CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst Dordtse Dinsdag 13 mei 2025.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 13 mei 2025, gemeente Dordrecht2.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPENBARE BESLUITENLIJST DORDTSE DINSDAG – BEELD- EN OORDEELSVORMENDE COMMISSIES VAN 13 MEI 2025 Vergaderzaal 1 Johan de Witt 1. Auditcommissie 2 Vragenhalfuur 3. Vaststellen bestemmingsplan 19e herziening Dubbeldam, locatie Oranjekwartier Zuid - Raadsvoorstel Besluit De heer Van der Ven (met ondersteuning van mevrouw Diepstra) en de heer Kaijim (indieners van een zienswijze op het bestemmingsplan) spreken in en lichten de ingediende zienswijze toe. De heren Van der Ven en Kaijim pleiten ervoor om de twee panden met dubbele woningen (Dubbeldreef 47, 49, 51 en 53) buiten de planontwikkeling te houden en deze panden niet te slopen. Zij willen in hun woningen blijven wonen en zeggen dat zij er met een verhuizing altijd op achteruit zullen gaan. Mevrouw Diepstra geeft verder aan over een document te beschikken waaruit blijkt dat deze zogenaamde 'ensemble-woningen' als gemeentelijke monumenten zijn aangewezen. De commissie bedankt de insprekers voor hun bijdragen en besluit het raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan 19e herziening Dubbeldam, locatie Oranjekwartier Zuid, als hamerstuk naar de gemeenteraad te sturen. 4. Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit Raadsvoorstel Besluit De heer Hinborch spreekt in als oud-voorzitter van de Vereniging Behoud Biesbosch.

Volgens hem wordt geen recht gedaan aan de bijzondere status van de Biesbosch (Natura 2000-gebied) door deze in de Omgevingsvisie op te nemen als onderdeel van De Staart. Aan de randen van het natuurgebied is al sprake van recreatie, maar de delen van De Biesbosch die verder van de stad afliggen, moeten behouden blijven als natuurgebieden. De heer Schreuder pleit er in zijn inspraakbijdrage voor om in het kader van woningbouw niet alleen te kiezen voor stapelen en verdichten, maar om ook woningbouw mogelijk te maken op de locatie die wordt begrensd door de Zuidendijk, Stevensweg, Oudendijk en Laantje van Middenhoeve. Qua beleving valt dit niet onder het buitengebied. Hier kunnen grondgebonden woningen worden gerealiseerd, wat elders in de stad lastiger is. Mevrouw Verleun spreekt in namens BPD Bouwfonds, Van Pelt Vastgoedmanagement en Heijmans Vastgoed.

Zij adviseert om in de Omgevingsvisie ruimte te creëren voor wonen in de polder. Net als de heer Schreuder pleit zij voor het mogelijk maken van woningbouw in 'Nieuw Dubbeldam'. Als met dezelfde dichtheid wordt gebouwd als in Sterrenburg, dan zouden er circa 900 woningen gerealiseerd kunnen worden, waarvan zo'n 300 Sociale huurwoningen. De heer Van Pelt vult aan dat bouwen in de polder nodig is om aan de vraag naar eengezinswoningen te kunnen voldoen. in het stedelijk gebied kun je die onvoldoende realiseren. De heer Gast spreekt in namens het Platform Duurzaam Dordrecht en vraagt met name aandacht voor de sociale aspecten van de Omgevingsvisie, waarbij inwoners en natuur centraal staan. Hij onderschrijft het belang van een evenwichtige ontwikkeling van stad en eiland (landschap, polder en natuur) en pleit onder meer voor een verkenning naar de mogelijkheden voor meervoudig grondgebruik bij de op- en afritten van de N3 (woningbouw, parkeren, groen, sporten). De heer Cornax (Projectleider Omgevingsvisie 2.0) geeft een ambtelijke toelichting op de volgende onderwerpen uit de Omgevingsvisie: Woningbouwlocaties en De Staart (met name Struyk Verwo-locatie). De heer Persoon (Beleidsadviseur Ruimtelijke Ordening) geeft een toelichting op het onderwerp Buitengebied en stadsrand.

Op de volgende technische vragen wordt schriftelijk antwoord gegeven: - Zijn er tussen de Merwedestraat en de rivier nog meer locaties die in eigendom van de gemeente zijn? (vraag van de heer Laban, CU/SGP) - Is er in de Omgevingsvisie iets opgenomen over het voormalige Peute-terrein; aan wat voor invulling wordt gedacht? (vraag van de heer Stolk, VSP) - Wat zijn voldoende zwaarwegende redenen om de Omgevingsvisie in de toekomst te wijzigen? En wanneer zet de gemeenteraad zichzelf klem (bijvoorbeeld door zaken waarover nog geen duidelijkheid bestaat nu wel of niet in de Omgevingsvisie op te nemen)? (vraag van de heer Van Dam-Timmers, CDA) Omwille van de tijd besluit de commissie overige technische vragen schriftelijk te laten stellen en een nieuwe beeldvormende vergadering in te plannen, waarin onder andere op deze vragen kan worden ingegaan. 5 Stand van zaken juridische procedure tegen voormalige ontwikkelaar Middenzone Gezondheidspark Besloten vergadering.

