Bijlage 3. Nader bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Toelichting toetsing Wet bodembescherming Om de mate van bodemverontreiniging aan te geven, wordt de volgende terminologie toegepast: - niet verontreinigd: gehalte kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of de streefwaarde (grondwater); - licht verontreinigd: gehalte groter dan de achtergrondwaarde (grond) of de streefwaarde (grondwater), maar kleiner dan de tussenwaarde; - matig verontreinigd: gehalte groter dan de tussenwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd: gehalte groter dan de interventiewaarde. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden zijn afgeleid van de Circulaire bodemsanering 2009, laatst gewijzigd op 1 juli 2013 en het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 27 juni 2013, Nr. 16675. achtergrondwaarden (AW) voor grond Deze waarden zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuuren landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Bij de achtergrondwaarden is geen verschil tussen land- en waterbodems. streefwaarden (S) voor grondwater De streefwaarde is de waarde waarboven wel en waaronder geen sprake is van een verontreiniging in het grondwater.
interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het verontreinigingsniveau aan waarboven ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van 3 3 de interventiewaarde in minimaal 25 m grond of 100 m bodemvolume met grondwater is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. tussenwaarden (T) De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de betrokken achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarden komt een nader onderzoek in beeld. lutum en organische stof De achtergrond- en interventiewaarden voor de grond zijn afhankelijk van het lutum en/of organische stofgehalte van de grond. De streef- en interventiewaarden in grondwater zijn onafhankelijk van het organisch stof en het lutumgehalte.