CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Stand van zaken discussienotitie RIA april 2026.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 juni 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 27: Raadsinformatiebrief over Regionale investeringsagenda (RIA) - Raadsinformatiebrief12.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale Investeringsagenda Drechtsteden Discussienotitie – versie april 2026 Inleiding Samen investeren in de toekomst van de Drechtsteden De komende jaren staan we voor belangrijke keuzes over wonen, bereikbaarheid, economie en leefomgeving. Opgaven die bepalend zijn voor de kwaliteit van leven in onze regio, nu en in de toekomst. Veel van deze vraagstukken spelen niet alleen lokaal, maar juist op regionale, provinciale en landelijke schaal. Daarom werken wij (de Drechtsteden en Gorinchem) samen aan een Regionale Investeringsagenda (RIA). Dat doen we met de triple helix partners: bedrijven, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties én acht gemeenten. De RIA is ons gezamenlijke instrument om de komende vijf jaar te investeren in een aantal doorslaggevende projecten die de brede welvaart, ofwel de kwaliteit van leven van inwoners, in onze regio merkbaar verbeteren, waarmee we stappen zetten om de Ruimtelijke Strategie 20501 te realiseren en waarmee we concreet laten zien hoe we bijdragen aan ruimtelijke opgaven van de provincie ZuidHolland en het Rijk. Deze discussienotitie is een tussenstap: een 60%-versie die we voorleggen aan partners, gemeenteraden en colleges in het tweede kwartaal (april, mei en juni 2026). Wat u leest is dus niet af, het is een uitnodiging om mee te denken.

Uw inbreng gebruiken we om de RIA verder aan te scherpen en om keuzes beter te onderbouwen. De RIA wordt voor de zomer afgerond en na het zomerreces ter besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraden. Wat u in deze discussienotitie vindt Deze notitie is opgebouwd uit de volgende delen. (1) De Drechtsteden als regio: wie we zijn en wat ons bindt. (2) De Regionale Investeringsagenda: wat de RIA is en moet opleveren. (3) De doorbraakprojecten van de RIA: wat we de komende vijf jaar willen bereiken. (4) De investeringen: een eerste beeld van de beschikbare en benodigde financiering. (5) Hoe we samen verder werken aan de RIA: de stappen tot de zomer: we maken helder wat elk project concreet inhoud en oplevert voor inwoners en ondernemers en welke investeringen nodig zijn, hoe we samen de regionale uitvoeringskracht versterken en in gesprek blijven met elkaar (de gemeenteraden, partners en Smart Delta Drechtsteden). Waarom doen we dit? Omdat de opgaven in onze regio urgent zijn, met elkaar samenhangen en niet alleen lokaal op te lossen zijn. Denk aan bereikbaarheids- en netcongestieproblemen die woningbouw blokkeren, luchtkwaliteit die gezondheidsklachten veroorzaakt, of bedrijven die willen verduurzamen maar geen ruimte op het net krijgen. Met de RIA bundelen we de kracht en de middelen, zodat de hele regio, alle gemeenten, inwoners en ondernemers vooruitgaan.

Wat vragen we van u? Deze notitie is een uitnodiging. Graag halen we als samenwerkende gemeenten uw Ruimtelijke Strategie 2050 Smart Delta Drechtsteden vormt basis voor Regionale Investeringsagenda Smart Delta Drechtsteden 1

1

ideeën, aandachtspunten en zorgen op, om deze mee te kunnen nemen in het opstellen van de definitieve RIA. We vragen gemeenteraden, colleges en partners om mee te denken en te doen, maar ook om kritisch te zijn: • • • •

Waar ziet u kansen die we nog niet benutten? Welke accenten zouden we anders kunnen leggen? Welke uitdagingen moeten we adresseren? Welke voorwaarden zijn nodig om samen verder te komen?

De ideeën en antwoorden die u ons geeft helpen ons om de RIA beter, scherper en realistischer te maken.

2

Regionale investeringsagenda Drechtsteden Uitvoering geven aan de Ruimtelijke Strategie Gezonde Maritieme Delta 2050 – discussienotitie ter bespreking met partners, gemeenteraden en colleges, april 2026

1. De Drechtsteden als regio Dit is wie we zijn Acht gemeenten rond een kruispunt van rivieren. Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht: samen vormen wij de Drechtsteden 2. We liggen daar waar de Noord, de Oude Maas en de Boven- en Beneden-Merwede samenkomen, een van de drukst bevaren rivierpunten van Europa, waar jaarlijks meer dan 160.000 schepen passeren. Zo vormt de regio de toegangspoort tot Europa. Mensen voelen zich hier thuis door de manier waarop we dingen doen: nuchter, samen en met de handen uit de mouwen. Dat zie je terug in de polder, op de werven en in de bedrijven. We zijn groot genoeg om slagkracht te organiseren, maar klein genoeg om elkaar echt te kennen. Het zit in ons DNA om verantwoordelijkheid te nemen en problemen samen op te lossen. Dat is onze kracht en maakt ons wendbaar.

Een regio met wereldklasse vakmanschap Onze regio is gebouwd aan het water. Al "Al eeuwenlang maken, eeuwenlang maken, bouwen en innoveren mensen hier. Die traditie leeft. Vandaag zijn bouwen en innoveren wereldspelers als Damen, Boskalis, Van Oorden mensen hier. Die traditie Fokker hier geworteld. Niet toevallig, maar omdat zij zijn gegroeid uit dezelfde cultuur van leeft." vakmanschap en ondernemerschap die deze regio al generaties kenmerkt. Samen met meer dan 1.200 gespecialiseerde bedrijven in de maritieme maakindustrie zijn zij goed voor €15–20 miljard omzet, circa 30% van de nationale maritieme sector. Eén op de vier werknemers in onze regio werkt in deze sector. Dat is niet alleen economisch belangrijk. De bedrijven in onze regio leveren ook een belangrijke bijdrage aan defensie en maritieme veiligheid, bijvoorbeeld via technologie, scheepsbouw en gespecialiseerde productie voor de defensieketen. Tegelijkertijd spelen zij een rol in grote transities waar Europa voor staat, zoals schonere scheepvaart, duurzame energie en technologische innovatie. Kortom, in de Drechtsteden werken we aan oplossingen die belangrijk zijn voor het Nederlandse verdienvermogen, onze nationale weerbaarheid én voor de strategische positie van Europa.

Rond dat bedrijfsleven staat een solide kennisnetwerk: het Da Vinci College, Hoger Onderwijs Drechtsteden, nauwe banden met TU Delft en Erasmus Universiteit, innovatieplatformen zoals I-lab, Yes!Delft! en de Smart Campus Leerpark waar onderwijs, innovatie en hightech maakindustrie samenkomen. Onze ziekenhuizen zijn ankers voor gezondheid, werkgelegenheid en talent. Samen zorgen deze instellingen ervoor dat mensen hier niet alleen kunnen werken, maar ook in goede gezondheid kunnen leren en groeien.

In deze discussienotitie bedoelen we met ‘Drechtsteden’ ook Gorinchem. En als we het over ‘we’ hebben, dan hebben we het over ons als samenwerkende gemeenten en partners. 2

3

Een waterlandschap dat betekenis heeft Water maakt de Drechtsteden uniek. Het typeert onze economie, natuur en identiteit: van de Biesbosch tot de Hollandse Waterlinie, van de historische binnensteden tot de polders, dijken en getijdennatuur. Dit landschap maakt de regio aantrekkelijk voor inwoners én bezoekers en biedt kansen voor ontspanning, bewegen en klimaatadaptatie. Daarnaast bieden deze kwaliteiten kansen om te vergroenen, vernieuwen en te groeien.

