CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Doorstartnotitie programma Energietransitie Dordrecht DEF.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 18 april 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen en beschikbaar stellen van een reservering Doorstartnotitie Programma Energietransitie 2023 – 2026 - Startnotitie4.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doorstart notitie programma Energietransitie

Wat is het onderwerp? Het voorstel voor het vervolg op de opgave Duurzame Stad 2019- '22 door middel van een doorstart met het Programma Energietransitie 2023 – 2026. Wat is de aanleiding? In het Politiek akkoord 2022-2026 zijn voor de energietransitie de volgende ambities vastgelegd: ➢ We maken vaart met de aanpak voor het uitfaseren van de slechtste energie-labels. Dat doen we samen met de woningcorporaties en particuliere woningeigenaren. ➢ We zetten in op communicatie en laagdrempelige ondersteuning bij het nemen van energiebesparende maatregelen, zowel bij particulieren en huurders als bij bedrijven en maatschappelijke organisaties. ➢ We ondersteunen onze inwoners die weinig geld hebben om maatregelen te treffen en worden geconfronteerd met een hoge energierekening. ➢ We benutten aanwezige energiebronnen in de stad: we geven uitvoering aan zonneprojecten via het Zonneoffensief en we verduurzamen en vergroten het gebruik van het warmtenet. ➢ We dragen bij aan het verduurzamen van de mobiliteit, een betere logistiek en verminderen van het autoverkeer in de stad via de invoering van een zero-emissiezone in de binnenstad. ➢ We geven het goede voorbeeld door onze eigen panden te verduurzamen en onze eigen mobiliteit en inkoopprocedures te vergroenen.

De afgelopen collegeperiode is, vanuit de opgave duurzame stad, een goede basis gelegd om de Dordtse energietransitie te intensiveren en te versnellen waar mogelijk. Daarbij zijn doelen en inzet samengebracht in vijf prestatielijnen waarmee we de afgelopen vier jaar serieuze resultaten (binnen een beperkt budget) hebben weten te realiseren. Zie hiervoor ook de factsheet in bijlage 1. De indeling in prestatielijnen zetten we ook in deze nieuwe collegeperiode voort. Op basis van inzichten vanuit de afgelopen periode en ook de actualiteit, worden er wel wijzigingen aangebracht als het gaat om inzet en prioritering tussen prestatielijnen en van activiteiten. Binnen het Programma Energietransitie richten we ons deze collegeperiode op drie prestatielijnen (besparing, warmte en opwek) en de bijbehorende randvoorwaarden en het voorbeeldgedrag dat wij als organisatie willen laten zien. De meeste ambities uit het Politiek akkoord 2022-2026 voor de energietransitie zijn hierin opgenomen. De inzet op circulaire economie en zero emissie vervoer krijgt een plek in de opgave Klimaatneutraal 2040. Hierbij wordt een sterke koppeling gerealiseerd met respectievelijk het programma economie en het programma mobiliteit. Verder wordt het Programma Energietransitie één van de belangrijke pijlers van de integrale route naar een klimaatneutraal Dordrecht in 2040.

Dit werken we nog nader uit in een aparte startnotitie, zodat intensiveringen, aanpassingen en nieuwe verbindingen mogelijk zijn. Programma Energietransitie 2023 - 2026 In het Politiek akkoord is de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn versneld en verbreed naar klimaatneutraal in 2040. De route naar energieneutraal is een integraal onderdeel van de route naar klimaatneutraal. Samen met onze inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en (regio)partners werken we verder aan het versneld stoppen van het gebruik van aardgas en andere fossiele brandstoffen zoals benzine en diesel. In deze collegeperiode ligt in dit programma de focus op energiebesparing, duurzame opwek via zon op dak, een passend energiesysteem (opslag, transport en omzetten van energie) en de uitbreiding en verdere verduurzaming van ons warmtenet. Deze focus is niet alleen nodig voor de beoogde versnelling maar ook voor het betaalbaar houden van de kosten voor energie in de huidige energiecrisis. In alle prestatielijnen worden verbindingen gemaakt met maatschappelijke partners, inwoners en bedrijven en ook onze interne opgaven en programma's worden verder uitgebreid en verstevigd.

