Bijlage omgevingsplan: de motivering (wettelijk).pdf
Tekst van het document
MOTIVERING (OMGEVINGSTOETS) Wijziging omgevingsplan inzake cultureel erfgoed
Inhoud 1.
2.
3.
4.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding en reikwijdte .......................................................................................................... 3
1.2
Doel van deze omgevingsplanwijziging .................................................................................... 3
1.3
Planbeschrijving ....................................................................................................................... 4
1.4
Milieubeoordeling.................................................................................................................... 9
1.5
Instructieregels van rijk en provincie ....................................................................................... 9
Toetsing omgevingsaspecten ......................................................................................................... 12 2.1
Aantrekkelijke stad................................................................................................................. 13
2.2
Bereikbare stad ...................................................................................................................... 14
2.3
Gezonde stad ......................................................................................................................... 14
2.4
Uitstekend vestigingsklimaat ................................................................................................. 15
2.5
Klimaat ................................................................................................................................... 15
2.6
Energie ................................................................................................................................... 15
2.7
Biodiversiteit .......................................................................................................................... 15
2.8
Conclusie................................................................................................................................ 15
Uitvoerbaarheid. ............................................................................................................................ 16 3.1
Verslag van de inspraak ......................................................................................................... 16
3.2
Overleg .................................................................................................................................. 16
3.3
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 16
3.4
Bijdragen aan verbeterdoelen Omgevingswet ....................................................................... 16
3.5
Vergunningverlening.............................................................................................................. 16
3.6
Handhaving ............................................................................................................................ 17
3.7
Evaluatie en monitoring ......................................................................................................... 17
Integrale afweging ......................................................................................................................... 17
BIJLAGE
BEOORDELINGSMATRIX OMGEVINGSEFFECTEN RAADSVOORSTEL OP CULTUREEL ERFGOED
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en reikwijdte Directe aanleiding voor deze eerste wijziging van het omgevingsplan Dordrecht is de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 juni over een bouwplan aan de Houttuinen in Dordrecht. Door deze uitspraak blijkt dat de gemeente alleen nadere eisen kan stellen aan een bouwplan in het rijksbeschermd stadsgezicht indien gebouwd wordt in de op de planverbeelding aangegeven structuurbepalende lijn. Het belang van het beschermd stadsgezicht vereist dat aan bouwplannen die naast of buiten deze lijn gebouwd worden, ook nadere eisen gesteld kunnen worden. Dit maakt het noodzakelijk dat de regels in drie bestemmingsplannen gerepareerd worden. Voor de gemeenteraad was dit eerder aanleiding om een voorbereidingsbesluit te nemen1. Om deze reparatie definitief te maken is een herziening van de drie onderliggende bestemmingsplannen noodzakelijk. Onder de per 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet betekent dit dat een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk is. Voor deze wijziging is een bredere reikwijdte gekozen dan alleen de regeling voor het rijksbeschermd stadsgezicht. Om diverse redenen2 ligt het voor de hand alle regels die gaan over het cultureel erfgoed zoveel mogelijk te bundelen en te uniformeren.
Er is daarom voor gekozen om in het omgevingsplan een gebundelde regeling voor cultureel erfgoed op te nemen voor zover het gaat om bouwwerken. Tot slot wordt deze eerste wijziging ook benut om een aantal praktische wijzigingen door te voeren en administratieve regels toe te voegen aan het omgevingsplan. Het betreft: • • •
Het in gebruik nemen van de Bruidsschat met herstel van een aantal technische fouten zonder juridische consequenties. De structuur van het omgevingsplan vaststellen Advisering door de commissie ruimtelijke kwaliteit
1.2 Doel van deze omgevingsplanwijziging Het doel van deze eerste wijziging van het omgevingsplan is om de regels voor cultureel erfgoed te bundelen en te actualiseren. Bij voorkeur beleidsneutraal tenzij nieuw beleid van de gemeente of andere overheden aanpassing wenselijk of noodzakelijk maakt. Daarnaast wordt beoogd de nieuwe regels in het omgevingsplan te laten bijdragen aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Door alle regels samen te brengen in een digitaal omgevingsplan moet het voor de inwoners van Dordrecht eenvoudiger worden om regels over het cultureel erfgoed terug te vinden en moet duidelijk zijn hoe die regels worden toegepast.
1
Voorbereidingsbesluit van 24 januari 2023 "reparatie regeling nadere eisen bestemmingsplan Historische Binnenstad" (besluitnummer 2022-0196576). 2 De regels over cultureel erfgoed zijn nu nog te vinden op diverse locaties. Deels in de Erfgoedverordening (gemeentelijke monumenten) en deels in de bijna 100 bestemmingsplannen binnen de gemeente, die niet altijd gelijkluidend zijn. Bovendien verplicht De Omgevingswet de gemeente om de Erfgoedverordening op te nemen in het omgevingsplan.
1.3 Planbeschrijving De eerste wijziging van het omgevingsplan Dordrecht heeft betrekking op de volgende set met regels die toegevoegd worden aan het omgevingsplan van Dordrecht. • • •
cultureel erfgoed (archeologie, monumenten en cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken) de structuur van het omgevingsplan advisering door de adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit
Het betreft grotendeels een beleidsneutrale omzetting van bestaande regels. Op onderdelen is sprake van beleidsvernieuwing. Hieronder wordt aan de hand van een vergelijking "was wordt" inzichtelijk gemaakt waar sprake is van nieuwe regelgeving. Deze nieuwe regelgeving (verder te noemen de planbeschrijving) wordt vervolgens in hoofdstuk 2 getoetst aan alle omgevingsaspecten en afgezet tegen de huidige situatie. 1. Regels voor rijksmonumenten De regelingen voor de aanwijzing en bescherming van rijksmonumenten zijn op dit moment op verschillende plekken in wetten vindbaar. Dat wordt straks hoofdzakelijk geregeld onder de Omgevingswet. Alleen de aanwijzing van Rijksmonumenten zal nog plaatsvinden op basis van de Erfgoedwet. Als het gaat om rijksmonumenten biedt het rijk geen mogelijkheden aan de gemeente om in het omgevingsplan eigen regels te stellen. Wel bestaat heel beperkt de mogelijkheid om maatwerkregels in het omgevingsplan op te nemen. Het betreft de mogelijkheid om in aanvulling op de specifieke zorgplicht voor inpandige wijzigingen regels te stellen in het omgevingsplan. In dit omgevingsplan wordt geen gebruik van gemaakt van deze mogelijkheid tot maatwerkregels. Hieronder zijn de veranderingen in een tabel 'was – wordt' in beeld gebracht.
