CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Rapport Drijver en Partners VHP beleid Dordrecht.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 21 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Sportvisie 2030 - Niemand buitenspel in Dordrecht - Raadsvoorstel13.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We vinden het wel relevant om mee te wegen wat de sporter betaalt. Budget voor adviezen (MJOP, fiscaal e.d.) Zoals onder visie (5.2) al aangegeven adviseren we jaarlijks een budget beschikbaar stellen (€ 25.000 gemeentebreed), ter ondersteuning van het opstellen van een MJOP of voor het inwinnen van fiscaal advies en dergelijke. Bijdrage nieuw indicatie Bij deze opzet zou de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage voor de stichtingen stijgen van € 337.107 naar € 477.807; dat is een stijging van € 140.700.

8 Bij verenigingshallen zijn de gemiddelde onderhoudskosten lager dan bij sporthallen die met beroepskrachten worden

geëxploiteerd.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

22 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Tabel 5.2

Eerste vingeroefening verhoging VHP bijdrage gemeente

Deltahal

De Dijk

Vorrinklaan

Overdekte Accommodatie CKV Oranje Reeweg Wit Hal

totaal

VHP/kleedkamerbijdrage is

€ 19.240

€ 52.466

€ 35.043

€ 157.036

€ 73.322

€ 337.107

VHP/kk onderhoud naar 20,75/m2

€ 9.800

€ 23.300

€ 14.900

€ 21.800

€ 31.900

€ 101.700

VHP vrijwilligersvergoeding

€ 7.200

€ 7.200

€ 7.200

€ 7.200

€ 7.200

€ 36.000

-€ 13.000

€0

-€ 9.000

€0

-€ 22.000

VHP correctie VHP budget advies/fiscaal VHP/kk nieuw*

pm

pm

pm

pm

pm

€ 25.000

€ 36.240

€ 69.966

€ 57.143

€ 177.036

€ 112.422

€ 477.807

De verhoging van de bijdrage is dus vooral bedoeld om het onderhoud beter te kunnen uitvoeren. Het is niet de bedoeling dat stichtingen de hogere bijdrage gebruiken om te verbouwen en daarna te weinig middelen beschikbaar te hebben voor onderhoud, want dan ontstaat na 10-15 jaar hetzelfde probleem als dat nu speelt. Hogere OZB door Harvo compenseren De gemeente verhuurt de grond aan de stichtingen, die er een verenigingshal op hebben gerealiseerd. Om het eigendom goed te regelen moet er een recht van opstal worden gevestigd, want feitelijk is de eigenaar van de grond ook eigenaar van alles wat boven de grond staat als er geen recht van opstal of erfpachtrecht is gevestigd. Bij de Reeweghal is dat inmiddels gebeurd door middel van een huurafhankelijk recht van opstal (Harvo) en bij de andere hallen wordt dat nog geregeld. Bij de Reeweghal betekent het Harvo dat de stichting naast het gebruikersdeel nu belast wordt met het eigenaarsdeel van € 9.144 (2022). Het vestigen van het Harvo heeft puur een juridische insteek (zonder Harvo is de gemeente eigenaar van de verenigingshallen en is in die hoedanigheid ook verantwoordelijk voor de exploitaties). Het bijkomend effect is dat de gemeente meer belasting int en dat de stichtingen te maken krijgen met een lastenverzwaring.

Dit bijkomend effect is niet het doel geweest van het goed regelen van het eigendom en ons advies is om de stichtingen volledig te compenseren voor de lastenverzwaring ten gevolge van het vestigen van het Harvo.9 Gemeentelijke-bijdrage: indexatie aandachtspunt Tot dusverre wordt op de gemeentelijke bijdrage geen indexatie toegepast, omdat de gemeente er van uitgaat dat de bijdrage is bedoeld voor de financiering van een annuïtaire lening en bij een annuïtaire lening zijn rente en aflossing constant (tenzij de rente wordt aangepast). Bij de herijking van het VHP-beleid is gebleken dat de stichtingen te weinig middelen hebben voor onderhoud. En de kosten van onderhoud stijgen wel. We geven dit als aandachtspunt mee, om dit standpunt (geen indexatie) over circa 4 jaar opnieuw te bekijken. Gemeenteavonden Wat betreft het aantal gemeenteavonden is oorspronkelijk (vastgesteld in de jaren negentig) uitgegaan van 2 dagen van 4 uur gedurende 9 maanden per verenigingshal en een gemeentelijke bijdrage daarvoor van € 9.076 (dfl 20.000) per avond. In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de verdeling van verenigingsavonden en de totale gemeentelijke bijdrage is in de loop der jaren diverse malen is aangepast en niet meer wordt gevolgd. Dat vraagt om een nieuwe beleidslijn. Het voorstel is om de volgende staffel te hanteren wat betreft gemeenteavonden.

