CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Integraal DO fietsenstalling Dordrecht.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 6 september 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Beantwoorden artikel 40 vragen PvdA, SP, Groen Links en VSP Herinrichting Weizigtpark - Antwoordbrief artikel 40/4112.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.2 Minerale olie

In het nader bodemonderzoek blijkt de bodemverontreiniging met minerale olie ter plaatse van NS-Station Dordrecht te kunnen worden aangemerkt als een spot van beperkte omvang. De verontreiniging is volledig afgeperkt. Er is maximaal 20 m3 sterk verontreinigde grond met minerale olie op de locatie aanwezig. Dit betekent dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming (Wbb). De minerale olie verontreiniging is aanwezig in een bodemlaag met antropogene bijmengingen met ballast, kolengruis, slakken en/of sintels van 0,5-1,0 m-mv. Naast minerale olie is de locatie tevens licht verontreinigd met kobalt, nikkel, zink en PAK. Het grondwater op de locatie is niet verontreinigd met minerale olie en aromaten. De bodemverontreiniging met minerale olie is gelegen op kadastraal perceel Dordrecht D 6799 in eigendom van NS Vastgoed B.V.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

35/47

6.3 PFAS

6.3.1.

Bijlage bodemonderzoek

6.4 Systeemgrenzen

6.4.1.

Bijlage systeemgrenzen

Tijdens verkennend en aanvullend onderzoek zijn verhoogde gehalten aan PFAS, met name PFOA aangetoond in de onverharde bovengrond (groenstrook) op NS-Station Dordrecht. De aangetroffen gehalten zijn overeenkomstig de verwachtingenkaart PFAS van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (Zone 1: verwacht gehalte PFOA 0 tot 10 µg/kg). De verontreiniging houdt verband met de voormalige activiteiten van de chemische fabriek van Dupont/Chemours. Via uitstoot en atmosferische depositie is de verontreiniging in de bovengrond terecht gekomen. De aangetroffen gehalten overschrijden de normwaarden uit het landelijke Tijdelijk handelingskader 2 juli 2020 voor PFAS-houdende grond. Echter de regionale normwaarden zoals vastgelegd in de handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid worden niet overschreden. Uit aanvullende toetsing aan de INEV’s (Indicatieve Niveaus ernstige verontreiniging) voor PFOA en PFOS blijkt dat de verontreiniging niet ernstig is en er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s voor mens en milieu. De INEV’s kunnen beschouwd worden als voorlopige interventiewaarden. Er zijn namelijk nog geen interventiewaarden vastgesteld voor PFAS.

De onderzoeksrapportages “Vooronderzoek bodemkwaliteit NS-Station Dordrecht“, “Verkennend bodem en asbestonderzoek AFP Dordrecht“, en “Aanvullend en Nader bodemonderzoek PFAS en minerale olie NS-Station Dordrecht”, zijn separaat opgenomen als documenten behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde. Voor het project Dordrecht AFP zijn systeemgrenstekeningen ontwikkeld. Deze systeemgrenzen vormen een functionele grens voor het systeem. Deze grenzen vormen externe raakvlakken waarop het systeem dient aan de sluiten. Er worden twee typen systeemgrenzen onderscheiden:  Tijdelijke systeemgrens: De tijdelijke systeemgrens is weergegeven op de systeemgrenstekening. Gedurende de realisatiefase van het systeem zijn de gronden binnen deze grens beschikbaar voor uitvoeringsactiviteiten (het werkterrein).  Definitieve systeemgrens: De systeemgrenzen zijn weergeven op de systeemgrenstekening (zie bijlage). Het systeem dient na oplevering binnen deze grenzen te liggen. Deze grenzen vormen externe raakvlakken waarop het systeem dient aan de sluiten (het bouwterrein). De systeemgrenstekening is separaat opgenomen als document behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

6.5 Ontsporingsgeleiding

De fietsenstalling wordt dicht bij spoor 9 gebouwd op een afstand van minimaal 3,05 meter (op spoorhoogte). Hoewel de treinfrequentie en de lokale snelheid zeer laag is, vereist de regelgeving bij deze afstand maatregelen om te voorkomen dat een geëscaleerde ontsporing de fietsenstalling raakt, met zeer grote gevolgen.

