Huis-houdens met laag inkomen

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

2019

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 40%

80% 60%

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 80

30 25

60

30%

40%

20

40

15

20%

20%

10

20

0% Oud Krispijn Dordrecht Lager onderwijs

10%

Middelbaar onderwijs

0%

Hoger onderwijs

5

0

0 Oud-Krispijn

Oud Krispijn

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Dordrecht

2018

47

Dordrecht 2019

Oud-Krispijn 2018

Dordrecht 2019

Partner voor bestuur en beleid

Nieuw-Krispijn Sociale staat van de wijk Nieuw-Krispijn Inkomensverdeling, 2018 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018 80 70 60 50 40 30 20 10 0

40% 30% 20% 10% 0% Nieuw-krispijn

Dordrecht

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Nieuw-krispijn

Huishoudenssamenstelling, 2019

2000

1500 1000 500 0 Nieuw-krispijn Nieuw-Krispijn

Dordrecht

2018

Huis-houdens met laag inkomen

alleenstaande(n)

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

2019

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80% 60% 40% 20% 0% Nieuw-krispijn

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Aantal Wmo-voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 120

24

100

23

80

22

60

21

40

20

20

19

0 Nieuw-krispijn

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019

18

Dordrecht

Nieuw-Krispijn

Hoger onderwijs

2018

48

Dordrecht 2019

Nieuw-Krispijn 2018

Dordrecht 2019

Partner voor bestuur en beleid

Het Reeland Sociale staat van de wijk Het Reeland Inkomensverdeling, 2018

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

30% 20% 10% 0% Het Reeland

Dordrecht

4000

46 44 42 40 38 36 34 32

40%

Het Reeland

3000 2000

1000 0 Het Reeland

Dordrecht

2018

Huis-houdens met laag inkomen

Huishoudenssamenstelling, 2019

Het Reeland alleenstaande(n)

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

2019

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80% 60% 40% 20% 0% Het Reeland

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

40%

80

35%

70

30%

60

25%

50

20%

40

15%

30

10%

20

5%

10

0%

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Dordrecht

20 15 10 5 0 Het Reeland

Hoger onderwijs

2018

49

30 25

0 Het Reeland

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Dordrecht 2019

Het Reeland

Dordrecht

2018

2019

Partner voor bestuur en beleid

Staart Sociale staat van de wijk Staart Inkomensverdeling, 2018 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018 46 44 42 40 38 36 34 32 Staart

Staart Dordrecht Huis-houdens met laag inkomen

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Huishoudenssamenstelling, 2019 2000 1500 1000 500 0 Staart alleenstaande(n)

Dordrecht

Staart 2018

Dordrecht 2019

echtgenoten/partners zonder kinderen echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80%

40% 35%

60%

30%

40% 20%

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs

25

100

20

80

20%

60

15 10

40

10% Staart

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

120

25% 15%

0%

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

5

20

5% 0%

0

0 Staart

Dordrecht

Staart 2018

Hoger onderwijs

50

Dordrecht 2019

Staart

Dordrecht 2018

2019

Partner voor bestuur en beleid

Wielwijk Sociale staat in de wijk Wielwijk Inkomensverdeling, 2018 70%

40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

60% 50% 40% 30% 20%

10% 0% Wielwijk

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018

Huishoudenssamenstelling, 2019

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019 100

2000

80

1500

60

1000

40

500

20

0 Wielwijk

0

Dordrecht

Wielwijk

Wielwijk

Dordrecht

2018

Huis-houdens met laag inkomen

alleenstaande(n)

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

2019

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

40%

80%

Aantal Wmo-voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019

140 120

60%

30%

100

40%

80

20%

20%

60

0% Wielwijk

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs

40

10%

20 0%

0 Wielwijk

Dordrecht

Wielwijk 2018

Hoger onderwijs

51

Dordrecht 2019

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 26 25 24 23 22 21 20 19 18 Wielwijk

Dordrecht 2018

2019

Partner voor bestuur en beleid

Crabbehof/Zuidhoven Sociale staat van de wijk Crabbehof/Zuidhoven Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018