In bijzondere gevallen kan daar gemotiveerd van worden afgeweken.

9 OZB eigenaarsdeel minus eventueel verlaging of wegvallen huur grond.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

23 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Tabel 5.3

Aantal gemeenteavonden in relatie tot gemeentelijke bijdrage

Hoogte gemeentelijke bijdrage tot € 55.000 van € 55.000 tot € 85.000 vanaf € 85.000

Aantal gemeente-avonden 1 2 3 of meer

Bij toepassing van de voorgestelde staffel blijft het aantal gemeenteavonden per hal ongewijzigd ten opzichte van nu. Stijgende energielasten los zien van VHP-beleid De stijgende energieprijzen is een samenloop van meerdere oorzaken zoals de Oekraïne-crisis, een aantrekkende economie (voor zo lang het duurt), het beperkte aanbod van gas (Groningen en buitenland) en een hogere prijs voor CO2-emissierechten (door sluiten van kolen en kerncentrales). De stichtingen hebben hier ook mee te maken, maar we willen dit los zien van het VHP-beleid. Dit vraagt desgewenst aparte besluitvorming. Een waarschuwing is wel op zijn plaats. Gebleken is dat de stichtingen stijgende lasten op enig moment alleen nog kunnen opvangen door bezuinigen op onderhoud. Besparen op personeelskosten is niet aan de orde en meer opbrengsten zijn er evenmin. Voorkomen moet worden dat een herijking van het onderhoudsbudget direct wordt aangewend om hogere energielasten op te vangen (terwijl de hogere energielasten bij de spelzalen door de gemeente worden gedekt).

5.4

Overige uitwerkingsaspecten

Tarief en kortingsregeling Door diverse stichtingsbesturen is er op gewezen dat het sporthaltarief in Dordrecht laag is. Of het tarief hoger moet worden, is een afzonderlijke discussie. Wat zeker meespeelt is dat voor het huurtarief een kortingsregeling geldt en dat hoe langer een vereniging huurt, hoe groter de korting is (hoe lager het tarief). In de praktijk heeft de huidige regeling een aantal nadelen (los van de hoogte van het tarief). Er zijn verenigingen die elders ruimte moeten huren, omdat de stichting de hal voor gemeenteavonden beschikbaar moet stellen. De vereniging betaalt dan een hoger tarief (elders) dan de baten die de stichting ontvangt voor de gemeenteavond. Het komt ook voor dat een stichting de hal beschikbaar moet stellen voor zaalhockey, maar als stichting ontvang je dan 3 maanden huurbaten in plaats van 10 maanden bij een andere gebruiker (binnensport). Of een gebruiker (huurder) maakt de huurperiode langer, omdat de huurder dan met de korting goedkoper uit is dan wanneer de huurder korter zou huren. De hoogte van het huurtarief en zeker de kortingsregeling zijn aspecten die heroverwogen moeten worden. Er vindt een evaluatie plaats van de sportaccommodatietarieven en deze evaluatie is input voor eventueel aanpassing van het tarievenbeleid.

Geen verwevenheid besturen, wel betrokkenheid De vereniging en de stichting zijn verschillende rechtspersonen en er mag geen verwevenheid zijn tussen de besturen. Bij 4 van de 5 stichtingen werkt dat goed, bij 1 stichting moet dat worden aangepast. Een stichtingsbestuur moet onafhankelijk haar afwegingen kunnen maken. Dat laat onverlet dat het belangrijk is dat er een goede (warme) samenwerking is tussen de stichting en de vereniging. De leden van de vereniging moeten betrokken zijn bij de uitvoerende activiteiten die exploitatie en beheer van de hal vergt. Vanzelfsprekend gaat dat via de stichting, maar een stichting heeft geen leden en is wat betreft vrijwilligers afhankelijk van de samenwerking met de vereniging. Financiële verantwoording en begroting De inrichting van de winst- en verliesrekening, de begroting en de balans verschilt per stichting. Naar de toekomst stellen we voor dat de begroting en jaarstukken (winst en verliesrekening en balans) voldoen aan enkele richtlijnen. Het gaat niet om ingewikkelde zaken, maar om bepaalde onderbouwing.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