We hebben voor deze collegeperiode drie hoofddoelstellingen benoemd waar we naar toe werken. Doelstelling 1: In 2030 besparen we in Dordrecht 30% energie ten opzichte van 2020 (we streven daarmee naar 10% extra ten opzichte van de 20% zoals in de RES 1.0 vastgelegd). Er zijn geen EFG-label woningen meer en waar het kan zijn de woningen geïsoleerd op het basisniveau. Uiterlijk in 2026 heeft geen enkele woning in Dordrecht nog enkel glas en hebben alle woningeigenaren een handelingsperspectief voor verdere verduurzaming.

*vanaf 2021 lineair doorgerekend aan de hand van doelstellingen RES 1.0 (20% reductie) en Ambities Dordrecht (30% reductie). Overige gegevens afkomstig uit Klimaatmonitor. Doelstelling 2: We zetten in op minimaal 20.000 WEQ in 2030, dat is circa 6.000 WEQ meer dan opgenomen in het basisscenario van de Transitievisie Warmte 2021. Voor 2026 streven we naar 12.000 WEQ.

Aantal aansluitingen op Warmtenet 25000 20000 15000 10000 5000 0 2019 2022 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Aantal WEQ/Jaar

Versnelling

Doelstelling 3: In 2026 wordt ons aandeel (minimaal 50%) in de regionale doelstelling van 0,37 Twh, in Dordrecht aan hernieuwbare energie opgewekt (RES) en zetten actief in op een bijbehorend toekomstbestendig en passend energiesysteem.

Elektriciteit in TWh 0,70 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Totaal energieverbruik elektriciteit [TWh] Hernieuwbare elektriciteit [TWh] Hoe zetten we hier op in? We prioriteren en passen de inzet vanuit de drie bestaande prestatielijnen energietransitie aan op de vernieuwde doelstellingen aan de hand van de ambitie 2040 in combinatie met de actuele situatie. Dit betekent dat we kunnen voortbouwen op hetgeen we de afgelopen periode hebben opgebouwd en bereikt en dit ook ruimte biedt om in te spelen op nieuwe vraagstukken vanuit die bestaande structuur. Zoals reeds aangegeven zal met name de inzet op de prestatielijn energiebesparing stevig geïntensiveerd worden. Hiervoor gaan we gebruik maken van de Routekaart Energiebesparing, die kort hierna ter vaststelling zal worden aangeboden. De routekaart verschaft inzicht in de omvang van de voorliggende opgave en geeft richting voor een passende aanpak en inzet per doelgroep. Op onderdelen worden er specifieke aanpakken nader uitgewerkt. Ook met onze partners. Zo worden via de taskforce Energiehulp met de corporaties afspraken gemaakt over de uitfasering van de EFG labels in corporatiebezit en gaan we samen aan de slag in gespikkeld bezit. We zorgen ervoor dat particuliere woningeigenaren handelingsperspectief hebben voor het verduurzamen van hun woning.

Ook voor VvE's wordt met partners een specifieker plan van aanpak uitgewerkt en wordt gekeken op welke onderdelen we ondersteuning kunnen bieden en hoe we dit gaan organiseren. Voor bedrijven zetten we in op handhaving (bijv op de C-labelplicht kantoren; energiebesparingsplicht), maar tegelijkertijd willen we samen met bedrijven aan de slag op de bedrijventerreinen (bedrijfsterreinenaanpak). Verder wordt er per prestatielijn een aantal speerpunten benoemd waar de komende collegeperiode inzet op wordt gepleegd. We laten hierbij ruimte om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden en keuzes in het kader van de route naar Klimaatneutraal in 2040. Welk besluit vraagt het college van de raad? 1. De voorgestelde doorstart met de inhoudelijke prestatielijnen voor de versnelling van de energietransitie vast te stellen. 2. Het gereserveerde bedrag van € 2,7 miljoen voor het Programma Energietransitie ter beschikking te stellen ten gunste van de benoemde prestatielijnen voor de periode van 20232026.