Onderwerp Procedure aanwijzing rijksmonumenten Lijst met locaties aangewezen rijksmonumenten Verbod beschadiging en verwaarlozing rijksmonumenten Vergunningplichtige activiteiten rijksmonumenten Uitzonderingen vergunningplichtige activiteiten bij rijksmonumenten
Was Erfgoedwet Erfgoedwet (rijksmonumentenregister) Monumentenwet 1988 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Besluit omgevingsrecht
Wordt Erfgoedwet Erfgoedwet (rijksmonumentenregister) Besluit Activiteiten Leefomgeving Omgevingswet Afdeling 9.8 Bkl Besluit Activiteiten Leefomgeving
2. Gemeentelijke monumenten De regelingen voor de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten zijn tot juli 2024 te vinden in onze Erfgoedverordening. Na deze eerste wijziging van het omgevingsplan bevinden deze zich allemaal in het omgevingsplan. Hieronder is dit in beeld gebracht. Deze regels blijven een bevoegdheid van de gemeente. In de onderstaande tabel is ook te zien dat er vier veranderingen zijn om gemeentelijke monumenten beter te beschermen. Dit is een beleidsrijke aanvulling die aansluit bij de landelijke regels voor rijksmonumenten. De veranderingen zijn gearceerd aangegeven. Onderwerp Procedure aanwijzing gemeentelijke monumenten
Was Erfgoedverordening
Wordt Omgevingsplan
Lijst met locaties gemeentelijke monumenten
Erfgoedverordening Gemeentelijke monumentenlijst
Vastleggen locaties gemeentelijke monumenten Verbod vernieling Verbod onthouden onderhoud Vergunningplicht instandhouding Vergunningplicht (ver)bouwen/uitbreiden Zorgplicht Maatwerkvoorschrift
Monumentenkaart Erfgoedverordening Erfgoedverordening Besluit omgevingsrecht -
Bescherming omgeving monument
Verplichting advies Commissie Adviescommissie Aanwijzen vergunningvrije gevallen
Erfgoedverordening Welstand en monumenten Besluit omgevingsrecht
Werkingsgebieden in het omgevingsplan (straks mogelijk via de erfgoedregistratie FGM) Omgevingsplan Omgevingsplan Omgevingsplan Omgevingsplan Omgevingsplan Omgevingsplan Maatwerkvoorschrift gekoppeld aan de zorgplicht In voorkomende gevallen is het werkingsgebied gemeentelijk monument vergroot. Omgevingsplan Ruimtelijke kwaliteit Omgevingsplan, gedelegeerd aan college
3. Rijksbeschermde Stadsgezichten De regelingen ten aanzien van het beschermen van het rijksbeschermd stadsgezicht bevinden zich in de bestemmingsplannen en in landelijke wet- en regelgeving. Straks bevinden deze regels zich allemaal in het omgevingsplan. De bevoegdheden voor dit onderwerp komen namelijk via de bruidsschat naar de gemeente toe. Het aanwijzen van het rijksbeschermde stadsgezicht blijft een bevoegdheid van het rijk. De regels voor de uitvoer en bescherming van het beschermde stadsgezicht worden vastgelegd in het omgevingsplan en zijn een bevoegdheid van gemeente. Hieronder zijn de veranderingen in beeld gebracht. Net als bij gemeentelijke monumenten is hier de regel met zorgplicht nieuw. De veranderingen zijn gearceerd aangegeven. Onderwerp Vastleggen rijksbeschermde stadsgezicht Specifieke zorgplicht Vergunningplicht sloop en (ver/nieuw)bouwen van rijksbeschermde stadsgezicht Nadere eisen regeling bij het (ver)bouwen van pand in beschermd stadsgezicht Uitzonderingen vergunningplichtige activiteiten Verplichting advies Commissie
Was Bestemmingsplan Binnenstad, Schil en Reeland Koppeling met omgevingsvergunning bouwen. Bestemmingsplan: nadere eisen regeling, ook voor de omgeving Besluit omgevingsrecht
Verordening welstand
Wordt Omgevingsplan Omgevingsplan Zelfstandige vergunningplicht voor activiteiten in het beschermd stadsgezicht. Komt niet meer terug
Omgevingsplan; verwijzing naar Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsplan
4. Beeldbepalende panden Naast monumenten komen in de door het rijk beschermde stadsgezichten beeldbepalende panden voor. Beeldbepalende panden hebben geen juridische status zoals monumenten (dus geen verbod op sloop door aanwijzing tot beeldbepalend plan). Deze panden zullen ook geen juridische en beschermende status krijgen in het omgevingsplan. Dit komt omdat het verbinden van de status beeldbepalend aan een pand alleen relevant is in het kader van de subsidie uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht en niet relevant is voor het omgevingsplan. 5. Cultuurhistorische waarden De aanwijzing en bescherming van cultuurhistorische waarden is geregeld in bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen zijn bouwwerken en gebieden (landschappen) aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. De regels voor bouwwerken met cultuurhistorische waarden zullen worden vastgelegd in het omgevingsplan. Dit is naar de voorbeeldregels van RCE. De regels voor cultuurhistorisch waardevolle gebieden worden nog niet in het omgevingsplan vastgelegd, omdat deze in de bestemmingsplannen nog uitgebreider geanalyseerd moeten worden. Voor 2032 wordt deze regeling toegevoegd in het omgevingsplan. In tegenstelling tot de beschermende regels in bestemmingsplannen wordt voor cultuurhistorische bouwwerken alleen een nieuwe sloopmelding ingesteld. Hieronder zijn de veranderingen in beeld gebracht.