Vergaderzaal 3 Hugo Muys van Holy 1. Werkbezoek bouwplaats Dordthuis 2. Agendacommissie

3. Maasterras fase 1 - Inhoudelijke vergelijking varianten Besluit De commissievergadering bestaat uit 2 delen: in deel 1 een technische toelichting vanuit Antea en de projectorganisatie en in deel 2 gelegenheid om met Platform Weeskinderendijk en de projectorganisatie inhoudelijk over de uitkomsten van gedachten te wisselen. Deel 1 Marien Kornet (Antea Group) geeft een presentatie over de OER- beoordeling van het nieuwe stedenbouwkundig plan en de bewonersvariant van de Weeskinderendijk-oost. Hij gaat daarbij in op de volgende punten: Toelichting op de OER-methodiek, terugblik beoordeling Voorkeursalternatief (VKA), overzicht beoordeling nieuw stedenbouwkundig plan, toelichting op onderscheidende aspecten en beoordeling variant WKD-Oost. In de vragenronde worden vragen gesteld over: beoordeling luchtkwaliteit, mogelijke geluidsreductie van de A16 en Dokweg en effect op hoogbouw, grenswaarden voor geluid, of sociale veiligheid in de OER zit, mobiliteit tussen M3 en M4, stikstofuitstoot, duiding beoordeling ‘wonen’, inrichting openbare ruimte en parkeerdruk in omliggende wijken. Gemma Smid (concerndirecteur) licht de rol van de OER toe. De landelijke MERcommissie doet nog een onafhankelijke toetsing van de OER. Roelf Bollen (stedenbouwkundige) geeft een presentatie over de ruimtelijke consequenties van het behoud van de woningen Weeskinderendijk-oost.

Zij gaat daarbij in op de programmatische, ruimtelijke en (civiel)technische consequenties. In de vragenronde worden vragen gesteld over: parkeerlocaties, locaties hoogbouw, woningaantallen, noodzaak gesloten bouwblokken aan de oostzijde, consequenties voor vervolgproces als raad besluit woningen WKD te behouden, gevolgen voor procedure door eventuele RvS-procedure, de mogelijkheid van een knip in de fasering zodat het deel Weeskinderendijk-oost later uitgewerkt kan worden. Deel 2 Platform Weeskinderendijk (vertegenwoordigd door Joëlle Huiskes, Vinca Labruijere) en Ashwin Karis van Urban Space Studio) geven een reactie op de presentaties in het 1e deel van de vergadering en het proces in de afgelopen maanden. Zij geven aan dat met behoud van de woningen nog steeds een kwalitatief goed plan kan worden gemaakt met behoud van de ambities uit de gebiedsvisie en met minimaal hetzelfde aantal woningen. Na vaststelling bestemmingsplan kan er nog verder aan een ontwerp worden gewerkt waarin de bestaande woningen zijn ingepast. Iets meer onderzoekswerk is geen argument om niet voor kwaliteit te gaan met behoud van de bestaande woningen. De oproep is te blijven redeneren vanuit kwaliteit en niet vanuit kwantiteit en problemen. Waarom wordt in de OER niet vergeleken met de behoudende variant en wel met de niet haalbaar gebleken voorkeursvariant?

Er is nog steeds sprake van een ongelijk speelveld. Ontbrekende informatie had snel in beeld gebracht kunnen worden. Het wordt door de gemeente steeds moeilijk gemaakt om appels met appels te vergelijken. Het verzoek is om de financiële informatie over de varianten openbaar te maken. De projectorganisatie Maasterras geeft aan dat het college nog komt met een schriftelijke reactie op het inspiratiedocument van het Platform Weeskinderendijk en hun duiding van het proces en de OER-beoordeling. De commissie concludeert dat zij na vanavond tot op zekere hoogte een goed beeld heeft van hoe de varianten zich tot elkaar verhouden. 4. Maasterras fase 1 - Financiële vergelijking varianten / Businesscase Besloten vergadering