24 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Uitsplitsing huurbaten De huurbaten willen we bijvoorbeeld uitgesplitst zien naar tenminste moedervereniging, eventueel onderwijs en overige gebruikers. Veel stichtingen doen dat automatisch, maar niet alle stichtingen. Wanneer de stichting de eigenaarslasten heeft voor de kantine (kantine is eigendom van de stichting), is het wenselijk dat de stichting daar een reële huur voor rekent. Dat dient zichtbaar te zijn in de begroting en jaarstukken. Gebruik en huur moedervereniging transparant De eigen vereniging die gelieerd is aan de stichting, moet voor het gebruik hetzelfde verenigingstarief betalen als andere sportverenigingen. Dat is in de huidige begrotingen en jaarstukken van de stichtingen niet altijd zichtbaar. Het wil dus niet zeggen dat “eigen” vereniging een lager tarief betaalt, het gaat er om dat het gebruik en het tarief transparant en controleerbaar zijn, omdat we stichtingen eenduidig willen behandelen en de binnensportverenigingen in totaliteit. Voorziening groot onderhoud, relatie met MJOP en dekking Voor de balans is het belangrijk dat zichtbaar is dat de stichting beschikt over een voorziening voor groot onderhoud, waarbij er een relatie is met de meerjarenbegroting en het MJOP en dat er middelen zijn om het onderhoud te kunnen financieren.

Het stellen van richtlijnen aan begroting en verantwoording doen we om een eenduidige verdeling te krijgen van gemeenschapsgeld en daarin transparant te zijn (naar het gemeentebestuur). Het is ook ter ondersteuning (en bescherming) van de stichtingen en verenigingen zelf. Grotere programmeerrol gemeente Onder paragraaf 5.2 ‘Visie’ is aangegeven dat de behoefte voor de totale gemeente leidend is voor het aanbod binnensportaccommodaties. Nu is inroostering en zicht op gebruik en bezetting versnipperd (5 stichtingen, Optisport, gemeente). Dat betekent in de uitwerking dat de gemeente zal moeten zorgen dat de gemeente inzicht heeft in gebruik en bezetting van alle sporthallen en spelzalen. De gemeente moet de regierol meer invullen. En dat is ook verstandig wanneer de gemeente meer middelen besteedt aan binnensportaccommodaties en de exploitaties over verschillende partijen is verdeeld.

Afstemming VHP-beleid-beleid onderwijshuisvesting en Programma Sportparken De afstemming VHP-beleid en onderwijshuisvesting is de laatste 1,5 jaar geïntensiveerd en naar behoren. Keuzes rond de VHP-hallen kunnen ook gevolgen hebben voor de sportparken. Wanneer de plannen voor bijvoorbeeld Stichting CKV Oranje Wit Hal gereed zijn en de benodigde gemeentelijke bijdrage past in het VHP-beleid, dan vindt er tevens een toets plaats hoe de aanpassing zich verhoudt tot het Programma Sportparken en onderwijshuisvesting. Door een afname van spelende korfballeden, licht het niet in de lijn der verwachtingen, dat er uitbreiding plaatsvindt van verenigingshallen op sportparken. Het medegebruik van CIOS Zuidwest-Nederland bij sporthal De Dijk is reeds benoemd. Continueren garantiestelling De huidige verenigingshallen zijn gefinancierd met een gemeentelijke garantiestelling (voor de exploiterende stichting) en een contraborgstelling door de moedervereniging. We continueren dit beleid in het nieuwe VHP-beleid. De gemeentelijke garantiestelling is bedoeld om de stichtingen in de gelegenheid te stellen om een lening aan te trekken. Na afloop van een lening kan opnieuw een lening worden afgesloten ter financiering van ingrijpende renovaties.

