CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Sportvisie 2030 - zo sport en beweegt Dordrecht.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 28 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Sportvisie 2030 - Niemand buitenspel in Dordrecht - Raadsvoorstel2.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Trends en ontwikkelingen Zo sport en beweegt Dordrecht (bijlage sportvisie 2030)

Hoofdstuk 1 Trends en ontwikkelingen Willen we zoveel mogelijk inwoners in beweging krijgen, dan zullen we goed moeten inspelen op trends en ontwikkelingen in onze maatschappij en in de sport. In deze sportvisie blijft het einddoel te allen tijde overeind staan, maar bepalen trends en ontwikkelingen mede hoe we de ambities in deze visie gaan bereiken. Demografische ontwikkelingen Dordrecht heeft een groeiambitie naar 140.000 inwoners. Op basis van de bevolkingsprognose zonder deze groeiambitie zal in de komende 10 jaar het aantal volwassenen 25 tot 44 jaar en 65 jaar en ouder gaan toenemen. Dit zijn belangrijke doelgroepen waar de sportdeelname snel onder druk komt te staan. Als de groeiambitie gerealiseerd wordt en de sportdeelname in de stad vergroot wordt, moeten de sportvoorzieningen meegroeien. Economische ontwikkelingen Commercialisering van het vrijetijdsaanbod In de afgelopen jaren is het aanbod van te bezoeken vrijetijdsvoorzieningen en -activiteiten sterk gegroeid en heeft zich een lucratieve vrijetijdsindustrie ontwikkeld. Dit is deels het gevolg van het feit dat mensen steeds meer op zoek zijn naar een ‘beleving’.

Gevolg voor de sport is dat de traditionele aanbieders van sport op de markt voor vrijetijdsbesteding concurrentie ondervinden van partijen die gewend zijn commercieel te opereren, die andere geldstromen benutten en die zich weinig gelegen laten aan traditionele scheidslijnen. Toename armoede Meedoen aan beweeg- en sportactiviteiten is voor kwetsbare groepen mensen jeugd uit gezinnen met een laag inkomen niet vanzelfsprekend. Ongeveer een op de twaalf kinderen en jongeren in Nederland groeien op in armoede. Zij sporten en bewegen vaak minder dan hun leeftijdsgenootjes uit gezinnen met een hoger inkomen. Ook ervaren zij meer belemmeringen om mee te doen aan sport- en beweegactiviteiten en missen vaak een essentiële stimulans in hun fysieke, mentale en sociaal-emotionele ontwikkeling. Kinderen kijken logischerwijs naar het gedrag van hun ouders en nemen vaak automatisch bepaalde patronen en gewoonten over. Ouders die niet bewegen/sporten zijn in sportgedrag geen voorbeeld voor hun kind. Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen Verenigingslidmaatschappen stabiliseren In Dordrecht is zichtbaar dat het lidmaatschap van sportverenigingen stagneert, terwijl andersgeorganiseerde sporten blijft toenemen.

Mogelijke verklaring is, dat mensen wel lid blijven van een sportvereniging, maar ook actiever hun overige vrije tijd doorbrengen door bijvoorbeeld te gaan fietsen, wandelen of hardlopen. In 2021 is 21,7% van de Dordtenaren lid van een sportvereniging. Tussen 2019 en 2021 is er een licht dalende trend (0,1% per jaar) te zien. In de Sport Toekomstverkenning is geconcludeerd dat clublidmaatschap in de komende jaren zal afnemen. Dit heeft vooral te maken met de vergrijzing, het toenemend aantal migranten en de individualisering. Motorische vaardigheden nemen af Kinderen en jongeren van nu bewegen en spelen minder buiten dan voorgaande generaties. De tijd die zij besteden aan passieve vrijetijdsbesteding zoals gamen, computers en sociale media, is daarentegen toegenomen. Coördinatie, vaardigheid en techniek nemen af. Dit resulteert in minder ontwikkelde motorische vaardigheden, wat leidt tot meer sportblessures op het moment dat ze gaan sporten. In Dordrecht scoort 27,3% van de kinderen op het basisonderwijs (18 scholen) onder het (landelijk) gemiddelde op hun motorische vaardigheden.

