CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting johan de witt gymnasium 2026-2028 (geanonimiseerd).pdf

Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs Dordrecht 24 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Brief aan gemeenteraad van Johan de Witt-gymnasium over Begroting 2026-20285.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: < > Verzonden: donderdag 22 januari 2026 13:24 Aan: , ( )< CC: < Onderwerp: Begroting JdW 2026-2028

Beste

Goo > >

,

Hierbij stuur ik jou de vastgestelde begroting van het Deze had ik ongelukkigerwijs nog niet ingestuurd. Met vriendelijke groet, Bestuurssecretariaat Ma t/m do 10.00-13.30 uur

Johan de Witt-gymnasium adres: ,

Mob.

tel.

| url: www.jdw.nl

1

-gymnasium.

Het JdW . daagt je uit!

2

JOHAN DE WITT-GYMNASIUM Oranjepark 11 3311 LP Dordrecht Tel.078-6482626

Meerjarenbegroting 2026-2028

Het JdW daagt je uit!

0

Inhoudsopgave Inleiding......................................................................................................................................................... 2

1. Toelichting op de begroting....................................................................................................................2

1.1

Opzet van de begroting 2026-2028................................................................................................... 2

1.2

Opzet van de meerjarenbegroting.................................................................................................... 3

1.3

Doelmatigheid..................................................................................................................................... 3

1.3.1 indicatoren........................................................................................................................................... 3 1.3.2 Beleidskeuzes....................................................................................................................................... 3

2.

Baten meerjarenbegroting 2026-2028............................................................................................. 4

2.1

Rijksbijdragen lumpsum..................................................................................................................... 4

2.2

Rijksbijdragen overig........................................................................................................................... 5

2.3

Rijksbijdragen SWV passend onderwijs............................................................................................ 5

2.4

Overige baten...................................................................................................................................... 5

3.

Lasten meerjarenbegroting 2026-2028 3.1 Salariskosten versus leerlingaantal.......................... 6

3.3

Huisvestingslasten.............................................................................................................................. 7

3.4

Afschrijvingen en investeringen........................................................................................................ 7

3.5

Leermiddelen........................................................................................................................................8

3.6

Overige lasten...................................................................................................................................... 8

3.8

Stelselwijzigingen............................................................................................................................... 9

4.

Aanvullende gegevens....................................................................................................................... 9

4.1

Continuïteitsparagraaf....................................................................................................................... 9

4.2

Periodieke rapportage en verantwoording................................................................................... 11

4.3

Reserves..............................................................................................................................................11

4.4

Voorzieningen................................................................................................................................... 12

4.5

Risicoanalyse..................................................................................................................................... 13

Bijlage 1:

Meerjarenbegroting 2026-2028 gecomprimeerd............................................................. 15

Bijlage 2:

Meerjarenbegroting 2026-2028 uitgebreid........................................................................15

1

Inleiding Bij de begroting van 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2028 is als uitgangspunt een prognose gemaakt van het aantal leerlingen van Stichting Johan de Witt-gymnasium voor de komende jaren. Deze prognose ligt niet in lijn met de prognose van de gemeente Dordrecht (maart 2025), maar is hoger doch reëel gezien de in- en doorstroomcijfers van de afgelopen vijf jaren binnen het JdW:

Leerlingaantallenprognose

Jaar

Gemeente Dordrecht

JdW

2026

814

784

2027

837

789

2028

846

783

Door de auditcommissie van de Raad van Toezicht zijn drie speerpunten voor de beleidsrijke begroting van 2026 afgesproken met de rector-bestuurder: •

Subsidie basisvaardigheden. Deze wordt in de jaren 2025-2027 uitgekeerd en vraagt extra personele inzet. In de meerjarenbegroting is tijdelijk extra formatie tot en met juli 2027 opgenomen.

•

Gebouw en duurzaamheid. Het groeiend leerlingaantal leidt tot vraagstukken omtrent de capaciteit van het gebouw. Het gebouw is ook nog niet op orde op het gebied van duurzaamheid, gezond klimaat en duurzaam gebruik. Het Integraal HuisvestingsPlan van de gemeente Dordrecht draagt bij, maar ook een eigen bijdrage wordt verwacht.

•

Schoolplan vanaf 2026; in de begroting wordt rekening gehouden met uitgaven die voortkomen uit het nieuwe schoolplan dat in schooljaar 2026-2027 wordt ingevoerd.

Het doel van deze begroting is om te streven naar een zo goed mogelijke aansluiting bij het schoolplan en de daarin gestelde doelen binnen de financiële mogelijkheden van de stichting. We beogen met de begrote middelen om kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bieden aan leerlingen binnen een organisatie waarin zowel personeel als ouders en leerlingen zich thuis voelen.

1. Toelichting op de begroting

1.1

Opzet van de begroting 2026-2028

De begroting is opgesteld op basis van de richtlijnen van het ministerie van OCW. De financiële begroting wordt gemaakt in het programma Anago en heeft de volgende indeling:

2

3.1 - Rijksbijdragen 3.2 - Overige overheidsbijdragen en -subsidies

3.5 - Overige baten 3 - Baten

4.1 - Personeelslasten

4.2 - Afschrijvingen 4.3 - Huisvestingslasten

4.4 - Overige lasten

4 - Lasten 6.1 - Financiële baten

6.2 - Financiële lasten 6 - Financiële baten en lasten

1 - Resultaat

1.2

Opzet van de meerjarenbegroting

Het meerjarenbeleid na 2026 gaat uit van onveranderd financieel beleid en een zo realistisch mogelijke leerlingaantallenschatting. De meerjarenbegroting omvat een periode van drie jaar.

