BIJLAGE 4 - Bestuurlijk kader.pdf
Tekst van het document
Bestuurlijk kader ombuigingen Dordrecht moet een stad blijven om prettig en veilig in te wonen, werken en recreëren. Een stad waarin we sociale cohesie en collectiviteit ervaren. Ook als er de komende jaren minder geld beschikbaar is. We blijven investeren in de stad, voor huidige én voor toekomstige inwoners. Om dit te kunnen doen met een degelijk financieel beleid, is een kader nodig voor de moeilijke financiële keuzes waar we voor staan. Hoe zien we de stad in de toekomst? Welke dingen horen daar wel en niet bij? En welke afwegingen maken we, gegeven de financieel moeilijkere tijden? In dit bestuurlijk kader noemen we vier centrale thema's waarop we maatregelen voor bezuinigingen toetsen. En een aantal rode draden die we daarbij hanteren. Deze zijn mede ingegeven door gesprekken met inwoners, kenners en raadsleden. We gebruiken dit om ombuigingsmogelijkheden te wegen.
Centrale thema's 1. Dordrecht moet een aantrekkelijke stad blijven voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Mogelijk moeten echter één of meer voorzieningen in onze stad om financiële redenen sluiten of significant afgeschaald worden. Dat vraagt om scherpe keuzes, waarbij de aantrekkelijkheid voldoende gewaarborgd blijft. Met de beoogde groei van de stad creëren we financieel draagvlak voor lokale en regionale voorzieningen op bijvoorbeeld het gebied van sport, cultuur en recreatie. Meer inwoners en banen leveren meer inkomsten op voor de stad. Maar het aantal inwoners neemt langzamer toe dan verwacht. Dit zet druk op onze voorzieningen. De afgelopen jaren is veel gedaan om extra inkomstenbronnen aan te boren, zoals bijvoorbeeld de Regiodeals. Dit blijven we doen. Ondanks deze extra inkomsten zijn bezuinigingen nodig. We moeten dus scherp kiezen binnen het voorzieningenaanbod. We gaan voor optimaal rendement van onze voorzieningen door onder meer ons vastgoed beter te benutten en te kiezen welke voorzieningen het meest bijdragen aan een sterk profiel van de stad. We kijken naar de aantrekkelijkheid van de gehele stad, voor huidige inwoners, toekomstige inwoners en bezoekers van stad en regio. De kernwoorden in onze aanpak zijn: a. Onze binnenstad heeft een belangrijke functie voor de hele stad en de regio.
We gaan voor een levendige binnenstad met voldoende kwalitatief aanbod voor inwoners en bezoekers. Bij keuzes geven we speciale aandacht aan het aanbod voor 40-minners; b. Naast een levendige binnenstad is de leefbaarheid in alle wijken een belangrijke factor in de aantrekkelijkheid van Dordrecht als gemeente om in te wonen en te werken; c. Evenementen, podiumkunsten en musea zijn bepalend voor de aantrekkingskracht van Dordrecht. We kijken in de hele sector waar het efficiënter kan, hoe we de afhankelijkheid van overheidsgelden verminderen en hoe we de middelen verdelen. Daar waar evenementen, musea of instellingen onvoldoende zelfvoorzienend kunnen zijn, kan dat leiden tot sluiting of afschaling in aanbod; d. Meer inwoners betekent meer bezoekers voor voorzieningen en hogere inkomsten. Om meer inwoners te trekken, moet de stad kwalitatief voldoende te bieden hebben. Bijvoorbeeld op het vlak van kwaliteit van woningen, leefomgeving, cultuur, onderwijs, 1
sport en recreatie. Zo versterken we het lokale en regionale fundament onder onze voorzieningen. 2. Inwoners en ondernemers moeten kunnen rekenen op een basisniveau van onderhoud en dienstverlening. Sommige diensten en voorzieningen schroeven we terug naar dit basisniveau. Dit wordt voelbaar voor inwoners op terreinen als publieke dienstverlening en de openbare ruimte. Bijvoorbeeld doordat we openingstijden beperken of het onderhoudsniveau van de openbare ruimte op plekken aanpassen naar het basisniveau in de rest van de stad. De kernwoorden in onze aanpak zijn: a. De gemeente is verantwoordelijk voor het basisniveau. Dit basisniveau moet in alle wijken en buurten van de stad op peil zijn. Als we onder het basisniveau zakken, zijn de sociale en maatschappelijke nadelen van de bezuiniging groter dan de financiële voordelen. Ook heeft het een negatief effect op de aantrekkelijkheid van de stad. Desondanks accepteren we dat het mogelijk is dat door onvoorziene omstandigheden het niveau soms even onder het basisniveau zakt; b. Iedereen moet contact met de gemeente kunnen opnemen. Wel kijken we kritisch naar het aantal kanalen dat we hiervoor bieden en de dienstverlening die daarbij hoort. Hierbij maken we een afweging tussen toegankelijkheid van de gemeente en de kosten. Uiteraard binnen de wettelijke normen; c.
