CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 3 Conceptstatuten OPOD en SKOBA 30-09-2021.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 26 oktober 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Besturenfusie Stichting "Openbaar Primair Onderwijs Dordrecht" (OPOD) en Stichting Katholiek Onderwijs Bernardus Alfrink (SKOBA) en statutenwijziging - Raadsvoorstel7.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STATUTEN "STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS DORDRECHT (OPOD)” EN “STICHTING KATHOLIEK ONDERWIJS BERNARDUS ALFRINK (SKOBA)” Inleiding/ comparitie wordt later opgenomen en opgesteld door notaris PRÉAMBULE De openbare en katholieke scholen van OPOD en SKOBA in de regio Dordrecht willen samenwerken om hun wettelijke, maatschappelijke en pedagogische opdracht zo goed mogelijk uit te voeren. Men wil vanuit gezamenlijke kracht kansen benutten, door actief in te spelen op bestaande en nieuwe, zowel maatschappelijke als onderwijs uitdagingen en daarmee de kwaliteit van onderwijs verder bevorderen. Scholen werken hiertoe samen met elkaar, met ouders en met andere leden van de gemeenschap om de educatieve ervaring van de kinderen te optimaliseren. Door de samenwerking binnen één bestuur wordt een vrij verkeer van kennis, kunde, personeel en leerlingen mogelijk. De stichting streeft er naar leerlingen een fundament te geven waarop zij uit kunnen groeien tot actieve en verantwoordelijke (wereld)burgers, die de diversiteit van de democratische samenleving om hen heen begrijpen en die in staat zijn het verschil te maken in die democratische samenleving. De stichting heeft de vorm van een samenwerkingsstichting ex artikel 17 Wet op het primair onderwijs. De stichting wijzigt daartoe haar statuten als volgt. STATUTEN Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a.

gemeente: de gemeenteraad of commissie toezicht openbaar onderwijs gemeente Dordrecht; b. het college van bestuur: het bestuur van de stichting; c. de raad van toezicht: de interne toezichthouder van de stichting: d. de stichting: PM (nieuwe naam) e. scholen: de scholen die door de stichting in stand worden gehouden; f. de wet: de Wet op het Primair Onderwijs (hierna ook: WPO). g. directeur: de functionaris die belast is met de leiding van één of meerdere scholen van de stichting als bedoeld in artikel 29 lid 1 van de WPO; h. het directieberaad: adviserend overleg met de leidinggevenden van de scholen; i. managementstatuut: regeling van de bevoegdheden van directeuren en directieberaad conform artikel 31 WPO. j. GMR: gemeenschappelijk medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de Wet medezeggenschap op scholen.

k. identiteitscommissie: commissie die adviseert over identiteitskwesties binnen de stichting. l. schriftelijk: bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen. ARTIKEL 1 Naam, zetel en duur 1. De stichting draagt de naam: Stichting PM (hierna te noemen de stichting) en heeft haar zetel in de gemeente Dordrecht. 2. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. ARTIKEL 2 Doel stichting 1. De Stichting heeft ten doel het zonder winstoogmerk geven van openbaar en katholiek onderwijs in afzonderlijke scholen voor openbaar en katholiek onderwijs. 2. De stichting streeft ernaar met haar onderwijs gelijke kansen te bieden aan alle kinderen, met respect en waardering voor achtergrond en milieu van de ander. 3. De stichting beoogt vanuit de verschillende denominaties actief de verbinding te zoeken. Vanuit een krachtige, eigen identiteit binnen de grondslagen van de stichting verzorgen de scholen burgerschapsonderwijs. Naast het aanleren van kennis en vaardigheden voor goede participatie aan de samenleving is dit onderwijs gericht op: - de persoonlijke groei van leerlingen tot zelfbewuste en nieuwsgierige mensen die in staat zijn hun persoonlijke overtuigingen en talenten uit te drukken en in te zetten.

- het leren waarderen van verschillen door ontmoeting, op basis van wederzijds respect, waarmee leerlingen het samenleven oefenen. ARTIKEL 3 Middelen De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg door: a. het oprichten en in standhouden van openbare en katholieke scholen voor primair onderwijs met in achtneming van artikel 17 van de WPO; b. het samenwerken met instellingen die een gelijksoortig doel nastreven als onder a is omschreven; c. het benutten van alle andere wettige middelen die dienstbaar zijn aan de verwezenlijking van het doel van de stichting;

ARTIKEL 4 Vermogen De baten van de stichting bestaan uit: a. rijksbijdragen en andere subsidies; b. ouder- en andere bijdragen; c. inkomsten uit cursussen; d. schenkingen, erfstellingen en legaten. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.; e. alle andere baten. Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.

