CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a. Was-Wordt voorstel wijziging regelgeving.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 7 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen Herinvoering exploitatievergunning horeca - Raadsvoorstel2.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorgestelde wijzigingen van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 6 van de APV en artikel 4 van de Legesverordening 2026, en de voorgestelde intrekking van het "Vrijstellingsbesluit exploitatievergunning" (in was – wordt tabel, met toelichting) In de huidige APV is een exploitatievergunningplicht voor horeca-inrichtingen opgenomen. Per 27 november 2014 heeft de burgemeester diverse categorieën inrichtingen hiervan vrijgesteld via het "Vrijstellingsbesluit exploitatievergunning". Door een wijziging van de APV op 15 november 2016 zijn inrichtingen die in het bezit zijn van een Drank- en Horecawet-vergunning (thans: de Alcoholwet) eveneens vrijgesteld van deze exploitatievergunningplicht. In het kader van het ondermijningsproof maken van de APV bestaat er aanleiding om deze vrijstellingen terug te draaien, door de APV in die zin te wijzigen en het vrijstellingsbesluit van de burgemeester in te trekken. Daarnaast bestaat er aanleiding om het begrip 'inrichting' in de APV uit te breiden met afhaal- en bezorgrestaurants, waardoor deze branche onder de exploitatievergunningplicht komt te vallen. Er wordt een gefaseerde overgangstermijn opgenomen in de APV om te voldoen aan de exploitatievergunningplicht. Ten slotte wordt in de Legesverordening geregeld dat een bepaalde categorie inrichtingen is vrijgesteld van de legeskosten voor het indienen van een aanvraag voor een exploitatievergunning.

HUIDIGE APV – ARTIKELEN Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, niet zijnde een seksinrichting als bedoeld in artikel 3:1, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet dranken, rookwaren of spijzen voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Onder een inrichting wordt in ieder geval verstaan: een restaurant, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, kantine of clubhuis. Onder inrichting wordt tevens verstaan een hierbij behorend terras en andere aanhorigheden, tenzij deze expliciet zijn uitgezonderd. 2. terras: een buiten de besloten ruimte liggend deel van de inrichting waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse kunnen worden verstrekt. 3. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet. 4. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven. 5. leidinggevende: 1°. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft

APV VOORSTEL Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. inrichting: 1°. de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, niet zijnde een seksinrichting als bedoeld in artikel 3:1, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken, rookwaren of spijzen voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals in ieder geval een restaurant, café, cafetaria, snackbar, coffeeshop, discotheek, buurthuis, kantine of clubhuis, alsmede een hierbij behorend terras en andere aanhorigheden, tenzij deze expliciet zijn uitgezonderd; 2°. een afhaalcoffeeshop, alsmede een afhaal- en/of bezorgrestaurant waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte spijzen en/of dranken worden verstrekt uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse. 2. terras: een buiten de besloten ruimte liggend deel van de inrichting waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse kunnen worden verstrekt. 1

TOELICHTING BIJ HET VOORGESTELDE APV ARTIKEL Wijzigen: begripsomschrijving van ‘inrichting’ is voor de leesbaarheid onderverdeeld in sub 1°en 2° en op een aantal punten aangevuld of verduidelijkt. Zie artikel 2:27, aanhef en onder 1, in kolom APV Voorstel. Toelichting: In sub 1° is 'anders dan om niet' verwijderd, omdat dit voor de praktijk niets toevoegt ten opzichte van 'bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was'. De voorbeelden zijn aangevuld met 'coffeeshop' om te verduidelijken dat ook de coffeeshop onder het begrip 'inrichting' valt. In sub 2° is opgenomen dat ook de coffeeshop waar alleen afgehaald kan worden en niet ter plaatse kan worden gebruikt, valt onder de definitie 'inrichting'. Daarnaast is hier toegevoegd dat afhaal- en/of bezorgrestaurants onder het begrip 'inrichting' komen te vallen.

aan een inrichting; 2°. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een inrichting. 6. paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid Alcoholwet. 7. handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 8. horecaconcentratiegebied: gebied als aangeduid in bijlage 1. 9. Incidentele festiviteit: een festiviteit die gebonden is aan een individuele inrichting.

