Bijlage 2 Evaluatie Vroeg Eropaf (DEF).pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 2: EVALUATIE & STAND VAN ZAKEN VROEG EROPAF 1. Inleiding Voor u ligt de evaluatie van de aanpak Vroeg Eropaf Dordrecht. In deze evaluatie blikken we terug op het proces en de resultaten van de aanpak over de afgelopen paar jaar. Daarnaast geven we inzicht in de wijze waarop Vroeg Eropaf op dit moment in Dordrecht is ingericht om zo aan te sluiten op de vereisten van de per 1 januari 2021 gewijzigde Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs). Omdat de aanpak nog niet is uitontwikkeld, is het belangrijk om te blijven monitoren hoe het project loopt en waar het nodig is om bij te sturen en te optimaliseren. 2. Doel Vroeg Eropaf De gemeente wil samen met inwoners en maatschappelijke organisaties armoede en schulden in de stad terugdringen. In februari 2018 stemde de gemeenteraad in met het programma Samen tegen armoede 2018-2022. Het eerder signaleren van (dreigende) financiële problemen is in het programma benoemd als sturingsdoel. Door (beginnende) betalingsproblemen snel te signaleren kan voorkomen worden dat inwoners in armoede en/of schulden raken. In de aanpak Vroeg Eropaf werken de gemeente, woningverhuurders, zorgverzekeraars en energie- en waterleveranciers samen om vroegtijdig te signaleren wanneer huishoudens er niet in slagen om te voldoen aan hun maandelijkse verplichtingen voor hun huurwoning, nutsvoorzieningen of zorgverzekering.
Het doel van de samenwerking is het tijdig en actief aanbieden van gerichte hulp aan deze huishoudens om de betalingsachterstanden op te lossen en om problematische schulden zo te voorkomen.
"Vroeg Erop af is de schakel tussen de huurder en de verhuurder en dat maakt het voor de huurder soms makkelijker om het verhaal te doen. Ik heb nu twee dossiers lopen waarbij het niet of moeizaam tot een gesprek kwam met de huurders maar door de tussenkomst van het stedelijk team vroegsignalering is dit toch gelukt en hebben wij goede afspraken kunnen maken met de huurder." Esther de Waal, woningcorporatie Woonbron
Deze vorm van vroegsignalering op basis van harde data over betalingsachterstanden onderscheidt zich van zachte vroegsignalering van schulden die op veel verschillende plekken en door veel verschillende partijen in de stad plaatsvindt. In het eerste geval gaat het om signalen van dataleveranciers en in het tweede geval om signalen uit de keten. In 2018 is Dordrecht als één van de eerste gemeenten in Nederland gestart met een pilotproject volgens deze methode. Met ingang van 1 januari 2021 is met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening deze manier van vroegsignalering een verplichting geworden voor gemeenten, woningverhuurders, zorgverzekeraars en leveranciers van nutsvoorzieningen. De gemeente Dordrecht heeft er voor gekozen om in de pilot ontwikkelde aanpak structureel op te nemen in haar beleid (raadsvoorstel Intensivering Programma Samen tegen Armoede, december 2020) en hiermee te voldoen aan deze wettelijke verplichting.
3. Vroegsignalering in Dordrecht De aanpak Vroeg Eropaf Dordrecht is begin 2018 gestart als samenwerking tussen de gemeente Dordrecht, de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), het Sociaal Wijkteam en met als eerste signaalpartner woningcorporatie Trivire. Er is vanuit deze partijen een projectgroep geformeerd om vroegsignalering binnen Dordrecht te ontwikkelen. De projectgroep bespreekt maandelijks alle relevante ontwikkelingen en prestaties rondom vroegsignalering in Dordrecht. Ook woningcorporatie Woonbron is sinds deelname in 2020 aangesloten bij de projectgroep. Vroegsignalering werd in Dordrecht in de vorm van een pilot in vier fasen ingericht: Mei 2018 – maart 2019 April 2019 – februari 2020 Maart 2020 – juni 2020 Juli 2020 – december 2020
Opstartfase: voorbereiding pilot met SDD, SWT en Trivire. Implementatiefase: Start uitvoering in Dordrecht West. Doorontwikkelfase: Aansluiting twee zorgverzekeraars en het waterbedrijf. Uitvoering tussenevaluatie van de pilotfase. Opschaling: Implementatie geheel Dordrecht, oprichting stedelijk team vroegsignalering en aansluiting gemeentebelastingen1 en Woonbron.
