D- Bomen effect analyse Weizigtpark Dordrecht 20200826.pdf
Tekst van het document
BEA Weizigtpark te Dordrecht
Martijn van der Spoel 26 augustus 2020
BEA Weizigtpark te Dordrecht
Colofon Titel van het rapport BEA Weizigtpark te Dordrecht
Projectnummer AC-20-0140
Opdrachtgever Ingenieursbureau Drechtsteden T.a.v. de heer J. de Geus Postbus 8 3300 AA Dordrecht
Opdrachtnemer Arbor Consultancy BV Vroenhoutseweg 26 4703 SJ ROOSENDAAL
Adviseur Martijn van der Spoel European Tree Technician Board Certified Master Arborist NVTB-Taxateur en Register Taxateur-VRT E: martijn@arborconsultancy.nl T: 06-22 692 485
1 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ................................................................................. 4
2.
Methode van onderzoek .............................................................. 5
3. Locatie ................................................................................... 6 3.1 Locatie ................................................................................. 6 3.2 Geplande werkzaamheden .......................................................... 7 3.2.1 Ecologische oevers .............................................................. 8 3.2.2 Padenstructuur .................................................................. 9 3.2.3 Padenstructuur ................................................................. 10 4. Ecologische oevers .................................................................. 11 4.1 Kwaliteit bomen ..................................................................... 11 4.2 (preventief) te vellen bomen...................................................... 12 4.3 Benaderbaarheid .................................................................... 12 4.4 Verplantbaarheid .................................................................... 13 4.5 Ontgraven/herprofileren maaiveld ............................................... 13 4.6 Boombescherming ................................................................... 13 5. Verbreden hoofdinfrastructuur ................................................... 14 5.1 Kwaliteit bomen .....................................................................
14 5.2 (preventief) te vellen bomen...................................................... 14 5.3 Benaderbaarheid .................................................................... 16 5.4 Verplantbaarheid .................................................................... 16 5.5 Wortelvoorziening zilveresdoorn en acacia ..................................... 17 5.6 Zitgelegenheden bij entree zijde Krispijnseweg ............................... 19 5.7 Ontgraven bodem t.b.v. verbreden pad ......................................... 19 5.8 Boombescherming ................................................................... 19 5.9 Verbreden hoofdpad ................................................................ 20 6. Nevenpaden structuur .............................................................. 22 6.1 Kwaliteit bomen ..................................................................... 22 6.2 (preventief) te vellen bomen...................................................... 22 6.3 Benaderbaarheid .................................................................... 24 6.4 Verplantbaarheid .................................................................... 25 6.5 Ontgraven bodem t.b.v. verbreden pad ......................................... 26 6.7 Boombescherming ...................................................................
27 6.8 Verbreden paden (nevenstructuur) ............................................... 27
2 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht 7. Plein .................................................................................... 29 7.1 Kwaliteit bomen ..................................................................... 29 7.2 (preventief) te vellen bomen...................................................... 29 7.3 Benaderbaarheid .................................................................... 31 7.4 Verplantbaarheid .................................................................... 31 7.5 Zitgelegenheden stationsplein .................................................... 31 7.6 Ophogen .............................................................................. 32 7.7 Omgang wortels ..................................................................... 33 7.8 Boombescherming ................................................................... 33 8.1 Methode van verplanten ........................................................... 34 8.2 Nieuwe standplaats en nazorg .................................................... 34 9. Boombeschermende maatregelen ................................................ 36 9.1 Aandachtspunten vóór de werkzaamheden ..................................... 36 9.1.1 Snoeien .......................................................................... 36 9.1.2 Boombeschermende maatregelen in bestek................................
36 9.1.3 Schouwen bomen ............................................................... 36 9.1.4 Instructie personeel............................................................ 37 9.1.5 Kabels en leidingen ............................................................ 37 9.2 Aandachtpunten tijdens de werkzaamheden ................................... 37 9.2.1 Beschermd boomgebied ....................................................... 37 9.2.2 Inzet boomtechnisch toezichthouder ....................................... 38 9.2.3 Ophangen poster ............................................................... 38 9.2.4 Ophogen of afgraven........................................................... 38 9.3 Aandachtspunten na de werkzaamheden ........................................ 39 9.3.1 Snoeien .......................................................................... 39 9.3.2 Verdichting opheffen .......................................................... 39 9.3.3 Dood hout verwijderen ........................................................ 39 9.3.4 Schades beoordelen ............................................................ 39 Bijlagen: Bijlage 1: tekening met boomnummering .............................................. 40 Bijlage 2: voorlopig ontwerp ..............................................................
41 Bijlage 3: gegevens bomen Natuurvriendelijke oever ............................... 42 Bijlage 4: gegevens bomen hoofdstructuur ............................................ 44 Bijlage 5: gegevens bomen nevenstructuur............................................ 47 Bijlage 6: gegevens bomen plein ......................................................... 52 Bijlage 7: methode van onderzoek ...................................................... 53 7.1 Visuele boomcontrole .............................................................. 53 7.2 Toekomstverwachting .............................................................. 53 7.3 Groeiplaatsonderzoek .............................................................. 53 7.4 Boom en werkzaamheden .......................................................... 54 Bijlage 8: tekening met boomnummering .............................................. 55 Bijlage 9: tabel met volledige boomgegevens ......................................... 56
3 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
1. Inleiding In opdracht van Ingenieursbureau Drechtsteden is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd bij diverse bomen binnen Weizigtpark te Dordrecht. Binnen het park zijn diverse werkzaamheden gepland om de bereikbaarheid van het station te verbeteren, meer ruimte te geven voor fietsers en voetgangers en het aanleggen van ecologische oevers. Doel van het onderzoek is de opdrachtgever te informeren over de gevolgen van de werkzaamheden voor de bomen en hoe deze te beschermen tijdens de werkzaamheden. Het onderzoek is uitgevoerd conform een Bomen Effect Analyse. Hierbij staat de volgende vraag centraal: “hoe kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?” Het onderzoek is uitgevoerd op 4, 6 en 17 augustus 2020 door M.L. van der spoel, consulent boom en bodem, werkzaam bij Arbor Consultancy BV.
4 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
2. Methode van onderzoek Een uitgebreide beschrijving van de toegepaste onderzoeksmethodiek en een uitleg over de gebruikte parameters is opgenomen in bijlage 7. Onderstaand is een beknopte toelichting gegeven over de methode van onderzoek. Allereerst zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie en mechanische kwaliteit. Wanneer een boom in een goede conditie verkeert, zal deze beter bestand zijn tegen eventuele schades of andere nadelige gevolgen van de werkzaamheden. Om te beoordelen of de boom schade gaat ondervinden van de voorgenomen plannen, is de boom bovengronds onderzocht conform de VTA-methodiek. Aanvullend is door middel van bodem- en wortelonderzoek de groeiplaats onderzocht om de beworteling, samenstelling van de bodem en de grondwaterstand in kaart te brengen. De bovenstaande aspecten vormen de basis voor de beoordeling of en wanneer de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op de kwaliteit voor de boom.
5 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
3. Locatie 3.1 Locatie Het onderzoek betreft het Weizigtpark te Dordrecht. Het park is gelegen tussen de Mauritslaan, het spoor en de Krispijnseweg. Binnen het onderzoeksgebied zijn circa 845 bomen aanwezig. De locatie van de bomen zijn weergegeven in op de tekening in bijlage 1. Op onderstaande afbeelding is het betreffende onderzoeksgebied weergegeven.
