Bijdrage Dordts Patriciershuis- Notitie Gemeenteraad.pdf
Tekst van het document
Notitie ten behoeve van de leden van de gemeenteraad. Inleiding: het Dordts Patriciërshuis als “one stop shop” Met veel belangstelling hebben mijn collega’s en ik de vergaderingen van 4 en 18 november bijgewoond. Hieraan hebben wij de indruk overgehouden dat er binnen de raad in brede kring sympathie bestaat voor onze vrijwilligersorganisatie. Helaas constateren wij bij de wethouder en zeker bij het “ambtelijk apparaat” weinig bereidheid om gehoor te geven aan de amendementen van 24 september 2024, waarin de raad o.a. unaniem heeft besloten dat Het Dordts Patriciërshuis behouden dient te blijven voor Dordrecht. Alleen al het feit dat er op het gebied van erfgoed/historie in het voorstel slechts ruimte is voor 1 organisatie stelt ons diep teleur! Het Dordts Patriciërshuis is in de eerste plaats een kunstmuseum met een collectie die niet alleen door bezoekers van buiten de stad, maar zeker ook door vele Dordtenaren op waarde wordt geschat. Ter toelichting verwijs ik graag naar een recent artikel in AD De Dordtenaar. (Bijlage 1). Tot de collectie behoren onder andere twee haardstukken van de Dordtse schilder Cornelis Kuipers, die zich al circa 250 jaar in het pand bevinden.
Deze relatief onbekende schilder heeft ook twee zeer fraaie bloemstillevens gemaakt, die wij een flink aantal jaren geleden een half jaar hebben uitgeleend aan het Dordrechts museum.
Uiteraard is het Dordts Patriciërshuis ook een erfgoedorganisatie met diverse fraaie stijlkamers. De ronde Maaskamer wordt door kunsthistorici in binnen- en buitenland aangemerkt als één van de mooiste van het land en is reeds diverse malen prominent te zien geweest in een aantal TVprogramma’s. Zoals ik heb aangegeven tijdens mijn inspreekbijdrage van vorig jaar was dit voor ons één van de belangrijkste redenen om het pand open te stellen voor het publiek. Om te voorkomen dat u deze moet opzoeken in het inmiddels meer dan vuistdikke dossier voeg ik deze bij (Bijlage 2). Daarin kunt u lezen dat wij helemaal niet van plan waren om een museum te beginnen en zeker niet om een subsidie aan te vragen. Ook liefhebbers van geschiedenis kunnen bij ons terecht. Onder grote belangstelling is vorig jaar de première gehouden van de film “Een huis vol verhalen”. De film “Het ontstaan van het Koninkrijk” sluit hier naadloos op aan. Door het al jarenlang ontbreken van een marketingbudget is het voor ons echter heel lastig om hieraan meer bekendheid te geven. De op zijn zachtst gezegd weinig flexibele opzet van het raadsvoorstel heeft tot gevolg dat wij met de collega’s van museum 40-45 in concurrentie moeten treden om 1 beschikbare plaats in het stelsel. Zonder hen iets tekort te willen doen zien wij de afloop van deze eventuele strijd met vertrouwen tegemoet.
Waarschijnlijk net als zij betreuren wij het echter ten zeerste dat het zover moet komen dat deze strijd volgens het College kennelijk nodig is en dan ook nog voor een zeer beperkt bedrag van € 35.000, ofwel 0,5% van de totale begroting!
Begroting Nu het woord begroting is gevallen ga ik hieronder nader in op de financiële toekomstverwachtingen van onze organisatie. Wij waarderen het zeer dat er in de raad wederom beweging is gekomen om onze organisatie te steunen. Volkomen begrijpelijk werd er door diverse partijen de wens geuit om onze wens financieel te onderbouwen. Het door onze stichting benodigde bedrag van € 75.000 komt natuurlijk niet uit de lucht vallen en is gebaseerd op bijgevoegde begroting (Bijlage 3). Zoals u hierin kunt zien en zoals vermeld tijdens mijn laatste inspreekbeurt moeten onze vrijwilligers dan nog steeds keihard blijven sjouwen met tafels en daarnaast jaarlijks meer dan 100 bruidsparen blijven ontvangen. Zeker aan dit laatste aspect hangt een enorme administratie vast; als dit met betaalde krachten zou moeten worden verricht blijft er van de opbrengst nauwelijks iets over. Het was niet mijn bedoeling om een zalenverhuurcentrum te beginnen maar als we hiermee de continuïteit van ons museum kunnen waarborgen is dit voor ons acceptabel, mits de gemeente ook structureel bovengenoemd bedrag beschikbaar stelt. De kosten van ons museum bestaan voor een groot deel uit huisvestingskosten. Ondanks het feit dat ik 4 mede-bestuursleden heb en dus zeker geen doorslaggevende stem heb in het bestuur heeft onze toenmalige voorzitter Prof. Dr.
