CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025 - 2028 'Samen sterker door effectieve schuldenpreventie'.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 27 mei 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 12: Vaststellen beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2029 Samen sterker met effectieve schuldpreventie - Raadsvoorstel18.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

28

Ontwikkelen en delen van een voorzieningenkaart We stellen een voorzieningenkaart beschikbaar aan alle organisaties, met een overzicht van zowel landelijke als lokale regelingen. Dit helpt organisaties om inwoners gerichter te informeren over beschikbare ondersteuning en hen naar de juiste voorzieningen te begeleiden. Meer inzicht in data ‘Geldpraatje’ partners worden gevraagd om gegevens bij te houden over het aantal financiële hulpvragen en het aantal spreekuren per week. Deze data geven ons meer inzicht zodat, waar nodig, kwaliteitsverbeteringen doorgevoerd kunnen worden. Uitbreiden van de netwerksamenwerking (het kennisplatform) en organiseren van netwerkbijeenkomsten In Dordrecht hebben we een breed netwerk van stichtingen en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor inwoners met een laag inkomen. We denken hierbij aan de Voedselbank, Stichting Debster’s, stichting Anders, Quiet Drechtsteden, etc. Zij vormen de sociale kaart van Dordrecht. Om samenwerking en kennisdeling verder te stimuleren organiseren we vier keer per jaar een kennisplatform. We nodigen actief nieuwe organisaties uit voor het bestaande kennisplatform. Hierbij richten we ons ook op andere partijen, die vanuit een andere invalshoek te maken hebben met financiële dienstverlening en geldzorgen, zoals banken.

We zien dat het blijvende aandacht vraagt om te investeren in ontmoeting tussen professionals en vrijwilligers vanwege wisselingen. Samenwerking begint met elkaar leren kennen. We organiseren daarom ook twee keer per jaar een netwerkbijeenkomst. Deze bijeenkomsten bieden formele en informele organisaties een platform om ervaringen, kennis en casuïstiek te bespreken met elkaar en de gezamenlijke aanpak verder te versterken. •

Geïndiceerde preventie - Wettelijke Vroegsignalering In de komende jaren zetten we ons in om het bereik en de effectiviteit van de wettelijke vroegsignalering in Dordrecht verder te vergroten. We willen dat doen met de volgende interventies: Bereik vergroten We onderzoeken hoe we het bereik van wettelijke vroegsignalering kunnen vergroten door een doelgroepgerichte communicatieaanpak via segmentering. Naast het versturen van brieven verkennen we de inzet van SMS en e-mail als aanvullende communicatiemiddelen, waarbij de boodschap wordt afgestemd op de kenmerken en behoeften van jongeren, volwassenen en ouderen. Daarnaast bekijken we hoe we de brieven visueel aantrekkelijker kunnen maken, door QR-codes voor directe toegang tot hulpopties, iconen voor verduidelijking en meertalige ondersteuning toe te voegen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

29

We verkennen ook de mogelijkheid om een webpagina op de website van de gemeente Dordrecht te ontwikkelen, specifiek gericht op vroegsignalering. Deze pagina zou inwoners toegang kunnen bieden tot informatie over beschikbare hulp, de stappen die ze kunnen ondernemen, en verdere verwijzingen naar ondersteuning. Effecten meten en bijsturen Om de effectiviteit van de wettelijke vroegsignalering te waarborgen willen we beter gebruik maken van de tot onze beschikking staande data. Door gegevens omtrent bereik en hulpacceptatie te monitoren, kunnen we beter inzicht krijgen in de impact van onze benaderingen. Versterken van kennis en expertise Onze professionals moeten periodiek (bij)geschoold worden om stress-sensitieve dienstverlening in te zetten. Ook moeten zij op de hoogte gehouden worden van de laatste kennis en ontwikkelingen. Ook willen we ze nog beter bij de ontwikkeling van beleid en communicatie betrekken, zodat de ondersteuning nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Intensiveren van samenwerking met vastelastenpartners Een nauwe samenwerking met vastelastenpartners is essentieel binnen wettelijke vroegsignalering. Door meer vastelastenpartners te betrekken bij onze periodieke overleggen willen we de komende jaren de samenwerking verder versterken.

Onderzoek naar inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen Ten slotte gaan we de mogelijkheid onderzoeken om getrainde vrijwilligers in te zetten binnen de wettelijke vroegsignalering. Zij kunnen een belangrijke aanvulling zijn, omdat zij vaak goed ingebed zijn in de wijk en laagdrempelig contact kunnen leggen met inwoners. We hopen dat daarmee meer inwoners gebruik zullen maken van ondersteuning. We meten of we succesvol zijn met geïndiceerde preventie met de volgende indicatoren:

2023 huidige realisatie en startpunt meting

Preventiesoort

Indicator

Geïndiceerde preventie

Aantal financiële hulpvragen Geldpraatje partners op jaarbasis

Nulmeting

Geïndiceerde preventie

Aantal netwerkpartners in het armoede en schuldennetwerk (kennisplatform)

18

25

Geïndiceerde preventie

Wettelijke vroegsignalering Aantal signalen Aantal meldingen Aantal Contactpogingen Aantal keer hulp geaccepteerd:

5.752 2.851 5.584 91

n.v.t n.v.t. > landelijk gem. > landelijk gem.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

2029 (beoogd)

30

Inzet en bereik GR Sociaal

De GR Sociaal draagt naast de lokale inzet ook op regionaal niveau bij aan vroegsignalering. Dit doen we als volgt. Betalingsachterstanden De GR Sociaal voert een deel van de wettelijke vroegsignalering uit en pakt de signalen op van bijstandsgerechtigden en inwoners die recent een schuldhulpverleningstraject gevolgd hebben. Het lokale wijkteam in de gemeenten pakt de andere signalen op. Bestaanszekerheidsgesprek Een ander instrument dat ingezet wordt is het brede bestaanszekerheidsgesprek voor inwoners met een participatiewet-uitkering. Daarbij wordt ook gekeken naar de achtergrond van de problemen. Er is onder andere aandacht voor mentale problemen, het kunnen rondkomen met weinig middelen, eventuele verslavingsproblematiek etc. Vanuit de gezamenlijkheid verbinden we hierop met het wijkteam (welke ondersteuning kunnen zij bieden bij dit soort problemen) en met de Wmo voor bijvoorbeeld begeleiding. We besteden hier meer aandacht aan en wijzen actief door. Nieuwe initiatieven/activiteiten In de komende planperiode onderzoeken we of en hoe we de bestaanszekerheidsgesprekken kunnen uitbreiden naar alle inwoners die bij schuldhulpverlening bekend zijn en deze kunnen integreren met de gesprekken die bij melding schuldhulpverlening gevoerd worden (onafhankelijk van of inwoners ook een uitkering hebben).