Vergaderzaal 5 Adriaan van Blijenburg 1. Werving en benoeming lid Rekenkamer 2. Brief aan gemeenteraad van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over Introductie Rijkscordinator PFAS regio Drechtsteden Besluit Aanwezig: Mr. J. Elsinghorst (Rijkscoördinator PFAS Drechtsteden) Dhr. R. van Zwieten (Senior Beleidsmedewerker Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat) Mevr. Van Ameijde-Poortman (Coördinator dossier Chemours/ PFAS) De kennismakingsbijeenkomst start met een korte introductie door mevrouw Elsinghorst. Zij is directeur Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat én vervult daarnaast de rol van Rijkscoördinator PFAS. Deze functie is ingesteld naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer. Mevrouw Elsinghorst schetst de omvang en complexiteit van de PFAS-problematiek in Nederland. De aanpak raakt meerdere ministeries en overheden, wat de noodzaak onderstreept van goede samenwerking. Vanuit haar rol zet zij zich in om de afstemming tussen alle betrokken partijen te verbeteren, met als doel om – vanuit de rijksoverheid – te komen tot een Europees verbod op PFAS. Tegelijkertijd wijst zij erop dat een dergelijk verbod op EU-niveau een unieke stap zou zijn: niet eerder is een reeks van producten op deze manier verboden.

De verwachting is dan ook dat zo'n verbod gepaard zal gaan met een onderscheid tussen verschillende stoffen en een langere overgangsperiode.

Zij benoemt daarnaast de bestaande governance: • Provincies, gemeenten en ministeries hebben elke twee weken ambtelijk overleg; • Tweemaal per jaar vindt bestuurlijk overleg plaats; • Door de Rijkscoördinator wordt een werkprogramma opgesteld Tot slot is er ruimte voor de commissie om vragen te stellen. Daarbij worden de volgende toezeggingen gedaan: • Toezegging 1: om meer informatie te verstrekken met betrekking tot het drinkwater en PFAS gehalte, de techniek om PFAS uit drinkwater te halen en waarom er nog PFAS in drinkwater zit. • Toezegging 2: aandacht voor de landbouwgrond en de landbouwproducten met betrekking tot PFAS. • Toezegging 3: Voor wat betreft de werknemers wordt teruggekomen op wat SZW kan betekenen en of ze als groep zijn/worden meegenomen in het grote onderzoek van het RIVM. • Toezegging 4: de Rijkscoördinator zal met RWS contact opnemen over het hanteren van verschillende PFOA normen door RWS in het project Hel- en Zuilespolder. 3. Agenderingsverzoek Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over Kennismaking rijkscoördinator PFAS Punten 2 en 3 worden gezamenlijk behandeld. 4. Inspreker over niet-geagendeerd onderwerp: ontwikkelingen AMV'ers en AZC Besluit Dhr. Markesteijn en Dhr. Van der Elst spreken in over de komst van een AZC naar Dordrecht.

Zij zijn niet tevreden met de komst van het AZC en lichten de redenen toe in aanwezigheid van raads- en commissieleden en een volle publieke tribune. Commissie stelt vragen aan insprekers, die worden beantwoord. 5. Vaststellen huisvestingsverordening 2025 - Raadsvoorstel Besluit Inspreker: De commissie start met de inspreker, de heer Van der Burgt, voorzitter van de DAS (Dordtse Adviesraad Sociaal Domein). Hij brengt de volgende punten in: • Het advies, met een reactie van het college, wordt aan de gemeenteraad gepresenteerd voor de volgende commissiebehandeling. • Er wordt aandacht gevraagd voor het inwoners- en cliëntperspectief. Het is belangrijk dat niet de systemen, commissies of regels leidend zijn, maar de belangen van de inwoners.

Na de presentatie door de ambtelijke organisatie is er ruimte voor de commissie om vragen te stellen: Woonruimteverdeling: • De huidige systematiek maakt dat de kans voor een 55-plusser om een woning te krijgen ongeveer vijf keer groter is dan voor jongeren. Om dit te veranderen, moet het systeem op basis van inschrijfduur aangepast worden. Loting is hierbij een mogelijke optie. • Kamerverhuur in particulier eigendom kan fiscale gevolgen hebben. De verordening regelt niet de communicatie hierover naar inwoners. Wel kan via de website hier aandacht aan worden besteed. • De weigeringsgronden voor splitsingsvergunningen (artikel 3.3.4.) zijn gelijk aan eerdere verordeningen en hebben als doel te voorkomen dat betaalbare woningen worden gesplitst. • De regeling voor wonen boven winkels is bedoeld om wonen boven kleinere winkelpanden mogelijk te maken, met een minimum oppervlakte van 40 m² om te voorkomen dat te kleine woningen ontstaan, wat mogelijk negatieve gevolgen heeft. De Voorstraat is voor dat deel opgenomen, waar het om kleinere winkels gaat. • De gemeente wil meer invloed op de woonruimteverdeling en is hierover in gesprek met woningbouwcorporaties, die positief staan tegenover een grotere rol voor de gemeente.

