CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage OGV 1.0 NR 4 20210218 Onderbouwing subdoelen.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 20 april 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 14: Vaststellen Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 - Raadsvoorstel7.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 4

ONDERBOUWING SUBDOELEN

Doel 1

Dordrecht is een aantrekkelijke stad

Subdoel: Behoud en waar mogelijk versterking van de cultuurhistorische waarden • • • •

•

Het speelt een grote rol bij de ontwikkeling van de stads- en eilandidentiteit. Cultuurhistorische bewustwording versterkt bovendien de betrokkenheid van mensen bij hun omgeving. In een tijd van mondialisering en vervaging van grenzen groeit de behoefte aan historisch verankerde identiteit. Standaardisering vraagt om het behoud van unieke elementen in het landschap en de bebouwde omgeving. Bij het maken van ruimtelijke plannen kan het cultuurhistorisch erfgoed een goede inspiratiebron zijn. Ecologische en esthetische waarden kunnen worden versterkt. Behoud en ontwikkeling van oude landschapselementen is bevorderlijk voor de biodiversiteit en het tegengaan van de voortschrijdende nivellering van het landschap, waardoor onder meer de schaalvergroting in de landbouw kan worden beperkt. Er is een economisch belang omdat het versterken van de cultuurhistorische kwaliteiten een gunstig effect heeft voor recreatie en toerisme.

Subdoel: Het water in de Dordtse havens optimaal benutten Om onze ambities te realiseren zetten we in op een aantal thema's: • • • • • • • • •

De zichtbaarheid van het water. De beleefbaarheid van het water. Het zichtbaar maken van het maritiem toerisme Het beter karakteriseren van de verschillende havens Het toevoegen van nieuwe functies in de havens (o.a. aantrekkelijkheid binnenstad) Het versterken van de economische positie (o.a. levendige binnenstad) Duurzaam vervoer over water Veilig gebruik van en over water Het in oogschouw nemen van het groen in en rondom kades en havens

Subdoel: Voldoende ruimte bieden aan voorzieningen en daarbij streven naar multifunctioneel ruimtegebruik Een groei van de stad naar 140.000 inwoners zorgt voor draagvlak voor voorzieningen op onder andere cultureel gebied. Tegelijkertijd moeten er voldoende voorzieningen zijn om in de groei te voorzien. Bij de bouw van 10.000 nieuwe woningen dient met name onderwijs en gezondheidszorg op peil te blijven.

Voor iedereen moet het ook mogelijk zijn naar rustige en groene plekken te gaan om even het hoofd leeg te maken, te recreëren of elkaar te ontmoeten. Daarnaast zijn er voldoende sportvoorzieningen en winkels nodig. Een voorbeeld is de totstandkoming van een groen netwerk om de grotere groengebieden (groenblauwe structuren) te bereiken. Het zogenaamde Groen tot aan de Voordeur-principe. Deze ruimte kan ook sportiever worden ingericht. Tot slot stimuleert de gemeente de bereikbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid van deze voorzieningen. Multifunctioneel ruimtegebruik is noodzakelijk om de schaarse ruimte te delen. Bijvoorbeeld door sportterreinen meer open te stellen voor publiek gebruik als ontmoetingsfunctie met bijvoorbeeld speelvoorzieningen en schoollokalen waarin buitenschoolse activiteiten plaatsvinden of activiteiten voor ouderen. Ook kan het gebruik voor sportparken en gymzalen efficiënter gebruikt worden, door zowel overdag als in de avonduren hier verschillende instanties en doelgroepen gebruik van te laten maken.

Subdoel: Sterke, gedifferentieerde en inclusieve woonwijken Het doel is niet dat alle wijken dezelfde woningdifferentiatie heeft. Elke wijk heeft immers een eigen identiteit. https://www.dordrecht.nl/pls/idad/mozEgemDocument?F_DOCNR=7723330 Subdoel: Waar nodig verbeteren van de kwaliteit van de huidige woningvoorraad Een aantrekkelijke stad betekent aantrekkelijke woningen, zowel bouwkundig, esthetisch als in gebruik en energieverbruik. Bij bouwkundige kwaliteit denken we aan periodiek regulier onderhoud en aan eenmalige verbeteringen zoals de vervanging van asbestdaken, funderingsherstel en het verduurzamen van energievoorzieningen. Bij esthetisch denken we aan uitstraling. Gebruikskwaliteit gaat over het optimale en juiste gebruik van woningen. Te denken valt aan het omzetten van woningen naar kamerverhuur en levensloopbestendigheid (langer zelfstandig thuis wonen). Onder meer in de wijken Wielwijk, Crabbehof en Sterrenburg worden de wijkvisies geactualiseerd. De focus in deze wijken ligt op het inzetten van instrumenten om woningen toekomstbestendig te maken. Hierbij gaat het om de energietransitie, klimaatadaptatie, het verwijderen van asbest, funderingsaanpak en het langer thuis kunnen wonen.

Daarom maken wij het voor particuliere eigenaren mogelijk om via Stimuleringsfonds Volkshuisvesting in aanmerking te komen voor een laagrentende lening om hun woning te kunnen (laten) verduurzamen en verbeteren, ook in het kader van veiligheid. Wij zorgen dat iedereen zich bewust is van de karakteristieke kwaliteiten van de stedenbouw en architectuur in de wijken. Als gemeente stimuleren we het op orde houden en waar nodig verbeteren van de kwaliteit van de huidige woningvoorraad, door het goede voorbeeld te geven en informatie te verstrekken om eigen initiatief (op privaat terrein) te stimuleren. De kwaliteit van de woningen is en blijft wel een verantwoordelijkheid van de pandeigenaren. Voor nieuwbouw stellen we prestatie-eisen voor en we onderzoeken we of we dit instrument ook bij bestaande bouw kunnen toepassen. We stellen deze prestatie-eisen voor de gebouwen zelf, maar ook voor de omgeving. Deze moeten goed op elkaar afgestemd zijn. Met de woningcorporaties

maken we afspraken over de kwaliteit in relatie tot duurzaamheid. In een aantal gevallen stellen we een financiële bijdrage beschikbaar waarmee eigenaren in staat worden gesteld maatregelen te treffen om hun woning bouwkundig te herstellen en/of te verduurzamen. Ook hebben we een controlerende taak waar het gaat om het naleven van de regels (toezicht en handhaving). We hebben de regierol om te komen tot een aardgasvrije warmtevoorziening en we faciliteren energiebesparing, zie ook doel 7 dat gaat over energieneutraliteit en circulariteit. Dit koppelen we zoveel mogelijk met het verbeteren van de algemene kwaliteit van de woningen. De aantrekkelijkheid van de fysieke leefomgeving wordt in andere doelen en subdoelen verder uitgewerkt.

