Begroting 2025 en meerjarenbegroting 2025-2027 Johan de Witt-gymnasium (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Van: < Verzonden: donderdag 19 december 2024 12:46 Aan: Boogaard, JH (André) <JH.Boogaard@dordrecht.nl> CC: Raadsgriffie Dordrecht <Raadsgriffie@dordrecht.nl> Onderwerp: Begroting/Meerjarenbegroting Johan de Witt-gymnasium
GDO
G r6 0
Beste André,
Hierbij stuur ik je onze Begroting 2025/Meerjarenbegroting 2025-2027. Deze is goedgekeurd door de Raad van Toezicht en vastgesteld door de bestuurder tijdens de RvT-vergadering van 17 december 2024. Ik hoop dat ik je hiermee van dienst ben.
Hartelijke groeten en fijne feestdagen gewenst. Bestuurssecretariaat Johan de W itt-gymnasium
Maandag t/m woensdag 10.00-13.00 uur O ranjepark 11, 3311 LP Dordrecht
tel.
|
url: www.idw.nl
J h
W ttd) t
na i
D rd
t
n je
1
JOHAN DE WITT-GYMNASIUM Oranjepark 11 3311 LP Dordrecht Tel.078-6482626
Begroting 2025 Meerjarenbegroting 2025-2027
0
Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................................................ 2
1.
Toelichting op de begroting.............................................................................................................. 2
1.1
Opzet van de begroting 2025............................................................................................................2
1.2
Opzet van de meerjarenbegroting................................................................................................... 2
1.3
Doelmatigheid.................................................................................................................................... 3 1.3.1
indicatoren............................................................................................................................... 3
1.3.2
Beleidskeuzes........................................................................................................................... 3
2.
Baten begroting 2025 en meerjarenbegroting 2025-2027 ............................................................ 3
2.1
Rijksbijdragen lumpsum....................................................................................................................3
2.2
Rijksbijdragen overig......................................................................................................................... 4
2.3
Rijksbijdragen SWV passend onderwijs........................................................................................... 4
2.4
Overige baten..................................................................................................................................... 5
3.
Lasten begroting 2025 en meerjarenbegroting 2025-2027 ........................................................... 6
3.1
Salariskosten versus leerlingaantal.................................................................................................. 6
3.2
Huisvestingslasten............................................................................................................................. 6
3.3
Afschrijvingen en investeringen....................................................................................................... 7
3.4
Leermiddelen..................................................................................................................................... 8
3.5
Instellingslasten................................................................................................................................. 8
4.
Aanvullende gegevens.......................................................................................................................8
4.1
Continuïteit........................................................................................................................................8
4.2
Periodiek rapportage en verantwoording...................................................................................... 11
4.3
Reserves............................................................................................................................................ 11
4.4
Voorzieningen.................................................................................................................................. 12
Bijlage 1:
Begroting 2025 gecomprimeerd.........................................................................................14
Bijlage 2:
Meerjarenbegroting 2025-2027 gecomprimeerd inclusief Raming boekjaar 2024....... 15
1
Inleiding
Voor u ligt de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2025-2027 van het Johan de Witt-gymnasium te Dordrecht. De begroting 2025 geeft een zo reëel mogelijke raming van financiële kaders voor 2025. De begroting is gebaseerd op het schoolplan van de stichting en de bijbehorende uitvoeringsagenda. In overleg met en met instemming van de bestuurder en de Raad van Toezicht is gekozen voor een driejarenbegroting. Het uitgangspunt is een beleidsrijke begroting die onderwijsontwikkeling nastreeft en voor de verschillende vaksecties ruimte geeft voor initiatieven passend bij het schoolplan 2022 2026. Het uiteindelijke doel is het realiseren van eigentijds onderwijs van hoge kwaliteit, in een schoolomgeving waar de leerlingen en medewerkers zich thuis voelen en waarbij het waarderend perspectief centraal staat.
1. Toelichting op de begroting
1.1
Opzet van de begroting 2025
De begroting is opgesteld op basis van de richtlijnen van het ministerie van OCW. De begroting heeft de volgende indeling:
Baten -
Rijksbijdragen per leerling Basisbekostiging vestiging Overige Rijksbijdragen Rijksbijdragen SWV Passend Onderwijs Gemeenten en andere overheden Overig/baten niet overheid Derdengelden (baten via ouderbijdragen)
Lasten -
Loonkosten Personeel niet in loondienst Andere personele lasten Huisvestingslasten Leermiddelen ICT kosten Administratie & Beheer Overige instellingslasten Derdengelden (lasten via ouderbijdragen)
Aan de inkomstenkant is de prognose van de normatieve rijksbijdrage gebaseerd op een voorlopige bekostigingsinformatie 2025 voor 780 leerlingen.
1.2
Opzet van de meerjarenbegroting
Het meerjarenbeleid na 2025 gaat uit van onveranderd financieel beleid en een zo realistisch mogelijke leerlingaantallenschatting. De meerjarenbegroting omvat een periode van drie jaar, zoals aangegeven in de inleiding.
