CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Verkennend bodemonderzoek.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 14 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen bestemmingsplan 3e herziening Krispijn, locatie Nieuweweg 4 - Raadsvoorstel20.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het verontreinigingsniveau aan waarboven ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de interventiewaarde in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume met grondwater is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. tussenwaarden (T) De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de betrokken achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarden komt een nader onderzoek in beeld. lutum en organische stof De achtergrond- en interventiewaarden voor de grond zijn afhankelijk van het lutum en/of organische stofgehalte van de grond. De streef- en interventiewaarden in grondwater zijn onafhankelijk van het organisch stof en het lutumgehalte.

Toelichting toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grondmonsters zijn getoetst aan de toetswaarden van het Besluit bodemkwaliteit. Deze zijn de achtergrondwaarden of AW2000-waarden (de nieuwe term voor schone grond), de maximale waarden voor Wonen en de maximale waarden voor Industrie. Grond die niet voldoet aan de industriewaarden is in het algemeen niet-toepasbaar. toetsen aan normen en indelen in kwaliteitsklassen Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de bodem in kwaliteitsklassen, kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde Maximale Waarden. Daarbij geldt een rekenregel voor het corrigeren van de normen voor standaardbodems naar de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarden en voor de indeling in de kwaliteitsklasse Wonen. bodemtypecorrectie De normen voor het toepassen van grond en baggerspecie (tabellen 2 van bijlage B in de Regeling bodemkwaliteit) zijn opgesteld voor standaardbodems. Dat wil zeggen: bodems met 25% lutum en 10% organische stof. De normwaarden zijn echter afhankelijk van het daadwerkelijk gemeten lutum- en organisch stofgehalte.

Daarom is het nodig om bij de beoordeling van de kwaliteit van de (water)bodem of van een partij toe te passen grond of baggerspecie de standaard normwaarden uit de tabellen om te rekenen naar normwaarden voor de betreffende bodem of de betreffende de partij grond of baggerspecie. De omgerekende normwaarden kunnen vervolgens met de gemeten gehalten worden vergeleken. De formules voor bodemtypecorrectie vindt u in bijlage G van de Regeling. toetsingsregel achtergrondwaarden (geldt voor zowel ontvangende bodem als voor toe te passen partij grond/bagger) Grond waarvan de rekenkundig gemiddelden van slechts enkele stoffen in licht verhoogde concentraties boven de achtergrondwaarden aanwezig zijn, mag onder bepaalde voorwaarden worden beschouwd als AW2000 grond. De toetsingsregel geldt voor zowel de ontvangende bodem als voor toe te passen partijen grond of bagger: 1. als ten minste 2 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 1 stof hoogste 2x de daarvoor geldende achtergrondwaarde overschrijden; 2. als ten minste 7 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 2 stoffen ten hoogste 2x de daarvoor geldende achtergrondwaarde overschrijden;

3.

als ten minste 16 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 3 stoffen ten hoogste 2x de daarvoor geldende achtergrondwaarde overschrijden; 4. als ten minste 27 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 4 stoffen ten hoogste 2x de daarvoor geldende achtergrondwaarde overschrijden; 5. als ten minste 37 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 5 stoffen ten hoogste 2x de daarvoor geldende achtergrondwaarde overschrijden. Voorwaarde: het gehalte van geen enkele stof mag de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse Wonen overschrijden. indeling ontvangende bodem in kwaliteitskiassen Wonen en Industrie Uitgangspunt bij de indeling van de ontvangende bodem in de kwaliteitsklassen Wonen en Industrie, is dat de rekenkundige gemiddelden van de gemeten stoffen moeten voldoen aan de Maximale Waarden die horen bij de klassegrenzen van de klassen Wonen en Industrie. Hierop is één uitzondering, namelijk voor het indelen van een bodemkwaliteitszone of een locatie waarop grond of baggerspecie wordt toegepast in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Hiervoor geldt de volgende toetsingsregel: 1. als ten minste 7 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 2 stoffen de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen overschrijden; 2.