-1-

Meedoen kwetsbare groepen is niet vanzelfsprekend Meedoen aan beweeg- en sportactiviteiten is voor kwetsbare groepen mensen zoals mensen met een beperking en ouderen niet vanzelfsprekend. Steeds meer ouderen blijven tot op hoge leeftijd thuis wonen. Fysieke en mentale problemen liggen op de loer. Ouderen, zeker na hun zeventigste jaar, zijn minder actief en vaker eenzaam. Ongeveer een op de tien Nederlanders heeft een matige of ernstige lichamelijke of verstandelijke beperking en kan hierdoor niet vanzelfsprekend meedoen in de maatschappij. Voor al deze groepen is het belangrijk om te gaan of blijven sporten en bewegen. Groeiende aandacht voor een gezonde leefstijl Er is een groeiende aandacht voor een gezonde leefstijl. Ook blijkt het werken aan je gezondheid voor sporters de belangrijkste drijfveer te zijn om te blijven sporten. Ook de niet-sporters geven aan dat werken aan hun gezondheid de drijfveer is om toch te gaan sporten. Niet-sporters geven echter ook aan dat ervaren gezondheidsproblemen de belangrijkste belemmering is om te gaan sporten en bewegen. Vitaliteit verenigingen blijven gelijk zonder clubondersteuning Een vitale vereniging heeft haar eigen organisatie op orde, zorgt voor regulier sportaanbod en vervult daarnaast een bredere maatschappelijke functie.

Zonder specifieke aandacht voor de vitaliteit van de sportvereniging zal het aantal vitale clubs gelijk blijven. In Dordrecht waren in 2021 34% van de sportverenigingen vitaal. 11% van de sportverenigingen werden aangemerkt als kwetsbaar. Technologische ontwikkelingen Individualisering door technologie We hebben het steeds drukker. Werk, sociale contacten en vrijetijdsbesteding vragen veel van mensen en lopen steeds meer door elkaar heen. Technologische ontwikkelingen en sociale media spelen daarbij een grote rol. Gevolg is onder andere dat mensen zich niet meer als vanzelfsprekend binden aan vaste groepen of verbanden. Mensen zijn meer op zichzelf gericht en de bijbehorende levensstijl zorgt er ook voor dat de wensen en behoeften op het gebied van sport en bewegen zin veranderd. Begrippen als beleven, vrijblijvendheid en flexibiliteit passen daarbij. Gevolg is dat het sportaanbod van sportverenigingen niet meer in alle gevallen aansluit bij deze nieuwe realiteit. Als gevolg hiervan zien we dat verschillende sportverenigingen het moeilijk hebben om voldoende leden te vinden en te behouden. Ongebonden sporten is steeds meer in opkomst Deze ontwikkelingen bieden ook kansen. Sociale media en sportapps bieden mensen de mogelijkheid om elkaar te vinden, activiteiten te organiseren, kennis uit te wisselen en sportprestaties en progressie bij te houden.

Enerzijds maakt deze technologie het laagdrempeliger voor mensen om te sporten en te bewegen, zonder dat ze daar een formele sportaanbieder voor nodig hebben. Anderzijds biedt het sportaanbieders juist de mogelijkheden om potentiële leden makkelijker te bereiken en een sportaanbod op maat aan te bieden. Meer flexibiliteit Ook willen we in toenemende mate zelf bepalen wanneer, waar en met wie we sporten. Dit hangt samen met de individualisering en flexibilisering, ontwikkelingen die in de toekomst aanhouden. Het verenigingslidmaatschap komt de komende jaren verder onder druk te staan. Meer mensen gaan vooral individueel sporten of in een zelfgeorganiseerde groep. Het karakter van het vrijwilligerswerk in de sport verandert. De behoefte aan flexibiliteit is niet alleen bij de sporters zelf, maar ook bij vrijwilligers terug te zien.

-2-

Deze ontwikkelingen zorgen voor een verschuiving op meerdere terreinen. Zo zijn ze van invloed op de toestand van de sportverenigingen, de populariteit van commerciële sportaanbieders, het sportaanbod en de locatie waar mensen sporten. Nederlanders maken steeds vaker gebruik van commerciële sport- en beweegaanbieders (zoals fitnesscentra). Ook is het aantal mensen dat zelfstandig sport (thuis of in de openbare ruimte) toegenomen. Ecologische ontwikkelingen Routekaart verduurzaming sport De routekaart verduurzaming sport is landelijk opgesteld als uitvloeisel van het Klimaatakkoord. De routekaart omschrijft in grote lijnen de uitdagingen voor de sportsector in organisatorisch en financieel opzicht om te gaan voldoen aan de klimaatdoelstellingen in 2050. Deze routekaart voorziet niet alleen in een mogelijk antwoord voor de CO2-reductie doelstelling, maar pakt verduurzaming in de sportsector breder op: een duurzame en betaalbare sportomgeving gaat ook over hergebruik van materialen en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. Meer vraag naar bewegen in het groen Vaak vraagt het buitensportvriendelijk inrichten van de buitenruimte om maatregelen die niet op zichzelf staan. De behoeftes en voorkeuren van buitensporters overlappen dan met doelstellingen voor een gezonde en beweegvriendelijke stad.

