brief aan cie def2.pdf
Tekst van het document
Van Platform Spoor en Geluid Dordrecht p/a Korte Scheidingsweg 35 3312 JM DORDRECHT Aan Gemeenteraad Dordrecht cie Fysieke Leefomgeving, Postbus 8 3300 AA Dordrecht
Datum: 27 januari 2021 Onderwerp: Reactie op besluit op Handhavingsverzoek bestemmingsplan Reeland/emplacementsvergunning vanwege illegaal gebruik opstelsporen 31 en 32 Merwede/Linge lijn; Prorail Regio Randstad Zuid c. c. : College van Burgemeester en Wethouders Bijlagen: 1. deel motivatie uitspraak rechtbank Rotterdam op 4 oktober 2019, ECLI:NL: RBROT 2. deel verweer van OZHZ in beroep m.b.t. opstelsporen 3. kaart en bestemmingsomschrijving railverkeer bestemmingsplan Reeland 4. kaart vigerend bestemmingsplan de Schil (2011) en bestemmingsomschrijving
Geachte commissie, Het platform heeft van B&W via de OZHZ op 14 januari 2021 het besluit op ons handhavingsverzoek ontvangen. Ook ontvingen we een afschrift van de aanzegging aan ProRail d.d. 14 januari 2021 in het kader van ons handhavingsverzoek gedaan in 9 juni 2020 en ons rappel 21 december 2020. Ons handhavingsverzoek betrof het verzoek om de uitspraak van de rechtbank Rotterdam op 4 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT, te handhaven. Het betreft de uitspraak in het kader van het illegaal parkeren van de treinenstellen van Qbuzz op de voornoemde sporen van wege geluid en strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Wij benaderen uw commissie opnieuw omdat u in uw vergadering van 9 september 2021 hebt aangegeven het antwoord van B&W op ons handhavingsverzoek te willen behandelen in uw commissie. Het besluit van B&W baart ons namelijk grote zorg. We verzoeken u als commissie/raad om aan B&W het volgende verzoek voor te leggen/op te dragen: Gezien de nu al meer dan 8 jaar durende onduidelijkheid rond het ongewenste illegale gebruik van sporen 31a en 32a B&W op te dragen een besluit te nemen waarbij het bestemmingsplan Reeland correct wordt toegepast of aangepast waardoor het parkeren van treinen, het zogenaamde overstaan niet (meer) plaats zal vinden.
Dit conform de motivatie (bijlage 1) bij de uitspraak van de rechtbank Rotterdam op 4 oktober 2019, ECLI:NL: RBROT op ons bezwaar inzake het gebruik van de sporen 31a en 32a als opstelsporen; Deze motivatie is tot stand gekomen na uitvoerig onderzoek door de rechtbank zelf (in een 2e zitting) dat het gebruik van deze sporen 31a en 32a nooit is vergund. 1
We motiveren ons verzoek als volgt. Het lijkt erop ‘dat de slager telkens zijn eigen vlees keurt’ als het gaat om de rol van de OZHZ in het dossier sporen 31a en 32a Crayensteinstraat. Immers telkens bij behandeling komen we OZHZ tegen die advies mag geven nu in het kader van het handhavingsverzoek zijn zij de partij die het college van B&W geadviseerd heeft mbt ons handhavingsverzoek. I.
Last onder dwangsom voor de ondervonden geluidsoverlast
Besluit 1. Honereren wij uw handhavingsverzoek voorzover dat betrekking heeft op door omwonenden ondervonden geluidoverlast en leggen wij aan ProRail een bij dit besluit gevoegde last onder dwangsom op om verdere overtreding van het bepaalde………. Reactie van platform en bewoners Deze dwangsom lijkt proportioneel maar heeft in de praktijk weinig gewicht immers Prorail krijgt 6 maanden de tijd om zich aan te passen. Daarnaast is heel onduidelijk hoe de handhaving er dan uit gaat zien. Moeten wij als bewoners dan telkens gaan bellen of geluid gaan meten? Nog veel problematischer is, is dat het zeer storende geluid van de generatoren/ airco’s is weg gesaldeerd (toepassing rekenmethode) en onder de norm is gekomen. Een ‘trein in een woonwijk’ zoals de rechter het noemt meten met normen voor een industrieterrein blijft voor de bewoners onverklaarbaar.Ook de opmerking dat de gemeente eea in goed overleg met Prorail wilt oplossen wekt geen vertrouwen dat onze rechten als burgers een goede plaats krijgen. Fundamenteler is echter de ontkenning dat het opstellen, het zogenaamde overstaan niet illegaal is. II.