Noodzaak

In dit geval (afstand tot hart spoor < 10 m) zijn er conform eis 96 uit de OVS00030-2 maatregelen nodig om de gevolgen van een ontsporing te minimaliseren.

6.5.1.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

36/47

Uitsneden uit de OVS00030-2 6.5.2.

Vorm van de geleiding

Conform de regelgeving hoeft spoor 8a niet afgedekt te worden met een ontsporingsgeleiding. Daarom is een enkelzijdige ontsporingsgeleiding voldoende, die voorkomt dat een ontsporing richting de fietsenstalling escaleert. Ontsporingsgeleiding in het spoor is de meest effectieve en tevens goedkoopste vorm van geleiding. Om te voorkomen dat machinaal onderhoud onmogelijk wordt, is gekozen voor de vrijgegeven geleiding in het spoor met een strijkmaat van 480 mm conform tekening 420774, maar dan enkelzijdig uitgevoerd, aangevuld met twee halve inlooppunten van het type 38 GLB22. Bij deze strijkmaat is de inzet van stopmachines mogelijk. Bij deze vorm van geleiding kan een ontspoord wiel 440 mm zijdelings verplaatsen voordat het tegen de geleiding loopt. Het tegenoverliggende wiel zal dan nog over de koppen van de dwarsliggers lopen zodat er geen kantelgevaar ontstaat. Het ontspoorde materieel komt dus maximaal 1700 + 440 = 2140 mm uit hart spoor. Er is dus geen risico dan het ontspoorde materieel de fietsenstalling op 3,05 m uit hart spoor raakt.

6.5.3.

Spoorwerk

Voor het beperken van het aanrijdrisico door ontspoorde treinen, zal in spoor 9 een halve ontsporingsgeleding met inlooppunten gebouwd worden (in een separaat contract). Deze geleiding moet conform OVS00030-2 minimaal van 10 meter voor tot 10 meter achter de fietsenstalling aanwezig zijn. De geleiding wordt bovendien zoveel mogelijk doorgetrokken in de achterkant van wissel 506 om de treinen die in het wissels ontspoord zijn, al voor de boog “op te vangen”, zodat voorkomen wordt dat de ontspoorde trein in de boog rechtdoor gaat.

6.5.4.

Bijlage ontsporingsgeleiding

Voor het ontwerp en uitvoeringsaspecten van de ontsporingsgeleiding is op basis van opnamedocumenten een legplan gemaakt. Het legplan is separaat opgenomen als document behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

37/47

6.6 Kabels en leidingen ProRail en Derden

Er heeft een Klic+ onderzoek plaatsgevonden, er zijn proefsleuven gegraven en beoordeeld en er hebben gesprekken plaatsgevonden met de eigenaar/beheerders van de kabels en leidingen. Onderstaand volgen de belangrijkste resultaten.

6.6.1.

Resultaat proefsleuven

T.b.v. het veldonderzoek is een voorstel gemaakt, verdeeld in een tekening voor de proefsleuven ten behoeve van kabels en leidingen van ProRail en in een tekening ten behoeve van kabels en leidingen van Derden. De kabels en leidingen van ProRail zijn allen gesitueerd in kabelkoker. Doordat de nieuwe fietsenstalling niet in de buurt komt van deze kabelkokers hebben de kabels en leidingen van ProRail geen knelpunt met de werkzaamheden. Uit de deskstudie is naar voren gekomen dat er meerdere kabels en leidingen (Derden en OVCP) aanwezig zijn binnen het werkgebied. In totaal zijn er 10 proefsleuven gegraven om de ligging, het type en het aantal kabels/leidingen te controleren en te verifiëren. Uit de proefsleufresultaten komt duidelijk naar voren dat er geen afwijkingen zijn geconstateerd ten opzichte van de deskstudie. Op de tekening van de proefsleufresultaten is dit terug te zien.

