CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij brief Hoveniersbedrijf Baan Hofman - vonnis d.d. 26-2-25 (ID 21336942).pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 30 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Afgeven Verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2a - Raadsvoorstel6.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

de Rechtspraak Rechtbank Rotterdam

mr. G.L. Breunesse Postbus 230 3830AE Leusden

Handel

bezoekadres Wilhelminaplein 100/ 125 3072 AK Rotterdam

datum contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk

26 februari 2025 B.H.C. Luu 088-3611915 C/10/680664 / HA ZA 24/512

correspondentieadres postbus 50954 3007 BR Rotterdam t088-36 11915 rechtspraak.nl/contact/Rdam

uw kenmerk bijlage(n) onderwerp

1 RIKKERS/MENKE

Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermeiden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

Ter informatie

LJ Om te behouden LJ voigens afspraak van LJ Op uw verzoek van LJ In dank terug LI Voor de vergadering van LJ Uw advies vóór LJ Uw commentaar vóór EJ Terugzenden vóór fl Ter verdere behandeling

Uw persoonsgegevens en - indien van toepassing - die van uw cliënt worden voor zover nodig. ten behoeve van een goede procesvoering verwerkt in

L25

een registratiesysteem van het gerecht

I

' ·

~''~~~ .,,

o

·

i

~.~;.. ,

\,

t.,

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-512 Vonnis van 26 februari 2025 in de zaak van

ln naam van de Koning

1.JOHANNES RIKKERS, 2. HEIDI VAN GRONLNGEN, beiden wonend in Dordrecht, eisers, advocaat: mr. G.L. Breunesse, tegen 1.BRIAN FABIAN MENKE, 2. JOSEPHINE FRANCESCA ZIJDEMANS, beiden wonend in Dordrecht, gedaagden, advocaat: mr. D.J.C. van Bemmei. Eisers worden samen Rikkers c.s. genoemd. Gedaagden worden sarnen Menke c*s. genoemd.

De procedure

1. 1.1. -

-

-

-

-

Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 juni 2024, met producties 1 tot en met 16; de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 1 1; de akte producties mondelinge behandeling van Menke c.s., met producties 12 tot en met 17; de aanvullende producties 17 tot en met 19 van Rikkers c.s.; de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling op 5 december 2024.

1 .2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2.

De zaak en het oordeel van de rechtbank in het kort

2.1. Rikkers c.s. en Menke c.s. zijn buren en verschillen van mening over de vraag waar de erfgrenzen tussen de percelen W66 en W200 van Rikkers c.s. en perceel W65 van Menke c.s. lopen. volgens Rikkers c.s. zijn de erfgrenzen tussen deze percelen gelijk aan de kadastrale grenzen. De conclusie van de rechtbank is dat Rikkers c.s. geen gelijk hebben als

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-5 12 26 februari 2025 2

het gaat om de Iigging van de erfgrens tussen percelen W66 en W65. Rikkers c.s. hebben wel gelijk wat betreft de erfgrens tussen percelen W200 en W65. In beginsel mogen Menke c.s. daarom geen gebruik maken van de strook grond in/bij de greppel die behoort tot perceel W200 en die onderwerp is van deze procedure. De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op de omstandigheden in deze zaak en de belangen van partijen, Menke c.s. niet over hoeven te gaan tot het af.breken en verwijderen van hun onroerende zaken voor zover die zich bevinden op perceel W200.

3.

De feiten

3.1. Op 7 november 2018 hebben Rikkers c.s. een perceel grond gekocht, gelegen aan de Wieldrechtse Zeedijk 2A, kadastraal bekend als gemeente Dordrecht, sectie W, nummer 200 (perceel W200). De omschrijving van het perceel in de koopovereenkomst is inhoudelijk gelijk aan de omschrijving in de leveringsakte (zie onder 3.6). 3.2. Op 17 december 2018 hebben Menke c.s. het eeuwigdurend recht van erfpacht gekocht van een perceel grond, gelegen aan de Wieldrechtse Zeedijk 2, kadastraal bekend als gemeente Dordrecht, sectie W, nummer 65 (perceel W65). 3.3. Op 3 1 januari 2019 is dat recht van erfpacht geleverd aan Menke c.s. ln de akte van levering is dit recht als volgt omschreven: het altijddurend recht van erfpacht van een perceel grond, gelegen aan de Wieldrechtse Zeedijk (...), met de daarop staande woning met aanpandige schuur en bijgebouwen, plaatselijk bekend 3329 KTDordrecht, Wieldrechtse Zeedijk 2, kadastraal bekend als gemeente Dordrecht, sectie W, nurnrner 65, groot veertien are vijftig centiare 3.4. Op 12 februari 2019 hebben Rikkers c.s. een tweede perceel grond gekocht, gelegen aan de Wieldrechtse Zeedijk, kadastraal bekend als gemeente Dordrecht, sectie W, nummer 66 (perceel W66). Perceel W66 vormt de uitrit van perceel W200.

