CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Evaluatierapport uitvoeringsprogramma Visie van opvang naar Wonen _ DEF.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 8 november 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 18: Raadsinformatiebrief over Resultaten (tussen)evaluatie Uitvoeringsprogramma Visie opvang naar Wonen 2020-2025 - Raadsinformatiebrief4.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie uitvoeringsprogramma Visie van opvang naar wonen 2020-2025

Rapportage Juni 2022 Nul Vierentwintig

NUL VIERENTWINTIG BRENGT BEWEGING

VOORWOORD Tussenevaluatie uitvoeringsprogramma Visie van Opvang naar Wonen 2020-2025 Eind 2021 is Bureau Nul Vierentwintig gevraagd het uitvoeringsprogramma ‘Visie van Opvang naar Wonen’ tussentijds te evalueren. Centrale vraag was: ‘welke aanvullingen, nieuwe accenten en/of versnellingen (aanpassingen) zijn nodig.

Veel gerealiseerd…

Er is in de afgelopen twee jaar veel werk verzet, de inspanning, was groot. En niet onder makkelijke omstandigheden: • De winkel bleef open tijdens de verbouwing; • Corona bracht fysieke afstand en uitdagingen met zich mee; • De woningmarkt is alleen maar krapper geworden. Hierdoor is de uitstroom minder en neemt het risico op (economische) dak- en thuislozen steeds meer toe.

Deze beelden kunnen als schokkend worden ervaren.

Tegelijkertijd zien we dat in het uitvoeringsprogramma de focus voor een groot deel gelegen heeft op het wat en niet op het hoe van de visie van opvang naar wonen. Voorzieningen zijn meer en meer ingericht op snelle(re) doorstroom maar de wijze van werken nog niet. Voor mensen met weinig uitstroomperspectief is geen nieuwe aanpak ontwikkeld. Dat knelt. De bevindingen en adviezen zijn dan ook gericht op wat beter en sneller kan en wat hiervoor nodig is. Voortbouwend op het werk dat al is verzet.

Advies

Er ligt een hele mooie visie en de ambitie is groot. In deze rapportage geven wij een compact advies hoe die ambitie in de komende jaren waargemaakt kan worden. In het belang van iedereen die om welke reden dan ook het dak boven zijn hoofd dreigt te verliezen. Nul Vierentwintig

2

LEESWIJZER

ADVIES

Het resultaat van de tussenevaluatie samengevat in de vorm van 3 adviezen

REFLECTIE

Een korte reflectie op de opgave die er ligt en wat daar voor nodig is

2

VOORWOORD

8

BEVINDINGEN EN ANALYSE

4 Korte toelichting per onderdeel

14 15

3

Introductie op Visie van Opvang naar Wonen

VERANTWOORDING

De verantwoording van de inhoud en de aanpak van de tussenevaluatie

ADVIES 1. VERSTERK DE BASIS • • • •

Verbeter de procesregie en zorg voor 1 centrale verkeerstoren; Maak de beweging van ‘Opvang naar Wonen’; Verbeter de sturingsinformatie op basis van eenduidige data; Rond ontwerp en inrichting van de Toegangspoort Nieuwe Start af.

2. VOEG VOORZIENINGEN TOE • • • •

Creëer passende triage- en opvangplekken voor jongeren; Voeg een Sociaal pensionvoorziening toe; Versnel de totstandkoming van Skeave Huze; Zet in op een breed pallet aan (tijdelijke) woonoplossingen.

3. ZET IN OP MEER PREVENTIE • • •

4

Ontwikkel een doorleefd Regionaal en Lokaal beleidskader + actieplan op basis van de preventiescan; Zet in op meer maatwerkoplossingen; Versterk de overgang van opvang naar lokale ondersteuning.

