CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 Dordrecht DEFINITIEF.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 8 oktober 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Vaststellen Begroting 2025 - Raadsvoorstel40.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

10 alinea's met “perspectiefnota”: 13 279 304 307 308 3426 3504 3508 3510 3730

Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000

Onderwerp

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten

90.225

88.844

88.061

87.197

Baten

36.873

36.626

36.481

36.481

Saldo

-53.352

-52.218

-51.580

-50.716

Toevoeging reserves

2.020

2.740

909

909

Onttrekking reserves

7.174

1.151

598

57

Totaal programma

-48.199

-53.807

-51.892

-51.569

Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.

Begroting 2025 Dordrecht

87

Bedragen x € 1.000

Overhead

2025

2026

2027

2028

Product

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Overhead

34.740

2.373

32.367

33.266

2.172

31.094

32.917

2.172

30.745

32.062

2.172

29.890

Overheaddiensten SGD

55.484

34.500

20.985

55.578

34.453

21.124

55.143

34.308

20.835

55.135

34.308

20.826

Totaal saldo baten en lasten

90.225

36.873

53.352

88.844

36.626

52.218

88.061

36.481

51.580

87.197

36.481

50.716

2.020

-7.174

-5.153

2.740

-1.151

1.589

909

-598

312

909

-57

853

92.245

44.046

48.199

91.584

37.777

53.807

88.970

37.078

51.892

88.106

36.538

51.569

Mutaties met de reserves Geraamd resultaat

Begroting 2025 Dordrecht

88

3.3 Vennootschapsbelasting 3.3.1 Wat mag het kosten?

Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.

Vennootschapsbelasting Materiële budgetten

2025 108.532

Materiële budgetten: er wordt rekening gehouden met een winst van ongeveer € 400.000 waar maximaal 25% belasting over is verschuldigd. Wanneer sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid en structureel overschotten worden gerealiseerd vallen deze 'winsten' voor overheidsinstellingen met ingang van 2016 onder de vennootschapsbelastingplicht. Voor gemeenten moet dit bekeken worden per afzonderlijke activiteit, in tegenstelling tot bedrijven die voor het geheel van activiteiten worden beoordeeld. Voor Dordrecht betalen wij vennootschapsbelasting (VPB) over de 'winsten' uit verkoop van restafval (oud ijzer en dergelijke) en uit concessies voor het plaatsen van reclame in de openbare ruimte. Met de overkomst van de Servicegemeente Dordrecht zal mogelijk ook een kleine VPB last meekomen op inzet voor derden vanuit het Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD). Het totaal van grondexploitaties, die in principe onder de VPB-plicht vallen, is op dit moment (nog) verliesgevend. Dit kan in de toekomst veranderen bij het openen van winstgevende grondexploitaties of het afsluiten van verliesgevende. Dit kan een aanzienlijke extra (niet begrote) last met zich meebrengen. Verder volgen wij enkele ontwikkelingen aandachtig, zoals de verhuur van het te bouwen Dordthuis, (garage en straat) parkeren en het crematorium.

Op dit moment is hier geen sprake van winst en/of zijn vrijstellingen van toepassing. Deze onderdelen leiden op dit moment dus niet tot een werkelijke belastinglast. Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000

Onderwerp

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten

109

109

109

109

Baten

0

0

0

0

Saldo

-109

-109

-109

-109

-109

-109

-109

-109

Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal programma

Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.

Begroting 2025 Dordrecht

89

Bedragen x € 1.000

Vennootschapsbelasting Product

2025

2026

2027

2028

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Vennootschapsbelasting

109

0

109

109

0

109

109

0

109

109

0

109

Totaal saldo baten en lasten

109

0

109

109

0

109

109

0

109

109

0

109

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

109

0

109

109

0

109

109

0

109

109

0

109

Mutaties met de reserves Geraamd resultaat

Begroting 2025 Dordrecht

90

3.4 Onvoorzien 3.4.1 Wat mag het kosten?

Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.