Afbeelding 1: het onderzoeksgebied
6 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
3.2 Geplande werkzaamheden Nabij het station zal een fietsenstalling worden gebouwd en zal een plein worden gecreëerd. Binnen het park zijn in de basis de volgende werkzaamheden te onderscheiden: • Het creëren van ecologische/natuurvriendelijke oevers aan de zuid- en oostelijke watergangen; • Het verbreden van de hoofdinfrastructuur naar 6 meter. Hiervoor zal de huidige asfaltverharding worden verwijderd en zal de fundering worden verbreed; • Het verbreden van de nevenpadenstructuur naar 3 meter. Hiervoor zal de huidige asfaltverharding worden verwijderd en zal de fundering worden verbreed; • Voor het station zal een fietsenstalling worden gerealiseerd. Op het plein zal een zitrand worden aangebracht rondom de boomgroep voor de ingang. Hiervoor is een fundering benodigd en worden enkele bomen geveld. Op onderstaande afbeelding is het ontwerp weergegeven.
Afbeelding 2: ontwerp
7 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
3.2.1 Ecologische oevers De watergangen aan de zuidzijde en westzijde van het park worden natuurvriendelijke oevers gecreëerd. Hierbij zal het maaiveld worden herprofileerd in de eerste paar meters vanuit de huidige beschoeiingslijn. Aan de overzijde van deze waterpartij (zijde Mauritsweg en Krispijnseweg) wordt extra water gecreëerd en zal de hiervoor benodigde beschoeiing worden aangesloten op de bestaande beschoeiing. Langs de diverse watergangen in park zullen de beschoeiingen worden vervangen en worden faunatrappen geplaatst. Op onderstaande afbeelding zijn de werkzaamheden aan de watergangen weergegeven.
Afbeelding 3: werkzaamheden watergangen
8 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
3.2.2 Padenstructuur Binnen het park zal, zoals beschreven in paragraaf 3.2, de padenstructuur worden verbreed. Op onderstaande afbeelding zijn de paden weer gegeven. Het rode pad is nu circa 5 m breed en wordt verbreed naar 6 meter. De oranje structuren betreffen de nevenstructuren, zijn 2,5 meter breed en worden verbreed naar 3 meter. De groene paden hebben reeds een breedte van 2 meter en worden opnieuw geasfalteerd.
Afbeelding 4: padenstructuur en toekomstige breedte
Afbeelding 5: profielen padenstructuur. Vlnr: hoofdroute, pad 3 meter en pad 2 meter
9 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
3.2.3 Padenstructuur Voor het station zal een fietsenstalling worden gerealiseerd. Op het plein zal een zitrand worden aangebracht rondom de boomgroep voor de ingang. Hiervoor is een fundering benodigd en worden enkele bomen geveld.
Afbeelding 6: ontwerp plein met zitrand en fietsenstalling voor het station
Afbeelding 7: artistimpression plein met zitrand
10 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
4. Ecologische oevers 4.1 Kwaliteit bomen Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting. Het betreft hier een opname van de huidige conditie, kwaliteit en toekomstverwachting, zonder de effecten van de werkzaamheden hierin mee te wegen. Om een goede afweging te kunnen maken is het immers van belang de kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen te kennen. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven. Een volledig overzicht van de 69 bomen binnen de invloedsfeer van de aanleg natuurvriendelijke oevers is opgenomen in bijlage 3. Conditie: • 32 bomen verkeren in een normale conditie; • 28 bomen verkeren in een verminderde conditie; • 9 bomen verkeren in een sterk verminderde conditie. Mechanische kwaliteit: • 37 bomen hebben een goede mechanische kwaliteit; • 29 bomen hebben een redelijke mechanische kwaliteit; • 3 bomen hebben een matige mechanische kwaliteit.
Toekomstverwachting op basis van gelijkblijvende omstandigheden: • 57 bomen hebben een goede toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 15 jaar niet wordt verwacht; • 5 bomen hebben een redelijke toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 10 jaar niet wordt verwacht; • 4 bomen hebben een matige toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval niet wordt verwacht binnen 5 jaar; • 3 bomen hebben een slechte toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval kan worden verwacht binnen 5 jaar. Bijzonderheden: • bij 2 bomen is nader onderzoek geadviseerd (tijdens een eerdere inspectie); • 1 boom heeft een gespleten tak in de kroon; • 1 boom vertoont een oude scheefstand; • 28 bomen hebben dood hout in de kroon.
11 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
4.2 (preventief) te vellen bomen Boom 145 en 147 verkeren in een sterk verminderde conditie en hebben een slechte toekomstverwachting van minder dan 5 jaar. Boomnummer 145 is in ernstige mate aangetast door kastanjebloedingsziekte. Op basis van het voorlopig ontwerp (1285.00_def.VO+_boekwerk_20200713) blijven langs de oevers 11 bomen niet behouden. In onderstaande tabel zijn deze bomen weergegeven. 10 bomen worden in de huidige planvorming geveld, 1 boom wordt verplant. Tabel 1: niet te handhaven bomen langs oevers
Nr.
Boomsoort
ToekomstHandhaven? verwachting < 5 jaar Nee
109 Prunus goundinii
DiaConditie meter 30 Sterk verminderd 10 Verminderd
10 - 15 jaar
Nee
163 Corylus colurna
25
Normaal
> 15 jaar
174 Fraxinus excelsior 'Diversifolia' 181 Corylus colurna
40
Verminderd
> 15 jaar
Nee (verplantbaar) Nee
35
Normaal
> 15 jaar
184 Pyrus salicifolia
20
Normaal
> 15 jaar
196 Pyrus salicifolia
15
Verminderd
> 15 jaar
317 Populus x berolinensis 325 Populus x berolinensis 427 Liquidambar styraciflua 687 Picea omorika
80
10 - 15 jaar 10 - 15 jaar
Nee
20
Sterk verminderd Sterk verminderd Normaal
Nee (verplantbaar) Nee (verplantbaar) Nee (verplantbaar) Nee
> 15 jaar
20
Verminderd
> 15 jaar
Ja (verplantbaar) Ja
108 Acer palmatum
75
Planvorming Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Verplanten Wordt geveld
4.3 Benaderbaarheid Voor de te behouden bomen geldt een bepaalde veilige graafafstand waarbij de boom geen onherstelbare schade oploopt zoals ernstig conditieverlies of instabiliteit. De bomen staan reeds in een flauw talud en aanzienlijk lager dan de overige bomen in het park. Hierdoor is de doorwortelbare diepte beperkt waardoor de bomen een wat ondiepere en breder ontwikkeld wortelgestel hebben ontwikkeld. Voor bomen in deze situatie geldt een minimale graafafstand van 6 maal de stamdiameter. Een boom met een diameter van 50 cm heeft hiermee een minimale graafafstand van 3 meter. In de tabel in bijlage 3 is de benaderbaarheid per boom weergegeven. 12 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
4.4 Verplantbaarheid In onderstaande tabel zijn de verplantbare bomen weergegeven. Enkel bomen welke in de huidige planvorming niet behouden kunnen worden maar wel verplantbaar zijn, zijn in onderstaande tabel opgenomen. Indien bij voorbereiding ‘Ja’ staat weergegeven, is het advies de betreffende boom minimaal 1 jaar voor te bereiden op verplanting. In hoofdstuk 8 zijn de aspecten behorende bij verplanting nader uitgewerkt. Tabel 2: verplantbaarheid bomen
Nr.
