Brief van Stichting het Wantij inzake koers verleggen Stadswerven natuurgebied.pdf
Tekst van het document
Stichting Het Wantij web: mail: tel:
hetwantij.com hetwa ntij @ h otm a i I. com 06- 361 65 537
Stichting Het Wantij Plein 1940-1945 nr. 53
3313 CV Dordrecht
30 januari 2021
Aan gemeenteraad Dordrecht, Onderwerp: Stadswerven water- en oever natuurgebied, oud en nieuw denken. Verzoek nu daadwerkelijk de koers te verleggen.
Geachte raadsleden, Al vanaf 2006 wordt door Stichting Het Wantij het inzicht naar voren gebracht dat de ontmanteling van natuurwaarden op Stadswerven dient te worden tegengegaan. Dit inzicht wordt steeds meer gedeeld vanuit het wereldwijde bewustzijn en de opgedane kennis over de (teloorgang van en) wisselwerking tussen afname van de biodiversiteit en klimaatverandering. Er lijkt eindelijk een koerswijziging van het college te zijn wat betreft Natuurinclusief bouwen. Zie antwoord op vraag 4 in de "antwoordbrief van 11 dec. 2020 op de vragen RIB visie Staart (motie natuurlijke oevers)". Zie ook het artikel op de site van Stichting Het Wantij van zondag 31 januari. Een koerswijziging voor de oevers laat helaas nog op zich wachten: nog steeds wordt ook volgens deze brief doorgegaan met de plannen om de natuur op de bodem en aan de oevers te vernietigen. Dit wordt als volgt verwoord in antwoord: uiteraard wordt rekening gehouden met de Natuurbeschermingswet: lees "ontmanteling van de natuur". Er heeft ook geen compensatie plaatsgevonden langs het Wantij in Stadswerven. Dat de ontmanteling niet zorgvuldig is gedaan, is u bekend, met als gevolg stillegging van diverse oeverprojecten door OZHZ en heeft helaas geleid tot de noodzaak aangifte te doen betreffende de oever van Schaerweide.
Het plaatsen van drijvende natuur zoals het college van plan is, is geen compensatie en staat gelijk aan pleisters plakken. Het kan hoogstens dienen als aanvulling, niet als compensatie en is bovendien niet duurzaam.
Stadswerven natuurgebied Stadswerven, was en is zondermeer een natuurgebied. Dat was het op het land en is het voor een deel nog steeds in het water, de bodem en aan de oevers. We moeten koesteren wat daar nog van over is en er alles aan doen om de natuurwaarden daar te stimuleren en weer op te bouwen. Niet alleen omdat dit een bijzondere geschikte locatie is voor allerlei dier- en plantensoorten, maar ook omdat het de toegangspoort is tot de Biesbosch en de poort naar en van de Delta t/m het Haringvliet. Het college wil echter niets weten van een
1
toegangspoort met Biesboschnatuur: het gebied van Stadswerven mag geen gebiedseigen natuur hebben...
Het college erkent, eindelijk, in genoemde brief dat zoetwatergetijdennatuur van grote waarde is en veel kan bijdragen aan de biodiversiteit. Vooral omdat het gebiedseigen is moeten daarop ingezet worden, aldus het college. U begrijpt muziek in de oren van Stichting Het Wantij! Maar dan, een flinke valse aanslag: dat verhaal geldt alleen maar tot de Prins Hendrikbrugü! Begrijpt u het nog, begrijpen de dieren het nog? Laten we proberen deze valse tonen te verwijderen door te kijken naar het grotere plaatje. Het Wantij is de slagader vanuit het brongebied de Biesbosch, voor de rest van de Delta. Dieren hebben al vele barrières te overwinnen in het gedeelte van de Oude Maas tussen Dordrecht en Zwijndrecht. Daar vinden we bijna alleen maar harde ontoegankelijke oevers. Gaan we die barrière dan ook nog vergroten door die te vergroten/verlengen tot en met de Prins Hendrikbrug? Nu zien we nog steeds dat overal langs de oevers van Stadswerven de bever zijn leefgebied heeft; dat gaat bij onveranderd beleid snel veranderen. Het college beroept zich er steeds (als een mantra) op dat bestaande, met de raad afgesproken kaders, het onmogelijk maken hier veranderingen aan te brengen. Zelfs oppositiepartijen die het initiatief tot de motie 'Natuurlijke Wantijoevers' namen, durven het tot nu toe niet aan om hieraan te tornen.