Welke inhoudelijke uitgangspunten stelt het college de raad voor? Het college stelt voor de volgende inhoudelijke uitgangspunten te hanteren in continueren en intensiveren van het beleid op energietransitie en het te doorlopen proces. We concentreren de inzet binnen het Programma Energietransitie grotendeels op drie van de eerdere vijf prestatielijnen. Het creëren van handelingsperspectief voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen en verenigingen en benutten van kansen staat centraal. De inzet op de prestatielijnen geeft uitvoering aan de versnelling van de energietransitie in Dordrecht tot en met 2026. Daarbij zetten we ook in op het versneld behalen van de ambities die we regionaal hebben vastgelegd. In Dordrecht willen we ruim voor 2030 ons aandeel in die ambities gerealiseerd hebben. Hierbij zetten we lokaal extra stevig in op het reduceren van energielasten door te intensiveren op energiebesparing. Zo helpen we onze inwoners en ondernemers en realiseren we meer dan de afgesproken bijdrage op weg naar 2030. Dat is ook nodig op weg naar een uiteindelijk klimaatneutraal Dordrecht in 2040. We realiseren ons hierbij ook dat er grote uitdagingen en opgaven voor ons liggen en laten dan ook ruimte om in te spelen op ontwikkelingen en acute vraagstukken die zich in deze transitie nog gaan voordoen.

Voor de realisatie van de presentatielijnen zullen we intensief samenwerken met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de stad en onze partners in het Energieakkoord Drechtsteden. Communicatie en participatie maken integraal onderdeel uit van de prestatielijnen en worden per onderdeel in de uitvoering nader uitgewerkt. De prestatielijnen: 1. Energiebesparing We bouwen door op de basis die we de afgelopen vier jaar hebben neergezet met onder andere de meerjarige communicatiecampagne Slim energie besparen, de Stimuleringslening Energiezuinig Wonen, en de inzet van energiehulpen die naast advies ook direct kleine besparende maatregelen in huis kunnen aanbrengen. We intensiveren de inzet op energie besparen met een duidelijke missie om alle E-F-G labels voor 2030 uit te faseren; met een sterke focus op enkel glas in deze periode. Daarbij zetten we in op een meer doelgroepgerichte aanpakken voor huurders, verhuurders, particuliere eigenaren, VvE's en ook een gerichte inzet op bedrijven en ondernemers. Hierbij dragen we zorg voor samenhang met de andere prestatielijnen zoals warmte en opwek maar ook andere opgaven en programma's die in de stad worden ingezet. Aanvullend hebben we, inspelend op de actuele energiecrisis en de gevolgen daarvan, een urgentie aanpak energiehulp opgezet.

Deze urgentieaanpak richt zich naast het direct dempen van effecten voor inwoners door toeslagen en compensaties, vooral op het realiseren van structurele verbeteringen in de woonsituatie zodat de kosten en het verbruik structureel lager worden en het wooncomfort wordt verhoogd. Samen met verschillende partners, waaronder de corporaties is hiervoor een taskforce opgezet. In november 2022 bent u geïnformeerd over het plan van aanpak Energiehulp voor huishoudens. Een meer gedetailleerde routekaart energiebesparing, waarin doelgroepen gecombineerd worden met de in te zetten instrumenten en aanpakken (o.a. EFG label aanpak), wordt op korte termijn aan uw raad voorgelegd. De speerpunten binnen de inzet vanuit energiebesparing zijn voor deze collegeperiode de volgende: a. Informeren en adviseren 1. Continueren van de communicatiecampagne Slim Energie Besparen de komende jaren met het doel mensen te informeren over besparingsmogelijkheden en gedragsverandering te bewerkstellingen. 2. Continueren informatiepunt Regionaal Energieloket. We evalueren de huidige inzet en doen een nieuwe aanbesteding voor een volgende periode.

b.

c.

d.

e.

Ondersteunen en stimuleren 1. Continueren van de Energiehulp en het blijven ondersteunen van bewoners die hun energienota niet of nauwelijks kunnen betalen. Het plan van aanpak Energiehulp voor huishoudens is daarbij leidend. De uitvoering wordt de komende jaren geregisseerd vanuit de Taskforce Energiehulp, waarin betrokken partijen, zoals de corporaties en de SDD, vertegenwoordigd zijn. 2. Inzetten op projecten/acties die tot handelingsperspectief leiden. Denk aan collectieve inkoopacties voor isolatie, HR++ glas etc. 3. Ontzorgen en ondersteunen van particuliere woningeigenaren die niet (volledig) op eigen kracht hun woning kunnen verduurzamen. Hiervoor zetten we een mix van communicatie, advies en begeleiding richting leningen/subsidies in, zoals de Stimuleringslening Energiezuinig Wonen. Zie ook ook onder b4. 4. Opstellen meerjarig Lokale aanpak koopwoningen en hiermee een aanvraag indienen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Dit programma biedt financiële ondersteuning voor woningen met een E-F-G label. We zetten hierbij zoveel mogelijk in op een integrale en gebieds(wijk of buurt)gerichte aanpak, met name in de kwetsbare wijken in Dordt West, en in samenhang met de warmtetransitie. In de aanpak maken we onderscheid in grondgebonden woningen en VvE's. Zie ook speerpunt b2 bij Warmte. Afspraken maken 1.