De mogelijkheid voor het college om maatwerkvoorschriften te stellen is opgenomen om het college in staat te stellen om nadere regels te stellen aan het bouwhistorisch onderzoek. Onderwerp Aanwijzing bouwwerken met cultuurhistorische waarden Aanwijzing landschappen met cultuurhistorische waarden Verbod om zonder vergunning te slopen op de bouwen Sloopmelding Maatwerkvoorschiften
Was Bestemmingsplan
Wordt Omgevingsplan
Bestemmingsplan
- (niet overgenomen)
Bestemmingsplan
Verdwijnt
-
Omgevingsplan Omgevingsplan
6. Gebedshuizen Op dit moment zijn er geen regels voor gebedshuizen. Op basis van de recent vastgestelde kerkenvisie is een regel voor de bescherming van (de geschiedenis van) gebedshuizen nodig geacht. Daarom is ervoor gekozen een nieuwe regeling op te nemen in het omgevingsplan. Dit betreft een sloopmelding voor gebedshuizen. Dit is naar de voorbeeldregels van RCE en landelijk beleid. De mogelijkheid voor het college om maatwerkvoorschriften te stellen is opgenomen om het college in staat te stellen om nadere regels te stellen aan het bouwhistorisch onderzoek. 7. Archeologische waarden De regelingen en het vergunningstelsel voor archeologische waarden zijn nu opgenomen in bestemmingsplannen. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden deze regels overgeheveld naar het omgevingsplan. Er was al sprake van een bevoegdheid van de gemeente voor dit onderwerp. Inhoudelijk veranderen de vergunningplichten ten aanzien van verstoringsdiepten niet. Hierna zijn de vindplaatsen in beeld gebracht.
Onderwerp Aanwijzen archeologische verwachtingen (1 – 2 – 3) Archeologische verwachtingen (verstoringsdiepten) Vergunningplicht (aanleggen/werken/ werkzaamheden) Aanleveren archeologisch onderzoek Adviesplicht archeoloog Waterpeil wijzigen
Was Bestemmingsplan
Wordt Omgevingsplan
Bestemmingsplan
Omgevingsplan
Bestemmingsplan
Omgevingsplan
Bestemmingsplan
Omgevingsplan
Bestemmingsplan Bestemmingsplan (verlagen waterpeil)
Omgevingsplan Omgevingsplan
8. Molenbiotoop De provincie Zuid-Holland is bevoegd om de bescherming van molens te regelen. De provincie bewaakt de vrije windvang van de molens en daarom is in de omgevingsverordening vastgelegd dat de ruimte om de molen (molenbiotoop) zo veel mogelijk van (hoge) bebouwing en beplanting vrij te houden. Via een instructie moeten gemeenten de molenbiotoop overnemen in hun ruimtelijke plannen. Dordrecht kent 1 molen waarvoor in de bestemmingsplannen een molenbiotoop(zone) is vastgelegd. Via overgangsrecht komt deze in het tijdelijk omgevingsplan. De molenbiotoop is bij deze wijziging van het omgevingsplan nog niet meegenomen, omdat deze regel op een andere plek in de structuur van het omgevingsplan zal landen. Het betreft een beperking van bebouwingsmogelijkheden in de omgeving. Vóór 2032 wordt de molenbiotoop overgenomen in het omgevingsplan. 9. Agrarisch met waarden Dit is een specifieke bestemming in de bestemmingsplannen en is toegekend aan gebieden waarin de cultuurhistorische en landschappelijke waarden beschermd moeten worden. Het valt daarmee onder de regeling voor cultuurhistorisch waardevolle gebieden en zoals eerder aangegeven wordt deze regeling nog niet in het omgevingsplan vastgelegd. Voor 2032 wordt deze regeling toegevoegd in het omgevingsplan. 10.
Landgoederen Ook bij landgoederen is de provincie bevoegd om de bescherming hiervan te regelen (en landgoederen aan te wijzen). In de omgevingsverordening zijn de landgoed- en kasteelbiotopen vastgelegd. Middels instructie moeten gemeenten deze biotopen overnemen in hun ruimtelijke plannen, ook onder de Omgevingswet. De landgoederen (aanduidingen) zijn bij deze wijziging van het omgevingsplan niet meegenomen. Het tijdelijk deel (de oude bestemmingsplannen) voorzien hier al in een passende regeling. Bij de gebiedsgewijze omzetting van de landgoederen naar het omgevingsplan, zal dit meegenomen worden. De gemeente is verplicht om dit vóór 2032 om te zetten. 11. Structuur van het omgevingsplan Voor de opbouw van het omgevingsplan is een structuur gekozen die gebaseerd op de door de VNG ontwikkelde staalkaarten. De gekozen structuur is regionaal afgestemd zodat alle gemeenten in de
Drechtsteden zoveel mogelijk een vergelijkbare opbouw van het omgevingsplan krijgen. Dat maakt onderlinge uitwisseling en afstemming met de Omgevingsdienst eenvoudiger. De gekozen structuur is voorlopig en kan bij de tweede wijziging nog worden aangepast als blijkt dat daar goede redenen voor zijn. 12. De verwerking van verleende omgevingsvergunningen die afwijken van het omgevingsplan De Omgevingswet biedt ruime mogelijkheden aan het college van burgemeester en wethouders om met een omgevingsvergunning af te wijken van het omgevingsplan (de BOPA). Om diverse redenen is het wenselijk het omgevingsplan zo snel mogelijk aan te passen op verleende BOPA's , en niet pas na 5 jaar zoals de wet mogelijk maakt. Die redenen zijn: • • •
een zo actueel mogelijk inzicht in alle regels die gelden op een locatie; overzicht en inzicht van de Raad op de verleende afwijkingen van het door de raad vastgestelde omgevingsplan; inzicht voor de Raad in de afweging die het college gemaakt als het gaat om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
Minimaal vier keer per jaar zal het college aan de Raad voorstellen om het omgevingsplan op deze manier te actualiseren. Dat zal een technische aanpassing zijn, waarbij per locatie wordt toegelicht hoe de afwijking verleend is en waarom wel of geen advies aan de gemeenteraad is gevraagd. Bij de toekomstige gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan zullen alle afwijkingen verwerkt worden tot een nieuwe regeling. Aangezien tot 1 mei 2024 binnen de gemeente nog geen BOPA's zijn verleend, bleek het niet nodig het omgevingsplan op dit onderdeel te wijzigen. 13. De adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Voor diverse vergunningen in dit omgevingsplan is advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit voorgeschreven. In het omgevingsplan is er voor gekozen om de huidige verordening op de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (Raadbesluit 8-2-2022 nr. 2022-0007240) integraal en ongewijzigd over te nemen in het omgevingsplan (beleidsneutrale omzetting bedoeld om zo veel mogelijk regels samen te brengen in het omgevingsplan in plaats van verschillende verordeningen). 14. De bruidsschat In de bruidsschat, hoofdstuk 22 in het omgevingsplan, staan diverse artikelen met bepalingen voor cultureel erfgoed. De nieuwe regels in hoofdstuk 8 vervangen grotendeels deze bepalingen voor cultureel erfgoed in hoofdstuk 22. Daarom moeten een aantal artikelen in hoofdstuk 22 vervallen.
