CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit GDD Vaststellen Participatieverordening gemeente Dordrecht - Raadsvoorstel.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 27 januari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Vaststellen Participatieverordening gemeente Dordrecht - Raadsvoorstel1.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitnummer

2025-0128017

De DORDTSE DINSDAG – BEELD- EN OORDEELSVORMENDE COMMISSIES van de gemeente DORDRECHT ; gezien het voorstel van het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van 16 december 2025 inzake Vaststellen Participatieverordening gemeente Dordrecht;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

Aanwezig: Ambtelijke organisatie: Mevrouw Breedveld en mevrouw van Zanten-Vermeer Wethouder de Jonge Inspreker: Bij aanvang wordt ingesproken door mevrouw Duykers van het Huis van Actief Burgerschap Dordrecht. Mevrouw Duykers wil graag een verdieping op de verordening: kanteling van participatie naar gemeenschapskracht. De concrete punten die de inspreker inbrengt, staan in de bijlage bij de stukken. Politieke vragen voor de bespreking: • Biedt deze Participatieverordening voldoende ruimte, invloed en stimulansen aan de burgerinitiatieven in onze stad? (PvdA) • Hebben wij behoefte aan een publieksvriendelijke versie waaruit iedereen begrijpt hoe participatie werkt (bij voorkeur op 1 A4tje want lange ook begrijpelijke teksten worden vaak niet gelezen)? (SP) Weergave van de commissiebespreking: PvdA De PvdA verwijst naar de Handreiking van de VNG. Deze is volgens de fractie bedoeld om inwoners nog meer in hun kracht te zetten, hen ruimte te geven en hen te benaderen als een gelijkwaardige partner. De PvdA pleit voor meer vertrouwen in participatie en in de deelnemers daaraan. VVD De VVD is in hoofdlijnen akkoord met de verordening, maar plaatst daarbij vier concrete kanttekeningen. • Artikel 5 Dit artikel verplicht tot het opstellen van een participatieplan bij alle nieuwe beleidsvoorstellen. Volgens de VVD heeft dit artikel grote gevolgen voor de uitvoering.

De fractie vraagt andere fracties hier nog kritisch naar te kijken en wijst daarbij op de benodigde ambtelijke capaciteit. • Artikel 2, lid 4, sub f In dit artikel wordt gesteld dat participatie achterwege kan blijven als het belang zwaarder weegt. De VVD vraagt zich af waarom omwonenden in zo’n geval op geen enkele manier worden betrokken. Volgens de VVD mag participatie wel, maar is deze niet verplicht.

GroenLinks verwijst hierbij naar het antwoord op hun technische vraag en vraagt of dit antwoord voor de VVD afdoende is. • Artikel 4, sub g Dit artikel vraagt aandacht voor de sociale veiligheid van ambtenaren. De VVD geeft aan dat deze bepaling op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. Volgens de VVD mogen oplopende emoties geen reden zijn om inwoners uit te sluiten van participatie. In de huidige formulering lijkt het artikel te veel ruimte te bieden om inwoners die heftig reageren buiten het participatieproces te plaatsen. De VVD geeft aan dat zij, afhankelijk van de steun op deze punten van andere fracties, overweegt amendementen in te dienen bij de behandeling in de gemeenteraad. GroenLinks GroenLinks geeft aan dat de verordening voor hun fractie voldoende ruimte biedt, wat volgens hen bijdraagt aan draagvlak en betrokkenheid. De kracht van inwoners is daarbij hard nodig. GroenLinks waardeert met name de aandacht voor een meer responsieve en faciliterende rol van de overheid en kwalificeert dit als positief. Daarnaast verwijst GroenLinks naar de Handreiking van de VNG, waarin wordt benadrukt dat het voor inwoners duidelijk moet zijn hoe en waar zij hun betrokkenheid kunnen vormgeven, inclusief heldere uitleg over de mogelijkheden. Volgens GroenLinks biedt de verordening hiervoor voldoende ruimte.

Of de verordening in de praktijk ook voldoende stimulerend werkt, kan de fractie niet beoordelen; dat is vooral afhankelijk van de houding van de gemeente. Deze houding is volgens GroenLinks bepalend, maar niet iets wat je in een verordening moet willen vastleggen. CU-SGP De CU-SGP plaatst een inhoudelijke kanttekening bij het begrip participatie. De fractie vraagt zich af of ‘informeren’ wel daadwerkelijk als een vorm van participatie kan worden beschouwd, of dat dit slechts een basisniveau is dat onvoldoende recht doet aan echte betrokkenheid van inwoners. BvD BvD spreekt zich met name uit over het uitdaagrecht. De fractie mist daarbij actieve ondersteuning vanuit de gemeente voor inwoners die hier gebruik van willen maken. Ook ontbreekt volgens BvD het proactief wijzen van inwoners op het bestaan en de mogelijkheden van het uitdaagrecht. Om die reden overweegt BvD om aanvullende artikelen aan de verordening toe te voegen. Daarnaast geeft BvD aan dat de verordening na inwerkingtreding vaker geëvalueerd zou mogen worden: in de beginfase relatief kort op elkaar, en later eventueel met langere evaluatieperiodes. SP De SP geeft aan vooral aan de slag te willen met de verordening. De fractie sluit zich aan bij GroenLinks in de opvatting dat het uiteindelijk vooral draait om hoe de gemeente de verordening toepast.