De doorontwikkeling van de pilot is steeds uitgevoerd op basis van prioriteiten en risico's voor de inwoners. Zo is gestart met meldingen van de woningcorporatie. Hierin is namelijk ook het risico op een huisuitzetting, waarbij het de hoogste prioriteit is om dit te voorkomen. Vervolgens is uitgebreid met meldingen van water, zorg en gemeentebelastingen. Door de ontstane verplichting tot uitvoering van vroegsignalering vanuit de Wgs, werden eind 2020 alle voorbereidingen getroffen om de aanpak per 2021 als structurele aanpak in te richten (zoals beschreven in het raadsvoorstel intensivering programma Samen tegen Armoede (zaaknummer 2020-0148698). 4. Vroegsignalering als wettelijke taak door wijziging Wgs Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd en is vroegsignalering van betalingsachterstanden een wettelijke verplichting geworden voor gemeenten en signaalpartners als woningverhuurders, energie- en drinkwaterleveranciers en de zorgverzekeraars. Het gaat om betalingsachterstanden van vaste lasten zoals huur, zorgkosten, gas/elektriciteit en drinkwater. De signaalpartners zijn verplicht de betalingsachterstanden te melden als de gemeente daar om vraagt. Gemeenten moeten actief afspraken maken met de signaalpartners over de methode van de uitwisseling van signalen.
De signaalpartners moeten voordat zij een melding doen wel eerst zelf aantoonbaar hun best hebben gedaan om hun klanten te bereiken en hen een betalingsregeling aanbieden. In de gewijzigde Wgs is opgenomen dat er sprake moet zijn van sociale incasso en waar deze aan moet voldoen. De gemeente moeten binnen 4 weken na ontvangst van het signaal de inwoner een outreachend aanbod doen tot een eerste gesprek. Dit aanbod kan bijvoorbeeld per brief of e-mail worden gedaan, maar ook tijdens een bezoek aan huis of telefoongesprek.
1 Vanaf 2021 is de gemeentebelasting weer ontkoppeld van het vroegsignaleringsproces, omdat de Wgs geen grondslag
biedt om signalen over achterstanden in gemeentebelastingen uit te wisselen. In samenwerking met o.a. de gemeente Amsterdam heeft Dordrecht bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzocht om experimenteerruimte in het kader van vroegsignalering op basis van artikel 10 van de Wgs, waarmee de signalen vanuit de gemeentebelastingen weer onderdeel zouden kunnen worden van het vroegsignaleringsproces. Naar aanleiding van deze aanvraag is sprake van een openbare internetconsultatie in de periode 04-05-2021 t/m 01-062021.
Als de inwoner hulp wil, dan koppelt de gemeente dit terug naar de signaalpartner, zodat de incasso kan worden opgeschort. Een hulpaanbod kan op grond van de Wgs een quick fix zijn (bijvoorbeeld het afspreken van een betalingsregeling), maar ook bestaan uit begeleiding en advies of een verwijzing naar schuldhulpverlening. 5. Kaders rondom privacy en persoonsgegevens Door de wijziging van de Wgs is tevens de verwerking van persoonsgegevens inzake vroegsignalering gefaciliteerd binnen de kaders van de AVG. Gezien de nieuwe wettelijke verplichtingen zijn ook andere gemeenten in de Drechtsteden gestart met (de voorbereiding op) vroegsignalering. In de Drechtsteden geven de gemeenten samen met de SDD vorm aan het proces en de uitvoering van vroegsignalering. De hoofdlijn hiervan is dat inwoners bekend bij de SDD (vanuit schuldhulpverlening en Participatiewet) benaderd worden door de SDD en inwoners die niet bekend zijn namens de gemeente benaderd worden door het Sociaal Wijkteam. Formeel gezien sluit deze invulling niet aan bij de wijze waarop in de Drechtsteden beleid en uitvoering van de Wgs volledig zijn gedelegeerd aan de SDD. Toch is gekozen voor de bovenstaande aanpak omdat dit vanuit het klantperspectief het beste aansluit.