Subdoel: Hoogwaardige inrichting en onderhoud van de openbare ruimte Er komt steeds meer druk op de buitenruimte door verschillende opgaven, initiatieven en wensen. Alle ambities vragen om ruimte in de openbaarheid, van het bouwen van woningen, aanleggen van wegen tot ruimte om samen te komen en te recreëren. Eigenlijk komen alle ambities samen in de openbare ruimte en is het noodzakelijk een evenwicht te vinden in het realiseren van alle opgaven, zowel fysiek als sociaal van aard. Een voorbeeld om de openbare ruimte nog aantrekkelijker te maken is het gebruik van Kunst in de openbare ruimte. Met kunst in de openbare ruimte wordt de stadse, maar ook de buitenomgeving, aangenamer voor inwoners en bezoekers. KOR: Wij bewaken de ruimtelijke kwaliteit: de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van de openbare ruimte. Wij maken keuzes, soms voor maatwerk en altijd in balans met de verschillende ambities. De gemeente draagt in ieder geval zorg voor de basis: schoon, heel en veilig en vervolgens bieden we ruimte aan inwoners voor maatwerk in hun eigen buurt. Op deze manier kunnen inwoners zelf invloed uitoefenen op de inrichting en de kwaliteit van de openbare ruimte, denk aan straten, pleinen, plantsoenen en parken. Dit zorgt voor meer betrokkenheid en tevredenheid bij bewoners.

Uitgangspunt is dat bij het ontwerp van elke ontwikkeling zoveel mogelijk circulair wordt gewerkt: dit betekent een ontwerp met slimme ontwerpoplossingen om materiaalgebruik te reduceren en energie te besparen. Denk bijvoorbeeld aan producten van hernieuwbaar materiaal (hout) of volledig recyclebare lantaarnpalen Met groenaannemers worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt, zogenoemde participatiebestekken, om het beheer van de buitenruimte aan te laten sluiten op bestaande initiatieven en het ontstaan van nieuwe initiatieven te stimuleren. Kernwaarden bij de inrichting zijn: schoon, heel, veilig en duurzaam. Naast schoon, heel en veilig gaan we ook toewerken naar een inrichting en beheer die de klimaatadaptiviteit en biodiversiteit vergroot. Doel 2

Dordrecht is een bereikbare stad

Ook vanuit het GGD inwoners-panel blijkt dat 55% van de respondenten binnen Dordrecht de voorkeur geeft aan de fiets als verplaatsingsmiddel. Daarnaast blijkt uit hetzelfde panel dat mensen ook bereid zijn om een paar minuten te moeten lopen van hun huis naar de dichtstbijzijnde parkeerplek.

Rol gemeente De gemeente zet in op het stimuleren van alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer en de fiets. Zo wordt de totale verkeersinfrastructuur maximaal benut. Kernwoorden hierbij zijn: snel, laagdrempelig, duurzaam, comfortabel, goedkoop en promotie. Subdoel: We maken Dordrecht een fietsstad Om dit te bereiken zet de gemeente in op een compleet fijnmazig fietsnetwerk met: • • • • • • • • • •

snelle fietsverbindingen voor forenzen (zie eerste kaart hieronder); een aantrekkelijk recreatief fietsnetwerk (zie tweede kaart hieronder); het verbeteren van de verkeersveiligheid voor de fiets; het versterken van de fiets als schakel in de vervoersketen; het verbeteren van de kwaliteit en hoeveelheid aan fietsenstallingen; het aanpakken van fietsendiefstal; het beter integreren van de fiets bij stedelijke ontwikkeling en promotie van de fiets als gezond en snel vervoersmiddel voldoende oplaadpunten voor elektrische fietsen het gebruiken van de groenblauwe structuren om attractieve, koele routes voor voetgangers en vooral fietsers te bewerkstelligen.

Subdoel: Stimuleren van het (hoogwaardig) openbaar vervoer (hov) Om het openbaar vervoer te stimuleren, zetten we in op: Hoogwaardige OV-verbindingen met een hogere frequentie en een hogere rijsnelheid; Transferpunten met voldoende parkeermogelijkheden voor zowel de fiets als auto en mogelijkheden voor het gebruik van deelvervoer. Deze transferpunten worden in ieder geval doorontwikkeld/gerealiseerd bij: bij de treinstations, het Energiehuis, Weeskinderendijk en het Gezondheidspark. • Het versterken van vervoer over water door de bereikbaarheid, de toegankelijkheid en de verbindingen voor en door de gebruikers stimuleren door het toevoegen van voorzieningen als steigers, haltes en trailerhellingen, maar bijvoorbeeld ook door goede informatievoorzieningen. Rol gemeente OV-verbindingen worden 'hoogwaardig' door een hogere frequentie en een hogere rijsnelheid o.a. door het verminderen van het aantal stops. We liggen in het stedelijk netwerk van Nederland en goede verbindingen daartussen zijn voor ons van groots belang voor de (duurzame) bereikbaarheid. We zijn daarom actief in: • •

• • • •

Het lobbyen voor directe, snelle en hoogfrequente intercity-verbindingen naar zowel de Randstad als de Brabantse steden en naar belangrijke overstapstations voor luchthavens en (internationale) hogesnelheidslijnen; Het lobbyen voor het beter verknopen van de Merwede-Lingelijn met Utrecht en de Lijn Gorinchem - Dordrecht met de backbone de Oude Lijn; Het versterken van de spoorverbinding met Rotterdam, naar den Haag en Leiden en een optie naar Brabant (Oude Lijn) door een nieuwe hoogfrequente light-trainverbinding (gebruikmakend van de bestaande spoorinfrastructuur); Het versterken of toevoegen van de volgende ov-knooppunten: station Dordrecht Centraal, station Leerpark, station Dordrecht Zuid en station Amstelwijk. Tot 2030 ligt de prioriteit bij de drie eerstgenoemde stations.

Subdoel: Parkeerbeleid en innovatieve verkeersoplossingen Om ook te voorzien in bereikbaarheid per auto, kiest de gemeente ervoor om het gemotoriseerde verkeer, ondanks de negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit en geluid, te bundelen op enkele verkeersaders. Hier is de maximumsnelheid 50 km/uur en heeft het gemotoriseerd verkeer prioriteit. De negatieve effecten op de leefbaarheid worden zo mogelijk gecompenseerd (doel 3 leefbare stad). In de woonwijken is de maximum snelheid 30 km/uur. Hier kunnen gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) veilig worden gemengd. De weginrichting van deze 30 km/uur wegen is zodanig dat het gewenste verkeersgedrag wordt afgedwongen. Wij zorgen voor steeds minder auto's in de binnenstad, alleen nog voor bevoorrading en bereikbaarheid per auto voor inwoners. Rol gemeente Bij de treinstations, het Energiehuis, Weeskinderendijk en het Gezondheidspark worden knooppunten gerealiseerd of doorontwikkeld tot volwaardige overstappunten met voldoende parkeermogelijkheden voor fiets en auto en mogelijkheden voor het gebruik van deelvervoer. Daarbij is de ambitie om een aantal van deze transferpunten te gebruiken voor distributieoverslag voor stadslogistiek. Het ontwikkelen van transferpunten is bedoeld om met name het centrum te ontlasten van auto's en vrachtverkeer.

Een sturend parkeerbeleid wordt ingezet als middel voor het bereiken van een balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid en om het aantal geparkeerde auto's te verminderen. Dit kan door middel van betaald parkeren, het limiteren van vergunningen en het beter benutten van de parkeercapaciteit (bijvoorbeeld dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en bezoekers). Afhankelijk van het gebied, worden passende maatregelen getroffen.