1.3

Doelmatigheid

1.3.1

Indicatoren

De afgelopen jaren is er vanuit de Onderwijsraad advies gegeven over en door het ministerie van OCW meer aandacht geweest voor doelmatigheid in het onderwijs. De doelmatigheid van beleid geeft aan of met de ingezette financiële middelen het gewenste beleidseffect is behaald. Doelmatigheid wordt binnen de stichting onder andere meetbaar door de volgende indicatoren: -

Examenresultaten (doel: boven landelijk gemiddelde) Doorstroomresultaat (doel: 95% per leerjaar) Kwaliteit van onderwijs (doel: 100% personeel heeft ontwikkelgesprekken) Tevredenheid van leerlingen en ouders (doel: boven landelijk gemiddelde) Adequate stand van voorzieningen en reserves Liquiditeitsniveau

De meetbare en merkbare doelen zijn opgesteld in overeenstemming met het door de MR ingestemde onderwijskundig jaarplan 2024-2025.

1.3.2

Beleidskeuzes

In het schoolplan van de stichting zijn de volgende zes bouwstenen geformuleerd waarbinnen het team stappen zet: 1. Verantwoordelijkheid voor het leerproces, 2. Toetsbeleid/zicht krijgen op leren, 3. Studielast / studieplezier, 4. Persoonlijke ontwikkeling, 5. Blended learning en 6. Inrichting school, jaarplan en rooster. In de begroting is rekening gehouden met de extra inzet van junior studiecoaches en onderwijsassistenten, als onderdeel van het leerlingondersteuningsteam. De bedoeling is dat deze interventies de leerlingen bij hun leerproces en de docenten in het kader van werkdrukverlichting extra ondersteunen. Met behulp van een actie-onderzoek (afgelopen jaar een werkdrukenquête onder het personeel) volgen we de effecten van de ontwikkelingen. Voor de strategische doelen en onderliggende thema's worden, in afstemming met de Raad van Toezicht, kwaliteitsindicatoren met de rector-bestuurder afgesproken.

3

2.

Baten meerjarenbegroting 2026-2028

2.1

Rijksbijdragen lumpsum

Met ingang van 2022 heeft de bekostiging volgens een nieuw vereenvoudigd bekostigingssysteem plaatsgevonden. Het gaat hier om een bedrag per leerling en een basisbekostiging per vestiging. In dit nieuwe bekostigingssysteem krijgt de Stichting naar verhouding meer bekostigd, daarom wordt gedurende 5 jaar elk jaar een deel van de bekostiging door de Rijksoverheid ingehouden (overgangsbekostiging) om de bekostiging voor de Stichting te egaliseren. Vanaf 2026 wordt geen overgangsbekostiging meer toegepast.

De bekostiging voor 2026 is gebaseerd op het leerlingaantal per 1 oktober 2025. Voor het opstellen van de meerjarenbegroting is uitgegaan van de in afbeelding 1 weergegeven prognose van het leerlingaantal per kalenderjaar, gebaseerd op een jaarlijkse instroom van 140 leerlingen regulier. Ten opzichte van de leerlingprognose van de gemeente Dordrecht is dit een reële schatting.

Vanwege het akkoord op een nieuwe cao waarin een loonsverhoging van 4,6% in 2025 en een extra 1,2% in 2026 is opgenomen, wordt in deze meerjarenbegroting voorlopig rekening gehouden met een voorzichtige verhoging van de lumpsum van 3% in 2026 en 3,8% per jaar vanaf 2027. Hiervoor is nog geen beschikking ontvangen, maar afgaande op de berichtgeving van de VO-Raad is dit een reële inschatting.

Voor de JJBK1 en JJBK2, de kleine groepen hoogbegaafde leerlingen, is in 2026-2028 voor 14 leerlingen per leerjaar bekostiging meegenomen in deze begroting. Voor het voortbestaan van de school is het van belang dat er jaarlijks een minimum van 140 leerlingen in het reguliere programma instroomt, samen met een doorstroom van boven de 90% in de andere leerjaren. Momenteel verliest de school te veel leerlingen door uitstroom, waardoor het gewenste doorstroompercentage niet in alle leerjaren wordt behaald. Leerlingen die doubleren in de onderbouw op het Johan de Witt-gymnasium stromen (te) vaak uit naar een andere school. De doorstroom is een punt van zorg waarvoor interventies ingezet zijn.

Prognose leerlingaantallen 850

840

830

820

810

800

790 2027

2028

Prognose leerlingaantallen 2026-2028

4

2.2

Rijksbijdragen overig

Vanaf 2026 is een bedrag opgenomen voor de functiemix Randstad. Volgens de laatste berichten vanuit de Rijksoverheid is deze regeling vanaf 2026 doorgezet.

In de periode 2025-2027 wordt de subsidie Basisvaardigheden uitgekeerd door de Rijksoverheid. In samenspraak met de MR is een activiteitenplan opgesteld waarin de keuzes staan beschreven die zijn gemaakt ten aanzien van de besteding van de subsidie:

o o o o

Burgerschap Digitale geletterdheid Taal Rekenen-wiskunde

Het plan beschrijft voorts welke activiteiten worden georganiseerd en uitgevoerd op elk van de gekozen onderwerpen en de reden waarom daarvoor is gekozen. De kosten voor deze activiteiten zijn meegenomen in deze begroting.