Met ingang van 2022 zal naar verwachting de delegatie van de Wgs naar de SDD op dit punt gewijzigd worden, waardoor de werkwijze ook juridisch gezien volledig sluitend is. Om gegevens van inwoners op een veilige en verantwoorde manier te kunnen uitwisselen en tot deze gezamenlijke uitvoering en verantwoordelijkheid te komen is er een zorgvuldig proces doorlopen in het kader van privacy en gegevensverwerking en- uitwisseling. Er zijn convenanten, samenwerkingsovereenkomsten en verwerkersovereenkomsten afgesloten met de signaalpartners, het gegevensleveringssysteem en de gemeente. Daarnaast is er een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd die is beoordeeld door de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Hieruit zijn een aantal restrisico's naar voren gekomen die op 8 juni aan het college van Dordrecht zijn voorgelegd ter acceptatie. Het belangrijkste restrisico betreft de eerder genoemde discrepantie tussen de gedeeltelijke uitvoering van deze taak door lokale gemeente en de volledige delegatie van de Wgs aan de GRD. 6. Het proces van vroegsignalering Met het oog op nieuwe kaders vanuit de Wgs en met de lessen geleerd in de eerdere fases van de aanpak is het proces binnen Vroeg Eropaf Dordrecht verder aangepast en aangescherpt. We lichten hieronder toe hoe dat proces er op dit moment in de praktijk uit ziet.
Signaalpartners zoals de verhuurders, energie- en waterbedrijven en zorgverzekeraars leveren gegevens van klanten die een nieuwe betalingsachterstand hebben aan bij de SDD. Deze levering noemen we het signaal. De SDD controleert of een aangemelde inwoner in hun administratie bekend is omdat iemand een bijstandsuitkering heeft of al in een schuldhulpverleningstraject zit. In dat geval handelen zij het signaal zelf af door de inwoner aan te schrijven met een aanbod tot hulp, zoals budgetbeheer. Wanneer een inwoner niet reageert, probeert de SDD in signalen boven de €500,telefonisch contact te leggen. Als een inwoner bij de SDD niet bekend is vanuit een bijstandsuitkering of een schuldhulpverleningstraject, gaat het signaal door naar het Sociaal Wijkteam. Daar is voor het project Vroeg Eropaf een speciaal team geformeerd die signalen afhandelt: het stedelijk team vroegsignalering.
Als er sprake is van een huurachterstand leggen zij altijd een huisbezoek af om inzicht te krijgen in de oorzaak en oplossing van de huurachterstand. Hieraan voorgaand vindt een schriftelijke aankondiging plaats. Naar aanleiding van die aankondiging, kan de inwoner natuurlijk ook aangegeven geen behoefte te hebben aan een huisbezoek. In dat geval vindt er geen bezoek plaats, maar wijst het stedelijk team telefonisch op het aanwezige hulpaanbod. Het stedelijk team legt ook een huisbezoek af wanneer meerdere schuldeisers dezelfde inwoner aanmelden. Ook in deze gevallen ontvangt de inwoner vooraf een schriftelijke en telefonische aankondiging van het voorgenomen huisbezoek en de mogelijkheid om dit huisbezoek te weigeren. Tijdens het huisbezoek probeert het stedelijk team inzicht te krijgen in de schuldenproblematiek en streven zij naar een 'quick fix', zoals het treffen van een betalingsregeling met een schuldeiser en het geven van een advies waarmee het probleem binnen 28 dagen kan worden opgelost. Afhankelijk van de problematiek doen zij ook een passend hulpaanbod zoals een verwijzing naar het Financieel Hulphuis of Bureau Sociaal Raadslieden voor hulp bij het aanvragen van toeslagen, of een verwijzing naar de sociale dienst voor schuldhulpverlening of de aanvraag van een regeling zoals TONK (tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten).
Wanneer het gaat om een melding vanuit één schuldeiser (niet zijnde een woningcorporatie), ontvangt de inwoner een brief met het aanbod tot lokale hulp, zoals hierboven genoemd. Een weergave van het proces is te zien in figuur 1.