Frans Sonneveldt op mijn verzoek reeds in 2011 contact gezocht met de belastingdienst met de vraag de huurwaarde van het pand te taxeren. Sindsdien breng ik de stichting het door de belastingdienst getaxeerde bedrag aan huur in rekening, vermeerderd met de jaarlijkse indexatie. Zoals ik tijdens uw vergadering van 4 november heb medegedeeld heeft de gemeente voorafgaand aan het toekennen van de (naar nu blijkt) eenmalige overbruggingssubsidie een zeer uitgebreid onderzoek verricht. De manier waarop het “ambtelijk apparaat” heeft gemeend te moeten aanpakken is ons echter volstrekt in het verkeerde keelgat geschoten! Omdat wij ons er terdege van bewust zijn dat wij de vragende partij zijn hebben wij er geen enkele moeite mee dat ons in dit kader vele schriftelijke vragen zijn gesteld, die wij allemaal op zeer korte termijn
hebben beantwoord. Tot deze stukken behoorde uiteraard ook de correspondentie over de huur zoals eerder vermeld. Ondanks het feit dat de stichting museumregister, de instantie waar museum 40-45 nu mee te maken heeft, deze situatie al in 2014(!) heeft beoordeeld en akkoord heeft bevonden werd ondergetekende door drie ambtenaren van het team cultuur beschuldigd van belangenverstrengeling en werd “out of the blue” beweerd dat de huur te hoog was. Dit heeft niet alleen mij tot op de dag van vandaag diep gekwetst maar ook onze bij het gesprek aanwezige voorzitter en secretaris, die hiermee impliciet een brevet van onvermogen opgespeld kregen. Onze voorzitter heeft tientallen jaren ervaring in het bedrijfsleven en is daarnaast al jaren voorzitter van de Raad van Toezicht van het Maritiem museum Rotterdam en van het orkest Sinfonia aldaar. Onze secretaris is, na ook een jarenlange carrière in het bedrijfsleven, hoofd marketing en PR van het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Toen ik, enige dagen nadat wij enigszins van de teneur van het gesprek waren bekomen, de aanslag WOZ er maar eens op nasloeg bleek dat de gemeente aan het pand een huurwaarde toekende die ruim € 26.000 hoger is dan de huur die door mij aan de stichting in rekening wordt gebracht…. De grenzen van het betamelijke werden vervolgens verder overschreden toen mij werd gevraagd hoeveel ik overhield van dit huurbedrag.
Toen ik hierop antwoordde dat ik dit antwoord gezien het monumentale karakter van het pand niet kon geven moesten wij in het gespreksverslag teruglezen dat ik dit antwoord niet wilde geven. In dit kader wil ik graag benadrukken dat het pand een groot deel van volgend jaar in de steigers zal staan omdat alle dakgoten na circa 50 jaar moeten worden vervangen, er hopelijk scheuren in de aanhechting van de gevel kunnen worden hersteld en het hele pand zal worden geschilderd. We hebben de organisatoren van “Dordt in Stoom”, ook een organisatie met zeer gepassioneerde en onbezoldigde vrijwilligers, laten weten dat wij ons uiterste best zullen doen om de werkzaamheden voor dit evenement te hebben afgerond. Gezien de drukke agenda’s van diverse aannemers die bij dit project betrokken zijn en de afhankelijkheid van de weersomstandigheden kunnen wij dit uiteraard niet garanderen. De rest van het ambtelijk proces zal ik u besparen; in de slechts 5 minuten inspreektijd die mij waren gegeven heb ik subtiel verwezen naar de dikte van het dossier. Laten we het erop houden dat men op zijn zachtst gezegd niet stond te trappelen om aan het amendement van de raad te voldoen.