Dit is aangegeven in het besluit bij dit omgevingsplan.
Conclusie Dit omgevingsplan voorziet op de volgende onderdelen in een beleidswijziging: -
Voor gemeentelijke monumenten kent het omgevingsplan een zorgplicht, een verbod op het onthouden van onderhoud aan een monument en de mogelijkheid voor het college om maatwerkvoorschriften te stellen. Ten opzichte van de regels voor rijksmonumenten is geen sprake van een beleidswijziging.
-
-
-
Voor het beschermd stadsgezicht geldt een zorgplicht en een verbod om zonder vergunning activiteiten te verrichten die een aantasting van het beschermd stadsgezicht kunnen betekenen. De voorheen geldende nadere eisen regeling komt te vervallen. Voor bouwwerken met cultuurhistorische waarden voorziet het omgevingsplan in een meldingsplicht in plaats van vergunningplicht. Daarnaast is de mogelijkheid opgenomen voor maatwerkvoorschriften. Voor gebedshuizen met cultuurhistorische waarden voorziet het omgevingsplan in een meldingsplicht. Daarnaast is de mogelijkheid opgenomen voor maatwerkvoorschriften. Op onderdelen is nog sprake van ondergeschikte wijzigingen, die niet nader in deze omgevingstoets zijn omschreven. Hiervoor wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting ( bijlage 2 bij het raadsvoorstel).
In het volgende hoofdstuk wordt op basis van deze beleidswijzigingen nagegaan of uitvoering van het omgevingsplan leidt tot effecten in de leefomgeving die een nadere afweging vragen.
1.4 Milieubeoordeling De omgevingseffect-beoordeling heeft een wettelijke grondslag in het Besluit milieueffectrapportage. Dit besluit verplicht de gemeente om na te gaan of de voorgenomen activiteiten mogelijk tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Indien de regels activiteiten mogelijk maken die zijn opgenomen in de bijlage onderdeel D van het Besluit kan een m.e.r.(beoordeling) verplicht zijn. De m.e.r. beoordeling is er dan op gericht na te gaan of uitvoering van het plan kan leiden tot aanzienlijke effecten op het milieu. In dat geval is een m.e.r. procedure noodzakelijk. De regels in deze eerste wijziging van het omgevingsplan voorzien niet in het mogelijk maken van activiteiten die vallen onder de MER-plicht of milieubeoordelingsplicht. Indirect kan dat wel het geval zijn als het gaat om bouwprojecten of grootschalige herinrichting. De milieubeoordeling vindt dan plaats in het kader van dat project.
1.5 Instructieregels van rijk en provincie Rijk Het rijk verplicht de gemeente om in het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed volgens de beginselen opgenomen in artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; d. het voorkomen van aantasting van: 1. de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en 2. het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en 3. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Daarnaast kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan ook regels worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden. Op basis daarvan kunnen gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking. Als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. In afwijking hiervan kan in een omgevingsplan een andere oppervlakte worden vastgesteld. Deze wijziging van het omgevingsplan geeft als volgt invulling aan deze instructies van het rijk (artikel 5.130 Besluit kwaliteit bouwwerken): a. een verbodsbepaling voor het beschadigen van monumenten; b. een verbod om zonder vergunning monumenten te verplaatsen; c. beschermde monumenten hebben in de onderliggende bestemmingsplannen een ruime bestemming gekregen die de gebruiksmogelijkheden bevorderd. Deze wijziging van het omgevingsplan laat die gebruiksruimte ongewijzigd.
Via het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijft de onderliggende bestemmingsregeling van kracht; d. 1. een regeling voor voorbeschermde monumenten wordt niet noodzakelijk geacht; 2. de regels voorzien in bescherming van het beschermd stadsgezicht; 3. in de gemeente Dordrecht zijn geen archeologische monumenten aanwezig; deze wijziging van het omgevingsplan bevat een regeling die mogelijk aanwezige archeologische waarden beschermt. Provincie In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening verordening (vastgesteld 15 december 2021) is het behoud van cultureel erfgoed een van de doelen die ten grondslag liggen aan de opgestelde regels. In de provinciale verordening werkt dat door via de instructie voor ruimtelijke kwaliteit van artikel 7.43. Dat verplicht de gemeente om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig ruimtelijk in te passen. Omdat met deze wijziging niet wordt voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is op dit onderdeel geen nadere onderbouwing vereist. Andere instructies van de provincie zijn de volgende artikelen: Artikel 7.70 (bescherming bekende archeologische waarden) 1. Een omgevingsplan voor een gebied met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde bevat regels die de bekende archeologische waarden beschermen. 2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval in een verbod op werken of werkzaamheden waarbij de bodem tot meer dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij: a. door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast, of b. het werken of werkzaamheden betreffen die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten. 3. In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag bij uitzondering besluiten tot behoud van de archeologische waarden ‘ex situ’, als andere belangen prevaleren.
Artikel 7.72 (bescherming molenbiotoop) 1. Een omgevingsplan voor een molenbiotoop als bedoeld artikel 7.71, eerste en tweede lid, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en neemt de volgende waarden in acht: Artikel 7.74 (bescherming landgoed- en kasteelbiotoop) 1. Een omgevingsplan voor een landgoedbiotoop of kasteelbiotoop kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover: a. geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop of kasteelbiotoop, of b. de ontwikkeling is gericht op verbetering en versterking van de waarden van de landgoedbiotoop of kasteelbiotoop. De instructieregels van de provincie zijn reeds overgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Die bestemmingsplannen blijven voorlopig van kracht via het overgangsrecht. Ten aanzien van de instructieregels voor archeologie het volgende. In het omgevingsplan is in artikel 8.3 van paragraaf 8.1.1 bepaald dat bij archeologische grondwerkzaamheden de grond tot 40 centimeter onder het maaiveld geroerd mag worden, terwijl in artikel 7.70 lid 2 van de omgevingsverordening uitgegaan wordt van 30 centimeter. De provincie heeft de gemeente daarom verzocht de grens van 40 cm die in artikel 8.3 staat te verlagen naar 30 cm conform artikel 7.70 lid 2 van de omgevingsverordening.