2
1.3
Doelmatigheid
1.3.1
indicatoren
De afgelopen jaren is er vanuit de Onderwijsraad advies gegeven over en door het ministerie van OCW meer aandacht geweest voor doelmatigheid in het onderwijs. De doelmatigheid van beleid geeft aan of met de ingezette financiële middelen het gewenste beleidseffect is behaald. Doelmatigheid wordt binnen de stichting onder andere meetbaar door de volgende indicatoren: -
Examenresultaten (doel: boven landelijk gemiddelde) Doorstroomresultaat (doel: 95% per leerjaar) Kwaliteit van onderwijs (doel: 100% personeel heeft ontwikkelgesprekken) Tevredenheid van leerlingen en ouders (doel: boven landelijk gemiddelde) Adequate stand van voorzieningen en reserves Liquiditeitsniveau
De meetbare en merkbare doelen zijn opgesteld in overeenstemming met het door de MR ingestemde onderwijskundig jaarplan 2024-2025. 1.3.2
Beleidskeuzes
In het schoolplan van de stichting zijn de volgende zes bouwstenen geformuleerd waarbinnen het team stappen zet: 1. Verantwoordelijkheid voor het leerproces,
2. Toetsbeleid/zicht krijgen op leren, 3. Studielast / studieplezier, 4. Persoonlijke ontwikkeling,
5. Blended learning
6. Inrichting school, jaarplan en rooster. In de begroting is rekening gehouden met de extra inzet van junior studiecoaches en onderwijsassistenten, als onderdeel van het leerlingondersteuningsteam. De bedoeling is dat deze interventies de leerlingen bij hun leerproces en de docenten in het kader van werkdrukverlichting extra ondersteunen. Met behulp van een actie-onderzoek volgen we de effecten van de ontwikkelingen. Voor de strategische doelen en onderliggende thema's worden, in afstemming met de Raad van Toezicht, kwaliteitsindicatoren afgesproken.
2.
Baten begroting 2025 en meerjarenbegroting 2025-2027
2.1
Rijksbijdragen lumpsum
Met ingang van 2022 heeft de bekostiging volgens de nieuwe vereenvoudigde bekostiging plaatsgevonden. Het gaat hier om een bedrag per leerling en een basisbekostiging per vestiging. In dit nieuwe bekostigingssysteem krijgt de Stichting naar verhouding meer bekostigd, daarom wordt gedurende 5 jaar elk jaar een deel van de bekostiging door de Rijksoverheid ingehouden
3
(overgangsbekostiging) om de bekostiging voor de Stichting te egaliseren. Voor het begroten van de bekostiging voor 2025 tot en met 2027 is deze bekostigingsmethodiek aangehouden.
De bekostiging voor 2025 is gebaseerd op het leerlingaantal per 1 oktober 2024. Voor het opstellen van de meerjarenbegroting is uitgegaan van de in afbeelding 1 weergegeven prognose van het leerlingaantal per kalenderjaar, gebaseerd op een jaarlijkse instroom van 135 leerlingen regulier. Ten opzichte van de leerlingprognose van de gemeente Dordrecht is dit een reële schatting.
Voor de JJBK, de kleine groep hoogbegaafde leerlingen, is in 2026 nog voor 15 leerlingen bekostiging meegenomen in deze begroting. Deze groep zit momenteel in het eerste leerjaar en zal volgend schooljaar naar het tweede leerjaar doorstromen. Voor 2027 is geen bekostiging opgenomen voor JJBK-leerlingen. Verderop in dit verslag zal dit nader worden toegelicht (zie 2.3). Voor het voortbestaan van de school is het van belang dat er jaarlijks een minimum van 130 leerlingen in het reguliere programma instroomt, samen met een doorstroom van 95% in de andere leerjaren. Momenteel verliest de school te veel leerlingen door uitstroom. Leerlingen die doubleren in de onderbouw op het Johan de Witt-gymnasium stromen (te) vaak uit naar een andere school. De doorstroom is een punt van zorg waarvoor interventies ingezet zijn.
Prognose leerlingaantal 2025-2027 800
Leerlingaantal
795 790 785
780 775 770
2025
2026 Kalenderjaar
Afbeelding 1: prognose leerlingaantal 2025-2027
2.2
Rijksbijdragen overig
In 2026 en 2027 is geen bedrag meer opgenomen voor de functiemix Randstad. Volgens de laatste berichten vanuit de Rijksoverheid is deze regeling van toepassing tot en met 2025. Het tekort (ongeveer € 145.000) moeten we, zo blijkt uit antwoorden op Kamervragen, zelf opvangen in de meerjarenbegroting. De minister en de staatssecretaris gaan ervan uit dat schoolbesturen de personeelskosten op den duur kunnen drukken door nieuwe leraren lager in te schalen.
2.3
Rijksbijdragen SWV passend onderwijs
Vanuit Stichting Passend Onderwijs Dordrecht ontvangt de stichting ook inkomsten. Deze inkomsten zijn bestemd voor het bekostigen van groeps-, school-, en individuele arrangementen en het uitbesteden van begeleiding door externen op het gebied van leerlingondersteuning. Daarnaast wordt
4
ook een deel van de salariskosten van de coördinator leerlingondersteuning door het SWV Dordrecht bekostigd. De inhuur van externen zal naar verwachting de komende jaren verminderen doordat het beleid van de school erop is gericht dat deze begeleiding in toenemende mate intern wordt verzorgd. Door het inhuren van externe specialisten op het gebied van leerlingondersteuning, wordt deze kennis binnen de school niet geborgd. Het Johan de Witt-gymnasium heeft begeleiding van leerlingen hoog in het vaandel staan, waarbij het uitgangspunt is dat mentoren, leerlingbegeleiders en decanen zich richten op het helpen bij het verkrijgen van zelfinzicht bij de leerling. Het vergroten van kennis van de professional binnen de school is daarbij van belang. Door externen voor een deel van de begeleiding in te huren blijft deze kennis niet binnen de school. In 2024 heeft het leerlingondersteuningsteam van de school de expertise zodanig uitgebreid dat een deel van de begeleidingswerkzaamheden, die voorheen door externen werd georganiseerd, met ingang van schooljaar 2024-2025 intern wordt ondergebracht. Het betreft voornamelijk begeleiding gericht op executieve functies, zelfredzaamheid op het gebied van schooltaken en het ontdekken van een eigen leerstijl. Om dit financieel te kunnen organiseren wordt dit voor een deel door het Samenwerkingsverband Dordrecht bekostigd.