In een e-mailbericht van 12 februari 2019, waarbij deze koopovereenkomst tot stand is gekomen, is het perceel omschreven als: perceel dijkgrond (in gebruik als uitpad) (...) groot 250 m2 3.5.

volgens de kadastrale kaart zijn percelen W200, W65 en W66 als volgt gelegen:

zaaknummer: C/10/680664/ HA ZA 24-512 26 februari 2025

3.6. Op 20 maart 2019 is het eigendom van percelen W200 en W66 geleverd aan Rikkers c.s. ln de akte van levering van perceel W200 wordt dat perceel als volgt omschreven: een perceel grond meí de daarop aanwezige stacaravan en bedrijfsgebouwen, gelegen aan de Wieldrechtsezeedijk 2a te Dordrecht, kadastraal bekendgemeente Dordrecht sectie W nzimmer 200, groot één hectare, tweeënveertig are en zeventig centiare (1 ha 42 a 70 ca) 3.7. In de akte van levering van perceel W66 is de volgende omschrijving gegeven van dat perceel: een perceel weg, gelegen aan de Wieldrechtsezeedijk te Dordrecht, kadastraal bekend gemeente Dordrecht sectie W nummer 66, groot twee are en vijftig centiare (2a50ca) 3.8.

In de akte van levering van perceei W66 is onder meer ook vermeld: hierna ook te noemen het verkochte, door koper te gebruiken als weg.

3.9.

Op 27januari 2023 is het eigendom van perceel W65 geleverd aan Menke c.s.

3.10. Op 6juni 2023 heeft de landmeter van het Kadaster (de landmeter) een erfgrensreconstructie uitgevoerd van percelen W200, W66 en W65. In het relaas van bevindingen staat: Grenzen zijn onzichtbaar en nader aangedziid door 2 spijkers, 6 ijzeren biiizen en 1 krijtstreep op de noordwest hoek van hziisnzimmer 2.

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-5 12 26 februari 2025

•1 1.