Boomsoort
163 Corylus colurna 181 Corylus colurna 184 Pyrus salicifolia 196 Pyrus salicifolia 427 Liquidambar styraciflua
Standplaats
Voorbereiden op verplanten? Ja
Verplantmethode
Sierbeplanting
Stam- Kluitmaat diam 25 225*225*80
Sierbeplanting
35
280*280*80
Ja
Hijsmethode
Sierbeplanting
20
160*160*80
Nee
Verplantmachine*
Sierbeplanting
15
130*130*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
20
240*240*50
Ja
Hijsmethode
Hijsmethode
4.5 Ontgraven/herprofileren maaiveld Het advies is de bodem onder de kroonprojecties van de bomen zeer voorzichtig te ontgraven en/of te herprofileren ten behoeve van de natuurlijke oevers. De bomen hebben onder invloed van de geringe drooglegging een oppervlakkig en soms grillig wortelgestel gevormd. Hierdoor kan het voorkomen dat zicht buiten de minimale graafafstanden zoals genoemd in paragraaf 4.3, kan het voorkomen dat een dikke wortel zich buiten deze zone bevindt. Het is dan van belang de wortels op een vakkundige wijze af te zetten zodat het wondoppervlak zo klein mogelijk blijft. Om het inscheuren van wortels te voorkomen, is het advies steeds dunne laagjes van de bodem te ‘schrapen’ en een graafrichting met de verwachtte groeirichting van de wortels mee te hanteren. Indien op dikkere wortels wordt gestuit, kan de boomtechnisch toezichthouder beoordelen of de wortel veilig verwijderd kan worden en deze desgewenst op vakkundige wijze afzetten. Enige wortelschade is onoverkomelijk. Een wortelverlies tot 20% van de dunnere wortels (tot circa 5 cm in diameter) wordt doorgaans goed verdragen en binnen enkele jaren gecompenseerd door de boom.
4.6 Boombescherming Het advies is de bomen tijdens de werkzaamheden te beschermen om (onnodige) schade te voorkomen. Hoe deze boombescherming plaats kan vinden is omschreven in hoofdstuk 9. 13 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
5. Verbreden hoofdinfrastructuur 5.1 Kwaliteit bomen Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting. Het betreft hier een opname van de huidige conditie, kwaliteit en toekomstverwachting, zonder de effecten van de werkzaamheden hierin mee te wegen. Om een goede afweging te kunnen maken is het immers van belang de kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen te kennen. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven. Een volledig overzicht van de 63 bomen binnen de invloedsfeer van de hoofdinfrastructuur is opgenomen in bijlage 4. Conditie: • 43 bomen verkeren in een normale conditie; • 20 bomen verkeren in een verminderde conditie. Mechanische kwaliteit: • 47 bomen hebben een goede mechanische kwaliteit; • 15 bomen hebben een redelijke mechanische kwaliteit; • 1 boom heeft een matige mechanische kwaliteit. Toekomstverwachting op basis van gelijkblijvende omstandigheden: • 55 bomen hebben een goede toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 15 jaar niet wordt verwacht; • 8 bomen hebben een redelijke toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 10 jaar niet wordt verwacht.
Bijzonderheden: • bij 2 bomen is nader onderzoek geadviseerd (tijdens een eerdere inspectie); • 1 boom heeft een gespleten tak in de kroon; • 1 boom vertoont een oude scheefstand; • 1 boom is aangetast door kastanjebloedingsziekte; • 10 bomen hebben dood hout in de kroon.
5.2 (preventief) te vellen bomen Voor boom 176, 572, 575 en 585 kan overwogen worden deze preventief te vellen. Door deze bomen ‘op te offeren’ om overige bomen te kunnen sparen of meer ruimte te geven. Het gaat om het behoud van boom 152, 586, 588 en 573. Op basis van het voorlopig ontwerp (1285.00_def.VO+_boekwerk_20200713) blijven langs de hoofdstructuur 17 bomen niet behouden. In onderstaande tabel zijn deze bomen weergegeven. 14 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht Tabel 3: niet te handhaven bomen langs hoofdstructuur
Nr.
Boomsoort
59 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 60 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 61 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 62 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 63 Platanus x hispanica (dakvorm) 64 Platanus x hispanica (dakvorm) 65 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 66 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 67 Platanus x hispanica (dakvorm) 68 Platanus x hispanica (dakvorm) 71 Liquidambar styraciflua 176 Platanus x hispanica
10 Normaal
566 Prunus serrulata 'Kikushidare-zakura' 572 Pterocarya fraxinifolia
20 Normaal
575 Magnolia kobus
20 Normaal
585 Acer platanoides
50 Verminderd
592 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 595 Prunus
15 Normaal
Toekomst Handhaven? verwachting 10 - 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Optie vellen om 152 te sparen > 15 jaar Nee (verplantbaar) > 15 jaar Optie, vellen tbv 586 > 15 jaar Optie verplanten of vellen ten behoud van 588. (verplantbaar) 10 - 15 jaar Vellen ten behoud van 573 > 15 jaar Ja
7 Normaal
> 15 jaar
597 Cedrus libani 'Glauca'
30 Normaal
> 15 jaar
58 Carpinus betulus
15 |Pagina
DiaConditie meter 15 Verminderd
10 Normaal 10 Normaal 10 Normaal 15 Normaal 15 Normaal 10 Normaal 10 Normaal 15 Normaal 15 Normaal 20 Normaal 45 Normaal
75 Normaal
Planvorming Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Behouden Wordt geveld Behouden Behouden
Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld
Oude scheefstand. (verplantbaar) Ja Wordt geveld
BEA Weizigtpark te Dordrecht
5.3 Benaderbaarheid Voor de te behouden bomen geldt een bepaalde veilige graafafstand waarbij de boom geen onherstelbare schade oploopt zoals ernstig conditieverlies of instabiliteit. Voor bomen in deze situatie geldt een minimale graafafstand van 5 maal de stamdiameter. Een boom met een diameter van 50 cm heeft hiermee een minimale graafafstand van 2,5 meter. In de tabel in bijlage 4 is de benaderbaarheid per boom weergegeven. Uitzondering: indien hier reeds al asfalt/verharding is gelegen en dit niet dichter op de boom komt te liggen, geldt de huidige afstand tot de verharding als veilige afstand.
5.4 Verplantbaarheid In onderstaande tabel zijn de verplantbare bomen weergegeven. Enkel bomen welke in de huidige planvorming niet behouden kunnen worden maar wel verplantbaar zijn, zijn in onderstaande tabel opgenomen. Indien bij voorbereiding ‘Ja’ staat weergegeven, is het advies de betreffende boom minimaal 1 jaar voor te bereiden op verplanting. In hoofdstuk 8 zijn de aspecten behorende bij verplanting nader uitgewerkt. Tabel 4: verplantbaarheid bomen
Nr.
Boomsoort
58 Carpinus betulus 59 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 60 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 61 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 62 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 63 Platanus x hispanica (dakvorm) 64 Platanus x hispanica (dakvorm) 65 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm)
16 |Pagina
Standplaats Stam- Kluitmaat diam Verharding 15 150*150*70 Verharding 10 120*120*70
Voorbreiding Nee Nee
Methode
Verharding
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Verharding
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Verharding
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Verharding
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
Verharding
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
Verharding
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Verplantmachine* Verplantmachine*
BEA Weizigtpark te Dordrecht Vervolg tabel 4: verplantbaarheid bomen
Nr.