6.6.2.

Kabels en leidingen ProRail

Uit de inventarisatie K&L ProRail is naar voren gekomen dat er zeer (gevulde) kabelkokers aanwezig zijn op korte afstand van de geplande bouwwerkzaamheden. Toch zijn er geen verleggingen nodig (en ook niet gewenst) voor de kabels en leidingen van ProRail. Wel worden er twee eisen meegegeven voor de civiele aannemer, namelijk: 1. Stabiliseren van de kabelkoker t.p.v. ontgraving; 2. Het schoonhouden van de kabelkokers, deksels zodanig afsluiten/afdekken dat er geen grond of vuil in de kokers terecht kan komen.

6.6.3.

Kabels en leidingen Derden

Binnen het werkgebied zijn de volgende belanghebbende netbeheerders naar voren gekomen: 1. Gemeente Dordrecht – Riolering vrij verval 2. Stedin – Laagspanning 3. Relined – Datatransport 4. KPN – Datatransport 5. Eurofiber – Datatransport 6. BT Ned – Datatransport

6.6.4.

Conclusies K&L inventarisatie

Op basis van de inventarisatie zijn na afstemming met de beheerders conclusies getrokken en deze zijn opgenomen in de Objectenlijst.

6.6.5.

Bijlage kabel en leidingen ProRail en Derden

De correspondentie met KL beheerders, Objectenlijst, inventarisatietekening, het handboek Riolering en de tekening Riolering Markettenweg zijn separaat opgenomen als document behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

38/47

6.7 Vergunningen

6.7.1.

Bijlage vergunningen inventarisatie

Een deel van de projectwerkzaamheden is vergunning plichtig. Hiervoor is een vergunningeninventarisatie uitgevoerd om inzichtelijk te maken met welke activiteiten rekening gehouden dient te worden. Eveneens zijn de hiervoor relevante onderzoeken uitgevoerd met daaraan gekoppeld de conclusies en bevindingen. Onderstaande onderzoeken hebben plaatsgevonden: - Planologie; - Ecologie; - Bodem; - Kabels en leidingen derden; - Asbest. Het resultaat van de vergunningen inventarisatie en relevante onderzoeken zijn separaat opgenomen als document behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

39/47

7

Veiligheid

Bij het ontwerp van de fietsenstalling is op vele wijzen rekening gehouden met veiligheid. Naast het veilig stallen van fietsen en veilig gebruik van de stalling, bijvoorbeeld d.m.v. het creëren van zichtlijnen (sociale veiligheid) en hoogteverschillen om aanrijding tussen fietser en voetgangers te voorkomen, is er ook aandacht besteed aan aanrijdveiligheid van de fietsenstalling door autoverkeer (zie paragraaf 4.3.2) en door treinverkeer (zie paragraaf 4.3.1 en 6.3). De overige V&G zaken worden in dit hoofdstuk behandeld. 7.1 Veilig onderhoud

Het belangrijkste onderdeel dat onderhoud nodig heeft, is de dakgevel, bestaande uit glaspanelen die (deels) voorzien zijn van zonnecellen. Vanwege de boomrijke omgeving naast het Weizigtpark en de beperkte dakhelling van 5 graden dient het glas 2x per jaar gereinigd te worden, mede voor het behoud van transparantie voor daglichtinval en t.b.v. behoud van de energieopbrengst. Het dakvlak bevindt zich op een hoogte van circa 8 tot 10m boven maaiveld. Om het glas te kunnen onderhouden, is veilige bereikbaarheid en onderhoudbaarheid vereist.

Afbeelding 7-1 Principe veiligheidsvoorzieningen dakvlak (getoond is westelijke lage dak)

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

40/47

Op het dak worden de volgende veiligheidsvoorzieningen geplaatst:  Dakrandbeveiliging d.m.v. een opklapbaar hekwerk: o Het lichtgewicht hekwerk is opklapbaar, zodat dit niet onnodig in het zicht blijft indien en geen onderhoud op het dak plaatsvindt (i.v.m. vormgeving/architectuur).