Subsidie of investering? Wij voelen nog steeds de steun van (een groot gedeelte van) de raad voor onze organisatie en waarderen het dat ons voor 2025 een overbruggingssubsidie is toegekend van € 35.000, ook al heeft deze u, ons en de gemeente een veelvoud aan bestede uren gekost. Zoals uit onze begroting kan worden afgeleid vormt dit iets minder dan de helft van het benodigde bedrag om tot een kostendekkende exploitatie te komen. Om dit jaar uit de rode cijfers te blijven heeft de stichting in 2025 een deel van de collectie moeten verkopen (wat in museumland als “vloeken in de kerk” wordt gezien) en o.a. het marketingbudget op nagenoeg nul gehouden. Zoals ik in de inleiding al aangaf hebben wij met veel belangstelling het verloop van de raadsvergaderingen van 4 en 18 november gevolgd. In de laatste vergadering wordt diverse malen gesuggereerd dat er in het “culturele veld” meer mogelijkheden zouden bestaan dan gemeentelijke subsidies. Zoals wij in één van de vele mailwisselingen met de gemeente al hebben aangegeven is dit onjuist. Zou dit anders zijn dan hadden wij geen subsidie hoeven aanvragen en dit, zeker gezien bovengenoemde ervaringen, liever op een andere manier hebben opgelost. Met inmiddels 14 jaar ervaring is ons gebleken dat er vele fondsen zijn die
projectfinancieringen verstrekken. Zoals de naam al suggereert moeten met deze bedragen andere partijen worden betaald die het project uitvoeren. In de afgelopen jaren heeft het Dordts Patriciërshuis al tientallen van dit soort financieringen mogen ontvangen en daarmee vele eenmalige projecten kunnen financieren. Zoals vaak blijkt echter dat de vraag vele malen groter is dan het aanbod en dat je als klein museum moet concurreren met grote musea die hiervoor zelfs aparte personeelsleden in dienst hebben. Er is geen enkel fonds dat exploitatietekorten financiert dus hopelijk zal de discussie in de raadsvergadering van 16 december niet worden beïnvloed door onjuist aannames op dit gebied. Ook werd gesuggereerd dat Dordrecht reeds over voldoende musea beschikt en dat een deel van de middelen beter kunnen worden besteed aan andere zaken. Nu de sluiting van het Onderwijsmuseum definitief lijkt en diverse raadsleden ongevraagd hebben aangegeven dat het Hof van Nederland (wat formeel een ander dossier is) naar hun mening beter kan worden gesloten blijft er van dit standpunt weinig meer over. In de vele documenten die wij reeds vorig jaar hebben aangeleverd hebben wij uitvoerig betoogd dat het Dordts Patriciërshuis een unieke plek inneemt in de stad.
In het Dordrechts museum wordt, gezien de breedte van de collectie, slechts in een klein aantal ruimtes aandacht besteed aan 18de eeuwse kunst, bij ons in het hele pand! Huis van Gijn beschikt over een fraaie tuin maar niet over een grote kelder en al helemaal niet over een unieke ronde kamer met dito uitzicht. Bovendien worden daar geen tentoonstellingen georganiseerd en belichten zij een periode van een eeuw later dan die in ons museum. In welke stad vind je op loopafstand van elkaar twee huismusea die elkaar zo mooi aanvullen? In de vergadering kwam ook nog aan de orde dat elke investering in cultuur doorgaans leidt tot een veelvoud aan economische “spin o ”. Ook dat argument hebben wij vermeld in één van de vele stukken die zijn toegevoegd in het kader van de vele vergaderingen die vorig jaar over de cultuurnota zijn gehouden. Het gebeurt regelmatig dat groepen, die een rondleiding hebben geboekt, daaraan voorafgaand gaan lunchen in de stad of na afloop gaan dineren. Ook boeken onze bezoekers, gezien het (tot op heden) grote museumaanbod in een relatief kleine stad als Dordrecht, steeds vaker een overnachting. Het zal u inmiddels nauwelijks meer verbazen dat wij ook op deze argumenten, waarin ook verbanden zijn gelegd met andere beleidsterreinen in de gemeente, geen antwoord hebben gekregen. Als in de brief van de gemeente d.d.