Boomsoort
66 Pyrus calleryana 'Chanticleer' (leivorm) 67 Platanus x hispanica (dakvorm) 68 Platanus x hispanica (dakvorm) 71 Liquidambar styraciflua 461 Liquidambar styraciflua 474 Aesculus carnea 516 Aesculus x carnea 566 Prunus serrulata 'Kiku-shidare-zakura' 575 Magnolia kobus 581 Ginkgo biloba 592 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 595 Prunus 597 Cedrus libani 'Glauca' 623 Prunus
Standplaats Stam- Kluitmaat diam Verharding 10 120*120*70
Voorbreiding Nee
Methode
Verharding
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
Verharding
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
20 200*200*80
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras Gras Gras
15 150*150*70 30 270*270*80 20 200*200*80
Nee Ja Nee
Verplantmachine* Hijsmethode Verplantmachine*
Gras Gras Gras
20 200*200*80 5 120*120*70 15 200*200*80
Nee Nee Nee
Verplantmachine* Verplantmachine* Verplantmachine*
Gras Gras
7 120*120*70 30 270*270*80
Nee Ja
Verplantmachine* Hijsmethode
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Verplantmachine*
5.5 Wortelvoorziening zilveresdoorn en acacia Bij het verbreden van de hoofdpaden zal met name bij boom 586 (acacia) en 615 (zilveresdoorn) leiden tot een ernstige wortelschade. Voor de acacia geldt dat, wanneer de tegenoverstaande vleugelnoot (boomnr. 572) zou worden geveld, hier ruimte ontstaat om het pad uit te breiden richting de waterpartij waardoor bij de acacia geen ingrepen in de groeiplaats hoeven plaats te vinden. Voor de esdoorn geldt dat de verbreding van het pad richting de waterpartij moet plaatsvinden om ernstige wortelschade aan deze monumentale boom te voorkomen. de boom heeft in het talud diverse, maar vooral fijne wortels tot 4 cm gevormd. Tevens is dit de westzijde van de boom, daar waar deze een belangrijk deel van de stabiliteit uit haalt. De stabiliteitswortels bevinden zich met name aan deze zijde. De verbreding zal binnen de veilige werkgrens liggen van de boom, doordat vanaf 4,5 meter uit de boom het pad verbreed zal worden. Het advies is het pad wat verhoogd aan te brengen waardoor minder ontgraven hoeft te worden. Het advies is een tweede maaiveld constructie aan te brengen om de druk op de ondergrond te beperken. Bijkomend voordeel is dat eventuele wortelopdruk in de toekomst wordt voorkomen c.q. beperkt en de groeiplaats van de boom grotendeels in tact blijft. 17 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht Voor de verbreding is het advies zo min mogelijk te ontgraven. Hierbij wordt enkel de toplaag van het talud ontgraven (ca. 5 cm) om vervolgens te beginnen met de opbouw van de 2e maaiveld constructie. Hierbij zal een ophoging benodigd zijn. Door gebruik te maken van grof, luchtdoorlatend zand of een steenfractie waarbij de 0fractie ontbreekt, blijft de gasuitwisseling van de bodem enigszins in tact. Als alternatief voorstel voor het permavoid-systeem kan worden gedacht aan het wortelbruggensysteem van Waterblock. Onderstaand is de link opgenomen naar de productblad. Tevens is een principe schets weergegeven van het systeem en de bijbehorende opbouw. https://www.waterblock.nl/wpcontent/uploads/2019/09/8_WaterBlock_Wortelbruggen.pdf
Afbeelding 8: principeschets waterblok Wortelbrug
18 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
5.6 Zitgelegenheden bij entree zijde Krispijnseweg Bij de entree aan de zijde van de Krispijnseweg wordt nabij boom nummers 73 en 81 een (betonnen) zitrand gerealiseerd. Om wortelschade en verdichting van de doorwortelde bodem te voorkomen, is het advies de zitranden aan te brengen op de rand van de huidige verhardingen. De veilige graafafstand van de bomen is respectievelijk 175 cm en 250 cm, wat tevens de huidige afstand is van de boom tot de rand van de verharding. Bijkomend voordeel is dat hier reeds een fundering is gelegen waardoor de kans op wortelschade nihil is. Daarnaast voorkomt deze locatie dat op den duur opdruk van de elementen zal ontstaan. De paden kunnen van de boom af (overzijde) worden verbreedt om te komen tot de gewenste padbreedte van 6 meter.
5.7 Ontgraven bodem t.b.v. verbreden pad Het advies is de bodem onder de kroonprojecties van de bomen zeer voorzichtig te ontgraven ten behoeve van de padverbreding. De bomen hebben onder invloed van de bodemomstandigheden een soms grillig en plaatselijk oppervlakkig wortelgestel gevormd. Hierdoor kan het voorkomen dat zicht buiten de minimale graafafstanden zoals genoemd in paragraaf 5.3, dat een dikke wortel zich buiten deze zone bevindt. Het is dan van belang de wortels op een vakkundige wijze af te zetten zodat het wondoppervlak zo klein mogelijk blijft. Om het inscheuren van wortels te voorkomen, is het advies steeds dunne laagjes van de bodem te ‘schrapen’ en een graafrichting met de verwachtte groeirichting van de wortels mee te hanteren. Indien op dikkere wortels wordt gestuit, kan de boomtechnisch toezichthouder beoordelen of de wortel veilig verwijderd kan worden en deze desgewenst op vakkundige wijze afzetten. Enige wortelschade is onoverkomelijk. Een wortelverlies tot 20% van de dunnere wortels (tot circa 5 cm in diameter) wordt doorgaans goed verdragen en binnen enkele jaren gecompenseerd door de boom.
5.8 Boombescherming Het advies is de bomen tijdens de werkzaamheden te beschermen om (onnodige) schade te voorkomen. Hoe deze boombescherming plaats kan vinden is omschreven in hoofdstuk 9.
19 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
5.9 Verbreden hoofdpad De hoofdpadenstructuur zal worden verbreed naar een totale breedte van 6 meter. Hierbij zal 5,4 meter bestaan uit asfalt met een strook voor voetgangers en fietsers. Tevens zal een 60 cm brede rabatstrook bestaande uit klinkers worden gerealiseerd. De huidige hoofdstructuur is 3 tot 5 meter breed. Op onderstaande afbeelding is het beoogde profiel van de hoofdstructuur weergegeven.
Afbeelding 9: principe detail hoofpadenstructuur
Het advies is de verbreding van de hoofdpadenstructuur aan te passen op de bomen. In paragraaf 5.2 zijn voorstellen gedaan om enkele bomen te vellen ten behoeve van het behoud van andere bomen. Op de afbeelding op de volgende pagina is een voorstel gedaan tot verbreding van de paden waarbij zo min mogelijk schade ontstaat aan de bomen. Met rode lijnen is de ‘veilige’ zijde voor de verbreding weergegeven. 20 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
21 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
6. Nevenpaden structuur 6.1 Kwaliteit bomen Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting. Het betreft hier een opname van de huidige conditie, kwaliteit en toekomstverwachting, zonder de effecten van de werkzaamheden hierin mee te wegen. Om een goede afweging te kunnen maken is het immers van belang de kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen te kennen. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven. Een volledig overzicht van de 152 bomen binnen de invloedsfeer van de neveninfrastructuur is opgenomen in bijlage 5. Conditie: • 64 bomen verkeren in een normale conditie; • 81 bomen verkeren in een verminderde conditie; • 4 bomen verkeren in een sterk verminderde conditie; • 3 bomen verkeren in een zeer slechte conditie. Mechanische kwaliteit: • 84 bomen hebben een goede mechanische kwaliteit; • 65 bomen hebben een redelijke mechanische kwaliteit; • 3 bomen hebben een matige mechanische kwaliteit.
