Begroting 2025 Dordrecht DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000
Onderwerp
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
90.225
88.844
88.061
87.197
Baten
36.873
36.626
36.481
36.481
Saldo
-53.352
-52.218
-51.580
-50.716
Toevoeging reserves
2.020
2.740
909
909
Onttrekking reserves
7.174
1.151
598
57
Totaal programma
-48.199
-53.807
-51.892
-51.569
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
87
Bedragen x € 1.000
Overhead
2025
2026
2027
2028
Product
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Overhead
34.740
2.373
32.367
33.266
2.172
31.094
32.917
2.172
30.745
32.062
2.172
29.890
Overheaddiensten SGD
55.484
34.500
20.985
55.578
34.453
21.124
55.143
34.308
20.835
55.135
34.308
20.826
Totaal saldo baten en lasten
90.225
36.873
53.352
88.844
36.626
52.218
88.061
36.481
51.580
87.197
36.481
50.716
2.020
-7.174
-5.153
2.740
-1.151
1.589
909
-598
312
909
-57
853
92.245
44.046
48.199
91.584
37.777
53.807
88.970
37.078
51.892
88.106
36.538
51.569
Mutaties met de reserves Geraamd resultaat
Begroting 2025 Dordrecht
88
3.3 Vennootschapsbelasting 3.3.1 Wat mag het kosten?
Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.
Vennootschapsbelasting Materiële budgetten
2025 108.532
Materiële budgetten: er wordt rekening gehouden met een winst van ongeveer € 400.000 waar maximaal 25% belasting over is verschuldigd. Wanneer sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid en structureel overschotten worden gerealiseerd vallen deze 'winsten' voor overheidsinstellingen met ingang van 2016 onder de vennootschapsbelastingplicht. Voor gemeenten moet dit bekeken worden per afzonderlijke activiteit, in tegenstelling tot bedrijven die voor het geheel van activiteiten worden beoordeeld. Voor Dordrecht betalen wij vennootschapsbelasting (VPB) over de 'winsten' uit verkoop van restafval (oud ijzer en dergelijke) en uit concessies voor het plaatsen van reclame in de openbare ruimte. Met de overkomst van de Servicegemeente Dordrecht zal mogelijk ook een kleine VPB last meekomen op inzet voor derden vanuit het Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD). Het totaal van grondexploitaties, die in principe onder de VPB-plicht vallen, is op dit moment (nog) verliesgevend. Dit kan in de toekomst veranderen bij het openen van winstgevende grondexploitaties of het afsluiten van verliesgevende. Dit kan een aanzienlijke extra (niet begrote) last met zich meebrengen. Verder volgen wij enkele ontwikkelingen aandachtig, zoals de verhuur van het te bouwen Dordthuis, (garage en straat) parkeren en het crematorium.
Op dit moment is hier geen sprake van winst en/of zijn vrijstellingen van toepassing. Deze onderdelen leiden op dit moment dus niet tot een werkelijke belastinglast. Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000
Onderwerp
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
109
109
109
109
Baten
0
0
0
0
Saldo
-109
-109
-109
-109
-109
-109
-109
-109
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal programma
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
89
Bedragen x € 1.000
Vennootschapsbelasting Product
2025
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Vennootschapsbelasting
109
0
109
109
0
109
109
0
109
109
0
109
Totaal saldo baten en lasten
109
0
109
109
0
109
109
0
109
109
0
109
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
109
0
109
109
0
109
109
0
109
109
0
109
Mutaties met de reserves Geraamd resultaat
Begroting 2025 Dordrecht
90
3.4 Onvoorzien 3.4.1 Wat mag het kosten?
Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.