2.3

Rijksbijdragen SWV passend onderwijs

Vanuit Stichting Passend Onderwijs Dordrecht ontvangt de stichting ook inkomsten. Deze inkomsten zijn bestemd voor het bekostigen van groeps-, school-, en individuele arrangementen en het uitbesteden van begeleiding door externen op het gebied van leerlingondersteuning. Daarnaast wordt ook een deel van de salariskosten van de coördinator leerlingondersteuning door het SWV Dordrecht bekostigd. Het uitbreiden van het eigen begeleidingsteam moet ertoe leiden dat in de toekomst minder begeleiding extern hoeft te worden ingekocht zodat de kennis en ervaring binnen de school geborgd wordt. Het betreft o.a. begeleiding gericht op executieve functies, zelfredzaamheid op het gebied van schooltaken en het ontdekken van een eigen leerstijl. Om dit financieel te kunnen organiseren wordt dit voor een deel door het Samenwerkingsverband Dordrecht bekostigd. Hierdoor kunnen leerlingen beter begeleid worden in hun ontwikkeling, hetgeen passend is bij de beloftes uit het schoolplan. Verder ontvangt de stichting volgens afspraak een bedrag van € 150.000,- per jaar voor de Johan Junior Brugklas. Deze speciale brugklas is een initiatief van onze school gericht op jonge hoogbegaafde leerlingen en is onderdeel van het dekkend aanbod van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Dordrecht.

Het is de intentie om binnen het ondersteuningsplan van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs de komende jaren de subsidie aan de Johan Junior Brugklas voort te zetten. De stichting zou dit onderwijsaanbod graag in de toekomst continueren maar dat is alleen mogelijk met financiële ondersteuning van het SWV Dordrecht. In de continuïteitsparagraaf van deze begroting wordt nader ingegaan op de financiering van JJBK.

2.4

Overige baten

De inkomsten uit vrijwillige ouderbijdragen worden vanaf schooljaar 2025-2026 niet meer geïnd via boekenfonds Iddink, maar door de school zelf via WisCollect. De ervaring leert dat de betalingsbereidheid van ouders het afgelopen schooljaar is afgenomen naar 93% betalende ouders.

5

Vanwege deze ervaring én de nieuwe manier van innen is voorzichtigheidshalve rekening gehouden met een lager percentage betalende ouders, 85%, omdat nog niet zeker is wat de invloed is van deze nieuwe manier van innen. Ook zijn er programma's voor Duits (GOETHE) en Frans (DELF) als verbredingsactiviteit naast het bestaande curriculum met bescheidener leerlingenaantallen. Voor de extra lessen DELF en Goethe wordt een vrijwillige financiële bijdrage in rekening gebracht. Hiervan worden de extra lessen deels bekostigd. De reizen voor leerlingen zijn vanaf 2025 teruggebracht naar een derde klas en vijfde klas reis, vanwege de toenemende moeilijkheden van ouders om deze reizen te bekostigen én vanwege de wetgeving die voorschrijft dat ouderbijdragen vrijwillig zijn.

De stichting biedt naast de lessen regulier Engels een extra programma Cambridge Engels aan. Met ingang van schooljaar 2025-2026 worden voor alle leerjaren geen kosten meer in rekening gebracht voor dit programma. Deze kosten zullen in de schoolexploitatie vallen en zullen worden gedekt door de Rijksbijdragen per leerling. Ouders blijven wel de kosten van de vrijwillige Cambridge Engels Examens betalen.

3.

Lasten meerjarenbegroting 2026-2028

3.1

Salariskosten versus leerlingaantal

De verwachting is dat het leerlingaantal de komende jaren zal blijven stijgen (zie paragraaf 2.1). Dit heeft te maken met de uitstroom van relatief kleine cohorten ten opzichte van een grotere stabiele instroom aan leerlingen. Ook de JJBK-klassen dragen bij aan de groei van het aantal leerlingen. Voor het berekenen van de personele lasten is bij de start van deze begroting een nulmeting gedaan, die als uitgangspunt dient.

Bij de salariskosten is in deze begroting rekening gehouden met een salarisverhoging van 4,6% tot november 2026 en een extra 1,2% vanaf november 2026, vanwege het akkoord op een nieuwe cao voor het VO.

In deze begroting is geen rekening gehouden met loonkosten ter vervanging van (langdurig) zieke collega's en uitkeringen van verzekeringen daaromtrent, omdat niet te voorspellen is of we te maken gaan krijgen met deze situatie. Op moment van begroten was geen sprake van nieuwe gevallen van langdurige afwezigheid van collega's. De formatie moet de komende jaren worden aangepast aan de beschikbare inkomsten en de begrote salariskosten vanuit de nul-meting; nadrukkelijk wordt gekeken naar wat de stichting zich kan veroorloven qua formatie en functiemix. De ruimte voor het formeren van groepen en eventuele promoties van personeel is direct afhankelijk van de beschikbare gelden voor loonkosten.