Toekomstverwachting op basis van gelijkblijvende omstandigheden: • 131 bomen hebben een goede toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 15 jaar niet wordt verwacht; • 9 bomen hebben een redelijke toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 10 jaar niet wordt verwacht; • 8 bomen hebben een matige toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 5 jaar niet wordt verwacht; • 4 bomen hebben een slechte toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 5 jaar wordt verwacht. Bijzonderheden: • bij 2 bomen is nader onderzoek geadviseerd (tijdens een eerdere inspectie); • 1 boom heeft een lage tak boven het voetpad; • 57 bomen hebben dood hout in de kroon.
6.2 (preventief) te vellen bomen Voor boom 217, 429, 430, 455 geldt dat deze een slechte toekomstverwachting hebben. Voor boom 450, 484, 539, 541, 548 en 556 kan overwogen worden deze preventief te vellen. Door deze bomen ‘op te offeren’ om overige bomen te kunnen sparen of meer ruimte te geven. 22 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht Op basis van het voorlopig ontwerp (1285.00_def.VO+_boekwerk_20200713) blijven langs de nevenstructuur 33 bomen niet behouden. uit de inspectie blijkt dat diverse van deze bomen niet noodzakelijkerwijs geveld hoeven te worden, doordat deze op voldoende afstand van de paden staan of dat het pad aan de overzijde verbreed kan worden. Deze bomen zijn in de kolom ‘Handhaafbaar’ met ja aangeduid. In onderstaande tabel zijn de bomen weergegeven. Tabel 5: niet te handhaven bomen langs nevenstructuur Nr. Boomsoort StamConditie Mech diam kwal 182 Betula pendula 15 Normaal Goed
Toekomstverwachting > 15 jaar
Handhaafbaar
Planvorming Wordt geveld
styphnolobium japonicum Acer platanoides 'Schwedleri' Prunus avium
20
Verminderd
Goed
> 15 jaar
Nee (verplantbaar) Ja
60
Matig
<5 jaar
Nee
Behouden
20
Sterk verminderd Verminderd
Goed
> 15 jaar
Nee
Wordt geveld
Alnus glutinosa 'Aurea' Alnus glutinosa 'Aurea' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Prunus avium
40
Zeer slecht
Matig
< 5 jaar
Nee
Behouden
45
Zeer slecht
Matig
< 5 jaar
Nee
Behouden
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
Wordt geveld
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
20
Redelijk
5-10 jaar
Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Prunus avium
10
Sterk verminderd Normaal
Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Nee
Goed
> 15 jaar
Wordt geveld
20
Zeer slecht
Redelijk
<5 jaar
Ja (verplantbaar) Nee
Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Acer cappadocicum Acer campestre
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
Wordt geveld
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
35
Normaal
Goed
> 15 jaar
Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja
45
Normaal
Goed
> 15 jaar
Nee
Behouden
Acer pseudoplatanus Sorbus aria
30
Normaal
Redelijk
> 15 jaar
Nee
Wordt geveld
35
Verminderd
Goed
> 15 jaar
Nee
Wordt geveld
15
Normaal
Goed
> 15 jaar
80
Verminderd
Redelijk
> 15 jaar
Ja (verplantbaar) Ja
Wordt geveld
530
Acer platanoides 'Globosum' Quercus robur
539
Ulmus
45
Normaal
Goed
> 15 jaar
Nee
Behouden
541
Ulmus
30
Verminderd
Goed
> 15 jaar
Nee
Behouden
193 217 363 429 430 445 447 449 450 453 455 469 476 479 484 486 506 524
23 |Pagina
Wordt geveld
Wordt geveld Wordt geveld Behouden
Behouden
Wordt geveld Verplanten
Wordt geveld
BEA Weizigtpark te Dordrecht Vervolg tabel 5: niet te handhaven bomen langs nevenstructuur Nr. Boomsoort StamConditie Mech Toekomstdiam kwal verwachting 542 Crataegus x media 10 Normaal Goed > 15 jaar 'Paul's Scarlet' 546 Crataegus x media 10 Normaal Goed > 15 jaar 'Paul's Scarlet' 548 Platanus x 45 Verminderd Goed > 15 jaar hispanica 556 ulmus 45 Normaal Goed > 15 jaar 557 564 570 600 612 629 638 640 641 642 643 647 651 658 676 708 727
Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Crataegus x media 'Paul's Scarlet' Liquidambar styraciflua Quercus robur
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
15
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Verminderd
Goed
5-10 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
10
Normaal
Goed
> 15 jaar
30
Normaal
Goed
> 15 jaar
50
Verminderd
Redelijk
> 15 jaar
Liquidambar styraciflua Sorbus aria
15
Normaal
Goed
> 15 jaar
35
Verminderd
Goed
> 15 jaar
Handhaafbaar
Planvorming
Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Nee
Wordt geveld
Nee
Behouden
Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja (verplantbaar) Ja
Wordt geveld
Ja (verplantbaar) Ja
Wordt geveld
Wordt geveld Behouden
Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld
Wordt geveld
6.3 Benaderbaarheid Voor de te behouden bomen geldt een bepaalde veilige graafafstand waarbij de boom geen onherstelbare schade oploopt zoals ernstig conditieverlies of instabiliteit. Voor bomen in deze situatie geldt een minimale graafafstand van 5 maal de stamdiameter. Een boom met een diameter van 50 cm heeft hiermee een minimale graafafstand van 2,5 meter. In de tabel in bijlage 5 is de benaderbaarheid per boom weergegeven. 24 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht Uitzondering: indien hier reeds al asfalt/verharding is gelegen en dit niet dichter op de boom komt te liggen, geldt de huidige afstand tot de verharding als veilige afstand.
6.4 Verplantbaarheid In onderstaande tabel zijn de verplantbare bomen weergegeven. Enkel bomen welke in de huidige planvorming niet behouden kunnen worden maar wel verplantbaar zijn, zijn in onderstaande tabel opgenomen. Indien bij voorbereiding ‘Ja’ staat weergegeven, is het advies de betreffende boom minimaal 1 jaar voor te bereiden op verplanting. In hoofdstuk 8 zijn de aspecten behorende bij verplanting nader uitgewerkt. Tabel 6: verplantbaarheid bomen
Nr.
Boomsoort
Standplaats
182 Betula pendula 445 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 447 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 449 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 453 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 469 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 476 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 514 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 524 Acer platanoides 'Globosum' 542 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 546 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 557 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 564 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 570 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 600 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 612 Crataegus x media 'Paul's Scarlet'
Sierbeplanting Gras
25 |Pagina
Stam- Kluitmaat diam 15 150*150*70 10 120*120*70
Voorbreiding Nee Nee
Methode Verplantmachine Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Bosplantsoen/ houtwal/singel Gras
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
BEA Weizigtpark te Dordrecht Vervolg tabel 6: verplantbaarheid bomen
Nr.