27 maart 2024 (zie de stukken behorend bij de behandeling van de cultuurnota) , die is opgesteld door de ambtenaar die aanwezig is tijdens de vergaderingen en is ondertekend door de wethouder, de “gebruikelijke” complimenten voor onze organisatie achterwege waren gelaten had de reactie op 1 bladzijde gepast…. Vele bezoekers van binnen en buiten de stad verbazen zich over de kruideniersmentaliteit van de gemeente en het feit dat er op andere onderdelen in het culturele veld miljoenen aan gemeenschapsgeld over de rand klotsen (niet mijn woorden). Als de gemeente een bedrag van € 75.000 teveel vindt om een heel museum in de lucht te houden is de stad naar onze mening geen Dordts Patriciërshuis waard. Voor dit bedrag zou een andere organisatie met pijn en moeite net 1 FTE kunnen betalen. Zoals u uit de begroting en het bovenstaande heeft kunnen afleiden ontvangen onze vrijwilligers niet alleen bezoekers, maar halen ook nog jaarlijks circa € 50.000 aan omzet uit verhuur van ruimtes binnen. Op die manier genereren wij ruim 60% aan eigen middelen, hetgeen meer is dan elk ander museum in Dordrecht en ver daarbuiten. Dit percentage stond ook vermeld in een memo van de gemeente van begin dit jaar aan het Cultureel Platform maar is nu uit de tekst onder het kopje “zakelijke kwaliteit” verdwenen….
Wij hebben aan de raadsvergaderingen de indruk overgehouden dat de raad niet erg enthousiast is over het huidige voorgestelde (functie)systeem. Mocht men daaraan niet willen tornen dan kan het Dordts Patriciërshuis daar naar onze mening vrij eenvoudig in worden ingebed door een extra functie kunstmuseum te creëren en daar een passende financiering aan te hangen. Als wij het goed hebben begrepen zien diverse partijen daarvoor mogelijkheden. Mocht dat niet het geval zijn kan altijd worden teruggevallen “kaasschaafmethode” waar de wethouder kennelijk geen voorstander van is. Onder het motto “meten is weten” hebben wij in bijgevoegde spreadsheet (zie bijlage 4) de gevolgen voor de overige organisaties zowel in geld als procentueel weergegeven. Omdat de inspreker namens DJS heeft aangegeven niet uit de voeten te kunnen met de hoogte van de huidige subsidie hebben wij deze in deze berekening bij wijze van voorbeeld gesteld op € 40.000. Zoals u kunt zien bedraagt de korting bij toepassing van deze methode voor de overige organisaties slechts iets meer dan 1%. De kop van deze paragraaf is overigens ontleend aan de column van Kees Thies in AD de Dordtenaar van 24 november j.l. Hierin merkt hij o.a. op: “Subsidie is geen gunst, maar een investering in de stad…een op zich bescheiden investering die Dordt zich best kan veroorloven”.
Tot slot Omdat men als gemeenteraad vaak slechts het “topje van de ijsberg” van een dossier te zien krijgt hoop ik de gang van zaken met betrekking tot de subsidieaanvraag van onze organisatie te hebben verduidelijkt, zodat binnenkort een weloverwogen beslissing kan worden genomen. Reeds in de zomer van 2009 heb ik een brief aan het college gestuurd waarin onze museumplannen uit de doeken werden gedaan. Na ruim een jaar taal noch teken van de gemeente te hebben vernomen werd ons in eerste instantie een gesprek met de toenmalige wethouders van cultuur en binnenstad geweigerd…. Achteraf bezien had dit al een signaal moeten zijn dat de gemeente, die tot op de dag van vandaag altijd de mond vol heeft over particulier initiatief en cultureel ondernemerschap kennelijk niet op ons zat te wachten. Op persoonlijke titel heeft de conservator van Huis van Gijn ons daarna in de avonduren geholpen met de inrichting van het pand en heeft het Dordrechts museum onze stichting een aantal bruiklenen verstrekt, waarna het Dordts Patriciërshuis in het najaar van 2011 eindelijk de deuren kon openen. Door de groei van de eigen collectie is het grootste deel hiervan inmiddels geretourneerd. Met het restant is dit (nog) niet gebeurd omdat deze stukken anders toch maar in het depot zouden terugkeren.