Strijdigheid met het bestemmingsplan Reeland
Besluit B&W 2. Zien geen aanleiding handhavend op te treden jegens ProRail en wijzen wij uw handhavingsverzoek dat betrekking heeft op vermeende strijd met het bestemmingsplan Reeland af aangezien daarvoor een grondslag voor handhavend optreden ontbreekt. Citaat uit: Besluit op uw handhavingsverzoek, 14 januari 2021 Naar onze mening kan niet worden gesteld dat het parkeren in strijd is met het geldende bestemmingsplan c.q. het overgangsrecht. De bestemming 'railverkeer' is niet dusdanig gespecificeerd dat op basis daarvan kan worden gezegd dat gebruik als 'emplacement' wordt uitgesloten. Het geldende bestemmingsplan geeft geen nadere omschrijving, waardoor ook het opstellen onder de bestemming valt. Het voorgaande betekent dat er op dit moment geen redenen bestaan jegens ProRail over te gaan tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen wegens het parkeren in strijd met het geldende bestemmingsplan Reeland. In verband hiermee wijzen wij voor dit onderdeel uw verzoek tot handhaving van 9 juni 2020, aangevuld op 11 juli 2020, af. Reactie van platform en bewoners Dit bovenstaande gaat geheel in tegen wat de rechter heeft vastgesteld in zijn arrest van 2019 namelijk dat het overstaan, lees parkeren nooit vergund is geweest. Zie bijlagen 1 en 2 en citaat uit bijlage 1:
2
Saillant is ook dat Prorail begin januari 2021 aan de gemeente meldde een eerder toegezegd onderzoek naar alternatieve opstellokaties niet meer te zullen uitvoeren. Deze afspraak zo bleek was al sinds de zomer van 2020 gemaakt tussen de gemeente en Prorail. Het meest schrijnende is dat het niet klopt wat OZHZ aangeeft dat ; ‘De bestemming 'railverkeer' is niet dusdanig gespecificeerd dat op basis daarvan kan worden gezegd dat gebruik als 'emplacement' wordt uitgesloten. Het geldende bestemmingsplan geeft geen nadere omschrijving, waardoor ook het opstellen onder de bestemming valt. Het opstellen nooit vergund is geweest op grond van een eerdere bestemmngsplannen (Transvaalbuurt en Indische buurt-zuid (2002) of Land van Valk (1995). Er was juist in 1994 aangegeven dat er geen opstelsporen langs de Crayensteyn/Transvaalstraat zouden komen. Het bovenstaande opstelling OZHZ is onbegrijpelijk omdat juist het opstellen van treinen niet is opgenomen in de gebruiksvoorschriften van de bestemmingsplannen en ook redelijkerwijs vanwege de eerder in 1994 toegezegde en het overeengekomen gebruik afgezien zou worden van opstellen . Plots wordt nu een suggestie gewekt dat er alsnog gebruik kan worden gemaakt en dat gebruik kan worden gelegaliseerd. We vinden dat de wereld op zijn kop immers in het bestemmingsplan Schil is het spooremplacement afwijkend omschreven (bijlage 4).