Ook gaan we bij inwoners die we helpen met een Wmo-indicatie of bij het ontwikkelen naar werk, expliciet aandacht besteden aan eventuele financiële problematiek. We trainen medewerkers op het herkennen van de signalen. Medewerkers van schuldhulpverlening zullen op afgesproken tijden aansluiten bij deze teams, zodat kennis gedeeld wordt en er direct gespard kan worden over casussen of andere vragen. Vervolgens zorgen we voor een warme verbinding met Schuldhulpverlening, zodat zij snel kunnen handelen op de hulpvragen die er zijn. Curatie Het woord curatie zegt het eigenlijk al: curatie is genezen. Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een duurzame schuldenvrije toekomst. Om zorg te dragen voor een duurzame schuldenvrije toekomst is er niet alleen oog voor de schulden zelf maar ook voor de omstandigheden die hiermee verband te houden. Dit betekent dat er nauw samengewerkt wordt met de keten van hulpverlening en het netwerk van de inwoner. Schulden staan zoals eerder aangegeven immers zelden op zichzelf en vragen een integrale aanpak.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

31

Curatieve schuldhulpverlening bevat een breed palet aan mogelijkheden en wordt uitgevoerd aan de hand van de wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Meer informatie over de kaders en landelijke richtlijnen is opgenomen in bijlage 3 van dit beleidsplan. Uitvoering en proces Iedere inwoner die hulp wil bij zijn of haar schulden of in een financiële crisissituatie zit kan zich aanmelden bij de GR Sociaal voor schuldhulpverlening. Onder crisis wordt verstaan: een dreigende woningontruiming, afsluiting van gas- elektriciteit of water. Dit kan digitaal, persoonlijk of telefonisch. Ook partners vanuit de keten kunnen inwoners aanmelden. Na de melding worden inwoners uitgenodigd voor een eerste gesprek waar de hulpvraag wordt vastgesteld en wordt gestart met het schuldhulpverleningstraject. Een schuldhulpverleningstraject kan afhankelijk van de hulpvraag meerdere uitkomsten hebben. Zo kan het zijn dat: iemand alleen advies nodig heeft; er behoefte is aan het samen treffen van betalingsregelingen; de situatie zo problematisch is dat er een schuldregeling nodig is waarbij de schulden worden afgelost voor een overeengekomen bedrag mét kwijtschelding. We stimuleren dat lokale ketenpartner betrokken zijn bij en tijdens het curatieve gedeelte.

De aanpak van deze partijen is een aanvulling op de professionele schuldhulpverlening of kan professionele schuldhulpverlening voorkomen (zie onder preventie). Uitgebreide informatie over het schuldhulpverleningsproces is te vinden in bijlage 2. Wat hebben we bereikt (terugblik naar de afgelopen 4 jaar)? Het vorige beleidsplan ‘SamenWerken aan perspectief’ richtte zich op het voorkomen, beheersbaar maken en oplossen van financiële problemen en schulden in combinatie met de omstandigheden die hiermee samenhangen. Dit plan was tot stand gekomen in de coronatijd, waarbij we verwachtten dat de armoede- en schuldenproblematiek in Nederland zou toenemen. De verwachte boeggolf is uitgebleven, maar wel werd Nederland kort na afloop van de coronacrisis geconfronteerd met toenemende inflatie en hoe energieprijzen. Dit heeft ervoor gezorgd dat meer huishoudens in de financiële problemen zijn gekomen. Daarnaast zorgt de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving, voorzieningen en regelingen ervoor dat inwoners de grip op hun financiële situatie verliezen. In het vorige plan was een viertal speerpunten opgesteld waar goede resultaten op bereikt zijn, te weten Inwoners eerder en beter bereiken; Zorgen voor een makkelijk en laagdrempelig schuldhulpverleningsproces; Het wegnemen van obstakels voor bestaanszekerheid; Stabiliteit bieden en bevorderen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

32

Inwoners eerder en beter bereiken Het bereik van het aantal inwoners met (problematische) schulden is in de afgelopen jaren toegenomen. Dit vertaalt zich in een toename van het aantal gestarte schuldhulpverlenings­ trajecten in de afgelopen jaren. Het aantal gestarte schuldhulpverleningstrajecten is gestegen van 1.079 in 2020 naar 1.459 in 2023 (regionaal). Omdat we weten dat het aantal mensen dat zich meldt voor schuldhulpverlening flink lager is dan het aantal mensen met problematische schulden is dit een zeer positieve ontwikkeling. Ter illustratie landelijk hebben circa 730.000 huishoudens problematische schulden en melden een kleine 80.000 mensen zich bij schuldhulpverlening. Daarnaast is ook de gemiddelde schuld van inwoners in een schuldhulpverleningstraject in de Drechtsteden fors gedaald van een gemiddelde schuld van € 57.154 in 2020 naar € 36.019 in 2023. Zowel de stijging van het aantal trajecten als de daling van de gemiddelde schuld zijn goede indicaties dat we inwoners eerder weten te bereiken (en daardoor minder hoge schulden hebben). De inzet via vroegsignalering heeft effect gehad op het bereik. Dit geldt ook voor de nieuw opgezette samenwerking in gemeentegerichte teams onder één integrale opgave Bestaanszekerheid en de intensivering van samenwerking met o.a. partners en het werken op locatie.

Schuldhulpverleners nemen deel aan lokale overleggen, hebben veel contact met partners en collega’s binnen de opgave waar wordt samengewerkt vanuit inkomen, minimaregelingen en invordering. Voor ondernemers bieden we inmiddels specifieke hulp. We hebben voor ondernemers een samenwerking met het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ), onderdeel van de gemeente Rotterdam dat de specialistische schulddienstverlening voor ondernemers voor een aantal gemeenten uitvoert. We zorgen voor een warme overdracht en het helpt dat RBZ fysiek op het SamenWerkplein aanwezig is. Voor ex-ondernemers bieden we ook hulp bij het afronden van de boekhouding. Zorgen voor een makkelijk en laagdrempelig schuldhulpverleningsproces Het schuldhulpverleningsproces is vereenvoudigd door aansluiting bij het Collectief Schuldregelen en het Schuldenknooppunt. Door inzet van collectief schuldregelen gaan schuldeisers bij voorbaat akkoord met voorstellen wat bijdraagt aan kortere doorlooptijden. Hetzelfde geldt voor het Schuldenknooppunt, wat voorziet in snellere communicatie en uitwisseling met schuldeisers. Aandachtspunt is dat nog niet alle schuldeisers landelijk zijn aangehaakt. Verder is de samenwerking met externe schuldenbewindvoerders verbeterd door het invoeren van een structureel overleg met schuldhulpverlening over de uitvoering van adviesrecht bij schuldenbewind.