Subdoel: Optimale bereikbaarheid van economische kerngebieden Rol gemeente We pakken knelpunten in bijzondere gebieden en bedrijventerreinen aan door de bereikbaarheid middels spoor en fiets te verbeteren (investeren in

knooppunten) op Mobiliteitshub Weeskinderendijk, Spuiboulevard e.o., rondom het Centraal station, het Leerpark/Gezondheidspark en Amstelwijck. We zetten in op fietsverbindingen over de dijklinten en met de Dordwijkzone. Het parkeren voor bezoekers aan de binnenstad wordt beter georganiseerd (o.a. met P&R Weeskinderendijk, nieuwe parkeervoorzieningen langs Spuiboulevard en het verbeteren van de fietsbereikbaarheid in de stad verbeteren (fietspaden en stallingen)). Het centrum wordt ook ontlast van auto's en vrachtverkeer door de ontwikkeling van transferpunten voor stadsdistributie. We verbeteren de toegankelijkheid van de Biesbosch door de bereikbaarheid met de fiets te verhogen. Op het hoofdwegennet verbeteren we de doorstroming en de aansluitingen op het onderliggende wegennet verbeteren. De routes voor gevaarlijke stoffen houden we in stand.

Doel 3 Dordrecht is een gezonde stad Subdoel: Bewoners verleiden tot meer bewegen, gezond gedrag en veilige sociale interactie Een openbaar gebied dat toegankelijk is en waar mensen graag komen, heeft namelijk ook een belangrijke sociale functie. De toegankelijke openbare ruimte voor iedereen draagt ook bij aan de mogelijkheden van mensen met een beperking om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, de mogelijkheden van kinderen en jongeren om te spelen en te sporten en de mogelijkheden van alle bewoners om te ontspannen, te bewegen, te recreëren, elkaar te ontmoeten en het groen te beleven. Het gaat daarbij net zozeer om de informele beweegmomenten, het blokje om, rondje met de hond of wandeling naar de winkel als de formele sportactiviteiten. Het is voor veel mensen aantrekkelijker om door een groene dan een versteende omgeving te bewegen, zeker als de zomers steeds warmer worden en er hittestress op kan gaan treden. Vanuit het panel van de GGD blijkt dat 57% van de bewoners tevreden tot zeer tevreden is met het groen in de buurt. Zij geven een 7 of een 8 aan het groen. Het gemiddelde cijfer dat Dordtenaren geven aan groen is een 6,6 en ook bijna een kwart (23%) vindt dat er onvoldoende groen is in de buurt. Hier ligt daarom nog een opgave. Een openbaar gebied waar mensen graag komen, heeft een belangrijke sociale functie.

Daarnaast willen we dat zoveel mogelijk Dordtenaren meedoen aan sport. Sport bevordert bewegen, gezond zijn, ontmoeten, ontdekken, samenwerken, ambitie, plezier hebben en participeren in de samenleving. Sport is daardoor een natuurlijke stimulator voor het realiseren van andere doelen. Rol gemeente De trends en ontwikkelingen die zich de komende jaren manifesteren kennen we: vergrijzing, klimaatverandering, technologische ontwikkelingen en bovenal een samenleving en economie die fundamenteel veranderen. Binnen deze veranderende vraag zet de gemeente Dordrecht in op een goede sportinfrastructuur en sportparticipatie door zoveel mogelijk Dordtenaren tot sporten te bewegen. De uitdaging wordt vergroot door beperkte uitvoeringsbudgetten.

De rol van de gemeente met betrekking tot sport verandert. Het is niet meer van deze tijd dat de overheid het automatisch ‘oplost’, bijvoorbeeld als een vereniging financiële problemen heeft. De betaalbaarheid van het systeem staat flink onder druk en daar moeten we met de stad een oplossing voor vinden. Dat biedt ook kansen. Samen met de stad werken aan oplossingen staat de komende jaren centraal. Ook in onze aanpak en in onze manier van werken. Gemeente Dordrecht zet bijvoorbeeld in op toegankelijke en multifunctionele sportparken waarop de kracht van sport maximaal wordt benut. Dit zal terugkomen in de herijking van de Sportparkenvisie 2015 en uitvoeringsprogramma, waarbij rekening wordt gehouden met de sociale doelstellingen en bijdrage aan niet alleen de fysieke, maar ook de mentale gezondheid. De Dordwijkzone is een beginpunt voor een bredere programmering voor het openbaar maken van sportparken, het combineren met groenblauw en het sportiever maken van de openbare ruimte, waarbij ook toekomstige fietsroutes een belangrijk onderdeel zijn. Om de ambitie meer ontmoeting en beweging in de buitenruimte te bereiken, wordt er gekeken naar meer verbinding en eisen aan de bouwopgave. Dordtenaren worden zoveel mogelijk betrokken bij het vergroenen van de eigen leefomgeving.

De rol die de gemeente kan spelen als het gaat om het stimuleren van bewegen, zit met name in het maken en beheren van een openbare ruimte die uitnodigend is. Het maken van een aantrekkelijk, schoon, veilig langzaam verkeersnetwerk voor kleine en grotere rondjes. Het aanbieden van laagdrempelige voorzieningen zoals wandelroutes en speelplekken, het openbaar maken van sportparken en het geschikt maken van de openbare ruimte voor sportief medegebruik draagt hieraan bij en zorgt voor een prettige leefomgeving waarmee Dordrecht uiteindelijk sociaaleconomisch sterker wordt. Om dit te bewerkstelligen geldt voor alle nieuwbouwplannen en herontwikkelingsgebieden de randvoorwaarde dat 5% van de openbare ruimte in de woongebieden ingericht moet worden voor spelen, bewegen en ontmoeten. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met de groenblauwe ambities, zoals op het gebied van klimaatadaptatie.

Subdoel: Voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van onze inwoners Kortom: iedereen doet mee en iedereen mag zijn zoals hij of zij is! Dordrecht is een stad met sociale samenhang en actieve, verantwoordelijke burgers. Kwetsbare groepen worden ondersteund, zodat ook zij mee kunnen doen en niemand langs de kant blijft staan. We gaan daarbij uit van de kracht van de samenleving. Daarnaast willen we de (financiële) zelfredzaamheid van (kwetsbare) inwoners vergroten. Rol gemeente Dordrecht spant zich in voor solidariteit, maatschappelijke participatie en gedeelde verantwoordelijkheid onder de wijkbewoners door investeringen in nieuwe sociale netwerken. Kwetsbare groepen die niet mee kunnen komen, niet participeren in de maatschappij en dit op eigen kracht niet kunnen veranderen, worden (met in achtneming van hun eigen verantwoordelijkheid) ondersteund, zodat ze mee kunnen doen in de samenleving. We zetten in op een goed en passend voorzieningenniveau (winkels, scholen, sportvoorzieningen, ontmoetings- en activiteitenruimten). Deze voorzieningen dienen voor alle doelgroepen goed toegankelijk, bereikbaar én veilig te zijn. Ook moet de openbare ruimte uitnodigen tot ontmoeten om sociaal isolement

te voorkomen (eenzaamheid). Dit begint al bij een goed ontwerp van de openbare ruimte met aandacht voor voldoende groen en ruimte om (veilig) te bewegen (sporten zorgt voor een langer en gezonder leven). Veiligheid, bereikbaarheid en ligging zijn daarbij belangrijke kwaliteitsaspecten. Daarnaast zet de gemeente in op het mengen van verschillende leeftijdsgroepen in wijken om de sociale cohesie te vergroten en de omgeving te creëren waarin mensen 'elkaar beter kunnen helpen' en daardoor minder een beroep doen op de overheid. Tot slot blijft de gemeente zich inzetten voor het bevorderen van participatie (ook voor kwetsbare Dordtenaren). Dit alles levert een sociaal stabiele samenleving op. Deze ambitie kan daarnaast worden uitgedragen door met woningcorporaties afspraken te maken over de levensloopbestendigheid van corporatiewoningen. Daarbij dient levensloopbestendigheid bij nieuwbouw ook een belangrijk thema te zijn, mede vanuit duurzaamheidsoogpunt. Dit betekent dat woningen zonder hoge kosten of veel materiaalverspilling aan te passen moeten zijn aan veranderende gebruikerseisen. Bij de bouw houden we dus zo veel mogelijk al rekening met eventuele functieverandering of aanpassingen in het kader van levensloopbestendig wonen. Ook het bewaken van voldoende zorg en voorzieningen in de buurt van veelal clusteringen van ouderen is belangrijk.