De voorgesteld verhoging van de gemeentelijke bijdrage is niet bedoeld om ingrijpende renovaties te financieren, want die is bedoeld voor planmatig onderhoud en middelen voor vrijwilligersvergoedingen.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

25 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

In de nieuwe gemeentelijke beleidsnota garantstellingen en leningen (2021) is wat betreft sporthallen de volgende beleidslijn voorgesteld (zie pagina 9 beleidsnota garantstellingen en leningen 2021) : Beleidslijn: Garantstelling door de gemeente voor sporthallen bij, op gemeentelijke sportcomplexen gevestigde, verenigingen is mogelijk, maar alleen indien de uitbreiding of vervanging van capaciteit voorziet in een behoefte en er geen sprake is van wegzuigende werking bij andere hallen binnen de gemeente. Hiervoor gelden daarnaast dezelfde randvoorwaarden als bij accommodaties ten aanzien van inventaris en groot- en achterstallig onderhoud. Er moet daarvoor dus zelf gespaard worden door de stichtingen/of direct belanghebbende verenigingen. De beleidsnota Garantstellingen en leningen geldt dus ook voor andere initiatieven, bijvoorbeeld een blaashal voor DMHC. Het beleidskader VHP is niet het kader om een afweging te maken over een blaashal, want een blaashal is geen permante verenigingshal en dat vraagt een zelfstandige afweging door de gemeente (omgevingsvergunning en eventuele garantiestelling). Van overeenkomst naar subsidie Op dit moment heeft de gemeente afzonderlijke overeenkomsten met de VHP-stichtingen. In 2018 heef de Rekenkamercommissie (RKC) aangegeven dat zij van mening zijn dat sprake is van een subsidierelatie, zonder daar een motivatie bij te geven.

Na het RKC rapport en advies is het Subsidiebureau van de gemeente betrokken bij VHPbeleid en checks & balances uitgebreid. De bestaande overeenkomsten zijn onveranderd. Omdat we bezig zijn met nieuw VHP-beleid, is de vraag actueel of bij afloop van overeenkomsten toe moeten naar subsidierelaties. Voor het beoordelen of sprake is van een subsidierelatie of een opdracht (overeenkomst), hebben we informatie geraadpleegd van PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Basishandreiking Subsidierecht van de VNG (2019). Op grond van informatie van PIANOo en de Basishandreiking Subsidierecht van de VNG, kunnen we aansluiten bij de opvatting van de Rekenkamercommissie dat de VHP-bijdrage als subsidie moet worden beschouwd. Want er is geen markt of concurrentie. Vergelijk het met de exploitatie van de Sportboulevard. Dat is een dienst waar marktpartijen zoals Optisport, Sportfondsen, Yask of een andere exploitant op kan inschrijven (al is het aantal geschikte marktpartijen erg beperkt, maar dat doet niet ter zake). En deze commerciële partijen rekenen ook een winstmarge. En het initiatief voor de overeenkomst komt vanuit de gemeente: de gemeente nodigt partijen uit tot een aanbieding/offerte. Bij VHP is er geen andere partij die de exploitatie even overneemt. Het initiatief komt vanuit de stichting/vereniging.

De gemeente verbindt wel voorwaarden aan de bijdrage, dat is ook wel begrijpelijk vanwege de bedragen en in het belang van de stichting/vereniging én gemeente. En uit de VNG-handreiking blijkt dat een overheidsorgaan ook prestaties mag benoemen (in een uitvoeringsovereenkomst). Naar aanleiding van het Rekenkamerrapport uit 2018 is er vanuit stichtingen geopperd dat een subsidie geen rechtszekerheid geeft. Een overeenkomst ga je voor 30 jaar aan en een subsidie voor maar 4 jaar (gebruikelijk bij grotere organisaties waar continuïteit van de bedrijfsvoering belangrijk is). Als bestuurder zou je dus geen zekerheid hebben en persoonlijk aansprakelijk zijn. Als we naar de praktijk kijken en het verleden, dan is juist het omgekeerde het geval. Er zijn meer dan eens situaties geweest, waarbij de gemeente de bijdrage heeft verhoogd. Ook nu (2022) is het voorstel om de bijdrage verder te verhogen. Het punt van zekerheid en bestuurlijke aansprakelijkheid moeten we niet negeren, maar dat moet met afspraken ook te ondervangen zijn. Je kan een overeenkomst maken met een stichting voor de komende 30 jaar, maar feitelijk weet je ook niet of de behoefte in die 30 jaar gelijk blijft en of de exploitatie (baten en lasten) gelijk blijven. Tot nu toe heeft de gemeente de bijdrage verhoogd, als dat nodig was en als dat (vanuit gemeente-belang) wenselijk was.

