Bijlage 2 - Definitief concept gewijzigde GR Wegschap.pdf
Tekst van het document
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VOOR HET WEGSCHAP TUNNEL DORDTSE KIL Provinciale Staten en het college van Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland, tezamen met de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten Dordrecht en Hoeksche Waard, ieder voor zover bevoegd,
Overwegende dat: partijen een Gemeenschappelijke Regeling Wegschap tunnel Dordtse Kil hebben getroffen voor het in stand houden, beheren en exploiteren van de tunnel Dordtse Kil; het nodig is deze regeling te wijzigen met het oog op gewijzigde wet- en regelgeving en het wenselijk is deze tegelijkertijd op diverse punten te actualiseren ;
Gelet op: De Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
Besluiten als volgt: De Gemeenschappelijke Regeling voor het Wegschap tunnel Dordtse Kil te wijzigen, waarmee deze als volgt komt te luiden:
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WEGSCHAP TUNNEL DORDTSE KIL Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: a. tunnel: de toltunnel onder de Dordtse Kil tussen Dordrecht en ’s Gravendeel en de aansluitende wegverbindingen en bijbehorende installaties; b. wegschap: het openbaar lichaam Wegschap Tunnel Dordtse Kil; c. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het wegschap; d. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het wegschap; e. voorzitter: de voorzitter van het wegschap; f. secretaris: de secretaris van het wegschap; g. penningmeester: de penningmeester van het wegschap; h. het bestuur: het bestuur van het wegschap, wat berust bij drie organen, namelijk het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter; i. deelnemers: Provinciale Staten en het college van Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland en de gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten Dordrecht en Hoeksche Waard; 1
j. Provinciale Staten: Provinciale Staten van Provincie Zuid-Holland; k. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Provincie ZuidHolland; l. raden: gemeenteraden van gemeenten Dordrecht en Hoeksche Waard; m. colleges: colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten Dordrecht en Hoeksche Waard en het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland; n. regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Wegschap Tunnel Dordtse Kil; o. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk II Taakstelling van het wegschap Artikel 2 Taakstelling 1. Het wegschap is gevestigd te Dordrecht; 2. Het wegschap heeft, in het belang van de bereikbaarheid van de gebieden van de deelnemers, tot taak het in stand houden, beheren en exploiteren van de tunnel.
Hoofdstuk III Bevoegdheden van het wegschap Artikel 3 Bevoegdheden 1. Ten behoeve van de verwezenlijking van de taakstelling, zoals vermeld in artikel 2, tweede lid, komen aan het wegschap de volgende bevoegdheden toe: a. het bijeenbrengen van de financiële middelen, nodig voor het in stand houden, beheren en exploiteren van de tunnel; b. het toegankelijk stellen van de tunnel voor elke verkeersdeelnemer, die de wens te kennen geeft tegen betaling van een vergoeding de tunnel te gebruiken, waarbij voetgangers, fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer door middel van lijndiensten vrijgesteld zijn van het betalen van tol; c. het vaststellen van verordeningen, al dan niet door strafbepaling of door bestuursdwang op te volgen; d. alle andere wettige middelen, die voor het bereiken van het doel bevorderlijk kunnen zijn; e. het heffen van tolgelden tot zodanige bedragen, dat een rendabele exploitatie van de tunnel gewaarborgd wordt. 2. Bij het heffen van de tolgelden zoals bedoeld in het eerste lid, onder e, voldoet het wegschap aan de geldende nationale en Europese regels en wordt geen onderscheid gemaakt, direct of indirect, op grond van: a. de nationaliteit van de weggebruiker; b. de Europese lidstaat of het derde land waar de vervoerder gevestigd is; c. de Europese lidstaat of het derde land waar het voertuig geregistreerd is; d.
de herkomst of de bestemming van het vervoer.
2
Hoofdstuk IV Algemeen Bestuur Artikel 4 Samenstelling en zittingsperiode 1. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden, te weten: a. twee leden, aan te wijzen door Provinciale Staten uit hun midden en uit Gedeputeerde Staten, de commissaris inbegrepen; b. twee leden, aan te wijzen door de raad uit zijn midden en uit het college van gemeente Dordrecht, de burgemeester inbegrepen; c. twee leden, aan te wijzen door de raad uit zijn midden en uit het college van gemeente Hoeksche Waard, de burgemeester inbegrepen; 2. Provinciale Staten en de raden wijzen voor de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur plaatsvervangende leden aan, die de door hen benoemde leden bij afwezigheid vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 3. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur, als bedoeld in de voorgaande leden, geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor Provinciale Staten en de raden worden benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering van Provinciale Staten en de raden, nadat het betreffende college is benoemd. 4. Wanneer een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid te zijn van het betreffende college, Provinciale Staten of de betreffende raad, dan houdt hij tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur.