“Onze omgeving biedt ruimte om te groeien, groener te worden en te vernieuwen, op een manier die past bij wie we zijn en bij wat inwoners belangrijk vinden”

Waarom investeren nu noodzakelijk is De regio Drechtsteden is een regio om trots op te zijn. Maar wie eerlijk kijkt, ziet ook dat het niet alleen goed gaat. De brede welvaart in de Drechtsteden, hoe goed mensen hier kunnen wonen, werken, leven en gezond blijven, staat al langere tijd onder druk. In landelijke vergelijkingen komen we vaak in de onderste regionen uit3. Drie van onze gemeenten staan in de landelijke top 12 van gemeenten met de meest vervuilde luchtkwaliteit; alle Drechtstedengemeenten vallen in de slechtste 25% van het land4. Groene structuren zijn versnipperd, barrières als spoorlijnen (Betuweroute en MLL) en snelwegen (A15, A16 en A27) snijden door het omliggende landschap. Veel wijken hebben te weinig groen en zijn kwetsbaar voor hittestress en wateroverlast. De PFAS-verontreiniging door Chemours zet natuur en oevers extra onder druk. In wijken als delen van Dordrecht-West, Zwijndrecht en Gorinchem komt dit scherp naar voren. Daar stapelen problemen zich op: minder groen, meer drukte op de weg, slechtere luchtkwaliteit en meer gezondheidsklachten. Dit raakt juist de mensen die al kwetsbaar zijn in de wijken die onderaan de lijstjes staan. Het betekent dat onze inwoners gemiddeld minder gezonde jaren hebben, dat kinderen opgroeien in lucht die niet schoon genoeg is en dat te veel wijken te weinig groen, te veel drukte en te weinig perspectief kennen.

Ook ondernemers merken de gevolgen van de grote maatschappelijke opgaven. Door netcongestie is er te weinig ruimte op het elektriciteitsnet voor uitbreiding of verduurzaming, bedrijven die willen groeien komen op een wachtlijst, woningbouwprojecten en nieuwe bedrijven krijgen geen elektriciteitsaansluiting. Bovendien lopen energiekosten op en staat de structurele betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie onder druk. De drukke A15, A16 en A27 zorgen voor files, slechtere lucht en onbetrouwbare reistijden. En het wordt de komende jaren erger: grootschalig onderhoud aan wegen, tunnels en bruggen in en rond de regio duurt tot 2035. Openbaar vervoer is geen volwaardig alternatief, de frequenties zijn te laag en niet alle gemeenten zijn goed aangesloten. Als we niets doen, raakt de regio verder achterop: economisch, sociaal en qua leefkwaliteit. Juist daarom is investeren nu nodig: het is noodzakelijk om als regio In de Index Brede Welvaart 2024 zijn de Drechtsteden terug te vinden op de plekken 231 tot 335 van Nederland. 4 Zie ook het Pointer onderzoek (2025) naar luchtkwaliteit in Nederland 3

4

vooruit te komen en ervoor te zorgen dat alle gemeenten meeprofiteren van betere voorzieningen, meer kansen en een gezondere leefomgeving. Door gericht te werken aan de vijf gebiedsgerichte opgaven uit onze Ruimtelijke Strategie.

De koers: een Gezonde Maritieme Delta in 2050 In 2025 hebben de Drechtsteden samen de Ruimtelijke Strategie Gezonde Maritieme Delta 2050 opgesteld. Daarin spreken we uit hoe we onze sterke punten (de ligging aan het water, de maritieme sector, onze compacte steden en mooie dorpen) beter willen benutten om de brede welvaart in alle gemeenten te vergroten. Het is een koers voor iedereen die hier leeft, werkt, leert of onderneemt. De vijf gebiedsgerichte opgaven vormen de kern van die strategie. Het verbeteren van onze mobiliteit met een betrouwbare en schone Drechtstedenring. Het ontwikkelen van vitale spoorzones waar wonen en werken samenkomen. Het versterken van onze maritieme maakindustrie. Het ontwikkelen van ons groenblauwe landschap met het Landschapspark Albert Cuyp. En het bouwen van een duurzaam energiesysteem waarmee we beschikbare en betaalbare energie veiligstellen. Deze opgaven horen bij elkaar en versterken elkaar: zonder energie geen economie en woningen, zonder bereikbaarheid geen banen, zonder gezonde leefomgeving geen brede welvaart.

“Door nu samen te investeren, buigen we de negatieve spiraal om en versterken we de brede welvaart van onze inwoners en ondernemers. Met de RIA zetten we de stappen die onze regio vooruit helpen”

5

2. De Regionale Investeringsagenda: van strategie naar uitvoering De stap van opgave naar doorbraakprojecten De Ruimtelijke Strategie geeft richting tot 2050. De RIA maakt de stap naar uitvoering. Het is het instrument waarmee we de komende vijf jaar samen met partners gericht investeren in doorbraakprojecten die de brede welvaart in de Drechtsteden merkbaar verbeteren.

“Met de RIA doen we samen wat nodig is: doorbraakprojecten realiseren die onze regio merkbaar vooruit helpen”

De RIA is geen wensenlijst en geen beleidsnotitie. Het is een investeringsprogramma voor de komende vijf jaar met concrete projecten, concrete partners en zicht op beschikbare financiering. Met twee heldere doelen:

1. Investeren waar het verschil maakt. Doorbraakprojecten die inwoners, ondernemers en gemeenten direct merken: schonere lucht, ruimte op het energienet, betaalbare woningen, betere bereikbaarheid. 2. Laten zien dat we klaar zijn om uit te voeren. Eén regionaal pakket waarin projecten, verantwoordelijkheden én financiering op orde zijn: we maken duidelijk wat we zelf investeren en welke cofinanciering nog nodig is. Zo weten provincie, Rijk, Europa en private partners dat investeren in de Drechtsteden loont. De RIA werkt van groot naar klein, in drie stappen. De gebiedsgerichte opgaven uit de Ruimtelijke Strategie zijn het vertrekpunt: de grote vraagstukken richting 2050. Daarbinnen kiezen we doorbraakprojecten: gerichte samenhangende inspanningen waarmee we binnen vijf jaar zichtbaar verschil maken op die opgaven. Ze bundelen geld, kennis en partijen en overstijgen gemeentegrenzen. Die doorbraken voeren we uit via deelprojecten: concrete acties die tastbaar resultaat opleveren op straat-, wijk- of gebiedsniveau. Niveau

Betekenis

Opgave (strategisch)

Een grote, structurele regionale uitdaging die richting geeft tot 2050. De vijf gebiedsgerichte opgaven uit de Ruimtelijke Strategie vormen samen de lange termijn koers voor de regio. Bepaalt het strategisch kader waarbinnen doorbraakprojecten worden gekozen. De ‘hoe’ wordt ingevuld via doorbraakprojecten.

Doorbraakproject (tactisch)

Een samenhangende, gebied overstijgende inspanning die binnen vijf jaar een zichtbare doorbraak realiseert op één of meer strategische opgaven en aantoonbaar bijdraagt aan brede welvaart. Het bundelt energie, middelen en partijen en is gericht op concrete vooruitgang. Bestaat uit één of meerdere deelprojecten die elkaar versterken. Vormt de kern van de RIA-portefeuille.

Deelproject (operationeel)

Een concreet, afgebakend onderdeel van een doorbraakproject dat een tastbaar resultaat oplevert. Is helder afgebakend in scope, planning, budget en partnerschap. Het kan zelfstandig worden uitgevoerd, maar ontleent zijn

6

strategische betekenis aan de samenhang met het doorbraakproject waar het onder valt. Maakt het doorbraakproject tastbaar en toetsbaar voor bewoners, ondernemers en bestuurders.

De keuzes die we met de RIA maken De Ruimtelijke Strategie bevat méér dan we in vijf jaar kunnen realiseren. Dat is geen probleem, het is een strategie voor 25 jaar. Maar het betekent wel dat we nu scherp moeten kiezen. Waar zetten we de komende vijf jaar extra tijd, middelen en regionale uitvoeringskracht op in? Welke doorbraakprojecten helpen de regio het meest vooruit én zetten andere ontwikkelingen in beweging? Om daar antwoord op te geven zijn de afgelopen periode opgavesessies georganiseerd met alle gemeenten en partners. In die sessies is gezamenlijk in beeld gebracht welke doorbraakprojecten nodig zijn om de vijf opgaven vooruit te helpen, en welke (deel)projecten en initiatieven daaraan kunnen bijdragen. Dat leverde een rijke oogst op: tientallen ideeën, lopende projecten en nieuwe initiatieven vanuit de hele regio. Vervolgens zijn deze gewogen op vijf criteria: Criterium

Wat dit betekent

Bijdrage aan brede welvaart

Maakt het merkbaar verschil voor inwoners en ondernemers? Schonere lucht, meer groen, betaalbare woningen, kansengelijkheid, energiezekerheid, ruimte voor groei.