Hierdoor kunnen leerlingen beter begeleid worden in hun ontwikkeling, hetgeen passend is bij de beloftes uit het schoolplan. Verder ontvangt de stichting in 2025 volgens afspraak een bedrag van € 150.000,- voor de Johan Junior Brugklas. Deze speciale brugklas is een initiatief van onze school gericht op jonge hoogbegaafde leerlingen en is onderdeel van het dekkend aanbod van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Dordrecht. Het is de intentie om in ieder geval het komende schooljaar de Johan Junior Brugklas voort te zetten. Na (tussentijdse) evaluaties is duidelijk geworden dat er in de regio behoefte is aan een dergelijk onderwijsinvulling voor deze speciale groep leerlingen. De stichting zou dit onderwijsaanbod graag in de toekomst continueren, maar dat is alleen mogelijk met financiële ondersteuning van het SWV Dordrecht. Op dit moment is het de wens van het SWV Dordrecht om een uniforme financieringssystematiek toe te passen voor alle initiatieven met betrekking tot een dekkend aanbod in Dordrecht. Hoe dit uitwerkt voor het JJBK-hoogbegaafdheidsonderwijs is op dit moment niet duidelijk en de bijdrage vanuit het SWV Dordrecht is om deze reden in 2026 en 2027 niet mee begroot. Dit betekent dat het op dit moment nog niet duidelijk is of het JJBK-initiatief op de lange termijn structureel aangeboden kan worden.
2.4
Overige baten
De inkomsten uit vrijwillige ouderbijdragen zullen de komende jaren naar verwachting iets stijgen door het stijgend aantal leerlingen. De ervaring leert dat de betalingsbereidheid van ouders het afgelopen jaar is afgenomen naar 93% betalende ouders. Ongeveer 7% van de ouders ziet van de bijdrage af. In de begroting is rekening gehouden met inkomsten vanuit de vrijwillige ouderbijdrage van 93%. De stichting biedt naast de lessen regulier Engels een extra programma Cambridge Engels aan. Met ingang van schooljaar 2023-2024 zijn de kosten voor ouders hiervan gefaseerd afgebouwd waardoor er met ingang van schooljaar 2025-2026 voor alle leerjaren geen kosten meer in rekening gebracht worden. Daardoor zijn de inkomsten voor Cambridge Engels met ingang van 2025 niet meer in de begroting opgenomen. Deze kosten zullen in de schoolexploitatie vallen en zullen worden gedekt door de Rijksbijdragen per leerling. Ouders blijven wel de kosten van de Cambridge Engels Examens betalen.
Ook zijn er programma's voor Duits (GOETHE) en Frans (DELF) als verbredingsactiviteit naast het bestaande curriculum met bescheidener leerlingenaantallen. Voor de extra lessen DELF en Goethe wordt een vrijwillige financiële bijdrage in rekening gebracht. Hiervan worden de extra lessen deels bekostigd. 5
De reizen voor leerlingen worden met ingang van 2025 anders ingericht. Het wordt voor ouders in toenemende mate lastig om reizen en excursies te bekostigen en daardoor wordt het voor de school lastiger de bijdragen voor die reizen te innen. Vanwege de wet zijn ouderbijdragen vrijwillig. Dit betekent dat de reis van leerjaar 4 is komen te vervallen en er in 2025 een reis voor leerjaar 3 en leerjaar 5 wordt georganiseerd. In deze meerjarenbegroting zijn zowel de inkomsten als de uitgaven van deze reizen opgenomen. Met ingang van 2025 is in de begroting geen detacheringsopbrengst meer opgenomen, omdat de collega die bij de AOB gedetacheerd was dan met pensioen gaat.
3.
Lasten begroting 2025 en meerjarenbegroting 2025-2027
3.1
Salariskosten versus leerlingaantal
De verwachting is dat het leerlingaantal de komende twee jaar zal blijven stijgen (zie paragraaf 2.1). Dit heeft te maken met de uitstroom van een relatief klein cohort ten opzichte van een grotere stabiele instroom aan leerlingen. De totale salariskosten voor 2025 zijn ten opzichte van het aantal leerlingen relatief hoog. De verwachting is dat de salariskosten in 2026 en 2027 meer in balans zijn. Dit heeft te maken met de relatief hoge salariskosten in schooljaar 2024-2025. In dit schooljaar is gekozen voor kleine klassen in leerjaar drie, de uitbreiding van het OOP met betrekking tot het leerlingondersteunings-team en de inzet van onderwijsassistenten volgens het schoolformatieplan 2024-2025. Daarnaast zijn in verband met verschillende niet-lesgebonden taken, zoals werkgroepen en dergelijke, verschillende tijdelijke uitbreidingen opgenomen die de salariskosten verhogen. Na 2025 nemen de salariskosten naar verwachting af doordat in de formatie geen ruimte is opgenomen voor extra kleine klassen of voor een ruime inzet van tijdelijke uitbreidingen. De salariskosten zullen naar verwachting in 2026 en 2027 in verhouding tot het aantal leerlingen afnemen. Bij de berekening van de salariskosten is rekening gehouden met natuurlijk verloop.
