CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Beantwoording vragen commissie sociaal – themabijeenkomst Agenda 2030 d.d. 2021 0615.pdf

Commissie Bestuur en Middelen Dordrecht 7 juli 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 9: Beantwoorden artikel 40-vragen GewoonDordt Glansrijke toekomst Dordts Leerprogramma 4-12. - Antwoordbrief artikel 40/411.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naar aanleiding van de bespreking van het Thema Glansrijke toekomst Dordts Leerprogramma 4-12 (vraag 1, 2 en 3) en Glansrijke Toekomst integrale aanpak 12-27 (vraag 4 en 5) in de commissie Sociale Leefomgeving van 15 juni 2021 zijn er vragen gesteld. Deze vragen zijn genummerd en we beantwoorden deze als volgt.

Vraag 1. Doen scholen met hoge risico's op achterstanden meer beroep op arrangementen vanuit het Samenwerkingsverband (SWV) Passend Onderwijs? Antwoord: Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Arrangementsgelden zijn lang niet altijd gerelateerd aan de sociaal maatschappelijk zwakke situatie rond de school. Arrangementen kunnen ook betrekking hebben op ziekte, gebrek of beperking die niet primair gerelateerd zijn aan zwakke sociaal maatschappelijke situaties. Voor het SWV is de kern dat hulpvragen die vanuit de scholen bij het SWV worden ingebracht zorgvuldig worden behandeld door de begeleiders Passend Onderwijs en orthopedagogen, zodat er een ondersteuningsaanbod wordt voorgesteld. Dat voorstel (en de procedure) wordt ten slotte door een onafhankelijk loket beoordeeld. Dit kan zowel op individueel niveau maar ook in groep- of op schoolniveau. (Deze beantwoording is tot stand gekomen in samenspraak met het SWV.) Vraag 2. Wat is de financiële situatie van het SWV. Antwoord: In het openbare jaarverslag van het SWV is te vinden dat het SWV PO een eigen vermogen had van € 1,1 miljoen. Vanuit de risicoparagraaf wordt een bedrag tussen € 300.000,- ― € 450.000,- genoemd. In de huidige situatie is het eigen vermogen inmiddels lager. De reserves zijn afgebouwd, in de eerste plaats door meer inzet van arrangementen en in de tweede plaats omdat ze het programma 'toptutors' i.v.m.

Corona beschikbaar stelden. Het vermogen daalt daarmee komend jaar tot de gewenste signaalwaarde van OCW. (Deze beantwoording is tot stand gekomen in samenspraak met het SWV). Vraag 3. Op welke manier worden de resultaten van het Dordts leerprogramma bijgehouden en kunnen er op basis van deze resultaten jaarlijks andere afwegingen gemaakt worden? Antwoord: Monitor Om de resultaten van het Dordts Leerprogramma (DLP) bij te houden wordt momenteel een monitor ingericht. Een werkgroep met leden uit onderwijs, kinderopvang en het samenwerkingsverband, ontwikkelt onder begeleiding van onderzoeks- en adviesbureau Sardes, indicatoren en instrumenten om resultaten van de Dordtse Onderwijsvisie (waaronder DLP) in kaart te brengen. Volgend schooljaar zal deze monitor stapsgewijs geïmplementeerd worden. Onderdeel van deze monitor zullen o.a. de resultaten op kindniveau zijn, zoals de vooruitgang op taal. Daarnaast is er ook aandacht voor andere informatie, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van de uitvoering of het bereik van de verschillende initiatieven. Wat we weten uit lokaal onderzoek De afgelopen jaren is uitgebreide ervaring opgedaan met het monitoren van dergelijke effecten in de monitor Schakelklassen, die samen met de scholen en in opdracht van de gemeente jaarlijks wordt uitgevoerd.

In de monitor Schakelklassen wordt de groei van de kinderen gevolgd in de taalontwikkeling, maar wordt ook informatie verzameld over de kwaliteit van de uitvoering. Op basis van de monitor Schakelklassen wordt jaarlijks het goede gesprek tussen gemeente en onderwijs gevoerd en worden aanscherpingen gedaan, bijvoorbeeld in de subsidievoorwaarden of uitvoeringsvereisten. Een zelfde manier van werken streven we na met de monitor voor het DLP. Uit deze monitor hebben we geleerd dat een goede implementatie van een dergelijke onderwijsinterventie tijd kost: met de jaren wordt de uitvoering beter, en daarmee de opbrengsten hoger.