Een betere sportieve infrastructuur overlapt vaak met een betere infrastructuur voor utilitair fietsverkeer en wandelverkeer. Het aantrekkelijker maken van beweegroutes gaat vaak samen met het ontwikkelen van groen en natuur. Ruimtelijke verbeteringen voor buitensport moeten daarom onderdeel zijn van een bredere ambitie om een gezonde stad te maken waarin de bewegende mens en de natuurlijke omgeving centraal staan. Daarnaast vragen sommige buitensporters om specifieke faciliteiten of ruimtelijke condities die alleen of vooral voor henzelf van waarde zijn: bijvoorbeeld openbare beweegtoestellen. Politieke ontwikkelingen Landelijk aandacht voor sport en preventie Sport en bewegen staan hoog op de landelijke politieke agenda in de strijd tegen de stijgende zorgkosten en de noodzaak voor preventie. Het ministerie van VWS heeft het startsein voor een Beweegalliantie gegeven. Meer bewegen is onderdeel van het Nationaal Preventieakkoord met als uiteindelijke doel dat 75% van de Nederlanders in 2040 voldoet aan de beweegrichtlijnen. In de Beweegalliantie werkt het ministerie van VWS samen met partijen uit onder meer zorg, het maatschappelijk en sociaal domein, onderwijs, bedrijfsleven, sport, kennisinstellingen, gemeenten en andere departementen.

Voortzetting Lokaal Sportakkoord en Preventieakkoord Er zijn ook rijksmiddelen beschikbaar voor een lokaal Sportakkoord In het Dordts Sportakkoord werken de gemeente, sportaanbieders, scholen en maatschappelijke organisaties als gelijkwaardige partners samen aan verschillende doelen. Een lokale stuurgroep met vertegenwoordiging vanuit de sport houdt zicht op het Dordts Sportakkoord. Er komt een Sportakkoord 2.0. Dit geldt voor 20232026. De beleidsambities sluiten aan bij de beschreven ambities van deze sportvisie, maar biedt organisaties in de stad ook de kans met eigen initiatieven te komen. Op een vergelijkbare wijze is er ook een Lokaal Preventieakkoord. De thema's hierbij zijn: bewegen, roken, alcohol, mentale gezondheid.

-3-

Hoofdstuk 2

Zo sport en beweegt Dordrecht

Onderzoeksmethode In Dordrecht voeren we sinds april 2021 de NOC*NSF Sportdeelname Index (SDI) uit. Twee keer per jaar wordt de sportdeelname van Dordtenaren in een specifieke maand in beeld gebracht. Jaarlijks worden ook ledenpercentage per sportbond inzichtelijk gemaakt. De bevindingen uit deze rapportage worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Het percentage Dordtenaren dat voldoet aan de beweegrichtlijn wordt via de gezondheidsmonitor in kaart gebracht. In de SDI nemen we beweging ook mee, waardoor we extra lokale inzichten hebben op het beweeggedrag.

De Dordtse sportcoaches hebben op 18 basisscholen twee keer schooljaar de MQ-scan afgenomen. Deze scan brengt de motorische vaardigheden van de kinderen in kaart. De lokale resultaten kunnen vergeleken worden met landelijke resultaten. Tijdens het afnemen van de MQ-scan wordt ook via een laagdrempelige manier via de kinderen inzicht gekregen in het aantal kinderen dat een zwemdiploma heeft. Via het Mulier Instituut voert de gemeente Dordrecht sinds 2021 de verenigingsmonitor uit. Deze vragenlijst aan de sportverenigingen geeft inzicht in de organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie van de sportverenigingen. De sportregisseurs bespreken de uitkomsten van de monitor met de clubs. In het najaar 2022 is de monitor opnieuw uitgevoerd. In het eerste kwartaal van 2023 worden de resultaten weer met de sportverenigingen besproken. Om het ongeorganiseerd sporten in kaart te brengen zijn er onderzoeken verricht onder de urban sporters in Dordrecht en vanuit de inzichten verkregen via o.a. strava. Onderzoeksbureau Track Landscapes bracht met het rapport kansen voor buitensport het gebruik en wensen en behoefte van de buitensporters in beeld. De volledige rapporten zich op https://www.dordtsport.nl/naar-een-toekomstbestendig-sportbeleiddoor-inzet-van-data/ te raadplegen.