1. VERSTERK DE BASIS Zet met prioriteit in op het versterken van de basis. Zodat je op termijn beter kan sturen: Op de in-, door- én uitstroom. Op de daarvoor benodigde aanpak. Op de middelen. Op de voorzieningen en op de woonoplossingen. Verbeter de procesregie en zorg voor 1 centrale ‘verkeerstoren’

Maak de echte beweging van ‘Opvang naar Wonen’

Rond samen met de kernpartners ontwerp en inrichting van de Toegangspoort Nieuwe Start af

Richt het capaciteits- en wachtlijstbeheer effectief in. Leg daarbij de verbinding tussen instroom en uitstroomperspectief en voorkom dat er opstoppingen ontstaan in de maatschappelijke opvang.

Verleg de aandacht van het wat naar het hoe. Vertaal de visie van het papier naar de praktijk. Wat betekent dat voor:

Kies voor het eenmalig op korte termijn definitief maken van het ontwerp. Op basis van de opgedane ervaringen, in plaats van het voortzetten van het huidige iteratieve proces. Er is op korte termijn behoefte aan duidelijkheid, mede als basis voor herstel van relaties.

1. De opvang: • Welke opvang bied je wel en welke niet? • Aan wie en wanneer? 2. De manier van werken: • Vanuit welke normen en waarden werken we? 3. De inzet van bestaande voorzieningen en wat wordt er van de aanbieders verwacht? 4. De woonopgave: • Voor de beweging van de opvang naar wonen zijn voldoende geschikte woonoplossingen essentieel. Doorleef dit met alle betrokken partners en schroom niet om inspiratie ‘van buiten’ te halen. Zodat je met elkaar ook buiten de bestaande kaders treedt en tot nieuwe inzichten en oplossingen komt.

5

Start met het aanscherpen van de basisprincipes en de fundamentele keuzes binnen de Toegangspoort. Scherp het doel, de taken, verantwoordelijkheden en rollen binnen de Toegangspoort Nieuwe Start aan. Begeleid dat proces zorgvuldig met oog voor de relatie én de uitdagingen van de complexe samenwerkingsstructuur zonder formele (centrale) aansturing.

2. VOEG VOORZIENINGEN TOE Gebruik de verbeterde regie en informatie die voortkomt uit ‘versterk de basis’ om te sturen op het benodigde pallet aan en capaciteit van voorzieningen. Voeg een aantal voorzieningen toe die nu ontbreken waardoor er onvoldoende geschikte plekken zijn voor specifieke doelgroepen. Zodat cruciale knelpunten worden opgelost en er passender ondersteuning kan worden geboden.  reëer passende triage- en opvangplekken C voor jongeren

Versnel de totstandkoming van voldoende Skaeve Huze

Zorg daarbij voor een mix van plekken die past bij de diversiteit in problematiek en complexiteit. Van jongeren die genoeg hebben aan lichte ondersteuning naar zelfstandigheid tot jongeren die waarschijnlijk een vorm van Beschermd Wonen nodig hebben of zorg mijden.

Voor zowel de groep die nu gebruik maakt van de opvang en geen ander perspectief heeft. En voor de groep die (lokaal) veel overlast geeft maar geen gebruik maakt van de opvang en vaak op straat of op verschillende plekken verblijft. Het aantal dat in de agenda HKG is opgenomen is daarbij het minimum.

Voeg een sociaal pension toe voor de chronische doelgroep om de doorstroom in de opvang te bevorderen

Zet in op een breed pallet aan (tijdelijke) woonoplossingen. Inclusief crisisplekken en woonoplossingen voor economisch dak- en thuislozen zoals Onder de Pannen

Naar schatting zijn hiervoor, in ieder geval, 10 plekken nodig. Het aantal gebruikers van deze voorziening ligt hoger omdat een deel van deze groep er niet permanent verblijft. sociaal pension verwijst dan ook vooral naar de periode dat deze groep (herhaald) gebruik maakt van opvangvoorzieningen, zonder dat er perspectief is op voldoende herstel om uit te kunnen stromen.