Regionale meerwaarde

Helpt het meerdere gemeenten tegelijk vooruit?

Onderbouwde aanpak

Is er een heldere redenering waarom dit werkt en hoe het resultaat wordt bereikt?

Financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid

Zijn middelen grotendeels in zicht en is helder waar nog benodigde middelen gehaald kunnen worden, is er een realistische planning en zijn verantwoordelijkheden helder?

Urgentie en maatschappelijk draagvlak

Pakt het een probleem aan dat nu al knelt en waar bestuurlijke wil en maatschappelijk draagvlak voor is?

Op basis van die eerste weging zijn we tot acht doorbraakprojecten gekomen: de inspanningen die de komende vijf jaar het meeste opleveren voor de regio. Ze zijn bewust zo gekozen dat ze niet alleen zelf resultaat leveren, maar ook andere doorbraakprojecten in beweging zetten. Hoe dat werkt, laten we zien in het vliegwielkader verderop. De komende maanden concretiseren we samen met partners en gemeenten de onderliggende deelprojecten, zodat helder wordt wat er precies gebeurt, wie wat doet, wat het kost en wat het oplevert.

Niet alles kan in één keer Sommige doorbraakprojecten, zoals de MerwedeLingelijn, reiken verder dan vijf jaar. Binnen elke doorbraak liggen meerdere deelprojecten die we gefaseerd oppakken. Sommigen starten nu, andere vragen meer tijd, omdat beleid moet worden aangepast, grondposities nog niet rond zijn of de uitvoering nog te ver weg is. Dat is geen reden om te wachten. Het gaat erom dat we per doorbraakproject de goede richting kiezen en daar

7

nu de eerste concrete stappen op zetten, en dat we stap voor stap toewerken naar het grotere geheel voor de regio. Wat we nog niet in deze eerste RIA kunnen opnemen, agenderen we als regio gezamenlijk bij provincie, Rijk of andere partners, zodat die onderdelen in de volgende actualisatie wél een plek krijgen. Wat de RIA oplevert Als inwoner wil je weten: wat merk ik hiervan? Het antwoord: schonere lucht in je wijk. Meer groen om de hoek. Een betaalbare woning voor je kind. Sneller naar je werk via het OV of de snelfietspaden, zonder in de file te hoeven staan. Zekerheid dat je energie beschikbaar en betaalbaar blijft. Een leefomgeving waar je gezond oud kunt worden. Als ondernemer wil je weten: kan ik weer vooruit? Het antwoord: ruimte op het energienet om uit te breiden. Betere bereikbaarheid voor je personeel en klanten. Een regio die aantrekkelijk is voor talent om te komen wonen en/of werken. Ruimte om te innoveren en te verduurzamen. Als raadslid wil je weten: wat levert dit mijn gemeente op? Het antwoord: investeren in de regio is investeren in uw eigen gemeente. Uw lokale projecten lopen gewoon door. Maar een aantal problemen waar uw inwoners dagelijks tegenaan lopen (volle wegen, slechte lucht, het tekort aan woningen, onzekerheid over energie) zijn te groot om als gemeente alleen op te lossen. Niet te groot voor de Drechtsteden samen.

Dat is precies waar de RIA over gaat: regionale doorbraakprojecten die zo zijn gekozen dat ze meerdere gemeenten tegelijk versterken, en daarmee de hele regio. De RIA is daarbij geen nieuw beleid dat over lokale programma's heen komt. Het is een verlengstuk ervan. De RIA bouwt namelijk voort op ambities die gemeenten al hebben: in woonvisies, klimaatplannen, mobiliteitsbeleid of economische agenda's. De RIA voegt toe wat gemeenten afzonderlijk niet kunnen organiseren: de regionale schaal, de gebundelde financiering en de slagkracht om projecten van de grond te krijgen die lokaal blijven steken. Zo helpt de RIA om lokale programma's, ook die van een nieuw college, sneller en concreter te realiseren. Wat regionaal wordt afgesproken en opgepakt, werkt door in wat lokaal mogelijk wordt.

Wat de RIA toevoegt aan de regionale samenwerking Als Drechtsteden werken we op veel terreinen samen. De RIA bouwt daarop voort en versterkt die samenwerking op vijf punten. 1. Focus. De RIA brengt scherpte aan. Acht doorbraakprojecten die de komende vijf jaar het meeste regionale meerwaarde leveren. Daar organiseren we ons als regio en gemeenten ook op: met bestuurlijk commitment, heldere verantwoordelijkheden en de uitvoeringskracht om door te pakken. Kiezen voor deze acht projecten betekent ook dat we daar onze schaarse capaciteit, middelen en regionale bestuurlijke aandacht op richten, en niet laten verwateren over tientallen losse initiatieven. 2. Realisatiekracht en aantrekkingskracht. De RIA is geen intentie maar een investeringsagenda. Concrete doorbraakprojecten, concrete bedragen, concrete afspraken over wie wat doet. Dat geeft ons als regio realisatiekracht: het vermogen om projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. Maar het werkt ook de andere kant op. Door één overtuigend regionaal verhaal neer te zetten, met onderbouwde projecten en heldere cofinanciering, laten we provincie, Rijk, Europa en private partners zien dat investeren in de Drechtsteden loont. 3. Samenhang en multipliereffect. De doorbraakprojecten zijn niet los van elkaar gekozen. Ze werken op drie manieren door de opgaven heen.

We versterken wat de regio sterk maakt: onze ligging aan het water, de maritieme maakindustrie en de strategische positie langs de Oude Lijn en MerwedeLingelijn. Door deze kwaliteiten

8

uit te bouwen ontstaat ruimte voor groei waarvan alle gemeenten profiteren. We verbinden losse onderdelen tot één regionaal systeem. Mobiliteit, energie, kennis en landschap sluiten beter op elkaar aan, zodat inwoners, ondernemers en voorzieningen elkaar makkelijker vinden. Dat vermindert versnippering en vergroot de ontwikkelkracht van de hele regio. En we vergroten de veerkracht. Energie, mobiliteit en water bewegen mee met groei en kunnen tegen een stootje. Daardoor lopen woningbouw, bedrijvigheid en bereikbaarheid minder snel vast en krijgen gemeenten meer zekerheid bij hun eigen plannen. Zo ontstaat geen verzameling losse projecten, maar een vliegwiel: de ene investering zet de volgende in beweging. Een beter energiesysteem maakt woningbouw mogelijk. Woningbouw, werkgelegenheid en voorzieningen rond stations versterkt het draagvlak voor OV. Beter OV vermindert de autodruk en verbetert de luchtkwaliteit. Dat levert resultaten op die geen enkele gemeente alleen kan bereiken. Voor provincie, Rijk en Europa betekent dit dat investeren in de Drechtsteden rendabeler wordt: één maatregel raakt meerdere doelen tegelijk. 4. Langjarig commitment. De opgaven waar we voor staan lossen zich niet op in één raadsperiode. Het versterken van de brede welvaart, het verduurzamen van ons energiesysteem, het gezonder maken van onze leefomgeving, dat vraagt om langjarige inzet met elkaar.