3.2
Huisvestingslasten
Met ingang van 1 januari 2024 zijn de voorschriften met betrekking tot de verwerking van de kosten van het groot onderhoud in de jaarrekening aangepast. De stichting heeft ervoor gekozen het vormen van een voorziening te continueren. De wijze waarop deze is vastgesteld met de nieuwe voorschriften is afwijkend ten opzichte van de egalisatiemethode die voorheen werd gehanteerd. Om deze reden is in 2024 het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) aangepast conform de componentenmethode waarbij iedere component tijdsevenredig wordt opgebouwd en vervolgens wordt onttrokken. Deze aanpak heeft voor de begrotingen van 2025 en verder gevolgen voor de hoogte van de dotatie. Deze is afhankelijk van de componenten die in het desbetreffende jaar onderhoud nodig hebben waardoor de hoogte van de dotatie per jaar wordt vastgesteld. Daarnaast dient de voorziening hoog genoeg te zijn om over een langere periode in het groot onderhoud te kunnen voorzien. Aan de hand van het advies van een gespecialiseerd bedrijf dat ons MJOP heeft geactualiseerd en onze accountant wordt de voorziening in de jaarrekening 2024 op niveau gebracht door een dotatie te doen zoals aangekondigd in de jaarrekening van 2023. Hiermee komt de voorziening voor het MJOP uit op ruim 2 miljoen euro. In 2025/2026 zal het MJOP zeer waarschijnlijk verder uitgebreid worden met verduurzamingselementen.
Dat is ook het moment om te bezien of de jaarlijkse dotatie adequaat is of moet worden bijgesteld.
6
In 2024 wordt de jaarrekening en balans aangepast met betrekking tot de langlopende schuld die de gemeente heeft vanwege het eventueel moeten verlaten van het gebouw. Deze gaat vanaf 2025 niet meer mee in de inkomsten (Gemeente en andere overheden). Ook wordt in 2024 een grote dotatie gedaan ter dekking van het nieuwe MJOP (zgn. componentenmodel). Beide bedragen komen nagenoeg overeen, ongeveer 1,5 miljoen, waardoor dit geen invloed zal hebben op de algemene reserve. De jaarlijkse dotatie aan deze nieuwe MJOP zal vanwege deze eenmalige dotatie de komende jaren lager zijn dan voorheen, SOK in plaats van 96K, waardoor in de meerjarenbegroting een daling in de huisvestingslasten te zien is.
3.3
Afschrijvingen en investeringen
Aan de afschrijvingsbedragen die in de begroting 2025 en de meerjarenbegroting zijn opgenomen, ligt een investeringsplan ten grondslag. In het investeringsplan zijn de investeringen t.b.v. ICT, het moderniseren van docentenwerkruimtes, de aanschaf meubilair in de clavigerslounge en de administratie en een aanpassing van de ruimte van het leerlingondersteuningsteam opgenomen. Dit investeringsplan is twee jaar geleden opgesteld en wordt doorlopend geactualiseerd. Investeringen in het kader van verduurzaming van het gebouw zijn niet opgenomen in het investeringsplan. In het integraal huisvestingsplan van de gemeente Dordrecht is hiervoor een bedrag gereserveerd dat naar verwachting (deels) inzetbaar voor dergelijke investeringen. De stichting heeft ervoor gekozen om deze werkzaamheden uit te stellen tot 2026. Als investeringen niet binnen vijf jaar worden terugverdiend, worden die niet door de Stichting gedaan omdat die uit eigen middelen moeten worden bekostigd. Pas in 2026 lijken die middelen vanuit de Gemeente Dordrecht beschikbaar te komen. Vanaf dat moment kunnen deze investeringen worden gedaan.
In 2024 zijn twee van de drie docentenwerkruimtes gemoderniseerd. In 2025 staat de aanpassing van de derde en daarmee laatste docentenwerkruimte op de planning. Met deze aanpassing wordt het voor alle docenten mogelijk om in een inspirerende omgeving individueel of met elkaar met onderwijsontwikkeling bezig te zijn. De afschrijvingen meubilair laten zien dat deze afschrijvingskosten met ingang van 2026 lager worden. In 2026 is een groot investeringsbedrag met betrekking tot het laboratorium voor de secties biologie, natuurkunde en scheikunde volledig afgeschreven. In 2025 zal nader bekeken worden welke investeringen in 2026 nodig zijn, om vervolgens een representatief afschrijvingsbedrag op te nemen in de begroting.
Investeringen Moderniseren docentenwerkruimte Meubilair administratie Meubilair clavigerslounge Aanpassing kantoor leerlingondersteuning
Investeringsbedrag
€ 17.500,€ 6.000,€ 7.500,€ 10.000,-
Afschrijvingstermijn (jaar)
12 12 12
40 Tabel 1: Overzicht investeringen 2025
7
Leermiddelen en ontwikkeltijd
3.4
Met ingang van schooljaar 2025-2026 zullen we starten met het in eigen beheer vormgeven van het boekenfonds. Het contract met onze huidige leverancier Iddink zal beperkt worden tot het aankopen van boeken en licenties. De komende jaren zal duidelijker worden wat de daadwerkelijke kosten zullen zijn voor een boekenfonds in eigen beheer. De verwachting is dat de kosten uiteindelijk lager zullen zijn, omdat we de distributie van boeken zelf doen en de afschrijftermijnen van boeken zelf bepalen. Voor de meerjarenbegroting is een inschatting gemaakt van de te verwachte kosten.
Een aantal secties maakt eigen leermiddelen. Deze kosten zijn als ontwikkeltijd bij de personeelskosten opgenomen.
Voor het mogelijk maken van extra onderwijsontwikkeling binnen de verschillende vaksecties, is in de begroting budget vrijgemaakt voor de secties. Het totale extra ontwikkelbudget is bijna € 60.000,-. Deze financiële impuls geeft de vaksecties meer ruimte om het onderwijs en lesmateriaal passend bij het schoolplan te ontwikkelen en vorm te geven. Voor de afdelingsleiders is voor de verschillende leerjaren een budget gecreëerd waarmee zij activiteiten uit hun afdelingsjaarplannen kunnen organiseren.
Instellingslasten
3.5
De kopieerkosten zijn het afgelopen jaar aanzienlijk gedaald. Het in 2023 afgesloten contract heeft ervoor gezorgd dat de kopieerkosten beduidend lager zijn dan voorheen. Voor 2025-2027 is de taakstelling maximaal € 25.000,- aan kopieerkosten vastgesteld.