HUIDIGE APV – ARTIKELEN Artikel 2:28 Exploitatievergunning inrichting 1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Het eerste lid geldt niet voor een inrichting, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend en een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de exploitatie van deze inrichting ondergeschikt is aan de winkelactiviteit. 3. Voorts geldt het eerste lid niet voor bedrijfskantines en inrichtingen in zorginstellingen, musea, scholen, ziekenhuizen, sportverenigings-, muziekverenigingsen kerkgebouwen, voor zover aan de exploitatie van die inrichtingen geen zelfstandige betekenis toekomt en deze gericht is op de bezoekers/gebruikers van de instelling, sport-, muziekvereniging of kerk waar de

3. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet. 4. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven. 5. leidinggevende: 1°. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een inrichting; 2°. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een inrichting. 6. paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid Alcoholwet. 7. handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 8. horecaconcentratiegebied: gebied als aangeduid in bijlage 1. 9. Incidentele festiviteit: een festiviteit die gebonden is aan een individuele inrichting. APV VOORSTEL Artikel 2:28 Exploitatievergunning inrichting 1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Het eerste lid geldt niet voor een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de exploitatie van deze inrichting ondergeschikt is aan de winkelactiviteit. 3.

Voorts geldt het eerste lid niet voor bedrijfskantines en inrichtingen in zorginstellingen, musea, scholen, ziekenhuizen, sportverenigings-, muziekverenigingsen kerkgebouwen, voor zover aan de exploitatie van die inrichtingen geen zelfstandige betekenis toekomt en deze gericht is op de bezoekers/gebruikers van de instelling, sport-, muziekvereniging of kerk waar de inrichting onderdeel van uitmaakt. Onverminderd het 2

TOELICHTING BIJ HET VOORGESTELDE APV ARTIKEL Wijzigen: een deel van het tweede lid wordt verwijderd. Daarnaast wordt het derde lid uitgebreid. Zie artikel 2:28, tweede en derde lid, in kolom APV Voorstel. Toelichting: de vrijstelling van de exploitatievergunningplicht voor inrichtingen die in het bezit zijn van een Alcoholwetvergunning, komt te vervallen. Dit betreft de voorgestelde wijziging van het tweede lid. De vrijstelling die geldt voor inrichtingen die worden geëxploiteerd door paracommerciële rechtspersonen, zoals deze sinds 2014 is opgenomen in het besluit 'Vrijstelling exploitatievergunning', blijft in stand en wordt overgeheveld naar artikel 2:28, derde lid, van de APV. De hierbij gestelde voorwaarde dat deze inrichtingen niet geopend zijn buiten het tijdvak van

inrichting onderdeel van uitmaakt. 4. Indien het verbod, als genoemd in lid 1, op grond van lid 2 of 3 van dit artikel, niet voor een exploitant geldt, is de burgemeester bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen bij het exploiteren van zijn inrichting. Deze strekken slechts tot bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu. 5. De in de leden 2 en 3 genoemde vrijstelling van de vergunningplicht geldt niet voor de terrassen van: a. de in lid 2 bedoelde inrichtingen; b. de in lid 3 bedoelde bedrijfskantines en inrichtingen. 6. Paragraaf 4.1.3.3. Awb is niet van toepassing op de vergunning als genoemd in lid 1 om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde.

HUIDIGE APV – ARTIKELEN Nieuw artikel

bepaalde in de voorgaande volzin, geldt het eerste lid niet voor inrichtingen die worden geëxploiteerd door paracommerciële rechtspersonen indien zij niet geopend zijn tussen 22:00 uur en 07:00 uur. 4. Indien het verbod, als genoemd in lid 1, op grond van lid 2 of 3 van dit artikel, niet voor een exploitant geldt, is de burgemeester bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen bij het exploiteren van zijn inrichting. Deze strekken slechts tot bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu. 5. De in de leden 2 en 3 genoemde vrijstelling van de vergunningplicht geldt niet voor de terrassen van: a. de in lid 2 bedoelde inrichtingen; b. de in lid 3 bedoelde bedrijfskantines en inrichtingen. 6. Paragraaf 4.1.3.3. Awb is niet van toepassing op de vergunning als genoemd in lid 1 om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde. APV VOORSTEL Artikel 6:5 A Overgangsbepalingen exploitatievergunning horeca 1.

Voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27 die op grond van artikel 2:28, tweede lid, waren vrijgesteld van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, omdat zij over een Alcoholwetvergunning beschikten, en die als gevolg van de wijziging van artikel 2:28, tweede lid, niet langer onder deze vrijstelling vallen, gaat de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, gelden negen maanden na inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging'. Deze overgangstermijn geldt alleen voor inrichtingen die op het moment van de inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werden geëxploiteerd. 3

07:00 uur tot 22:00 uur, blijft in die bepaling eveneens in stand. Omdat de reeds in het derde lid genoemde inrichtingen in veel gevallen zullen kunnen worden aangemerkt als paracommerciële rechtspersonen, is ervoor gekozen om de nieuwe tekst te beginnen met "Onverminderd het bepaalde in de voorgaande volzin". Dat betekent dat indien sprake is van een paracommerciële rechtspersoon die niet valt onder de reeds bestaande vrijstelling van de eerste volzin, deze alsnog is vrijgesteld van de vergunningplicht indien wordt voldaan aan de gestelde voorwaarde ten aanzien van de openingstijden. De al bestaande vrijstelling van de eerste volzin wordt ongewijzigd voortgezet.

TOELICHTING BIJ HET VOORGESTELDE APV ARTIKEL Toevoegen: nieuw artikel met overgangsbepalingen. Zie artikel 6:5 A in kolom APV Voorstel Toelichting: In het eerste lid wordt een overgangstermijn bepaald voor inrichtingen die eerder op grond van 2:28, tweede lid, waren vrijgesteld van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, omdat zij over een Alcoholwetvergunning beschikten. Zij krijgen een termijn van negen maanden om aan de exploitatievergunningplicht te voldoen. Op deze wijze kunnen deze inrichtingen zich voldoende voorbereiden op het tijdig indienen van een aanvraag. In het tweede lid wordt een overgangstermijn bepaald voor afhaal- en/of bezorgrestaurants die door de wijziging van de begripsomschrijving van ‘inrichting’ in artikel 2:27 vergunningplichtig zijn geworden als

2. Voor afhaal- en/of bezorgrestaurants als bedoeld in artikel 2:27, aanhef en onder 1 sub 2°, gaat de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, gelden twaalf maanden na inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging', waardoor zij onder het begrip 'inrichting' zijn komen te vallen. Deze overgangstermijn geldt alleen voor inrichtingen die op het moment van de inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werden geëxploiteerd. 3. In afwijking van artikel 2:28 D, eerste lid, aanhef en onder a, wordt een vergunning niet geweigerd wegens strijd met het omgevingsplan, indien de inrichting op het moment van de inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werd geëxploiteerd en de aard of omvang van de exploitatie sindsdien niet is gewijzigd. 4. Dit artikel vervalt van rechtswege op 1 januari 2028.

HUIDIGE VRIJSTELLINGSBESLUIT EXPLOITATIEVERGUNNING De burgemeester van de gemeente Dordrecht besluit: 1. de volgende categorieën van inrichtingen vrij te stellen van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28 APV (exploitatievergunning): a) automatieken b) broodjeszaken c) croissanteries d) koffiebars e) lunchrooms f) ijssalons

VOORSTEL INTREKKING Intrekking van het "Vrijstellingsbesluit exploitatievergunning" door de burgemeester, waarbij wordt bepaald dat dit intrekkingsbesluit in werking treedt per 1 april 2027.

4

bedoeld in artikel 2:28, eerste lid. Zij krijgen een termijn van 12 maanden om aan de exploitatievergunningplicht te voldoen. Op deze wijze kunnen deze inrichtingen zich voldoende voorbereiden op het tijdig indienen van een aanvraag. Het faseren van de overgangstermijnen draagt bovendien bij aan de uitvoerbaarheid van de gewijzigde regelgeving. In het derde lid wordt bepaald dat de weigeringsgrond van artikel 2:28 D, eerste lid, aanhef en onder a, APV niet wordt toegepast bij inrichtingen die reeds werden geëxploiteerd op het moment van de inwerkingtreding van de herinvoering van de exploitatievergunning. Dit onder de voorwaarde dat de aard of omvang van de exploitatie sindsdien niet is gewijzigd. Het buiten toepassing laten van de weigeringsgrond laat overigens onverlet dat bij strijd met het omgevingsplan kan worden opgetreden via omgevingsrechtelijke handhaving. Het vierde lid bepaalt dat het artikel van rechtswege vervalt op 1 januari 2028, omdat bestaande horecainrichtingen – na de ‘herinvoering’ van de exploitatievergunningplicht – in de loop van 2027 (weer) over een exploitatievergunning moeten beschikken. TOELICHTING BIJ HET VOORSTEL Intrekking: In het verlengde van de voorgestelde APVwijzigingen bestaat er aanleiding om het "Vrijstellingsbesluit exploitatievergunning" in te trekken.