Qua resultaten scoren we hoog op het slagingspercentage van onze trajecten: van 73% in 2020 naar 94% in 2023 bij de stabilisatietrajecten en 96% bij de schuldregelingstrajecten. Ook de wachttijd is flink verbeterd door onze aanpassingen: van 77% binnen 10 werkdagen na melding uitgenodigd naar 91% in 2023.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

33

Het wegnemen van obstakels voor bestaanszekerheid De dienstverlening is stress-sensitief ingericht en alle medewerkers zijn hierin geschoold. Hierin zijn we landelijk een van de koplopers en is er zelfs een handleiding ontwikkeld voor andere gemeenten. Bij inwoners met een bijstandsuitkering én problematische schulden kan schuldhulpverlening verplicht worden gesteld. Schuldenproblematiek is een belemmering voor participeren of het deelnemen aan het arbeidsproces. Stabiliteit bieden en bevorderen Om sneller toekomstperspectief te bieden en te zorgen dat inwoners niet langdurig belemmerd worden hebben we de duur van de BKR-registratie van een schuldregeling verkort van 3 jaar naar 6 maanden. Een BKR-registratie kan een belemmering zijn voor het opbouwen van een nieuwe toekomst. Zo kan de BKR-registratie invloed hebben op het afsluiten van een telefoonabonnement of het kopen van een huis. Het verkorten van de BKR-registratie wordt slechts door enkele gemeenten toegepast waardoor we één van de koplopers zijn met dit initiatief. Momenteel is dit landelijk onderwerp van gesprek waarbij de insteek is dat elke gemeente dit gaat toepassen. Tevens is de afgelopen vier jaar de publieke uitvoering van schuldenbewind door de GR Sociaal bestendigd en onderdeel geworden van de dienstverlening op het gebied van schulden. De aanpak schuldenbewind is succesvol te noemen.

Door de stress-sensitieve aanpak en snelle koppeling met schuldhulpverlening kent deze een kortere doorlooptijd dan de gemiddelde doorlooptijd van de markt. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt bij de GR Sociaal circa 2,5 jaar tot 3 jaar ten opzichte van minimaal 5 jaar landelijk, waarbij 30% zelfs langer dan 5 jaar duurt. Wat streven we na voor de komende 4 jaar? We blijven ons onverminderd inzetten om inwoners ondersteuning te bieden bij geldzorgen en schulden en hen te helpen bij het beheersbaar maken en oplossen hiervan. We behouden daarin alle activiteiten die werken en goed lopen binnen het proces. Wanneer gekeken wordt naar landelijke ontwikkelingen op wetgevingsgebied, signalen vanuit de samenleving, schuldhulpverleners en inwoners staat het hebben van ademruimte en rust centraal, maar ook het snel krijgen van perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het is belangrijk rust en overzicht te geven en te laten zien dat er licht is aan het einde van de tunnel. Maar ook het schuldenvrij blijven en daarmee ook een betere financiële toekomst is van cruciaal belang. Inwoners moeten schuldenrust krijgen en perspectief op een duurzame schuldenvrije toekomst. Daarmee staat voor curatie de komende 4 jaar het volgende centraal in onze aanpak:

Schuldenrust: Inwoners hebben snel en eenvoudig overzicht en weten waar ze aan toe zijn. Perspectief: Inwoners hebben snel en op maat een oplossing voor hun schulden. Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten?

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

34

Voor schuldenrust zetten we de komende periode in op: Optimaliseren schuldhulpverleningsproces We willen meer snelheid brengen in de trajecten, de begeleiding van inwoners intensiveren (meer gesprekken en meer maatwerk op wat nodig is, in plaats van één geldende afspraak voor alle inwoners) en we zorgen dat er één centraal contactpersoon komt voor de inwoner. Dit is nu nog versnipperd over meerdere personen. Daarnaast werken we door aan de verdere implementatie van de landelijke afspraken basisdienstverlening, inclusief het verder implementeren van specifieke dienstverlening aan de in de basisdienstverlening genoemde doelgroepen. Beide activiteiten zijn al gestart in 2024, maar lopen door in deze planperiode. De verwachting voor de basisdienstverlening is dat hier de komende jaren (2025-2028) nog de nodige ontwikkelingen en landelijke aanscherpingen op komen. We gaan snellere trajecten realiseren door o.a. op kortere termijn een eerste gesprek te bieden, en door minder overdrachten in het proces zelf. Dit betekent voor inwoners sneller duidelijkheid en daarmee rust. Door verder te gaan werken met meer begeleiding door één centraal contactpersoon zorgen we voor overzicht en opnieuw voor rust doordat inwoners nauwer contact hebben met dezelfde persoon.

Dit sluit ook aan op de landelijke ontwikkelingen rondom basisdienstverlening (maximale doorlooptijd fasen schuldhulpverlening) en op de voorstellen vanuit eerdergenoemde onderzoeken waarbij wordt ingezoomd op het belang van het hebben van grip en overzicht. Daarnaast is het cruciaal dat ook landelijk steeds gewerkt blijft worden aan het ontlasten van mensen door continu te kijken hoe ICT (systemen) hieraan optimaal gaan bijdragen. Denk aan ontsluiting van data, de ontwikkeling van een integraal schuldenoverzicht, een landelijke pauzeknop en de doorontwikkeling van het schuldenknooppunt. Proactieve dienstverlening heeft landelijk de aandacht door onder andere het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening (dat in 2025 waarschijnlijk in werking zal treden). Waar het kan denken we proactief mee aan landelijke tafels en doen we mee aan landelijke pilots om zaken uit te proberen en te testen. Feitelijk is dit een voortzetting van de weg die we in de vorige planperiode al ingeslagen zijn. We verwachten echter ook hier in 2025-2028 nog de nodige ontwikkelingen. Achterstand betaling zorgverzekering meer dan 6 maanden Periodiek ontvangen we meldingen welke inwoners met een uitkering meer dan zes maanden achterstand op de betaling van de zorgverzekering hebben. Naar aanleiding van deze meldingen zoeken we actief contact en gaan we in gesprek.

Dit doen we vanuit het principe dat we weten dat de achterstand op de betaling van de zorgverzekering in bijna alle gevallen een indicatie is dat er problematische schulden zijn en curatieve schuldhulpverlening nodig is. Deze werkwijze zetten we ook in bij signalen van beslag op de uitkering. Samenwerking partners Niet alleen in het voortraject maar ook tijdens curatie is de samenwerking met vrijwilligersorganisaties en de keten (denk aan lokale informele partners, wijkteams, SchuldHulpMaatje, Humanitas etc.) van belang. Zij melden inwoners soms ook aan, maar staan de inwoner ook bij met hulp en ondersteuning tijdens deze fase. Deze samenwerking blijft daarom onverminderd van belang.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

35

Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: 2025 (huidige realisatie en startpunt meting)

Streven

Indicator

2029 (beoogd)

Schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekerings-­ schulden en beslagleggingen

(nulmeting begin 2025 te doen = nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust

Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op)

Voor perspectief zetten we de komende periode in op: Bereik en samenwerking Nog te veel mensen zoeken geen hulp bij het oplossen van hun schulden. De komende jaren is er dan ook wederom inzet op het vergroten van het bereik. We versterken de samenwerking met onze lokale partners en we breiden het SamenWerkplein verder uit. We maken concrete afspraken over hoe samen te werken bij individuele casussen. We ontlasten hierbij de inwoner door te zorgen voor warme overdrachten een verbinding. Deze lijn trekken we door naar de samenwerking met beschermingsbewindvoerders. We vergroten onze regierol op schulden door de samenwerking met beschermingsbewindvoerders te verstevigen (het periodieke overleg voort te zetten en afspraken te bestendigen in een convenant) en zodoende de doorstroom van schuldenbewind naar schuldhulpverlening te verbeteren. Hiermee lopen we vooruit op dit onderdeel van basisdienstverlening. Ter ondersteuning aan bovenstaande wordt er een leerlijn schuldhulpverlening ontwikkeld om de kennis over schuldhulpverlening zowel intern als bij externe partners en instellingen te vergroten. De resultaten monitoren we via de metingen van het aantal nieuw gestarte trajecten.