4.
Aanvullende gegevens
4.1
Continuïteitsparagraaf
In de richtlijn Jaarverslaglegging Onderwijsinstelling van het Ministerie van OCW is opgenomen dat schoolbesturen in de begroting en in het jaarverslag een continuïteitsparagraaf dienen op te nemen. Deze paragraaf bevat voor deze begroting de gegevens van 2025 en de verwachting voor de daaropvolgende twee jaar. De volgende onderdelen komen in de continuïteitsparagraaf bij de begroting aan de orde:
1.
2. 3.
1.
Een aantal kengetallen m.b.t. de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen en het personeelsbestand Begroting 2025 en meerjarenbegroting Beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden (risicoparagraaf)
In tabel 2 staan de getallen in FTE (exclusief vervanging) zoals deze worden verwacht voor de komende drie jaar. Voor de functiegroepen schoolleiding, OP en OOP is het aantal FTE en het percentage ten opzichte van het totaal aantal FTE weergegeven.
8
Kengetal
2025
Leerlingaantal
780 fte
Personele bezetting
schoolleiding
OP OOP
68,0 4,88
45,3 17,9
2026
811 fte
%
68,8 4,88
7,2% 66,6% 26,2%
2027
829 fte
%
69,5 4,88
7,0%
46,8
67,3%
17,9
25,7%
%
46,1
7,1% 67,0%
17,9
25,9%
Tabel 2: prognose personele bezetting
In afbeelding 2 zijn voor de komende drie jaar de salariskosten schoolleiding, onderwijzend- en ondersteunend personeel versus het totaal aantal leerlingen zichtbaar. Deze verhouding van het aantal leerlingen per FTE is in tabel 3 cijfermatig weergegeven.
Salariskosten totaal versus leerlingaantal 805
€ 7.000.000,00 € 6.500.000,00
795
€ 6.000.000,00
790 € 5.500.000,00
785 € 5.000.000,00
780
€ 4.500.000,00
770
€ 4.000.000,00
2025
■Mi salariskosten
2027
2026
erlingaantal
Afbeelding 2: Leerlingaantal versus totaal aantal FTE
verhouding aantal leerlingen : 1 fte
2025 2026
11,5 11,6
2027
11,5
Tabel 3: Verhouding aantal leerlingen : 1 FTE
2.
De begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2025-2027 zijn in bijlage 1 en 2 terug te vinden.
3.
Belangrijkste risico's: •
De verwachting is dat er in de periode 2025-2027 per jaar een instroom is van 135 nieuwe leerlingen in het eerste leerjaar. Indien de instroom structureel ver onder de 130 leerlingen zal zijn, wordt de bekostiging dusdanig laag dat we bij verschillende secties,
9
waar geen sprake is van tijdelijke krachten, met boventalligheid te maken kunnen krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat wij gedwongen afscheid moeten nemen van collega's. Hier zijn dan extra kosten mee gemoeid voor tenminste de transitievergoeding.
•
Voor het onderwijsprogramma Johan Junior Brugklas (JJBK) ontvangt de stichting van het SWV Dordrecht in ieder geval tot en met 2025 een bedrag ter hoogte van € 150.000,- per jaar om het programma vorm te geven. Het onderwijs aan deze kleine groep hoogbegaafde leerlingen is duurder dan een reguliere klas, doordat klassen veel kleiner zijn dan de reguliere klassen en de invulling van deze vorm van onderwijs door de vele projecten, extra begeleiding en dubbele bezetting ook meer geld kost. Om deze redenen is de bijdrage van het SWV Dordrecht van groot belang. Een structurele bijdrage van het SWV Dordrecht is nodig om het risico uit te sluiten van het structureel in dienst nemen van medewerkers op basis van incidentele gelden. Op dit moment is de wens van het SWV Dordrecht om een uniforme financieringssystematiek toe te passen voor alle initiatieven met betrekking tot een dekkend aanbod in Dordrecht. Hoe dit uitwerkt voor het JJBK-hoogbegaafdheidsonderwijs is op dit moment niet bekend. Dit betekent dat het op dit moment nog niet duidelijk is of JJBK-initiatief op de lange termijn een structureel aanbod kan worden, ondanks het feit dat er inmiddels medewerkers voor aangesteld zijn.
•
Het Johan de Witt-gymnasium is op onderwijskundig gebied sterk in ontwikkeling. Eigentijdser onderwijs en autonoom handelen van leerlingen en gespreid onderwijskundig leiderschap staan hierbij centraal. Met deze ontwikkeling wordt afscheid genomen van de oude situatie en gehandeld naar de gewenste situatie. Tijdens een dergelijk verandertraject bestaat een uitvalrisico doordat niet iedereen in gelijke snelheid mee zal kunnen ontwikkelen. Dit zou kunnen leiden tot eventueel hoger ziekteverzuim en daarmee gepaard gaande vervangingskosten.
•
De krapte op de arbeidsmarkt neemt steeds serieuzere vormen aan. Het vinden van goed personeel kan lastig zijn. Daardoor kan het voorkomen dat nieuw aangetrokken personeel hoger wordt ingeschaald dan passend is bij de gewenste functiemix. Verder kan het inhuren van personeel via detacheringsbureaus regelmatiger voorkomen waarmee de salariskosten zullen toenemen.