Met de corporaties maken we afspraken over de uitfasering van de E-F-G labels. 2. We starten samen met de corporaties een aanpak voor het verduurzamen van gemengd bezit. Concreet gaat het om een complex in Crabbehof en een complex in Wielwijk. Basis hiervoor vormt de samenwerkingsovereenkomst uit 2021. Zie ook speerpunt c2 bij Warmte. 3. We maken afspraken met de particuliere verhuurders in de stad over het verduurzamen van hun woningbezit. We informeren over het nieuwe wettelijk kader en indien noodzakelijk schrijven we ze aan. Bedrijven 1. Handhavende aanpak: inzet via OZHZ, de komende jaren gericht op de informatie/energiebesparingsplichtige bedrijven en de C-labelplicht van kantoren. 2. Stimulerend spoor: een bedrijfsterreinenaanpak, waarbij betrokken partijen (zowel intern als extern) en bedrijven met elkaar langs een gezamenlijke agenda invulling geven aan de opgave. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Hier wordt uitvoering aan gegeven door het team van vastgoed waarbij we vanuit het programma energietransitie wel actief samen werken om de beoogde resultaten te realiseren en gezamenlijke kansen te benutten. Via de agenda 2030 zijn hier middelen voor gereserveerd en recent is het eerste plan van aanpak voor de verduurzaming van het vastgoed aan college en raad voorgelegd.

Dit plan omvat de 1e zes panden die worden verduurzaamd, te weten de sportboulevard, een rijksmonument, een gymzaal, een Multifunctioneel centrum, een kantoorgebouw/loods) en duurzaamheidscentrum Weizigt. De vervolgstappen worden uitgewerkt, dat wil zeggen de daadwerkelijke uitvoering en implementatie van de maatregelen. Parallel daaraan wordt er door het projectteam een uitwerking gegeven aan de volgende fase van panden, die in de loop van 2023 in een concreet plan zal worden gevat. Daarnaast wordt de gevraagde versnelling van de verduurzaming (2040 i.p.v. 2050 energieneutraal) verder uitgewerkt en in beeld gebracht, inclusief de bijbehorende financiële consequenties.

2. Warmte We stimuleren actief de doorontwikkeling van het warmtenet in Dordrecht en schakelen mee op kansen die zich voor doen (o.a. bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en ingrepen in onze infrastructuur). De inzet is het aansluiten van 12.000 woningequivalenten in 2026 en 20.000 woningequivalenten in 2030. In 2021 is de Transitievisie Warmte vastgesteld. Hierin geven we als gemeente aan welk warmtealternatief waar de voorkeur heeft en globaal wanneer we aan de slag gaan met de transitie. Aansluiten op het warmtenet heeft voor de meeste wijken de voorkeur. Het gaat dan om

circa 40.000 woningen in met name de naoorlogse buurten met relatief hoge dichtheden en veel corporatiebezit. In veel wijken zijn de woningcorporaties al aan de slag om hun bezit aan te sluiten, zoals in Crabbehof, Sterrenburg, de Staart en Krispijn. Om te versnellen zetten we ook in op andere doelgroepen en hanteren we een buurtaanpak. Daarbij zijn de buurten en de woningen in die buurt die het dichtst bij het bestaande warmtenet liggen het eerst aan de beurt. Binnen die buurten pakken we het stap voor stap aan, met daarbij speciale aandacht voor VvE's en particulieren. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet direct haalbaar en betaalbaar is maken we tussenstappen door in te zetten op isoleren. Het aansluiten van corporatiebezit (tot 2025 via SAH) en VvE's zijn het vertrekpunt. Anno 2022 zijn bijna 6.800 woningequivalenten, waarvan ruim 2.000 woningen, aangesloten op het warmtenet. Woningen die zijn aangesloten op het warmtenet kennen een reductie van de CO2-uitstoot tot 70% t.o.v. een gasaansluiting. Zoveel mogelijk woningen aansluiten op het warmtenet levert dus een substantiële bijdrage aan Klimaatneutraal 2040. De afgelopen collegeperiode was Crabbehof de wijk waar we aan de slag zijn gegaan met een specifieke wijkaanpak (Eigenwij©k). Deze aanpak zetten we door, zodat Crabbehof in 2030 de eerste aardgasvrij(ready) wijk in Dordrecht is.