Provinciale Staten of de betreffende raad voorziet zo spoedig mogelijk in de opvulling van de vacature. 5. Provinciale Staten of de betreffende raad kan zijn lid in het algemeen bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen. 6. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 7. Behoudens het geval dat een lid van het algemeen bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen. 8. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur geeft het betreffende college kennis aan het algemeen bestuur.
Artikel 5 Vergaderingen Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar, of zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien ten minste drie leden hem dit onder opgaaf van redenen verzoeken.
Artikel 6 Openbaarheid 1. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. 2. Plaats en uur van de openbare vergaderingen worden ter algemene kennis gebracht op de gebruikelijke wijze. 3
3. Wanneer de voorzitter of vier van de aanwezige andere leden het noodzakelijk achten, worden de deuren gesloten, waarna het algemeen bestuur bepaalt of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.
Artikel 7 Besloten vergadering In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of een besluit worden genomen over: a. de begroting en de wijzigingen daarvan; b. de jaarrekening; c. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; d. voorstellen tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling; e. het toetreden en uittreden van deelnemers.
Artikel 8 Stemmen In een vergadering, waarin minder dan de helft van het totale aantal uit te brengen stemmen door de in de vergadering aangewezen leden kan worden uitgebracht, kunnen geen besluiten worden genomen, tenzij het in de agenda vermelde onderwerpen betreft, waarover in een vorige vergadering om deze reden niet kon worden beslist.
Artikel 9 Stemverhoudingen 1. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming is de volstrekte meerderheid vereist van het aantal stemmen dat door de leden die aan de stemming hebben deelgenomen is uitgebracht. 2. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats op basis van de volgende stemverhouding: a. de door Provinciale Staten aangewezen leden brengen ieder 3 stemmen uit; b. de door de raad van gemeente Dordrecht aangewezen leden brengen ieder 2 stemmen uit; c. de door de raad van gemeente Hoeksche Waard aangewezen leden brengen ieder 2 stemmen uit; 3. De stemming over personen met betrekking tot benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten stembriefjes. Indien de stemmen staken, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. Staken bij herstemming de stemmen wederom, dan beslist terstond het lot. 4. De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, wanneer de voorzitter of één van de stemgerechtigde leden dit verlangt, en in dat geval mondeling. Bij hoofdelijke oproeping is ieder lid verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een 4
voltallige vergadering of voor de tweede maal over hetzelfde voorstel, wordt het geacht niet te zijn aangenomen. Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing van dit lid verstaan een vergadering, waarin alle stemgerechtigde leden waaruit het algemeen bestuur bestaat, voor zover zij zich niet van medestemmen moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.
Artikel 10 Onthouden van stemmen 1. De leden onthouden zich van medestemmen over de zaken - met inbegrip van benoemingen, ontslagen en schorsingen - die hen, hun echtgenoten of hun bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad persoonlijk aangaan of waarin zij als gemachtigde zijn betrokken. 2. Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan, wanneer hij behoort tot die personen, tot welke de keuze door een voordracht of bij herstemming beperkt is.
Artikel 11 Reglement van orde 1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Dit reglement, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan de deelnemers toegezonden.
Artikel 12 Verordeningen 1. Het algemeen bestuur stelt de verordeningen vast, die voor het vervullen van de taak van het wegschap nodig zijn. 2. Bekendmaking van een verordening geschiedt door het wegschap in het eigen elektronisch bekendmakingsblad.
Artikel 13 Inlichtingen en verantwoording 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het bestuursorgaan dat hem heeft benoemd, op de bij dat bestuursorgaan gebruikelijke wijze, alle inlichtingen die door dit bestuursorgaan worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het bestuursorgaan dat hem heeft benoemd, op de bij dit bestuursorgaan gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 3. Indien een lid van het algemeen bestuur niet meer het vertrouwen geniet van het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen, kan deze hem als zodanig ontslaan.
5
Artikel 14 Burgerparticipatie Het algemeen bestuur kan ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt, en de manier waarop dat gebeurt.