Andersom – dus een bijdrage verlagen, moet ook mogelijk zijn. Omdat een stichting meer neveninkomsten ontvangt, of omdat de behoefte duidelijk afneemt en het beter is om de capaciteit te verminderen. Waar je voor moet zorgen is dat aanpassing van het beleid (en de bijdrage) op zodanige wijze gebeurt, dat bestuurders (van de stichtingen) daar geen nadelige gevolgen van ondervinden.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

26 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

De overgang van een overeenkomst naar een subsidie in de toekomst, betekent meer werk voor de ambtelijke organisatie. Ook de grotere rol van de gemeente bij inzicht in gebruik en bezetting voor alle binnensportaccommodaties, vraagt meer van de ambtelijke organisatie.

5.5

Hoe verder

In maart 2023 loopt VHP-overeenkomst voor hal 1 van Stichting CKV Oranje Wit Hal af. Daarna volgt Stichting De Dijk in 2026 en Stichting Deltahal in 2029. Tabel 5.5

Looptijd VHP-overeenkomsten

Stichting / vereniging

Borgstellings-overeenkomst

Ckv Oranje Wit Hal/ ckv Oranje Wit De Dijk / Next Volley Dordrecht Deltahal / Sporting Delta Overdekte Accommodatie Reeweg / Fortius Vorrinklaan / DeetosSnel

15/3/2023 (hal 1) 28/10/2038 (hal 2) 24-1-2026

Contraborgstellingsovereenkomst 15/3/2023 (hal 1) 28/10/2038 (hal 2) 24-1-2026

Huurovereenkomst 31/12/2023 (hal 1) 1/1/2038 (hal 2) 30-9-2025

VHPovereenkomst 15/3/2023 (hal 1) 31/12/2037 (hal 2) 24-1-2026

20-5-2029 28-2-2030

25-5-2029 28-2-2030

1-11-2029 1-8-2031

31-7-2029 1-1-2030

19-7-2040

19-7-2040

1-7-2039

30-6-2039

Het VHP budget verhogen en verdelen vraagt: • • • • • •

verhogen van het VHP budget via de begrotingscyclus van de gemeente (begroting 2023); MJOP’s op niveau brengen (2022); Richtlijnen opstellen voor Begroting, W&V en Balans (van stichtingen) en invoeren met ingang van 2023; Koppeling MJOP naar Begroting 2023 en meerjarenbegroting van stichtingen; Opstellen nieuwe verdeling gemeentelijke bijdrage; Afstemmen met subsidiebureau over procedure en uitvoering.

MJOP’s op niveau brengen (2022) In paragraaf 5.4 hebben we een jaarlijks bedrag voorgesteld van € 25.000 voor bijhouden MJOP’s en andere ondersteuningsadviezen. De stichtingsbesturen draaien volledig op vrijwilligers. De besturen zoeken natuurlijk naar bouwtechnische en financiële en fiscale kennis in hun achterban, maar we willen ze daar ook bij ondersteunen (via een budget dat zij kunnen aanspreken). Het grootste deel van het budget is bedoeld voor de MJOP’s.

Richtlijnen voor Begroting, W&V en Balans en invoeren 2022 Het opstellen van richtlijnen voor de begrotingscyclus van de stichtingen is geen grote operatie. Er is een aantal zaken dat voor iedere stichting op dezelfde wijze transparant moet zijn in Begroting, Winst en Verliesrekening en Balans. Koppeling MJOP naar Begroting stichting Op basis van de herijkte MJOP’s maken de stichtingen een nieuwe begroting en een meerjarenbegroting. De stichtingen hebben aangegeven dat zij er van uit gaan dat bij afloop van hun lening (en de

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

27 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

borgstellingsovereenkomst met de gemeente), de gemeente opnieuw borg gaat staan voor een nieuwe lening, waarmee de stichting levensduur verlengende renovaties kan financieren. Die werkwijze is ook in het belang van de gemeente. Want als de stichtingen niet kunnen herfinancieren na afloop van de eerste looptijd (30 jaar), dan is de dekking voor groot onderhoud snel uitgeput. De verhoging van het VHP-budget door de gemeente is bedoeld om het onderhoud te versterken (continuïteit bedrijfsvoering en veiligheid). En niet dat stichtingen minder hoeven te lenen en dus de vereniging minder hoeft bij te dragen. Verdeling en verhoging 2023 (verhoging bijdrage via gemeentebegroting) o.b.v. meerjarenbegroting stichtingen Op basis van de meerjarenbegroting van de stichtingen vindt herverdeling plaats in 2023.