ARTIKEL 5 Grondslag en identiteit 1. De navolgende leden van dit artikel 5 moeten worden begrepen vanuit het kader van het in artikel 2, lid 3 genoemde burgerschapsonderwijs en de daarbij passende doelen. 2. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 3. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met inachtneming van artikel 46 van de WPO en vanuit de kernwaarden van openbaar onderwijs: gelijkwaardigheid, vrijheid, ontmoeting. 4. Het katholiek onderwijs wordt beoogd te worden gegeven op katholieke grondslag en het Evangelie van Jezus Christus. De katholieke scholen voelen zich verbonden met de katholieke geloofsgemeenschap, zoals die zich in zijn pluriforme verscheidenheid manifesteert en willen een evangelische levenshouding uitdragen.

Ten aanzien van het katholiek onderwijs en de godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming van de leerlingen op de katholieke scholen handelt de stichting volgens de voorschriften opgenomen in het Algemeen Reglement Katholiek Onderwijs, alsmede de algemene regelingen voor het katholiek onderwijs, welke door de Nederlandse Katholieke Schoolraad zijn vastgesteld. 5. Door het bestuur en de scho(o)l(en) wordt in het strategisch koers- of beleidsplan en het schoolplan aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de katholieke en openbare scholen en hoe deze worden geborgd. 6. Het schoolplan en het lesrooster van de scholen bieden ruimte voor godsdienstonderwijs en/ of levensbeschouwelijke vormingsonderwijs.

7. Op de katholieke scholen wordt aandacht besteed aan de godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming van de leerlingen overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs is bepaald. 8. Bij benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel zal het college van bestuur zich ervan verzekeren dat het personeel de grondslagen van de stichting onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van de school zoals die in deze statuten en in het schoolplan, mede ten aanzien van de identiteit zijn omschreven. Het personeel van de stichting zet zich in om in hun visie op goed onderwijs, in het beleid en de onderwijsactiviteiten de speerpunten van het burgerschapsonderwijs zoals beschreven in artikel 2 in praktijk te brengen. 9. De waarborging en verdere vormgeving van de katholieke identiteit en het openbaar karakter van de scholen is een taak en opdracht van het collectieve college van bestuur. De raad van toezicht houdt toezicht op de wijze waarop deze taak en opdracht wordt uitgeoefend. 10. Het college van bestuur stelt een identiteitscommissie in, die gevraagd en ongevraagd het college van bestuur adviseert over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de katholieke identiteit van de stichting. 11.

De samenstelling, benoeming, werkwijze en bevoegdheden van de identiteitscommissie worden door het college van bestuur bij reglement vastgesteld, waarbij geldt dat: - de werkwijze en het handelen van de commissie gebaseerd zal zijn op principiële gelijkwaardigheid van en respect voor de godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergrond van de schoolbevolking; - de identiteitscommissie minimaal tot taak heeft: het mede bewaken van de identiteit van de stichting. 12. Benoeming van een identiteitsbegeleider gebeurt mede in overeenstemming met de richtlijnen zoals die in het Algemeen Reglement Katholiek Onderwijs zijn vastgesteld. ARTIKEL 6 Toegankelijkheid van de scholen De stichting hanteert een open toelatingsbeleid. De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing. ARTIKEL 7 Bestuur; college van bestuur 1. De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit minimaal één en maximaal twee natuurlijke personen. De raad van toezicht stelt het aantal leden vast. 2. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur. De raad van toezicht kan in geval van een meerhoofdig college van bestuur een

3.

4.

5.

6.

7.

8. 9.

voorzitter aanwijzen. Indien het college van bestuur slechts uit een persoon bestaat, is deze persoon automatisch voorzitter. Benoeming vindt plaats met inachtneming van artikel 14 van deze statuten. De leden van het college van bestuur dienen de grondslagen en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het realiseren van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij het aanvaarden van hun benoeming. Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt, onverminderd het in de volgende leden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij rekening wordt gehouden met de algemene bestuurlijke kwaliteiten, de affiniteit met de doelen van de stichting, de denominaties binnen de stichting, de gelijkwaardigheid van het openbaar karakter en van de katholieke identiteit en met een spreiding en complementariteit van deskundigheden en achtergronden. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De profielschets wordt vooraf openbaar gemaakt.

De GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de aanstelling of ontslag van de leden van het college van bestuur en het vaststellen van de functieprofielen van de leden van het college van bestuur. Voor het benoemen van een lid van het college van bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld. De samenstelling en werkwijze van deze sollicitatiecommissie worden in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing, eventueel gevolgd door ontslag als bedoeld in lid 7. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht waarin de schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman/vrouw. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan.

Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld door de raad van toezicht te worden gehoord. Daarbij kan hij zich doen laten bijstaan door een raadsman/vrouw. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst. Een lid van het college van bestuur de-fungeert voorts: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

c. door zijn ontslag door de rechtbank; d. door zijn persoonlijke faillissement of wanneer de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt verklaard of in geval van ondercuratelestelling of indien zijn vermogen onder bewind wordt gesteld als gevolg van zijn geestelijke toestand. 10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van het gehele college van bestuur of van het enige (overgebleven) lid van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van het college van bestuur. Onder belet wordt te dezen verstaan de situatie dat een lid van het college van bestuur zijn taak (tijdelijk) niet kan uitoefenen. 11. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur. Daarbij worden de wettelijke kaders in acht genomen en wordt aangesloten bij hetgeen in de sector primair onderwijs gebruikelijk is. 12.

In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur, voor zover het openbaar onderwijs betreft, heeft de gemeente het recht, na overleg met de raad van toezicht, de maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. ARTIKEL 8 College van bestuur; taken en bevoegdheden 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het college van het bestuur richt zich bij de vervulling van zijn taak voorts naar het belang van de scholen en het belang van de samenleving. 2. Het college van bestuur heeft alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten expliciet aan de raad van toezicht zijn toegekend. 3. Het college van bestuur stelt jaarlijks, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en na overleg met de gemeente de begroting en de jaarrekening vast. 4. Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel. 5.

Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De besluiten bedoeld in de vorige volzin zijn onderworpen aan de voorafgaande

goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 6. Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; b. vaststelling en wijziging van het strategisch meerjarenplan; c. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; d. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; e. een aanvraag tot faillissement of surséance van betaling; f. het doen van een voorstel tot fusie, opheffing, overdracht of afsplitsing van scholen; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of scholen; h. het vaststellen van de begroting, de jaarrekening en het bestuursverslag, zoals bedoeld in artikel 15 van deze statuten; i. het vaststellen van het treasurystatuut; j.

het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting; k. juridische fusie of juridische (af)splitsing van de stichting. ARTIKEL 9 College van bestuur; werkwijze 1. Het college van bestuur stelt, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, de onderlinge taakverdeling vast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 2. In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen volgt overleg met de raad van toezicht. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, is het voorstel verworpen. 3. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen. Voor zover het college van bestuur uit twee leden bestaat geldt dat beide bestuursleden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien beide bestuursleden zich vóór het voorstel hebben verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt ook schriftelijk verslag gedaan aan de raad van toezicht.

4. Het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan (digitale vergadering). Een lid van het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het college van bestuur deelnemen, mits dat lid van het college van bestuur steeds alle andere leden van het college van bestuur kan verstaan en door die andere leden van het college van bestuur wordt verstaan (hybride vergadering). 5. Elk lid van het college van bestuur is gelijkelijk bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen. 6. De bijeenroeping van de vergaderingen van het college van bestuur geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste een week, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In bijzondere spoedeisende gevallen kan deze termijn ook worden verkort. 7. De voorzitter of één van de leden zit de vergaderingen van het college van bestuur voor. 8. Vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b.

de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen danwel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het college van bestuur anders beslist. 9. Het college van bestuur stelt een bestuursreglement vast waarin nadere regels gegeven worden omtrent het intern toezicht op het college van bestuur en met betrekking tot de vergaderingen en besluitvorming van het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur richt zich naar het bestuursreglement. ARTIKEL 10 Vertegenwoordiging 1. Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk, vertegenwoordigt de stichting, voor zover niet uit de wet anders voortvloeit. 2. Het college van bestuur kan besluiten tot verlening van volmacht aan derden om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. ARTIKEL 11 Taken en bevoegdheden raad van toezicht