Artikel 15 Mogelijkheid zienswijze Provinciale Staten en raden 1. Als het algemeen bestuur inschat dat een te nemen besluit mogelijk politiek of beleidsmatig grote impact heeft, kan het algemeen bestuur, door tussenkomst van het dagelijks bestuur, Provinciale Staten en de raden de mogelijkheid geven om hierover binnen een door het algemeen bestuur te stellen termijn een zienswijze naar voren te brengen. 2. Als gebruik wordt gemaakt van de geboden zienswijzemogelijkheid, stelt het algemeen bestuur, door tussenkomst van het dagelijks bestuur, Provinciale Staten en de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de ingediende zienswijze en eventuele gevolgen en conclusies die het daaraan verbindt ten aanzien van het te nemen of genomen besluit.
Hoofdstuk V Dagelijks bestuur Artikel 16 Samenstelling Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, te weten: a. één lid van het algemeen bestuur, aangewezen door Provinciale Staten; b. één lid van het algemeen bestuur, aangewezen door de gemeenteraad van gemeente Dordrecht; c. één lid van het algemeen bestuur, aangewezen door de gemeenteraad van gemeente Hoeksche Waard.
Artikel 17 Einde lidmaatschap Wie ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur uit te maken.
Artikel 18 Vergaderingen 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht, of één van de leden hem dit verzoekt. Deze vergaderingen zijn niet openbaar. 2. Het bepaalde in de artikelen 8, 9 en 10 is van overeenkomstige toepassing.
6
Artikel 19 Reglement van orde 1. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Het dagelijks bestuur legt het door hem opgestelde reglement ter kennisneming aan het algemeen bestuur over.
Artikel 20 Taken en bevoegdheden De dagelijkse leiding en uitvoering van taken behoren aan het dagelijks bestuur. Deze omvatten: a. de taken, zoals bedoeld in artikel 57b van de wet; b. het beheer van de eigendommen, goederen en inkomsten van het wegschap; c. het toezicht op al wat het wegschap aangaat.
Artikel 21 Inlichtingen en verantwoording 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn. 3. Zij verstrekken, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door het algemeen bestuur dan wel één of meer leden daarvan, hetzij mondeling in de vergadering van het algemeen bestuur, hetzij schriftelijk worden verlangd. 4. Het reglement van orde van het dagelijks bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.
Artikel 22 Mogelijkheid zienswijze Provinciale Staten en raden 1. Als het dagelijks bestuur inschat dat een te nemen besluit mogelijk politiek of beleidsmatig grote impact heeft, kan het dagelijks bestuur Provinciale Staten en de raden de mogelijkheid geven om hierover binnen een door het dagelijks bestuur te stellen termijn een zienswijze naar voren te brengen. 2. Als gebruik wordt gemaakt van de geboden zienswijzemogelijkheid, stelt het dagelijks bestuur Provinciale Staten en de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de ingediende zienswijze en eventuele gevolgen en conclusies die het daaraan verbindt ten aanzien van het te nemen of genomen besluit.
7
Hoofdstuk VI Informatieplicht bestuur Artikel 23 Informatieplicht 1.Het bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk aan de deelnemers alle inlichtingen die door één of meer leden van die bestuursorganen worden gevraagd. 2. Het bestuur geeft aan de deelnemers ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, met dien verstande dat: a. Het bestuur dat het aangaat het meest geëigende middel bepaalt waarmee het de betreffende inlichtingen geeft. b. Het bestuur ertoe kan besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin aan de deelnemers inlichtingen worden verstrekt. 3. De reglementen van orde van het algemeen en dagelijks bestuur regelen de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.
Hoofdstuk VII De voorzitter Artikel 24 Aanwijzing en ontslag 1. Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter (en een plaatsvervangend voorzitter). Deze is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter.
Artikel 25 Taken en bevoegdheden 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur evenals die van het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent alle stukken, die van deze besturen uitgaan, en vertegenwoordigt het wegschap in en buiten rechte.
Hoofdstuk VIII De secretaris en de penningmeester Artikel 26 Benoeming en ontslag 1. Het bestuur van het wegschap wordt bijgestaan door een secretaris en een penningmeester. 2. De secretaris en penningmeester zijn aanwezig bij de bestuursvergaderingen en hebben daarin een adviserende rol. 3. Het dagelijks bestuur benoemt en ontslaat de secretaris en de penningmeester; bij afwezigheid worden zij vervangen door een door het dagelijks bestuur aan te wijzen locosecretaris, respectievelijk loco-penningmeester. 8
Artikel 27 Ondertekening Alle van het algemeen bestuur of dagelijks bestuur uitgaande stukken worden door de secretaris mede ondertekend.