De RIA is daarom geen eenmalig plan, maar een levende agenda die we elke vijf jaar actualiseren. We denken groot, maar doen gericht: welke stappen kunnen we nú zetten die doorwerken richting 2035 en 2050? 5. Verbinder van agenda's. Onze regionale keuzes sluiten direct aan op wat landelijk en provinciaal speelt: meer betaalbare woningen, minder netcongestie, een toekomstbestendige energievoorziening, een andere manier van reizen en beter omgaan met extreem weer. De kracht van de RIA is dat we die agenda's slim combineren. Investeren in de spoorzones helpt niet alleen bij de woningbouw in de Zuidelijke Randstad en de nationale woningbouwopgave, maar ook bij de ambitie van het Groene Hart om het OV te verbeteren. Het Landschapspark Albert Cuyp sluit aan bij de provinciale inzet op groen én bij de behoefte van onze inwoners aan een gezondere leefomgeving. Zo voorkomen we dat projecten los van elkaar worden uitgevoerd en ontstaat één geheel waarin regionale keuzes lokale, provinciale, nationale en Europese agenda's tegelijk ondersteunen. Het vliegwiel van de RIA in actie Stel: we investeren versneld in een sterker energiesysteem in de regio: lokale energiehubs op bedrijventerreinen waar bedrijven stroom en opslag delen, energiecoöperaties die zon en wind in de wijk organiseren, groen gas uit reststromen voor de industrie en het zware vervoer, en warmtenetten waar dat logisch is. Een

9

robuuster energiesysteem haalt druk van het volle elektriciteitsnet en creëert daarmee tegelijk ruimte voor bedrijven om uit te breiden én voor tienduizenden nieuwe woningen op de plekken waar we ze willen bouwen. Meer woningen in combinatie met een mix van werkgelegenheid en voorzieningen rond stations betekent meer reizigers, en daarmee een sterkere basis voor betere verbindingen van treinen en bussen. Beter OV haalt auto's van de weg. Minder auto's betekent schonere lucht en stillere straten. En schonere lucht betekent gezondere kinderen, fittere ouderen en een regio waar mensen willen blijven. Of de snelfietspaden F15 en F16: die verbinden alle gemeenten, verminderen de druk op de snelwegen en maken het mogelijk om rond OV-knooppunten te bouwen met lagere parkeernormen. Hetzelfde zie je bij de oevers langs de Noord en de Merwede. Als we daar investeren in vergroening, levert dat niet één voordeel op maar drie tegelijk: extra waterberging bij hoog water, meer plekken om te wandelen, sporten en recreëren, én een aantrekkelijke leefomgeving voor bedrijven en hun werknemers. Of neem de Drechtstedenring: een betere OV-verbinding maakt het niet alleen makkelijker om naar je werk te komen, maar maakt het ook voor de Zuidelijke Randstad en het Rijk aantrekkelijker om de woningbouw langs de Oude Lijn te versnellen. Zo werkt het vliegwiel: elke doorbraak versterkt de volgende.

10

3. De doorbraakprojecten van de RIA De vijf opgaven hangen onlosmakelijk samen, en dat geldt ook voor de doorbraakprojecten die eruit voortkomen. De RIA koppelt bewust: niet alles met alles, maar juist daar waar het echt nodig is om verder te komen. De regio werkt zo niet alleen aan welvaart voor nu, maar ook aan de veerkracht en weerbaarheid die nodig is voor wat komen gaat: klimaatverandering, vergrijzing, geopolitieke onzekerheid en een economie die in transitie is. In dit hoofdstuk beschrijven we per opgave de huidige situatie, de gewenste situatie en de doorbraakprojecten waarmee we de komende vijf jaar concreet verschil maken.

De vijf opgaven uit de ruimtelijke strategie In de Ruimtelijke Strategie hebben we als regio vijf opgaven benoemd die samen de basis vormen voor een sterke en toekomstbestendige Drechtstedenregio. A. Robuust regionaal energiesysteem, een energievoorziening die duurzaam, betaalbaar en weerbaar is, zodat inwoners warmte kunnen betalen, bedrijven kunnen groeien, netcongestie structureel afneemt en de strategische autonomie toeneemt. B. Drechtstedenring van OV en hubs een betrouwbaar en schoon vervoersnetwerk dat files beperkt, alle gemeenten goed verbindt en gebieden rond knooppunten maximaal benut voor wonen, werken en voorzieningen. C. Regionaal Landschapspark Albert Cuyp een verbonden, klimaatbestendig groenblauw netwerk met aantrekkelijke rivieroevers en toegankelijk groen voor bewegen, ontspannen en gezond leven. Met aandacht voor hitte, wateroverlast, bodemdaling en de kwaliteit van de directe woonomgeving. D. Ontwikkeling van regionale spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn als ruggengraat voor woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. E. Regionale maritieme clusters, een kwaliteitsimpuls voor onze wereldklasse maakindustrie, met vrijgespeelde oeverlocaties, een sterk innovatie-ecosysteem en bijdragen aan de strategische autonomie van Nederland en Europa.

11

A. Opgave: Een robuust regionaal energiesysteem Energie raakt alles. Zonder een betrouwbaar energiesysteem geen nieuwe woningen, geen groeiende bedrijven, geen verduurzaming. De opgave voor een robuust regionaal energiesysteem is daarmee geen technisch vraagstuk alleen: het gaat over bestaanszekerheid, over de vraag of warmte en energie betaalbaar en beschikbaar blijven, of bedrijven kunnen blijven investeren en of we als regio klaar zijn voor een wereld waarin energie schaarser en duurder kan worden.

Huidige situatie Het elektriciteitsnet in de regio zit vol. Stedin heeft voor vrijwel de gehele regio netcongestie afgekondigd. Bedrijven met een nieuwe aanvraag voor een aansluiting op het elektriciteitsnet worden op een wachtlijst geplaatst. Woningbouwprojecten krijgen bij gebrek aan capaciteit ook geen aansluiting. Structurele netuitbreiding is pas voorzien tussen 2032 en 2035. Tegelijk is de warmtevoorziening voor tienduizenden huishoudens nog afhankelijk van gas, terwijl het alternatief (het warmtenet) te langzaam opschaalt. Van de beoogde 60.000 aansluitingen is nog slechts een deel gerealiseerd, mede omdat de kosten te hoog zijn voor een grootschalige uitrol.

Doorbraakprojecten Doorbraakproject 1: Versneld realiseren van een regionaal warmtenet met 60.000 aansluitingen5 Doorbraakproject 2: Ontwikkelen van bouwstenen voor decentraal energiesysteem (groen gas, netcongestieverzachting, gelijktijdigheid)

Gewenste situatie Een robuust decentraal energiesysteem waarbij duurzame energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar is. Netcongestie is structureel verminderd door lokale opwek, opslag en energiedeling via energyhubs bij bedrijventerreinen en woonkernen. 60.000 woningen zijn aangesloten op het warmtenet, waardoor de elektriciteitsvraag voor verwarming nu en in de toekomst daalt. In 2030 wekt de regio minimaal 0,37 TWh aan duurzame elektriciteit op. Zo geven we invulling aan de nationale klimaatdoelstelling, dragen we bij aan de bestaanszekerheid van inwoners en verstevigen we het vestigingsklimaat.