Binnen de gemeente zijn er 5 locaties met archeologische waarden waarbij de grens van 30 of 40 cm niet relevant is, omdat de archeologische waarden op die locaties veel dieper liggen dan 30 of 40 cm. Op die locaties maakt het verschil tussen 30 of 40 cm dan ook niet uit. Dit heeft de gemeente aangetoond op grond van archeologisch onderzoek, geheel in overeenstemming met het provinciaal beleid, zoals is vastgelegd in artikel 7.70 lid 2 sub A ZHOV. De grens van 30 of 40 cm speelt enkel een rol van betekenis met betrekking tot de locatie AMK/PAB 16175 Buitenplaats Groot Raij (1657-1717). Het aanpassen van de grens van 40 naar 30 cm zou betekenen dat er een extra werkingsgebied Archeologie zou moeten komen voor/vanwege slechts één terrein. Naar onze mening is dit onnodig en niet-praktisch voor de praktijk, zeker gezien het feit dat er op het terrein van AMK/PAB 16175 Buitenplaats Groot Raij (1657-1717) tot nu toe geen werkzaamheden dieper dan 30 cm zijn uitgevoerd. De locatie is nog altijd een onaangetast grasveld met kleine reliëfverschillen.
De gemeente zal vanwege de bovenstaande redenen voor de locatie AMK/PAB 16175 Buitenplaats Groot Raij (1657-1717) afwijken van de provinciale regels betreffende de grens van 30 cm bij grondwerkzaamheden in gebieden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarden en zal de reeds gehanteerde grens van 40 cm aanhouden, zoals ook met de provincie is besproken tijdens een overleg op 30 april 2024. Er zal voor de eerdergenoemde locatie maatwerk worden toegepast en gebruik worden gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid - balansregeling als bedoeld in artikel 7.86 ZHOV, waarbij conform dat artikel geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de doelen van de bepalingen in afdeling 7.3 ZHOV. Dat die afdeling door de gemeente in acht zal worden genomen blijkt onder meer uit het feit dat het Vakteam Erfgoed van de gemeente zal overgaan tot een proces van aanwijzing van de locatie AMK/PAB 16175 Buitenplaats Groot Raij (1657-1717) tot gemeentelijk monument, waardoor de op die locatie aanwezige archeologische waarden de best mogelijke bescherming zullen krijgen, zoals ook beoogd wordt middels de bepalingen in afdeling 7.3 ZHOV.
Totdat het proces van aanwijzing van de locatie AMK/PAB 16175 Buitenplaats Groot Raij (1657-1717) tot gemeentelijk monument afgerond is zal de locatie, voor de overzichtelijkheid, deel uit blijven maken van afdeling 8.1 van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht. Het omgevingsplan van de gemeente staat grondwerkzaamheden toe op locaties met de functieaanduiding archeologische waarden zolang de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, of de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind (zie artikel 8.5 van het omgevingsplan). De provincie heeft aangegeven dat deze bepaling verder gaat dan artikel 7.70 van de omgevingsverordening, waarin staat dat werken of werkzaamheden waarbij de bodem tot meer dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd niet toegestaan zijn, tenzij door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast, of het werken of werkzaamheden betreffen die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten. De provincie heeft de gemeente verzocht om aan te haken bij deze regeling door in artikel 8.5 van het omgevingsplan de norm aantasting te hanteren in plaats van onevenredig(e) (schade). De gemeente zal deze instructie nakomen en zal aantasting als beoordelingsregel opnemen in artikel 8.5 van het omgevingsplan.
Tot slot heeft de provincie aan de gemeente verzocht alle locaties met hoge of zeer hoge bekende archeologische waarden correct op te nemen in lijn met de geometrische begrenzing als bedoeld in artikel 7.69 omgevingsverordening. De gemeente heeft in reactie hierop het omgevingsplan aangepast. Het gaat dan om 1 onjuist overgenomen locatie (AMK 16206 Tiendschuur Huis te Merwede) waarvan de locatie en contour zijn gecorrigeerd, en 1 ontbrekende locatie die weer is toegevoegd (AMK 16210 Verdronken dorp Wolbrandskerke).
2. Toetsing omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt de planbeschrijving, de beleidsrijke wijzigingen, uit paragraaf 1.3 getoetst aan de doelen van de omgevingsvisie, rekening houdend met de instructieregels van rijk en provincie. Hierna worden de 7 doelen met daarbij behorende omgevingsaspecten per paragraaf behandeld. Het gaat om de volgende doelen: • Aantrekkelijke stad • Bereikbare stad • Gezonde stad • Uitstekend vestigingsklimaat • Klimaat en water • Energie • Biodiversiteit De 7 doelen met bijbehorende omgevingsaspecten zijn in de tabel in de bijlage bij deze omgevingstoets nader uitgewerkt. In deze tabel is per aspect beoordeeld of de uitvoering van dit omgevingsplan bijdraagt aan het bijbehorende doel. De overige onderdelen van deze wijziging van het omgevingsplan betreffen: • de bruidsschat in gebruik nemen • de structuur van het omgevingsplan vaststellen • verwerking van verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten • advisering door de commissie ruimtelijke kwaliteit
Deze wijzigingen zijn technisch van aard en zijn als beleidsneutraal aan te merken. Een nadere toets aan de 7 doelen is daarom niet nodig.
2.1 Aantrekkelijke stad. Als onderdeel van de aantrekkelijke stad zet de gemeente in op het behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden. Met deze eerste wijziging van het omgevingsplan wordt primair beoogd bij te dragen aan het doel aantrekkelijke stad en dan met name het aspect cultureel erfgoed. De in deze wijziging voorgestelde beleidswijzigingen voor gemeentelijke monumenten zijn zoveel mogelijk afgestemd op de regels die voor Rijksmonumenten gelden. Daarmee ontstaat voor Rijks- en gemeentelijke monumenten een eenduidige regeling. Die gelijktrekking betekent dat voor gemeentelijke monumenten een aantal nieuwe regels gaan gelden (zorgplicht, onderhoud en maatwerk, zie paragraaf 1.3). Met die nieuwe regels wordt het mogelijk dat bepaalde activiteiten die een aantasting van het cultureel erfgoed kunnen betekenen, toch gereguleerd worden door een soort vangnet voor onvoorziene gevallen. Daarmee is een betere bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk, in lijn met het doel in de omgevingsvisie. Voor het beschermd stadsgezicht is deze lijn doorgetrokken en is eveneens een zorgplicht opgenomen.