Logischerwijs zou dan een bestemming ‘emplacement’ voor het deel Crayensteynstraat/Transvaalstraat ook al als zodanig zijn aangegeven in het daarvoor geldend bestemmingsplan maar dat is niet het geval (bijlage 3). Alles wijst erop dan ook op dat het overstaan/parkeren nooit vergund is geweest en dat ook niet gewenst is om te legaliseren immers het is geen emplacement maar heeft de duidelikjk de aanduiding railverkeer. Het is OZHZ die in een reactie op ons bezwaar tijdens de behandeling bij de rechtbank zelf ook aangeeft dat er in het verleden geen overstaan op de sporen 31 en 31 plaatsvond; letterlijk schrijven ze ; … STAB constateer terecht dat de sporen 31 en 32 in dat kader niet zijn benoemd…….. Dat OZHZ zichzelf nu in verglijking met een eerdere uitspraak weer tegenspreekt vinden wij onbegrijpelijk en ook schrijnend zeker als B&W wordt geadviseerd. Wij vinden dit nog pijnliijker daar het al jaren bekend is dat dit niet klopt en dat burgers en gemeenteraad al vele jaren vinden dat de treinen niet opgesteld horen te worden in een woonwijk. We moeten vaststellen dat er sprake is van een tunnelvisie bij OZHZ, we hebben hen nu al jaren in deze discussie samen met ProRail steeds hetzelfde horen zeggen bij elke mogelijkheid tot repliek of advies. Helaas ontkomen wij danook niet aan de constatering: ‘Het is de slager die ook zijn eigen vlees keurt’.
De uitspraak van de rechtbank onderbouwd door een onafhankelijk oordeel lijkt geen gewicht in de schaal te leveren voor OZHZ. Het lijkt erop dat alle ambtenaren en Prorail telkens opnieuw proberen hun gelijk te willen halen als ze weer moeten adviseren over de kwestie sporen 31 en 32. Wij vragen u dan ook als commissie en raad B&W te wijzen op deze forse ommissie en hen te verzoeken / op te dragen alles in het werk te stellen om het bestemmingsplan Reeland aan te passen aan de gerechtelijke uitspraak en even zo ook het nog te nemen deelbesluit in het kader van het de emplacementsvergunning hiermee in overeenstemming te brengen. In onze ogen betekent het ook dat de bestemming railverkeer nooit gebruikt kan worden als emplacement en de emplacementsvergunning dan ook gecorrigeerd dient te worden. Immers het gebruik van de juiste aanduiding en voorschriften wordt wel gevonden in het bestemmingsplan Schil.
3
Tenslotte Het zou in onze ogen een gotspe zijn dat de bewoners nu weer naar de bestuursrecht moeten om daar bezwaar aan te tekenen voor het onderdeel bestemmingsplan Reeland van het besluit op hun handhavingsverzoek van 9 juni 2021 met in het vooruitzicht een procedure van jaren. Ondertussen blijven de treinen maar staan. Nogmaals, al meer dan 7 jaar zijn we aan het procederen om deze illegale treinen weg te krijgen. Het is voor ons belangrijk dat elders voldoende capaciteit wordt ontwikkeld om het parkeren van de treinen van Obuzz te facilteren en bewoners geen overlast te geven. Uw aandacht en actie is naar onze mening nog urgenter nu elders rond het emplacement plannen voor de Spoorzone bij de Zwijndrechtse brug steeds concreter worden.
Hoogachtend, Bewoners van Crayensteynstraat e.o. en Platform Spoor en Geluid Dordrecht,
4
Bijlage 1.
deel motivatie uitspraak rechtbank Rotterdam op 4 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT
5
Bijlage 2 deel verweer van OZHZ in rechtzaak mbt opstelsporen
6
Bijlage 3Vigerend bestemmingsplan Reeland (2013) en bestemmingsomschrijving
7
8
Artikel 15 Verkeer - Railverkeer 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Railverkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. spoorweg; b. bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, groen, water. 15.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:
15.2.1 Bouwen algemeen Toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
a. er mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 12 m;
15.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, als bedoeld in lid 15.2.2, indien dat nodig is in verband met de bereikbaarheid van het spoor voor hulpdiensten.
b. Alvorens over het stellen van nadere eisen te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Veiligheidsregio.
HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels Artikel 31 Overgangsrecht 31.1 Overgangsrecht Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, b. na het teniet gaan tengevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
31.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunnig verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %.
9
31.3 Illegale bebouwing Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Artikel 32 Overgangsrecht gebruik 32.1 Overgangsrecht Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
32.2 Veranderen gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
32.3 Onderbreking gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
32.4 Reikwijdte Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 33 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Reeland'.
10
Bijlage 4 Kaart vigerend bestemmingsplan de Schil (2011) en bestemmingsomschrijving
11
12
13