als ten minste 16 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 3 stoffen maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen overschrijden; 3. als ten minste 27 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 4 stoffen maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen overschrijden; 4. als ten minste 37 stoffen zijn geanalyseerd dan mag het gehalte van 5 stoffen maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen overschrijden. Voorwaarde: De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij het gehalte van geen enkele stof de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Industrie mag overschrijden. Deze toetsingsregel geldt alleen voor de indeling van de ontvangende bodem in een bodemkwaliteitsklasse. Voor de indeling van een partij toe te passen grond of baggerspecie geldt deze toetsingsregel niet (zie hieronder). indeling toe te passen grond/bagger in kwaliteitskiassen Wonen en Industrie Voor de indeling van een partij toe te passen grond of baggerspecie in de kwaliteitskiassen Wonen en Industrie moeten de rekenkundige gemiddelden van alle stoffen voldoen aan de maximale waarden die horen bij de klassegrenzen van de klassen Wonen en Industrie.

Behalve de formules voor bodemtypecorrectie zijn bij deze indeling dus verder geen bijzondere rekenregels van toepassing.

Toelichting toetsing PFAS De analyseresultaten zijn getoetst aan de toepassingsnormen opgenomen in het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019). De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie met PFAS (en GenX) op landbodem boven grondwaterniveau zijn opgenomen in onderstaande tabel. Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau (in µg/kg d.s.)

Bodemfunctieklasse (Bbk) Landbouw/ natuur

1

PFOS

PFOA

GenX

Overige PFAS

0,9

0,8

0,1

0,8

Wonen

3,0

7,0

3,0

3,0

Industrie

3,0

7,0

3,0

3,0

Bovengenoemde toepassingsnormen gelden ook voor grootschalige bodemtoepassingen. Voor toepassing van grond en baggerspecie in grondwaterbeschermingsgebieden, in oppervlaktewater en toepassing onder grondwaterniveau gelden strengere eisen. Hiervoor wordt verwezen naar het tijdelijk handelingskader.

Toetsing Generieke en Lokale normwaarden

Generiek beleid

Lokale maximale waarden Rotterdam* bagger/ landbouw

Wonen

Industrie

20

30

40

76

Arseen

20

27

IIndustrie waarde 76 76

Chroom

55

62

180

-

55

80

120

180

Cadmium

0.8

3.6

4.3

13

0.6

1

3.7

13

Kwik

0.3

0,83

4,8

10

0.15

2

4.8

4.8

Koper

40

54

190

190

40

60

100

190

Nikkel

35

39

100

210

60

60

75

100

Lood

85

210

530

530

50

200

300

530

Zink

140

200

720

720

140

200

350

720

PAK

1.5

6,8

40

40

1.5

5.5

11

40

Min. Olie

190

345

500

5000

190

300

500

500

Barium

190

550

920

-

190

280

550

920

Kobalt

15

35

190

190

15

25

50

190

Molybdeen

3

88

190

190

1.5

10

88

190

PCB som 7

0.02

0.25

0.5

1

0.02

0.1

0.25

0.5

DDT (som)

0.2

0.2

1

0.2

0.3

0.4

1

DDE (som)

0.1

0.13

1.3

0.1

0.2

0.25

1.3

DDD (som)

0.02

0.84

34

0.02

0.2

0.84

4

Drins (som)

0.015

0.04

0.14

0.015

0.075

0.2

0.32

Stof

AW

Wonen

4

AW

* Nota Actief bodem- en Baggerbeheer Rotterdam, d.d. 20 juni 2013 (kenmerk 21092846)

BIJLAGE 7

Foto 1: Hek aan toegangsweg op 17-02-2020

Foto 2: Hek aan toegangsweg op 20-02-2020

Foto 3: Beton/asfaltverharding aan achtertuinen op 17-02-2020

Foto 4: Begroeiing toegangspad op 17-02-2020

Foto 5: Begroeiing in de richting van de woningen op 17-02-2020

Foto 6: Begroeiing in de richting van de woningen op 20-02-2020

Foto 7: Begroeiing in de westelijke richting vanaf het toegangspad op 17-02-2020

Foto 5: Begroeiing in de westelijke richting vanaf het toegangspad op 20-02-2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/336/documents/11944