5.6

Het grotere plaatje

De overeenkomsten met de VHP-stichtingen dateren van de periode 1992-2008 (bouw 1e en laatste VHP-hal, in beide gevallen Oranje Wit-hallen ). Ook daarna zijn er aanpassingen geweest in afspraken. Dit nieuwe VHP-beleidskader geeft aan dat de gemeente wil doorgaan met VHP-hallen, maar wel met een steviger fundament. De spelregels en gemeentelijke middelen zijn opnieuw vastgesteld. De afweging of een VHP-hal wenselijk en toekomstbestendig is, zal telkens opnieuw plaatsvinden. Het is dus ook niet mogelijk of wenselijk om een plan te maken welke binnensportaccommodaties Dordrecht over 20 jaar heeft. Het streven is dubbelgebruik bij sporthallen. Dus overdag bewegingsonderwijs en ’s avonds en in het weekeinde sport. Om dat te realiseren is het belangrijk dat de planning van sporthallen, spelzalen en gymzalen integraal plaatsvindt; dus niet alleen vanuit VHP-stichtingen of alleen vanuit vastgoedonderhoud of vanuit onderwijshuisvesting, maar juist integraal. En dus ook dat er periodiek inzicht is in gebruik en de bezetting van alle binnensportaccommodaties. De VHP-hallen hebben nu een plek op de sportparken. Het ligt niet in de verwachting dat alle VHP-hallen een andere locatie krijgen. Ze zijn verbonden aan een vereniging. Maar of Dordrecht over 20 jaar nog steeds 7 VHP-hallen heeft is niet zeker. De behoefte (gemeente-breed) is leidend.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

28 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Bijlage 1 Subsidie versus overeenkomst 1. Aanleiding Op dit moment heeft de gemeente afzonderlijke overeenkomsten met de VHP-stichtingen. In 2018 heef de Rekenkamercommissie aangegeven dat zij van mening zijn dat sprake is van een subsidie-relatie. Na het RKC rapport en advies is het subsidie-bureau van de gemeente betrokken bij VHP-beleid en checks & balances uitgebreid. De bestaande overeenkomsten zijn onveranderd. Omdat we bezig zijn met nieuw VHP-beleid, is de vraag actueel of bij afloop van overeenkomsten toe moeten naar subsidie-relaties. 2. Toelichting subsidie versus opdracht (overeenkomst) In het RKC rapport ontbreekt een motivatie waarom de VHP-bijdrage als subsidie moet worden beschouwd. PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, geeft wel aanknopingspunten en de VHP-bijdrage heeft kenmerken van een opdracht én van een subsidierelatie. Waarom opdracht? Omdat de gemeente voorwaarden stelt aan de invulling. Denk aan gemeenteavonden, reserveren voor meerjaren onderhoud, inzet van vrijwilligers, tariefstelling et cetera. Bij een opdracht is de prestatie benoemd en afdwingbaar. Bij een subsidie is de prestatie niet afdwingbaar. Waarom subsidie? Bij VHP hebben we geen marktwerking en concurrentie.

Het VHP model rust op een grote inzet van vrijwilligers- en de bijdrage van de gemeente is nooit genoeg voor commerciële aanbieders. Je kan de exploitatie van een VHP-hal ook niet aanbesteden; er is geen markt voor. De gemeente geeft een bijdrage met als doel voldoende sporthalcapaciteit en dat is een algemeen belang. 3. Wat weegt nu het zwaarst? PIANOo zelf geeft aan dat wanneer sprake is van een grote vermenging van kenmerken (subsidie en opdracht), in de praktijk vaak wordt gekozen voor subsidie. Naast de informatie van PIANOo hebben we ook de Basishandreiking Subsidierecht van de VNG (2019) geraadpleegd. De Basishandreiking geeft een aantal wezenlijke aanknopingspunten: • • •