Daarnaast bevat het reiaas van bevindingen de volgende tekening:

~~~ .6C

/,

__3

rf.leldrochlse ee6irir

.7

o

oOe

3.12. Uit de erfgrensreconstructie is gebleken dat Menke c.s. een strook grond gebruiken die valt binnen de kadastrale grenzen van perceel W66, zoals gemeten door de landmeter (strook 1). Daarnaast is gebleken dat Menke c.s. een strook grond gebruiken die valt binnen de kadastrale grenzen van perceel W200, zoals gemeten door de landmeter (strook 2). Deze bevindingen zijn gelijk aan het resultaat van een erfgrensmeting die Rikkers c.s. in november 2022 hebben Iaten uitvoeren door het meetbedrijfBasepoint. Strook 1 en strook 2 (de stroken grond) zijn met schuine arcering weergegeven op het digitale veldwerk van Basepoint, zoals hieronder weergegeven:

3.13. Op onderstaande fotos (die Menke c.s. tijdens de mondelinge behandeling aan de hand van Google Streetview hebben laten zien) zijn perceel W66, een deel van perceel W65 en strook 1 te zien. De uitrit van Rikkers c.s. geeft via het hek toegang tot perceel W200.

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025

Strook 1 begint vanaf het hek en loopt in de lengte met de bocht mee tot aan het gebouw met de gele muur en het bruine dak en is ongeveer 1 tot 2 meter breeð. Op strook 1 staan zaken die feitelijk onderdeel uitmaken van de tuin van Menke c.s., waaronder een heg, een Iage stenen muur, het gras voor de heg, de boom in het midden en een rij keien.

- ftiji.

3. 14. Onderstaande foto geeft de Iigging van een gedeelte van perceel W65 (links) en een gedeelte van perceel W200 (rechts) weer. Links staat de schuur van Menke c.s. en rechts is een rij bomen te zien. Tussen de bomen en het stuk grasland aan de linkerzijde loopt een greppel (de term greppel is puur feitelijk en nietjuridisch bedoeld). Strook 2 is deels te zien op de foto. De strook is ongeveer 35 meter lang en ongeveer 1 tot 1,5 meter breed. In de breedte loopt de strook van het midden van de greppel tot (ongeveer) de schuur van Menke c.s. en een aantal daarachter gelegen bouwwerken. In de lengte loopt de strook door.

zaaknummer: CIIO/680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025 6

3.15. Rikkers c.s. hebben Menke c.s. gesommeerd om de stroken grond te ontruimen. Menke c.s. hebben niet aan deze sommaties voldaan. Verdere gesprekken en correspondentie tussen partijen hebben niet tot een oplossing geleid.

4.

Het geschil

4.1. Rikkers c.s. vorderen, samengevat, een verklaring voor recht dat dejuridische erfgrenzen tussen hun percelen W200 en W66 en perceel W65 van Menke c.s. gelijk zijn aan de kadastrale grenzen, zoals weergegeven in het relaas van bevindingen van de erfgrensreconstructie van 6juni 2023. Daarnaast vorderen Rikkers c.s., uitvoerbaar bij voorraad, een hoofdelijke veroordeling van Menke c.s. om de stroken grond te ontruimen en ter vrije beschikking van Rikkers c.s. te stellen en te laten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00. Tot slot vorderen Rikkers c.s. een hoofdelijke veroordeling van Menke c.s. in de proceskosten en in de kosten die Rikkers c.s. hebben gemaakt voor de erfgrensreconstructie, te vermeerderen met de wetteiijke rente. Aan hun vorderingen leggen Rikkers c.s. samengevat het volgende ten grondslag. 4.2. Uit de akten van Ievering met betrekking tot percelen W200 en W66 en de kadastrale documentatie, waaronder het relaas van bevindingen van de erfgrensreconstructie, volgt dat de erfgrenzen tussen percelen W200, W66 en W65 gelijk zijn aan de kadastrale grenzen. Menke c.s. maken dus onrechtmatig gebruik van de stroken grond. Op grond van artikel 5:2 BW eisen Rikkers c.s. deze stroken grond op. 4.3. De conclusie van Menke c.s. strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Rikkers c.s.

in hun vorderingen ofafwijzing van deze vorderingen met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Rikkers c.s. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente. Menke c.s. stellen ten eerste dat Rikkers c.s. geen gerechtvaardigd belang hebben bij het voeren van deze procedure. Voor die stelling hebben Menke c.s. aangevoerd dat Rikkers c.s. deze procedure alleen als drukmiddel hebben ingesteld met het oog op een ander geschil tussen partijen en niet van plan zijn om de stroken grond daadwerkelijk te gebruiken. Daamaast betwisten Menke c.s. dat de door de landmeter gemeten grenzen de juridische erfgrenzen zijn. De erfgrens tussen percelen W200 en W65 ligt volgens Menke c.s. op grond van het rechtsvermoeden van artikel 5:36 BW in het midden van de greppel (zoals omschreven onder 3.14), omdat die greppel een sloot is ofwas en dient als afscheiding tussen de erven van partijen. Rikkers c.s. hebben dit vermoeden volgens Menke c.s. niet weerlegd. Tot slot doen Menke c.s. wat betreft strook 1 een subsidiair beroep op (bevrijdende) verjaring.

5.

Ðe beoordeling