Gorinchem valt onder een andere energieregio en haakt daarmee niet aan op dit doorbraakproject. In Gorinchem wordt overigens ook gewerkt aan uitbreiding van het warmtenet. 5

12

Doorbraakproject 1: Versneld realiseren van een regionaal warmtenet met 60.000 aansluitingen Kern van het doorbraakproject De regio heeft nu ongeveer 14.000 warmtenetaansluitingen. Het systeem werkt goed, maar de opschaling naar 60.000 aansluitingen stokt. De belangrijkste reden: de aansluitkosten zijn te hoog voor een brede uitrol. Daardoor blijft de warmtevraag drukken op een elektriciteitsnet dat al tegen zijn grenzen loopt. De doorbraak bestaat uit het wegnemen van dit betaalbaarheidsprobleem. Als we de financiering op orde krijgen, kan de uitrol in vijf gemeenten versnellen en kunnen de lokale warmtenetten uiteindelijk aan elkaar worden gekoppeld tot één regionaal systeem. 6 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

• •

•

Minder druk op het net. Tienduizenden (nieuwe) woningen schakelen over op duurzame collectieve warmte in plaats van naar stroom. Dat haalt druk van het volle elektriciteitsnet en maakt ruimte voor groei. Ruimte voor woningbouw en bedrijven. Bedrijven kunnen uitbreiden en woningbouwprojecten kunnen worden aangesloten zonder te wachten op nieuwe netcapaciteit. Betaalbare warmte voor inwoners. Dat is bestaanszekerheid in de praktijk: minder onzekerheid over de energierekening, meer financiële ruimte voor gezinnen. Sleutel voor andere doorbraakprojecten. Nieuwe OV‑knooppunten kunnen worden aangesloten, spoorzones kunnen sneller verdichten en innovaties in energie en industrie worden eenvoudiger op te schalen. Meer verkracht en weerbaarheid voor de regio. Een gediversifieerd decentraal energiesysteem is beter bestand tegen prijsschokken, geopolitieke onzekerheid en extreme weersomstandigheden

Hoe en met wie we het aanpakken Met de RIA zetten we er met partners zoals HVC, Stedin, provincie Zuid-Holland en de woningcorporaties Rhiant, Tablis, Trivire, Woonbron, Poort 6 en Woonkracht10 op in, om tot structurele afspraken te komen die het betaalbaarheidsprobleem oplossen. Dit om hiermee de uitrol in de gemeenten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht te versnellen. De warmtenetten worden op termijn met elkaar verbonden tot één aaneengesloten systeem, gevoed door lokale duurzame warmtebronnen. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •

•

Lokaal: Het warmtenet draagt direct bij aan de gemeentelijke warmteprogramma’s en de lokale inzet op betaalbaar en duurzaam wonen. Het biedt inwoners en ondernemers lagere energielasten, ruimte voor lokale bouwplannen en een stap richting een duurzame regio. Provinciaal: Sluit aan bij de Zuid-Hollandse warmtestrategie en de provinciale inzet op vermindering van netcongestie.

Dit doorbraakproject hangt direct samen met doorbraakproject 2 (decentraal energiesysteem): samen zorgen ze ervoor dat het stroomnet structureel wordt ontlast. Het maakt ook de doorbraakprojecten rond spoorzones (6 en 7) mogelijk: zonder energiecapaciteit geen verdichting, en versterkt de aantrekkingskracht van de regio voor de maritieme maakindustrie (doorbraakproject 8). 6

13

•

Nationaal: Draagt bij aan de nationale klimaatdoelstellingen en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en het Nationaal Programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving. Levert een bewezen model voor regionale warmtenetuitrol dat elders in Nederland toepasbaar is. Vergroot de strategische autonomie van de regio en Nederland.

Doorbraakproject 2: Ontwikkelen van bouwstenen voor decentraal energiesysteem (waterstof, groen gas, netcongestieverzachting) Kern van het doorbraakproject Ook als het warmtenet op volle kracht draait, is de netcongestie niet opgelost. De vraag naar stroom groeit sneller dan het net kan meegroeien. Structurele uitbreiding is pas voorzien na 2032, en ook daarna dreigt het net opnieuw vol te lopen als we blijven denken in centraal aanbod. De doorbraak zit in een fundamenteel andere benadering: energie lokaal opwekken, opslaan en energiedeling, zodat de regio minder afhankelijk wordt van het landelijke net en verlichting van het net wordt gerealiseerd. Dat maakt onze energievoorziening niet alleen slimmer, maar ook weerbaarder. Lokale energiehubs en coöperaties geven bedrijven en bewoners meer grip op hun eigen energievoorziening. Waterstofproductie biedt de maritieme sector een toekomstbestendig alternatief. Groen gas en circulaire CO₂-afvang verbreden het palet en verkleinen de afhankelijkheid van één bron of technologie. 7 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

•

• •

Extra ruimte op het elektriciteitsnet. Energiehubs op bedrijventerreinen en in woonkernen vangen pieken lokaal op, waardoor woningbouw en bedrijfsuitbreiding niet (langer) vastlopen op wachtlijsten. Meer eigen regie voor ondernemers. Energiecoöperaties en gezamenlijke opwek geven bedrijven zekerheid en lagere kosten. Ze worden minder afhankelijk van energiebronnen die ze niet zelf in de hand hebben. Snellere verduurzaming en innovatie. Bedrijven en instellingen krijgen meer mogelijkheden om te elektrificeren, productieprocessen te vergroenen en innovaties op te schalen. Daarnaast levert het de maakindustrie schone brandstof en versterkt de concurrentiepositie van de regio. Stabielere uitvoering van andere opgaven. Mobiliteitshubs, spoorzones, maritieme innovatie en warmtenetten profiteren direct van meer netcapaciteit. Meer veerkracht en weerbaarheid voor de regio. Een gediversifieerd decentraal energiesysteem (warmte, stroom, waterstof, groen gas) is beter bestand tegen prijsschokken, geopolitieke onzekerheid en extreme weersomstandigheden

Hoe en met wie we het aanpakken Met de RIA investeren we samen met partners als gemeenten, Stedin, HVC, energiecoöperaties, maritieme bedrijven, MKB, provincie Zuid-Holland in drie samenhangende onderdelen die de regionale energievoorziening direct versterken:

Dit doorbraakproject werkt direct samen met doorbraakproject 1: waar het warmtenet de vraag naar stroom vermindert, zorgt het decentrale systeem ervoor dat het aanbod slimmer wordt verdeeld. Samen maken ze ruimte voor de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7) en versterken ze het vestigingsklimaat voor de maritieme clusters (doorbraakproject 8). 7

14

a. Energiecoöperaties. Het oprichten van nieuwe energiecoöperaties op bedrijventerreinen en het bouwen van een regionaal bedrijfsbureau dat de bestaande twintig coöperaties ondersteunt en een gezamenlijke projectpijplijn opbouwt; b. Waterstof- en energiehubs. De H2 Smart Energy Hub in Sliedrecht combineert geothermie, zonne‑energie en elektrolyse tot een waterstofgericht ecosysteem voor MKB en maritieme sector. In de regio Gorinchem-Leerdam wordt ook een waterstofenergyhub ontwikkeld. In Hardinxveld-Giessendam wordt door de energiecoöperatie een energiehub ontwikkeld ter ondersteuning van bedrijventerrein ’t Oog met potentie om breder uit te rollen. c. Groengas en CO2-afvang. We onderzoeken productie van groengas en circulaire CO₂ afvang bij de rioolwaterzuivering in Dordrecht om de toekomstige decentrale energiemix te verbreden. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •

• •

•

Lokaal: Geeft gemeenten concrete instrumenten om netcongestie aan te pakken in lokale gebiedsontwikkelingen. Ondersteunt gemeentelijke duurzaamheidsambities en biedt ondernemers op bedrijventerreinen in onze regio direct perspectief. Provinciaal: Sluit aan bij het Zuid-Hollandse programma voor netcongestieverzachting en de provinciale waterstofstrategie. Nationaal: Draagt bij aan het Nationaal Programma Energiesysteem en de waterstofbackbone. De H2 Smart Energy Hub kan als proeftuin dienen voor het nationale waterstofbeleid. Europees: Versterkt de strategische autonomie van de Europese maritieme sector door schone energievoorziening aan de bron.

15

B. Opgave: Drechtstedenring van OV en Hubs Hoe je je verplaatst bepaalt je dagelijks leven: of je op tijd op je werk bent, of je kinderen zelfstandig naar school kunnen, hoe makkelijk je bij de huisarts of het ziekenhuis komt. In de Drechtsteden staat die dagelijkse bereikbaarheid onder druk, en dat merken inwoners, ondernemers en bezoekers elke dag.