Na bijna 15 jaar ploeteren is ons “museumproduct” af en hopen wij volgend jaar niet alleen ons jubileum te kunnen vieren maar ook de opname in de Dordtse Culturele Basis, met bijbehorende financiering. Mocht ook de raad van mening zijn dat een jaarlijks bedrag van € 75.000 teveel gevraagd is dan accepteren wij dat en heb ik eindelijk ruimte om meer tijd te besteden aan mijn gezin, vrienden en klanten, die de afgelopen jaren veel aandacht tekort zijn gekomen (Eén van mijn beste vrienden, overigens vanaf de start een trouw donateur aan de museumstichting, noemt mij al jaren Don Quichotte….) Ondanks de financiële zorgen en tegenwerking van diverse kanten heb ik er samen met onze vrijwilligers veel plezier aan beleefd om vanuit het niets een huismuseum te starten. Tot op heden ben ik in al die jaren niemand tegengekomen die iets vergelijkbaars heeft gedaan; het was en is dus pionieren. De museumvereniging heeft dit reeds in 2014 gehonoreerd met de o iciële museumstatus; de “gevestigde orde” lijkt hier meer moeite mee te hebben. Sinds onze “noodkreet” van alweer bijna 3 jaar geleden aan de gemeente ben ik dit plezier grotendeels
kwijtgeraakt. Zonder ons hierbij een “Calimero-rol” te willen aanmeten moet mij van het hart dat de contacten met (en in het bijzonder de negatieve, argwanende en insinuerende houding van) het ambtelijk apparaat en het college mijn mede-bestuursleden en mijzelf zeer veel energie hebben gekost. Dit heeft ertoe geleid dat ik in die periode niet of nauwelijks ben toegekomen aan de zaken waarvoor ik ooit een museum ben begonnen, namelijk het ontvangen van bezoekers en het geven van rondleidingen. Gelukkig kon dit grotendeels worden opgevangen door onze vrijwilligers; het voelt voor mij alsof ik niet alleen op mijzelf maar ook op hen al jaren roofbouw pleeg. Door de starre houding van de gemeente is de grens van ook hun incasseringsvermogen inmiddels wel bereikt c.q.
overschreden! Ik ben niet op zoek naar complimenten (die hebben we de afgelopen jaren al meer dan voldoende mogen ontvangen) maar wil wel mijn trots uitspreken over hetgeen wij vanaf de start met minimale middelen hebben bereikt: 4 volgeschreven gastenboeken met zeer lovende opmerkingen, 3.500 abonnees op onze halfjaarlijkse digitale nieuwsbrief en 6.500 volgers op Instagram (ruim twee maal zoveel als Huis van Gijn) getuigen daarvan! Bij een negatief besluit van de raad zullen de haardstukken van Cornelis Kuipers en de voor Nederland en ver daarbuiten unieke ronde Maaskamer waarschijnlijk weer achter gesloten deuren verdwijnen. Wij hopen dat de raad dan ieder geval expliciet wil bepalen dat onze museumstichting in 2026 een subsidie tegemoet kan zien van € 75.000, zodat ons “museumavontuur” op een waardige manier kan worden afgesloten. Volgens het team cultuur bestaat nl. geen recht op subsidie voor dat jaar. Kortheidshalve ga ik hier niet verder op in maar de mailwisseling hierover kan desgewenst worden toegestuurd. Ingeval van een positief besluit verzoeken wij de raad te bepalen dat het Dordts Patriciërshuis na opname in de Dordtse Culturele Basis duidelijk wordt vermeld op o.a. de bordjes in de stad. Enige jaren geleden was dat het geval maar opeens waren deze zonder vooroverleg weggehaald.
Onderaan de Damiatebrug op nog geen 50 meter van ons pand staat nu aan de Wolwevershaven een paal met een bordje hoe men bij Huis van Gijn kan komen…. Mede namens onze vrijwilligers wil ik u nogmaals bedanken voor alle energie die u in dit dossier heeft gestoken en u veel wijsheid toewensen tijdens de vergadering van 16 december!
Dordrecht, 7 december 2025
Laurens Gooshouwer