Onvoorzien Stelposten

2025 50.000

Stelposten: in de begroting is een structureel bedrag opgenomen van € 50.000 voor onvoorziene kosten. Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000

Onderwerp

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten

50

50

50

50

Baten

0

0

0

0

Saldo

-50

-50

-50

-50

-50

-50

-50

-50

Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal programma

Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.

Begroting 2025 Dordrecht

91

Bedragen x € 1.000

Onvoorzien Product

2025

2026

2027

2028

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Onvoorzien

50

0

50

50

0

50

50

0

50

50

0

50

Totaal saldo baten en lasten

50

0

50

50

0

50

50

0

50

50

0

50

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

50

0

50

50

0

50

50

0

50

50

0

50

Mutaties met de reserves Geraamd resultaat

Begroting 2025 Dordrecht

92

4 Paragrafen 4.1 Lokale heffingen Het gemeentelijk kader om de lokale heffingen vorm te geven en uit te voeren bestaat uit de Nota Lokale Heffingen, de verschillende planning en control documenten (kadernota, begroting, bestuursrapportage en jaarstukken) en de diverse belasting- of tariefsverordeningen. Daar waar de Nota richtinggevend en meerjarig is van karakter, betreffen de P&C-documenten en de tariefsverordeningen in beginsel een jaarschijf.

4.1.1 Ontwikkelingen en rijksbeleid Maximum op stijging OZB Ons nieuwe kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 opgenomen dat de stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeenten. Omdat het kabinet nog maar kort geleden is aangetreden, is hier nog geen invulling aan gegeven.

4.1.2 Gemeentelijke belastingopbrengsten

In 2024 is 13% van alle begrote inkomsten afkomstig uit lokale heffingen. Hiervan is 39% ongebonden inkomsten, hieraan is geen specifiek bestedingsdoel gekoppeld. Lokale heffingen vormen hiermee een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. De verschillen tussen 2025 en 2024 in de tabel geven geen indicatie van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Hierbij spelen factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding een rol. Bedragen x € 1.000 Heffingsoort

Rekening 2023

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2025

Mutatie 2025 t.o.v. 2024

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) OZB eigenaren niet-woningen

9.626

10.953

11.022

69

OZB gebruikers niet-woningen

7.089

8.330

8.495

165

OZB eigenaren woningen

15.058

16.145

16.390

245

Subtotaal OZB

31.773

35.428

35.907

479

Hondenbelasting¹

nvt

nvt

nvt

nvt

Precariobelasting

168

214

214

0

Logiesbelasting

735

1.330

1.601

271

32.676

36.972

37.722

750

Afvalstoffenheffing

17.701

19.228

19.632

404

Rioolheffing/-recht

14.408

15.428

16.099

671

130

161

164

3

Lijkbezorgingsrechten

2.512

2.798

2.837

39

Leges omgevingsvergunning

4.167

4.991

5.096

105

Leges KCC

1.700

2.582

2.786

204

57

197

201

4

11.398

12.771

12.240

-531

281

313

320

7

Subtotaal gebonden heffingen

52.354

58.469

59.375

906

TOTAAL

85.030

95.441

97.097

1.656

Subtotaal ongebonden heffingen Gebonden heffingen

Reinigingsrecht

Leges APV en overige leges Parkeerbelastingen² Marktgelden

Begroting 2025 Dordrecht

93

¹ Geen heffing hondenbelasting (2023-2026) in de bestuursperiode 2022-2026, zie het Politiek Akkoord 2022-2026 (pagina 24). ² Deze categorie bestaat zowel uit de publiekrechtelijke parkeerbelasting als de privaatrechtelijke parkeergelden.