Vanaf schooljaar 2024-2025 is het begeleidingsteam uitgebreid en is ingezet op meer ondersteuning van leerlingen bij het verbeteren van de basisvaardigheden. De subsidie verbetering basisvaardigheden die het JdW ontvangt in de jaren 2025-2027 wordt niet alleen ingezet voor begeleiding door het begeleidingsteam maar ook door docenten (begeleiding en maken lesmateriaal). Vanaf schooljaar 2027-2028 zijn de subsidiegelden basisvaardigheden niet meer beschikbaar.

Er is belangstelling vanuit de schoolleiding om deel te nemen aan het initiatief NEON van het Nederlands Onderwijsinstituut voor het gezamenlijk maken en afnemen van lesmateriaal. Vanaf 2026­ 2027 kunnen de eerste versies van het nieuwe lesmateriaal worden uitgeprobeerd, dit is een testjaar. De rector-bestuurder onderzoekt de mogelijkheden om aan te sluiten bij deze coöperatie. 6

De komende jaren zullen keuzes gemaakt moeten worden betreft groepsgrootte en werkdruk maar ook betreft het aantrekkelijk houden van onze school als werkplek door promotiemogelijkheden te bieden. Het beschikbare budget is daarbij leidend. Keuzes op het gebied van promoties en aanname van nieuw personeel hebben directe invloed op de mogelijkheden voor splitsing van klassen en clusters.

3.3

Huisvestingslasten

Met ingang van 1 januari 2024 zijn de voorschriften met betrekking tot de verwerking van de kosten van het groot onderhoud in de jaarrekening aangepast. De stichting heeft ervoor gekozen het vormen van een voorziening te continueren. De wijze waarop deze is vastgesteld met de nieuwe voorschriften is afwijkend ten opzichte van de egalisatiemethode die voorheen werd gehanteerd. Om deze reden is in 2024 het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) aangepast conform de componentenmethode waarbij iedere component tijdsevenredig wordt opgebouwd en vervolgens wordt onttrokken. Deze aanpak heeft voor de begrotingen van 2026 en verder gevolgen voor de hoogte van de dotatie. Deze is afhankelijk van de componenten die in het desbetreffende jaar onderhoud nodig hebben waardoor de hoogte van de dotatie per jaar wordt vastgesteld. Daarnaast dient de voorziening hoog genoeg te zijn om over een langere periode in het groot onderhoud te kunnen voorzien. Aan de hand van het advies van een gespecialiseerd bedrijf dat ons MJOP heeft geactualiseerd en onze accountant werd de voorziening in de jaarrekening 2024 op niveau gebracht. Hiermee komt de voorziening voor het MJOP uit op ruim 2 miljoen euro. De opgenomen dotaties, gemiddeld zo'n 150K meer dan voorheen, in deze meerjarenbegroting zijn in overeenstemming met het geactualiseerde MJOP.

Door dit nieuwe systeem wordt een deel van de huisvestingslasten nu in de exploitatie opgenomen, terwijl deze in het oude systeem aan de voorziening konden worden onttrokken. Het gaat hier onder andere om jaarlijkse onderhoudscontracten. De reguliere huisvestingslasten worden hierdoor ook hoger dan voorgaande jaren.

3.4

Afschrijvingen en investeringen

Aan de afschrijvingsbedragen die in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting zijn opgenomen, ligt een investeringsplan ten grondslag. In het investeringsplan zijn de investeringen t.b.v. ICT en het restylen van de TOA(Technisch Onderwijs Assistent)-werkruimte opgenomen. Dit investeringsplan is twee jaar geleden opgesteld en wordt doorlopend geactualiseerd.

Investeringen in het kader van verduurzaming van het gebouw zijn niet opgenomen in het investeringsplan. In het integraal huisvestingsplan van de gemeente Dordrecht is hiervoor een bedrag gereserveerd dat naar verwachting (deels) inzetbaar voor dergelijke investeringen. De stichting heeft ervoor gekozen om deze werkzaamheden uit te stellen tot de middelen vanuit de Gemeente Dordrecht beschikbaar komen. Naar verwachting is dit in 2026, maar omdat er nog geen duidelijkheid bestaat over de gelden, zijn deze investeringen niet opgenomen. Als investeringen niet binnen vijf jaar worden terugverdiend, worden die niet door de Stichting gedaan omdat die uit eigen middelen moeten worden bekostigd. De afschrijvingen meubilair laten zien dat deze afschrijvingskosten met ingang van 2026 lager worden. In 2026 is een groot investeringsbedrag met betrekking tot het laboratorium voor de secties biologie, natuurkunde en scheikunde volledig afgeschreven. In 2026 zal nader bekeken worden welke investeringen in 2027 nodig zijn, om vervolgens een representatief afschrijvingsbedrag op te nemen in de begroting.

7

Investeringen

Investeringsbedrag

Restylen toa werkruimte Aanschaf touchscreens Aanschaf surfaces

€ 19.000,€ 25.000,€ 61.000,-

Afschrijvingstermijn (jaar) 12 6 4

Overzicht investeringen 2026

3.5

Leermiddelen

Met ingang van schooljaar 2025-2026 zijn we gestart met leermiddelen in eigen beheer. Het contact met onze vroegere leverancier Iddink zal beperkt worden tot het aankopen van boeken en licenties. De bedoeling is dat het aantal leermiddelen de komende jaren voor een deel afneemt en wordt vervangen door eigen materiaal dat is ontwikkeld door de docenten van de school. Een aantal secties heeft hiermee al een start gemaakt. Voor de meerjarenbegroting is een inschatting gemaakt van de te verwachte kosten. De komende jaren zal duidelijker worden wat de daadwerkelijke kosten zullen zijn voor een boekenfonds in eigen beheer. De verwachting is dat de kosten uiteindelijk lager zullen zijn dan de nu opgenomen € 160.000,-.