Formele punten die eerst zullen worden behandeld 5.1. Op de mondelinge behandeling hebben Menke c.s. bevestigend geantwoord op de vraag van de rechtbank ofzij met hun stellingen over de situatie sinds 1994 een beroep doen op verjaring wat betreft strook 1. Rikkers c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen deze aanvulling van rechtsgronden en de rechtbank subsidiair verzocht om hen in de ge1egenheid

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025 7

te steilen schriftelijk te reageren op het verjaringsverweer. Daarnaast hebben Menke c.s. bezwaar gemaakt tegen de toelating van producties 17 tot en met 19 van Rikkers c.s. en — nadat de rechtbank had beslist dat de producties worden toegevoegd aan het procesdossier — de rechtbank verzocht om haar besiissing te heroverwegen. Ook hebben Menke c.s. een verzoek gedaan tot een descente. De rechtbank zal eerst ingaan op deze bezwaren en verzoeken. Het bezwaar en verzoek van Rikkers c.s. met betrekking tot het verjaringsverweer behoeven geen bespreking, omdat de rechtbank niet in hoeft te gaan op dat verweer 5.2. Omdat de rechtbank tot het oordeel komt dat Rikkers c.s. geen eigenaren zijn van strook 1 (zie hierna onder 5.10 - 5.13), behoeven het beroep van Menke c.s. op verjaring en het bezwaar en verzoek van Rikkers c.s. geen bespreking. Het bezwaar van Menke c.s. tegen prodzicties 17-19 van Rikkers c.s. wordt niet gehonoreerd 5.3. Ook na heroverweging wijst de rechtbank het verzoek van Menke c.s. om producties 17-19 van Rikkers c.s. buiten beschouwing te laten af. Hierna wordt uitgelegd waarom. 5.4. De producties zijn één dag na de termijn van artikel 87 lid 6 Rv ingediend. In dat artikel staat dat te laat ingediende stukken buiten beschouwing worden gelaten, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet.

Het doet van deze regel is dat partijen en de rechter voldoende gelegenheid krijgen om ingediende stukken vóór de mondelinge behandeling te bestuderen, zodat zij zich adequaat kunnen voorbereiden op de mondelinge behandeling. Menke c.s. hebben voldoende tijd en gelegenheid gehad om producties 17-19 van Rikkers c.s. te bestuderen. Dat btijkt uit het gegeven dat zij tijdens de mondelinge behandeling inhoudelijk hebben gereageerdop deze drie producties. De producties zijn ook beperkt qua omvang en complexiteit. Het gaat namelijk om een e-mail van een halve pagina van mevrouw Berkhout (de voormalige bewoonster van perceel W200) met een verklaring over de erfgrens tussen percelen W200 en W65, een briefvan het Waterschap Hollandse Delta van één pagina en de reactie daarop van mevrouw Berkhout van een paar regels. Menke c.s. hebben gesteld dat zij desondanks in hun verdediging zijn geschaad, 5.5. omdat productie 17 (de e-mail met een verklaring van mevrouw Berkhout) niet bij dagvaarding in het geding is gebracht. volgens Menke c.s. zijn zij daardoor verhinderd om een tijdig verzoek te doen aan de rechtbank om mevrouw Berkhout als getuige op de mondelinge behandeling te doen horen over de vraag ofzij deze verklaring onafhankelijk van Rikkers c.s. heeft afgelegd.

Zoals hierna zal blijken onder 5.26, is de verklaring van mevrouw Berkhout niet doorslaggevend voor de uitkomst van deze zaak. Het is dan ook niet noodzakelijk om in te gaan op de bezwaren die Menke c.s. tegen deze verklaring hebben aangevoerd. Het verzoek tot het houden van een descente wordt afgewezen 5.6. Vóór en tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank aangegeven dat zij vooralsnog geen aanleiding ziet om een descente te gelasten. Die conclusie is na de mondelinge behandeling onveranderd gebleven. Een descente is namelijk niet nodig om uit te maken wie van de partijen gelijk heeft. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

zaaknummer: C/101680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025 8

Rikkers c.s. hebben wel een belang in de zin van artikel 3.•303 BW 5.7. Voor hun stelling dat Rikkers c.s. geen gerechtvaardigd belang hebben bij het voeren van deze procedure hebben Menke c.s. een beroep gedaan op artikel 3:303 BW. In dat artikel staat dat zonder belang aan niemand een rechtsvordering toekomt. In deze procedure hebben Rikkers c.s. een voldoende belang in de zin van artikel 3:303 BW bij hun vorderingen. Hierna wordt uitgelegd waarom. 5.8. Aangezien er discussie bestaat over wat tot het eigendom van Rikkers c.s. hoort, hebben zij voldoende belang bij de gevorderde verklaring voor recht. Rikkers c.s. hebben ook voldoende belang in de zin van artikel 3:303 BW bij hun vordering tot ontruiming, aangezien zij hun eigendomsrecht in beginsel mogen handhaven tegenover eenieder die zonder hun toestemming gebruik maakt van hun grond. Deze belangen van Rikkers c.s. zijn voldoende voor het instellen (en voortzetten) van deze procedure. De steilingen van Menke c.s. dat Rikkers c.s. niet van plan zijn de stroken grond te gebruiken en bereid zijn deze prijs te geven als Menke c.s. hun aanspraken in een ander lopend geschil tussen partijen laten varen, wat voigens hen oneigenlijk is, zullen worden beoordeeld in het kader van de vraag in hoeverre de vordering van Rikkers c.s. tot ontruiming toewijsbaar is.