-4-

Sportdeelname

Lidmaatschap

67% van de Dordtenaren sport

21,7% van de Dordtenaren is in 2021 lid

Beweegrichtlijn

Alleen, ongeorganiseerd sporten

48,2% van de volwassenen voldoet

40% van de Dordtenaren sportte in april

Motorische vaardigheid

Vitaliteit sportaanbieders

wekelijks in de maand april 2022 (Nederland: 61%). Het landelijk doel is dat 80% van de Nederlanders in 2032 drie keer per week sport of sportief beweegt.

aan de beweegrichtlijn (Nederland: 50,2%). Het landelijk doel is dat 75% van de Nederlanders in 2040 de beweegrichtlijn haalt.

van een sportvereniging (Nederland: 24,6%). In de trend zien we een stabilisatie van het percentage Dordtenaren dat lid is van een sportvereniging.

2022 alleen, ongeorganiseerd (Nederland: 35%). In dezelfde maand sportte 18% bij een commerciële sportaanbieder.

27,3% van de basisschoolkinderen 34% van de sportverenigingen in in Dordrecht scoort een onvoldoende op motorische vaardigheden (Nederland: 25%);

Dordrecht kan worden beschouwd als vitale vereniging. Hier staan 11% van de club tegenover die kwetsbaar zijn.

Sportdeelname  76% van de Dordtenaren sport maandelijks in de maand april 2022 (Nederland: 69%;  67% van de Dordtenaren sport wekelijks in de maand april 2022 (Nederland: 61%);  24% van de Dordtenaren heeft in de maand april 2022 niet gesport (Nederland: 31%)  36% van de Dordtenaren die in april 2022 niet hebben gesport, willen hier wel verandering in brengen;  Fitness is met 53% de sport die niet sporters het liefst willen beoefenen, gevolgd door wandelen (22%);  41% van de jongeren op vijf Dordtse voortgezet onderwijs scholen beoefenen een urban sport;  De belangrijkste reden voor sporters om te blijven sporten is voor het behoud/verbeteren van de gezondheid (60%). Voor niet-sporters is dit de belangrijkste reden om te gaan sporten (63%);  De top 3 meest impactvolle drijfveren om minimaal 1x per week te sporten zijn: o Sporten zit in mijn vaste weekindeling/routine; o Sporten helpt me gezonder te worden; o Sporten helpt me mijn hoofd leeg te maken.  De top 3 van drempels om minimaal 1x per week te sporten zijn: o Ik doe liever andere hobby’s; o Ik heb gezondheidsproblemen waardoor ik niet kan sporten; o Ik ben geen doorzetter als het om sporten gaat.

-5-

Lidmaatschappen en ledenaantallen  In Dordrecht zijn in 2021 25.774 inwoners lid van een sportvereniging;  Het percentage Dordtenaren dat lid is van een sportvereniging bedraagt in 2021 21,7% (Nederland: 24,6%);  Het percentage Dordtenaren dat lid is van een sportvereniging is al jaren tussen de 2,5% en 3% lager dan in Nederland;  Het ledenpercentage neemt de laatste jaren heel langzaam iets af, van 22,3% in 2018, 21,9% in 2019, 21,8% in 2020 naar 21,7% in 2021. Dit is in lijn met landelijke trends die te zien zijn.  Het percentage Dordtenaren van 15 t/m 49 jaar dat lid is van een sportvereniging is in 2021 zelfs tussen de 4% en 5% lager dan het landelijk percentage;  Het percentage jongens/mannen dat in Dordrecht lid is van een sportvereniging ligt tussen de 10% en 17% hoger dan meisjes/vrouwen (dit is ook landelijk het beeld);  In Dubbeldam zijn de meeste inwoners lid van een sportvereniging (32,2%) en in Crabbehof/Zuidhoven het minst (14%);  De grootste sporten qua lidmaatschap in Dordrecht zijn voetbal (5.754), sportvissen (4.161) en tennis (3.031);  Het ledental van de golf en watersport stijgt sinds meerdere jaren en zit in 2021 op het (voorlopige) hoogtepunt;  Het ledental van tennis is na jaren van terugloop in 2021 voor het eerst weer (fors) gestegen (+272 leden);  Voetbal, korfbal en hockey zijn de drie grootste teamsporten in Dordrecht, maar kennen alleen