6

Tijdelijk vanuit het perspectief van de gebruiker. Zorg echter wel voor een voldoende stabiel aanbod. Verspreid over de regio om werkelijk de slag van opvang naar wonen te kunnen maken. Kijk daarbij ook nadrukkelijk naar de (gewenste) rol van de tussenvoorzieningen.

3. ZET IN OP MEER PREVENTIE Versterkt de aanpak op het gebied van preventie in brede zin. Zodat de beweging van opvang naar wonen ook bij wonen begint en voorkomen wordt dat mensen het dak boven hun hoofd (opnieuw of voor lange tijd) verliezen. Pak de resultaten van de preventiescan als gemeenten gezamenlijk op

Versterk de transitie van opvang naar lokale ondersteuning en andersom

Werk deze uit naar een gezamenlijk doorleefd kader. Met aandacht voor wat lokaal is en wat regionaal/ gezamenlijk wordt opgepakt.

Zorg voor voldoende afspraken en heldere overdracht bij uitstroom uit de maatschappelijke opvang. Borg voldoende lokale ondersteuning, nazorg en de mogelijkheden om op te schalen als dat nodig is om terugval te voorkomen. Als dakloosheid onverhoopt niet kan worden voorkomen borg dan ook een goede overdracht naar de maatschappelijke opvang, inclusief vervolgperspectief.

Werk aan meer maatwerkoplossingen, bijvoorbeeld op het gebied van voldoende inkomen Borg dit aan de voorkant: bij dreigende dakloosheid en in de opvang om uitstroom te versnellen. Zorg voor voldoende mandaat en richt een helder escalatieproces in voor de besluitvorming. Monitor de effecten, ook financieel.

7

BEVINDINGEN EN ANALYSE Tussen eind 2021 en medio 2022 zijn diverse deelonderzoeken uitgevoerd, die mede input vormden voor deze tussenevaluatie. Bij het ‘ophalen van het net’ bleken de resultaten veelal in elkaars verlengde te liggen. Op basis hiervan 11 bevindingen die samen de analyse van het uitvoeringsprogramma vormen. 1. De échte slag van ‘Opvang naar Wonen’ moet nog worden gemaakt; 2. Beschikbare data en rapportages vragen om meer scherpte zodat sturing mogelijk wordt; 3. De inrichting en werkwijze van de Toegangspoort Nieuwe Start vraagt om helderheid; 4. Er is meer (centrale) regie nodig om belemmeringen in door- en uitstroom op te heffen; 5. Er is onvoldoende zicht op het aantal benodigde plekken. Wel ontbreken een aantal type voorzieningen; 6. Veel instroom met beperkt uitstroomperspectief heeft effect op het gebruik van tussenvoorzieningen; 7. Criteria voor toegang tot (geplande) voorzieningen zijn niet altijd passend voor de zittende doelgroep; 8. Er is winst te behalen op het vlak van preventie en een goede aansluiting van de aanpak regionaal; 9. Er is winst te behalen voor verbetering van de ondersteuning bij uitstroom en daarmee terugval te voorkomen; 10. Meer ruimte en aandacht voor maatwerk voorkomt (onnodig) gebruik van de opvang; 11. De krapte op de woningmarkt heeft invloed op alle facetten van de Maatschappelijke Opvang.

Dat betekent dat de Maatschappelijke Opvang op dit moment soms (oneigenlijk) wordt ingezet om een woonprobleem op te lossen. 8