Daarnaast is voor het beschermd stadsgezicht door middel van een nieuwe vergunningsplicht een betere afweging mogelijk dan de voorheen geldende nadere eisen regeling (achteraf ingrijpen) zodat de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht beter beschermd worden en daarmee behouden blijven. De meldingsplicht voor bouwwerken met cultuurhistorische waarden is ten opzichte van de voorheen geldende regeling een versoepeling. In plaats van een vergunning is nu alleen een melding nodig. Daarmee wordt geborgd dat eventueel aanwezige historische waarde worden gedocumenteerd. Een verbod op sloop wordt vanuit de doelstelling behoud en versterking van cultuurhistorische waarden, niet noodzakelijk geacht. In het geval een bepaald pand waarden kent die behouden moeten blijven ligt het voor de hand het bouwwerk aan te wijzen als gemeentelijk monument. De meldingsplicht voor aanwezen kerken/gebedshuizen is nieuw en sluit aan op het beleid vanuit het Rijk dat erop gericht is te voorkomen dat te veel van dit soort gebouwen in Nederland verdwijnen. Door de vaststelling van de Kerkenvisie heeft de raad aangegeven dit beleid in Dordrecht over te nemen. In deze juridisch doorwerking van de Kerkenvisie is gekozen voor een meldingsplicht in het geval een eigenaar (delen van) een aangewezen bouwwerk wil slopen.
De meldingsplicht verplicht tot een motivering om hier minimaal een bewustwording bij de eigenaar te creëren. Een andere mogelijk juridische regeling zou zijn om een verbod op te nemen om zonder vergunning bouwwerken te slopen. Daar is niet voor gekozen want dat wordt als een te zwaar middel gezien. In voorkomende gevallen kan daarvoor de procedure tot aanwijzing tot gemeentelijk monument worden gevolgd. Met deze nieuwe regels voldoen we aan de instructies van Rijk en provincie. De instructie van het Rijk om ook de omgeving van Rijksmonumenten te beschermen is in voorkomende gevallen overgenomen. Zie bijvoorbeeld de Grote Kerk. De omgeving van de Grote Kerk is beschermd door hier de functie-aanduiding gemeentelijk monument op te nemen.
Vanuit het gemeentelijk beleid (de omgevingsvisie) gaan we nog een stap verder en is ook een regeling opgenomen voor de bescherming van cultuurhistorische waardevolle bouwwerken. Voorkomen moet worden dat informatie die gebruikt kan worden om de geschiedenis van Dordrecht in kaart te brengen verloren gaat. Voor (cultuur)landschappen uit de provinciale omgevingsverordening zijn in dit omgevingsplan geen nieuwe regels opgenomen. De huidige bestemmingsplannen, opgenomen in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bieden hier al voldoende bescherming en blijven voorlopig gelden. De komende periode zal bij de gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan een opname in het nieuwe deel plaatsvinden. Op dat moment zal ook de afweging plaatsvinden om nieuwe regels noodzakelijk zijn. De omgevingsverordening dwingt daar niet toe. De andere omgevingsaspecten van het doel aantrekkelijke stad zoals de kwaliteit van het openbaar gebied, voldoende ruimte voor wonen en voorzieningen en het water in de havens optimaal benutten, worden door de (nieuwe) regels voor erfgoed niet aangetast en zullen in de regels zullen in veel gevallen juist positief kunnen bijdragen. Het wonen, werken en het gebruik van het water in de haven zal in een omgeving waar het cultureel erfgoed beleefd kan worden alleen maar aantrekkelijker worden.
Daarbij wordt de huidige regeling – die veel gebruiksruimte biedt aan panden met cultuurhistorische waarden – ongewijzigd gelaten. Dat biedt ruimte om het cultureel erfgoed ook een functie te geven die bijdraagt aan een aantrekkelijk stad. Als het gaat om de kwaliteit van de inrichting van het openbaar gebied wordt het niet noodzakelijk geacht hier nadere regels te stellen. De gemeente is hier als eigenaar zelf verantwoordelijk en geeft daarbij toepassing aan het handboek Kwaliteit Openbaar Gebied. In dit handboek worden met name in het beschermd stadsgezicht hoge eisen gesteld met het oogmerk behoud en versterking van cultuurhistorische waarden. Tot slot zal ook de huidige Welstandsnota van kracht blijven met concrete criteria die gelden bij bouwplannen. De nieuwe regels voor kerken/gebedshuizen kunnen wel een beperking betekenen voor de bestaande gebruiksmogelijkheden. Het betreft hier 'slechts' een meldingsplicht die alleen dwingt tot een nadere motivering. Het belang van behoud van cultuurhistorie weegt hier zwaarder dan het belang van de initiatiefnemer die verplicht wordt tot een nadere motivering. Conclusie De gewijzigde regels voor cultureel erfgoed dragen bij aan het subdoel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden en dragen daarmee in meerdere opzichten bij aan het doel aantrekkelijke stad.
De beperkingen die hieruit voortvloeien voor eigenaren zijn grotendeels al bestaand en wegen niet op tegen de voordelen voor het behoud van cultuurhistorische waarden voor de stad.
2.2 Bereikbare stad De uitvoering van dit omgevingsplan zal geen (nieuwe) effecten hebben op de omgevingsaspecten bij het doel mobiliteit. Zie hiervoor tabel A in de bijlage bij deze omgevingstoets.
2.3 Gezonde stad Voor het onderdeel gezonde stad is in de referentiesituatie (zonder beleidswijzigingen) mogelijk sprake van een beperkt negatief effect doordat het soms nodig is bouwkundige maatregelen te treffen die nodig zijn om de gezondheid, met name geluid, te bevorderen. Bijvoorbeeld geluidsmaatregelen aan de gevel die de aantasting van een monument kunnen betekenen. In de
praktijk zijn er geen voorbeelden bekend waar dit echt tot een knelpunten heeft geleid. Om die reden wordt ook voor de plansituatie geen aanpassing van de regels noodzakelijk geacht.