Huidige situatie De bereikbaarheid van de Drechtsteden staat structureel onder druk. De A15, A16 en A27 behoren tot de drukste wegen van Nederland en de files nemen tot 2035 verder toe mede door grootschalig onderhoud aan het hoofdwegennet van Rijkswaterstaat. De files kosten niet alleen tijd, ze kosten ook gezondheid. De Drechtsteden behoren tot de 15% slechtst scorende gebieden op fijnstof. Kinderen groeien op langs snelwegen die meer uitstoot produceren dan nodig is, omdat er geen goed alternatief is voor de auto. Want dat alternatief ontbreekt grotendeels. Openbaar Vervoer heeft naast een te lage frequentie niet overal een snelle en directe aansluiting. Gemeenten als Alblasserdam en Papendrecht zijn onvoldoende (direct) aangesloten op het regionale treinnetwerk. Wie geen auto heeft, of er geen tweede kan betalen, is aangewezen op verbindingen die niet aansluiten op werktijden, schooltijden of zorgtijden. De rivieren, het meest kenmerkende landschapselement van de Drechtsteden, werken nu vooral als barrière in plaats van als verbinding. Nog geen 45% van de inwoners beweegt voldoende; een aantrekkelijk en veilig fietsnetwerk zou daar direct een positieve bijdrage aan kunnen leveren.

Doorbraakprojecten Doorbraakproject 3: Realiseren van hubs en betrouwbaar OV-aanbod. Doorbraakproject 4: Realiseren snelfietspaden F15 en F16 (MFR)

Gewenste situatie Een samenhangend mobiliteitssysteem dat niet primair uitgaat van de auto en hiermee de wegen ontlast, alle gemeenten met elkaar verbindt en de regio betere bereikbaarheid biedt. Dat betekent dat er een geïntegreerd multimodaal systeem van twee ringen is. De externe ring vormt een netwerk van mobiliteitshubs langs de A15, A16, A27 en N3 voor een snelle overstap naar fiets, hoogwaardig OV en deelmobiliteit. De interne ring verbindt alle regiogemeenten onderling via fiets, trein, bus en waterbus. Stationsgebieden en haltes worden maximaal benut voor verdichting met woningen en werkplekken, met lage(re) parkeernormen om OV-gebruik te stimuleren. Zo ontstaat een fijnmazig netwerk dat de wegen ontlast en de regio zowel intern als extern bereikbaar houdt.

16

Doorbraakproject 3: Realiseren van hubs en betrouwbaar OV-aanbod Kern van het doorbraakproject De Drechtstedenring bestaat nog niet als samenhangend systeem. Haltes voldoen nog niet aan de eisen, P+R-locaties ontbreken op cruciale plekken en de overstap tussen auto, fiets, bus en trein via hubs is op veel plekken onvoldoende aanwezig of onaantrekkelijk. Zolang het OV geen samenhangend geheel is, blijft de auto de standaardkeuze, ook voor ritten die prima met fiets en OV kunnen. De doorbraak bestaat uit het neerzetten van de eerste schakels van de Drechtstedenring: opgewaardeerde haltes en hubs waar verschillende vervoersmiddelen naadloos op elkaar aansluiten, nieuwe P+R-voorzieningen op strategische plekken en een logistieke hub die regionale OV-lijnen met elkaar verbindt. We richten ons daarbij nadrukkelijk ook op de noordwestelijke Drechtsteden, waar de ontsluiting nu het meest achterblijft.8 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

•

•

Sneller en makkelijker reizen. Inwoners kunnen vanuit elke gemeente met een betrouwbare combinatie van fiets, trein of (water)bus naar werk, school of zorg, zonder dat de dienstregeling een puzzel is. Een serieus alternatief tijdens de wegwerkzaamheden en daarna. Tot 2035 wordt er grootschalig onderhoud gepleegd aan de Rijkswegen. De hubs en het verbeterde OV-aanbod bieden een robuust alternatief dat voorkomt dat de regio vastloopt én draagt bij aan de gewenste mobiliteitstransitie. Woningbouw mogelijk maken. Door het OV op te waarderen en knooppunten beter bereikbaar te maken kan er gebouwd worden met lagere parkeernormen. Dat maakt woningbouw in stedelijke inbreidingslocaties mogelijk en biedt ruimte voor een kwalitatieve buitenruimte. Gezondere lucht en meer beweging. Minder autoverkeer betekent minder uitstoot. Betere overstappunten op fietsroutes nodigen uit tot actief vervoer. Beide dragen direct bij aan de gezondheid van inwoners.

Hoe en met wie we het aanpakken We investeren in drie samenhangende sporen: a. Opwaardering van bestaande haltes en hubs. Aantrekkelijker, veiliger en beter ingericht voor overstap tussen vervoersmiddelen, gekoppeld aan de doorfietsroutes F15 en de Metropolitane Fietsroute (F16). b. Nieuwe P+R locaties en hubs. We kijken hoe we realisatie van nieuwe P+Rvoorzieningen voor elkaar kunnen krijgen in Hardinxveld-Giessendam, Ridderkerk en Gorinchem, en een OV hub in Gorinchem-West die de snelle busverbinding (BRT) op de A27 verbindt met de MerwedeLingelijn. c. Verkenning van nieuwe knooppunten. Onderzoek naar kansrijke locaties voor mobiliteitshubs en stations en de mogelijkheid dit te koppelen aan de onderzoeken

Dit doorbraakproject versterkt direct de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar. Het werkt ook samen met de snelfietspaden (doorbraakproject 4): hubs zijn de knooppunten waar fietsroutes en OV-lijnen samenkomen. En het ondersteunt de maritieme clusters (doorbraakproject 8): betere bereikbaarheid helpt bedrijven om personeel aan te trekken en vast te houden. 8

17

naar een alternatief (voor het) waterbusconcept. Dit met bijzondere aandacht voor de ontsluiting van de noordwestelijke Drechtsteden. Onze partners hierbij zijn de verschillende Drechtstedengemeenten, de provincie ZuidHolland, de MRDH, vervoerders (zoals Riveer) en Rijkswaterstaat. Ook de werkgeversorganisaties Werkgevers Drechtsteden en de Federatie en de lokale ondernemersfondsen zijn onmisbare partners Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •

• •

Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke omgevingsvisies en mobiliteitsprogramma’s . Maakt woningbouwlocaties rond stations en haltes haalbaar door regionale bereikbaarheid te garanderen, bijvoorbeeld door het borgen van fiets- en P+R voorzieningen bij knooppunten. S luit bovendien direct aan bij de inzet van werkgeversorganisaties en ondernemersfondsen, die zich actief inzetten voor de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en economische toplocaties. Provinciaal: Sluit direct aan bij de ambities van het programma Zuid-Holland Bereikbaar en de provinciale inzet op knooppuntontwikkeling en OV-verbetering. Nationaal: Draagt bij aan de doelstellingen voor duurzame mobiliteit, het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. De Drechtstedenring kan fungeren als voorbeeldproject voor multimodale bereikbaarheid in middelgrote regionale netwerken.

Doorbraakproject 4: Realiseren van snelfietspaden F15 en F16 als volwaardig regionaal alternatief voor de auto Kern van het doorbraakproject Steeds meer inwoners willen om diverse redenen fietsen, naar werk, naar school, naar het station. Maar in de Drechtsteden ontbreekt een aaneengesloten, veilige en comfortabele regionale fietsroute. Ontbrekende schakels, onveilige kruisingen met open afritten en trajecten die doodlopen maken de fiets nog geen serieus alternatief voor de auto op regionale afstanden. De doorbraak bestaat uit het compleet maken van de snelfietspaden F15 en F16, zodat een hoogwaardige fietsverbinding ontstaat die alle acht Drechtstedengemeenten met elkaar verbindt én aansluit op Rotterdam. Dat is geen luxeproject, het is een basisvoorziening voor een regio die minder afhankelijk wil zijn van overbelaste snelwegen.9 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

Een volwaardig regionaal fietsnetwerk. Twee doorlopende snelfietsroutes die alle gemeenten verbinden. De F15 van oost naar west en de F16 van zuid naar noord, met aansluiting op Rotterdam. Minder auto’s op de weg en dus betere luchtkwaliteit. Elke forens die overstapt van auto naar fiets verlicht de druk op de A15 en A16 en verbetert de lucht voor iedereen.