Boomsoort
629 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 633 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 638 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 640 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 641 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 642 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 643 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 647 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 651 Crataegus x media 'Paul's Scarlet' 658 Liquidambar styraciflua 708 Liquidambar styraciflua
Standplaats Gras
Stam- Kluitmaat diam 10 120*120*70
Voorbreiding Nee
Methode
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
10 120*120*70
Nee
Verplantmachine*
Gras
30 300*300*80
Ja
Hijsmethode
Gras
15 150*150*70
Nee
Verplantmachine*
Verplantmachine*
6.5 Ontgraven bodem t.b.v. verbreden pad Het advies is de bodem onder de kroonprojecties van de bomen zeer voorzichtig te ontgraven ten behoeve van de padverbreding. De bomen hebben onder invloed van de bodemomstandigheden een soms grillig en plaatselijk oppervlakkig wortelgestel gevormd. Hierdoor kan het voorkomen dat zicht buiten de minimale graafafstanden zoals genoemd in paragraaf 5.3, kan het voorkomen dat een dikke wortel zich buiten deze zone bevindt. Het is dan van belang de wortels op een vakkundige wijze af te zetten zodat het wondoppervlak zo klein mogelijk blijft. Om het inscheuren van wortels te voorkomen, is het advies steeds dunne laagjes van de bodem te ‘schrapen’ en een graafrichting met de verwachtte groeirichting van de wortels mee te hanteren. Indien op dikkere wortels wordt gestuit, kan de boomtechnisch toezichthouder beoordelen of de wortel veilig verwijderd kan worden en deze desgewenst op vakkundige wijze afzetten. Enige wortelschade is onoverkomelijk. Een wortelverlies tot 20% van de dunnere wortels (tot circa 5 cm in diameter) wordt doorgaans goed verdragen en binnen enkele jaren gecompenseerd door de boom.
26 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
6.7 Boombescherming Het advies is de bomen tijdens de werkzaamheden te beschermen om (onnodige) schade te voorkomen. Hoe deze boombescherming plaats kan vinden is omschreven in hoofdstuk 9.
6.8 Verbreden paden (nevenstructuur) De nevenpadenstructuur zal plaatselijk worden verbreed naar een totale breedte van 2,5 (nevenstructuur-B) en 3 meter (nevenstructuur-A). Hierbij zal het pad over de gehele breedte worden geasfalteerd met zwart asfalt. De huidige padenstructuur is 1,5 tot 3 meter breed. Op onderstaande afbeelding is het beoogde profiel van de nevenstructuren weergegeven.
Afbeelding 10: principe detail nevenpadenstructuur
Het advies is de verbreding van de hoofdpadenstructuur aan te passen op de bomen. In paragraaf 6.6 zijn voorstellen gedaan om enkele bomen te vellen ten behoeve van het behoud van andere bomen. Op de afbeelding op de volgende pagina is een voorstel gedaan tot verbreding van de paden waarbij zo min mogelijk schade ontstaat aan de bomen. Met rode lijnen is de ‘veilige’ zijde voor de verbreding weergegeven. Op de locaties van de nevenstructuren waar geen rode lijnen zijn aangegeven, bedraagt de padbreedte reeds de gewenste 2 of 3 meter. Het advies is dan ook de loop van deze paden te handhaven of aan te passen ten gunste van nevenstaande bomen. 27 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
28 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
7. Plein 7.1 Kwaliteit bomen Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting. Het betreft hier een opname van de huidige conditie, kwaliteit en toekomstverwachting, zonder de effecten van de werkzaamheden hierin mee te wegen. Om een goede afweging te kunnen maken is het immers van belang de kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen te kennen. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven. Een volledig overzicht van de 32 bomen binnen de invloedsfeer van de realisatie van het plein is opgenomen in bijlage 6. Conditie: • 18 bomen verkeren in een normale conditie; • 14 bomen verkeren in een verminderde conditie • 1 boom was reeds verwijderd (plataan). Mechanische kwaliteit: • 24 bomen hebben een goede mechanische kwaliteit; • 8 bomen hebben een redelijke mechanische kwaliteit. Toekomstverwachting op basis van gelijkblijvende omstandigheden: • 30 bomen hebben een goede toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 15 jaar niet wordt verwacht; • 2 bomen hebben een matige toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 5 jaar niet wordt verwacht. Bijzonderheden: • 8 bomen hebben dood hout in de kroon • De bomen vormen een gezamenlijke opstand, waarbij sprake is van kronensluiting.
7.2 (preventief) te vellen bomen Op basis van het voorlopig ontwerp (1285.00_def.VO+_boekwerk_20200713) blijven bij de realisatie van het plein 20 bomen niet behouden. Belangrijk aandachtspunt hierbij vormt dat de bomen niet zuiver op tekening staan, waardoor de invloed van de werkzaamheden in het veld niet goed valt te bepalen. Het advies is dan ook, alvorens over te gaan tot kap, de contouren van de werkgrens in het veld uit te zetten en hierop de kap aan te passen, zodat zo min mogelijk bomen geveld hoeven te worden.
29 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht In onderstaande tabel zijn de betreffende bomen weergegeven. Tabel 7: niet te handhaven bomen plein
Nr.
Soort
Stamdiam 20
Conditie Normaal
ToekomstHandhaven verwachting > 15 jaar Nee
584 Acer pseudoplatanus 589 Fraxinus excelsior
30
Normaal
> 15 jaar
Nee
75
Verminderd > 15 jaar
Nee
591 Acer pseudoplatanus 593 Betula pendula
65
Verminderd > 15 jaar
Nee
30
Verminderd > 15 jaar
Nee
599 Carpinus betulus
40
Verminderd > 15 jaar
Nee
601 Acer pseudoplatanus 604 Fraxinus angustifolia 605 Fraxinus excelsior
25
Normaal
> 15 jaar
Nee
15
Normaal
> 15 jaar
Nee
40
Normaal
> 15 jaar
Nee
610 Acer pseudoplatanus 613 Fraxinus excelsior
35
Normaal
> 15 jaar
Nee
25
Normaal
> 15 jaar
Nee
618 Fraxinus excelsior
45
Verminderd 5 - 10 jaar
Nee
626 Fraxinus excelsior
30
Verminderd 5 - 10 jaar
Nee
636 Aesculus hippocastanum 646 Acer pseudoplatanus 649 Acer pseudoplatanus 653 Acer pseudoplatanus 657 Acer campestre
70
Normaal
> 15 jaar
Nee
30
Normaal
> 15 jaar
Nee
35
Verminderd > 15 jaar
Nee
40
Verminderd > 15 jaar
Nee
15
Normaal
> 15 jaar
Nee
665 Fraxinus excelsior
55
Normaal
> 15 jaar
Nee
671 Acer cappadocicum
50
Verminderd > 15 jaar
Nee
682 Fraxinus excelsior
80
Verminderd > 15 jaar
Nee
582 Alnus glutinosa
30 |Pagina
Planvorming Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld Wordt geveld
BEA Weizigtpark te Dordrecht
7.3 Benaderbaarheid Voor de te behouden bomen geldt een bepaalde veilige graafafstand waarbij de boom geen onherstelbare schade oploopt zoals ernstig conditieverlies of instabiliteit. Voor bomen in deze situatie geldt een minimale graafafstand van 5 maal de stamdiameter. Een boom met een diameter van 50 cm heeft hiermee een minimale graafafstand van 2,5 meter. In de tabel in bijlage 6 is de benaderbaarheid per boom weergegeven. Uitzondering: indien hier reeds al asfalt/verharding is gelegen en dit niet dichter op de boom komt te liggen, geldt de huidige afstand tot de verharding als veilige afstand.