Afbeelding 7-2 Opklapbaar hekwerk op dakrand

 Kabelsysteem en dakogen: o Onderhoudspersoneel zal middels een hoogwerker/verreiker met veiligwerkbak geschikt voor personenvervoer op het dakvlak ‘geplaatst’ worden, waarna zij zich aanlijnen aan het aanwezige kabelsysteem of dakoog (ankerpunten). Zodra het personeel zich op het dak heeft aangelijnd, wordt het hekwerk op de dakrand opgeklapt.  Looproosters: o De goten in oost-west richting) worden allemaal voorzien van (kunststof) looproosters. Het rooster is 0,6m breed, zodat vanaf deze vlakke stroken een pad ontstaat dat ook geschikt is om veilig onderhoud te plegen aan het glasvlak (bijvoorbeeld reiniging). Het rooster zorgt er tevens voor dat de goot niet verstopt door opeenhoping van bladeren.  Beloopbaar glas: o Al het glas wordt beloopbaar uitgevoerd, d.w.z. dat onderhoudspersoneel met een belasting van maximaal 100kg/m2 over het dak kan lopen. Tevens dient het glas de zandzakslingerproef te doorstaan, zodat personeel dat struikelt, niet door de glasplaat naar beneden valt. Daarom wordt in veiligheidsglas voorzien, dat gelaagd is, bestaat uit minimaal 2 ruiten van thermisch versterkt (half gehard) glas en 4-zijdig wordt opgelegd, zodat het bij eventuele breuk niet naar beneden valt.

o Over bepaalde glasstroken in noord-zuidrichting worden antislipvoorzieningen op het glas aangebracht (bijvoorbeeld zeefdruk), zodat dit zonder valgevaar als looppad kan worden gebruikt om de volgende goot/looprooster te bereiken.  4m markering: o De kopse randen worden niet voorzien van een opklaphek. Langs deze randen wordt een 4m markering aangebracht ter waarschuwing. o Schoonmaakwerkzaamheden kunnen buiten de 4m zone plaatsvinden. Indien binnen de 4m zone een glasplaat vervangen dient te worden,

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

41/47

dan zal locaal en incidenteel een extra veiligheidsvoorziening dienen te worden aangebracht.  Instructie: o Het dak van de stalling is alleen voor geïnstrueerd onderhoudspersoneel toegankelijk. In de instructie wordt opgenomen hoe het dak veilig kan worden betreden en dat het glas alleen met geschikt schoeisel mag worden belopen (stroeve zolen en voorkomen krassen). o Het dak is bereikbaar met een hoogwerker/verreiker met veiligwerkbak vanaf de zuidzijde van de stalling. Rekening dient te worden gehouden met reizigers en de monumentale bomen.

Afbeelding 7-3 Opklapbaar hekwerk op dakrand

De buitengevels van de fietsenstalling bestaan voornamelijk uit balustraden met rvsgaaswerk. Dit is praktisch onderhoudsvrij en is goed bereikbar van binnenuit de stalling. Hier zijn geen nadere onderhoudsvoorzieningen voor getroffen. 7.2 V&G dossier

Van de fietsenstalling is een V&G dossier opgesteld. met een beschrijving van de object gebonden risico’s van de fietsenstalling. Dit document dient gebruikt te worden bij (onderhouds)werkzaamheden op en/of aan de fietsenstalling en daarbij behorende (verplaatste) objecten. In dit document worden alle van de standaard afwijkende V&G factoren benoemd die van belang zijn voor het veilig uitvoeren van werkzaamheden aan de fietsenstalling.

7.3 V&G-O plan

Met het V&G-plan Ontwerpfase geeft de opdrachtgever inzicht in de project specifieke risico's en bijbehorende -beheersing. Hiermee vult de opdrachtgever zijn eigen verantwoordelijkheid in vanuit Arbeidsomstandighedenbesluit Hoofdstuk 2 afdeling 5 (Bouwproces), en faciliteert opdrachtgever de opdrachtnemer om invulling te geven aan de verantwoordelijkheden vanuit de Arbeidsomstandighedenwet.