al sinds 2015/2016 een terugloop in leden;  Ook de grote individuele sporten gymnastiek en atletiek kennen sinds 2015/2016 een terugloop in leden;  Opvallend in de top 10 van Dordrecht in vergelijking met de landelijke top 10: o In de landelijke top 10 staan paardensport (12de in Dordrecht) en volleybal (14de in Dordrecht). Beide sporten komen niet voor in de top 10 van Dordrecht. o In plaats hiervan staan korfbal en watersport in de top 10 van Dordrecht.  Er zijn in de top 10 sporten duidelijke mannensporten, ofwel sporten waar substantieel meer mannen dan vrouwen aan deelnemen: o Aan deze sporten doen vooral mannen mee: Voetbal, sportvissen, Golf o Aan deze sport doen vooral vrouwen mee: Gymnastiek Motorische vaardigheden  In Dordrecht scoort 27,3% van de basisschoolkinderen een onvoldoende op motorische vaardigheden;  In Dordrecht komt een kwart van de vierjarigen op de basisschool met een achterstand op motorische vaardigheden;  In Dordrecht verlaten in 2021 38% van de kinderen de basisschool met een motorische achterstand;  In Dordrecht scoort gemiddeld 7% van de kinderen op de basisschool ruim boven het gemiddelde op motorische vaardigheden.

-6-

Bewegen  In Dordrecht voldoet 48,2% van de volwassenen aan de beweegrichtlijn (Nederland: 50,4%);  In Dordrecht voldoet 32,4% van de 65-plussers aan de beweegrichtlijn (Nederland: 38,2%)  In de Staart voldoen de minste mensen aan de beweegrichtlijn (40,9%);  In april 2022 bewogen 70.000 Dordtenaren voldoende (59%);  In april 2021 bewogen 39.200 Dordtenaren voldoende (33%) a.g.v. de coronamaatregelen.  In 2022 had 72% van de kinderen van 18 basisscholen (1800 kinderen) een zwemdiploma;  In 2022 had 12% van de kinderen van 18 basisscholen (300 kinderen) geen zwemdiploma en volgde ook geen zwemles.  74% van de Dordtenaren geeft aan dat ze tevreden zijn over de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving, oftewel in hoeverre de openbare ruimte mogelijkheden biedt voor mensen om te sporten en te bewegen.  De meeste Dordtenaren beoordelen hun omgeving (en de routemogelijkheden daarbinnen) als prima, maar zien/wensen wel kleine verbeterpunten. Zeker onder hardlopers en wandelaars zijn er maar weinig die zeggen "het erg moeilijk te vinden om een prettige route en omgeving te vinden".  Tegelijktijdig is het aandeel sporters dat helemaal akkoord gaat met de stelling "er zijn voor mij voldoende prettige routes" ook niet groot (20%).  Ongeveer even groot als het aandeel buitensporters dat vindt dat er veel dingen kunnen worden verbeterd.

 Skeeleraars zijn het minst tevreden en noemen veel dingen die kunnen worden verbeterd. Vitaliteit sportvereniging  Ruim twee derde van verenigingen is voldoende tot goed in staat hun sportaanbod te organiseren (68%).  De overige verenigingen slagen daarin matig of onvoldoende (32%). Dit geldt met name voor kleine en binnensportverenigingen.  De financiën en accommodatie van de verenigingen vormen de grootste aandachtspunten.  Verenigingen in Dordrecht zijn meer maatschappelijk georiënteerd dan landelijk.  De helft van de verenigingen scoort voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie.  Een derde van de verenigingen in Dordrecht kan worden beschouwd als vitale vereniging (34%).  11 procent van de verenigingen scoort op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie onder de maat. Dit zijn de kwetsbare verenigingen. Definitie vitaliteit sportvereniging Een vitale sportvereniging is een organisatiekrachtige sportvereniging die maatschappelijk georiënteerd is. De organisatiekracht van de sportvereniging is gedefinieerd als de mate waarin de sportvereniging in staat is om haar sportaanbod voor de (potentiële) leden te organiseren. Er wordt hierbij gekeken naar vijf criteria: leden, (vrijwilligers)kader, accommodatie, financiën en beleid.

Bij maatschappelijke oriëntatie kijken we naar de mate waarin sportverenigingen actief een maatschappelijke rol vervullen en/of welke houding ze hebben ten opzichte van een actieve bredere maatschappelijke rol.

-7-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/668/documents/22878