We merken dat inwoners en ondernemers bereid zijn (mede)verantwoordelijkheid te nemen voor onderhoud. Wij onderschrijven dat we met elkaar verantwoordelijk zijn voor de stad. We geven hier als gemeente ruimte aan door vaker los te laten en dan een faciliterende rol te pakken. 3. Zorg en ondersteuning moeten toegankelijk blijven voor inwoners in een kwetsbare positie. Ook waar we regelingen afbouwen of aanpassen. Het knelt in het sociaal domein. De vraag naar zorg en ondersteuning in Dordrecht blijft toenemen, een trend die mede door de vergrijzing zal doorzetten. Inmiddels maakt 1 op de 7 Dordtse jongeren gebruik van jeugdhulp. De kosten lopen op. Ook is er onvoldoende personeel beschikbaar. Om zorg en ondersteuning toegankelijk en beschikbaar te houden voor inwoners in de meest kwetsbare posities moeten we keuzes maken. Deels dempen we met maatregelen de groei in vraag en kosten, deels levert het daadwerkelijk een besparing op. De bestaanszekerheid van inwoners moet gegarandeerd blijven. De kernwoorden in onze aanpak zijn: a. Sturen op normaliseren: we kiezen voor realisme in de hulpverlening. We accepteren dat pech bij het leven hoort, het vaak van voorbijgaande aard is en mensen dat vaak zelf of met hun omgeving kunnen oplossen. Direct een beroep kunnen doen op zorg is minder vanzelfsprekend; b.
Sturen op toegang: als er bij een hulpvraag zorg en ondersteuning nodig is, gaan we in plaats van zwaardere zorg meer gebruik maken van preventieve voorzieningen zoals (professionele) lichtere ondersteuning of inzet van maatschappelijke partners; c. Sturen op draagkracht: we vragen vaker een eigen bijdrage voor zorg en ondersteuning voor wie dat kan betalen. We spreken meer draagkrachtige inwoners aan op de eigen verantwoordelijkheid, zodat we inwoners met minder draagkracht goede zorg en
2
voorzieningen blijven bieden. We hebben daarbij oog voor de stapeling die kan ontstaan bij de groep net boven inkomensgrenzen; d. Sturen in aanbod: wij gaan minder maatwerkvoorzieningen toekennen. Dit moet alleen worden ingezet waar aantoonbaar noodzakelijk, want de kosten zijn hoog. Daarom kiezen we vaker voor algemene voorzieningen met mogelijk een eigen bijdrage. Daarbij houden we wel oog voor de menselijke maat; e. Sturen op zakelijkheid: we kijken naar onze wijze van het contracteren van aanbieders en maken scherpere keuzen in de dienstverlening. We verminderen het aantal partijen dat we inschakelen en verlagen de administratieve druk; f. Sturen op kosten en baten: als gemeente financieren we diverse vormen van zorg en zorgvoorzieningen, waarvan de bijbehorende baten bij andere partijen landen, zoals het Rijk (Wlz) en zorgverzekeraars. Wij vinden dat dit meer in balans moet komen; g. Sturen met lef: we zoeken naar maximale ruimte binnen de wettelijke kaders. 4. We hanteren meer dan voorheen publieke zakelijkheid als uitgangspunt. Daaronder verstaan we dat tegenover de kosten die we maken ook passende vergoedingen staan. We realiseren ons dat deze opvatting gevolgen kan hebben voor partijen in de stad, bijvoorbeeld als zij gebruik maken van gemeentelijk vastgoed. De kernwoorden in onze aanpak zijn: a.