Aanpassingen in de dienstverlening • We intensiveren de begeleiding van inwoners tijdens de schuldhulpverleningstrajecten en zetten extra budgetcoaching en begeleiding in om inwoners een stabiele basis te geven. Dit doen we door meer gesprekken te voeren (ook telefonisch). Wat nodig is bepalen we per inwoner, in plaats van één geldende afspraak voor iedereen (maatwerk op de inwoner). We creëren hier ruimte voor door het proces aan te passen (zie ook onder schuldenrust). Zeker gezien de kortere aflosperiode is goede begeleiding essentieel om stabiliteit te bieden en terugval te voorkomen. Dit monitoren we zorgvuldig via het slagingspercentage van het stabilisatie- en het schuldregelingstraject.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

36

•

Naast het succesvol afsluiten van schuldregelingstrajecten binnen de curatie, gaan we deze planperiode ook nadrukkelijker inzetten op het succesvol doorlopen van de minnelijke trajecten en daarmee inzetten op het voorkomen van uitval gedurende trajecten.

•

Zoals eerder aangegeven zet het kabinet in op het invoeren van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. De elementen hiervan worden aan de hand van het landelijke actieplan geïmplementeerd. Elementen die reeds gerealiseerd zijn van de basisdienstverlening bestendigen we. Het gaat dan onder andere om het Convenant Lokale Overheid, laagdrempelige aanmelding, directe start begeleiding en het standaard aanbieden van een saneringskrediet.

Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: 2025 (huidige realisatie en startpunt meting)

Streven

Indicator

2029 (beoogd)

Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

10% meer inwoners met schulden hebben een hulp­ aanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

20% meer inwoners met schulden hebben een hulp­ aanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten

In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatie-­traject* afgesloten

Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraject

In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelings-traject afgesloten**

In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuld-regelingstraject afgesloten**

Perspectief

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject

nulmeting begin 2025 te doen, nog niet eerder gemeten

85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond

* Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ** Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp-verklaring wordt afgegeven.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

37

6. Jongeren op de rit In Dordrecht hebben we een specifieke aanpak voor jongeren met schulden. De aanpak is een samenwerking tussen het sociaal wijkteam en de GR Sociaal. De aanpak bestaat uit: 1. De schulden van jongeren worden in één keer overgenomen door middel van een saneringskrediet; 2. Het bedrag van het saneringskrediet wordt door de jongere in termijnen terugbetaald; 3. De jongere krijgt integrale trajectbegeleiding op andere leefgebieden zoals onderwijs en werk, om te werken aan perspectief voor de lange termijn. De aanpak Jongeren op de rit valt onder beleidsprogramma Glansrijke toekomst. Probleemgerichte preventie (nazorg) Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject bieden wij nazorg op maat, een essentieel onderdeel van schuldhulpverlening. Deze ondersteuning helpt inwoners bij de start van een schuldenvrij leven, bevordert financiële zelfredzaamheid en voorkomt terugval. Daardoor zijn zij beter voorbereid op eventuele financiële veranderingen in de toekomst. In het licht van kortere aflostermijnen en de mentale belasting die schuldenproblematiek kan meebrengen, is nazorg belangrijker dan ooit. Welke interventies hebben we de afgelopen 4 jaar succesvol ingezet In het blauwe kader wordt de huidige werkwijze vanuit de GR Sociaal nader toegelicht. In Dordrecht zijn de GR Sociaal, SchuldHulpMaatje en Humanitas thuisadministratie betrokken bij nazorg.

De GR Sociaal bereidt inwoners tijdens het traject al voor op een goede uitstroom en eventuele nazorg. Dit start een half jaar voordat ze klaar zijn met het aflossen van hun schulden via het schuldregelingstraject. Samen met de inwoner wordt er een plan opgesteld waar gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Indien uit dit plan blijkt dat er behoefte is aan ondersteuning vanuit de keten, wordt de keten betrokken. Op deze manier wordt gezorgd voor een warme overdracht via een driegesprek tussen de inwoner, (lokale) partner en schuldhulpverlener. In de periode die volgt wordt er samen opgetrokken door de (lokale) ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien er wederom hulp tijdens of na afloop van nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit altijd beschikbaar. Regionaal is gemeten in hoeveel gevallen er terugval is en iemand binnen 5 jaar zich opnieuw meldde. In 2023 bedroeg dit 21%.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

38

Welke interventies gaan we de komende 4 jaar inzetten of voortzetten? In de komende vier jaar zetten we in op het uitbreiden van de nazorgaanpak. De onderstaande interventies moeten inwoners niet alleen helpen bij het behoud van een schuldenvrije situatie, maar ook een blijvende verbetering in hun financiële zelfredzaamheid realiseren: •

Uitbreiden ketenpartners voor nazorg We onderzoeken de mogelijkheid om de samenwerking rondom nazorg verder uit te breiden, waarbij we nog meer oog hebben voor de sociale gevolgen van schuldenproblematiek. Momenteel zijn Humanitas Thuisadministratie en SchuldHulpMaatje actief betrokken bij het nazorgproces. We willen samen met de GR Sociaal en de andere ketenpartners die zijn aangesloten bij ‘Geldpraatje’ (zoals het Wijkteam, Bureau Sociaal Raadslieden, Buurtwerk, het Financieel Hulphuis, het Juridisch Loket, Wijkwinkel Krispijn, Wijkwinkel Sterrenburg, De Alliantie Dordrecht en de Formulierenbrigade De Staart, Vogelbuurt en Crabbehof) onderzoeken welke verbeteringen mogelijk zijn in het nazorgtraject waarbij we nog meer oog hebben voor de sociale gevolgen van de schuldenproblematiek. Met deze bredere benadering beogen we om nog meer maatwerk en ondersteuning te bieden in de nazorgfase.

•

Onderzoek naar oorzaken van recidive Samen met de GR Sociaal onderzoeken we de meest voorkomende oorzaken van recidive bij inwoners die eerder een schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen. Dit onderzoek richt zich op het identificeren van doelgroepen die vaker terugvallen in schulden en het achterhalen van de onderliggende factoren. Op basis van deze inzichten willen we gerichte interventies ontwikkelen die specifiek aansluiten bij de behoeften van deze risicogroepen, om herhaling van schuldenproblematiek zo veel mogelijk te voorkomen.