Terwijl vele raadsleden wel degelijk het inzicht hebben dat de huidige afbraak van oevernatuur ten hemel schreiend is, een schandvlek voor het groene imago van deze gemeente. Het leidt tot situaties waarin de ontkenning van de aanwezigheid van zeer belangrijke natuurwaarden schrijnende vormen aanneemt. Bijvoorbeeld een advocaat van de gemeente die tijdens een bezwaarprocedure liet weten dat er niets en dan ook niets gaat veranderen aan de plannen van de gemeente. Dat puur gezonde bomen toch wel ziek zouden worden. Dat er geen onderzoek naar mogelijke aanwezigheid van de Rivierrombout plaats vindt in de juiste periode. Dat vondsten van bureau Vertigo vaak worden genegeerd, of niet geloofd, bijvoorbeeld met de redenering dat de achtergebleven huidjes van deze libelle op de vindplaats daar met de wind zijn gekomen; 'Je kan ze net zo goed vinden op de trappen van het stadhuis', aldus de ecologe van het NWC. Toen de gemeente het kennelijk nodig vond, was er plotseling een synchroon optreden van twee columnisten, in AD en Dordt Centraal: Verontwaardiging over het stilleggen van de werkzaamheden door de omgevingsdienst, het gebruik van termen als terreurlibelle, een libelle die gebruikt wordt, terwijl die er zelf niets van weet, etc., etc. Allemaal voer voor de onderbuik van de lezers.
Dit alles met de bedoeling de feiten die Stichting Het Wantij aan het licht heeft gebracht te verdoezelen. Nog steeds argument van het gewenste beeld Het tot nu toe door het college gewenste beeld, is het beeld van verstedelijking en verstening, in beton en staal gegoten oevers met in het gunstigste geval een sierrandje vernette natuur in de vorm van keurig aangeplante rijen bomen, gemaaide gazons die het versteende voetpad omlijsten. Dat heeft vast wel z'n charme en kan mooi gevonden worden, maar is diametraal tegen de opgaven waar we, zeker in deze tijd, voor staan en wat tegen het wezen, de gebiedseigen Biesbosch getijdennatuur natuur, van deze plek is.
2
Ook in de tijd dat hier hard werd gewerkt op de werven op de Staart, was er veel natuur. Juist dit soort gebieden, bedrijfsterreinen, blijken hoge natuurwaarden te hebben. Er zijn zeer recente onderzoeken die dat onderbouwen. Er was in de tijd van de werven nog geen vernetting en extreme verstening en er was betrekkelijke rust in grote delen van het gebied. Het Watertorenterrein was ook een rustgebied: de Watertoren met bassins er omheen en de gebouwen voor de energieopwekking en distributie: Alle door hekken omheind, rust-, schuil- en foerageergebied voor vele dieren.
Op oude foto's van Stadswerven vallen de imposante rijen met bomen op, vooral aan de Maasstraat. Op andere foto's zien we de natuurlijke begroeiing met bomen, vaak wilgen, aan de oevers tussen het stortsteen, die de Staart omlijsten. Ook op andere plekken zoals op het Watertorenterrein kregen bomen nog de kans om op natuurlijke wijze zelf een plek te kiezen en op te groeien in plaats van een plaats toegewezen te krijgen. Dat in tegenstelling tot de plaats die ze nu krijgen: Op de cm uitgekiend, zodat er parkeerplaatsen tussen passen en kabels en leidingen de ruimte krijgen en mensen volledig beslag kunnen leggen op de oevers om te recreëren met een glas in de hand aan het water op betonnen trappen, proostend op de zonsondergang met een volledig onbelemmerd uitzicht. Mooi ja, dat kan je vinden, smaken verschillen, maar hoe dan ook, erg eendimensionaal gedacht, puur op het veronderstelde directe belang van de mens gericht.