Voor het mogelijk maken van (extra) onderwijsontwikkeling binnen de verschillende vaksecties, is in de begroting budget vrijgemaakt. Het totale ontwikkelbudget is bijna € 24.000,-. Dit wordt bekostigd uit besparingen op schoolboeken door het boekenfonds in eigen beheer uit te voeren. Deze financiële impuls geeft de vaksecties meer ruimte om het onderwijs passend bij het schoolplan te ontwikkelen en vorm te geven. Op langere termijn zorgt dit voor minder uitgaven voor het boekenfonds. Het streven is om het boekenfonds zo efficiënt mogelijk te laten werken zodat de kosten laag blijven maar de kwaliteit op peil blijft. Voor de afdelingsleiders is voor de verschillende leerjaren een budget gecreëerd waarmee zij activiteiten uit hun afdelingsjaarplannen kunnen organiseren.

3.6

Overige lasten

De komende jaren wordt getracht de administratie- en beheerslasten stabiel te houden, uiteraard rekening houdend met inflatie. Voor het lustrum van 2028 is een bedrag van € 60.000,- begroot. De kosten voor leerlingactiviteiten zijn berekend op de geprognosticeerde leerlingaantallen. De afgelopen jaren is geconstateerd dat kosten voor de wervingsactiviteiten voor nieuwe leerlingen en de vieringen van promotie en proclamatie toenemen, daarom is in deze meerjarenbegroting € 46.500,- opgenomen voor deze posten. Bij de verzekeringen is een splitsing gemaakt tussen personele verzekeringen en overige verzekeringen. De personele verzekering (de Goudse) is opgenomen bij de personele lasten en de doorlopende verzekeringspakketten voor reizen, excursies en dagelijkse onderwijspraktijk zijn in de overige lasten opgenomen.

3.7

Resultaat

Voor de jaren 2026 en 2027 wordt een positief resultaat verwacht, hetgeen mede te danken is aan de inkomsten uit de subsidie verbetering basisvaardigheden, waarvoor een deel van de uitgaven in 2027 staan gepland. Ook telt mee dat de groei van het aantal leerlingen in 2025 in 2026 leidt tot de bekostiging van de kosten die in 2025 zijn voorgefinancierd. Voor 2028 wordt een negatief resultaat verwacht; de subsidie basisvaardigheden loopt tot en met juli 2027. Omdat het leerlingaantal blijft stijgen, hebben we opnieuw te maken met een periode van voorfinanciering die dan niet meer gedempt wordt door eenmalige subsidies: de bekostiging wordt telkens vanaf 1 januari uitgekeerd op basis van het leerlingaantal van 1 oktober van het voorgaande jaar. De verwachting is dat vanaf 2029 het leerlingaantal stabiliseert en wederom een positief resultaat kan worden gehaald.

8

Stelselwijzigingen

3.8

Voor deze begroting heeft een aantal stelselwijzigingen plaatsgevonden die erop gericht zijn de inzichtbaarheid in de begroting en jaarrekening te vergroten. Zo zijn de baten voor les- en examengeld voor Goethe en DELF en het examengeld voor Cambridge Engels geboekt op het grootboek 'inkomsten lesgeld'. Voorheen werd dit op 'leerlingactiviteiten' geboekt. De kosten voor de FG (functionaris gegevensbescherming) werden voorheen op grootboek 'juridische ondersteuning' geboekt en vanaf nu op 'bestuurs- en managementondersteuning'. De kosten voor de personeelskantine werden voorheen op het grootboek voor 'huishoudelijke kosten' geboekt in de overige lasten en worden nu geboekt op het grootboek 'koffie personeel', onderdeel van de personele lasten. De kosten voor verzekeringen zijn gesplitst naar grootboek personeelsverzekeringen (De Goudse) in de personele lasten en grootboek 'verzekeringen' (verzekeringspakketten onderwijs en reizen) in de overige lasten.

4.

Aanvullende gegevens

4.1

Continuïteitsparagraaf

In de richtlijn Jaarverslaglegging Onderwijsinstelling van het Ministerie van OCW is opgenomen dat schoolbesturen in de begroting en in het jaarverslag een continuïteitsparagraaf dienen op te nemen. Deze paragraaf bevat voor deze begroting de gegevens van 2025 en de verwachting voor de daaropvolgende twee jaar. De volgende onderdelen komen in de continuïteitsparagraaf bij de begroting aan de orde:

1. 2. 3.

Een aantal kengetallen m.b.t. de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen en het personeelsbestand Begroting 2026 en meerjarenbegroting Beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden (risicoparagraaf)

In tabel 2 staan de getallen in FTE zoals deze worden verwacht voor de komende drie jaar. Voor de functiegroepen directie, OP en OOP is het aantal FTE weergegeven, evenals de verwachte leerlingaantallen in die jaren.

1.