7.4 RI&A PVB

T.b.v. het veilig in gebruik houden en nemen van de spoorbaan is een Risico inventarisatie en -analyse veilige berijdbaarheid ontwerpfase opgesteld.

7.5

Het V&G dossier, het V&GO-plan en het plan veilige berijdbaarheid zijn separaat opgenomen als document behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

Bijlage veiligheid

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

42/47

8

Bouwbaarheid

8.1 Bouwlogistiek plan

Tijdens het opstellen van het DO is een voorstel gemaakt van een bouwlogistiek plan inclusief fasering. Hierbij is zo veel mogelijk rekening gehouden met de bekend gemaakte eisen en wensen van de stakeholders. Het plan is nog gebaseerd op het VO van Karres en Brands.

Fasering

In het bouwlogistiek plan bij dit DO is rekening gehouden met onderstaande fasen.

8.1.1.

Fase 0: Bouwplaatsinrichting Fase 1: Inrichting tijdelijke fietsenstalling Fase 2: Bouwen westelijk deel stalling (BG en verdieping) Fase 3: Inrichting tijdelijke fietsenstalling (BG westelijk deel) Fase 4: Bouwen oostelijk deel stalling (BG en verdieping) Fase 5: Afbouw en inrichting stalling (BG oostelijk deel en gehele verdieping) Fase 6: Afbouw en inrichting stalling (BG westelijk deel) Fase 7: Restwerkzaamheden (aanbrengen voorzieningen voorplein, etc.) Fase 8: Oplevering, eindsituatie De per fase voorziene werkzaamheden zijn opgenomen in het separaat bijgevoegde bouwlogistiek plan, dat ter informatie wordt verstrekt. De aannemer dient zijn eigen uitvoeringsplan op te stellen. 8.1.2.

Uitgangspunten

Het bouwlogistiek plan is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:  Tijdens de bouw van de stalling dienen de bestaande fietsparkeerplaatsen zo veel mogelijk behouden te blijven (600 stuks).  De vuilperscontainer is reeds verwijderd voor start realisatie stalling.  De ingang van de NS-parking wordt verplaatst in oostelijke richting van de parkeerplaats, zodat deze geen knelpunt vormt voor de bereikbaarheid van het bouwterrein.  Het spoorwerk wordt uiterlijk in fase 0 of reeds eerder uitgevoerd, zodat de ontsporingsgeleiding in dienst is, voordat constructiedelen van de stalling geplaatst zijn.  Ter bescherming van de reizigers en het voorkomen van regeninslag in de perron tunnel zal gebruik worden gemaakt van een tijdelijke overkapping boven de tunnelingang (na sloop van de bestaande luifel).  De OVCP poorten blijven gedurende de bouw van de stalling volledig in dienst: o In stap 0 t/m 3 wordt het westelijk deel van de stalling gebouwd en gelden de volgende randvoorwaarden:  Aan zuidzijde van de OVCP poorten wordt voorzien een open zeecontainer waardoor de reizigersstroom veilig kan plaatsvinden. Hijswerkzaamheden vinden plaats over de zeecontainer.  De netto loopstroom door de poorten bedraagt in de bestaande situatie 4x0,6+1x0,9 = 3,3m. De bruto breedte van de loopstroom is ca. 4,3m. De doorloopbreedte door de zeecontainer is beperkt tot 2,7m.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

43/47

 De afstand tussen het hart van de poortenrij en de zeecontainer bedraagt ca. 4,5m. De buitenste poorten zijn daardoor mogelijk iets minder soepel bereikbaar.

o In de vervolgfasen is de verdiepingsvloer van het oostelijk deel van de stalling aanwezig ter bescherming van de reizigersstroom. o In de fasen 4 en 5 wordt het oostelijk deel van de fietsenstalling gebouwd en gelden de volgende randvoorwaarden:  De doorloopbreedte is t.o.v. de bestaande situatie in breedte niet beperkt, echter dient de loopstroom nu met een haakse hoek af te buigen.  De afstand tussen hart poortenrij en de afzetting van het bouwterrein bedraagt ca. 5,5m.  PS: De locatie van de KVA in tijdelijke situatie is nog niet vastgesteld (maar is denkbaar op de definitieve positie).

