Bijlage 1 - Aanvullingen artikel 2 FUO A16 Mijlweg.pdf
Tekst van het document
Aanvullingen op artikel 2 van de FINANCIERINGSUITVOERINGSOVEREENKOMST inzake het project A16 Mijlweg te Dordrecht De ondergetekenden: De Staat der Nederlanden, gevestigd te Den Haag, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, te dezen bevoegd vertegenwoordigd door de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid te Rotterdam, de heer mr. drs. A. Driesprong, hierna te noemen “Rijkswaterstaat” en De publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Dordrecht, zetelend te Dordrecht aan de Spuiboulevard 300, vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer A.W. Kolff, daartoe ingevolge artikel 171, lid 2 Gemeentewet aangewezen, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Dordrecht, hierna te noemen "de Gemeente"; hierna tezamen te noemen “partijen”, in overweging nemende:
dat Rijkswaterstaat, de Provincie Zuid-Holland, het Stadsgewest Haaglanden, de Stadsregio Rotterdam en de Gemeente op 11 september 2009 de Samenwerkingsovereenkomst inzake de financiering en realisatie van de Top 6 van het Programma Aansluitingen Hoofdwegennet/ Onderliggend wegennet hebben gesloten; dat in aansluiting hierop Rijkswaterstaat en de Gemeente op 22 juni 2011, respectievelijk 13 juli 2011 de Financieringsuitvoeringsovereenkomst betreffende de financiering en realisatie van het project A16 Mijlweg van het Programma Aansluitingen Hoofdwegennet/Onderliggende wegennet hebben gesloten; dat hierin slechts ‘halve’ afspraken zijn gemaakt omtrent de indexering van de afgesproken bijdragen van partijen en de verrekening van eventuele subsidies; dat het wenselijk is deze afspraken aan te vullen, zodat tot definitieve afrekening van het voltooide project A16 Mijlweg kan worden overgegaan; dat gekozen wordt voor indexering van de bijdrage van de Gemeente overeenkomstig die van de maximale bijdrage van Rijkswaterstaat; dat gekozen wordt voor het wél in mindering brengen op de kosten van het project A16 Mijlweg van de subsidie van de Provincie Zuid-Holland (Manden maken), maar níet die van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, daar partijen zich destijds niet gerealiseerd hebben dat een subsidie van een ander ministerie, via de afrekensystematiek, bij de zich hier
voordoende onderuitputting, naar het Rijk terug zou vloeien en dientengevolge zou leiden tot een onredelijke verhouding tussen de bijdragen van partijen,
komen het volgende overeen: I Artikel 2 lid 2 van de Financieringsuitvoeringsovereenkomst wordt aangevuld met de volgende zin: “In geval van onderuitputting wordt bij het vaststellen van de kosten een eventuele subsidie van een andere minister dan die van Infrastructuur en Waterstaat (voorheen Infrastructuur en Milieu) buiten beschouwing gelaten.” II
Artikel 2 lid 5 van de Financieringsuitvoeringsovereenkomst wordt aangevuld met de volgende zin: “In lijn hiermee wordt de bijdrage van de Gemeente definitief vastgesteld op eveneens € 6.725.000,= exclusief btw.”
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend, te Rotterdam d.d. Rijkswaterstaat,
mr. drs. A. Driesprong
te Dordrecht d.d. de Gemeente
A.W. Kolff burgemeester