4.1.3 Woonlasten (lokale lasten)

De onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing vormen samen de woonlasten. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke belastingopbrengsten en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens weer. Bij de berekening van de woonlasten voor 2025 zijn de bij de Perspectiefnota 2025 vastgestelde indexeringen gehanteerd, afgezet tegen de geprognosticeerde, gemiddelde WOZwaarde. De overige cijfers zijn gebaseerd op geactualiseerde cijfers en niet op verouderde, achterhaalde COELO-cijfers. Uit de tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in Dordrecht eigenaren-bewoners in 2025 met 1,6% stijgen ten opzichte van 2024. Eigenaren-bewoners met woning met gemiddelde WOZ-waarde voor koopwoningen 2022

2023 ²

Bedragen x € 1 2024

Indexering

2025

Gemiddelde WOZ-waarde

308.000

365.000

376.000

8,0%

406.000

OZB-eigenaar

299,99

324,85

340,28

2,1%

343,07

Afvalstoffenheffing¹

312,60

332,28

356,76

2,1%

364,20

Rioolheffing eigenaar

108,31

115,13

123,65

2,1%

126,25

Rioolheffing gebruiker¹

96,36

102,36

109,92

2,1%

112,20

Ontwikkeling lastendruk

817

875 ²

931

946

Stijging/daling

3,2%

7,0% ²

6,4%

1,6%

Begroting 2025 Dordrecht

94

De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens die huren, ziet er als volgt uit. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. De gemiddelde woonlasten stijgen in 2025 in Dordrecht voor huurders met 2,1% ten opzichte van 2024. Huurders

Bedragen x € 1 2022

2023 ²

2024

Indexering

2025

Afvalstoffenheffing¹

312,60

332,28

356,76

2,1%

364,20

Rioolheffing gebruiker¹

96,36

102,36

109,92

2,1%

112,20

Ontwikkeling lastendruk

409

435 ²

467

476

Stijging/daling

3,2%

6,3% ²

7,4%

2,1%

¹ Voor een uitvoerbare inning dienen de tarieven deelbaar te zijn door 12. ² In 2023 is een tegemoetkoming in de gestegen kosten van levensonderhoud verstrekt waardoor de daadwerkelijke ontwikkeling van de lastendruk lager was dan in de tabellen is opgenomen. Door deze € 75 te betrekken in de opstelling was er sprake van een daling van de woonlasten in 2023 ten opzichte van 2022. Voor eigenaren-bewoners betrof dat -2,9% en voor huurders was dat 12,1%, zie ook de Begroting 2023 en de Jaarstukken 2023.

4.1.3.1 OZB

De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2025 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2024. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZwaarde van de onroerende zaak. Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Deze is in 2020 vervangen door de benchmark lokale lasten. Voor de resultaten van de benchmark 2023 verwijzen we naar het onderdeel Benchmark lokale lasten in deze paragraaf. Tariefsaanpassing 2025 De OZB kent drie tarieven, namelijk die voor eigenaren van woningen, eigenaren van nietwoningen en gebruikers van niet-woningen. Gemeenten werken met geautomatiseerde taxatiemodellen, waarin alle kenmerken van een onroerend zaak zijn opgenomen. Er vindt geen (jaarlijkse) taxatie per pand plaats. De belastingtarieven worden berekend door de begrote opbrengsten van de onderscheidenlijke tariefgroepen te delen door de geschatte belastingcapaciteit (totale WOZ-waarden) van die groepen. Hieruit volgen percentages. Het percentage, vermenigvuldigd met de WOZ-waarde, geeft aan welk bedrag aan OZB verschuldigd is.

Voor woningen is voor begrotingsjaar 2025 rekening gehouden met een waardeontwikkeling van 8% (belastingcapaciteit), bij niet-woningen is dat 2%. De gewenste opbrengst is geïndexeerd conform de besluitvorming over de Perspectiefnota 2025. Aanvullend is rekening gehouden met extra opbrengsten wegens areaaltoename van in totaal € 429.000. Daar staat tegenover dat een structurele dubbeltelling van € 306.000 in de begroting bestond die nu is geëlimineerd. Van de opbrengst niet woningen gaat 12,66% naar het Ondernemersfonds, waarbij ten aanzien van een aantal objecten specifieke afspraken worden/zijn gemaakt met de fondsbeheerder.