1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeente in deze statuten en de wet is het toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht is als werkgever van het college van bestuur belast met het benoemen, belonen, schorsen en ontslaan van het college van bestuur. De raad van toezicht staat het college van bestuur gevraagd en ongevraagd met raad ter zijde. 2. De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 17c van de WPO. Op basis van onder meer dat wetsartikel heeft de raad van toezicht tot taak: a. het goedkeuren van de in artikel 8 lid 6 van de statuten genoemde besluiten van het college van bestuur; b. het toezien op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 171 lid 1 sub a WPO en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school die zijn verkregen op grond van de WPO; d.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht, en, het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het bestuursverslag van de stichting. 3. Verder heeft de raad van toezicht de bevoegdheden en taken die in deze statuten en de wet worden vermeld. 4. Bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden houdt de raad van toezicht aandacht voor de borging van de identiteiten als genoemd in artikel 5 van de statuten, zoals deze binnen de stichting worden onderscheiden en uitgedragen; dit is een collectieve taak van de raad van toezicht. 5. De raad van toezicht voert ten minste tweemaal per jaar overleg met de GMR. 6. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen. 7. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen.

De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; het door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 8. Het college van bestuur stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.

9. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. De raad van toezicht richt zich bij de vervulling van zijn taak voorts naar het belang van de scholen, haar leerlingen, personeel en ouders en het belang van de samenleving. 10. De raad van toezicht is bevoegd tot het instellen van commissies, al dan niet uit zijn midden, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren. 11. De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten, een reglement raad van toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld ARTIKEL 12 Samenstelling raad van toezicht 1. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van minimaal vijf en maximaal zeven natuurlijke personen.

De Raad van toezicht benoemt zijn leden, waarvan a) één lid op bindende voordracht van de GMR, b) tenminste één lid daadwerkelijke belangstelling heeft voor de levensbeschouwelijke, maatschappelijke, culturele en sociale ontwikkeling van het kind vanuit een katholieke inspiratie; c) tenminste één lid met aantoonbare affiniteit met het openbaar onderwijs Benoeming vindt plaats met inachtneming van artikel 13 van deze statuten. 2. De leden van de raad van toezicht dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het realiseren van de doelstellingen van de stichting. De samenstelling van de raad van toezicht weerspiegelt de in de stichting vertegenwoordigde identiteiten. 3. De voordracht geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. 4. De profielen voor de leden van de raad van toezicht worden openbaar gemaakt. De GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het vaststellen van de profielen van de leden van het raad van toezicht. 5.

De raad van toezicht stelt het college van bestuur in de gelegenheid om advies uit te brengen over de benoeming en/of de voordracht van de leden van de raad van toezicht.

6. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal 4 jaar, waarbij geldt dat een lid van de raad van toezicht niet langer dan acht jaar aaneengesloten zitting kan hebben in de raad van toezicht. 7. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. 8. De raad van toezicht kan, onder opgave van redenen en met een twee/derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de raad van toezicht te schorsen of te ontslaan in een speciaal daarvoor bijeengeroepen vergadering, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te verantwoorden en te doen verdedigen. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Het betrokken lid van de raad van toezicht onthoudt zich van beraadslaging en besluitvorming terzake. De maximale schorsingstermijn bedraagt vier (4) maanden. 9. Een lid van de raad van toezicht de-fungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden, behoudens zijn herbenoeming; d. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; e.

door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met twee/derde meerderheid van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht, die zich alsdan van beraadslaging en besluitvorming onthoudt f. door zijn persoonlijke faillissement of wanneer de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt verklaard of in geval van ondercuratelestelling; of indien zijn vermogen onder bewind wordt gesteld als gevolg van zijn geestelijke toestand. 10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door gelijkluidend besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), is of wordt/en aangewezen. Er is sprake van ontstentenis als vacatures ontstaan door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolgers zijn benoemd of door overlijden. Onder belet wordt te dezen verstaan de situatie dat de leden van de raad van toezicht hun taak (tijdelijk) niet kunnen uitoefenen. ARTIKEL 13

Raad van toezicht; werkwijze 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid een stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen is het voorstel verworpen. 2. De raad van toezicht kan op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten de vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3. De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan. 4.

Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 5. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden verkort. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 6. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 7. De (vice)voorzitter van de raad van toezicht leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 8. De voorzitter van de raad van toezicht bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 9.

