Bijlage 4 Relevante wetgeving.pdf
Tekst van het document
Bijlage 4 Relevante wetgeving Veiligheid is één van de belangrijkste opgaven voor het beschermen van de natuurwaarden binnen de begrenzing van het Nationaal Park de Biesbosch. Nationaal Park de Biesbosch is als speciale beschermingszone (Natura 2000) in de zin van artikel 4, vierde lid, van richtlijn 92/43/Eeg van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) aangewezen op 4 juli 2013 (kenmerk besluit: PDN/2013-112 Biesbosch) door de Staatssecretaris van Economische Zaken.
Beheerplan In het Natura 2000 beheerplan de Biesbosch is vastgelegd hoe de natuurdoelen voor het gebied behaald moeten worden. Activiteiten in en rondom Natura 2000-gebieden (landbouw, recreatie, waterbeheer) die negatieve effecten op de natuur(doelen) hebben, zijn in het beheerplan getoetst. Hierbij wordt aangenomen dat het getoetste gebruik plaatsvindt conform de daarvoor gestelde voorwaarden van de geldende wet- en regelgeving. In het beheerplan is geregeld dat bepaalde activiteiten vergunningsvrij (WnB vergunning) kunnen worden uitgevoerd omdat aangenomen wordt dat ze geen verslechtering veroorzaken en/of significante gevolgen hebben voor de flora en fauna. In paragraaf 4.3 en 4.4 van het beheerplan wordt daarop ingegaan (Diens landelijk gebied (Staatsbosbeheer), 2017).
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Boswet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet zijn op die datum opgegaan in die nieuwe integrale natuurwet. De Wet natuurbescherming regelt niet alleen de ‘ruimtelijke ingrepen’, maar ook de andere onderwerpen zoals overig bezit en handel van dieren en planten, gebiedsbescherming, houtopstanden, jacht, beheer en schadebestrijding conform het CITES1-verdrag (Het minsterie Economische Zaken, 2017).
Provinciale milieu verordening (PMV) In de PMV kan de provincie gebieden aanwijzen waar aanvullende eisen worden gesteld qua milieu. Elke provincie stelt haar eigen provinciale milieuverordening vast. Er is een gezamenlijke model-PMV opgesteld door het interprovinciaal overleg (IPO). De PMV regelt onder anderen wat de stilte gebieden zijn en waar die zich bevinden. Voor de Biesbosch en omgeving is dat ook geregeld. Om stiltegebieden zo stil mogelijk te houden gelden een aantal regels. De natuurlijke geluiden in een stiltegebied mogen daarbij niet verstoord worden. Gemotoriseerd verkeer buiten de openbare weg, het gebruik van radio’s, sirenes, (model)vliegtuigen/drones, vuurwerk, apparaten die lawaai kunnen produceren of grootschalige evenementen zijn daarom niet toegestaan. Gebiedseigen geluiden – zoals een boer die zijn land bewerkt met een tractor – zijn wel toegestaan. Die horen gewoon bij het beleven van het landelijk gebied. Alle activiteiten waarbij weinig lawaai ontstaat zijn toegestaan. Op onderstaande afbeeldingen is te zien waar de stilte gebieden zich bevinden in of rondom het Nationaal Park (Provincie Noord Brabant, 2019) (Provincie Zuid-Holland, 2021).
Figuur 1 Zuid-Holland
1
Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora
Figuur 2 Noord-Brabant
Biesboschverordening In gezamenlijkheid hebben de drie gemeenten en Staatsbosbeheer het nieuwe juridisch kader vastgesteld. De nieuwe Biesboschverordening is in werking getreden per 1 januari 2021. De Biesboschverordening richt zich op het stellen van regels voor het gebruik van land en water binnen het nieuwe rechtsgebied. Het dient zowel ter bescherming van de natuurwaarden als ter bewaring van het landschappelijk karakter en vanwege de zorg voor het recreatief gebruik. Door de samenwerking met de drie gemeenten, die eenzelfde verordening vaststellen, blijft er sprake van eenduidige regelgeving die geldt voor de gehele Biesbosch (Nationaal Park de Biesbsoch, 2021).
Gemeentelijke APV’s De drie verschillende gemeenten hebben naast de Biesboschverordening ook hun eigen algemeen plaatselijke verordening (APV), welke van kracht is in de gebieden waar de Biesboschverordening niet voor is bedoeld. Gelet op artikel 47 uit de Biesboschverordening (Verhouding tot andere verordeningen) is geregeld dat wanneer er in de verordening wordt gesproken over een zelfde onderwerp, zoals ook opgenomen in de verordeningen van de deelnemende gemeenten of provincies, prevaleren in het rechtsgebied de bepalingen uit de Biesbosch verordening, tenzij in deze verordening anders is aangegeven.
Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet wordt het wettelijk kader voor de leefomgeving vereenvoudigd. Het omgevingsrecht wordt inzichtelijker voor burgers, ondernemers en overheden. Bij het ontwerp van het omgevingsrecht is gebruik gemaakt van de beleidscyclus. Zie figuur 3 . De leefomgeving staat centraal en er is ruimte voor lokaal maatwerk. De gemeenten zijn bevoegd om regels op te stellen, tenzij er een overkoepelend belang is. Dat laatste is vaak het geval in het buitengebied. De lokale, regionale en landelijke prioriteiten komen daar samen, waardoor een integrale en samenhangende werkwijze vereist is. Dat geldt in eerste aanleg voor beleid, regelgeving en vergunningverlening, maar ook voor toezicht en handhaving (Rijksoverheid, 2021).
Figuur 3. De beleidscyclus bij de Omgevingswet.
Overige wetgeving Naast de hiervoor genoemde wetgeving is uiteraard nog meer wetgeving van toepassing op de Biesbosch zoals onder andere de Scheepsvaartverkeerswet, het Binnenvaart Politie Reglement (BPR), de Waterwet, Wet bodembescherming. Iedere partner is op de hoogte van zijn/haar bevoegdheden ten aanzien van de wetgeving waarvoor zij aangewezen zijn.