Figuur 1: proces Vroeg Eropaf
7. Resultaten Om te beschrijven welke resultaten het project tot nu toe heeft opgeleverd maken we gebruik van gegevens van het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD). Zij hebben over twee perioden een onderzoek uitgevoerd naar de aanpak Vroeg Eropaf in Dordrecht, namelijk van maart tot en met oktober 2019 en van maart tot en met oktober 2020. 7.1 Tussenevaluatie pilotfase (maart t/m oktober 2019) Het onderzoek van 2019 had betrekking op de uitgevoerde pilot vroegsignalering, zoals uitgevoerd met woningcorporatie Trivire in de wijken Crabbehof, Krispijn en Wielwijk. Binnen deze pilot zijn door Trivire 92 meldingen van betalingsachterstanden doorgegeven aan het stedelijk team vroegsignalering waardoor een huisbezoek plaats kon vinden. In 43 van deze huisbezoeken werd daadwerkelijk contact verkregen met de bewoner. 27 bewoners wilden geen hulp. De 16 resterende bewoners gingen wel in op het hulpaanbod, waarbij sprake was van een doorverwijzing naar het sociaal wijkteam of de afdeling budgetadvies en schuldbemiddeling van de SDD. Uit deze tussentijdse evaluatie kwam onder andere naar voren dat er duidelijk een nieuwe doelgroep werd aangeboord met het project (slechts 3 procent van mensen met een betalingsachterstand was bekend met de SDD) en dat de strakke doorlooptijden van het proces goed gehaald werden door wijkteam en SDD.
In 45% van de gevallen lukte het om persoonlijk contact te krijgen met de huurder. Geen slecht resultaat, maar omdat de ambitie hoger lag werd afgesproken dat medewerkers van het wijkteam ook in de avonden huisbezoeken zouden gaan afleggen. Een positief resultaat werd gehaald met het inlopen van de betalingsachterstanden. Bij alle groepen onderscheiden huurders steeg het percentage waarbij de betalingsachterstand werd ingelopen. Het belangrijkste verbeterpunt dat uit de eerste resultaten naar voren kwam, was het achter de voordeur komen. De ervaring uit andere gemeenten leerde al dat dit één van de moeilijkste onderdelen is van de aanpak. Om hier verbetering in te brengen werden de vroegsignaleerders uit het wijkteam bijgeschoold. De onderzoeksresultaten leidden onder andere tot behoefte aan de ontwikkeling van meer expertise bij de vroegsignaleerders uit het Sociaal Wijkteam. Om dit en de opschaling naar een stedelijke aanpak mogelijk te maken werd gekozen voor een stedelijk team vroegsignalering. Eén team wat samen verantwoordelijk is voor het afleggen van alle huisbezoeken en niet gebonden is aan één wijkteam of gebied. 7.2 Onderzoek uitvoeringsfase (maart t/m oktober 2020) Een jaar na uitvoering van de tussenevaluatie is door het OCD opnieuw een onderzoek uitgevoerd.
Dit onderzoek heeft betrekking op het proces van vroegsignalering in de periode maart t/m oktober 2020, dus voordat sprake van een wettelijke taak op grond van de Wgs (per 01-01-2021). Het proces van vroegsignalering is in die periode met een aantal signaalpartners uitgebreid, waardoor een uitgebreidere evaluatie plaats kon vinden. Uit deze evaluatie kwam het volgende naar voren: Dankzij vroegsignalering bereiken we een nieuwe doelgroep In de onderzoeksperiode zijn door de aangesloten schuldeisers 5.078 signalen van betalingsachterstanden gemeld, bij ongeveer 4.000 unieke huishoudens. Slechts 4% hiervan was bekend bij de afdeling budgetadvies en schuldbemiddeling (ABS) van de SDD. Dit percentage lag daarmee, net als in 2019, veel lager dan de vooraf vastgelegde verwachting (20%). Dit betekent dat met vroegsignalering met name huishoudens worden bereikt, die nog niet in beeld waren bij de afdeling ABS van de SDD, en waarschijnlijk ook niet bij andere hulpinstanties.