De speerpunten binnen de prestatielijn Warmte zijn voor deze collegeperiode als volgt: a. Informeren en adviseren 1. Via het Regionaal Energieloket kunnen inwoners zien welke voorkeursoptie voor warmte voor hun adres geldt. Dit maken we steeds specifieker en bouwen we gericht uit met meer informatie. b. Ondersteunen en stimuleren 1. We hanteren bij nieuwbouw de voorkeursvolgorde voor warmte: 1) aanwezige warmte, 2) op te waarderen warmte en 3) te maken warmte. Dit is een standaard onderdeel in de bouwenveloppen en in het omgevingsplan. 2. Voor bestaande woningen geldt dat zij zijn voorbereid op het warmtealternatief als deze op het basisniveau voor isolatie zit (zoals vastgelegd in de Nationale Standaard en Streefwaarden). Met het basisniveau is de gebouwde omgeving toekomstbestendig. Het doel is voor 2026 alle inwoners en gebouweigenaren die hier nog niet aan voldoen handelingsperspectief te bieden om het basisniveau te halen. Zie hiervoor ook speerpunten a1, a2, b2, b3 en b4 bij Energiebesparing. 3. De overstap naar een andere warmteoptie is op individueel niveau nog lang niet overal mogelijk. Maar we willen wel voortgang boeken. We hebben daarom in de Transitievisie Warmte een uitnodigingskader voor een gezamenlijke aanpak opgenomen. We gaan met initiatieven uit de samenleving, zoals VvE's, aan de slag en hen ondersteunen in de samenwerking.

Hiervoor zullen we een subsidieregeling op gaan zetten. 4. Voor de wijken die nu als voorkeur 'all-electric' hebben, zorgen we voor gerichte acties. Zie hiervoor ook speerpunt b2 bij Energiebesparing. c. Afspraken maken 1. Tot 2025 sluiten de woningcorporaties een groot deel van hun bezit aan op het warmtenet met financiële ondersteuning vanuit SAH. Voor de periode na 2025 gaan we nieuwe afspraken maken, waarbij we aansluiten bij nieuwe subsidiemogelijkheden vanuit het Rijk (WIS-subsidie). 2. Samen met HVC maken we in 2023 een kansenvlekkenplan voor het aansluiten van (grotere) VvE's en de eerste particuliere grondgebonden woningen langs het bestaande tracé van het warmtenet. We maken afspraken over het financieel aantrekkelijk maken van het aansluiten van deze doelgroepen. Crabbehof speelt hierin een belangrijke rol en we bepalen welke buurten er vervolgens aan de beurt zijn. We starten ook met de uitvoering. 3. We bereiden een herijking van de Transitievisie Warmte voor (vaststelling in 2026). Hierbij hebben we speciaal aandacht voor de verschillende wensen rond WKO, het warmtenet en de daarbij optredende drukte in de ondergrond.

Om de beoogde aantallen te realiseren en onze inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen in de transitie laten voeren we een verkenning uit naar de wijze waarop we, samen met onze partners, de wijkgerichte inzet op energiebesparing (naar aardgasvrij ready) en de warmt-transitie effectief en efficiënt kunnen organiseren in wijk- en/of tracé gebonden projecten.