7.4 Verplantbaarheid Doordat de bomen een aaneen gesloten opstand vormen, zijn de wortelgestellen van de bomen met elkaar verweven. Het verplanten van een of meerdere bomen, zal dan ernstige wortelschade veroorzaken bij de overige bomen, met mogelijk instabiliteit, conditieverlies en/of afsterven tot gevolg. Het advies is dan ook hier geen bomen te verplanten.
7.5 Zitgelegenheden stationsplein Rondom (een deel van) de boomgroep op het Stationsplein wordt een verhoogde zitrand aangebracht. De zitrand zal worden gefundeerd op palen, waardoor de kans op ernstige wortelschade zeer gering is. Echter kunnen zich binnen de minimale graafafstanden welke worden benoemd in paragraaf 7.3 en bijlage 6, zich belangrijke stabiliteitswortels bevinden. Indien deze beschadigd raken kan dit leiden tot instabiliteit. Het is dan ook van belang de fundatiepalen voorzichtig te boren en te plaatsen. Indien twijfel ontstaat, kan gebruik worden gemaakt van proefsleuven en/of zuigtechniek om te bepalen of een wortel aanwezig is en/of afgezet kan worden. Buiten deze zone kunnen de palen veilig worden aangebracht. Binnen de kritieke wortelzone/veilige graafafstand, zijn in de huidige planvorming tevens permavoidkratten gepland. Deze worden op het huidige maaiveld aangebracht, waarbij in principe geen ontgraving is benodigd. Indien toch (beperkte) ontgraving benodigd is, kunnen de bomen enige wortelschade verdragen, mits dit beperkt blijft tot 15% van de fijnere wortels (<5 cm). Wanneer binnen de kroonprojecties van bomen wordt gewerkt en enige wortelschade ontstaat, kan in de nieuw gerealiseerde verhardingen wortelopdruk optreden. De permavoidkratten kunnen tevens de kans op opdruk sterk reduceren en voorkomen een te hoge druk op de doorwortelde bodem.
Op de volgende pagina is de principeschets opgenomen. 31 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
Afbeelding 11: principeschets zitrand Stationsplein
7.6 Ophogen Een beperkte ophoging welke beperkt blijft tot circa 10 tot 20 cm zal voor de bomen nauwelijks gevolgen hebben. Indien meer opgehoogd wordt, wordt geadviseerd beluchtingsbuizen te plaatsen om zo de wortels van voldoende zuurstof te blijven voorzien. Geadviseerd wordt de stamvoet (bast/schors) zo veel als mogelijk vrij te houden van ophoging.
32 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
7.7 Omgang wortels Om wortelschade te voorkomen, wordt geadviseerd de wortels te behandelen alsof het kabels en leidingen betreffen. Dit houdt in dat bij het graven van de sleuf voor de wortelwering, altijd wordt voorgestoken. De aangetroffen wortels worden met een snoeischaar/snoeitang afgeknipt. Wortels dikker dan 5 cm worden met een scherpe zaag, haaks op de groeirichting afgezaagd. Hierdoor blijft het wondoppervlak zo klein mogelijk en wordt de kans op inrotting en/of de vorming van wortelopschot zo veel als mogelijk beperkt.
7.8 Boombescherming Het advies is de bomen tijdens de werkzaamheden te beschermen om (onnodige) schade te voorkomen. Hoe deze boombescherming plaats kan vinden is omschreven in hoofdstuk 9.
33 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
8
Verplanten
8.1 Methode van verplanten Geadviseerd wordt, indien verplanting aan de orde is, de bomen met een kluitdiameter van 200 cm of meer te verplanten door middel van de hijstechniek. Hierbij worden de boom rond gegraven op de kluitmaten zoals beschreven in paragraaf in de tabellen in paragraaf 4.4, 5.4 en 6.4. In het veld worden de feitelijke kluitmaat bepaalt aan de hand van de beworteling. De stam wordt net onder de eerste takkrans met jute omgewikkeld. Hier worden vervolgens hijsbanden bevestigd waarna de boom kan worden gehesen (met midigraver of autokraan) en op de nieuwe plantplaats kan worden gezet of op transport gezet. Bomen met een kleinere kluit dan 200 cm kunnen tevens worden verplant met behulp van de hijstechniek, maar ook met de verplantmachine. De verplantmachine bestaat uit vier grote steekbladen, die bevestigd zijn op een shovel, die met een vloeiende beweging de boom met kluit en al uit de grond haalt. De boom kan op deze manier ook vervoerd worden. Door de geringe omvang van de bomen en de extensieve beworteling is deze methode zeer geschikt voor deze bomen. Geadviseerd wordt de bomen niet of slechts minimaal te snoeien voorafgaand aan de verplanting. Door het behoud van twijgen kan de boom eerder aanvangen met het herstel en blijft de energievoorziening enigszins behouden.
8.2 Nieuwe standplaats en nazorg Het advies is de nieuwe plantplaats zorgvuldig in te richten. De onderzijde van de kluit dient net als zijn huidige locatie tot vlak boven het grondwater te worden aangebracht (minimaal 15 cm boven hoogste grondwaterstand). Houdt bij de nieuwe standplaats rekening met voldoende afstand tot kabels en leidingen. Dit zodat er rondom de kluit (tenminste 1,0 meter rondom) een verbeterde groeiplaats gerealiseerd kan worden.
34 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht Wij adviseren om de volgende maatregelen uit te voeren op de nieuwe standplaatsen: • • • •
Aanbrengen van een dijkje of gietrand op de kluitrand t.b.v. het water geven; Aanbrengen van verankering bij de bomen; Aanbrengen mulchlaag op de kluit, bestaande uit 4 cm uitgerijpte houtcompost. Boven op de houtcompost wordt een 4 cm dikke laag gecomposteerde houtsnippers aangebracht in de fractie 20/40 mm.; Het toedienen van watergiften gedurende 3 tot 5 jaren na verplanting. Bij extreme weersomstandigheden kunnen mogelijk meer watergiften noodzakelijk zijn. Ter indicatie kan het volgende watergeefregime aangehouden worden: oJaar 1: 8 watergiften; oJaar 2: 6 watergiften; oJaar 3: 4 watergiften.
Bomen hebben na een verplanting enige tijd nodig om te herstellen. De eerste jaren is het mogelijk dat de conditie enigszins terugloopt. Naar verwachting hersteld de conditie van de boom zich na enkele jaren wanneer de boom goed is aangeslagen.
35 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
9. Boombeschermende maatregelen Geadviseerd wordt de te handhaven boom gedurende de werkzaamheden adequaat te beschermen. Om de boom duurzaam te behouden dienen onderstaande boombeschermende maatregelen onveranderd in acht te worden genomen! Wanneer dit onvoldoende wordt gewaarborgd, zullen de werkzaamheden leiden tot (snelle) conditievermindering van de boom, met als uiteindelijk gevolg het geheel afsterven.
9.1 Aandachtspunten vóór de werkzaamheden 9.1.1 Snoeien Geadviseerd wordt om te beoordelen in hoeverre het zinvol is de boom voor de werkzaamheden te snoeien. De snoei zal gericht zijn op het verwijderen/inkorten van laaghangende takken die mogelijk schade op kunnen lopen door het werken met machines. Tevens kan dan het dode hout worden verwijderd. Snoeien dient uitgevoerd te worden door een ervaren boomspecialist (European Treeworker) omdat gesnoeid dient te worden met gevoel voor evenwicht binnen de kroon. Er wordt steeds gesnoeid tot op een goede zijtak waarbij geen snoeiwonden gemaakt mogen worden met een diameter groter dan 10 centimeter. Grotere wonden overgroeien niet of nauwelijks en vormen invalspoorten voor (houtparasitaire) schimmels.