Onvoorzien Stelposten
2025 50.000
Stelposten: in de begroting is een structureel bedrag opgenomen van € 50.000 voor onvoorziene kosten. Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000
Onderwerp
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
50
50
50
50
Baten
0
0
0
0
Saldo
-50
-50
-50
-50
-50
-50
-50
-50
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal programma
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
91
Bedragen x € 1.000
Onvoorzien Product
2025
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Onvoorzien
50
0
50
50
0
50
50
0
50
50
0
50
Totaal saldo baten en lasten
50
0
50
50
0
50
50
0
50
50
0
50
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50
0
50
50
0
50
50
0
50
50
0
50
Mutaties met de reserves Geraamd resultaat
Begroting 2025 Dordrecht
92
4 Paragrafen 4.1 Lokale heffingen Het gemeentelijk kader om de lokale heffingen vorm te geven en uit te voeren bestaat uit de Nota Lokale Heffingen, de verschillende planning en control documenten (kadernota, begroting, bestuursrapportage en jaarstukken) en de diverse belasting- of tariefsverordeningen. Daar waar de Nota richtinggevend en meerjarig is van karakter, betreffen de P&C-documenten en de tariefsverordeningen in beginsel een jaarschijf.
4.1.1 Ontwikkelingen en rijksbeleid Maximum op stijging OZB Ons nieuwe kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 opgenomen dat de stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeenten. Omdat het kabinet nog maar kort geleden is aangetreden, is hier nog geen invulling aan gegeven.
4.1.2 Gemeentelijke belastingopbrengsten
In 2024 is 13% van alle begrote inkomsten afkomstig uit lokale heffingen. Hiervan is 39% ongebonden inkomsten, hieraan is geen specifiek bestedingsdoel gekoppeld. Lokale heffingen vormen hiermee een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. De verschillen tussen 2025 en 2024 in de tabel geven geen indicatie van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Hierbij spelen factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding een rol. Bedragen x € 1.000 Heffingsoort
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Mutatie 2025 t.o.v. 2024
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) OZB eigenaren niet-woningen
9.626
10.953
11.022
69
OZB gebruikers niet-woningen
7.089
8.330
8.495
165
OZB eigenaren woningen
15.058
16.145
16.390
245
Subtotaal OZB
31.773
35.428
35.907
479
Hondenbelasting¹
nvt
nvt
nvt
nvt
Precariobelasting
168
214
214
0
Logiesbelasting
735
1.330
1.601
271
32.676
36.972
37.722
750
Afvalstoffenheffing
17.701
19.228
19.632
404
Rioolheffing/-recht
14.408
15.428
16.099
671
130
161
164
3
Lijkbezorgingsrechten
2.512
2.798
2.837
39
Leges omgevingsvergunning
4.167
4.991
5.096
105
Leges KCC
1.700
2.582
2.786
204
57
197
201
4
11.398
12.771
12.240
-531
281
313
320
7
Subtotaal gebonden heffingen
52.354
58.469
59.375
906
TOTAAL
85.030
95.441
97.097
1.656
Subtotaal ongebonden heffingen Gebonden heffingen
Reinigingsrecht
Leges APV en overige leges Parkeerbelastingen² Marktgelden
Begroting 2025 Dordrecht
93
¹ Geen heffing hondenbelasting (2023-2026) in de bestuursperiode 2022-2026, zie het Politiek Akkoord 2022-2026 (pagina 24). ² Deze categorie bestaat zowel uit de publiekrechtelijke parkeerbelasting als de privaatrechtelijke parkeergelden.