3. Opwek hernieuwbare energie en energiesysteem In de RES 1.0 is vastgelegd dat we als regio in 2030 0,37 Twh aan hernieuwbare energie opwekken. Om in Dordrecht in 2040 klimaatneutraal te zijn is opwek van hernieuwbare energie een belangrijke pijler. Het eerste doel is daarom om al in 2026 minimaal de helft van de beoogde 0,37 Twh, dus minimaal 0,19 Twh aan hernieuwbare energie in Dordrecht op te wekken. Dit is niet alleen een versnelling maar ook een uitdaging met de beperkte ruimte die beschikbaar is in Dordrecht. Een toereikend en toekomstbestendige netcapaciteit en energie-infrastructuur zijn hierbij cruciaal. We zetten in op een proactieve samenwerking met Stedin om knelpunten te voorkomen of vroegtijdig te tackelen en stimuleren innovatie op het gebied van energie infrastructuur (o.a. met inzet van smart grids, opslag en lokaal energie delen). Opwek Vanuit de agenda 2030 is een reservering gemaakt voor het Zonoffensief Dordrecht waarmee uitvoering gegeven kan worden aan de gewenste versnelling van opwek van hernieuwbare energie door zon op dak en grondgebonden kansen op restruimten of door dubbel ruimte gebruik. Bij de Energie Coöperatie Dordrecht (ECD) is inmiddels een projectleider aangesteld om het Zonoffensief verder uit te werken en de beoogde doelgroep aanpakken uitvoering te geven.

Een grove indicatie van de totale potentie van zon op (bestaande) daken in Dordrecht is circa 175 MWp (dit betreft alle typen gebouwen). De potentiële energieproductie is circa 140GWh. Dit is voldoende om circa 50.000 huishoudens van duurzame elektriciteit te voorzien maar bij lange na niet genoeg om de gehele stad (inclusief bedrijven etc.) te voorzien. We zijn bij deze raming uitgegaan van een gemiddeld jaarverbruik per huishouden van ongeveer 2.800 kWh per jaar. Werkelijke verbruiken hangen af van het type woning en kunnen variëren van ongeveer 2.300 tot 4.500 kWh (landelijke gemiddelden). Ongeveer de helft van de gebouwen in Dordrecht wordt verondersteld ongeschikt te zijn voor plaatsing van zonnepanelen (redenen variëren van constructief ongeschikt tot ligging). Naar verwachting kan er in totaal in Dordrecht circa 105 MWp gerealiseerd worden op dakoppervlak dat zeer geschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen en circa 70 MWp op dakoppervlak dat geschikt is. De grote rol van zonne-energie in de energie mix op ons eiland en de wetenschap de potentie onder de huidige omstandigheden en voorwaarden onvoldoende is om aan de totale energievraag te voldoen betekent dat we de komende periode ook verder moeten blijven zoeken naar andere mogelijkheden en locaties voor opwek van hernieuwbare energie.

Dit vraagt ook om een evaluatie en mogelijke herziening van de huidige richtlijnen van onze Structuurvisie wind. Daarnaast heeft de provincie het verzoek gedaan opnieuw te kijken naar uitwerkingsgebieden voor grootschalige opwek van energie. Energiesysteem Bij het opstellen van de RES 1.0 is een uitgebreide analyse gemaakt van de netcapaciteit. Deze analyse zal door Stedin binnenkort worden geactualiseerd. De transitie vraagt een toekomstbestending energiesysteem waarin niet alleen transport van energie maar ook opslag en het delen van energie belangrijke onderdelen zijn. Een routekaart naar een toekomstbestendige energie-infrastructuur zullen we samen verschillende partners moeten inrichten waarbij ruimte moet zijn voor productontwikkeling en innovatie. De provincie werkt momenteel aan een provinciaal meerjarenprogramma energie infrastructuur en klimaat (pMIEK). We willen daar actief aan bijdragen en waar mogelijk een leidende rol pakken. Een passende energie infrastructuur is immers cruciaal voor onze inwoners en bedrijven. Daarbij zetten wij in op het hanteren van een voorkeursvolgorde waarbij we naast minder verbruiken de eerste gericht is op direct zelf gebruiken en/of eigen opslag, dan lokaal delen en als laatste het transporteren of omzetten van opgewekte energie.