Pagina 1/3

Wat we weten uit landelijk en internationaal onderzoek Leertijdverlenging is een effectieve interventie om (dreigende) achterstanden terug te dringen, zodat alle leerlingen op een niveau kunnen functioneren dat aansluit bij hun competenties. Het moet wel voldoen aan een aantal voorwaarden om resultaat te kunnen verwachten. Een van de succesfactoren is dat het programma intensief en langdurig wordt ingezet. Het heeft een grotere uitwerking op kinderen als zij er langer aan blootgesteld zijn. Daarom is het essentieel dat het Dordtse Leerprogramma voor tien jaar wordt ingezet, zodat er veel kinderen gedurende een langere tijd van kunnen profiteren. Daarnaast is het van belang dat het een oudercomponent bevat en dat er een stevige verbinding is tussen het extra programma en het kernprogramma. Ten slotte, en misschien wel het allerbelangrijkst, valt of staat het succes met de kwaliteit van de uitvoerders. Met al deze aspecten wordt terdege rekening gehouden bij de implementatie van DLP. Dat gebeurt zorgvuldig en kost dus tijd. Jaarlijkse bijsturing op basis van de monitorresultaten zal onderdeel zijn van de kwaliteitscyclus. Na drie jaar DLP stellen we in overleg met het onderwijs het programma bij op basis van de dan beschikbare informatie en resultaten. Vraag 4.

Als het gaat om de integrale aanpak 12-27, over welke en hoeveel jongeren gaat het? Antwoord: In deze business case hebben we het over jongeren in de leeftijd van 12 tot 27 jaar. Er is voor de leeftijdsgrens van 27 jaar gekozen, omdat dit goed aansluit bij Participatiewet, waarin jongeren tot 27 jaar een wachttijd van vier weken hebben voor het ontvangen van een uitkering. In de gemeente Dordrecht zitten ongeveer 8.000 leerlingen op de middelbare school (12-18 jaar) en wonen ongeveer 17.000 jongeren in de leeftijd van 16-27 jaar. Een inschatting is dat 2.600 jongeren (circa 15%) in de leeftijd van 16-27 jaar een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Jaarlijks ontvangen meer dan 400 Dordtse jongeren in de leeftijd 18-27 jaar een bijstandsuitkering. Het begrip 'jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt' is geoperationaliseerd door uit te gaan van jongeren tussen de 16 en 27 jaar oud, die niet staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling, economisch niet-zelfstandig zijn en wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Economische nietzelfstandig betekent dat een persoon in een bepaald jaar niet 70% of meer van het minimumloon heeft verdiend. Vraag 5.

Profiteren MBO-leerlingen van buiten Dordrecht ook van de middelen voor 12-27? Antwoord: Door verbinding met het ESF programma (co financiering) en de regionale functie die het MBO in Dordrecht vervult met Da Vinci en Wellant kan er niet eenvoudig een onderscheid gemaakt worden naar woonplaats. Uit cijfers blijkt echter dat de grootste groep (meer dan 50%) van de MBO studenten uit Dordrecht komt en kunnen interventies vanuit jongerenwerk/lifecoaching/maatwerk etc. gekoppeld worden aan woonplaats en komen daarmee ten goede aan Dordtse studenten. Verder is de periode dat studenten op het MBO zitten meestal maximaal 4 jaar, terwijl de aanpak zich richt op de doelgroep 12-27 jaar. Deze groep is breder dan alleen het MBO.

Pagina 2/3

Tabel 2d. Specifiek voor studenten met woongemeente Dordrecht woongemeente Dordrecht Locatie van onderwijs NIVEAU

Drechtsteden

Rijnmond

Anders

Drechtsteden

Rijnmond

Anders

Totaal woongemeente

Mbo1 opleidingen

83%

13%

4%

135

21

6

100%

162

Mbo2 opleidingen

68%

19%

13%

311

88

57

100%

456

Mbo3 opleidingen

62%

24%

14%

418

161

95

100%

674

Mbo4 opleidingen

52%

29%

19%

927

510

342

Eindtotaal

58%

25%

16%

1.791

780

500

100% Percentage 100%

1.779 Absoluut 3.071

Tabel 2e. Specifiek voor studenten per woongemeente in Drechtsteden Locatie van onderwijs NIVEAU

Drechtsteden

Rijnmond

Anders

Drechtsteden

Rijnmond

Anders

ALBLASSERDAM

39%

53%

9%

226

310

50

100%

586

DORDRECHT

58%

25%

16%

1.791

780

500

100%

3.071

HARDINXVELD-GIESSENDAM

35%

35%

29%

189

189

157

100%

535

HENDRIK-IDO-AMBACHT

33%

55%

12%

253

419

95

100%

767

PAPENDRECHT

46%

38%

16%

374

309

130

100%

813

SLIEDRECHT

42%

39%

19%

272

251

126

100%

649

ZWIJNDRECHT

42%

46%

12%

492

544

142

Eindtotaal

47%

37%

16%

3.597

2.802

1.200

100% Percentage 100%

1.178 Absoluut 7.599

Pagina 3/3

Totaal woongemeente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/304/documents/11328