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

44/47

8.1.3.

Nevenproject

8.2 TVP Inventarisatie

Tijdens de bouw van de fietsenstalling vindt ook de renovatie plaats van het Weizigtpark. De fasering van de renovatie dient nader afgestemd te worden met de aannemer van de renovatie van het park. Uitgangspunt is in ieder geval dat de definitieve inrichting en bestrating van het voorplein pas plaatsvindt, nadat de bouw van de stalling is afgerond. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang:  De renovatie van het park wordt mogelijk door een andere aannemer uitgevoerd. Afspraken over scope en coördinatie dienen helder vastgelegd te worden in beide contracten.  Het voorplein wordt aanzienlijk opgehoogd. Wegens de grondeigenschappen rondom de stalling dient rekening te worden gehouden met (verschil)zettingen.  Het kappen en snoeien van bestaande bomen in het park gebeurt voor start uitvoering van de fietsenstalling. Tijdens uitvoering dient rekening gehouden te worden met het behoud van de blijvende (monumentale) bomen conform het document NB_Poster_WerkenRondBomen_2018_def_HR.PDF. In de TVP inventarisatie wordt onderscheid gemaakt tussen de spoorwerkzaamheden (buiten scope aannemer fietsenstalling) en de werkzaamheden t.b.v. de bouw van de stalling.

8.2.1.

Spoorwerk

T.b.v. de fietsenstalling moet conform OVS00030-2 ontsporingsgeleiding worden aangebracht in spoor 9 tot minimaal 10 meter voor en achter de nieuw te bouwen stalling. Voor bovengenoemde activiteiten is een TVP (Trein Vrije Periode) van maximaal 2 weken aansluitend voor spoor 9 nodig.

8.2.2.

Bouw stalling

Voor de bouw van de fietsenstalling zelf zijn weliswaar ook buitendienststellingen nodig, maar dit zijn uitsluitend KIO’s (Kleine Incidentele Onttrekking). Dit leidt tot het volgende overzicht van verwachte TVP’s: Activiteit Spoorwerk incl. geleiding, afsteunen kabelkoker en plaatsen fysieke afscheiding Uithijsen bestaande staalconstructie luifel Maken funderingspalen naast spoor 9 (oost- en west) Inhijsen stalen stabliteitsconstructie naast spoor 9 Inhijsen houten gelamineerde liggers naast spoor 9 (oost en west) Inhijsen dakframes naast spoor 9 (oost en west) Inhijsen en afmonteren glazen dakbedekking Inhijsen en monteren gevelelementen en leuningen Aanbrengen nieuw hekwerk naast spoor 9

8.3 Bijlage bouwbaarheid

Verwachte TVP Spoor 9 en wissel 506 gedurende 2 weken KIO KIO KIO KIO KIO KIO KIO KIO

Het bouwlogistiek plan is ter informatie separaat opgenomen als document behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

45/47

Bijlagen De bijlagen van het DO zijn separaat opgenomen als documenten behorende bij het aanbestedingsdossier conform de Inhoudsopgave Contract Fietsenstalling Dordrecht Krispijnzijde.

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

46/47

Colofon Opdrachtgever

Uitgave

ProRail B.V. Eline Jolink

Gemeente Dordrecht Joany Mahboeb

Provincie Zuid-Holland Monique Verweij-Peeters

Movares Nederland B.V. Kennislijn Gebouwen en Infra groep Integraal Gebouw Ontwerp B:Integraal Gebouw Ontwerp B Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht

Telefoon

030 265 55 55

Ondertekenaar

Mark van der Heijde Projectmanager

Projectnummer

MN001296

Kenmerk

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht

Integraal DO fietsenstalling Dordrecht / Proj.nr. MN001296 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 20 mei 2021

47/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/523/documents/18584