• De vijf jaar zelfbewoning, vergelijkbaar met de opkoopbescherming, is bedoeld om te voorkomen dat mensen een woning kopen om deze op te knappen en vervolgens te verhuren. Voorrangsregeling: • Er is geen voorrangsregeling binnen de voorrangsregeling. Bij elke woning die vrijkomt, bepaalt de woningcorporatie wie de woning krijgt, binnen de kaders van de voorrangsregeling. • De urgentieregeling geldt voor urgenten uit de hele regio. Er wordt gekeken naar voorkeuren en netwerken die nodig zijn om zelfstandig te kunnen wonen. Pilots: • De pilot Wonen Eerst is anders dan Housing First. Housing First is gericht op het helpen van mensen met problematiek aan een woning, terwijl Wonen Eerst een preventieve maatregel is om te voorkomen dat mensen in de opvang terechtkomen. Dit betreft mensen die geen andere hulpvraag hebben dan een woning. De criteria voor toewijzing moeten nog worden uitgewerkt. • Het project Wonen Eerst is nog niet volledig uitgewerkt, bijvoorbeeld qua aantal woningen en doelgroep. Er is echter breed draagvlak om te zorgen dat kinderen niet op straat hoeven leven, en het wordt als wenselijk gezien om dit de eerste doelgroep te maken. • De gemeenteraad bepaalt waar experimenten over gaan, het college werkt deze uit.

Voor Wonen Eerst betekent dit dat de gemeenteraad zich eerst moet uitspreken over een regeling voor mensen die dakloos zijn, maar geen hulpvraag hebben (alleen een huisvestingsvraag). Daarna kan het college de pilot opzetten en uitvoeren.

Leegstand: • De gemeente maakt zich zorgen over panden die structureel leegstaan, vanwege de mogelijke risico's van speculatie. Een leegstandsverordening, zoals die in andere gemeenten (bijv. Arnhem) bestaat, zou hierbij kunnen helpen. Handhaving: • Als er meer regelingen zijn die gehandhaafd moeten worden, moet de handhavingscapaciteit daarop worden afgestemd. Dakloosheid: • Er zijn woningen voor alleenstaande ouders gerealiseerd in de gemeente Gorinchem. Beleidsregels: • De ingangsdatum van 15 april betreft de datum waarop de verordening en de beleidsregels door het college zijn vastgesteld. De beleidsregels gaan in werking nadat de gemeenteraad de verordening heeft vastgesteld. Ruimte voor de gemeenteraad om wijzigingen aan te brengen in de verordening: • Waar de regionale samenwerking wordt geraakt, is het moeilijk om wijzigingen aan te brengen, omdat dit gevolgen heeft voor andere gemeenten en het beleid dan niet meer eenduidig en uitvoerbaar zou zijn. Lokale aanpassingen in de verordening kunnen echter wel worden doorgevoerd zonder dergelijke gevolgen. Toezeggingen: Er wordt schriftelijke beantwoording van de volgende vragen verwacht voor 20 mei: • Inzicht in het verloop en de stand van zaken van het project voor alleenstaande ouders (o.m. aantal woningen, kosten, gebruik, locatiekeuze).

• Hoe kijken we aan tegen de afbouw van de handhavingscapaciteit in relatie tot de uitvoering van de verordening? Dit ook in relatie tot mogelijke afbouw in de ombuigingen (PvdA). • Gebiedsbepaling in artikel 3.2.2. gaat over vergunningsplicht. Waarom is er een onderscheid tussen gebieden, en kan dit onderscheid verder worden toegelicht? Conclusie: De commissie besluit om op 20 mei een oordeelsvormende commissievergadering te houden. Politieke vragen die hierbij aan de orde komen, hebben betrekking op de volgende thema’s: Wooncrisis: • Draagt de huidige regelgeving optimaal bij aan het creëren van meer woningen? (GL) • Sluit de huisvestingsverordening aan bij de veranderende woonbehoeften van Dordtenaren? (GL) • In hoeverre biedt deze verordening een oplossing voor de woningcrisis, in plaats van enkel regulering? (BvD) Woonruimteverdeling:

• Is het noodzakelijk dat statushouders binnen de voorrangsregeling blijven (paragraaf die voor de hele regio geldt)? (VVD) • Is de commissie het eens met de huidige systematiek, waarbij woningcorporaties de toewijzing voor mensen met urgentie bepalen? (VVD) • (Afhankelijk van het antwoord op de vraag over handhaving, mogelijk een vervolg over de noodzakelijke handhavingscapaciteit in relatie tot de verordening). Dakloosheid: • Doet de verordening voldoende recht aan de opvang van dak- en thuislozen en het voorkomen van dak- en thuisloosheid? (GL en CU-SGP)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1012/documents/39717