Subdoel: Externe veiligheid De mate van (on-)veiligheid wordt gemeten aan de hand van de hoogte van zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico. Het groepsrisico representeert de kans om een grootschalig incident (met meer dan 10 dodelijke slachtoffers). Vanzelfsprekend moet dit laatste zo veel als mogelijk worden beperkt. Dit kan door het voeren van bronbeleid en ruimtelijk beleid. Rondom transportassen vergt dit een nauwe samenhang tussen de beleidsvelden milieu, mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling. Geluid en luchtkwaliteit zijn de grootste veroorzakers van verminderde leefbaarheid. Rol gemeente We willen onze inwoners en mensen die hier komen om te werken of recreëren beschermen. Om het goederenvervoer te beperken, zijn meerdere opties mogelijk, afhankelijk van hoe de vervoersmarkt zich ontwikkelt. We blijven niet op één middel inzetten (bijvoorbeeld een tunnel) maar houden het doel in gedachten. We lobbyen hiervoor en zoeken naar kansen. Hierbij zoeken we aansluiting bij logische momenten en wensen van andere partijen met wie wij een coalitie kunnen vormen. In 2020 loopt een verkenning naar bestuurlijk commitment bij partners voor oplossingsrichtingen. Ondertussen moeten we wel omgaan met het goederenvervoer in onze stad en de risico's die dat met zich meebrengt.

Als gemeente moeten we wegblijven van de methodiek om de plafonds op te zoeken van het acceptabele groepsrisico. Belangrijk is het streven naar een zo veilig mogelijke stad door middel van het zo klein maken van de groepsrisico's. Een belangrijk middel daarvoor is het slim indelen van de beschikbare ruimte. Hierbij moet de externe veiligheid als ontwerpopgave worden gezien in plaats van als een toetsingsinstrument. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de eerder genoemde risicokaart. Ook het nieuwe Rijksbeleid rondom externe veiligheid, dat een drietal risicoschillen introduceert (brand, explosie en toxisch), biedt mogelijkheden. Zo kan door het verminderen van het aantal personen in een schil of met maatregelen aan gebouwen veiligheidswinst worden geboekt.

Subdoel: Een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving Rol gemeente De streefwaarden voor geluid moeten geactualiseerd worden, waarbij rekening wordt gehouden met cumulatie. Met het programma Actieplan Geluid worden de nieuwe streefwaarden vervolgens gemonitord en bewaakt. Elke 5 jaar worden geluidsknelpunten in kaart gebracht. Deze vorm van monitoring heeft als doel om tot acties te komen om geluidhinder zoveel mogelijk te beperken. De Omgevingswet is een decentralisatieopgave, wat in dit geval betekent dat de gemeente in het omgevingsplan regels zal moeten stellen over geluid, bijvoorbeeld door het instellen van geluidsproductieplafonds voor industrieterreinen. Voor de groeiopgaven, met name de woningbouwambities, ligt hier een grote ontwerpopgave.

Subdoel: Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit met zicht op de WHO advieswaarde Rol gemeente Het streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit vergt bronmaatregelen. Dordrecht heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend en committeert zich aan het hierin opgenomen maatregelen pakket. Een belangrijk deel van deze maatregelen is opgenomen onder Doel 2: Dordt is een bereikbare stad en meer specifiek de subdoelen Fietsstad, hoogwaardig OV en verminderen autogebruik. Daarnaast is het uitsluiten van houtstook in nieuwbouwen het geven van stook advies met de stookmonitor een belangrijke maatregel tegen fijnstof. Het verbeteren van de luchtkwaliteit, het realiseren van de energietransitie en het verduurzamen van de mobiliteit zijn belangrijke pijlers onder het luchtbeleid. In de energietransitie schuilt, met het gebruik van biomassa als brandstof voor energiewinning (warmte en elektriciteit), ook een bedreiging. Verbranding van biomassa is namelijk een grote bron van fijnstof. Daarom zal in de toekomst terughoudend worden gereageerd op dit type initiatieven. Door het jaarlijks monitoren van de luchtkwaliteit wordt de effectiviteit van het maatregelenpakket gevolgd.

Om het bewustzijn van bewoners te vergroten worden ook citizen science projecten opgezet als pilot waarbij bewoners de kwaliteit van de lucht kunnen meten, zowel binnenshuis als daarbuiten.

Subdoel: Gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit Rol gemeente In het nieuwe stelsel van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid om lokaal strengere normen te hanteren. De gemeenteraad kan er voor kiezen de gezondheid van de bewoners en de ecologie meer te beschermen door met strengere normen de bodemkwaliteit verder te verbeteren. In het bodemsaneringsprogramma kan per stof een voorkeurswaarde worden bepaald. Dit wordt verankerd in het Omgevingsplan. Gezien de regionale samenwerking op het gebied van milieu wordt er naar gestreefd om deze op regionaal niveau vast te stellen.

Subdoel: Stimuleren van een veilig leefklimaat door samenwerking tussen bewoners en organisaties Bij veiligheid kan concreet gedacht worden aan het aanpakken van ondermijnende criminaliteit (bv drugspanden), het realiseren van effectieve hulpverlening door te voorzien in voldoende bluswater, een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten en een mede op veiligheid gebaseerde ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving van risicobronnen. Rol gemeente Veiligheid is een breed begrip , variërend van een gevoel van onveiligheid (subjectieve veiligheid) door overlast tot zware criminaliteit en tot feitelijke incidenten die de maatschappij ontwrichten (objectieve veiligheid). Als gemeente zijn we met name op het gebied van fysieke veiligheid vaak kader stellend. In een omgevingsplan werken we dit uit met onder andere kaders op het gebied van: • • • • • • •

Het inrichten van de openbare ruimte: zo ontwerpen dat het gevoel van veiligheid groter wordt. Nieuwbouw en/of grootschalige herontwikkeling: gebouwen voldoen aan Keurmerk Veilig Wonen. Nieuwbouw en/of grootschalige herontwikkeling: gebieden zijn via minimaal twee verschillende routes voor hulpdiensten bereikbaar en daar waar noodzakelijk voorzien van voldoende vlucht en schuilmogelijkheden voor gebruikers en inwoners. Energietransitie: bij toepassingen van nieuwe vormen van energie(opslag) stellen we randvoorwaarden ten aanzien van beheersbaarheid van een incident en zelfredzaamheid van de omgeving. Klimaatadaptatie: vooraf veiligheidsdoelen meegeven voor klimaatadaptief bouwen in relatie tot veiligheid. Als gemeente zelf de bestaande openbare ruimte klimaatadaptief maken wanneer deze wordt aangepakt voor rioleringen, gasleidingen/warmtenet of voor renovatie van wegen. Het klimaatadaptief maken van de stad door de inpassing van groen en blauw zorgt voor een prettig leefklimaat door het vasthouden van water bij neerslag en het verkoelen van de leefomgeving door de afstand tot koele plekken voor iedereen te verkleinen.