Hoofdstuk IX Financiële bepalingen Artikel 28 Financiële regels 1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van vermogenswaarden van het wegschap. Deze regels voorzien in een financieringsstatuut als bedoeld in artikel 216, lid 3, van de Provinciewet. 2. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en op het beheer van vermogenswaarden van het wegschap. Deze regels voorzien in de aanwijzing van één of meer, niet in dienst van het wegschap of van één van de deelnemers staande, deskundigen, belast met het onderzoek van in ieder geval de jaarrekening, alsmede met het ter zake uitbrengen van een verslag.
Artikel 29 Boekjaar Het boekjaar van het wegschap is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 30 Begroting 1. Op het voorbereiden en vaststellen van de begroting is het bepaalde in de artikelen 58, 58b, 59 van de wet van toepassing. 2. In de begroting wordt vastgelegd welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is aan het wegschap. 3. Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk 1 september, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt, vast. 4. Na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 5. Het dagelijks bestuur biedt ook voorgenomen begrotingswijzigingen voor een zienswijze aan de deelnemers aan. Het dagelijks bestuur kan hiervan afzien als het totaal aan (budget)mutaties minder dan 5% van de totale begrotingsomvang (baten) bedraagt.
Artikel 31 Jaarrekening 1. Op het voorbereiden en vaststellen van de jaarrekening is het bepaalde in de artikelen 58, 58b, 59 van de wet van toepassing. 9
2. Over elk boekjaar legt het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur de jaarrekening van het wegschap over. Het voegt daarbij het verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van deze jaarrekening. 3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast uiterlijk op 10 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. De leden van het dagelijks bestuur onthouden zich hierbij van medestemmen. 4. Na de vaststelling van de jaarrekening wordt een exemplaar aan elk van de deelnemers toegezonden, vergezeld van het jaarverslag. 5. Na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 32 Negatief saldo of tekort 1. Een nadelig saldo over enig boekjaar wordt over de deelnemers verdeeld op zodanige wijze, dat van dit saldo respectievelijk ten laste komt van provincie Zuid-Holland 50%; van gemeente Dordrecht 42%; van gemeente Hoeksche Waard 8%. 2. Wanneer de begroting van het wegschap een tekort aanwijst, over de deelnemers om te slaan, zijn deze gehouden hun in de betreffende begroting geraamde bijdragen bij wijze van voorschot te voldoen op basis van een daartoe strekkende factuur.
Artikel 33 Waarborg 1. Elk van de deelnemers waarborgt de betaling van rente en aflossing van de door het wegschap te sluiten geldleningen en in rekening-courant op te nemen gelden, overeenkomstig de in artikel 32, eerste lid, opgenomen percentages. 2. Indien uit het in het vorige lid bepaalde voor de deelnemers betalingen voortvloeien, zullen deze door de deelnemers onderling worden verrekend, overeenkomstig de in artikel 32, eerste lid, opgenomen percentages.
Hoofdstuk X Toetreding, uittreding(splan), evaluatie, wijziging, opheffing Artikel 34 Toetreding 1. Toetreding tot de regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de deelnemers. De deelnemers kunnen aan de toetreding voorwaarden verbinden. 2. Direct na de toetreding worden door de vertegenwoordigende organen van de toetredende deelnemers de leden van het algemeen bestuur aangewezen.
Artikel 35 Uittreding 1. Een deelnemer kan besluiten tot het uittreden uit de regeling. 10
2. Het besluit van een deelnemer tot uittreding uit deze regeling wordt binnen twee weken nadat het genomen is, aan het algemeen bestuur toegezonden. Het algemeen bestuur stelt de overige deelnemers aan de regeling ten spoedigste van het onderhavige besluit in kennis. 3. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar, volgende op het jaar waarin het besluit tot uittreding is ontvangen door het algemeen bestuur.