BEVINDINGEN EN ANALYSE 1. De échte slag van ‘Opvang naar Wonen’ moet nog worden gemaakt Er is in de eerste twee jaar van het uitvoeringsprogramma veel gerealiseerd. In de regel conform planning. Het uitvoeringsprogramma richt zich echter voornamelijk op het ‘wat’. Zoals het creëren of veranderen van het aanbod van opvangen tussenvoorzieningen en (door)ontwikkeling van ondersteuning; Het ’hoe’ van de visie is nog onvoldoende doorleefd en uitgewerkt en daarmee ook nog niet doorgevoerd. De focus ligt nog te veel op opvang en te weinig op wonen. De benodigde beweging moet nog worden gemaakt. Wat betekent het: 1. Voor de opgave: • dat de focus verschuift naar wonen; • en wie zijn daarvoor aan zet? 2. Als wel opvang nodig is, voor: • De wijze van werken van alle betrokkenen; • Het traject dat iemand doorloopt; • Hoe snel deze door- en uitstroomt. 3. Voor het soort voorzieningen en het aantal benodigde woningen?

9

In de uitvoeringspraktijk zien we dat producten en werkwijzen van aanbieders leidend zijn. Ook al sluiten ze niet altijd aan bij de visie ‘Van Opvang naar Wonen’. Er is bijvoorbeeld in de uitvoering een ander beeld dan beoogd in de visie bij het gebruik van de eenpersoonskamers die de doorstroom beoogden te versnellen. Ook bij het zo snel mogelijk doorstromen naar een woonplek, inclusief het actief begeleiden in die zoektocht, wordt in de praktijk nog anders gehandeld dan beoogd. Vooral de beoogde aanpak en consequenties voor jongeren en gezinnen zijn onderbelicht gebleven.

2. Beschikbare data en rapportages vragen om meer scherpte zodat sturing mogelijk wordt Data van verschillende bronnen/partijen sluiten onvoldoende op elkaar aan. Kunnen niet gekoppeld worden. Zijn nog te veel gericht op de interne bedrijfsvoering of productdefinities van de betreffende partij. En zijn onvolledig. Daardoor is er ook onvoldoende (tijdig) zicht mogelijk op ontwikkelingen die om actie vragen. Zowel in de omvang van doelgroepen als in de in- door- en uitstroom.

3. De inrichting en werkwijze van de Toegangspoort Nieuwe Start vraagt om helderheid De rollen, taken, verantwoordelijkheden en processen van en binnen de Toegangspoort Nieuwe Start zijn niet voor alle samenwerkingspartijen helder en deels nog niet volledig uitgewerkt en vastgelegd. Daardoor ontstaat verwarring en worden de beoogde doelen m.b.t. integraler (samen)werken en versnelling nog niet gehaald. Ook zijn de toegangscriteria voor de maatschappelijke opvang niet voor iedereen helder. Wat tot discussie leidt, maar soms ook tot oneigenlijke instroom.

4. Er is meer (centrale) regie nodig om belemmeringen in door- en uitstroom op te heffen Verschillende partijen zijn verantwoordelijk voor verschillende momenten in het proces: de GGD-ZHZ bij de toegang, de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voor vervolgplekken of BW. Daardoor ontbreekt overzicht over het geheel. Er zijn aanbieders met verschillende afspraken. Zowel qua financiering als m.b.t. criteria voor instroom, voorwaarden voor cliënten, rapportage en werkwijze. Daardoor is onvoldoende zicht op (de effectiviteit van) trajecten. Aanbieders werken ook nog veelal binnen de eigen ‘koker’. Er wordt veel gedacht en gewerkt in de (logische) volgorde van eigen producten. Zowel binnen het kader van de maatschappelijke opvang als bij uitstroom naar BW of begeleid wonen plekken. Daardoor zijn er interne wachtlijsten waar de SDD geen zicht op heeft. Stromen cliënten mogelijk later door of niet naar de voor hen optimale plek en is er geen (centraal) zicht op de benodigde capaciteit van vervolgplekken.

10

Er is geen verbinding tussen instroom en uitstroomperspectief. Daardoor wordt de casusregisseur laat geconfronteerd met beperkingen in uitstroommogelijkheden en blijven cliënten onnodig vast zitten in de maatschappelijke opvang. Opschalen van casuïstiek gebeurt weinig, zeker als het om uitstroom gaat. Escalatieroutes zijn onduidelijk. Zowel voor het inzetten van maatwerkoplossingen als ter verbetering van het proces. Daardoor lopen casussen onnodig vast en zijn er onvoldoende signalen waar structurele oplossingen nodig zijn.