Stadswerven is toch nog steeds natuurgebied maar wel onder zeer grote druk, met vele dreigingen. Zoals u bekend uit o.a. de brief code rood uit 2019 van de Stichting is dit gebied, zeker aan de oevers, een belangrijke verbinding voor dieren naar en van de rest van de DELTA, maar het is ook een bijzonder natuurgebied: Bijzonder, omdat zich op alle bodems langs de oevers over vele decennia zand heeft afgezet. Zand afkomstig uit voornamelijk de drie grote rivieren waarmee het Wantij hier is verbonden. Dit blijkt zeer geschikt leefgebied voor bijzondere en bedreigde soort libelle te zijn: de Rivierrombout. Maar ook leefgebied voor vele andere dier- en plantensoorten. Zoals voor de bever en vleermuizen, ijsvogel, etc. Aan dat leefgebied maakt deze gemeente stap voor stap en in rap tempo een einde: zand van de bodems wordt afgegraven om het stortsteen voor de oevers te verwijderen, er nieuwe oevers te plaatsen, vaak een stuk verder in het water dan voorheen, damwanden worden geplaatst, betonnen trappen of basalten gladde oevers gemaakt. Op die manier wordt het gewenste beeld gerealiseerd, wereldvreemd aan wat het gebied in werkelijkheid aan potentie heeft. Alles binnen de met de raad afgesproken kaders... Er is heel veel meer vernietigd dan u als raadsleden bekend is.
Tijdens allerlei procedures die door de Stichting zijn gevoerd in een poging waardevolle natuur te behouden en door opvragen stukken via WOB-procedures is veel informatie verzameld en na bestudering veel inzicht in de werkwijze van deze gemeente verkregen. Hier volgt een kleine opsomming van wat zoal vernietigd is:
-Er is al zo'n 1000 meter aan zandige oevers/bodems vernietigd: Zeer opvallend is dat in iedere fase daadwerkelijk onderzoek naar de aanwezigheid van de Rivierrombout ontbrak.
3
-Vaak waren deze oevers begroeid met bomen die zich al zo'n 60 jaar geleden op natuurlijke wijze genesteld hebben tussen de basaltkeien. De bomen wisten zich daar op bewonderingswaardige wijze te handhaven door hun wortels tussen en om de keien heen te leggen. Daarbij waren/zijn hun de wortels onderhevig aan het getij: een uitzonderlijk ecotoop van essen, esdoorns en wilgen. De meeste van deze bomen zijn verwijderd.
-Deze bomenrijen aan de oever van het Watertorenterrein vormden een belangrijk foerageergebied voor meerdere soorten vleermuizen. Onderzoekers die in mei 2007, toen de eerste graaf- en sloopwerkzaamheden werden uitgevoerd, het Watertorenterrein bezochten om rapport te maken van de aanwezigheid van vleermuizen, waren ontredderd: 'Hoe kunnen we ons werk doen als de sloop van gebouwen en het afgraven van de oevers al gaande is?' Om een goed beeld te krijgen van het gebruik van dit gebied door vleermuizen, dient onderzoek plaats te vinden t/m september, zo lezen we. -Zo ging het dus verder met het afgraven van de oevers; geen enkel onderzoek naar de Rivierrombout, terwijl duidelijk wordt beschreven in de quickscans van onderzoekers dat de verzande ondiepe bodems met de aanliggende vegetatie heel geschikt ecotoop is. Waardenburg weet bij het stuk oever waar zij onderzoek doen nog te adviseren om een ontheffing voor de Rivierrombout aan te vragen. Deze wordt ook verkregen, maar zonder dat er sprake was van enige compensatie. Altijd is weer het argument: Elders, even verder, is er genoeg van dit ecotoop. Totdat alles is verdwenen of zal zijn verdwenen... -Bij de Werf van Schouten, waar nu de woonarkjes liggen was een voor de Rivierrombout uitermate geschikte langzaam oplopende zandige bodem en oever ontstaan tussen de daar liggende "loopbruggen/steigers". Ook daar is niets van over.
-De Watertoren met aanliggende gebouwtjes was van groot belang voor vleermuizen. Tijdens het slopen en verbouwen ervan werd door het Ministerie van LNV nog een "last onder dwangsom uitgebracht".