De snelfietspaden hangen direct samen met doorbraakproject 3 (hubs en OV): de fietsroutes voeden de hubs en stations, en de hubs maken de fiets aantrekkelijker door goede stallingen en overstapvoorzieningen. Ze versterken ook het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): fietsroutes langs de rivieren en door het groen combineren mobiliteit met recreatie en leefkwaliteit. 9

18

•

•

•

Goedkoper en gezonder. Fietsen bespaart huishoudens reiskosten en draagt direct bij aan gezondheid en welzijn. Bij nog geen 45% voldoende bewegende inwoners is dat geen bijzaak. Woningbouw met lagere parkeernormen. Goede fietsverbindingen naar stations en voorzieningen maken het mogelijk om bij nieuwe woningbouwlocaties minder parkeerplaatsen te eisen. Dat maakt bouwen goedkoper en wijken leefbaarder. Verbinding tussen gemeenten. De snelfietspaden zijn fysieke verbinders: ze maken van acht losse gemeenten één samenhangende regio op fietsafstand

Hoe en met wie we het aanpakken We werken aan twee routes tegelijk, met focus op de ontbrekende schakels. a. F15 (van oost naar west) Voor de F15 gaat het om het afronden van de ontbrekende delen in Hardinxveld-Giessendam, het verbeteren van de op- en afritten van de A15 en het veilig ontvlechten van auto- en fietsverkeer in Alblasserdam. b. Voor de F16 (zuid-noord richting Rotterdam) gaat het om het opwaarderen van de verbinding via Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Dordrecht richting Rotterdam, inclusief verkenningen naar een zelfstandige fietsbrug over de Noord en een doorfietsroute tussen Papendrecht en Dordrecht via een opgewaarde verbinding (parallel) aan de Merwedebrug (N3). Partners bij het realiseren van het fietsnetwerk zijn de gemeenten, provincie ZuidHolland, WSRL, de MRDH en Rijkswaterstaat. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •

• •

Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke fietsplannen en verkeersveiligheidsambities. Inwoners krijgen een veilige fietsroute door de regio naar werk en station, en nieuwe wijken kunnen met minder parkeerplaatsen worden gebouwd. Provinciaal: Past in het provinciale fietsnetwerk en de ambitie om de fiets als volwaardig vervoermiddel op regionale afstanden te positioneren. Nationaal: Draagt bij aan het Nationaal Toekomstbeeld Fiets en de nationale doelstellingen voor gezondheid en luchtkwaliteit. De F15 en F16 kunnen als voorbeeld dienen voor snelfietsroutes in andere middelgrote regio's.

19

C. Opgave: Het Regionaal Landschapspark Albert Cuyp Hoe gezond je bent, hangt niet alleen af van je leefstijl. Het hangt af van de lucht die je inademt, het groen om de hoek, de schaduw in je straat op een hete zomerdag, de plek waar je kind buiten speelt. Een gezonde leefomgeving is geen luxe, het is de bodem waarop alles rust. Op die bodem bouwen we woningen, laten we kinderen opgroeien, worden we oud. Als die bodem niet deugt, merkt iedereen dat.

Huidige situatie Het rivierenlandschap van de Drechtsteden is uniek maar kwaliteit van de leefomgeving staat zwaar onder druk. Vier Drechtstedengemeenten staan in de landelijke top-20 van meest vervuilde gemeenten, met Papendrecht op plek 6, HendrikIdo-Ambacht op plek 10, Alblasserdam op plek 12 en Gorinchem op plek 20. In Dordrecht liggen de stikstof- en fijnstofconcentraties bijna twee keer zo hoog als de WHO-norm. Kinderen die opgroeien in lucht met meer stikstofdioxide ontwikkelen 10 tot 20% vaker astma. In Dordrecht heeft ruim de helft van de inwoners overgewicht en beweegt slechts 45% van de volwassenen voldoende. Groene structuren zijn versnipperd en sluiten slecht aan op woongebieden, terwijl barrières als de A15, A16, A27, de Betuwelijn en het rangeerterrein Kijfhoek de verbinding tussen steden en omliggend landschap blokkeren. Een groot deel van de wijken kent weinig groen en is gevoelig voor hittestress en wateroverlast. De PFAS-verontreiniging van Chemours zet natuur en oevers extra onder druk.

Doorbraakprojecten Doorbraakproject 5: Het creëren van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk

Gewenste situatie Een samenhangend, klimaatbestendig en openbaar toegankelijk doorlopend groenblauw netwerk dat de oevers via steden en dorpen verbindt met de omringende nationale landschappen en parken, waaronder De Biesbosch, Kinderdijk en het Groene Hart. Waterveiligheid, bodemdaling en getijdennatuur worden gecombineerd met groene dooradering in de bebouwde omgeving. Meer groen in wijken verbetert de luchtkwaliteit, vermindert hittestress en nodigt uit tot bewegen, wat direct bijdraagt aan de gezondheid van inwoners. Nieuwe ontwikkelingen dragen actief bij aan klimaatadaptatie via de 3-30-300 regel: drie bomen zichtbaar vanuit elk pand, 30% schaduw in de straat en maximaal 300 meter tot het dichtstbijzijnde park.

20

Doorbraakproject 5: Het creëren van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk Kern van het doorbraakproject De Drechtsteden liggen in een van de mooiste rivierenlandschappen van Nederland, met de Biesbosch, Kinderdijk en het Groene Hart op fietsafstand. Maar voor veel inwoners is dat landschap onbereikbaar. Snelwegen, spoorlijnen en industrieterreinen blokkeren de verbinding tussen wijk en natuur. Groene plekken liggen als eilandjes in een zee van verharding. En de groene ruimte die er is, is te vaak niet ingericht op de toekomst: te weinig waterberging, te weinig schaduw, te weinig biodiversiteit. De doorbraak bestaat uit het verbinden van die eilandjes tot één samenhangend netwerk. Niet door overal nieuw groen aan te leggen, maar door bestaande structuren slim te koppelen, barrières te doorbreken en vanuit concrete projecten het landschap de wijken in te trekken. Zo ontstaat het raamwerk van het Landschapspark Albert Cuyp: een regionaal park dat geen hek heeft, maar een netwerk is: van oever tot wijk, van dijk tot binnenstad.10 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

•

•

•

Groenere en gezondere wijken. Meer bomen, meer schaduw, meer plekken om te bewegen en te ontspannen. Direct voelbaar voor inwoners die nu in wijken wonen met te weinig groen en te veel hitte. Betere luchtkwaliteit. Groenstructuren filteren fijnstof en verkoelen de lucht. In een regio die tot de meest vervuilde van Nederland behoort, is elke groene verbinding een investering in gezondheid. Klimaatbestendigheid. Het groenblauwe netwerk is tegelijk een watermachine: het vangt regenwater op bij hoosbuien, bergt water bij hoog rivierwater en koelt wijken bij hitte. Dat beschermt woningen, bedrijven en infrastructuur, nu en in de toekomst. Toegankelijk landschap. De rivieroevers, dijken en polders worden beter bereikbaar voor wandelen, fietsen, sporten en recreëren. Het unieke landschap van de Drechtsteden wordt een dagelijkse beleving in plaats van een vergezicht achter een vangrail. Aantrekkingskracht. Een groene, gezonde en klimaatbestendige regio trekt bewoners, werknemers en bezoekers aan. Het Landschapspark Albert Cuyp wordt een visitekaartje dat laat zien wat deze regio te bieden heeft: vergelijkbaar met wat de Biesbosch en Kinderdijk nu al betekenen, maar dan verweven met het dagelijks leven.

Hoe en met wie we het aanpakken We werken vanuit twee sporen die elkaar versterken. Samen vormen zij het raamwerk van het Regionaal Landschapspark Albert Cuyp.