Voor het WDO-gebied zijn we een aantal jaren geleden al een samenwerking gestart om de uitdagingen met betrekking tot de energie-infrastructuur proactief en vroegtijdig aan te pakken. Dit heeft er toe geleid dat het proces om te komen tot de realisatie van een nieuw 50KV station aanzienlijk is versneld. Deze samenwerking willen we stadsbreed doorvoeren. Daarnaast stimuleren we innovatie op het gebied van energie-infrastructuur, een eerste voorbeeld hiervan is dat we een onderzoek laten doen naar mogelijke scenario's van een passende infrastructuur wanneer we op Distripark daadwerkelijke zero emissie bedrijfsprocessen en logistiek willen realiseren. Dit gaat dus veel verder dan alleen duurzame gebouwen en we hopen uit dit onderzoek ook lessen te kunnen trekken voor andere bedrijfsterreinen en mogelijk ook wijken in onze stad. Hierbij zetten we dan ook in op de eerder benoemde voorkeusvolgorde. Momenteel zijn we voor dit project kandidaat in een gezamenlijke aanvraag voor het EU INTERREG project COPPER. Randvoorwaarden en voorbeeldgedrag: Als organisatie willen we zelf het goede voorbeeld geven. Dit betekent niet alleen dat we de randvoorwaarden voor de transitie goed op orde moeten hebben en moeten borgen maar ook dat we de transitie zichtbaar maken in onze eigen organisatie en dit ook uitdragen naar onze relaties. Daarvoor organiseren we onder andere de volgende zaken.

Omgevingsvisie De leefomgeving staat onder druk, er zijn veel ontwikkelingen die een claim leggen op de beschikbare ruimte. Denk hierbij aan klimaatadaptatie, energietransitie en de relatie met het buitengebied. In 2021 is de Omgevingsvisie 1.0 (OGV) vastgesteld. Hierin zijn de ruimtelijke ambities en beleidsdoelen van Dordrecht op de lange termijn beschreven. De visie vormt de basis voor verdere uitwerking in omgevingsprogramma's en toetsbare regels in het omgevingsplan. In het politiek akkoord 2022-2026 zijn de ambities aangescherpt en accenten verlegd. De 2.0 versie moet hierop worden aangepast om de doelstellingen waar te kunnen maken. Daarnaast gaan we aan de slag met het vertalen van de visie in omgevingsprogramma's. Vanuit het Programma Energietransitie zorgen we ervoor dat er een goede ruimtelijke vertaling komt en dat deze in de Omgevingsvisie 2.0 terecht komt. Regionale Energiestrategie Samen met de regiogemeenten is de RES 1.0 vastgesteld en werken we gezamenlijk aan de ambities en doelen die daarin zijn vastgelegd. We dragen zorg voor periodieke voortgang en herijking wanneer nodig. We werken teven intensief samen op belangrijke thema's zoals energieinfrastructuur, energiesystemen en arbeidsmarktvraagstukken.

We brengen hierbij ook regionaal de Dordtse vraagstukken in en dagen de collega gemeenten ook uit om mee te bewegen in de grotere ambities die Dordrecht zich inmiddels heeft gesteld. Voorbeeldrol intern We hebben het Manifest MVOI ondertekend. In dat kader komen we met een actieplan MVOI waarbij we zowel het inkoopbeleid zelf verduurzamen, als concrete inkooptrajecten benoemen met hoge duurzaamheidsambities. Bij uitstek in onze eigen organisatie geven we invulling aan circulair denken en handelen en duurzame mobiliteit, via onder andere inkoop en aanbesteding. We nemen daarnaast ook de ambtelijke organisatie mee in deze transitie om eigenaarschap en ambassadeurs voor de stad te creëren. Met welke beperkingen moet de raad rekening houden? Het zijn onrustige tijden. Niet alleen zorgt de geopolitieke onrust voor de huidige energiecrisis, we bevinden ons ook in een tijd van krapte zowel op de arbeidsmarkt als qua materiaal en grondstoffen. Deze factoren kunnen de reikwijdte en snelheid van de gewenste versnelling van onze energietransitie behoorlijk beïnvloeden. De transitie blijft dus net als afgelopen periode een zeer dynamisch traject waarbij we medeafhankelijk zijn van landelijke richtlijnen, kaders en wetgeving om dit tot een succes te maken.

Daarnaast dienen we ons bewust te zijn van onze 'beperkte' rol, iedere gebouweigenaar zal in eerste instantie zelf afwegingen maken over benodigde aanpassingen en investeringen die wenselijk zijn.