De toepasselijke maatstafvoor het bepalen van de (juridische) erfgrens 5.9. De (juridische) erfgrens tussen twee percelen hoeft niet gelijk te lopen met de kadastrale grens. Het gaat immers om de vraag wat de verkrijger van een perceel grond geleverd heeft gekregen. Dat wordt volgens vaste rechtspraak beoordeeld aan de hand van de partijbedoeling, zoals tot uitdrukking gebracht in de akte van levering. Bij de levering van een registergoed, zoals een perceel grond, moet de partijbedoeling naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving van het registergoed in de akte van levering, gelezen in het Iicht van de volledige inhoud van de akte. Bij de uitleg van de akte mag alleen worden gekeken naar informatie die voor derden kenbaar is uit ofaan de hand van stukken die in de openbare registers zijn ingeschreven. Strook ¡ is eigendom van Menke c.s. 5.10. De erfgrens tussen percelen W66 en W65 valt niet samen met de kadastrale grens, maar met de scheiding tussen de geasfalteerde uitrit en het onverharde gedeelte dat Menke c.s. als hun tuin gebruiken, zoals te zien is op de fotos onder 3.13. Strook 1 behoort dus tot het eigendom van Menke c.s. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. 5.1 I. In de akte van levering met betrekking tot perceel W66 staat dat, conform de koopovereenkomst, aan Rikkers c.s. een perceel weg geleverd wordt.

Daarnaast bevat de akte de volgende bepaling: Het verkochte wordt aanvaard in defeitelijke staat, waarin het zich ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst bevond, geheel ontruimd, vrij van huur of pacht ofander gebruiksrecht. (...) 5.12. Uit de bewoordingen van de akte blijkt dat het de bedoeling van Rikkers c.s. en hun rechtsvoorgangers was dat Rikkers c.s. een weg aan de Wieldrechtse Zeedijk geleverd zouden krijgen in de feitelijke staat waarin deze zich bevond op het moment van de koop op

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025 9

12 februari 2019. volgens (ook) Rikkers c.s. zag op dat moment de feitelijke situatie tussen percelen W66 en W65 eruit zoais afgebeeld op de fotos onder 3.13. Op de fotos is een duidelijk onderscheid te zien tussen een weg die als uitrit functioneert en de niet geasfalteerde grond daarnaast, die door Menke c.s. als onderdeel van hun tuin wordt gebruikt. Rikkers c.s. mochten er niet van uitgaan dat het onverharde gedeelte naast het asfalt onderdeel uitmaakte van de weg die zii kochten en geleverd kregen. Op dat gedeelte staan immers vaste onderdelen, zoals een heg, muur en beplanting, die duidelijk niet functioneren ais (gedeelte van) een uitrit. 5.13. Een objectieve uitleg van de bewoordingen van de akte van levering leidt dus tot de conclusie dat de erfgrens tussen percelen W66 en W65 niet op de door de lartdmeter gemeten grens valt en dat strook 1 (daarom) niet tot het eigendom van Rikkers c.s. behoort. De vorderingen van Rikkers c.s. met betrekking tot strook 1 worden dan ook afgewezen. De kadasrrale grens tussenperceel W200 en W65 ligt niet in het midden van de greppel 5.14. Voordat de rechtbank ingaat op de vraag ofde (juridische) erfgrens tussen percelen W200 en W65 samenvalt met de kadastrale grens, moet worden beoordeeld waar de kadastrale grens ligt, aangezien ook dat ter discussie staat tussen partijen. 5.15. De rechtbank stelt voorop dat Menke c.s.

dejuistheid van de grensreconstructie van 6juni 2023 hebben betwist, maar die betwisting niet hebben onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Daamaast stellen Menke c.s. ten onrechte dat de kadastrale grens zich bevindt in wat Menke c.s. aanduiden als een s1oot en Rikkers c.s. als eert greppel (zie ook de foto onder 3.14). Dejuistheid van deze stelling van Menke c.s. blijkt niet — zoals zij stellen — uit de tekening die is gehecht aan het relaas van bevindingen van 6 iuni 2023 (weergegeven onder 3.1 1). Nergens op die tekening wordt melding gemaakt van een sloot (ofgreppel), terwijl zaken als bomen wel zijn aangeduid op de tekening. Een sloot (of greppel) wordt ook niet genoemd in de woordelijke omschrijving van de grenzen van perceel W200 in het relaas van bevindingen (weergegeven onder 3.10). Uit die omschrijving, in combinatie met de tekening, blijkt dat de (onzichtbare) grens tussen perceel W200 en W65 door de landmeter is gemarkeerd met spijkers en ijzeren buizen. 5. 16. Dejuistheid van de stelling van Menke c.s. over de Iigging van de kadastrale grens blijkt ook niet uit de topografische kaarten die zij tijdens de mondelinge behandeling hebben laten zien via www.topotijdreis.nl. Uit de toelichting die Menke c.s.