Bij commerciële transacties is het bedrag dat een overheidsorgaan betaalt, niet alleen voor dekking van de kosten, maar ook voor een zekere winstmarge. Een subsidie kan ook worden aanbesteed. Aanbesteding is niet relevant voor het onderscheid subsidie versus overeenkomst. Een overheidsorgaan kan een subsidie verlenen onder voorwaarde dat er een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten. Op grond van een subsidiebeschikking alleen heeft een subsidieontvanger niet de verplichting om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren (subsidie is niet afdwingbaar). Als de subsidieontvanger de activiteiten niet uitvoert, is het gevolg dat de beschikking wordt ingetrokken en dat eventuele voorschotten moeten worden terugbetaald. Als het van groot belang is dat de activiteit wel wordt uitgevoerd en de verplichtingen worden nagekomen, kan het bestuursorgaan de subsidie verlenen onder de voorwaarde dat er een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten, zie artikel 4:36, eerste lid, van de Awb. In artikel 4:36, tweede lid, van de Awb is bepaald dat in die overeenkomst de verplichting kan worden opgenomen dat de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteiten uitvoert. De uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten is dan afdwingbaar via de burgerlijke rechter. Met een uitvoeringsovereenkomst heeft het bestuursorgaan dus meer grip op de uitvoering.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

29 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Let op: hoe strakker die grip is en hoe meer het bestuursorgaan dus kan sturen, hoe groter de kans dat de subsidie plus uitvoeringsovereenkomst wordt gekwalificeerd als een overheidsopdracht. Dat kan betekenen dat er aanbesteed moet worden. De VNG handreiking laat dus zien dat een overheid wel degelijk prestaties kan koppelen aan een subsidie. Op grond van informatie van PIANOo en de Basishandreiking Subsidierecht van de VNG, kunnen we aansluiten bij de opvatting van de Rekenkamercommissie dat de VHP-bijdrage als subsidie moet worden beschouwd. Want er is geen markt of concurrentie. Vergelijk het met de exploitatie van de Sportboulevard. Dat is een dienst waar marktpartijen zoals Optisport, Sportfondsen, Yask of een andere exploitant op kan inschrijven (al is het aantal geschikte marktpartijen erg beperkt, maar dat doet niet ter zake). En deze commerciële partijen rekenen ook een winstmarge. En het initiatief voor de overeenkomst komt vanuit de gemeente: de gemeente nodigt partijen uit tot een aanbieding/offerte. Bij VHP is er geen andere partij die de exploitatie even overneemt. Het initiatief komt vanuit de stichting/vereniging. De gemeente verbindt wel voorwaarden aan de bijdrage, dat is ook wel begrijpelijk vanwege de bedragen en in het belang van de stichting/vereniging én gemeente.

En uit de handreiking blijkt dat een overheidsorgaan ook prestaties mag benoemen (in een uitvoeringsovereenkomst). 4. Is subsidie nadeliger voor stichting dan overeenkomst? Naar aanleiding van het Rekenkamerrapport uit 2018 is er vanuit stichtingen geopperd dat een subsidie geen rechtszekerheid geeft. Een overeenkomst ga je voor 30 jaar aan en een subsidie voor maar 4 jaar (gebruikelijk bij grotere organisaties waar continuïteit van de bedrijfsvoering belangrijk is). Als bestuurder zou je dus geen zekerheid hebben en persoonlijk aansprakelijk zijn. Als we naar de praktijk kijken en het verleden, dan is juist het omgekeerde het geval. Er zijn meer dan eens situaties geweest, waarbij de overeenkomst niet voldoende toekomstbestendig was en waarbij de gemeente de bijdrage heeft verhoogd. Ook nu (2022) is het voorstel om de bijdrage verder te verhogen. Het punt van zekerheid en bestuurlijke aansprakelijkheid moeten we niet negeren, maar dat moet met afspraken ook te ondervangen zijn. Je kan een overeenkomst maken met een stichting voor de komende 30 jaar, maar feitelijk weet je ook niet of de behoefte in die 30 jaar gelijk blijft en of de exploitatie (baten en lasten) gelijk blijven. Tot nu toe heeft de gemeente de bijdrage verhoogd, als dat nodig was en als dat (vanuit gemeente-belang) wenselijk was. Andersom – dus een bijdrage verlagen, moet ook mogelijk zijn.

Omdat een stichting meer neveninkomsten ontvangt, of omdat de behoefte duidelijk afneemt en het beter is om de capaciteit te verminderen. Waar je voor moet zorgen is dat aanpassing van het beleid (en de bijdrage) op zodanige wijze gebeurt, dat bestuurders (van de stichtingen) daar geen nadelige gevolgen van ondervinden.

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

30 / 31

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Drijver en Partners Kelvinring 54 2952 BG Alblasserdam tel: 010 -2112121 info@drijver-en-partners.nl www.drijver-en-partners.nl

gemeente Dordrecht | Verenigingshallen Dordrecht

31 / 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/669/documents/22731