•
Het in 2013 gedeeltelijk en kwalitatief matig gerenoveerde monumentale gebouw vormt een risico omdat de mogelijkheid aanwezig is dat forse investeringen moeten worden gedaan in het onderhoud c.q. de reparaties van niet deugdelijk gerenoveerde onderdelen. Hierover is contact met de gemeente Dordrecht. Een deel van deze kosten zal worden vergoed door de Gemeente Dordrecht om dit risico te beperken. Daarnaast is in 2024 het Integraal huisvestingsplan van de gemeente Dordrecht vastgesteld. In dit IHP is vastgelegd dat er voor de stichting een bedrag van circa € 4.800.000,- wordt vrijgemaakt voor verdere verduurzaming van het schoolgebouw. Naar verwachting komen deze gelden medio 2026 beschikbaar.
•
Zoals in tabel 2 te zien is, zal het leerlingaantal naar verwachting ruim boven de 800 uitkomen. Dit kan druk opleveren voor het gebouw én een klein risico vormen voor de onderwijskwaliteit.
10
4
.2
Periodiek rapportage en verantwoording
In 2025 zal vier keer een kwartaalrapportage worden opgesteld. In deze rapportages wordt een voortschrijdende weergave van het desbetreffende kalenderjaar gepresenteerd. De kwartaalrapportage betreft de volgende periodes:
Q1 = rapportage maanden januari t/m maart Q2 = rapportage maanden januari t/m juni Q3 = rapportage maanden januari t/m september Q4 = rapportage maanden januari t/m december De bespreking van de kwartaalrapportage is onderdeel van het toezichtkader van de Raad van Toezicht.
4
.3
Reserves
Met ingang van 2022 is door het ministerie van OCW de verplichting opgelegd dat onderwijsinstellingen rapporteren of de financiële reserves van de onderwijsinstelling binnen de signaleringswaarden vallen. Als het publiekelijk eigen vermogen groter is dan het normatieve eigen vermogen, kan het bovenmatig zijn.
In de afbeelding 3 is het verloop van de algemene reserves van 2025-2027 terug te vinden. Op basis van de meerjarenbegroting is een prognose gemaakt van het verloop van de algemene reserves. De algemene reserves zullen naar verwachting de komende jaren dalen, omdat samen met de Gemeente Dordrecht - die verantwoordelijk is voor de huisvesting van de Stichting - grote investeringen in het gebouw nodig zijn om het gebouw op een werkbaar en leefbaar niveau te brengen, vanwege de matige kwaliteit van de renovatie en nieuwbouw die tussen 2010 en 2013 hebben plaatsgevonden. Daarnaast zullen er in het kader van verduurzaming ook aanpassingen aan het gebouw nodig zijn. Deze verduurzamingsmaatregelen zijn in het Integraal Huisvestings Plan van de gemeente Dordrecht opgenomen. De Gemeente en de Stichting moeten naar verwachting fors investeren om het gebouw kwalitatief aanvaardbaar te maken. In de jaarrekening van 2023 werden twee balansen opgenomen om de langlopende schuld aan de gemeente, die ten onrechte zo was opgenomen, inzichtelijk te maken. In de jaarrekening van 2024 wordt dit hersteld. Dit betekent een vrijval van de langlopende verplichting ten gunste van het resultaat van ongeveer 1,5 miljoen. Tegelijkertijd wordt een dotatie aan de voorziening onderhoud gedaan in het kader van de nieuwe wetgeving omtrent het MeerJarenOnderhoudsPlan.
Die dotatie is ongeveer gelijk aan de genoemde vrijval, waardoor het eigen vermogen uiteindelijk niet wordt aangetast. De prognose algemene reserve is daardoor als volgt (afbeelding 3):
11
Prognose algemene reserves €2.800.000,00 € 2.750.000,00
€2.700.000,00 € 2.650.000,00 € 2.600.000,00 €2.550.000,00
€2.500.000,00 2026
Afbeelding 3: Prognose algemene reserves
4
.4
Voorzieningen
Voor alle voorziene risico's is een voorziening getroffen. Voor 2025 zullen verschillende dotaties worden gedaan (zie tabel 4). Op het moment van schrijven is er geen reden om een voorziening langdurig zieken op te nemen aangezien deze wordt vergoed door de verzekering die na zes maanden in werking treedt. De dotatie jubilea is in 2025 relatief hoog doordat er een aantal collega's 25 en 40 jaar in het onderwijs werkzaam is. Tabel 4: Dotaties Dotaties 2025
hoogte dotatie
Voorziening groot onderhoud
€ Voorziening duurzame inzetbaarhe € Voorziening WAB €
50.000,00 50.000,00
Voorziening jubilea
26.000,00
4
.5
€
6.000,00
Risicoanalyse
Een risicoanalyse maakt deel uit van de begroting en de meerjarenbegroting. In deze begroting zijn de reserves opgenomen in relatie tot de ingeschatte resultaten. Aan de hand van de solvabiliteit en de ratio weerstandsvermogen wordt de financiële stabiliteit van de stichting weergegeven.
Solvabiliteit geeft de mate aan waarin de stichting in staat is aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Solvabiliteit wordt bepaald door het eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. Solvabiliteit 1 is het eigen vermogen exclusief de voorzieningen en solvabiliteit 2 is het eigen vermogen inclusief voorzieningen. Bij de solvabiliteit die de komende jaren wordt verwacht, in alle jaren > 30%, wordt zichtbaar dat de reservepositie voor de komende jaren naar verwachting voldoende is. Voor solvabiliteit 1 wordt door de onderwijsinspectie geen grenswaarde aangegeven.
Het weerstandsvermogen is een ratio die aangeeft in hoeverre de stichting in staat is om eventuele calamiteiten financieel op te vangen. Dit wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te 12
delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Voor de benodigde weerstandscapaciteit is rekening gehouden met de risico-inventarisatie van het jaarverslag 2023 waarbij het risicobedrag naar boven is afgerond naar € 800.000,-. In de grafiek is duidelijk te zien dat verwacht wordt dat de ratio weerstandsvermogen van de stichting de komende drie jaar >2 blijft, wat volgens de definities van de overheid aangemerkt wordt als uitstekend (zie tabel 5). In afbeelding 4 zijn de te verwachte solvabiliteit 1, solvabiliteit 2 en de ratio weerstandsvermogen voor de komende drie jaar grafisch weergegeven.