op de mondelinge behandeling hebben gegeven bij de besproken topografische kaarten volgt niet dat een sloot (ofgreppel) de grens vormde tussen percelen W200 en W65. Bovendien hebben Rikkers c.s. gesteld dat de website www.topotijdreis.nl geen informatie geeft over de ligging van grenslijnen. Die stelling is onvoldoende weersproken door Menke c.s. 5. 17. Tot slot volgt de juistheid van de stelling van Menke c.s. niet uit een relaas van bevindingen van een grensreconstructie die in 2006 is uitgevoerd nadat perceel W200 werd afgesplitst van perceel W63 (waar perceel W200 aanvankelijk onderdeel van uitmaakte). Het relaas van bevindingen van die grensreconstructie ziet namelijk niet op de grens tussen percelen W200 en W65, maar op de grens tussen perceel W200 en een ander perceel. Dat die grens is omschreven als midden sloot, brengt niet mee dat de kadastrale grens tussen percelen W200 en W65 ook in een sloot ligt.

zaaknummer: C/ 10/680664 / HA ZA 24-5 12 26 februari 2025 10

5.18. Kortom, de kadastrale grens valt niet in de greppel (die Menke c.s. aanduiden als een sloot), maar ligt bij de schutting van Menke c.s. Dat blijkt niet aileen uit van de erfgrensreconstructie van 6juni 2023, maar ook uit de erfgrensmeting van Basepoint. Uii de in de akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling volgt dat de kadastrale grens tussen percelen W200 en W65 de erfgrens is 5.19. De tweede vraag is ofde kadastrale grens tussen percelen W200 en W65 ook de juridische erfgrens is. Dat hebben Rikkers c.s. voldoende onderbouwd gesteld aan de hand van de in de akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling. 5.20. In de akte van levering van perceel W200 staat namelijk dat het echtpaar BerkhoutKrenning op 20 maart 2019 een perceel grond aan Rikkers c.s. hebben geleverd dat kadastraal bekend staat als gemeente Dordrecht sectie W nummer 200, groot één hectare, tweeënveertig are en zeventig centiare (1 ha 42 a 70 ca). In de akte staat ook dat BerkhoutKrenning de eigendom over het perceel op 3 1 oktober 2005 hebben gekregen door inschrijving van een akte van afgifte van een legaat (de akte van legaat). In de akte van legaat is het perceei omschreven als een perceel weiland dat in 2005 nog een kadastraal ongesplitst onderdeel vormde van perceel W63.

Aan de akte van legaat is ook een situatietekening gehecht waarop (het huidige) perceel W200 met gekruiste arcering is weergegeven:

5.2 1. Uit deze tekening volgt dat de noordwestelijke grens van perceel W200 samenvalt met de kadastrale grens met (onder andere) perceei W65. De partijbedoeling om aan Rikkers c.s. een perceel te leveren dat loopt tot aan deze kadastrale grens blijkt dus duidelijk uit de kadastrale documentatie, die raadpleegbaar is via de openbare registers. Aan deze conclusie doet niet afdat in de akte van levering niet uitdrukkelijk wordt genoemd dat ook de grond over de greppel/sloot wordt geleverd. Anders dan Menke c.s. stellen, is het geen feit van algemene bekendheid dat in notariële leveringsakten ook (altijd) uitdrukkelijk alle objecten staan genoemd die onderdeel vormen van het geleverde (zoals een sloot, watergang of greppel, dan wel een gedeelte daarvan).

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025 11

5.22. Daarnaast kan geen andere partijbedoeling worden afgeleid uit de bepalingen in de akte van levering van perceel W200 waarin staat dat het perceel bestemd is voor het houden van paarden en wordt aanvaard in de feitelijke staat waarin het perceel werd aangetroffen tijdens de bezichtiging. Menke c.s. hebben met een beroep op die bepalingen gesteld dat Rikkers c.s. niet ervan uit hadden mogen gaan dat zij eigenaar zouden worden van de grond die verder reikt dan de bomen die te zien zijn op de foto onder 3.14. Dit omdat de vorige eigenaren van perceel W200 tussen die bomen een zwart doek en prikkeldraad hadden aangebracht voor het tegenhouden van paarden. Daartegen hebben Rikkers c.s. terecht aangevoerd dat afrasteringen en andere hindernissen voor paarden niet zonder meer wijzen op de grensafscheiding tussen een weiland en het erfvan een ander. Een houder van paarden kan immers met het aanbrengen van afrasteringen ook beogen om zijn paarden weg te houden van bepaalde delen van zijn eigen erf. Het rechtsvermoeden van artikel 5:36 BW is niet van toepassing 5.23. Bij de beoordeling van het beroep van Menke c.s. op artikel 5:36 BW wordt het vo1gende voorop gesteld. Partijen verschillen niet alleen van mening ofde onder 3.14 genoemde greppel een greppel of— zoals Menke c.s. steilen — een sloot is, maar ook ofdeze dient ais een afscheiding tussen twee erven.

Dat laatste discussiepunt is van belang, omdat het rechtsvermoeden van artikei 5:36 BW alleen geldt als de greppel ofsloot daadwerkelijk dient als de afscheiding tussen percelen W200 en W65. Omdat Menke c.s. zich hebben beroepen op de rechtsgevolgen van artikel 5:36 BW, rust op hen de verplichting om voldoende feiten te stellen — en zo nodig te bewijzen — die deze conclusie kunnen dragen. 5.24. De stellingen die Menke c.s. in dat kader hebben ingenomen komen erop neer dat uit de aard van perceel W200 als polderperceel zou volgen dat de door hen aangeduide sloot de natuurlijke erfgrens vormt van het perceel. Dat is onvoldoende vast komen te staan in deze procedLlre. Anders dan Menke c.s. stellen, is het namelijk geen feit van algemene bekendheid dat dejuridische grenzen van polderpercelen altijd worden gevormd door sloten ofwatergangen, zodat de rechtbank dat niet als vaststaand kan aannemen. Menke c.s. hebben zich daarnaast beroepen op luchtfotos over dejaren 1976 - 2023, kadastrale tekeningen uit (onder andere) 1 802, 1 84 1 en 1906, topografische kaarten en recente fotos van strook 2. Voor zover uit deze stukken zou kunnen worden afgeleid dat op strook 2 een sloot lag ofheeft gelegen, geldt dat nergens uit blijkt dat die sloot dient ofdiende ais afscheiding tussen de huidige percelen W200 en W65. 5.25. In het kader van hun beroep op artikel 5:36 BW hebben Menke c.s.