Doel 4 Dordrecht heeft een uitstekend vestigingsklimaat Subdoel: De aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken: Dordt op de kaart Dordrecht vormt de zuidelijke entree tot de Randstad en is de centrumstad van de regio. In steden wordt het meeste geld verdiend, daar zijn de meeste banen te vinden, daar trekken de mensen naartoe. Om invulling te geven aan alle genoemde doelen in de vorige paragrafen, moeten we een aantrekkelijke entree zijn tot de Randstad en schakel naar Brabant. Om onze gemeente beter op de kaart te zetten, dient de zichtbaarheid en herkenbaarheid vergroot te worden. De entrees van Dordrecht spelen hierbij een belangrijke rol.

Rol gemeente Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt het belang van een aantrekkelijke entree in ogenschouw genomen. We zetten Dordt op de kaart met aantrekkelijke entrees bij het Maasterras, Otto Dickenplein, knooppunt A16/N3, Papendrechtsebrug, Kop van 't Land, Gezondheidspark/Leerpark en de Moerdijkbrug. Ook het station is een belangrijke entree voor inwoners, werkenden en bezoekers, zeker in combinatie met de verbinding naar het centrum. Maar ook de verbinding naar de Biesbosch als entree naar ons buitengebied dient versterkt te worden. Momenteel is er geen natuurbeleving als men via de Baanhoekweg naar ons natuurgebied beweegt. Groen is een belangrijk element in het toegankelijker en aantrekkelijker maken van onze toegangen en entrees. Te denken valt aan een groene verbindingszone naar bijvoorbeeld Moerdijk. Een belangrijke speler is Dordrecht marketing. Zij ontwikkelen een keur aan activiteiten om Dordrecht uit te laten groeien tot een sterk merk, met toegevoegde waarde voor uiteenlopende doelgroepen. Het is van belang deze te koppelen aan de opgaven en doelen uit deze Omgevingsvisie.

Subdoel: Dordrecht is koploper in (maritieme) maakindustrie en blijft innoveren Rol gemeente Binnen de bovenstaande doelen is het belangrijk ruimte te geven aan watergebonden bedrijvigheid. Dit stelt dat er actief gezocht wordt naar locaties waar een bedrijf in de maritieme maakindustrie zich kan vestigen – of door kan groeien binnen Dordrecht. Ook worden nieuwe locaties gezocht voor bedrijven die niet watergebonden zijn, maar wel op een locatie zitten die geschikt is voor watergebonden bedrijven. Dit doel gaat uit van innovatieprogramma's waarin de gemeente een stimulerende, verbindende en faciliterende functie bekleed. Verbindend door relevante partijen aan elkaar te verbinden en in te zetten op duurzame relaties. Faciliterend door bijvoorbeeld de Duurzaamheidsfabriek beschikbaar te stellen als testruimte voor innovatieve ideeën, maar ook door opleidingstrajecten aan te bieden welke als kweekvijver van innovatief talent kan fungeren.

Subdoel: Koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: in Dordt kun je gegarandeerd aan de slag Daarom wordt zowel op economische vlak als op het vlak van onderwijs de aansluiting gezocht (bijvoorbeeld door studenten digitaal voor te bereiden en ze op leiden voor functies waar behoefte aan is). Daarnaast wordt geprobeerd hoger onderwijs in Dordrecht te faciliteren middels AD (Associate Degree) opleidingen. Dit zijn tweejarige HBO opleidingen. Zo komen er doorlopende leerlijnen in het vmbo-, mbo en hbo-onderwijs. Eén van de doelen is om op deze manier hoger opgeleiden binnen de stad te behouden (wanneer zij in andere steden hoger onderwijs volgen is de kans groter dat zij niet voor Dordrecht als woonstad kiezen). Om deze ambitie te bereiken zet de gemeente in op het aantrekken van technisch (hoger)opgeleiden en betere samenwerkingen tussen bedrijven onderling en samenwerkingen tussen het bedrijfsleven en het onderwijs (mbo tot hbo niveau). Concreet betekent dit bijvoorbeeld het delen van

onderzoeksfaciliteiten en de opzet van smart en field labs. Waar de gemeente in het verleden vooral een rol voor zichzelf zag in het ruimtelijk-fysiek programmeren van werklocaties, pakt de gemeente steeds meer een faciliterende en stimulerende rol door actoren fysiek samen te brengen en crossovers te bevorderen, zoals bijvoorbeeld in de Duurzaamheidsfabriek gebeurt. Concreet zetten we in op: • • •

Realisatie kopgebouw op het leerpark voor vestiging hoger onderwijs Het realiseren van 8 tot 10 Associate Degree opleidingen Ontwikkelen van Career Boost, een plek voor studenten in de eindfase van hun hbo opleiding om stage- en afstudeeropdrachten uit te voeren voor en met bedrijven uit de regio.

Subdoel: Bestaande bedrijventerreinen, waaronder de zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid Er gebeurt al veel. Dordrecht en de Drechtsteden kennen veel innovatieve bedrijven, bijvoorbeeld in de maritieme sector maar ook verschillende start-ups, die hiervan kunnen profiteren. Zo worden er mooie producten zoals zeep en oesterzwammen gemaakt van verschillende reststromen en bouwbedrijven zetten steeds meer in op circulaire bouw. Rol gemeente Maar de transities gaan niet vanzelf. We kiezen ervoor om voor bedrijven focus aan te brengen onder het motto "lokaal/regionaal waar het kan, landelijk waar het moet". Deze keuze vloeit voort uit de mogelijkheden en invloedssferen die wij als gemeente hebben. Vanuit de overheid willen we bedrijven hierin ondersteunen en stimuleren. Dit doen we op de volgende manieren: •

• • • • •

Zon op bedrijfsdaken: De afgelopen jaren zijn meerdere rondes 'Zon op bedrijfsdaken' geweest, waarbij de gemeente ondersteunde in het plaatsen van zonnepanelen op bedrijfsdaken. Dit zijn vaak grote platte oppervlaktes waar veel zonne-energie opgewekt kan worden. De komende jaren zal de gemeente hiermee doorgaan. Besparingsmaatregelen bedrijven: Naast advies en financiële ondersteuning bij de besparing voor woningen, gaat de gemeente ook bedrijven helpen bij het maken van besparingsmaatregelen. Advisering Omgevingsdienst: De omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zal bedrijven blijven handhaven op duurzaamheidsmaatregelen. Echter, de omgevingsdienst zal ook steeds vaker actief bedrijven ondersteunen door aan de voorkant advies te geven over mogelijke maatregelen. Circulariteit bij gebiedsontwikkeling: we zetten in op circulaire toepassingen in gebouwen en de buitenruimte. Circulair inkopen en aanbesteden: we stellen circulaire eisen en wensen. Economische kansen en werkgelegenheid: we stimuleren circulariteit bij bedrijven, zowel in het netwerk als op individueel niveau.