5. Er is onvoldoende zicht op het aantal benodigde plekken. Wel ontbreken een aantal type voorzieningen Het huidige pallet aan opvangplekken is een combinatie van zaken die historisch zijn gegroeid, oplossingen die zijn ingezet om crisissituaties op te lossen en geplande aanvullingen en veranderingen op basis van de visie. Er worden nu weliswaar knelpunten in de capaciteit ervaren, maar door beperkte data en regie en nog onvolledige implementatie van de visie in de praktijk, kan niet met voldoende zekerheid een uitspraak gedaan worden over het benodigde aantal plekken voor de (middel)lange termijn. Wel is helder dat er in de huidige praktijk een aantal type voorzieningen ontbreken: Triage- en eerste opvangplekken voor jongeren Deze zijn er niet/onvoldoende nu besloten is jongeren in beginsel niet op te vangen aan het Kromhout. Opvangplekken voor jongeren De visie is gericht op het zo snel mogelijk doorstromen van jongeren naar een passende (begeleide) woonplek of kamertrainingsplek. Er is echter een groep dakloze jongeren met complexe problematiek, vaak verslaving en (nog) beperkte bereidheid om begeleiding te accepteren waarvoor eerst opvangplekken nodig zijn om tot een begin van herstel te komen.

11

Een sociaal pension Er is een groep ‘chronisch dak- en thuislozen’ waarvoor een Sociaal pension-voorziening een passender oplossing zou zijn omdat een traject naar (begeleid of beschermd) wonen geen reële verwachting is. Een dergelijke voorziening zou ook bijdragen aan het beoogde herstelgerichte karakter van de overige voorzieningen. Met name de opvang aan het Kromhout. Naar verwachting gaat het om 10 tot 12 plekken; Voldoende Skaeve Huze Het (nog) ontbreken van de geprogrammeerde Skaeve Huze zorgt voor een groep die langdurig een plek bezet houdt in de opvang met een relatief grote impact op de dynamiek in de opvang. Voor hen is er geen realistisch alternatief zolang de Skaeve Huze er niet zijn. Op dit moment verblijven er 6 in de opvang. Daarnaast is er een (niet gekwantificeerde) groep die in Dordrecht en de regiogemeenten op straat verblijft. Naar inschatting van betrokken partijen overstijgt de directe behoefte de 12 geprogrammeerde plekken.

6. Veel instroom met beperkt uitstroom-perspectief heeft effect op het gebruik van tussenvoorzieningen Circa 60% van het deel van de huidige populatie die in staat is tot zelfstandig wonen (waaronder ook gezinnen) heeft een beperkt uitstroomperspectief. i.v.m. inschrijvingsduur, financiën of onvoldoende regiobinding. De criteria voor toegang zijn anders dan van uitstroominstrumenten als urgentie en z.g.n. contingentwoningen. Vaak leidt dit tot langer verblijf in tussenvoorzieningen dan voorzien en dan op basis van begeleidingsvraag nodig is. Dat roept de vraag op of het ook wenselijk is om de tussenvoorzieningen in te zetten als tijdelijke woonoplossing. Waarbij wonen en zorg worden losgekoppeld en wat daarvan de consequenties zijn voor het benodigde aantal tussenvoorzieningen. Ook vraagt het om kritisch te (blijven) kijken naar de instroomcriteria, de verantwoordelijkheid voor doorstroom als daarop uitzonderingen worden gemaakt en de effectiviteit van uitstroominstrumenten.