Het door de voorzitter van de raad van toezicht ter vergadering uitgesproken resultaat omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

10. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de raad van toezicht aangewezen persoon. De notulen worden in dezelfde of de eerstvolgende vergadering vastgesteld door de voorzitter na goedkeuring van de raad van toezicht. De notulen worden ondertekend door de voorzitter. 11. De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft zonder het college van bestuur te willen vergaderen. ARTIKEL 14 1. Onafhankelijkheid en belangenverstrengeling. Elk lid van het college van bestuur of de raad van toezicht is verplicht zijn taak te vervullen zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar instelling(en) betrokken deelbelangen. Deze verplichting geldt ook voor leden van de raad van toezicht die zijn benoemd op bindende voordracht van de GMR. 2. Tot lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht kan niet worden benoemd een persoon die: a. als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam is ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; b. als gemachtigde of als adviseur werkzaam is ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg; c.

als gemachtigde of als adviseur werkzaam is ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel d hierna; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaat betreffende: i. het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; ii. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting; iii. het doen van leveranties aan de stichting; iv. het verhuren van roerende zaken aan de stichting; v. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; vi. het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. het onderhands huren van de stichting; e. deel uitmaakt van de GMR of een medezeggenschapsraad behorende tot een door de stichting in stand gehouden school;

f.

2. 3.

4.

5.

deel uitmaakt van een schoolleiding van een vergelijkbare school en/of stichting in de regio; g. ten aanzien van de leden van de raad van toezicht: in dienst is van de stichting; h. werkzaam is als lid van het college van burgemeester en wethouders of gemeenteraad van een van de gemeenten waarin deze stichting scholen in stand houdt. i. een duurzame relatie heeft met iemand die bij de stichting werkzaam is. Een lid van de raad van toezicht kan niet tevens lid zijn van het college van bestuur van de stichting en vice versa. Leden van het college van bestuur en de raad van toezicht melden hun nevenfuncties aan de raad van toezicht en de voorzitter de raad van toezicht. Eventuele nevenfuncties van de leden van het college van bestuur en de raad van toezicht – bezoldigd én onbezoldigd - worden vermeld in het bestuursverslag. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming van het college van bestuur indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt genomen door het andere lid van het college van bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht.

Indien het enig lid dan wel alle leden van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft/hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. Indien sprake is van een kortdurende verstrengeling van belangen ten aanzien van een lid van het college van bestuur, is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing. De raad van toezicht en het betreffende lid van het college van bestuur treden in overleg in geval van een structurele verstrengeling van belangen. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de raad van toezicht. De aanwezigheid van het betreffende lid telt niet mee voor het bepalen van het bepaalde quorum. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit door de raad van toezicht genomen onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

Indien sprake is van een kortdurende verstrengeling van belangen ten aanzien van een lid van de raad van toezicht, is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing. De voorzitter van de raad van toezicht en het betreffende lid treden in overleg in geval van een structurele verstrengeling van belangen.

6. Eventuele toekenning van bezoldiging en onkostenvergoedingen aan leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en op hoofdlijnen in het bestuursverslag openbaar gemaakt reglement. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling aan het college van bestuur en de raad van toezicht zijn uitgegeven. ARTIKEL 15 Financiën en verslaglegging 1. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. Het college van bestuur biedt jaarlijks vóór één december een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten en vóór één juni een ontwerp van het bestuursverslag en de jaarrekening over het afgelopen jaar van de stichting ter overleg aan de gemeente aan. Het bestuursverslag gaat vergezeld van een verslag van een door de raad van toezicht, op voordracht van het college van bestuur, aangewezen registeraccountant. 4.

Na het overleg als bedoeld in het voorgaande lid (dan wel indien dit overleg niet binnen zes weken na de aanbieding als bedoeld in het voorgaande lid heeft plaatsgevonden) stelt het college van bestuur, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, de begroting vast. Eenzelfde procedure wordt gevolgd met betrekking tot vaststelling en goedkeuring van de jaarrekening en het bestuursverslag. 5. De jaarrekening wordt ten blijke van vaststelling en goedkeuring door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 6. Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren. 7. Indien het college van bestuur voornemens is de begroting aanmerkelijk te wijzigen, wordt deze wijziging overeenkomstig de voorgaande leden van dit artikel ter overleg aan de gemeente voorgelegd. 8. Het college van bestuur brengt jaarlijks, tezamen met het bestuursverslag, verslag uit over zijn werkzaamheden aan de gemeente. Het college van bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekend/openbaar gemaakt. ARTIKEL 16 Statutenwijziging

1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeente. De gemeente kan zijn instemming aan een statutenwijziging slechts onthouden indien de invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 2. Is de vergadering van de raad van toezicht waarin een goedkeuringsbesluit tot statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het goedkeuringsbesluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 3. Bij de oproeping tot vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder van de leden van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5.

Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledig doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. ARTIKEL 17 Ontbinding en vereffening 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeente. De gemeente kan zijn goedkeuring aan een ontbinding slechts onthouden indien de invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Het bepaalde in artikel 17, tweede lid van deze statuten is van overeenkomstige toepassing op een goedkeuringsbesluit van de raad van toezicht tot ontbinding van de stichting. 2. Het besluit tot ontbinding van de stichting kan het college van bestuur slechts nemen nadat sedert haar oprichting vijf jaren zijn verstreken. 3. Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5.

Een eventueel batig saldo wordt uitsluitend uitgekeerd aan door de raad van toezicht aan te wijzen fiscaal erkende algemeen nut beogende instelling of aan

een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register. ARTIKEL 18 Juridische fusie en juridische splitsing 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. Het bepaalde in artikel 17, tweede lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing. 3. Een besluit tot juridische fusie waarbij de stichting verdwijnt is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeente.

Een besluit tot juridische fusie waarbij de stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. 4. Een besluit tot juridische splitsing van de stichting ten gevolge waarvan de instandhouding van een door de stichting in standgehouden openbare school overgaat naar een andere rechtspersoon dan de stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeente. Andere besluiten tot juridische splitsing zijn niet onderworpen aan de goedkeuring van de gemeente. ARTIKEL 19 NKSR Onverminderd hetgeen is bepaald elders in deze statuten behoeven besluiten tot wijziging van dit artikel, en tot wijziging van de bepalingen met betrekking tot de naam, doel en middelen, grondslag en katholieke identiteit als opgenomen in de artikelen 2, 3 en 5, artikel 7 lid 3 en artikel 12 lid 2, alsmede het besluit tot ontbinding, juridische fusie en (af)splitsing van de stichting, tot oprichting, overdracht, samenvoeging en opheffing van katholieke scholen de voorafgaande goedkeuring van de Nederlandse Katholieke Schoolraad te Utrecht. ARTIKEL 20 Vrijwaring

1. Definitie: Waar in dit artikel wordt gesproken over lid, wordt daaronder begrepen een lid van het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht. 2. Vrijwaring: De stichting zal een lid schadeloos stellen voor het bedrag dat dit lid aan een derde dient te vergoeden voor de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de stichting. De stichting zal tot vergoeding overgaan van het bedrag dat een lid gehouden is op grond van een onherroepelijk rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits de verdediging in de desbetreffende procedure door of namens de stichting is gevoerd respectievelijk de desbetreffende vaststellingsovereenkomst is gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting en het lid volledige medewerking aan de stichting heeft gegeven bij het voeren van de verdediging respectievelijk de desbetreffende schikkingsonderhandelingen. 3. Geen vrijwaring in bepaalde gevallen: Aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen indien de desbetreffende schade het gevolg is van diens opzettelijk handelen of nalaten.

Van een zodanig handelen en/of nalaten is in ieder geval sprake wanneer dat handelen en/of nalaten het gevolg heeft of met dat handelen of nalaten werd beoogd het desbetreffende lid en/of anderen verbonden aan de stichting en/of derden, in welk opzicht dan ook onrechtmatig te bevoordelen. 4. Aan de in lid 2 omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar. 5. Definitie schade: Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid gehouden is te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van het lid gemaakte rechtsbijstand kosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade. 6. Kosten: Kosten door een lid gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op de vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. ARTIKEL 21 1.

In alle gevallen waarin niet is voorzien door de statuten of het bestuursreglement beslist de raad van toezicht. Slotbepaling

Met ingang van de datum van de statutenwijziging zijn door de huidige raad van toezicht benoemd tot leden van het college van bestuur: a. PM, geboren op PM. b. PM, geboren op PM. PM is benoemd tot voorzitter college van bestuur. 2. De raad van toezicht bestaat uit bij het ingaan van deze statutenwijziging uit PM leden. Tot leden van de raad van toezicht benoemd de volgende personen: a. PM, geboren op PM, in de functie van voorzitter van de raad van toezicht b. PM, geboren op PM. c. PM, geboren op PM. d. PM, geboren op PM. e. PM, geboren op PM. f. PM, geboren op PM g. PM, geboren op PM.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/350/documents/13270