9.1.2 Boombeschermende maatregelen in bestek Het is sterk aan te bevelen de in dit hoofdstuk beschreven eisen, randvoorwaarden en boombeschermende maatregelen in het bestek op te nemen en sancties te treffen bij het niet houden hieraan.
9.1.3 Schouwen bomen Voorafgaande aan de werkzaamheden wordt geadviseerd de bomen nogmaals te schouwen waarbij de nadruk ligt op het noteren van alle al aanwezige schades en afwijkingen. Op deze wijze ontstaat er een nulopname die getoetst kan worden aan de situatie na werkzaamheden.
36 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
9.1.4 Instructie personeel Ondanks de inzet van een boomtechnisch toezichthouder (zie paragraaf 9.2.2) tijdens het werk moet het uitvoerende personeel in eerste instantie op de hoogte te zijn van de “speciale” regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen.
9.1.5 Kabels en leidingen Geadviseerd wordt om van tevoren de ligging en mogelijkheden tot vervanging en onderhoud van kabels en leidingen duidelijk in kaart te brengen. Bij voorkeur dienen kabels en leidingen zover mogelijk bij de wortelkluit vandaan te liggen zodat wortelschade bij onderhoud in de toekomst voorkomen kan worden. Geadviseerd wordt om gebruik te maken van zogenaamde mantelbuizen.
9.2 Aandachtpunten tijdens de werkzaamheden 9.2.1 Beschermd boomgebied Het is ongewenst om op de doorwortelde bodem acties uit te voeren die de bodem onevenredig sterk verdichten. Hierbij moet men denken aan acties als het storten van grond, het rijden met zwaar materieel en het opslaan van materialen op de doorwortelde bodem. Om te voorkomen dat tijdens de bouwwerkzaamheden toch ongewenste situaties ontstaan, wordt geadviseerd tussen de boom en het werkgebied een stevig bouwhek van 2 meter hoog te plaatsen en het gebied met de bomen tot "Beschermd boomgebied" te benoemen. Dit is om boven- en ondergrondse beschadigingen van de boom zo veel mogelijk te voorkomen. Echter zal op diverse locaties het niet mogelijk zijn om een bouwhek te plaatsen. In deze gevallen wordt geadviseerd een 3 meter hoge stamommanteling aan te brengen (mits de opkroonhoogte van de boom dit toelaat, anders moet de stamommanteling tot de eerste takkraag worden aangebracht). Tussen de stam en de stamommanteling worden boven en onder een drainagebuis aangebracht welke dient als afstandhouder en shockabsorber. Aandachtspunt bij de afgezette boomgebieden is zwerfvuil te verwijderen en eventueel onderhoud te blijven plegen aan het gras en onderbeplantingen. Een verzorgd uiterlijk geeft minder aanleiding tot het overtreden van bovengenoemde reglementen.
37 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
9.2.2 Inzet boomtechnisch toezichthouder Het is van groot belang dat de werkzaamheden rondom de boom worden begeleid door een deskundige. Hiervoor kan een boomtechnisch toezichthouder worden ingezet. Dit is een persoon met aantoonbare boomtechnische kennis (niveau European Tree Technician), die ingezet kan worden om werkzaamheden rondom de boom te begeleiden en te controleren. Deze toezichthouder moet sturend optreden en controleert op het naleven van de hier beschreven voorschriften om eventuele problemen tijdig te signaleren en (ondergrondse of bovengrondse) schade aan de boom te voorkomen. Daarnaast kan de toezichthouder zorgen voor vaktechnische input en beoordelen, bij knelpunten, welke wortels wel of niet verwijderd kunnen worden. Door zelf, indien nodig, deze wortels deskundig af te zetten, wordt onnodige schade aan wortels voorkomen, wat een goede hergroei na afronding van de werkzaamheden bevorderd. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de bevoegdheid van de boomtechnisch toezichthouder in het bestek van de civiele aannemer moet worden vastgelegd. Tot de bevoegdheden kunnen horen: het stil leggen van het werk en instructie aan personeel geven.
9.2.3 Ophangen poster Ondanks de inzet van een bomenwacht tijdens het werk moet het uitvoerende personeel in eerste instantie op de hoogte te zijn van de “speciale” regels die gelden met betrekking op werken rondom de boom. Daarom wordt geadviseerd posters op te hangen in de directiekeet en in de bouwkeet, met aandachtspunten voor het behoud van bomen op bouwlocaties, zodat iedereen die op de bouwplaats werkt, hier kennis van kan nemen zodat de maatregelen onderbouwd en “gedragen worden” door de uitvoering. De posters "Boombescherming op bouwlocaties" zijn op te vragen bij vereniging stadswerk.
9.2.4 Ophogen of afgraven Ophogen van de bodem onder de kronen van de bomen moet in principe worden voorkomen. Door ophogen wordt de gaswisseling met de ondergrond belemmerd, waardoor zuurstofgebrek in de bodem optreedt. De wortels zijn aangepast aan het op een bepaalde diepte heersende zuurstofpercentage en zullen afsterven indien dit abrupt verandert. Hierdoor treedt conditieverlies op. Afgraven binnen de geadviseerde ontgravingafstand heeft wortel- en conditieverlies, mogelijk zelfs instabiliteit van de bomen tot gevolg.
38 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
9.3 Aandachtspunten na de werkzaamheden 9.3.1 Snoeien Indien, ondanks zorgvuldige omgang met de bomen, naderhand breuk in de kronen is opgetreden, zal dit door middel van snoei moeten worden gecorrigeerd.
9.3.2 Verdichting opheffen Doordat de meeste wortels in de bovenste lagen van de bodem groeien, zijn deze relatief kwetsbaar. Bovendien zijn de over het algemeen open groeiplaatsen van de bomen gevoelig voor verdichting en verslemping, wat gemakkelijk optreedt door gebruik van machines, opslag van materiaal en materieel en opslag van grond op de (toekomstig) doorwortelde bodem. Door verdichting treedt zuurstofgebrek op in de bodem, omdat de gaswisseling tussen bodem en buitenlucht wordt belemmerd, met als gevolg het verminderen van de wortelactiviteit, het afsterven van bodemleven gevolgd door wortelsterfte. Hierdoor kan de conditie van de boom sterk verminderen en kan de boom in het ergste geval afsterven. Deze verdichting is te verhelpen door middel van pneumatisch losbreken van de grond (het zogenaamde ploffen) met het tegelijkertijd injecteren van organische meststoffen. Ook voor de bomen welke geen hinder ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden, kan deze maatregel als groeiplaatsverbetering worden ingezet.
9.3.3 Dood hout verwijderen Er zal blijvend gecontroleerd moeten worden op het ontstaan van dood hout, dit om veiligheidsrisico’s voor de omgeving zo klein mogelijk te houden. Diverse boomsoorten kunnen meer dood hout gaan vormen als er ingrepen in de groeiplaats hebben plaats gevonden.
9.3.4 Schades beoordelen Tijdens de werkzaamheden kunnen schades optreden. Geadviseerd wordt voor de oplevering van de werkzaamheden de boom en de groeiplaats (i.v.m. verdichting) nogmaals te schouwen en te vergelijken met de nul-opname zodat de aannemer bij grote schades aansprakelijk gesteld kan worden.
39 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht
Bijlage 1: tekening met boomnummering
40 |Pagina
BEA Weizigtpark te Dordrecht