Tabel 5: Waarderingstabel VO Raad Risicomanagement VO Raad (z.d.) (https://www.vo-raad.nl/onderwerpen/financieelbeleid/praktijk-ondersteuning )
Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
>2
Uitstekend
B
l,4<x 2,0
Ruim voldoende
C
l,0<x< 1,4
voldoende
D
0,8 < x < 1,0
matig
E
0,6 < x < 0,8
onvoldoende
F
< 0,6
ruim onvoldoende
Solvabiliteit 1 (excl. voorzieningen) 47,6
Solvabiliteit 2 87,0-------------------------------------------------------------------------------------86,9 86,9 . 86,8
47,4
47,4 47,2
47,0 46,8
46,8
•
46,6
46,4
46,2
86,4
46,2 46,0
45,8 45,6
86,1P 2025
2026
2027
2025
2026
2027
Ratio weerstandsvermogen 3,5 3,4 3.3 3.4
3,3
3,3 3,2 32 32
3,1 2026
Afbeelding 4: Te verwachte solvabiliteit 1, solvabiliteit 2 en ratio weerstandsvermogen voor 2025-2027
13
Bijlage 1:
Begroting 2025 gecomprimeerd
Omschrijving
Werkelijk 2023
Begroting 2024
Werkelijk 2024 t/m Q3
Raming 2024
Begroting 2025
—— Rijksbijdragen lumpsum € 6.261.091,00 € 6.813.244,00 € 7.003.500,00 € 7.445.000,00 5.166.880,00 € Rijksbijdrage overig € 854.726,00 € 335.974,00 € 456.000,00 376.762,00 € 472.000,00 € Rijksbijdrage SWV Passend Onderwijs € 432.109,00 € 350.000,00 € 420.000,00 153.223,00 € 412.000,00 € Gemeenten en andere overheden € 50.275,00 € 61.275,00 € 37.706,00 € 61.275,00 Overige baten (niet overheid en subsidies) € 2.500,00 125.302,00 € 374.915,00 € 250.000,00 € 49.070,00 € Vrijwillige ouderbijdrage € 455.416,00 € 106.600,00 € 106.600,00 € 307.000,00 136.757,00 € Rente/dividend € 40.000,00 € 2.389,00 € 40.000,00 € 40.000,00 Totale baten 8.178.919.00 8.082.008,00 €__ 5.922.787,00 €__ 8.345.375.00 €_____ 8.670.500J0 — __LASTEN — BATEN
Personele lasten:
Totale personele lasten
€ € € € € € € €
Afschrijvingen
€
Loonkosten schoolleiding Loonkosten OP Loonkosten OOP Loonkosten onderwijsassistenten Uitkering UWV
Loonkosten vervanging Overige personele lasten
€ € 1.016.235,00 € 6.983,00 € -65.020,00 € 50.419,00 € 454.044,00 € 6.319.989,00 € 333.082,00
4.524.246,00
180.017,00
€
€ € 1.126.000,00 € 50.000,00 € -15.000,00 € € 277.250,00 € 6.489.250,00 €
5.120.010,00
€
136.997,00
€ € 828.337,00 € 55.542,00 € -14,00 € 22.338,00 € 183.241,00 €
633.000,00
492.722,00
4.418.000,00
3.537.844,00
204.275,00
€
——— € 39.587,00 € 106.000,00 € 6.496,00 € Vaste lasten (energie, water, schoonmaak) € 296.861,00 € 330.000,00 € 237.462,00 € Overige huisvestingslasten € 141.417,00 € 78.500,00 € 91.521,00 € Totale huisvestingslasten 477.865,00 € 514.500,00 € 335.479,00 € Huisvestingslasten:
Onderhoud
Leermiddelen:
Leermiddelen
Kopieerkosten en drukwerk ICT kosten Totale leermiddelen
€ € 1.150.000,00 € 75.000,00 € 100,00 € 45.000,00 € 280.000,00 € 644.000,00
677.000,00
4.561.000,00
4.650.000,00
1.217.000,00
100.000,00 -19.000,00
41.000,00 270.000,00
6.755.100,00
€
6.936.000,00
185.000,00
€
209.000,00
— 15.000,00 € 335.000,00 330.000,00 € 93.000,00 45.000,00 € 443 000,00 481.000,00 € 106.000,00
—— — — € 264.105,00 € 207.710,00 € 142.786,00 € 220.000,00 € € 36.368,00 € 30.000,00 € 17.789,00 € 25.000,00 € € 154.476,00 € 147.500,00 € 155.000,00 € 121.185,00 € € 454.949,00 € 385.210,00 € 281.760,00 € 400.000,00 €
231.000,00
25.000,00 186.000,00 442.000,00
Totale instellingslasten
— —— — — € 238.446,00 € 155.000,00 € 215.000,00 152.000,00 € 154.260,00 € € 16.886,00 € 10.000,00 € 10.000,00 € 10.000,00 7.173,00 € € 125.027,00 € 265.000,00 204.125,00 € 150.718,00 € 135.000,00 € € 113.983,00 € 105.000,00 € 120.000,00 € 130.000,00 119.243,00 € € 62.781,00 € 108.630,00 € 9.709,00 € 125.000,00 € 7.500,00 557.123,00 € 579.755,00 € 627.500,00 441.103,00 € 545.000,00 €
Totale lasten;
€__
Resultaat
€
Instellingslasten:
Administratie en Beheer
Inventaris en apparatuur Uitgaven activiteiten
Contributies en verzekeringen Overige lasten
7.989.943,00 188.976,00
€__ ____ 8.172.990,00 €__ €
-90.982,00
€
6.315.349,00