•

Nazorg voor inwoners die het schuldhulpverleningstraject niet afronden We onderzoeken de mogelijkheid om te starten met het aanbieden van nazorg aan inwoners die om uiteenlopende redenen hun schuldhulpverleningstraject niet succesvol hebben afgerond. In het bijzonder willen we ondersteuning bieden aan inwoners die via het sociaal Leenfonds van Stichting Urgente Noden (SUN) een lening hebben ontvangen om hun schulden af te betalen. Deze nazorg biedt hun begeleiding bij het omgaan met nieuwe financiële uitdagingen, zodat zij ondanks de voortijdige beëindiging van hun traject toch de kans krijgen om hun financiële stabiliteit te behouden en terugval te voorkomen.

Streven

Indicator

Duurzaam

Her instroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

2025 (huidige realisatie en startpunt meting) (nieuwe nulmeting)*

2029 (beoogd) Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

39

7. Financiën De ambities uit het beleidsplan worden betaald uit lokaal budget ‘Samen tegen armoede’. Daarnaast zijn er programmakosten en de apparaatskosten van de schuldhulpverlening uitgevoerd door de GR Sociaal. De begroting van de GR Sociaal is regionaal. De programma- en uitvoeringskosten worden definitief verdeeld op basis van het aantal lopende trajecten. Deze kosten worden over de gemeenten verdeeld, naar verhouding van het aantal lopende trajecten in dat specifieke jaar. Dit hoofdstuk financiën gaat uit van de huidige situatie, begroting 2025 en meerjarenbegroting 2025 t/m 2028 en is onder voorbehoud van eventuele ombuigingen en bezuinigingen. Lokaal budget preventie, vroeg(tijdig)signaleren en nazorg De interventies uit het beleidsplan worden bekostigd uit het lokale budget voor armoede en schulden. Na afloop van het politiek akkoord, vanaf 2027 nemen de budgetten met 19% af t.o.v. 2026. We houden hier rekening mee door veel opstart en investeringskosten in 2025 en 2026 te plannen. Vooralsnog verwachten we dat we daardoor de terugloop van de budgetten het hoofd kunnen bieden. Het kabinet Schoof heeft aangekondigd dat het een uitgebreid pakket aan maatregelen op schuldenaanpak aan het voorbereiden is. Het kabinet maakt in totaal € 75 miljoen per jaar vrij voor dit pakket aan maatregelen.

Op dit moment is nog onduidelijk hoe dit pakket er precies uitziet en welke extra gelden er naar de gemeenten komen. Uw raad kan ter zijne tijd besluiten om dit extra geld toe te kennen aan het voorliggende beleidsplan. De budgetten voor de minimaregelingen (die door de GR Sociaal worden uitgevoerd) worden in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. In 2023 zijn de minimaregelingen verruimd. Vanaf 2027 vervallen de extra middelen (i.v.m. aflopen politiek akkoord) voor de verruiming. Een voorstel voor het opnieuw herijken van de minimaregeling zal separaat van dit beleidsplan aan uw raad worden voorgelegd.

Uitgaven Samen tegen armoede

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lokale aanpak armoede en schulden

300.000

300.000

200.000

200.000

Schuldenaanpak

761.491

767.433

626.989

629.575

Kinderarmoede

64.524

64.524

53.600

53.600

Werkende minima

66.365

66.365

50.000

50.000

1.192.380

1.198.322

930.589

933.175

Totaal

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

40

Inzet POK middelen ‘Robuuste rechtsbescherming’ Het kabinet heeft structureel ‘POK-middelen’ beschikbaar gesteld naar aanleiding van het rapport van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Deze middelen zijn bedoeld om samen met sociaaljuridische partners de rechtsbescherming van kwetsbare inwoners te versterken. De inzet van Bureau Sociaal Raadslieden (BSR) past geheel in de lijn van deze POK-middelen. Sociaal Raadslieden geven (gratis) advies over alles wat te maken heeft met wetten en regels en financiële zaken. De POK middelen met betrekking tot de jaarschijven 2023 t/m 2026 zijn in de begroting van het programma Samen tegen armoede opgenomen, zie raadsvoorstel ‘Vervolg Samen tegen armoede’. De middelen uit 2022 ad € 186.000,- zijn via een apart raadsvoorstel ‘Instemmen met extra laagdrempelige plekken in de wijk voor financiële vragen’ ingezet voor het continueren van de extra openingstijden van Bureau Sociaal Raadslieden (BSR). Dit is een activiteit dat goed aansluit op het doel van deze POK-middelen. De uitbreiding van de spreekuren BSR betreft twee middagen en een vrijdagochtend. Op deze wijze wordt tegemoetgekomen aan de verzoeken van cliënten om in de middag terecht te kunnen. BSR is bij uitstek de partij die inwoners de weg kan wijzen in het woud van wetten en regelingen en informatie kan geven over de instellingen die de wetten uitvoeren.

De extra gelden voor BSR worden eveneens ingezet om trainingen en voorlichting te geven aan vrijwilligers en betaalde krachten van de wijkwinkels, formulierenhulpen en andere ketenpartners Voor jaarschijf 2027 is er nog een bedrag van € 202.000,- POK middelen Robuuste rechtsbescherming beschikbaar. Voorgesteld wordt om deze middelen voor de duur van dit beleidsplan (jaren 2027 en 2028) toe te voegen aan de begroting en hiermee de continuering van de ruimere openingstijden Bureau Sociaal Raadslieden te bekostigen.

Activiteiten

2027

2028

Totaal

Continueren extra openingstijden BSR

101.000

101.000

202.000

Dekking Decembercirculaire 2021 (jaarschijf 2027) – Rechtsbescherming

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

202.000

202.000

41

GR Sociaal Programmakosten schuldhulpverlening GR Sociaal De programmakosten bedragen in totaal € 120.000 voor de Drechtsteden (begroting 2025). Hiervan worden gefinancierd: certificering, budgettraining Da Vinci, saneringskredieten, BKR, Nederlandse schulphulproute en schuldenknooppunt.

Programmakosten Schuldhulpverlening per gemeente

Begroting 2025

Alblasserdam

€ 4.128

3,44%

Dordrecht

€ 71.052

59,21%

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 5.784

4,82%

Papendrecht

€ 8.472

7,06%

Sliedrecht

€ 10.224

8,52%

Zwijndrecht

€ 16.728

13,94%

Hardinxveld-Giessendam

€ 3.612

3,01%

€ 120.000

100,00%

Totaal

Kosten uitvoering Schuldhulpverlening GR Sociaal Voor de uitvoering die bij de GR Sociaal is belegd zijn de kosten in totaal begroot op € 8.388.698 voor de gemeenten. Het gaat dan om het uitvoeren van de gehele curatieve taak voor schuldhulpverlening en alle taken die de GR Sociaal uitvoert voor preventie en nazorg. Zie daarvoor ook het beleidsplan met alle details. Voor preventief budgetbeheer is specifiek een bedrag van € 508.405 begroot.

