Bijlage RIB motie natuurinclusief aangepast.pdf
Tekst van het document
Bijlage I
Natuurinclusief Verduurzamen
Wij zullen in het programma Duurzame Energieopwek ook invulling geven aan de motie M3 ‘Natuurinclusief Verduurzamen’ zoals aangenomen in de raadsvergadering van 7 november 2023. In die motie wordt het college opgeroepen om: Een 'Handboek Natuurinclusief verduurzamen' op te stellen, vergelijkbaar met het 'Handboek Natuurinclusief Bouwen'; De vele handreikingen van de Natuur- en Milieufederaties hierbij als inspiratie te gebruiken; Dit handboek standaard toe te passen in de projecten die onder het Dordtse klimaatbeleid vallen, zoals projecten omtrent duurzame opwek, energiebesparing en klimaatadaptatie; Wij zullen aan de ene kant invulling geven aan deze motie door een hoofdstuk over het natuurinclusieve inpassing van duurzame energieopwek op te nemen in het bestaande Handboek Natuurinclusieve Bouw (NIBO). Voor een juridische borging rondom opwek, gaan wij daarnaast in het programma Duurzame Energieopwek randvoorwaarden uitwerken voor de ontwikkeling van deze locaties. Deze randvoorwaarden gebruiken we nu ook al als ontwikkelkader voor nieuwe zonnevelden. Onderstaande kaders zijn bijvoorbeeld meegegeven voor de ontwikkeling van zon langs de A16. - De ontwikkeling van duurzame energieprojecten heeft mogelijk negatieve effecten op de leefgebieden.
In het projectplan van de initiatiefnemer wordt aangegeven welke mitigerende en compenserende maatregelen hiertoe worden getroffen. - Er mag geen afbreuk worden gedaan aan beschermde natuurgebieden of beschermde plant- en diersoorten. - Een duurzaam energieproject moet ecologische waarde toevoegen. Enkele ecologie verhogende elementen zijn: o De aanleg van meer boomstructuren (in de vorm van dubbelzijdige bomenrijen). Dit is goed voor vleermuizen en vogels. Enkele doelsoorten zijn ruige dwergvleermuis, buizerd en sperwer. o De aanleg van meer afwisselend dekkend groen (zoals knotwilgen, lage struiken als struweel, vlinderruigtes, takkenrillen en brede hagen) zorgt voor meer geschikte doortrekgebieden, vooral voor zoogdieren. Enkele doelsoorten zijn bunzing, ree en egel. o De aanleg van extensieve bloemvelden. Het toevoegen van bloemen heeft een aantrekkende werking op vlinders, bijen en zweefvliegen. Enkele doelsoorten zijn koninginnenpage en de roodrandzandbij. o De toevoeging van meer natte elementen, zoals waterbergingsgebieden met ecologische (flauwe) oevers. Enkele doelsoorten zijn oeverzwaluw en grote zilverreiger. o De aanleg van bomen met in de ondergroei dichte struiken, zoals een combinatie van es of iep als hoge boom en slee-en meidoorn in de struiklaag.
-
-
Indien er bij de ontwikkeling van het zoekgebied leefgebieden van beschermde soorten verloren gaan, is een ontheffing van de wet natuurbescherming nodig. Indien er bij een ontwikkeling leefgebieden van beschermde soorten verloren gaan, is een ontheffing van de wet natuurbescherming nodig. Hierbij geldt dat compensatie nodig is om beschermde soorten te behouden.