Prognose personele bezetting

Jaartal

2026

2027

2028

Leerlingaantal

814

837

846

fte

fte

Personele bezetting

68,13

68,38

69,18

fte

DIR

4,88

4,88

4,88

OP

45,83

46,35

47,15

OOP

17,42

17,14

17,14

Tabel 2

In tabel 3 en 4 zijn voor de komende drie jaar respectievelijk de salariskosten schoolleiding, onderwijzend- en ondersteunend personeel versus het totaal aantal leerlingen en de verhouding leerlingaantal per fte zichtbaar.

9

Personele lasten

Jaar

Leerlingaantal Kosten per leerling

2026 € 7.638.752

814 €

9.384,22

2027 € 7.888.913

837 €

9.425,22

2028 € 8.039.885

846 €

9.503,41

Tabel 3

Verhouding aantal leerlingen: 1 fte 2026

11,94

2027

12,24

2028

12,23

Tabel 4

2.

De meerjarenbegroting 2026-2028 is in bijlage 1 terug te vinden. In bijlage 2 volgt een uitgebreider versie van deze meerjarenbegroting.

3.

Belangrijkste risico's:

•

De verwachting is dat er in de periode 2026-2028 per jaar instroom is van ongeveer 150 leerlingen in het eerste leerjaar en 14 leerlingen voor JJBK1. Indien de instroom structureel ver onder de 140 leerlingen zal zijn, wordt de bekostiging dusdanig laag dat we bij verschillende secties, waar geen sprake is van tijdelijke krachten, met boventalligheid te maken kunnen krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat wij gedwongen afscheid moeten nemen van collega's. Hier zijn dan extra kosten mee gemoeid voor tenminste de transitievergoeding.

•

Voor het onderwijsprogramma Johan Junior Brugklas (JJBK) ontvangt de stichting van het SWV Dordrecht in ieder geval tot en met 2025 een bedrag ter hoogte van € 150.000,- per jaar om het programma vorm te geven. Het onderwijs aan deze kleine groep hoogbegaafde leerlingen is duurder dan een reguliere klas, doordat klassen veel kleiner zijn dan de reguliere klassen en de invulling van deze vorm van onderwijs door de vele projecten, extra begeleiding en dubbele bezetting ook meer geld kost. Om deze redenen is de bijdrage van het SWV Dordrecht van groot belang. Een structurele bijdrage van het SWV Dordrecht is nodig om het risico uit te sluiten van het structureel in dienst nemen van medewerkers op basis van incidentele gelden. Het SWV werkt aan een vernieuwde financieringssystematiek. Het nieuwe ondersteuningsplan moet nog worden vastgesteld. Daarin zal de bekostiging van JJBK voor weer 4 jaar worden bevestigd. De overheid heeft inmiddels toegezegd dat de subsidie hoogbegaafdheid structureel wordt en wordt opgenomen in de lumpsum van samenwerkingsverbanden. Aangezien het Johan de Witt-gymnasium op dit moment de enige school is die deze vorm van onderwijs aan hoogbegaafde kinderen biedt, geeft dit enigszins zekerheid dat deze bekostiging inderdaad structureel wordt. Het risico wordt daarom als beperkt ingeschat.

•

De krapte op de arbeidsmarkt neemt steeds serieuzere vormen aan. Het vinden van goed personeel kan lastig zijn. Daardoor kan het voorkomen dat nieuw aangetrokken personeel hoger wordt ingeschaald dan passend is bij de gewenste functiemix. Verder

10

kan het inhuren van personeel via detacheringsbureaus regelmatiger voorkomen waarmee de salariskosten zullen toenemen.

4.2

•

Het in 2013 gedeeltelijk en kwalitatief matig gerenoveerde monumentale gebouw vormt een risico omdat de mogelijkheid aanwezig is dat forse investeringen moeten worden gedaan in het onderhoud c.q. de reparaties van niet deugdelijk gerenoveerde onderdelen. Hierover is contact met de gemeente Dordrecht. Een deel van deze kosten zal worden vergoed door de Gemeente Dordrecht om dit risico te beperken. Daarnaast is in 2024 het Integraal huisvestingsplan van de gemeente Dordrecht vastgesteld. In dit IHP is vastgelegd dat er voor de stichting een bedrag van circa € 4.800.000,- wordt vrijgemaakt voor verdere verduurzaming van het schoolgebouw. Naar verwachting komen deze gelden medio 2026 beschikbaar.

•

Zoals in tabel 2 te zien is, zal het leerlingaantal naar verwachting ruim boven de 800 uitkomen. Dit kan druk opleveren voor het gebouw én een klein risico vormen voor de onderwijskwaliteit.

•

De reizen voor leerlingen zijn vanaf 2025 teruggebracht naar een derde klas en vijfde klas reis, vanwege de toenemende moeilijkheden van ouders om deze reizen te bekostigen én vanwege de wetgeving die voorschrijft dat ouderbijdragen vrijwillig zijn. Bij een betalingsbereidheid van minder dan 95% kunnen de reizen niet doorgaan.

Periodieke rapportage en verantwoording

In 2026 zal vier keer een kwartaalrapportage worden opgesteld. In deze rapportages wordt een voortschrijdende weergave van het desbetreffende kalenderjaar gepresenteerd. De kwartaalrapportage betreft de volgende periodes: Q1 = rapportage maanden januari t/m maart Q2 = rapportage maanden januari t/m juni Q3 = rapportage maanden januari t/m september Q4 = rapportage maanden januari t/m december De bespreking van de kwartaalrapportage is onderdeel van het toezichtkader van de Raad van Toezicht.