verder nog gesteld dat in het verleden houten paaltjes hebben gelegen in het midden van de greppel of sloot, die inmiddels zijn verdwenen. Uit niets blijkt echter dat die houten paaltjes destijds dienden als grensmuur, afscheidingswand ofander middel om een grens ofafscheiding tussen twee erven aan te geven. Voorts hebben Rikkers c.s. de steiling van Menke c.s. dat zij en (de rechtsvoorgangers van) Rikkers c.s. gezamenlijk verantwoordelijk waren voor het onderhoud van de greppel ofsloot gemotiveerd betwist met de briefvan het Waterschap Ho11andse Delta (het Waterschap) aan mevrouw Berkhout en de reactie van mevrouw Berkhout op die brief(zoals aangehaald onder 5.4). Uit die stukken blijkt namelijk dat het Waterschap aileen correspondeerde met mevrouw Berkhout over het onderhoud aan de greppel (of sloot) en dat mevrouw Berkhout ze1fstandig een verzoek heeft ingediend bij het Waterschap om de greppel uit de legger van het Waterschap te halen.

zaaknummer: C/1O/680664 / HA ZA 24-5 12 26 februari 2025 12

5.26. Tot slot is de door Menke c.s. overgelegde verklaring van hun overburen, die woonachtig zijn aan de Wieldrechtse Zeedijk 3, op zichzelfgenomen onvoldoende om met zekerheid vast te stellen dat de greppel ofsloot als afscheiding tussen twee erven dient. In hun verklaring hebben de overburen aangegeven dat de sloot volgens hen altijd werd gedeeld door de eigenaren van perceien W200 en W65. Rikkers c.s. hebben die stelling gemotiveerd betwist aan de hand van niet alleen de verklaring van mevrouw Berkhout (waarin het tegenovergestelde wordt verklaard), maar ook (en vooral) met behulp van de hiervoor genoemde correspondentie tussen mevrouw Berkhout en het Waterschap. Immers, uit die correspondentie volgt dat mevrouw Berkhout zelfstandig bes1issingen nam ten aanzien van de greppei ofsloot. Daardoor ligt het minder voor de hand om aan te nemen dat de bewoners van percelen W200 en W65 voor de helft eigenaar waren van de greppel of sloot. Aangezien deze correspondentie duidelijk is, zijn de verklaring van mevrouw Berkhout en de opmerkingen die Menke c.s. op de mondeiinge behandeling hebben gemaakt over die verklaring niet doorslaggevend voor het oordeel van de rechtbank. 5.27. Kortom, in deze procedure kan niet worden vastgesteld dat de greppel ofsloot de erfafscheiding vormt. Het vermoeden van artikel 5:36 geldt daarom niet. De hoofdvorderingen van Rikkers c.s.

worden gedeeltelijk toegewezen 5.28. De slotsom luidt dat de erfgrens tussen perceien W200 en W65 samenvalt met de kadastrale grens zoals uitgemeten door de landmeter en — daarom — dat strook 2 tot het eigendom behoort van Rikkers c.s. De gevorderde verklaring voor recht is dan ook op dit punt toewijsbaar. 5.29. A1s eigenaren van strook 2 hebben Rikkers c.s. in beginsei het recht om ontruiining te vorderen van deze strook. Een redelijke afweging van de belangen van Rikkers c.s. en Menke c.s. brengt echter mee dat de gevolgen van die ontruiming enigszins begrensd moeten worden. Hierna wordt uitgelegd waarom. 5.30. In deze procedure staat vast dat Menke c.s. lange tijd gebruik maken van strook 2. Een aantai onroerende zaken van Menke c.s. (zoals een stuk betonplaat en een darmwand) bevindt zich gedeeltelijk op ofboven strook 2. Rikkers c.s. hebben aanvankelijk geen bezwaar gemaakt daartegen. Het bezwaar van Rikkers c.s. werd voor het eerst gemaakt nadat tussen partijen een geschil was ontstaan over het voornemen van Rikkers c.s. om een gedeelte van perceel W200 aan te wenden voor het exploiteren van een hoveniersbedrijf. Tussen partijen loopt in dat verband een ander bestuursrechtelijk geschil. 5.31. Uit wat partijen over en weer naar voren hebben gebracht in deze procedure blijkt dat Rikkers c.s. bereid zijn om strook 2 prijs te geven als Menke c.s.

hun aanspraken in het bestuursrechtelijk geschil laten varen. Menke c.s. hebben namelijk een verslag overgelegd van een bespreking die op 10 januari 2023 heeft piaatsgevonden tussen hen en J. Rikkers naar aanleiding van het resultaat van de erfgrensmeting van Basepoint. In dat gespreksverslag staat onder andere het volgende: i Rikkers geeft aan open kaart te willen spelen en kijkt hier als volgt tegen aan.• De betreffende 1, 5 meter aan de slootzijde (strook achterzijde woonhuis Wieldrechtsezeedijk 2) kan hem niets schelen. i Rikkers geeft aan dat het eerdere contact tussen hem zelfen B. Menke en J. Zijdemans niet soepel is verlopen, maar