We maken duidelijk wat onze dienstverlening kost, zodat we zuiver kunnen afwegen of we dit ook daadwerkelijk in rekening brengen; b. Voor onze taken nemen we de financiering vanuit het Rijk als uitgangspunt; c. We zijn scherp op onze rol; we stellen vaker de vraag of iets een (lokale) overheidstaak is of dat het aan andere overheden of derden is om hier verantwoordelijkheid in te nemen; d. Een terugtrekkende overheid biedt ook ruimte aan de stad om initiatief, verantwoordelijkheid en eigenaarschap te nemen. Inwoners en kenners roepen ons hiertoe ook op. Dit vraagt van ons om als gemeente los te laten en regels zoveel mogelijk te beperken; e. We maken heffingen zoveel mogelijk kostendekkend en rekenen deze zuiver toe aan het betreffende beleidsveld. We houden oog voor de maatschappelijke effecten van stijgende heffingen en wegen dit mee in onze keuzes; f. Voor aanwijsbare gemeentelijke inzet waarvoor nu nog geen vergoeding wordt gevraagd vragen we vaker een bijdrage; g. We werken in beginsel minimaal tegen kostprijs, bijvoorbeeld bij het verhuren van ons vastgoed; h. In de regionale samenwerking kijken we zakelijker en zijn we transparant wat onze dienstverlening kost.
Rode draden Naast de centrale thema’s zijn onderstaande rode draden relevant. •
Onze ambitie om te groeien in termen van inwoners en banen is ingezet om bestaande voorzieningen in de stad van voldoende draagvlak te voorzien. Voorzieningen zijn cruciaal voor de aantrekkelijkheid van onze stad voor zowel huidige als toekomstige inwoners. Als we deze groeiambitie loslaten, betekent dit dat het niveau van
3
voorzieningen in Dordrecht onvermijdelijk nog zal dalen. We blijven daarom gaan voor een groeiende stad. •
Het college houdt vast aan de strategie onder Agenda Dordrecht 2030 voor het duurzaam sterker maken van de stad. Daarom houdt het college de reserveringen voor de investeringen in de Agenda 2030 in stand. De gereserveerde middelen bieden een unieke ruimte en gelegenheid om te investeren in de stad. Wel kan de financiële situatie erom vragen dat we kritisch kijken naar de termijnen waarop we doelstellingen realiseren. We hanteren het uitgangspunt dat we geen incidentele middelen uit reserves aanwenden om structurele exploitatietekorten in de begroting op te lossen.
•
We kijken bij besparingen ook nadrukkelijk naar onszelf. Ambtelijk en bestuurlijk. De personeels- en overheadskosten bewegen mee met de inhoudelijke keuzes. Daarmee heeft de eigen organisatie een fors aandeel in de bezuinigingen. Ook het terugdringen van inhuur en het natuurlijk verloop in de organisatie dragen daar aan bij. Voor de bestuurlijke kant laten we de weging aan de partijen die na de volgende gemeenteraadsverkiezingen het college vormen.
Aanpak Naast de centrale thema’s en rode draden zijn onderstaande aspecten relevant voor de uitwerking van de voorstellen. •
Overleg met de stad: uit de consultaties is duidelijk geworden dat verschillende partners behoefte hebben aan verdiepende gesprekken over mogelijke maatregelen. We zijn met dat signaal aan de slag gegaan.
•
We kijken integraal naar de voorstellen die we doen. We willen een goed en breed beeld hebben van de maatschappelijke effecten en hoe maatregelen op elkaar inwerken, op korte en lange termijn. Voor sommige maatregelen reiken de maatschappelijke effecten over de grenzen van beleidsdomeinen heen. We moeten voorkomen dat de effecten van verschillende maatregelen bij bepaalde groepen opstapelen, waardoor die extra hard geraakt worden en kansengelijkheid onder druk komt te staan. Stapeling van impact geldt ook voor maatregelen met directe en indirecte effecten op beleidsvelden en ambities voor de stad. Ook willen we voorkomen dat bezuinigingen op korte termijn geld opleveren, maar op lange termijn meer kosten veroorzaken en de sociale cohesie aantasten. Bijvoorbeeld in het geval van maatregelen met een preventieve werking.
•
We zien dat er onzekerheid blijft over eventuele financiële compensatie vanuit het Rijk. Gegeven deze context zijn we terughoudend met maatregelen die onomkeerbaar zijn. Deze zijn niet terug te draaien als de financiële situatie verbetert.
4