Welk proces stelt het college de raad voor? Met deze doorstartnotitie Programma Energietransitie 2023 – 2026 bouwen we voort op wat er de afgelopen vier jaar is gerealiseerd en in gang gezet. Deze notitie en de prestatielijnen bevatten de gevraagde focus en versnelling op onderdelen waar dit noodzakelijk is vanwege de actualiteit rondom betaalbare energie en de ambities voor 2030 en 2040. Voor de uitwerking van onderdelen en aanpakken zult u als raad voorstellen voorgelegd krijgen. De prestatielijnen zijn ook voor deze periode niet in beton gegoten en bieden ruimte voor inzetten op nieuwe ontwikkeling. Daarnaast wordt er gewerkt aan een startnotitie Dordrecht Klimaatneutraal 2040. Daarin worden de opgave en de transitiepaden daar naar toe aan de raad voorgelegd. Het Programma Energietransitie is een integraal onderdeel van die route naar 2040 en de voorgestelde inzet draagt daar wezenlijk aan bij maar kan ook worden bijgesteld als dat nodig is aan de hand van de koers die naar 2040 wordt vastgesteld. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Bij de behandeling van de gemeentelijke begroting is voor de het programma energietransitie een bedrag van € 2,7 miljoen gereserveerd in de reserve PA 2022-2026 Versnelling Energietransitie. De inzet van dit budget zal gekoppeld worden aan de prestatielijnen en de daarin benoemde resultaten.

Wij stellen voor het gereserveerde budget hiervoor beschikbaar te stellen. Conform nota reserves en voorzieningen worden de werkelijk gemaakte kosten jaarlijks aan de reserve onttrokken.

2023

2024

2025

2026

Totaal

Lijn 1 Energiebesparing

375.000

375.000 375.000

375.000

1.500.000

Lijn 2 Warmte

125.000

125.000 125.000

125.000

500.000

Lijn 3 Opwek en energiesysteem

100.000

100.000 100.000

100.000

400.000

Randvoorwaarden en voorbeeldgedrag

75.000

75.000

75.000

75.000

300.000

Totaal

675.000

675.000 675.000

675.000

2.700.000

Er is ook zicht op aanvullende middelen vanuit het Rijk in het kader van uitvoeringskosten klimaatakkoord gemeenten. Deze middelen zullen worden aangewend om de inzet op de energietransitie en de route naar klimaatneutraal uitvoering te geven en te versnellen of verbreden waar mogelijk en/of nodig. Over de specifieke inzet zal nadere besluitvorming plaatsvinden op het moment dat de middelen worden toegekend. Aanvullend wordt de inzet van de omgevingsdienst (OZHZ) op energie nu gefinancierd op basis van incidentele (programma) middelen. Aangezien de inzet van de OZHZ op energie nu echt een structurele taak, net als op veiligheid, wordt zullen we bij de kadernota een voorstel doen om deze inzet structureel te financiering in plaats vanuit deze incidentele middelen. Afsluitend Met het vaststellen van deze doorstartnotitie en het beschikbaar stellen van de bijbehorende reservering kan de doorstart naar een programma energietransitie met daarin bestaande en nieuwe inzet en instrumenten direct gemaakt worden. Voor de uitwerking van bepaalde onderdelen en specifieke inzet zullen we de raad voorstellen voorleggen of actief informeren. Dit geldt onder andere voor initiatieven vanuit het Zonoffensief, specifieke aanpakken op energiebesparing en ook met betrekking tot ontwikkeling in het kader van het energiesysteem.

Ook zal u middels de startnotitie klimaatneutraal 2040 richting kunnen geven aan de route daar naar toe en de inzet vanuit de verschillende programma’s en opgaven daarbinnen.

Wat kan de raad de komende maanden verwachten: 1. Q1 maart 2023 Routekaart energiebesparing 2023-2030 2. Q1 maart 2023 Startnotitie Klimaatneutraal 2040 3. Q2 april 2023 Update uitwerking Transitivisie Warmte/kansenvlekkenkaart met daarop kansrijke aansluitingen voor warmtenet langs bestaande tracé (RIB) 4. Q3 juli 2023 Voortgangsdocument Regionale Energiestrategie (RIB) 5. Q3 september 2023 Subsidieregeling uitnodigingskader Warmtetransitie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/680/documents/23336