4.3

Reserves

Met ingang van 2022 is door het ministerie van OCW de verplichting opgelegd dat onderwijsinstellingen rapporteren of de financiële reserves van de onderwijsinstelling binnen de signaleringswaarden vallen. Als het publiekelijk eigen vermogen groter is dan het normatieve eigen vermogen, kan het bovenmatig zijn. Onderstaande grafiek geeft de verwachte ratio's aan voor de komende jaren. Daarin is de prognose voor 2025 ook verwerkt. Deze getallen zijn berekend met behulp van de rekentool van de Onderwijsinspectie. De grafiek toont aan dat de stichting de komende jaren geen bovenmatig eigen vermogen zal hebben.

11

Ratio normatief eigen vermogen 0,94

1

0,87

0,9 0,8

0,7 0,6 0,5 0,4

0,3 0,2

0,1

0

2024

2025

2027

2026

2028

Op basis van deze meerjarenbegroting is een prognose gemaakt van het verloop van de algemene reserves. De algemene reserves zullen naar verwachting de komende jaren fluctueren, omdat samen met de Gemeente Dordrecht - die verantwoordelijk is voor de huisvesting van de Stichting - grote investeringen in het gebouw nodig zijn om het gebouw op een werkbaar en leefbaar niveau te brengen, vanwege de matige kwaliteit van de renovatie en nieuwbouw die tussen 2010 en 2013 hebben plaatsgevonden. Daarnaast zullen er in het kader van verduurzaming ook aanpassingen aan het gebouw nodig zijn. Deze verduurzamingsmaatregelen zijn in het Integraal Huisvestings Plan van de gemeente Dordrecht opgenomen. In onderstaande tabel is het eigen vermogen van 2024 weergegeven met daarbij het verwachte eigen vermogen vanaf 2025 (algemene reserve + bestemmingsreserve)

Eigen vermogen €2.700.000,00

€2.574.831,00

€2.600.000,00 €2.500.000,00

€2.480.753,00

€2.454.607,00

€2.440.224,00

€2.400.000.00

€2.300.000,00 €2.195.135,00

€2.200.000,00

€2.100.000,00 €2.000.000,00 2024

4.4

2025

2026

2027

2028

Voorzieningen

Voor alle voorziene risico's is een voorziening getroffen. Voor 2025 zullen verschillende dotaties worden gedaan (zie tabel 5). Op het moment van schrijven is er geen reden om een voorziening langdurig zieken op te nemen aangezien deze wordt vergoed door de verzekering die na zes maanden

12

in werking treedt. De dotatie jubilea is in 2025 relatief hoog doordat er een aantal collega's 25 en 40 jaar in het onderwijs werkzaam is.

Dotaties 2026

Voorziening groot onderhoud Voorziening duurzame inzetbaarheid Voorziening WAB Voorziening jubilea

Hoogte dotatie € 217.500,00 € 85.000,00 € 25.000,00 € 6.500,00

Tabel 5 (WAB=Wet Arbeidsmarkt in Balans)

4.5

Risicoanalyse

Een risicoanalyse maakt deel uit van de begroting en de meerjarenbegroting.

In deze begroting zijn de reserves opgenomen in relatie tot de ingeschatte resultaten. Aan de hand van de solvabiliteit en de ratio weerstandsvermogen wordt de financiële stabiliteit van de stichting weergegeven. Solvabiliteit geeft de mate aan waarin de stichting in staat is aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Solvabiliteit wordt bepaald door het eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. Solvabiliteit 1 is het eigen vermogen exclusief de voorzieningen en solvabiliteit 2 is het eigen vermogen inclusief voorzieningen. Bij de solvabiliteit die de komende jaren wordt verwacht, in alle jaren > 0,3 wordt zichtbaar dat de reservepositie voor de komende jaren naar verwachting voldoende is. Voor solvabiliteit 2 wordt door de onderwijsinspectie geen grenswaarde aangegeven. Voor solvabiliteit 1 is de grenswaarde <0,3.

Het weerstandsvermogen is een ratio die aangeeft in hoeverre de stichting in staat is om eventuele calamiteiten financieel op te vangen. Dit wordt berekend door de het totale eigen vermogen te delen door de totale baten inclusief rente. In de grafiek is duidelijk te zien dat verwacht wordt dat de ratio weerstandsvermogen van de stichting de komende drie jaar >2,0 blijft, wat volgens de definities van de overheid aangemerkt wordt als uitstekend (zie tabel 5). In afbeelding 4 en 5 zijn de te verwachten ratio's weerstandsvermogen en solvabiliteit 1, solvabiliteit 2 voor de komende drie jaar grafisch weergegeven, inclusief de werkelijkheid van 2024 en de prognose voor 2025 Tabel 5: Waarderingstabel VO Raad Risicomanagement VO Raad (z.d.) (https://www.vo-raad.nl/onderwerpen/financieelbeleid/praktijk-ondersteuning)

Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1,4 < x 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

voldoende

D

0,8 < x < 1,0

matig

E

0,6 < x < 0,8

onvoldoende

F

< 0,6

ruim onvoldoende

13

Weerstandsvermogen 2,8 2,75

2,65

2,6

2,6

2027

2028

2,6 2,55

2,5

2,5

2,5

2024

2025

2026

2,5 2,45

Afbeelding 4: weerstandsvermogen inclusief materiële vaste activa

Solvabiliteit 1 0,4

0,39 0,38

0,37

0,37

0,37

0,36

0,36 0,35

0,35 0,34 0,33

0,32 2025

2026

2028

Solvabiliteit 2 0,865

0,86

0,86

0,86 0,855

0,85 0,85 0,845

0.84

0,84

0.84 0,835 0,83 2028

5: solvabiliteit 1 en 2

exclusief en inclusief

14

Bijlage 1:

Meerjarenbegroting 2026-2028 gecomprimeerd

Realisatie 2024

Grootboekrekening

3.1- Rijksbijdragen

7.812.473

3.2 - Overige overheidsbijdragen en -subsidies

1.495.691

3.5 - Overige baten

3- Baten

4.1 - Personeelslasten 4.2 - Afschrijvingen 4.3 - Huisvestingslasten 4.4 - Overige lasten 4 - Lasten

6.1 - Financiële baten

Begroting 2026

Begroting 2025

8.321.000

Begroting 2028

Begroting 2027

9.314.281

9.475.305

9.417.549

317.642

309.700

558.238

512.776

557.643

9.625.807

8.630.700

9.872.519

9.988.081

9.975.192

6.818.745

7.016.000

7.638.752

7.888.913

8.039.885

168.441

209.000

186.219

186.671

187.291

1.994.847

443.000

678.950

654.500

655.500

996.934

989.700

1.149.125

1.177.773

1.226.594

9.978.967

8.657.700

9.653.046

9.907.857

10.109.270

48.357

40.000

40.000

40.000

40.000

0

0

0

0

6.2 - Financiële lasten 6 - Financiële baten en lasten

48.357

40.000

40.000

40.000

40.000

1 - Resultaat

304.804

13,000

259.473

120.224

94.078

Bijlage 2:

Meerjarenbegroting 2026-2028 uitgebreid

Grootboekrekening

Realisatie 2024

Begroting 2026

Begroting 2025

Begroting 2027

Begroting 2028

3.1.1 - Rijksbijdrage OCW/LNV

6.943.689

7.445.000

8.201.893

8.466.541

3.1.2 - Overige subsidies OCW

496.398

456.001

760.389

656.764

511.017

3.1.4 - Ontvangen doorbetalingen rijksbijdrage SWV

372.387

420.000

352.000

352.000

352.000

7.812.473

8.321.000

9.314.281

9.475.305

9.417.549

558.238

512.776

557.643

3.1 - Rijksbijdragen 3.2.2 - Overige overheidsbijdragen 3.2 - Overige overheidsbijdragen en -subsidies

1.495.691

1.495.691

3.5.2 - Detachering personeel

74.070

3.5.5 - Ouderbijdragen

234.772

307.200

8.800

2.500

3.5.10 - Overige (overige) baten

3.5 - Overige baten 3 - Baten

4.1.1 - Lonen en salarissen

8.554.532

317.642

309.700

558.238

512.776

557.643

9.625.807

8.630.700

9.872.519

9.988.081

9.975.192

6.467.124

6.718.000

7.238.752

7.496.113

7.649.385

4.1.2 - Overige personele lasten

382.423

317.000

400.000

392.800

390.500

4.1.3 - Af: uitkeringen

-30.802

-19.000

4.1 - Personeelslasten

6.818.745

7.016.000

7.638.752

7.888.913

8.039.885

168.441

209.000

186.219

186.671

187.291

168.441

209.000

186.219

186.671

187.291

4.3.1 - Huur

10.897

22.000

22.000

22.000

22.000

4.3.3 - Onderhoud

25.918

15.000

65.450

67.500

68.500

4.3.4 - Energie en water

189.699

190.000

200.000

200.000

200.000

4.3.5 - Schoonmaakkosten

141.519

145.000

149.000

149.000

149.000

4.3.6 - Heffingen

20.020

20.000

24.000

24.000

24.000

1.606.463

50.000

217.500

191.000

191.000

4.2.2 - Materiele vaste activa 4.2 - Afschrijvingen

4.3.7 - Dotatie voorziening onderhoud 4.3.8 - Overige huisvestingslasten 4.3- Huisvestingslasten

4.4.1 - Administratie- en beheerslasten 4.4.2 - Inventaris en apparatuur 4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen 4.4.5 - Overige (overige) lasten 4.4 - Overige lasten

4 - Lasten

331

1.000

1.000

1.000

1.000

1.994.847

443.000

678.950

654.500

655.500

190.650

152.700

166.980

160.200

160.200

8.812

10.000

4.200

4.200

4.200

382.822

417.171

456.479

456.479

456.479

414.649

409.829

521.466

556.894

605.715

996.934

989.700

1.149.125

1.177.773

1.226.594

9.978.967

8.657.700

9.653.046

9.907.857

10.109.270

6.1.1

45.968

40.000

40.000

40.000

40.000

6.1.2

2.389 40.000

40.000

40.000

40.000

0

0

0

0

48.357

40.000

40.000

40.000

40.000

-304.804

13.000

259.473

120.224

-94.078

6.1 - Financiële baten

48.357

6.2 - Financiële lasten 6 - Financiële baten en lasten 1- Resultaat

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1093/documents/46293