Inkomensverdeling, 2018 70%

40%

100

30%

80

60% 50%

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

60

40%

20%

30%

40

20%

10%

20

0%

0

10% 0% Crabbehof/Zuidhoven

Dordrecht

Crabbehof/Zuidhoven

Crabbehof/Zuidhoven alleenstaande(n) Crabbehof/Zuidhoven

Dordrecht

2018

Huis-houdens met laag inkomen

Huishoudenssamenstelling, 2019

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

2019

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen

Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80% 60%

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018 120

24

100

23

80

20%

Crabbehof/Zuidhoven

Dordrecht

Lager onderwijs

22

60

15%

0%

25

140

35% 25%

20%

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

40% 30%

40%

Aantal Wmo-voorzieningen per 1.000 inwoners, 20182019

10%

40

5%

20

0%

21

20 19

0 Crabbehof/Zuidhoven

Dordrecht

Crabbehof/Zuidhoven

2018

Middelbaar onderwijs

Dordrecht

2019

Crabbehof/Zuidhoven Dordrecht 2018 2019

Hoger onderwijs

52

Partner voor bestuur en beleid

Sterrenburg Sociale staat van de wijk Sterrenburg Inkomensverdeling, 2018

70%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Sterrenburg

Dordrecht

Huishoudenssamenstelling, 2019

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 50

8000

40

6000

30

4000

2000

20

0

10

Sterrenburg

0 Sterrenburg

Dordrecht

Sterrenburg

alleenstaande(n)

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen

Huis-houdens met laag inkomen

echtgenoten/partners met kind(eren)

Huis-houdens met hoog inkomen 2018

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80%

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018 40%

2019

30

85

40%

25

80

30%

20

25%

75

20%

20%

15 70

15% 0% Sterrenburg

Dordrecht

10%

Middelbaar onderwijs

10

65

5% Lager onderwijs

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

35%

60%

Overig

0%

5

60 Sterrenburg

0

Dordrecht

Sterrenburg 2018

Hoger onderwijs

53

Dordrecht 2019

Sterrenburg

Dordrecht

2018

2019

Partner voor bestuur en beleid

Dubbeldam Sociale staat van de wijk Dubbeldam Inkomensverdeling, 2018 70%

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018 40%

60%

50 40

30%

50%

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

30

40% 20%

30%

20

20%

10% 0% Dubbeldam

Dordrecht

Dubbeldam alleenstaande(n)

0 Dubbeldam

Dordrecht

Dubbeldam

Huis-houdens met laag inkomen

2018

Huis-houdens met hoog inkomen

60% 40%

20% 0% Dubbeldam

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs

Dordrecht

echtgenoten/partners zonder kinderen echtgenoten/partners met kind(eren)

2019

Overig

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018 80%

6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

10

10% 0%

Huishoudenssamenstelling, 2019

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

40%

80

35%

70

30%

60

25%

50

20%

40

15%

30

10%

20

5%

10

0%

25 20 15 10 5 0

0 Dubbeldam

Dordrecht

Dubbeldam 2018

Hoger onderwijs

54

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Dordrecht 2019

Dubbeldam 2018

Dordrecht 2019

Partner voor bestuur en beleid

Stadspolders Sociale staat van de wijk Stadspolders Inkomensverdeling, 2018

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

50

10000

30%

40

8000

30

6000

20

4000

10%

Dordrecht

Huishoudenssamenstelling, 2019

40%

20%

Stadspolders

Aantal p-wet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

Kinderen in huishoudens onder 130% van het minimum, 2018

2000

10

0

0

0% Stadspolders

Stadspolders

Dordrecht

Stadspolders alleenstaande(n)

Dordrecht

Huis-houdens met laag inkomen

echtgenoten/partners zonder kinderen

Huis-houdens met hoog inkomen

2018

2019

echtgenoten/partners met kind(eren) Overig

Opleidingsniveau hoofdkostwinnaar, 2018

Kinderen woonachtig in een éénoudergezin, 2018

Aantal Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019

80%

40%

80

60%

35%

70

30%

60

25%

50

20%

40

15%

30

10%

20

5%

10

40% 20% 0% Stadspolders

Dordrecht

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs

0

0% Stadspolders

Stadspolders

Dordrecht

2018

Hoger onderwijs

55

Dordrecht

2019

Aantal jeugdwet voorzieningen per 1.000 inwoners, 2018-2019 25 24 24 23 23 22 22 21 21 20 20 Stadspolders 2018

Dordrecht 2019

Partner voor bestuur en beleid

Over deze monitor Data & duiding in het sociaal domein

Signalen doorgeven? Wilt u tips of informatie doorgeven of heeft u misschien een vraag over de monitor? Neem dan gerust contact op ons door te bellen naar 078 770 3905 of te mailen naar ocd@drechtsteden.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/351/documents/12494