zaaknummer: C/10/680664/ HA ZA 24-512 26 februari 2025 13

geen zin heeft om te bakkeleien. J.Rikkers stelt voor om een deal te sluiten. J. Rikkers geeft aan de 1, 5 meter aan de slootzijde zo te laten, betreft de voortuin wil hij het later over hebben hoe hier verstandig mee om te gaan. Vervolgens geeft J. Rikkers wel aan hier wat voor terug te willen. 5.32. Rikkers c.s. hebben de inhoud van het gespreksverslag niet weersproken. Bovendien hebben Rikkers c.s. uitdrukkelijk verkiaard dat zij niet van plan zijn om strook 2 te gebruiken. Gelet op de Iigging van deze strook ligt het ook niet voor de hand dat die strook voor Rikkers c.s. enig nut heeft bij de uitoefening van een hoveniersbedrijf. 5.33. Gelet hierop en in het licht van de al sinds velejaren bestaande toestand — waarin het gebruik van strook 2 door Menke c.s. aanvankelijk werd geduld door Rikkers c.s. — is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om van Menke c.s. te verlangen de bestaande onroerende zaken, die op dit moment deels op of boven strook 2 liggen, afte breken en daarvoor de nodige kosten te maken. 5.34. Om die reden wordt de gevorderde ontruiming deels toegewezen, namelijk in zoverre dat het Menke c.s. wordt bevolen om hun roerende zaken te verwijderen (en verwijderd te houden) van strook 2 en strook 2 uitsluitend te betreden voor zover dat nodig is voor het onderhoud van de thans bij hen in gebruik zijnde onroerende zaken.

Aan dit bevel wordt een dwangsom verbonden, omdat Rikkers c.s. dat hebben gevorderd en Menke c.s. daar geen afzonderlijk verweer tegen hebben gevoerd. De rechtbank zal de gevorderde dwangsom echter maximeren tot € 10.000,00. Menke c.s. worden deels veroordeeld in de kosten voor de erfgrensreconstructie 5.35. Rikkers c.s. hebben op de voet van artikel 6:96 lid 2, aanhefen onder b BW gevorderd dat Menke c.s. de kosten van de erfgrensreconstructie moeten betalen. Menke c.s. hebben geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen deze vordering. 5.36. De gevorderde kosten zijn kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid van Menke c.s., nu Rikkers c.s. de erfgrensreconstructie hebben laten uitvoeren om de inbretik op htin eigendomsrecht door Menke c.s. vast te stellen. Aangezien iri deze procedure is gebleken dat Menke c.s. slechts deels — namelijk alleen wat betreft strook 2 — inbreuk maken op het eigendomsrecht van Rikkers c.s., geldt dat de door Rikkers c.s. gevorderde kosten voor de helft toewijsbaar zijn. Menke c.s. worden daarom veroorðeeld om aan Rikkers c.s. een bedrag van € 690,00 te betalen. Over deze kosten zijn Menke c.s. de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf29juni 2023 verschuldigd. Rikkers c.s. hebben namelijk onbetwist gesteld dat Menke c.s. vanafdie datum in verzuim waren aangezien zij niet hebben voldaan aan de schriftelijke sommatie van Rikkers c.s.

om de kosten uiterlijk op 28juni 2023 te betalen. De proceskosten tiissen partijen worden gecompenseerd. 5.37. Omdat beide partijen gedeelteiijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

zaaknummer: C/10/680664 / HA ZA 24-512 26 februari 2025 14

6.

De beslissing

De reclitbank 6. 1. verklaart voor recht dat de erfgrens tussen de percelen W200 en W65 (zoals omschreven in de overwegingen van dit vonnis) overeenkomt met de kadastrale grens zoals omschreven in het op 6 iuni 2023 opgemaakte reiaas van bevindingen van de landmeter; 6.2. veroordeelt Menke c.s. hoofdelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis al hun roerende zaken die staan op strook 2 (zoals omschreven in de overwegingen van dit vonnis) te verwijderen en verwijderd te houden; veroordeelt Menke c.s. hoofdelijk om zich te onthouden van enig gebruik van strook 6.3. 2, met uitzondering van het betreden van de strook voor zover dat noodzakelijk is voor het verwijderen van de roerende zaken zoals bedoeld onder 6.2 ofvoor het onderhoud van de thans bij Menke c.s. in gebruik zijnde onroerende zaken; 6.4. bepaalt dat Menke c.s. hoofdelijk een dwangsom verbeuren van € l 00,00 voor iedere dag dat zij niet voldoen aan de onder 6.2 en 6.3 genoemde veroordelingen, tot een maximum van € 10.000,00; veroordeelt Menke c.s. hoofdelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit 6.5. vonnis aan Rikkers c.s. te betalen een bedrag van € 690,00, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf29juni 2023 tot de dag dat het bedrag volledig is betaald; compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat zowel 6.6.

Rikkers c.s. als Menke c.s. hun eigen proceskosten dragen; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de veroordelingen onder 6.7. punten 6.2 tot en met 6.5; 6.8.

wijst het meer ofanders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezeri door S. Said en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025. 3855/3194

Vcor EERSTE GROSSE uitgegeven aan Mr.L CQçee advocaat, lffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1045/documents/43114