4.1.3 Woonlasten (lokale lasten)
De onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing vormen samen de woonlasten. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke belastingopbrengsten en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens weer. Bij de berekening van de woonlasten voor 2025 zijn de bij de Perspectiefnota 2025 vastgestelde indexeringen gehanteerd, afgezet tegen de geprognosticeerde, gemiddelde WOZwaarde. De overige cijfers zijn gebaseerd op geactualiseerde cijfers en niet op verouderde, achterhaalde COELO-cijfers. Uit de tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in Dordrecht eigenaren-bewoners in 2025 met 1,6% stijgen ten opzichte van 2024. Eigenaren-bewoners met woning met gemiddelde WOZ-waarde voor koopwoningen 2022
2023 ²
Bedragen x € 1 2024
Indexering
2025
Gemiddelde WOZ-waarde
308.000
365.000
376.000
8,0%
406.000
OZB-eigenaar
299,99
324,85
340,28
2,1%
343,07
Afvalstoffenheffing¹
312,60
332,28
356,76
2,1%
364,20
Rioolheffing eigenaar
108,31
115,13
123,65
2,1%
126,25
Rioolheffing gebruiker¹
96,36
102,36
109,92
2,1%
112,20
Ontwikkeling lastendruk
817
875 ²
931
946
Stijging/daling
3,2%
7,0% ²
6,4%
1,6%
Begroting 2025 Dordrecht
94
De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens die huren, ziet er als volgt uit. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. De gemiddelde woonlasten stijgen in 2025 in Dordrecht voor huurders met 2,1% ten opzichte van 2024. Huurders
Bedragen x € 1 2022
2023 ²
2024
Indexering
2025
Afvalstoffenheffing¹
312,60
332,28
356,76
2,1%
364,20
Rioolheffing gebruiker¹
96,36
102,36
109,92
2,1%
112,20
Ontwikkeling lastendruk
409
435 ²
467
476
Stijging/daling
3,2%
6,3% ²
7,4%
2,1%
¹ Voor een uitvoerbare inning dienen de tarieven deelbaar te zijn door 12. ² In 2023 is een tegemoetkoming in de gestegen kosten van levensonderhoud verstrekt waardoor de daadwerkelijke ontwikkeling van de lastendruk lager was dan in de tabellen is opgenomen. Door deze € 75 te betrekken in de opstelling was er sprake van een daling van de woonlasten in 2023 ten opzichte van 2022. Voor eigenaren-bewoners betrof dat -2,9% en voor huurders was dat 12,1%, zie ook de Begroting 2023 en de Jaarstukken 2023.
4.1.3.1 OZB
De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2025 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2024. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZwaarde van de onroerende zaak. Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Deze is in 2020 vervangen door de benchmark lokale lasten. Voor de resultaten van de benchmark 2023 verwijzen we naar het onderdeel Benchmark lokale lasten in deze paragraaf. Tariefsaanpassing 2025 De OZB kent drie tarieven, namelijk die voor eigenaren van woningen, eigenaren van nietwoningen en gebruikers van niet-woningen. Gemeenten werken met geautomatiseerde taxatiemodellen, waarin alle kenmerken van een onroerend zaak zijn opgenomen. Er vindt geen (jaarlijkse) taxatie per pand plaats. De belastingtarieven worden berekend door de begrote opbrengsten van de onderscheidenlijke tariefgroepen te delen door de geschatte belastingcapaciteit (totale WOZ-waarden) van die groepen. Hieruit volgen percentages. Het percentage, vermenigvuldigd met de WOZ-waarde, geeft aan welk bedrag aan OZB verschuldigd is.
Voor woningen is voor begrotingsjaar 2025 rekening gehouden met een waardeontwikkeling van 8% (belastingcapaciteit), bij niet-woningen is dat 2%. De gewenste opbrengst is geïndexeerd conform de besluitvorming over de Perspectiefnota 2025. Aanvullend is rekening gehouden met extra opbrengsten wegens areaaltoename van in totaal € 429.000. Daar staat tegenover dat een structurele dubbeltelling van € 306.000 in de begroting bestond die nu is geëlimineerd. Van de opbrengst niet woningen gaat 12,66% naar het Ondernemersfonds, waarbij ten aanzien van een aantal objecten specifieke afspraken worden/zijn gemaakt met de fondsbeheerder.
Begroting 2025 Dordrecht
95
4.1.3.2 Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is met 2,1% bijgesteld om in balans te blijven met de inflatie conform de Perspectiefnota 2025.