Dit laat zien dat daadwerkelijk sprake is van vroegsignalering, wat de mogelijkheid geeft om met inwoners in gesprek te gaan voordat sprake is van geëscaleerde schulden. Uit cijfers van de NVVK, branchevereniging voor schuldhulpverlening, blijkt namelijk dat mensen gemiddeld vijf jaar wachten met het zoeken van hulp bij schulden. De gemiddelde schuld is op dat moment al opgelopen tot €39.000 (2019). Bij 52% van de huisbezoeken is contact verkregen met de inwoner Van de 4.000 huishoudens kwamen er op basis van de gestelde kaders (zie paragraaf 6), 410 in aanmerking voor een huisbezoek door het stedelijk team. In 52% van de gevallen hebben zij succesvol contact kunnen leggen met de inwoner. Dit is iets vaker dan de vooraf bepaalde doelstelling (50%).
"Vroegsignalering is een onderdeel in de gereedschapskist van de financieel consulent, naast bijvoorbeeld het convenant preventie huisuitzettingen en de budgetcoach. Het biedt mogelijkheden om in een vroeg stadium een duurzame oplossing te vinden/bieden voor de financiën van de huurder met onze netwerkpartners zoals het sociaal wijkteam en de Sociale Dienst Drechtsteden."
Van de ca. 3.600 huishoudens die niet in aanmerking kwamen voor een huisbezoek werd in deze periode nog geen alternatieve actie Jurney Eykenloof, woningcorporatie Trivire ondernomen. Vanaf mei 2021 ontvangen inwoners die niet worden opgenomen in het huisbezoek een brief met hulpaanbod (zie paragraaf 6). 30% van de bereikte inwoners maakten gebruik van hulp
70% van de bereikte inwoners maakten geen gebruik van het aanbod voor hulp. Er is op dit criterium vooraf geen doelstelling bepaald, maar dit percentage ligt lager dan de projectgroep had verwacht. Een reden hiervoor is dat er ook lage vorderingen, van slechts enkele euro's, werden aangemeld door schuldeisers. Een aanbod tot hulp staat niet in verhouding tot een dergelijk signaal. Daarom is vanaf februari 2021 sprake van een ondergrens van €25,- voor signalen van schuldeisers. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van hulpaanbod zou in verhouding tot het aantal benaderde inwoners daarom moeten stijgen t.o.v. de situatie in 2020. De meeste hulp kon direct tijdens het huisbezoek worden gegeven Het stedelijk team vroegsignalering probeert tijdens een huisbezoek eerste hulp te verlenen (een zogenaamde quick fix). Het gaat hierbij om het in kaart brengen van de financiële situatie of het geven van advies. Bij 55% van de inwoners die hulp accepteerden bestond de hulp uit zo'n quick fix. Er is vaker sprake van een quick fix dan vooraf als doel werd gesteld (40%). Dit is positief, omdat daarmee een doorverwijzing naar intensievere hulp wordt voorkomen. Wanneer de medewerker van het stedelijk team vroegsignalering signaleert dat de situatie te complex is voor een quick fix, vindt wel een doorverwijzing plaats naar bijvoorbeeld de SDD voor schuldhulpverlening.
Het aantal doorverwijzingen naar schuldhulpverlening was lager dan verwacht Doordat het stedelijk team vroegsignalering vaker een quick fix realiseerde, lag het aantal inwoners dat werd doorverwezen naar de SDD voor een schuldhulpverleningstraject met 16% veel lager dan vooraf als doel werd gesteld (40%). Zolang de inwoners tijdens het huisbezoek al worden geholpen lijkt dit geen nadelig effect te hebben voor het project of de inwoners.
Vroegsignalering zorgt voor beter betalingsgedrag In 77% van de gevallen waarbij het stedelijk team vroegsignalering contact heeft verkregen met de inwoner was na drie maanden sprake van een afname van de betalingsachterstand. Dit was fors hoger dan de vooraf gestelde doelstelling van 60%. Wat opviel is dat veel benaderde inwoners na de contactpoging hun vordering (deels) betaalden, ook als zij het aanbod voor hulp hadden geweigerd. Het onder de aandacht brengen van de betalingsachterstand door de gemeente blijkt daardoor al te zorgen voor een positieve verandering in betaalgedrag. Vergelijkbaar gedrag werd in 2019 geconstateerd in de pilot vroegsignalering binnen de Gemeente Rotterdam. Gemiddeld daalde de betalingsachterstand in Dordrecht na een contactpoging vanuit Vroeg Eropaf in de tweede meetperiode met 49%. In de eerste meetperiode, de pilotfase, was dat 30%. Afname van de betalingsachterstand is geen doelstelling op zich, maar kan worden gezien als positief neveneffect van de contactpogingen vanuit de gemeente voor zowel de schuldeiser als de inwoner. 7.3 Ontwikkelingen en verbeterpunten Momenteel vindt matching van signalen plaats op basis van het huisadres. Dit is een landelijke werkwijze. Dit heeft tot gevolg, dat signalen van huisgenoten met dezelfde naam soms ten onrechte aan elkaar worden gekoppeld. Bijvoorbeeld van een ouder en een kind.