£__ ____ 8.366.100,00 £________ 8.657.500,00
-392.562,00
€
-20.725,00
€
13.000,00
14
Bijlage 2:
Meerjarenbegroting 2025-2027 gecomprimeerd inclusief Raming boekjaar 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Werkelijk 2023
Begroting 2024
Raming 2024
Rijksbijdragen lumpsum
€
6.261.091,00
€
6.813.244,00
€
7.00 3.500,00
€
7.445.000,00
€
7.684.000,00
€
7.712.000,00
Rijksbijdrage overig
€
854.726,00
€
335.974,00
€
472.000,00
€
456.000,00
€
327.000,00
€
334.000,00
Rijksbijdrage SWV Passend Onderwijs
€
432.109,00
€
350.000,00
€
412.000,00
€
420.000,00
€
270.000,00
€
270.000,00
Gemeenten en andere overheden
€
50.275,00
€
61.275,00
€
61.275,00
Overige baten (niet overheid en subsidies)
€
125.302,00
€
374.915,00
€
250.000,00
€
2.500,00
€
2.500,00
€
2.500,00
Vrijwillige ouderbijdrage
€
455.416,00
€
106.600,00
€
106.600,00
€
307.000,00
€
341.000,00
€
319.000,00
€
40.000,00
€
40.000,00
€
40.000,00
€
40.000,00
€
40.000,00
Omschrijving BATEN
Rente/dividend
L 8,178.919.00
8.677.500,00 8.664.500,00 € 8.345.375.00 c 8.679.599.99 € c 8.082.008.00 S____ — ----
Loonkosten schoolleiding
€
333.082,00
€
633.000,00
€
644.000,00
€
677.000,00
€
677.000,00 €
677.000,00
Loonkosten OP
€
4.524.246,00
€
4.418.000,00
€
4.561.000,00
€
4.650.000,00
€
4.730.000,00
€
4.800.000,00
Loonkosten OOP
€
1.016.235,00
€
1.126.000,00
€
1.150.000,00
€
1.217.000,00
€
1.217.000,00
€
1.217.000,00
Loonkosten onderwijsassistenten
€
6.983,00
€
50.000,00
€
75.000,00
€
100.000,00
€
100.000,00 €
100.000,00
Uitkering UWV
€
-65.020,00
€
-15.000,00
€
100,00
€
-19.000,00
Totale baten
LASTEN Personele lasten:
— —
Loonkosten vervanging
€
50.419,00
€
€
45.000,00
€
41.000,00
Overige personele lasten
€
454.044,00
€
277.250,00
€
280.000,00
€
270.000,00
€
228.000,00
€
225.000,00
Totale personele lasten
€
6.319.989,00
€
6.489.250,00
€
6.755.100,00
€
6.936.000,00
€
6.952.000,00
€
7.019.000,00
Afschrijvingen
€
180.017,00
€
204.275,00
€
185.000,00
€
209.000,00
€
199.000,00
€
199.000,00
Huisvestingslasten:
—— —— — —
Onderhoud
€
39.587,00
€
106.000,00
€
106.000,00
€
15.000,00
€
15.000,00
€
15.000,00
Vaste lasten (energie, water, schoonmaak)
€
296.861,00
€
330.000,00
€
330.000,00
€
335.000,00
€
340.000,00
€
340.000,00
Overige huisvestingslasten
€
141.417,00
€
78.500,00
€
45.000,00
€
93.000,00
€
93.000,00 €
93.000,00
Totale huisvestingslasten
€
4 77.865,00
€
514.500,00
€
481.000,00
€
443.000,00
€
448.000,00
€
448.000,00
Leermiddelen:
— — ————
Leer mi ddel en
€
264.105,00
€
207.710,00
€
220.000,00
€
231.000,00
€
221.000,00
Kopieerkosten en drukwerk
€
36.368,00
€
30.000,00
€
25.000,00
€
25.000,00
€
25.000,00 €
25.000,00
ICT kosten
€
154.476,00
€
147.500,00
€
155.000,00
€
186.000,00
€
186.000,00 €
186.000,00
Totale leermiddelen
€
454.949,00
€
385.210,00
€
400.000,00
€
442.000,00
€
432.000,00
€
432.000,00
Instellingslasten:
€
221.000,00
— — ————
Administratie en Beheer
€
238.446,00
€
152.000,00
€
155.000,00
€
215.000,00
€
215.000,00
€
Inventaris en apparatuur
€
16.886,00
€
10.000,00
€
10.000,00
€
10.000,00
€
10.000,00
€
10.000,00
Uitgaven activiteiten
€
125.027,00
€
204.125,00
€
135.000,00
€
265.000,00
€
304.000,00
€
2 79.000,00
Contributies en verzekeringen
€
113.983,00
€
105.000,00
€
120.000,00
€
130.000,00
€
130.000,00 €
130.000,00
Overige lasten
€
62.781,00
€
108.630,00
€
125.000,00
€
7.500,00
€
7.500,00
€
7.500,00
Totale instellingslasten
€
557.123,00
€
579.755,00
€
545.000,00
€
627.500,00
€
666.500,00
€
639.500,00
Totale lasten:
c 7,989.943.09
c8.657.500,00
€
8.697.500,00
€
8.737.500,00
Resultaat
€
13.000,00
€
-33.000,00
€
-60.000,00
188.976,00
c 8172.999.99
4____
€
€
-90.982,00
8.366.100.00
-20.725,00
€
213.000,00
15
Noot In dit document zijn gedeeltes onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (naam) • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (e-mail) • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (telefoonnummer)