7. Criteria voor toegang tot (geplande) voorzieningen zijn niet altijd passend voor de zittende doelgroep Zowel binnen de opvang als bij tussenvoorzieningen en (beoogde) uitstroomplekken vormen de gestelde criteria een beperking voor een deel van de doelgroep. Vaak zijn verslaving of een combinatie van problematieken contra-indicaties. Vereisten zijn: het hebben van werk of studie, gemotiveerd en groepsgeschikt zijn. Een deel van de doelgroep kan daar (nog) niet aan voldoen. Dit kan er toe leiden dat er weliswaar voldoende plekken (lijken te) zijn in aantal, maar er toch stagnatie optreedt in de doorstroom.

8. Er is winst te behalen op het vlak van preventie en een goede aansluiting van de aanpak regionaal | In de preventiescan wordt onder meer het volgende gezegd:

“

Als mensen geen onderdak meer hebben lijkt er in de regio nog een sterke gerichtheid te zijn op onderdak in de maatschappelijke opvang. Voorkom echter instroom in de opvang, want de weg naar herstel en re-integratie is voor mensen dan fors langer, de kans op langduriger dakloosheid groter. Het bespaart ook kosten. Maak daarom prioriteit van innovatie en uitbreiding van snel toegankelijk, tijdelijk wonen met gebruikmaking van vooral hulpbronnen in de leefomgeving. Deze woonopties lijken nog maar weinig te bestaan of te worden gebruikt.

”

12

11

Ook de evaluatie van de kleinschalige opvangvoorzieningen laat zien dat deze bijdragen aan minder beroep op regionale opvangvoorzieningen. Ook lokaal de focus verleggen naar wonen, en de condities om dat mogelijk te maken, is nodig om de omslag van opvang naar wonen te maken.

9. Er is winst te behalen voor verbetering van de ondersteuning bij uitstroom en daarmee terugval te voorkomen De preventiescan laat zien dat er nog beperkt ingezet wordt op: • Transitieondersteuning; • Het bieden van nazorg; • Langdurige woonbegeleiding (indien nodig); • Waakvlam-functie. Ook zijn aanbieders bij uitstroom op basis van reguliere inschrijving soms handelingsverlegen bij twijfel of iemand ‘het wel redt’. Goede ondersteuning op meerdere levensgebieden, is in die fase echter in belangrijke mate van invloed op het risico van terugkerende dakloosheid.

10. Meer ruimte en aandacht voor maatwerk voorkomt (onnodig) gebruik van de opvang Maatwerk op het gebied van bijvoorbeeld voldoende inkomen, kostendelersnorm of het overnemen van kleine schulden kan voorkomen dat iemand dakloos wordt. Of uitstroom uit de maatschappelijke opvang mogelijk maken. Bij belemmeringen in de huidige (reguliere) regelgeving of aanpak verblijven mensen vaak onnodig of langer in de opvang. En wordt er weinig gebruik gemaakt van maatwerkoplossingen om tot een doorbraak te komen. Er zijn geen duidelijke escalatie- of besluitvormingsafspraken gemaakt rondom het inzetten van maatwerkoplossingen.

13

11. De krapte op de woningmarkt heeft invloed op alle facetten van de Maatschappelijke Opvang. Dat betekent dat de Maatschappelijke Opvang op dit moment soms (oneigenlijk) wordt ingezet om een woonprobleem op te lossen De effecten worden gevoeld bij uitstroom. Vanuit de opvang en uit de kleinschalige crisisopvang in de regiogemeenten. Bij doorstroom omdat herstelplekken en tussenvoorzieningen langer bezet worden gehouden en ook bij instroom met een toenemend risico op dakloosheid bij levensgebeurtenissen en financiële tegenslag. Dat vraagt meer en meer om creatieve oplossingen omdat de ‘reguliere weg’ niet meer volstaat. Voor de beweging van ‘Opvang naar Wonen’ zijn voldoende geschikte woonplekken essentieel. Zowel om de instroom te voorkomen als om de uitstroom mogelijk te maken. Nu wordt in de praktijk een woonprobleem (deels) opgelost met de Maatschappelijke Opvang.