Bovenstaande focusgebieden laten zien dat er veel overlap is met andere opgaven. Denk aan de bouwopgave, de openbare ruimte, duurzaamheid, energietransitie en uiteraard economie. We zetten daarom ten allen tijden in op de integratie van circulair denken en handelen in de andere opgaven. In de andere doelen komen deze onderwerpen, met name de duurzaamheidsopgave, ook terug.

Doel 5

Dordrecht is in 2035 klimaatbestendig

Subdoel: Dordrecht is in 2035 een zelfredzaam eiland Om als Dordrecht een zelfredzaam eiland te worden zijn er preventieve maatregelen nodig om overstromingen te voorkomen (laag 1), ruimtelijke maatregelen om de impact te verkleinen (laag 2) en crisisbeheersing in het geval van een overstroming (laag 3). Ook is het belangrijk dat we in Dordrecht goed voorbereid zijn op hittegolven in de zomer, die in de toekomst steeds vaker zullen voorkomen. Rol gemeente We moeten er voor zorgen dat de waterveiligheid ook in de toekomst is gegarandeerd. Dordrecht ontwikkelt, samen met andere partijen, innovatieve manieren om met waterveiligheid om te gaan en speelt hierin een nationale voortrekkersrol door als proeftuin te fungeren. Preventieve maatregelen (laag 1) zijn de dijken, deze zijn veilig en hier heeft de gemeente geen directe rol. Binnen laag 2 (ruimtelijke aanpassingen) heeft de gemeente een belangrijke rol om te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het realiseren van een zelfredzaam eiland. Dit zodat de impact van overstromingen zoveel mogelijk worden beperkt, en het handelingsperspectief van evacuaties wordt vergroot, denk hierbij aan het realiseren van openbare schuillocaties. Daarnaast heeft de gemeente ook een belangrijke rol binnen de crisisbeheering. Ten eerste is een evacuatiestrategie met voldoende vluchtplekken noodzakelijk.

Ten tweede is risicocommunicatie richting bewoners en werkenden belangrijk om het handelingsperspectief bekend te maken en draagvlak te creëren voor de evacuatiestrategie bij een overstroming. De Staart is een belangrijke vluchtplek in het geval van overstroming, daarom is het ten derde belangrijk dat het voorzieningenniveau op de Staart voldoende is in geval van evacuatie. Ook moeten we zorgen dat de stad goed is ingericht en voorbereid op het toenemende aantal hittegolven in de zomer. Het is belangrijk dat iedere inwoner een koele groene plek kan bereiken op loopafstand en dat inwoners weten hoe te handelen bij hitte. Daartoe zal samen met de GGD ZHZ, de Veiligheidsregio ZHZ en de Omgevingsdienst ZHZ een lokaal hitte- en waterveiligheidsplan worden opgesteld. We combineren deze twee onderwerpen in één plan omdat het gaat om dezelfde kwetsbare doelgroepen (hitte in de zomer en waterveiligheid meer in het najaar/winter) en de communicatie grotendeels via dezelfde lijnen zal lopen. Subdoel: Versterking van de robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur De rijke cultuurhistorie van het Eiland van Dordrecht biedt de aanknopingspunten om een gezonde leefomgeving te maken die weerbaar is voor klimaatverandering en met een hogere biodiversiteit. Natuur zorgt voor een gezonde, schone stad en met de Biesbosch is er nationale topnatuur in de

nabije omgeving. De ligging in het uniek zoetwatergetijdenlandschap met de schoonheid van het water en haar oevers en de nabijheid van natuur van wereldklasse is één van de belangrijkste vestigingskwaliteiten voor wonen en werken. De groenblauwe visie is gestoeld op 4 thema's: gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en cultuurhistorie. Deze vier thema’s komen terug in de verschillende groenblauwe hoofdstructuren. De groenblauwe hoofdstructuren zijn: Het Getijdenlandschap dat de rijke randen van het Eiland vormt, de historische Dijklinten waaruit het eiland in ringen is opgebouwd, het Killenlandschap dat zich nu vooral manifesteert als grillige (binnendijkse) waterlopen, de Dordwijkzone die opnieuw wordt uitgevonden als centraal park en klimaatbuffer. Daarnaast zijn er nog structuren benoemd maar (nog) niet verder uitgewerkt zoals de reelijnen, binnenhoven, buitenplaatsen, monumentale boomstructuren en de polders in het buitengebied. Een aantal principes zijn belangrijk voor de groenblauwe structuur van het Eiland van Dordrecht en komen logischerwijs ook in andere doelen voor: "Groen altijd dichtbij"; "Een verfijnd netwerk voor langzaamverkeer"; en: "Via drie poorten in het buitengebied". Deze principes zijn verder uitgewerkt in de visie groenblauw en het groenblauwe programma.

Het op te stellen groen blauwe programma verankert en concretiseert de integraliteit tussen de groene (natuur) en blauwe (water) opgaven en de bouwopgave. Dit groen blauwe programma bestaat uit drie delen: een overkoepelend deel, het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) en een groenblauw beheerprogramma. Hierin worden meerdere subdoelen uitgewerkt, waaronder het versterken van de robuuste groenblauwe structuur. Het gaat hierbij om het beschermen van de stad tegen extreem weer, kwaliteit en kwantiteit van water (Waterkraan) en klimaatbestendigheid van boomstructuren. tegelijkertijd maken we hiermee de stad aantrekkelijker en richten we de openbare ruimte hoogwaardig in en zorgen we daarmee voor een positieve invloed op de gezondheid van de inwoners. Dordtenaren hebben aangegeven groen belangrijk te vinden. Het is dus belangrijk dat er een verfijnd netwerk van groen door de stad loopt en verbonden is met groenblauwe structuren en de (Nieuwe Dordtse) Biesbosch. Zo kunnen verschillende doelgroepen en leeftijden gebruik maken van groene routes. De publieke buitenruimte én de particuliere ruimte. Participatie van bewoners is daarbij een must, omdat zij een groot deel van het terrein in hun bezit hebben en het verbinden van groenstructuren voor klimaatadaptatie en biodiversiteit belangrijk is.

Rol gemeente Het bovenstaande wordt gerealiseerd door het inzetten van het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte waarin wordt gestreefd naar een zo groen mogelijke inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast door de regeling groenblauwe schoolpleinen, het stimuleren van geveltuinen en het geven van voorlichting over het belang van natuurbeleving en zorg voor de natuur. Bij elke ontwikkeling waarbij door onderhoudswerkzaamheden de straat wordt opgebroken, wordt gezocht naar mogelijkheden om meer groen in de openbare ruimte toe te passen.

Bij het versterken van de robuuste groenblauwe structuur neemt de gemeente een trekkersrol. Andere overheden zoals het waterschap zijn hier wel bij aangehaakt. Bewoners worden gestimuleerd en gefaciliteerd zodat zij ook bijdragen aan de groenblauwe structuur. De visie groenblauw, het groenblauwe programma en het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte zijn belangrijke documenten.