2.4 Uitstekend vestigingsklimaat In individuele gevallen kunnen de regels ter bescherming van het cultureel erfgoed ondernemerschap in de weg zitten. Anderzijds draagt een aantrekkelijke stad ook bij aan een goed ondernemersklimaat. Per saldo worden er geen nieuwe negatieve effecten voor de plansituatie verwacht.
2.5 Klimaat Klimaatadaptief inrichten van gebouwen en de openbare ruimte hoeft op voorhand niet strijdig te zijn met het belang van het behoud van het cultureel erfgoed. Zie hierover de afweging gemaakt bij energie, die ook toepasbaar is voor klimaat.
2.6 Energie De doelen voor een energieneutrale stad maken het noodzakelijk dat de komende periode op grote schaal bouwkundige verbeteringen aan panden in de stad plaatsvinden. Woningen (ook monumenten) worden bij voorkeur geïsoleerd richting streefwaarden. Waar mogelijk worden zonnepanelen op daken geplaatst. Ook in de ruimte rond monumenten zullen voorzieningen nodig zijn zoals een warmtepomp, laadpalen of accu's. De regels ter bescherming van het cultureel erfgoed kunnen daar mogelijk een belemmering vormen. De verwachting is dat met slimme oplossing beide doelen te dienen zijn. In de fase van vergunningverlening (en advies door de commissie ruimtelijke kwaliteit) gaat het vooral om het goed informeren en het op weg helpen van de aanvrager. De webpagina die de RCE hiervoor heeft ontwikkeld kan daarbij uitkomst bieden3. Als het gaat om zonnepanelen op monumenten en beschermd stadsgezicht bevat de Welstandsnota een geschikt toetsingskader. Per saldo worden er geen negatieve effecten verwacht die het noodzakelijk maken de regels voor erfgoed aan te passen.
2.7 Biodiversiteit Een natuurinclusieve inrichting van daken en gevels kan heel goed samengaan met behoud van het cultureel erfgoed, zie ook de afweging energie. Met name de commissie ruimtelijke kwaliteit (uitgebreid met een commissielid groenblauw) kan hier een belangrijke adviserende rol spelen. In situaties van grootschalige projecten bijvoorbeeld kan sprake zijn botsende belangen. De opgestelde regels voor cultureel erfgoed vormen in dat geval een afwegingskader waarbij het college tussen beide belangen een afweging moet maken. Voor zover daarbij de doelen van de omgevingsvisie worden geraakt, zal ook de raad om advies worden gevraagd.
2.8 Conclusie Toetsing van de (nieuwe) regels cultureel erfgoed aan alle omgevingsaspecten leidt niet tot (nieuwe) botsende belangen. Per saldo dragen de regels bij aan een betere bescherming van het cultureel erfgoed zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan andere belangen in de fysieke leefomgeving.
3
https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/duurzaamheid
3. Uitvoerbaarheid. 3.1 Verslag van de inspraak In reactie hier wordt erkend dat de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan lastig leesbaar is en minder interessant omdat er nauwelijks sprake is van beleidswijzigingen. De wijziging van het omgevingsplan betreft hoofdzakelijk een technische omzetting van bestaande regels naar nieuwe regels. Er is daarom voor gekozen om tijdens de voorbereiding niet opnieuw een inspraakprocedure open te stellen maar in plaats daarvan te volstaan met de wettelijk voorgeschreven inspraakprocedure volgens artikel 3.4 Awb die onderdeel is van de procedure tot wijziging van het omgevingsplan. In dat kader zal het ontwerp van de wijziging in februari 2024 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage worden gelegd. Direct belanghebbenden zullen worden geïnformeerd over de terinzagelegging en de voorgestelde wijzigingen. Daarbij zal met name inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn voor eigenaren van vastgoed met een aanduiding voor cultuurhistorische waarden. Zoals beschreven in paragraaf 1.3 zal dit geen grote impact hebben op de belangen van bewoners of bedrijven. Het historische Platform Dordrecht en daarmee de bij dit platform aangesloten verenigingen en organisaties worden afzonderlijk gevraagd om te participeren. Op basis van de participatieladder wordt hiermee ingezet op de onderste trede van 'informeren'.
3.2 Overleg Het concept voorstel tot wijziging van het omgevingsplan is ter beoordeling toegestuurd aan de Rijksdienst voor cultureel erfgoed (RCE). Dat heeft niet geleid tot een inhoudelijke reactie. Wel is bij het opstellen van deze regels gebruik gemaakt van de voorbeeldregels die in opdracht van de RCE zijn opgesteld. De voorgestelde wijziging is via het E-formulier aangeboden bij de provincie Zuid Holland. Uitkomst hiervan was dat er geen provinciale belangen zijn die het nodig maken het plan formeel toe te sturen. Dit is ook ambtelijk met de provincie zo afgestemd.
3.3 Economische uitvoerbaarheid De voorgestelde regels maken geen bouwplannen mogelijk die verplichten tot kostenverhaal. De uitvoering van deze regels leiden naar verwachting niet tot extra kosten voor de gemeente. De aanname is dat kostenbesparing mogelijk is op basis van bijdragen aan verbeterdoelen en verbeterde handhaving en vergunningverlening.
3.4 Bijdragen aan verbeterdoelen Omgevingswet De voorgestelde regels zijn er primair op gericht om het omgevingsrecht te vereenvoudigen en beter toegankelijk te maken voor iedereen. Met uitzondering van de gebedshuizen worden geen nieuwe regels toegevoegd. Wel is voor het rijksbeschermd stadsgezicht sprake van een uitgebreider toetsingskader. Die regels worden noodzakelijk geacht om de voorspelbaarheid van de toetsing door het college te verbeteren. Op diverse onderdelen dragen de regels in het omgevingsplan aan een vereenvoudiging ten opzichte van de huidige regels.
3.5 Vergunningverlening Doel is verbeterde vergunningverlening. Uit een voorlopige toets door de OZHZ blijkt dat het bundelen van de regels inderdaad tot vereenvoudiging kunnen leiden. Dit zal nog wel getoetst moeten worden op basis van een werkend Omgevingsloket. Aandachtspunt daarbij is de introductie van het instrument 'melding'. Op dit moment is nog niet duidelijkheid hoe dat in de bestaande systemen kan worden ingebouwd.