Het gaat natuurlijk niet alleen om vleermuizen en Iibelles, maar om een zeer groot aantal dier- en plantensoorten, die minder door de wet beschermd zijn. Denk aan de ijsvogel en aan de spechten, waarvoor oude bomen en op het water overhangende takken van groot belang zijn. -Maar nog even verder: in 2018 werden in de kade aan het Energieterrein 10 nesten ontdekt van de Boerenzwaluw; een bijzonderheid voor het eiland van Dordrecht. Deze zijn vernietigd! Waardenburg heeft in hun rapportje nog een poging gedaan hiervoor aandacht te vragen door de gemeente aan te spreken op het naar buiten uitgedragen imago goed voor dieren en natuur te zijn. In het geval dat de nesten niet behouden zouden kunnen worden, vanwege de gewenste stroomlijning van de oever en het plaatsten van betonnen trappen, dan adviseerden ze de gemeente faunatorens en nestkasten voor de zwaluwen en de ook aanwezige vleermuizen te maken. Niets van dat alles is gebeurd. De gemeente beweerde vanaf het begin van de ontwikkeling in 2005/2006 dat het gebied arm aan natuur was; hoe durf je!
4
-Veel bomen, ook verder van de oever af, dus meer landinwaarts, werden verwijderd, denk aan de kring van vijf grote wilgen, die mooi hadden gestaan bij de ingang van de latere parkeerplaatsen van Schaerweide: Om deze optimaal gezonde wilgen weg te krijgen ging men zelfs zo ver te beweren dat deze wilgen toch wel de watermerkziekte zouden krijgen. Ook pogingen van de Stichting tot overleg met projectontwikkelaar, werd door de gemeente geblokkeerd en een laatste door Stichting het Wantij uitgewerkt voorstel om de bomen in te passen in de bestaande parkeerplannen, werd van tafel geveegd. Lastige club die Stichting; dat sprak uit alles... U weet, de Stichting heeft een grens getrokken: de laatste bomenrij op het Watertorenterrein staat er nog, dankzij nu al driemaal gewonnen rechtszaken...
-Volgens de gemeente zijn de bomen, die nu dankzij de rechtszaak zijn behouden, nauwelijks van belang voor foeragerende vleermuizen of vogels, laat staan voor vleermuizen. Vleermuizen die deze bomenrij gebruiken om te foerageren en het Wantij over te steken naar de bomen van de landtong naast DordtYart. De gemeente bleef dit beweren totdat de Stichting een WOB-verzoek indiende; toen bleek dat er zich NB in de zeer nabijgelegen brugpijler van de Prins Hendrikbrug een onderkomen van vleermuizen bevond! Dat was nooit eerder gemeld... Deze laatste bomenrij vormt, samen met de er achtergelegen struiken en het bloemrijke graslandje nog een laatste niet volledig vernet en aan het gewenste beeld voldoend ecotoopje. Overal vind je aan de takken en boompjes vraatsporen van de bever die daar bovendien hoog op de oever een leger heeft bij hoog water. Een mooi contrast met het ernaast gelegen onbegroeide kale oevergedeelte van Schaerweide. Hier zouden bewoners, wandelaars en anderen kennis kunnen nemen van hoe natuur die decennia aan zichzelf wordt overgelaten er uitziet en welke rijkdom dat tot gevolg heeft. Een lust voor het oog. -Ter hoogte van Stadswerven bij de Merwedestraat, moest vanwege de sloop van woningen een mussenkolonie en verblijfplaatsen van vleermuizen verdwijnen. Ondanks advies door de onderzoekers daartoe, is er geen vervangende plek voor deze dieren gekomen.
We vragen u, namens de bomen, dieren en planten in dit nog resterende stukje natuur te beschermen en samen de weg terug te vinden naar een herwaardering van de aanwezige oevernatuur op Stadswerven: een bijzonder gebied waard om te behouden en te koesteren. Als u het wilt kan het voor Stadswerven een keerpunt worden van de oude manier van denken naar het denken dat in de nieuwe tijd vereist is. De tot nu toe geharnaste houding van het college en ambtenaren is onacceptabel en schadelijk voor herstel van biodiversiteit. De gebruikte argumenten om geen koersverandering in te zetten zijn ondeugdelijk. Afgesproken kaders kunnen door voortschrijdend inzicht veranderen: ALS U DAT WILT.
Hoogachtend, Namens het bestuur,
5
C. Goosen, secretaris
H. van der Ploeg, voorzitter
6