Begroting 2025 Dordrecht

95

4.1.3.2 Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is met 2,1% bijgesteld om in balans te blijven met de inflatie conform de Perspectiefnota 2025.

4.1.3.3 Rioolheffing

De rioolheffing is met 2,1% bijgesteld om in balans te blijven met de inflatie, conform de Perspectiefnota 2025.

4.1.4 Vergelijking woonlasten 2024

Om tegemoet te komen aan de behoefte aan informatie over woonlasten presenteert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) jaarlijks de Atlas van de lokale lasten (zie voor de volledigheid ook het erratum). De atlas geeft inzicht in de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, de belastingdruk en de woonlasten per gemeente. Het betreft hier een vergelijking voor een huishouden met een gemiddelde gezinsomvang in een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde.

4.1.4.1 Vergelijking met G40 en G4 gemeenten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bracht, naast de Atlas van de lokale lasten, ook jaarlijks een overzicht uit met Kerngegevens van de grote gemeenten. Per 2024 vindt dit onderzoek niet meer plaats en wordt verwezen naar de Benchmark G40 en G4 gemeente 2024, waar de woonlasten van 44 gemeenten worden vergelijken. Het betreft hier een vergelijking voor een huishouden met een gemiddelde gezinsomvang in een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde. Dordrecht neemt in 2024 met € 936 een twaalfde plaats in, waarbij we zeven plekken dalen ten opzichte van 2023. In 32 van de onderzochte gemeenten zijn de lokale woonlasten dus hoger dan

Begroting 2025 Dordrecht

96

in Dordrecht. Tilburg is wederom het goedkoopst en neemt met € 759 de eerste plaats in. Leiden is evenals vorig jaar de duurste van de G40 en G4 gemeenten en staat met € 1.234 op de laatste plaats.

4.1.4.2 Vergelijking referentiegemeenten en Drechtsteden

Deze vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2024 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten 2024 van een meerpersoonshuishouden weer op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning. Eigenaren-bewoners

Bedragen x € 1 Gem. WOZwaarde

Tarief OZB

Dordrecht

382.000

0,0905

345

234

357

936

106

Sliedrecht

364.000

0,0712

319

277

351

947

124

Alblasserdam

409.000

0,0991

404

169

449

-40

982

173

Hendrik-Ido-Ambacht

465.000

0,0934

434

218

410

-76

986

176

HardinxveldGiessendam

418.000

0,1054

440

207

344

991

181

Zwijndrecht

389.000

0,0866

337

322

368

1.027

220

Papendrecht

400.000

0,1136

454

169

424

1.047

244

Gemeente

OZB Riool eigenaar eig./gebr.

Afval Tegemoetstoffen koming Totaal

Rangnr. meerp. huish.¹

Drechtsteden

Referentiegemeenten Alkmaar

436.000

0,0579

252

193

390

835

29

Breda

495.000

0,0566

280

194

387

861

48

Dordrecht

382.000

0,0905

345

234

357

936

106

Haarlem

603.000

0,0734

443

167

478

1.088

268

Delft

471.000

0,0974

459

252

417

1.128

285

Leiden

525.000

0,1131

594

254

476

1.324

333

Landelijk gemiddelde

484.000

0,0909

423

225

346

994

¹ Voor de indicatie in de laatste kolom geldt: hoe lager het nummer, hoe lager de woonlasten. Huurders

Bedragen x € 1 Rioolheffing gebruiker

Afval stoffenheffing

Tegemoetkoming

Totaal

Rangnr. meerp. huish.¹

Hendrik-Ido-Ambacht

69

410

-76

402

120

Alblasserdam

0

449

-40

409

129

Papendrecht

0

424

424

143

Dordrecht

110

357

467

174

Sliedrecht

103

365

468

177

Hardinxveld-Giessendam

207

344

551

249

Zwijndrecht

322

368

690

334

Gemeente Drechtsteden

Begroting 2025 Dordrecht

97

Referentiegemeenten Alkmaar

0

390

390

102

Dordrecht

110

357

467

174

Delft

55

417

472

181

Haarlem

0

478

478

189

Breda

194

387

571

276

Leiden

254

476

730

343

Landelijk gemiddelde

112

346

457

4.1.4.3 Benchmark lokale lasten

In deze benchmark voor 2024, samengesteld door het COELO en opgenomen in de Atlas van de lokale lasten 2024 vanaf pagina 188, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 197 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing) per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting), voor 2024 en de mutatie van de woonlasten ten opzichte van 2023.