Subdoel: Klimaatadaptief bouwen Rol gemeente De bovenstaande doelstelling bereiken we mede door het uitdragen van het ondertekende Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Hierin worden klimaatadaptieve (inclusief bodemdaling en biodiversiteit) eisen gesteld voor nieuwbouw. Dit doen we door beleidsregels op te stellen voor klimaatadaptief bouwen en deze op regionaal niveau (Zuid Holland Zuid) gelijk te trekken en uit te dragen. Deze regels worden geborgd in het omgevingsplan. Vanzelfsprekend is voor adaptief bouwen samenwerking belangrijk met de bouwsector, en hier wordt daarom ook op ingezet. In Dordrecht hebben we aanvullend daarop ook een beleidsregel spelen en bewegen voor nieuwbouw opgesteld. In Dordrecht zijn specifiek Amstelwijck en de Vlijwijde aangewezen tot proeftuin voor adaptief bouwen. Bij succes worden andere locaties toegewezen als proeftuinlocatie. Inzetten op adaptief bouwen is belangrijk om zo duurzame woningen te bouwen die inspelen op klimaatverandering. Op alle drie de thema's van de opgave Groenblauwe Stad (klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezonde leefomgeving) zullen ook beleidsregels worden opgesteld voor bestaande bouw. Daarnaast wordt bij de aanpak van riolering, wegen en warmtenet/gasleidingen ook de openbare ruimte daaromheen aangepakt om deze klimaatbestendig te maken. Dit zijn ontwikkelingen in de stad waarvoor straten opgebroken moeten worden.

Deze ontwikkelingen zijn een kans om de straat klimaatadaptief te maken. In het groenblauwe programma wordt uitgewerkt wat de klimaatadaptieve eisen zijn voor bestaande- en nieuwbouw. De civieltechnische uitwerking van het groenblauwe programma staat in het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. Bij alle ontwikkelingen moeten bewoners gestimuleerd en gefaciliteerd worden om hun eigen terrein klimaatadaptief in te richten. Verder wordt er ook gekeken naar de uitkomsten van de risicodialoog en zullen de knelpunten die de hoogste prioriteit hebben gekregen tijdens de dialogen ook nog worden afgewogen en aangepakt.

Doel 6

Dordrecht is in 2050 energieneutraal

Subdoel: Handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven Energieneutrale nieuwbouw Voor nieuwbouw zet Dordrecht inzet op zeer goed geïsoleerde, energieleverende gebouwen, die optimaal profiteren van de zon, zodat dit vanzelf zorgt voor een prettig woonklimaat. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). In BENG wordt de energieprestatie uitgedrukt met drie indicatoren: de energiebehoefte van het gebouw, het primair fossiele energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie. Aandachtspunt is dat deze hernieuwbare energie op het eigen perceel opgewekt moet worden. Een ander aandachtspunt hierbij is het creëren van een gezond binnenklimaat. Behalve aan de BENG-eisen moeten de nieuwe woningen natuurlijk ook voldoen aan de basiseisen die in de bouwregelgeving staan, bijvoorbeeld op het gebied van isolatie, luchtverversing en daglicht. Vanaf 1 januari 2021 komt daar de nieuwe eis voor beperking van de kans op temperatuuroverschrijding (TOjuli) bij. GPR We hechten waarde aan duurzaamheid in brede zin.

We drukken onze ambitie daarom uit in termen van de GPR score (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) waarin een breed pallet aan duurzaamheidsaspecten verwerkt is. Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Kwaliteit Nieuwbouw Drechtsteden. De regio Drechtsteden is licentiehouder van GPR Gebouw. Bouwende partijen kunnen bij invoering van projecten in GPR gebruik maken van de licentie van de regio. Als vanzelfsprekend dagen we de markt uit om het nog beter te doen. Energiebesparing We zetten fors in op energiebesparing en isolatie. Immers, alle energie die niet wordt gebruikt, hoeven we ook niet op te wekken. Ook vormen besparing en isolatie het begin van de route naar aardgasvrij. En niet onbelangrijk, het zorgt voor een verhoging van het comfort. Isoleren is een zogenaamde spijtvrije maatregel die zichzelf veelal terugverdient, zeker nu de gasprijs de komende jaren zal stijgen. Bedrijven moeten minimaal voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van energiebesparing zoals geformuleerd in de Wet Milieubeheer en de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EEED). Net als bij woningen moeten eigenaren van kantoren en bedrijfsgebouwen zich op de transitie voorbereiden met energiebesparende maatregelen en maatregelen om over te gaan op een alternatieve warmtevoorziening. Rol gemeente De gemeente heeft een stimulerende, faciliterende en controlerende rol.

We stimuleren bouwende partijen tot het bouwen van energieneutrale gebouwen en wijken en het gebruik van duurzame en circulaire materialen. Gebouweigenaren krijgen een beeld en een plan met daarin stappen die zij in de komende

jaren kunnen zetten voor hun woning, gebouw of leefstijl op weg naar aardgasvrij. We zetten, samen met partners zoals het Energieloket, de Omgevingsdienst en Drechtse Stromen, verschillende middelen in om zoveel mogelijk gebouweigenaren (particulieren, bedrijven, scholen, VVE's en instellingen) te stimuleren en ondersteunen bij het treffen van maatregelen. Voorbeelden zijn stadsbrede campagnes en wijk- of doelgroepgerichte bijeenkomsten. We onderzoeken samen met onze netwerkpartners welke oplossingen er vanuit de overheid en de financiële sector mogelijk zijn voor de groep woningeigenaren die niet de middelen hebben om de investeringen te doen.

Subdoel: Doorontwikkeling warmtenet In de Transitievisie Warmte 1.0 zijn de uitgangspunten en de eerste contouren voor de warmtetransitie bepaald. We benutten lokale energie- en warmtebronnen optimaal en passen die zo hoogwaardig mogelijk toe. Daarom is de eerste voorkeur om gebouwen aan te sluiten op het warmtenet. Daarna volgt de all-electric optie. En tenslotte gaan we voor gebieden waar deze mogelijkheden niet toegepast kunnen worden op zoek naar een volwaardig alternatief, zoals het gebruik van hernieuwbaar gas. Rol gemeente We hebben de regierol om te komen tot een aardgasvrije warmtevoorziening. Uitgangspunt is dat het voor iedereen betaalbaar en behapbaar moet zijn. In bestaande wijken worden gebouweigenaren daarom altijd betrokken bij de keuze voor de warmtevoorziening in hun wijk. Ofwel zij nemen zelf initiatief ofwel met een wijkaanpak zal via een zorgvuldig proces een afweging gemaakt worden. Op die manier proberen we onnodig hoge maatschappelijke kosten te voorkomen.

Als gemeente streven we naar warmteoplossingen met de meest optimale kosten en baten. We kijken naar de combinatie van: 1. Gebouwgebonden maatregelen 2. Energie-infrastructuur 3. Energiebronnen Per wijk kan de juiste oplossing verschillen. We starten ook op de plekken waar de kosten het laagst zijn en waar de keuze voor een alternatief voor aardgas het meest zeker is. Bij elk nieuwbouwproject onderzoeken we of aansluiting op het warmtenet mogelijk is. We leggen, met betrokkenheid van stakeholders, uiterlijk in 2021 het tijdpad vast voor de warmtetransitie en benoemen in welke wijken de gemeente voor 2030 aan de slag gaat. Ook het planmatig isoleren van woningen en andere gebouwen kan onderdeel uitmaken van deze aanpak. Dit wordt vastgelegd in de gemeentelijke Transitievisie Warmte.