Artikel 36 Uittredingsplan 1. De uittredende deelnemer is verplicht tot vergoeding van het nadeel voor het wegschap als gevolg van zijn besluit tot uittreden. 2. Het algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast waarin de gevolgen van de uittreding worden vastgelegd. Onder de gevolgen van de uittreding worden in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Het uittredingsplan bevat de uittreedsom en eventuele overige financiële voorwaarden. Ook wordt hierin geregeld hoe wordt omgegaan met de door de uittredende deelnemer afgegeven garanties voor door het wegschap aangegane c.q. overgenomen leningen. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur desgewenst een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het algemeen bestuur, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen. 4. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. Deze systematiek wordt gebaseerd op: a. relevante regelgeving; b. relevante jurisprudentie; c. feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 5. De uittreedsom moet een reële en volledige vergoeding inhouden van de daadwerkelijke gevolgen voor het wegschap door de uittreding en bestaat uit: a. frictiekosten: alle incidentele kosten te maken, door het wegschap die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer; b. kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige, als bedoeld in het derde lid, en overige ingeschakelde deskundigen; c. desintegratiekosten: alle kosten, direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het wegschap, die samenhangen met (de afbouw van) personele, materiële en andere verplichtingen, risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 11
6. Op de op grond van het vijfde lid bepaalde uittreedsom komen eventuele baten in mindering. 7. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de betreffende deelnemer. 9. Het wegschap alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. 10. Het algemeen bestuur stelt een voorlopig uittredingsplan vast, dat overeenkomstig artikel 15 aan de deelnemers wordt voorgelegd.
Artikel 37 Evaluatie Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren.
Artikel 38 Wijziging 1. Voorstellen tot wijziging van deze regeling kunnen zowel door de deelnemers als door het algemeen bestuur worden gedaan. 2. Voorstellen als in het voorgaande lid bedoeld, worden bij het algemeen bestuur ingediend. Deze voorstellen worden uiterlijk twee maanden na de indiening aanhangig gemaakt bij de deelnemers van het wegschap. 3. Wijzigingen van deze regeling kunnen worden vastgesteld bij gelijkluidend besluit van alle deelnemers. 4. De wijziging gaat in op de eerste dag na de datum van de bekendmaking door de provincie of op een in het wijzigingsbesluit aan te geven datum, die in elk geval na de datum van de bekendmaking van het wijzigingsbesluit ligt.
Artikel 39 Opheffing 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van ten minste tweederde van het aantal deelnemers. 2. In geval van opheffing van de regeling gaat het algemeen bestuur terstond tot liquidatie van het wegschap over. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk zes maanden voor de datum, waarop de regeling ophoudt te bestaan, een liquidatieplan op. Het liquidatieplan voorziet, indien dit met het oog op de noodzakelijke voortzetting van de exploitatie van de tunnel noodzakelijk wordt geacht, tevens in de overdracht van de roerende en onroerende goederen. 12
3. Een eventueel voordelig of nadelig liquidatiesaldo wordt onder de deelnemers verdeeld c.q. onder deze deelnemers omgeslagen, naar de grondslagen, waarop ingevolge het bepaalde in de artikelen 32 en 33 door de deelnemers de door het wegschap aangegane c.q. overgenomen leningen worden gegarandeerd. 4. Op het liquidatieplan is het bepaalde in artikel 28 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. 5. Het algemeen bestuur zendt binnen vier weken na ontvangst van de door Gedeputeerde Staten vastgestelde eindafrekening aan Provinciale Staten en aan de raden een afschrift van het liquidatieplan. 6. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur blijven zo nodig ook na het tijdstip van opheffing ten behoeve van de liquidatie voortbestaan.
Hoofdstuk XI Archiefbepaling Artikel 40 Archiefbescheiden 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van gemeente Dordrecht. 3. Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van het wegschap is aangewezen de archiefbewaarplaats van gemeente Dordrecht. 4. Na de opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van gemeente Dordrecht. 5. De in het derde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van gemeente Dordrecht. 6. De regelingen bij of krachtens de Archiefwet die gelden voor gemeente Dordrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in dit artikel.
Hoofdstuk XII Overgangs- en slotbepaling Artikel 41 Overgangs- en slotbepaling 1. De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het bestuur van provincie Zuid-Holland maakt de regeling bekend door kennisgeving van de inhoud hiervan in het Provinciaal Blad. 3. De regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad. 4. Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Wegschap tunnel Dordtse Kil. 13
Dordrecht, …………….. [datum]
Het Algemeen Bestuur voornoemd,
……………………………….. …. [naam], Voorzitter
……………………………….. … [naam], Secretaris
14