REFLECTIE Er is en wordt veel ingezet op snelle oplossing voor knelpunten en actuele situaties. Door beperkte sturingsinformatie en regie is er structureel onvoldoende overzicht en inzicht wat leidt tot ‘pleisters plakken’. Er wordt vrij continu gewerkt vanuit een crisishouding die zeer behulpzaam is voor snelle oplossingen op acute vragen. De veranderingen in de opvang waarbij de winkel open blijft tijdens de verbouwing en Corona vroegen daar in de afgelopen twee jaar ook vaak om. Maar het frustreert de ontwikkelingen op de lange(re) termijn. Om daarvoor een goede basis te kunnen leggen is het noodzakelijk om nu eerst stil te staan en rust te brengen. Ook als de druk hoog is om direct in te grijpen. De opgave die voortkomt uit dit advies zoals beschreven in deze rapportage is een forse opgave. Alle gemeenten in de regio hebben een tekort aan capaciteit om in te zetten op nieuwe opgaven en (uitvoerings-)plannen. Dat is in centrumgemeente Dordrecht niet anders. Het is niet haalbaar om nu alle adviezen uit dit rapport tegelijk op te pakken. Dit leidt onherroepelijk tot onvolledige uitvoering en versnippering waarbij het verleidelijk is om te vervallen in een crisisaanpak en focus op het wat in plaats van het hoe van de Visie van Opvang naar Wonen. De beweging van opvang naar wonen die nog gemaakt moet worden is een impactvolle beweging.

Het gaat tot in de haarvaten om de manier waarop je dingen doet. Niet alleen bij de uitvoerende partners, ook (juist) in de interne organisatie. Deze opgave is niet alleen een vraag van maatschappelijke opvang, een zorgvraag, maar bovenal een woonvraag. Wie is/zijn dan van die woonopgave? Als die alleen vanuit het team BW/MO getrokken moet worden dan blijft het vechten tegen de bierkaai.

Sta stil, stop met pleisters plakken en verplaats de urgentie naar de voorkant.

14

Zet gericht in op een reëel aantal verbeteringen en versnellingen, pak de anderen later op.

Maak ook in de opgave en verantwoordelijkheid de beweging ‘van Opvang naar Wonen’.

VERANTWOORDING INHOUD EN AANPAK Voor 2022 stond al een evaluatie van het uitvoeringsprogramma van de Visie van Opvang naar Wonen op de planning. Ondertussen:

Dit evaluatiemoment is dan ook gebruikt om een analyse te maken op:

•

•

• •

Waren er eind 2021 signalen over toenemende druk in de maatschappelijke opvang en stagnatie in de door- en uitstroom; Waren er signalen dat mensen, mede hierdoor, langer verbleven op voor hen minder optimale (vaak te zware) plekken of niet in konden stromen; Liep en loopt de beschikbaarheid van diverse tijdelijke opvanglocaties af in 2022. Mensen die daar verblijven moeten door- of uitstromen naar andere plekken.

•

•

Behaalde resultaten van de visie opvang en de gerealiseerde acties. Vragen deze om aanscherping of aanvulling? De noodzaak voor tijdelijk (aanvullende) oplossingen omdat niet alle beoogde veranderingen in de visie tegelijkertijd worden gerealiseerd of (nog niet) optimaal werken; De verwachte effecten van een aantal ontwikkelingen zoals de krapte op de woningmarkt die leidt tot toenemende instroom van toenemende instroom waaronder van economisch dak- en thuislozen.

Met als doel om een advies op te stellen m.b.t.: • • •

15

Aanvullingen op het uitvoeringsprogramma in de uitvoeringsfase en voor de langere termijn; Eventueel nieuwe accenten als gevolg van omgevingsontwikkelingen en/of verandering van de opgave; Waar een impuls gegeven kan worden of intensivering mogelijk is.