Subdoel: Alle energie die nodig blijft, wekken we duurzaam op In de concept RES beschrijven we hoeveel energie we kunnen opwekken in 2030 met een doorkijk naar 2050, scenario's voor energiebronnen en infrastructuur, globale zoekgebieden, en een visie op rollen en op te stellen spelregels. Rol gemeente Dordrecht heeft samen met de andere gemeenten in de regio de regierol. We weten welke energietypen er mogelijk zijn in de regio. De volgende stap is dat er gebiedsstudies uitgevoerd worden die antwoord geven op de vraag wat een bepaalde energiemix betekent voor een bepaald gebied. Dat is niet alleen een technisch vraagstuk, maar juist ook een sociaal vraagstuk. Het begint bij wat mensen belangrijk vinden aan een gebied, welke waarde ze er aan hechten, wat beter zou kunnen en hoe de opwek van grootschalige energie daar een rol bij kan spelen. Of hoe de hinder en overlast zoveel mogelijk beperkt kan worden. Voor ieder type zoekgebied vraagt dat om een andere aanpak. Per zoekgebied gaan we de aanpak beschrijven en geven we een schets van het DNA van het gebied waar we in ieder geval bij willen aansluiten. We zullen toewerken naar uitwerking van bovenstaande in een Energieprogramma, Omgevingsplan en andere instrumenten in het kader van de Omgevingswet.

Subdoel: Circulariteit bij gebiedsontwikkeling Uitgangspunten voor circulair bouwen zijn: Het ontwerp van het gebied is gericht op modulair bouwen. Op die manier zijn de woningen en openbare ruimte beter uitgerust op toekomstige veranderingen wanneer bijvoorbeeld de bestemming ervan verandert. Dit versterkt tevens de wens tot levensloopbestendige woningen. • De materialen die nodig zijn hebben een lage milieu-impact en zijn zoveel mogelijk afkomstig van secundaire of biobased grondstoffen. • Materialen in de woningen worden geregistreerd in een materialenpaspoort. Het materialenpaspoort haalt materialen uit de anonimiteit. Hiermee worden materialen gedurende de levensduur van een gebouw geregistreerd op basis van onder meer financiële waarde, levensduur en kwaliteit. • Bij renovatie- en sloopopgaven wordt gestreefd naar een maximaal hergebruik van materialen en producten in de gebouwen, zoals kozijnen en gevels, en openbare ruimte, zoals straatstenen en groen. Een gebouw wordt gezien als een opslagplaats van materialen en verkrijgt daarmee waarde. Circulariteit kan ook worden toegepast in de inrichting van de openbare ruimte. Het is iets wat al gebeurt (hergebruik betongranulaat voor funderingen bijvoorbeeld) en wat verder en meer zichtbaar uitgebouwd kan worden. In Wielwijk/Tromptuinen bijvoorbeeld passen we hergebruik toe van de elementverharding in de openbare ruimte.

De kennis van de toepassing van slib in bijvoorbeeld keermuren hebben we nu opgebouwd in het •

Wervenpark/Stadswerven. Deze kennis gaan we nu toepassen in het project Tromptuinen. Circulariteit in het openbaar gebied komt terug bij het subdoel over de hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. Rol gemeente We willen aandacht voor circulair bouwen omdat we gaan voor een circulair Dordrecht in 2050 en de bouw een sector is waar veel circulaire toepassingen mogelijk zijn. Circulair bouwen zal de komende jaren nog veel gaan veranderen. Daarom geven we nog weinig strakke richtlijnen, maar kiezen ervoor om de markt uit te dagen.

Doel 7 Dordrecht beschermt en bevordert de biodiversiteit Met maatregelen in de groenblauwe structuren en het water en groen in de wijken wordt de afname van biodiversiteit geremd. Het behouden en versterken van de groenblauwe verbindingen op het Eiland van Dordrecht met de Biesbosch is van belang om de stad gezond en aantrekkelijk te houden. Subdoel: Het stoppen van achteruitgang van biodiversiteit en Het behoud van biodiversiteit Rol gemeente Het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte zal de praktische uitwerking zijn richting een beweegvriendelijke, klimaatadaptieve en biodiverse openbare ruimte. Hierin zullen de ook de (ontwerp)principes worden benoemd. Ook heeft biodiversiteit een belangrijke rol in het groen-blauwe programma. De groenblauwe structuren van het Eiland van Dordrecht en de biodiverse ontwerpprincipes geven ontwikkelende partijen kaders waarmee zij rekening mee dienen te houden bij nieuwe ontwikkelingen. De gemeente zorgt dat deze kaders worden gebruikt. Bij de keus van beplantingtypes en soorten is biodiversiteit en klimaatbestendigheid de leidraad, niet de oorspronkelijke herkomst. Rol gemeente Subdoel: Het stimuleren van biodiversiteit De manier van maximaal ecologisch beheer wordt vastgelegd in het groenblauw programma en groenblauw beheerplan.

Daarnaast is goede samenwerking met partijen die actief zijn in het beheer van de groen en blauwe gebieden essentieel voor de bescherming en bevordering van biodiversiteit. Zoals het Parkschap de Biesbosch, Staatbosbeheer, Rijkswaterstaat en het Waterschap. Ook het betrekken van maatschappelijke partijen zoals natuurverenigingen, bewoners en agrariërs en hun verantwoordelijkheden binnen de bovenstaande ambitie is belangrijk in het creëren van een gezonde en prettige leefomgeving.

Subdoel: Het monitoren van de biodiversiteit Er is data nodig om beheersmaatregelen te nemen voor biodiversiteit. Natuurdata kan helpen bij het opstellen of evalueren van groenbeheer. Door gericht en herhaald bepaalde (groepen) soorten te inventariseren, kunnen beheermaatregelen worden genomen voor ecologie als in het kader van beheer zoals maaimethode, maaifrequentie, baggeren of andere milieufactoren als waterkwaliteit. Rol gemeente Natuurdata is de basis van natuurbeleid. Op basis van beschikbare kennis van huidig voorkomen en van trends die te ontdekken zijn kunnen keuzes gemaakt worden. Hierbij kan specifiek naar een doel worden gewerkt en kunnen de juiste maatregelen worden genomen door tijd en geld beschikbaar te stellen tijd en ruimte. Om beleidsdoelen als ‘het verhogen van biodiversiteit in de gemeente’ te kunnen toetsen worden systemen ontwikkeld zoals een biodiversiteitsindex of het berekenen van lokale trendlijnen op basis van een stadsnatuurmeetnet. Door bij het inrichten en ontwerpen van de buitenruimte gebruik te maken van Natuurdata is er inzicht in de aanwezige kwaliteiten en soorten de habitats en de soorten in dat gebiedk blijven zo in stand of kunnen worden versterkt. Met natuurdata die voorhanden is, kunnen ook ontwikkelaars en architecten aan de slag met Natuurinclusief Bouwen. Het verzamelen van natuurdata kan zeer omvangrijk worden.

Om het beheerbaar te houden moeten er keuzes gemaakt worden. Voor de hand ligt om de soortgroepen te inventariseren die zowel goed te inventariseren zijn (wegens karakter van de soort, beschikbaarheid van specialisten) en waarbij de soort ook echt indicatief is voor de kwaliteit van de biotoop. Er kan hierbij gekozen worden voor een aantal groepen en binnen een groep kan zelfs ook nog gekozen worden voor icoonsoorten. Deze icoonsoorten moeten indicatief zijn voor de biotopen waar de gemeente zicht op richt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/266/documents/8847