De SP vraagt het college om een reactie op de punten die door de inspreker zijn aangedragen. Daarbij benadrukt de SP dat de discussie niet te juridisch moet worden gevoerd; de focus moet liggen op de praktische uitvoering en het daadwerkelijk werken met de verordening. PvdD De Partij voor de Dieren ziet participatie primair als een middel om draagvlak te creëren. De fractie heeft een aantal bedenkingen, met name bij artikelen die volgens hen beperkend kunnen werken voor participatie in lopende trajecten. Daarnaast geeft de PvdD aan dat ieder participatieproces in de praktijk experimenteel is en maatwerk vraagt. De PvdD is voorstander van een begrijpelijke en toegankelijke verordening, bij voorkeur met een publieksvriendelijke versie. In reactie op de VVD geeft de fractie aan dat niet voor ieder plan participatie noodzakelijk is. Tot slot laat de PvdD weten nog te overwegen of zij amendementen zal indienen die betrekking hebben op de genoemde bedenkingen. CDA Het CDA spreekt zich positief uit over de voorliggende verordening en ondersteunt de hoofdlijnen daarvan. VSP De VSP stelt de vraag of inwoners binnen deze verordening daadwerkelijk invloed hebben, of dat zij vooral mogen meepraten. De fractie vindt dat veel beslissingsruimte bij het college ligt en dat er veel gronden zijn om van participatie af te wijken.

Daarmee rijst volgens de VSP de vraag of echte invloed van inwoners voldoende is geborgd. Ook het uitdaagrecht is volgens de VSP in de praktijk te ingewikkeld voor inwoners. De kern van de discussie gaat voor de VSP over het daadwerkelijk delen van macht met inwoners. De fractie neemt alle ingebrachte punten mee terug naar de fractie om te bepalen hoe zij het vervolg vormgeeft.

Daarnaast geeft de VSP aan behoefte te hebben aan een publieksvriendelijke versie van de verordening. Weergave reactie wethouder Met deze verordening wordt participatie nadrukkelijker aan de voorkant van het proces geplaatst. Juist daar ligt ook de uitdaging van inwonersparticipatie. De wethouder geeft aan dat participatie altijd maatwerk is. De verordening vraagt er in ieder geval om dat bij ieder voorstel in een vroeg stadium expliciet wordt stilgestaan bij de vraag óf en hoe participatie wordt ingezet. Per project en per programma vindt een afweging plaats, waarbij wordt getoetst aan de uitgangspunten van de verordening. Ten aanzien van het uitdaagrecht geeft de wethouder aan dat dit niet nieuw is. Wel is het breder getrokken dan alleen het sociale domein. Bij het uitdaagrecht moet de uitdager duidelijk aangeven en onderbouwen wat er anders en beter kan dan de huidige uitvoering door de gemeente. De rol van de gemeente bij het uitdaagrecht verschilt van die bij overheidsparticipatie. De ondersteuning vanuit de gemeente is daarom niet hetzelfde. Uiteraard biedt de gemeente waar nodig hulp, maar tegelijkertijd vraagt het uitdaagrecht om een andere rolverdeling, waarbij het initiatief en de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de uitdager liggen.

De wethouder benadrukt dat de passage over kwetsbare groepen en de passage over orde en veiligheid heel bewust in de verordening zijn opgenomen. Deze bepalingen zijn bedoeld om kwetsbare groepen te beschermen. Waar nodig kan participatie namens deze groepen plaatsvinden, door het meegeven van duidelijke kaders. Binnen die kaders kan vervolgens wel degelijk participatie plaatsvinden. De wethouder ontraadt het dan ook nadrukkelijk om dit artikel te schrappen. In de beleidsuitvoering zal zorgvuldig worden afgewogen hoe wordt omgegaan met de belangen van kwetsbare groepen en die van omwonenden. Beide belangen verdienen aandacht en worden meegenomen in het participatieproces. De wethouder geeft aan dat de begeleiders van participatietrajecten getraind worden om de processen goed te begeleiden. Oplopende emoties van inwoners vormen in principe geen reden om hen uit te sluiten van participatie. Tegelijkertijd vindt de wethouder het zinvol om dit punt in de verordening op te nemen, omdat iedere situatie anders kan zijn. Het gaat hierbij vooral om een aandachtspunt dat meegenomen wordt bij de bespreking van de praktijk: het moet in de uitvoering passend worden toegepast en beoordeeld of de gehanteerde aanpak als passend wordt ervaren.

Reflectie van de wethouder op de inbreng van de inspreker De wethouder geeft aan dat de naar voren gebrachte punten van de inspreker niet zozeer thuishoren in de verordening zelf, maar vooral een plek moeten krijgen in de uitvoering en de bijbehorende processen. Daarnaast benadrukt de wethouder dat het niet aan de overheid is om te bepalen wie wel of niet deelneemt aan participatie. Over het al dan niet deelnemen De vraag over budget hoort volgens de wethouder bij de bevoegdheid van de gemeenteraad en kan op een later moment worden betrokken bij de besluitvorming. Toezeggingen • De wethouder zegt toe dat er een publieksvriendelijke versie van de verordening wordt opgesteld. • In de uitvoering wordt geborgd dat bij het informeren van inwoners altijd de mogelijkheid bestaat om aanvullende informatie te krijgen en vragen te stellen. Besluit/ conclusie Het raadsvoorstel wordt doorgeleid naar de gemeenteraad. Als er moties en amendementen zijn als bespreekpunt op de agenda. De commissie besluit tot 2 minuten spreektijd en dat de bespreking in de raad zich richt op moties en amendementen.

Aldus besloten in de vergadering van dinsdag 27 januari 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1090/documents/45895