Toerek. App. kosten Budgetadvies en Schuldbemiddeling. Liquiditeit Alblasserdam

Begroting 2025 € 288.572

3,44%

€ 4.966.949

59,21%

Liquiditeit Hendrik-Ido-Ambacht

€ 404.335

4,82%

Liquiditeit Papendrecht

€ 592.241

7,06%

Liquiditeit Sliedrecht

€ 714.716

8,52%

Liquiditeit Zwijndrecht

€ 1.169.384

13,94%

€ 252.501

3,01%

€ 8.388.698

100,00%

Liquiditeit Dordrecht

Liquiditeit Hardinxveld-Giessendam

Totaal

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

42

Toerek. App. kosten Prev. Budgetbeh.

Begroting 2025

Liquiditeit Alblasserdam

€ 17.488

3,44%

Liquiditeit Dordrecht

€ 301.028

59,21%

Liquiditeit Hendrik-Ido-Ambacht

€ 24.505

4,82%

Liquiditeit Papendrecht

€ 35.893

7,06%

Liquiditeit Sliedrecht

€ 43.315

8,52%

Liquiditeit Zwijndrecht

€ 70.872

13,94%

Liquiditeit Hardinxveld-Giessendam

€ 15.304

3,01%

Totaal

€ 508.405

100,00%

Aanpassing programmakosten en kosten voor de uitvoering Een eventuele aanpassing van de regionale programmakosten en kosten voor de uitvoering vindt plaats via de zienswijze-procedure en de reguliere P&C-cyclus. Vooralsnog wordt op dit moment niet voorzien dat meer capaciteit nodig is om uitvoering te kunnen geven aan het regionale deel van het beleidsplan 20252028. Een aantal factoren kan deze regionale kosten wel beïnvloeden. Deze factoren kunnen o.a. zijn: • Wijziging van landelijke wet- en regelgeving; • Wijziging overige landelijke richtlijnen en vereisten (bv NVVK richtlijnen en gedragscode); • Wijzigingen in de regeling GR Sociaal zelf (bv toe of afname deelnemers of wijziging in gedelegeerde of gemandateerde taken op gebied van schuldhulpverlening); • CAO-ontwikkelingen; • Indexatie contractuele verplichtingen zoals saneringskredieten; • Een enorme toe- of afname van het aantal trajecten / inwoners met een hulpvraag. • Een gewijzigde toerekeningsystematiek van de kosten.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

43

8. Monitoring & evaluatie In dit hoofdstuk geven we een samenvatting van de interventies die we op preventief vlak inzetten. Tevens geven we inzicht in de set met indicatoren waarop we de komende vier jaar de effecten van ons beleid zullen meten. Daar waar mogelijk geven we onze ambitie weer. In een aantal gevallen starten we in 2025 met een nulmeting en bepalen we later onze ambitie. We rapporteren twee keer per jaar met een raadsinformatiebrief over de voortgang van het programma samen tegen armoede. In genoemde Raadsinformatiebrieven zullen we eveneens rapporteren over de voortgang van dit beleidsplan. Halverwege de planperiode (eind 2026) zullen we een uitgebreide evaluatie uitvoeren naar de tot dan toe behaalde resultaten. Hierin zal ook meegenomen worden welke uitwerking de politieke keuzes die uw raad gemaakt heeft met betrekking tot de budgetten voor Armoede en Schulden vanaf 2027. Interventies die we lokaal inzetten of voortzetten op preventie: Universele preventie: • Communicatiestrategie ‘Geldpraatje’; • Inzet van Geldfit; • Bestaanszekerheidsgesprekken; • Samenwerking met vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties; • Financiële educatie en preventie armoede en schulden voor jongeren; • Inzetten op preventie bij life events. Selectieve preventie: • Het bereik/ het gebruik van minimaregelingen vergroten o.a.

door bestaanszekerheidsgesprekken te voeren; • Voortzetten Geldzorgen op de werkvloer en uitbreiden naar verenigingen; • Gerichte ondersteuning voor minima via de Dordtpas; • Vergroten van de inzet van budgetcoaches. Geïndiceerde preventie: • •

Vroegtijdige signalering door een breed netwerk van maatschappelijke organisaties; De effectiviteit van vroegsignalering vergroten.

Probleemgerichte preventie (nazorg) • Uitbreiden ketenpartners voor nazorg; • Meer inzicht in meest voorkomende oorzaken recidive; • Nazorg voor inwoners die het schuldhulpverleningstraject niet afronden.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

44

Preventiesoort

Indicator

Selectieve preventie

Het gebruik van onderstaande minimaregelingen neemt toe: PMB BB SMS kinderfonds Collectieve minima polis Dordtpas volwassenen Dordtpas kinderen

2023 huidige realisatie en startpunt meting

2029 (beoogd)

3.110 2.439 3.034 pashouders met kindtegoed 5.481 polissen 7.750 pashouders 3.560 pashouders

Hoger gebruik bij een gelijkblijvende doelgroep

Met ingang van 2023 zijn de minimaregelingen tijdelijk verruimd (doelgroep en bedrag) tot en met 2026. Indien de verruiming vervalt zullen de gebruikerscijfers omlaag gaan. Met behulp van de lokale armoedescan van het CBS werken we aan meer inzicht in het bereik van de regelingen. Selectieve preventie

Minima effectenrapportage

Alle Dordtenaren kunnen rondkomen

Alle Dordtenaren kunnen rondkomen

Selectieve preventie

Aantal werkgevers dat actief is met ‘Geldzorgen op de werkvloer’ signaleren

50 werkgevers

100 werkgevers

Selectieve preventie

Het aantal verenigingen dat actief geldzorgen signaleert bij leden en vrijwilligers

Start 2025, nulmeting

30 (sport)verenigingen

Geïndiceerde preventie

Aantal financiële hulpvragen Geldpraatje partners op jaarbasis

nulmeting

Nader te bepalen

Geïndiceerde preventie

Aantal netwerkpartners in het armoede en schuldennetwerk (kennisplatform)

18

25

Geïndiceerde preventie

Wettelijke vroegsignalering Aantal signalen Aantal meldingen Aantal contactpogingen Aantal keer hulp geaccepteerd

5.752 2.851 5.584 91

n.v.t n.v.t. > landelijk gem. > landelijk gem.

Curatie/ schuldenrust/ Preventie

Gemiddelde schuld bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject

€ 36.019,-

< landelijk gem.