Dit is onwenselijk, en er wordt samen met de SDD gewerkt aan een oplossing om dit probleem te voorkomen in de vorm van een controle binnen de BRP, waardoor we het signaal kunnen koppelen aan de geboortedatum en het geslacht. Dit verkleint de kans op een 'mismatch' aanzienlijk. Uit het tweede onderzoek van het OCD werd ook duidelijk dat het stedelijk team vroegsignalering bepaalde laagdrempelige hulp, zoals een verwijzing naar een website met hulp, niet registreerde, waardoor het aantal geholpen inwoners lager leek dan daadwerkelijk het geval was. Sinds maart 2021 registreren zij deze vorm van hulp als 'quick fix', waardoor latere rapportages een hoger aantal geholpen burgers zullen tonen. 7.4 Landelijke resultaten Op 7 juni is de landelijke monitor vroegsignalering gelanceerd. Hierin kunnen de 107 aangesloten gemeenten (figuur 2), waaronder Dordrecht, hun eigen resultaten vergelijken met de landelijke resultaten op basis van de gegevens van de 107 gemeenten. Het dashboard toont ook hoeveel signalen er door schuldeisers worden gemeld en in welke verhouding dit gebeurt (figuur 3). Daaruit blijkt dat de aangesloten zorgverzekeraars met totaal 181.678 signalen de grootste melders zijn, gevolgd door woningverhuurders met 61.965 signalen.
Figuur 2: aangesloten gemeenten
De verhouding in het aantal gemelde signalen is in Dordrecht vergelijkbaar met deze landelijke verhouding.
Figuur 3: signalen per type schuldeiser
Op basis van het dashboard weten we dat het in Dordrecht bijna twee keer zo vaak lukt om succesvol contact te verkrijgen met een inwoner. Landelijk ligt dit percentage namelijk op 32% en in Dordrecht op 59%. Van de mensen die zijn bereikt accepteert in Dordrecht 33% de aangeboden hulp. Landelijk ligt dit op 27%. Zie ook figuur 4. We bereiken daardoor niet alleen bovengemiddeld veel burgers, maar weten hen ook vaker hulp te laten accepteren.
Nederland
Dordrecht
32% CONTACT VERKREGEN
59%
27% HULP GEACCEPTEERD
33%
Figuur 2: contact en hulp NL / Dordrecht
De landelijke monitor biedt gemeenten ook de mogelijkheid om van elkaars werkwijze en successen te leren. Zo toont het dashboard op welke manier en op welk moment de kans het grootst is om succesvol contact te leggen met een inwoner (figuur 5).
Figuur 3: methode en dag van contact
In de cijfers uit het dashboard zijn afwijkingen te zien ten opzichte van de resultaten zoals gemeten door het OCD (7.2). De reden hiervoor is dat het OCD onderzoek een periode besloeg van maart t/m oktober 2020, terwijl de landelijke monitor gegevens toont over de periode januari 2020 t/m maart 2021.
8. Vooruitblik Het jaar 2021 staat in het teken van het aansluiten van nieuwe signaalpartners en het doorlopend blijven volgen en verbeteren van de aanpak. Hiervoor worden een aantal structurele kritische prestatie indicatoren geformuleerd (KPI's). De data uit het registratiesysteem zullen daartoe dit jaar ook worden aangesloten op het in ontwikkeling zijn Dashboard Sociaal Domein Dordrecht. Op basis van de landelijke monitor vroegsignalering zullen samen met de betrokken partners SDD en het Sociaal Wijkteam verbeteringen in de aanpak worden besproken.