Een definitieve toets op vergunningverlening door de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid volgt nog voor de vaststelling door de gemeenteraad.
3.6 Handhaving De opgestelde regels voor cultureel erfgoed zijn getoetst op een goede uitvoering bij vergunningverlening en toezicht en handhaving. Verwacht wordt dat de nieuwe regels zullen bijdragen aan een verbeterde uitvoering. Een definitieve toets op handhaving door de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid volgt nog voor de vaststelling door de gemeenteraad.
3.7 Evaluatie en monitoring Deze eerste wijziging van het omgevingsplan voorziet niet in grote wijzigingen die het noodzakelijk maken het instrument monitoring in te zetten.
4. Integrale afweging De Omgevingswet verplicht te gemeenteraad om na te gaan of de regels in het omgevingsplan bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de omgevingsvisie 1.0 heeft de gemeenteraad een functietoedeling naar zes gebieden gemaakt. Elk gebied heeft zijn eigen karakter en kent daarmee zijn eigen ontwikkelmogelijkheden en grenzen4. Het omgevingsplan moet per gebied enerzijds voldoende ruimte bieden om bepaalde activiteiten toe te staan en anderzijds bepaalde activiteiten beperken ter bescherming van die doelen. Voorbeeld centrum Het gebied centrum moet volgens de omgevingsvisie ruimte bieden aan activiteiten die bijdragen aan de levendigheid van de binnenstad maar moet tegelijkertijd bescherming bieden aan de leefbaarheid en het behoud van cultuurhistorische waarden. Dat maakt het noodzakelijk om bijvoorbeeld regels te stellen voor het slopen van bouwwerken in het beschermd stadsgezicht. Die regels mogen vervolgens niet ten koste gaan van activiteiten die bijdragen aan de levendigheid, zoals nieuwe horeca. Uit de omgevingstoets blijkt dat dit niet het geval is. Een vergunningplicht voor erfgoed laat nog steeds alle gebruiksruimte – en wil dat ook stimuleren - om tot functionele invulling te komen die past bij het gebied. De vergunningplicht draagt hiermee bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In deze omgevingstoets is per doel nagegaan wat het effect is van de gestelde regels ten opzichte van de referentiesituatie. De uitkomsten van deze toetst zijn samengevat in de tabel opgenomen als bijlage bij deze omgevingstoets). Daaruit blijkt dat geen nieuw negatieve effecten zijn te verwachten en dat op onderdelen sprake is van te verwachten positieve effecten. Deze positieve effecten ontstaan uit regels die volgen uit nieuw beleid op basis van de omgevingsvisie. Ook de uitkomsten van de toets op uitvoerbaarheid laat zien dat uitvoering van het plan niet leidt tot nieuwe negatieve effecten. Concluderend kan gesteld worden dat de uitvoering van het plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4
Het betreft de zoektocht naar de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 1.3 Omgevingswet
BIJLAGE BEOORDELINGSMATRIX OMGEVINGSEFFECTEN RAADSVOORSTEL OP CULTUREEL ERFGOED Doel
Subdoelen
Aantrekkelijke stad
Behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden; Het water binnenhavens optimaal benutten Voldoende ruimte bieden aan voorzieningen, sportfaciliteiten, winkels en 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen en streven naar multifunctioneel ruimtegebruik; Het maken van sterke en gedifferentieerde leefbare woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, waarbij het streven is naar een optimalisatie van evenwicht tussen woningvraag en het woningaanbod; Waar nodig de kwaliteit van de huidige woningvoorraad verbeteren
Bereikbare stad
Hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte waarbij het streven is naar participatie in inrichting en beheer. Dordrecht moet een echte fietsstad worden Stimuleren van het (H)OV Parkeerbeleid en innovatieve verkeersoplossingen dragen bij aan het verminderen van het autogebruik Werken aan een optimale bereikbaarheid van economische kerngebieden
Gezonde stad
Bewoners verleiden tot meer bewegen. Voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van inwoners. Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit: zicht op WHO norm. Overlast van het goederenvervoer op het spoor, dwars door de stad, beperken. Inzetten op een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving. (maatwerk, via de vergunning, koppelkans energie) Gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit.
Uitstekend vestigingsklimaat
Stimuleren van een veilig leefklimaat door samenwerking tussen bewoners en organisaties. De aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken Dordrecht is koploper in maritieme maakindustrie en blijft innoveren; Koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: “In Dordt kun je gegarandeerd aan de slag”; Investeren in het potentieel van jongeren Bestaande bedrijventerreinen, waaronder de Zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid; Dordt hoort tot de top 5 van MKB-vriendelijkste gemeenten.
Klimaatbestendig Energieneutraal
Dordrecht is in 2040 een zelfredzaam eiland. Dordt verstrekt haar robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur. Dordrecht bouwt klimaatadaptief. (voorlopig nieuwbouw, tegelwippen, kans groene tuinen, hergebruik kan ook bijdragen). Dordt zet in op circulariteit bij gebiedsontwikkeling; Bieden van een handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven; Alle huizen en gebouwen worden gefaseerd aardgasvrij; Alle energie die nodig blijft, wordt duurzaam opgewekt.
Behoud biodiversiteit
Een natuurinclusieve inrichting bij herinrichting en ontwikkeling; Welstand Groen dak, platte daken zijn goed te benutten voor zon en groen. Groene gevels onder voorwaarden mogelijk. Check Sjoerd-Dirk
Referentiesituatie + + +
Plansituatie ++ + +
+
+
+ +
+ +
o o o
o o o
o o o
o o o
o
o
-
-
o o
o o
+ o o
+ o o
o o
o o
o -
o -
+ o
+ o
o -
o -
Streven naar maximaal ecologisch beheer van de landschapstypologieën benoemd in de visie Groenblauw Eiland van Dordrecht; Bij grote gebiedsontwikkelingen mogelijk wel knelpunten. Monitoren van de biodiversiteit.
o
o
o
o
In onderstaande tabel is op basis van de uitkomsten van hoofdstuk per doel en aspect nagegaan in hoeverre de uitvoering van dit omgevingsplan bijdraagt aan het betreffende doel. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar de plansituatie afgezet tegen de situatie dat het plan niet wordt uitgevoerd: de referentiesituatie. Dat wil zeggen een situatie waarbij we de regels voor cultureel erfgoed ongewijzigd laten.