VERANTWOORDING INHOUD EN AANPAK Tussen eind 2021 en medio 2022 zijn diverse deelonderzoeken* uitgevoerd op specifieke onderdelen. De resultaten van deze onderzoeken zijn mede input geweest voor de evaluatie van het uitvoeringsprogramma. In onderstaande figuur zijn deze deelonderzoeken, de belangrijkste onderzoeksvragen en de samenhang met deze evaluatie weergegeven.

TUSSENEVALUATIE UITVOERINGSPROGRAMMA

Welke aanpassingen en bijstellingen van het uitvoeringsprogramma zijn nodig?

EVALUATIE TOEGANGSPOORT NIEUWE START

Hoe functioneert de Toegangspoort Nieuwe Start, wat zijn verbeterpunten?

EVALUATIE KLEINSCHALIGE OPVANG

Hoe functioneert de kleinschalige opvang?

SCANNER PREVENTIE DAKLOOSHEID

Hoe scoren we (regionaal) op het gebied van preventie?

ONDERZOEK EXTRA OPVANGLOCATIE(S)

Inventarisatie locaties voor extra opvangplekken (tijdelijk en structureel)

*Van elk van de deelonderzoeken is een rapportage beschikbaar

16

VERANTWOORDING INHOUD EN AANPAK In aanvulling op de deelonderzoeken zijn in de eerste fase van de evaluatie de volgende activiteiten uitgevoerd. 1. Analyse van de huidige voorzieningen en werkwijze • Het in kaart brengen van het huidige pallet aan opvangvoorzieningen; • Hoe worden deze ingezet in relatie tot de beoogde doelgroepen? • Hoe dragen deze bij aan de visie? 2. Analyse van in- door- en uitstroom • Wat waren in 2021 en 2022 de aantallen en hoe verhouden zich die tot het bestaande pallet aan voorzieningen in zowel de opvang als de beoogde door- en uitstroommogelijkheden? • Is daar een ontwikkeling in te zien? 3. Gespreksronde met GGD-ZHZ, aanbieders, centrumgemeente Dordrecht, SDD, zorgpontonnier (Dordrecht) en zorgmarinier (Zwijndrecht) over door hen ervaren knelpunten binnen de maatschappelijke opvang; 4. Analyse van relevante ontwikkelingen en onderzoek, onder meer op het gebied van de woningmarkt en terugval na uitstroom.

17

In deze ronde werden een aantal zaken zichtbaar die noodzaakten tot bijstelling van de aanpak: 1. Beschikbaarheid en kwaliteit van data m.b.t. indoor- en uitstroom was onvoldoende om conclusies te kunnen trekken. Om meer zicht te krijgen, ook in relatie tot de signalen m.b.t. toenemende druk op de maatschappelijke opvang, is een Carrousel-actie uitgevoerd. Samen met de aanbieders, GGD-ZHZ en SDD is de gehele huidige populatie in opvanglocaties en tussenvoorzieningen doorgelicht. Hiermee kon inzicht verkregen worden in de praktijk m.b.t.: • Samenstelling, problematiek en uitstroomperspectief van de huidige populatie dak- en thuislozen; • Waar stagneert het bij door- en uitstroom en welke oplossingen zijn mogelijk/wenselijk; • Individuele casussen zodat ook het gesprek gevoerd kon worden over mogelijk direct in te zetten interventies. 2. Er zijn de afgelopen jaren regelmatig extra (tijdelijke) plekken gecreëerd om acute situaties op te lossen. Daarnaast is niet uitgewerkt hoe de visie opvang zich vertaalt naar de beoogde route die doorlopen wordt ‘Van Opvang naar Wonen’ en welke voorzieningen daar in welke fase bij horen. Om meer zicht te krijgen op knelpunten m.b.t. voorzieningen en werkwijze zijn daarom op basis van gesprekken ‘ideale routes’ uitgewerkt voor de doelgroepen jongeren, gezinnen en volwassen alleenstaanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/470/documents/19904