Curatie/ schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Curatie/ schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekerings-schulden en beslagleggingen

Start 2025, nulmeting

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

45

Curatie/ Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

Curatie/ Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten

In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten

Curatie/ Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraject

In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelings-traject afgesloten**

In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten**

Curatie/ Perspectief

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject

Start 2025, nulmeting

85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond

Probleemgerichte preventie (nazorg)

Her instroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

(nieuwe nulmeting)*

Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

Probleemgerichte preventie (nazorg)

Aantal aangesloten partners op nazorg

3

8

De GR Sociaal rapporteert over de taken die zij uitvoert periodiek via de reguliere P&C-cyclus. Indien gemeenteraden meer informatie wensen is het uiteraard mogelijk dat de GR Sociaal op uitnodiging tijdens bijvoorbeeld een raadsavond meer informatie verstrekt en met de raadsleden inhoudelijk de diepte in gaat op de uitvoering van de taken, ontwikkelingen en trends. Klanttevredenheidsmetingen Naast reguliere monitoring en rapportages wordt doorlopend bij inwoners nagegaan hoe zij onze dienstverlening ervaren en of we het goed doen. De klanttevredenheidsmetingen worden momenteel doorontwikkeld tot een meting waarbij niet alleen wordt gemeten hoe de dienstverlening is ervaren, maar ook of we onze doelen bereiken en (publieke) waarde toevoegen. Hiervoor is een generieke set vragen ontwikkeld die zich richt op de vijf waarden die belangrijk zijn voor inwoners, te weten: mensgerichtheid, heldere dienstverlening, waarde toevoegen, betrokken medewerkers en toegankelijkheid. Wanneer landelijke ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving het noodzakelijk maken om wijzigingen in het curatieve gedeelte door te voeren loopt dit de route via het bestuur van de GR Sociaal. Voor zover dit financiële consequenties kent, worden deze vroegtijdig gemeld en via een zienswijzeprocedure (gemeenteraden) voorgelegd (al dan niet via de reguliere P&C-cyclus).

Gelet op de nieuwe (of gewijzigde) indicatoren in hoofdstuk 6 zal de GR Sociaal in 2025 ook het gemeentelijke dashboard actualiseren en aanpassen, zodat gemeenten makkelijk en snel bij de cijfers kunnen. Dat doen we in samenspraak met de gemeenten.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

46

Bijlage 1 Het wettelijk kader en stelsel van schuldhulpverlening Het stelsel rondom schulden kent een wettelijke kader van vier verschillende wetten, te weten: 1. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2012); 2. de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp 1998); 3. Beschermingsbewind op grond van problematische schulden en/of verkwisting (Schuldenbewind 2014); en 4. het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (AGS 2021). De Wgs en de Wsnp betreffen de twee hoofdwetten en vormen het minnelijk (gemeentelijk) traject (Msnp) en het wettelijk traject (Wsnp). Zie ook figuur 1. De verantwoordelijkheid, toezicht op en uitvoering van deze wetten ligt versnipperd. Zo zijn er twee ministeries betrokken (Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Justitie & Veiligheid), gemeenten, de Rechtspraak en externe marktpartijen (bewindvoerders Wsnp en beschermingsbewindvoerders). De verschillende wetten staan met elkaar in verbinding maar deze verbinding is niet optimaal en behoeft verbetering. Zo is in principe de Wgs voorliggend aan de Wsnp maar zijn er uitzonderingen en is schuldenbewind bedoeld als flankerende dienstverlening met ondersteuning en doorstroom naar de minnelijke (gemeentelijke) of de wettelijke schuldsanering. Andere aanverwante wetgeving die van toepassing is, zijn o.a.

de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet (Fw) en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Naast bovengenoemd minnelijk en wettelijk traject heeft ook een aantal stelselpartijen een rol in het schuldhulpverleningssysteem. Naast de gemeente gaat het om schuldeisers, schuldenaren en rechters en bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, Wsnp-bewindvoerders, vrijwilligers en uiteraard de sociaal wijkteams en overige samenwerkingspartners. Figuur 1: Routekaart schuldhulpverleningsstelsel

Bewindvoering Niet gericht op oplossen schulden

*Bron: Rijksoverheid IBO problematische schulden 2024

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

47

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De wettelijke bepalingen omtrent de gemeentelijke (minnelijke) schuldhulpverlening zijn terug te vinden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden. In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 Preventie en hoofdstuk 5 Vroegsignalering. De Wgs is een kaderwet. Gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij binnen die kaders schuldhulpverlening bieden.

In dit beleidsplan, met een duur van ten hoogste vier jaar, moet worden aangegeven: • Welke resultaten beoogd worden; • Welke maatregelen genomen worden om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; • Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de wachttijd voor het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld; • Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven wordt vormgegeven; • Hoe schuldhulp in te richten voor gezinnen met inwonende kinderen. Kaders curatieve schuldhulpverlening Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd aan de hand van de gestelde wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Dit zijn landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, betalingsregelingen, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc.

Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd, zie ook bijlage 3 Kwaliteitseisen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

48

Bijlage 2 Fasen van schuldhulpverlening

Melding

Crisis

1e gesprek en hulpvraag

Oriëntatiefase

Info & advies

Duurzame financiële dienstverlening

Budgetbeheer

Stabilisatie

100% regeing

Schuld regeling

Aflossen Nazorg

Verzoek WSPN

Budgetcoaching

Preventie en vroegsignalering Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Met preventie wordt bedoeld het voorkomen van financiële problemen door van tevoren in actie te komen. Preventie kan ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door te proactief te handelen en aandacht te hebben voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden. Vroegsignalering Vroegsignalering is het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en hulp hiervoor aanbieden. vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. Per 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd en door deze wetswijziging is vroegsignalering een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders en drinkwaterbedrijven moet de gemeente inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden. De genoemde vaste lastenpartners zijn ook wettelijk verplicht om signalen van beginnende schulden te delen met gemeenten.

Ook dienen deze partijen voorafgaand aan het delen van signalen actie te hebben ondernomen om in contact te komen en te kijken naar een passende oplossing met de inwoner.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

49

Curatie Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een schuldenvrije én blijvende toekomst. Met problematische schulden wordt bedoeld, de situatie waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen.[2] In ieder geval de situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling). Reguliere aanvraag en crisis De schuldhulpverlening start vervolgens binnen 10 werkdagen voor een reguliere aanvraag en binnen 3 werkdagen in het geval van een crisissituatie. Bij gezinnen met kinderen waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting wordt altijd direct actie ondernomen onverlet de omstandigheden. Voor wat betreft crisisinterventie zijn er naast de afspraken over vroegsignalering in de Drechtsteden tussen gemeenten, woningcorporaties, de Dienst Gezondheid & Jeugd en de GR Sociaal specifieke afspraken gemaakt voor dreigende huisuitzettingen. Voor afsluiting van gas, water en elektriciteit geldt landelijke wetgeving die verwerkt is in landelijke convenanten van de NVVK. Naast deze werkwijze kan er tevens door schuldhulpverlening een moratorium worden aangevraagd bij de rechtbank.