De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente?) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van de andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn).

Begroting 2025 Dordrecht

98

Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 994 en voor Zuid-Holland is dit € 1.038. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2023 bedraagt landelijk 6,1% en voor Zuid-Holland 6,4%. Verder kan de hoogte van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken. Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen. Naast de vergelijking per provincie wordt ook een overzicht op G40 en G4-niveau gepresenteerd.

Achtergrond benchmark Om onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te voorkomen heeft het Rijk vanaf 2007 tot en met 2019 een beperking gehanteerd op de stijging van de OZB-opbrengst van alle gemeenten samen in de vorm van een macronorm. In 2014 is geconcludeerd dat de macronorm geen effectief beheersingsinstrument is gebleken omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, omdat de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen. Sindsdien is de vergelijking van de lokale lasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) tussen gemeenten, volgens het Rijk, beter mogelijk geworden. Onder meer door de publicatie van de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten door het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentelijke begroting de ontwikkelingen toe te lichten. Met ingang van 2020 is de macronorm OZB dan ook vervangen door een jaarlijkse benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. In de beantwoording van kamervragen door voormalig minister Ollongren over de stijging van de gemeentelijke belastingen in 2021 is

Begroting 2025 Dordrecht

99

aangegeven dat evaluatie van de benchmark gepland staat voor 2025. Er wordt dan ook gekeken naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.

4.1.4.4 Belastingcapaciteit

Onderstaande tabel betreft één van de vijf kengetallen, vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorgeschreven, die het gemakkelijker moet maken inzicht te verkrijgen in de financiële positie en over de baten en lasten van de gemeente. Voor een beschouwing van alle BBV-kengetallen samen verwijzen we naar het onderdeel Financiële kengetallen. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de verhouding van de lokale lastendruk in de gemeente ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde, uitgedrukt in een percentage. De kolom 2025 betreft een doorkijk op basis van de indexeringen conform de Perspectiefnota 2025. Bedragen x € 1 2023

2024

2025

A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

328

346

343

B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

217

234

238

C Afvalstoffenheffing voor een gezin

332

357

364

D Eventuele heffingskorting

-75

0

0

E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D)

802

937

945

904

944

994

89%

99%

95%

F

Woonlasten landelijke gemidd. voor gezin laatst bekende begrotingsjaar (dus 2022, 2023 en 2024) Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%

Door de nieuwe berekeningsmethode van het COELO, gebaseerd op het per 2022 publiceren van de afzonderlijke gemiddelde WOZ-waarde voor zowel koop- als huurwoningen door het CBS waar deze eerst enkel als gezamenlijk gemeld werden, zijn oudere opstellingen (in eerdere P&C-producten) van de belastingcapaciteit waarin het jaar 2021 wordt weergegeven niet langer onderling vergelijkbaar. Zie voor meer uitleg hierover de belastingcapaciteit in de Begroting 2023.

4.1.5 Kwijtschelden van gemeentelijke belastingen

Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Het Rijk bepaalt de regels voor toekenning. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm. Dat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Tevens vindt ook een vermogenstoets plaats. Onlangs is de wettelijke vermogensnorm verhoogd, waarbij ook geldt dat de gemeente de ruimste norm toepast. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst met als doel de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In Dordrecht kan kwijtschelding worden verleend voor: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing gebruikers/eigendom en leges voorrangsverklaring.

Begroting 2025 Dordrecht

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/784/documents/35257