4.1.3.3 Rioolheffing
De rioolheffing is met 2,1% bijgesteld om in balans te blijven met de inflatie, conform de Perspectiefnota 2025.
4.1.4 Vergelijking woonlasten 2024
Om tegemoet te komen aan de behoefte aan informatie over woonlasten presenteert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) jaarlijks de Atlas van de lokale lasten (zie voor de volledigheid ook het erratum). De atlas geeft inzicht in de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, de belastingdruk en de woonlasten per gemeente. Het betreft hier een vergelijking voor een huishouden met een gemiddelde gezinsomvang in een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde.
4.1.4.1 Vergelijking met G40 en G4 gemeenten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bracht, naast de Atlas van de lokale lasten, ook jaarlijks een overzicht uit met Kerngegevens van de grote gemeenten. Per 2024 vindt dit onderzoek niet meer plaats en wordt verwezen naar de Benchmark G40 en G4 gemeente 2024, waar de woonlasten van 44 gemeenten worden vergelijken. Het betreft hier een vergelijking voor een huishouden met een gemiddelde gezinsomvang in een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde. Dordrecht neemt in 2024 met € 936 een twaalfde plaats in, waarbij we zeven plekken dalen ten opzichte van 2023. In 32 van de onderzochte gemeenten zijn de lokale woonlasten dus hoger dan
Begroting 2025 Dordrecht
96
in Dordrecht. Tilburg is wederom het goedkoopst en neemt met € 759 de eerste plaats in. Leiden is evenals vorig jaar de duurste van de G40 en G4 gemeenten en staat met € 1.234 op de laatste plaats.
4.1.4.2 Vergelijking referentiegemeenten en Drechtsteden
Deze vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2024 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten 2024 van een meerpersoonshuishouden weer op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning. Eigenaren-bewoners
Bedragen x € 1 Gem. WOZwaarde
Tarief OZB
Dordrecht
382.000
0,0905
345
234
357
936
106
Sliedrecht
364.000
0,0712
319
277
351
947
124
Alblasserdam
409.000
0,0991
404
169
449
-40
982
173
Hendrik-Ido-Ambacht
465.000
0,0934
434
218
410
-76
986
176
HardinxveldGiessendam
418.000
0,1054
440
207
344
991
181
Zwijndrecht
389.000
0,0866
337
322
368
1.027
220
Papendrecht
400.000
0,1136
454
169
424
1.047
244
Gemeente
OZB Riool eigenaar eig./gebr.
Afval Tegemoetstoffen koming Totaal
Rangnr. meerp. huish.¹
Drechtsteden
Referentiegemeenten Alkmaar
436.000
0,0579
252
193
390
835
29
Breda
495.000
0,0566
280
194
387
861
48
Dordrecht
382.000
0,0905
345
234
357
936
106
Haarlem
603.000
0,0734
443
167
478
1.088
268
Delft
471.000
0,0974
459
252
417
1.128
285
Leiden
525.000
0,1131
594
254
476
1.324
333
Landelijk gemiddelde
484.000
0,0909
423
225
346
994
¹ Voor de indicatie in de laatste kolom geldt: hoe lager het nummer, hoe lager de woonlasten. Huurders
Bedragen x € 1 Rioolheffing gebruiker
Afval stoffenheffing
Tegemoetkoming
Totaal
Rangnr. meerp. huish.¹
Hendrik-Ido-Ambacht
69
410
-76
402
120
Alblasserdam
0
449
-40
409
129
Papendrecht
0
424
424
143
Dordrecht
110
357
467
174
Sliedrecht
103
365
468
177
Hardinxveld-Giessendam
207
344
551
249
Zwijndrecht
322
368
690
334
Gemeente Drechtsteden
Begroting 2025 Dordrecht
97
Referentiegemeenten Alkmaar
0
390
390
102
Dordrecht
110
357
467
174
Delft
55
417
472
181
Haarlem
0
478
478
189
Breda
194
387
571
276
Leiden
254
476
730
343
Landelijk gemiddelde
112
346
457
4.1.4.3 Benchmark lokale lasten
In deze benchmark voor 2024, samengesteld door het COELO en opgenomen in de Atlas van de lokale lasten 2024 vanaf pagina 188, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 197 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing) per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting), voor 2024 en de mutatie van de woonlasten ten opzichte van 2023.