Dit doorbraakproject hangt direct samen met de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7): verdichting rond stations vraagt om groen en klimaatadaptatie in diezelfde gebieden. Het versterkt de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): groene routes langs rivieren en door het landschap combineren recreatie met fiets- en wandelverbindingen. En het ondersteunt de maritieme clusters (doorbraakproject 8): vergroening van oevers en bedrijventerreinen verbetert het vestigingsklimaat en de gezondheid van werknemers. 10

21

a. Regionale structuur: het groenblauwe netwerk uitwerken en verbinden. We bundelen de verdere uitwerking van het regionale groenblauwe netwerk (waarin ook de overige groenblauwe elementen zoals groene vingers, getijdenparken, dijken en taluds worden meegenomen) b. Concrete projecten: het landschap en de wijken intrekken. Op meerdere plekken in de regio starten we met uitvoeringsprojecten die het netwerk tastbaar maken, zoals de Vleugels van de Stad in Gorinchem, de Develzone, het Stadspark Dordrecht, de Noord-Zuidverbinding in Sliedrecht en de Hoofdgroenstructuur in Papendrecht. Ze zijn bewust gekozen omdat ze niet alleen lokaal verschil maken, maar ook de regionale structuur versterken: elk project is een schakel in het grotere netwerk. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de waterschappen, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, Nationaal Park de Biesbosch, UNESCO Kinderdijk, grondeigenaren en anderen. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •

•

•

•

Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke groenvisies, klimaatadaptatieplannen en gezondheidsbeleid. Elk uitvoeringsproject is tegelijk een lokaal project dat raadsleden direct kunnen koppelen aan hun eigen ambities voor gezondheid, groen en leefbaarheid. Provinciaal: Sluit aan bij de provinciale inzet op een sterker groenblauw netwerk, het Zuid-Hollandse klimaatadaptatieprogramma en de ambitie om natuur en verstedelijking beter te combineren. Sluit ook aan bij het gebiedsprogramma Groene Hart. Nationaal: Draagt bij aan de Nationale Adaptatiestrategie (NAS), het Deltaprogramma (ruimtelijke adaptatie en zoetwater), het Nationaal Programma Groene Hart en de nationale doelstellingen voor luchtkwaliteit en biodiversiteit. Daarnaast draagt het bij aan de NOVEX Zuidelijke Randstad en het Groene Hart. Het Landschapspark Albert Cuyp kan als voorbeeldproject dienen voor hoe verstedelijkingsregio's groen en klimaat structureel kunnen verankeren. Daarnaast sluit het aan bij de ambities uit de NOVEX Zuidelijke Randstad en Groene Hart. Europees: Past in de Europese Green Deal en de EU-strategie voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.

22

D. Opgave: Regionale Spoorzones De Drechtsteden hebben woningen nodig. Minstens 16.000 tot 2035 om te voorzien in de behoefte Dat zijn geen plancijfers: het zijn de jongeren die geen betaalbare woning vinden, de gezinnen die gedwongen de regio verlaten, de starters die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn de logische plek om die puzzel op te lossen. Hier komen wonen, werken en bereikbaarheid samen. Maar dan moeten we het wel goed doen: we bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand.

Huidige situatie De regio staat voor een woningbouwopgave van minimaal 16.000 woningen tot 2035, oplopend naar circa 18.000 in 2035 als ook de acute tekorten worden meegerekend. Er is plancapaciteit voor circa 12.000 woningen, maar uitvoering stokt door onvoldoende OV-capaciteit en ontbrekende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn belangrijke schakels voor woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Tegelijk is verbetering van de juiste randvoorwaarden zoals goede verbindingen voor fiets en OV nodig.

Doorbraakprojecten Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingeLijn Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn

Gewenste situatie De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn functioneren als ruggengraat van de regionale verstedelijking. Dit gaat hand in hand met de ontwikkeling van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk richting de Biesbosch en het Groene Hart. Stationsgebieden groeien uit tot complete stadsdelen waarbij de eerste 300 meter rondom elk station maximaal wordt benut voor woningen, werkplekken en voorzieningen. De Spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht ontwikkelt zich als onderdeel van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn, met een nieuw station bij het Leerpark. Minimaal twee derde van alle nieuwe woningen is betaalbaar en 30% sociaal.

23

Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingelijn Kern van het doorbraakproject De MerwedeLingelijn verbindt de Drechtsteden van west naar oost, van Dordrecht via Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem naar Geldermalsen. Langs deze lijn liggen kansen voor nieuwe stadsdelen die wonen, werken en bereikbaarheid combineren. De ambitie reikt ver: op termijn moet de hele lijn stap voor stap uitgroeien tot een ketting van leefbare, goed bereikbare woon-werkgebieden met bijbehorende voorzieningen en een goede verbinding (langzaam verkeer) tussen stations, huidige centra en woon- en werkgebieden. Grote ambities beginnen met concrete eerste stappen. In deze eerste RIA zetten we de eerste puzzelstukjes neer: op plekken waar al planruimte beschikbaar is, waar draagvlak bestaat en waar de ontwikkeling past in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie. Het gaat onder andere om Vleugels van de Stad in Gorinchem (Stationsgebied en Lingeoevers) en 't Oog fase 1. Deze projecten zijn geen losstaande bouwlocaties: ze leggen het fundament voor de bredere gebiedsontwikkeling van de MerwedeLingeLijn (waaronder Sliedrecht-Noord en ’t Oog fase 2), waar we ons als regio op de verschillende tafels hard voor maken.11 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

•

Woningen waar ze nodig zijn in een aantrekkelijke omgeving. Betaalbare woningen op goed bereikbare locaties, direct gekoppeld aan het OV-netwerk. Elke ontwikkeling omvat voorzieningen, werkplekken, openbare ruimte en groen. We bouwen plekken waar je wilt wonen en verblijven, niet alleen waar je een dak boven je hoofd hebt. Een fundament voor verdere groei. De eerste projecten gaan bewijzen dat gebiedsontwikkeling langs de MerwedeLingelijn werkt. Dat versterkt het draagvlak bij provincie, Rijk en investeerders voor de volgende fase na 2030. Versterking van het OV-systeem. Meer woningen rond stations betekent meer reizigers, en meer reizigers rechtvaardigen hogere frequenties en betere verbindingen. Dat is het vliegwiel: bouwen bij het spoor maakt het spoor sterker.

Hoe en met wie we het aanpakken We starten op locaties waar concrete stappen mogelijk zijn, in overeenstemming met het regionaal woningbouwprogramma van de provincie: a. Stationsgebied en Lingeoevers Gorinchem – Vleugels van de stad: herontwikkeling die de stad verbindt met de Merwede, met een mix van woningen, werken, voorzieningen en openbare ruimte langs het water. b. 't Oog fase 1: woningbouwlocatie die aansluit op bestaand OV en bijdraagt aan de verdichting langs de lijn.

Dit doorbraakproject hangt direct samen met de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar en aantrekkelijk. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): zonder energiecapaciteit geen nieuwe aansluitingen voor woningen en voorzieningen. En het versterkt het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): de projecten Vleugels van de Stad en Middenwetering combineren woningbouw met vergroening en klimaatadaptatie, en dragen zo bij aan het regionale groenblauwe netwerk. 11

24

Bij beide locaties hanteren we ontwerpprincipes die kwaliteit voor de lange termijn borgen: klimaatadaptatie (waterberging, schaduw, hittewering), de 3-30-300 groennorm, en een mix van woningtypen die past bij de lokale behoefte. We bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland, ProRail/NS, woningcorporaties, waterschap, omgevingsdienst, ontwikkelaars en bouwers en Stedin. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • •

•

Lokaal: Voegt woningen toe aan de gemeenten en de regio. Sluit aan bij lokale woonvisies, omgevingsvisies en omgevingsplannen. Provinciaal: puzzelstukjes uit deze RIA passen in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie en de Zuid-Hollandse verstedelijkingsstrategie. Versterkt de positie van de Drechtsteden als betrouwbare partner in de verstedelijkingsalliantie. Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave en belang ontwikkelingen langs OV. Laat zien dat middelgrote regio's substantieel kunnen bijdragen aan de woningnood als de randvoorwaarden (OV, energie, groen) op orde zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1105/documents/48533