Toelichting: Er wordt voor gekozen om de intrekking per 1 april 2027 in werking te laten treden. Daarmee krijgen de betreffende inrichtingen een overgangstermijn om aan de exploitatievergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, te voldoen. Op deze wijze kunnen deze inrichtingen zich voldoende voorbereiden op het tijdig indienen van een aanvraag. Het faseren van de

g) tearooms h) inrichtingen die worden geëxploiteerd door paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet; Onder de voorwaarde dat deze inrichtingen niet geopend zijn buiten het volgende tijdvak: van 07:00 uur tot 22:00 uur; 2. dat de vrijstelling geen betrekking heeft op de exploitatie van een bij de inrichting behorend terras. Indien een inrichting als bedoeld onder 1 een terras wil exploiteren, dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd die louter betrekking heeft op de exploitatie van het terras; 3. dat dit besluit kan worden aangehaald al "Vrijstellingsbesluit exploitatievergunning"; 4. dat dit besluit in werking treedt op 27 november 2014. HUIDIGE LEGESVERORDENING 2026 – ARTIKELEN Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het in behandeling nemen van aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, wanneer het gaat om bouwwerkzaamheden waarvoor op grond van de betreffende wet- en regelgeving een vergunningplicht geldt uitsluitend vanwege de aldaar geldende status van monument of beschermd stadsgezicht. d.

het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning, als bedoeld in hoofdstuk 2, die betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit

overgangstermijnen (zie de voorgestelde wijziging bij artikel 6:5 APV) draagt bovendien bij aan de uitvoerbaarheid van de gewijzigde regelgeving. De vrijstelling die geldt voor inrichtingen die worden geëxploiteerd door paracommerciële rechtspersonen blijft in stand en wordt overgeheveld naar artikel 2:28, derde lid, van de APV. De hierbij gestelde voorwaarde dat deze inrichtingen niet geopend zijn buiten het tijdvak van 07:00 uur tot 22:00 uur, blijft in die bepaling eveneens in stand.

LEGESVERORDENING 2026 VOORSTEL 5e WIJZIGING Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het in behandeling nemen van aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, wanneer het gaat om bouwwerkzaamheden waarvoor op grond van de betreffende wet- en regelgeving een vergunningplicht geldt uitsluitend vanwege de aldaar geldende status van monument of beschermd stadsgezicht. d. het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning, als bedoeld in hoofdstuk 2, die betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit 5

TOELICHTING BIJ HET VOORSTEL Toevoegen: nieuw onderdeel toegevoegd aan de vrijstellingsbepaling. Zie artikel 4, aanhef en onder e. Toelichting: Aan het artikel is toegevoegd dat inrichtingen zijn vrijgesteld van het betalen van leges voor een aanvraag om een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV, indien zij vóór 1 januari 2017 reeds werden geëxploiteerd en zij beschikten over een exploitatievergunning. Het gaat dan om inrichtingen die in het verleden beschikten over een exploitatievergunning, voordat zij werden vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht door het vrijstellingsbesluit (2014) en de APV-wijziging (2016). Voor deze beperkte groep inrichtingen is het niet redelijk om opnieuw leges te heffen. Zij hebben immers in het verleden leges betaald voor hun aanvraag om een exploitatievergunning, vóórdat zij van die verplichting

(artikel 5.1 lid 1 onder b Omgevingswet), een omgevingsplanactiviteit die ziet op het slopen van een bouwwerk binnen beschermd stadsgezicht (artikel 5.1 lid 1 onder a Omgevingswet), het vellen van een houtopstand (artikel 4.11 Algemene plaatselijke verordening Dordrecht en het graven in een gebied met archeologische waarde op grond van het omgevingsplan.

(artikel 5.1 lid 1 onder b Omgevingswet), een omgevingsplanactiviteit die ziet op het slopen van een bouwwerk binnen beschermd stadsgezicht (artikel 5.1 lid 1 onder a Omgevingswet), het vellen van een houtopstand (artikel 4.11 Algemene plaatselijke verordening Dordrecht en het graven in een gebied met archeologische waarde op grond van het omgevingsplan. e. het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.1, aanhef en onder a, van de tarieventabel, indien de inrichting reeds vóór 1 januari 2017 door de aanvrager werd geëxploiteerd met een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV en de exploitatie sindsdien in dezelfde hoedanigheid ononderbroken is voortgezet.

6

werden vrijgesteld. Ter voorkoming van een onnodige lastenverzwaring en onevenredige benadeling van deze groep, is ervoor gekozen hen nu vrij te stellen van het betalen van leges.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1108/documents/48921