De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente?) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van de andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn).
Begroting 2025 Dordrecht
98
Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 994 en voor Zuid-Holland is dit € 1.038. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2023 bedraagt landelijk 6,1% en voor Zuid-Holland 6,4%. Verder kan de hoogte van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken. Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen. Naast de vergelijking per provincie wordt ook een overzicht op G40 en G4-niveau gepresenteerd.
Achtergrond benchmark Om onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te voorkomen heeft het Rijk vanaf 2007 tot en met 2019 een beperking gehanteerd op de stijging van de OZB-opbrengst van alle gemeenten samen in de vorm van een macronorm. In 2014 is geconcludeerd dat de macronorm geen effectief beheersingsinstrument is gebleken omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, omdat de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen. Sindsdien is de vergelijking van de lokale lasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) tussen gemeenten, volgens het Rijk, beter mogelijk geworden. Onder meer door de publicatie van de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten door het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentelijke begroting de ontwikkelingen toe te lichten. Met ingang van 2020 is de macronorm OZB dan ook vervangen door een jaarlijkse benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. In de beantwoording van kamervragen door voormalig minister Ollongren over de stijging van de gemeentelijke belastingen in 2021 is
Begroting 2025 Dordrecht
99
aangegeven dat evaluatie van de benchmark gepland staat voor 2025. Er wordt dan ook gekeken naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.
4.1.4.4 Belastingcapaciteit
Onderstaande tabel betreft één van de vijf kengetallen, vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorgeschreven, die het gemakkelijker moet maken inzicht te verkrijgen in de financiële positie en over de baten en lasten van de gemeente. Voor een beschouwing van alle BBV-kengetallen samen verwijzen we naar het onderdeel Financiële kengetallen. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de verhouding van de lokale lastendruk in de gemeente ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde, uitgedrukt in een percentage. De kolom 2025 betreft een doorkijk op basis van de indexeringen conform de Perspectiefnota 2025. Bedragen x € 1 2023
2024
2025
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
328
346
343
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
217
234
238
C Afvalstoffenheffing voor een gezin
332
357
364
D Eventuele heffingskorting
-75
0
0
E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D)
802
937
945
904
944
994
89%
99%
95%
F
Woonlasten landelijke gemidd. voor gezin laatst bekende begrotingsjaar (dus 2022, 2023 en 2024) Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%
Door de nieuwe berekeningsmethode van het COELO, gebaseerd op het per 2022 publiceren van de afzonderlijke gemiddelde WOZ-waarde voor zowel koop- als huurwoningen door het CBS waar deze eerst enkel als gezamenlijk gemeld werden, zijn oudere opstellingen (in eerdere P&C-producten) van de belastingcapaciteit waarin het jaar 2021 wordt weergegeven niet langer onderling vergelijkbaar. Zie voor meer uitleg hierover de belastingcapaciteit in de Begroting 2023.
4.1.5 Kwijtschelden van gemeentelijke belastingen
Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Het Rijk bepaalt de regels voor toekenning. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm. Dat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Tevens vindt ook een vermogenstoets plaats. Onlangs is de wettelijke vermogensnorm verhoogd, waarbij ook geldt dat de gemeente de ruimste norm toepast. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst met als doel de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In Dordrecht kan kwijtschelding worden verleend voor: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing gebruikers/eigendom en leges voorrangsverklaring.
Begroting 2025 Dordrecht
100