Dit geeft de schuldhulpverlening de tijd om de hulpverlening en regeling op te zetten, waarbij er maximaal 6 maanden geen huisuitzetting of afsluiting mag plaatsvinden. Intake en oriëntatiefase De start is het intakegesprek waarin de hulpvraag, (schulden)situatie, motivatie en vaardigheden wordt vastgesteld. Het intakegesprek is de start van de oriëntatiefase. Deze is bedoeld om inzicht te krijgen in de financiële en persoonlijke situatie van de inwoner. Ook wordt onderzocht of er sprake is van andere bredere problematiek en of andere flankerende hulpverlening of ondersteuning nodig is. Dit alles wordt vastgelegd in een plan van aanpak waarin helder wordt aangegeven welk traject er ingezet wordt, wat er nog nodig is of moet gebeuren en het tijdspad. Na de oriëntatiefase zijn er vier mogelijke vervolgopties: • Informatie en advies: Voor de inwoner die de situatie zelf kan oplossen of wanneer er geen specifiek aanbod kan worden gedaan. •

Duurzame financiële dienstverlening: Voor het beheersbaar maken van de situatie en het voorkomen van escalatie wanneer een stabilisatietraject of schuldregeling (nog) niet mogelijk is. Dit biedt ook ondersteuning in situaties met weinig of geen perspectief op een schuldenvrije toekomst (bijvoorbeeld door fraudeproblematiek).

•

Budgetbeheer: Budgetbeheer is het (tijdelijk) beheren van de financiën van de inwoner, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

50

•

Voortraject voor schuldregeling (stabilisatietraject): Het stabilisatietraject dient als voorbereiding op een schuldregeling. Bij problematische schulden zonder verdere persoonlijke en/of financiële belemmeringen kan een schuldregeling worden ingezet.

•

100% regeling: Een betalingsregeling waarbij de schulden volledig afbetaald kunnen worden.

Schuldregeling en aflossing: saneringskrediet of schuldbemiddeling De daadwerkelijke minnelijke schuldregeling volgt op het stabilisatietraject. Tijdens de schuldregeling wordt onderhandeld en geprobeerd overeenstemming te bereiken met de schuldeisers. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het aanbod, is de schuldregeling geslaagd en gaat de inwoner gedurende 18 maanden lang aflossen. Er zijn twee vormen van schuldregeling: (1) schuldbemiddeling en (2) saneringskrediet. Beide vormen zijn in de regel op basis van finale kwijting. Dat wil zeggen alleen het deel dat de inwoner kan aflossen wordt terugbetaald en de rest wordt kwijtgescholden. De voorkeur gaat uit naar saneringskrediet vanwege: minder administratieve lasten, snellere afhandeling en meer duidelijkheid en voordelen voor de inwoner en schuldeiser. De schuldeiser kan de boeken sluiten en de inwoner kan zich bijvoorbeeld weer direct aanvullend verzekeren bij de zorgverzekeraar. In 2024 is de verhouding in de Drechtsteden ongeveer 80% saneringskrediet en 20% schuldbemiddeling. Een saneringskrediet en schuldbemiddeling kennen beide een aflostermijn van 18 maanden en op beide varianten wordt het afkoopbedrag afgelost in deze periode. Bij beide trajecten is er begeleiding gedurende de aflosperiode in de vorm van periodieke gesprekken.

Het verschil is dat bij een schuldbemiddeling door de GR Sociaal gespaard wordt gedurende de 18 maanden aflossing en periodiek na her controles wordt uitbetaald aan schuldeisers. Bij een saneringskrediet wordt het overeengekomen afkoopbedrag direct uitbetaald aan de schuldeisers via het krediet. De inwoner lost vervolgens gedurende 18 maanden het saneringskrediet af. Dwangakkoord en Wsnp Als een minnelijke schuldregeling mislukt, bijvoorbeeld door gebrek aan medewerking van de schuldeisers, wordt allereerst gevraagd aan schuldeisers om hun weigering te heroverwegen. Indien dit niet gebeurt kunnen er of dwangmiddelen vanuit de Faillissementswet ingezet worden als het dwangakkoord. In dat geval kan de rechter besluiten om de schuldeisers alsnog te dwingen mee te werken met de minnelijke schuldregeling. De laatste mogelijkheid is het indienen van het verzoek bij de Rechtbank om toegelaten te worden tot de Wsnp. Bij dit verzoek moet ook een ‘Wsnp- verklaring’ van de GR Sociaal worden ingediend. Daarmee wordt aangegeven dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

51

Om dreigende situaties als een huisuitzetting tijdens de periode van het verzoek tot toelating tot het wettelijk Wsnp-traject te voorkomen, kan bij de rechtbank een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Tot het moment van de uitspraak mogen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende dit hele proces kan budgetbeheer worden geboden: het (tijdelijk) beheren van de financiën van de klant, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden. Nazorg Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie, want door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden. Proces nazorg Zes maanden voorafgaand aan het einde van het schuldregelingstraject wordt reeds gestart met het gesprek over nazorg door hier aandacht voor te hebben tijdens het begeleidingstraject. De schuldhulpverlener stelt samen met de inwoner een plan van aanpak op waarbij gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject.

Vervolgens betrekt de schuldhulpverlener, afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek en de behoefte van de inwoner, de schuldenketen om te zorgen voor een warme overdracht. De eerste stap voor deze overdracht gebeurt via een driegesprek tussen schuldhulpverlener, schuldenketenpartner en inwoner. Schulden houden immers vaak verband met andersoortige problematiek, waardoor samenwerking en het inzetten van elkaars expertise essentieel is in de ondersteuning van kwetsbare inwoners. In de periode die volgt zal er samen worden opgetrokken door de ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien hulp van de GR Sociaal tijdens of na afloop van de nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar. Bijlage 3 Kwaliteitseisen, juridische aspecten en wachttijden (curatie) Kwaliteitseisen De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) heeft kwaliteitsnormen ontwikkeld in de vorm van de gedragscodes schuldregelen, budgetbeheer en sociale kredietverlening. De SDD is lid van de NVVK en werkt conform diens gedragscodes. De SDD is sinds 2014 in het bezit van het NVVK-certificaat. De NVVK toetst eens per drie jaar met onafhankelijke auditoren de kwaliteit van dienstverlening van haar leden.

Door de audit wordt zichtbaar gemaakt dat de leden aan alle uniforme en controleerbare kwaliteitseisen voldoen en dus kwalitatief goede schuldhulpverlening bieden. Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd. Juridische aspecten en wachttijden Sinds de invoering van de Wgs is de schuldhulpverlening een publieke taak en heeft deze een bestuursrechtelijk kader. Een besluit tot het doen van een aanbod of het afwijzen van een verzoek tot

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

52

toelating tot schuldhulpverlening en de (tussentijdse) beëindiging van een schuldhulpverleningstraject vallen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en worden kenbaar gemaakt met een beschikking. Op grond van de Awb kunnen de ontvangers van het besluit bezwaar (en beroep) aantekenen. De termijnen van de Awb gelden dus ook voor de schuldhulpverlening. De inhoud van de dienstverlening (trajecten) is privaatrechtelijk geregeld. De afspraken met de inwoner worden contractueel in een overeenkomst vastgelegd. Er zijn allerlei landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening stelt eisen aan de wacht- en doorlooptijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/891/documents/39463