Begroting 2025 Dordrecht DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Ook vertalen we dit programma door in uitgiftebeleid, gekoppeld aan de beoogde werkmilieus en gewenste typen gebruikers. We werken aan het beter benutten van de havens en nieuwe afspraken met het Havenbedrijf Rotterdam. Dordrecht beschikt over havens en water-ontsloten terreinen. De vraag naar deze terreinen is groot, terwijl nieuw uitgeefbare kavels zeer beperkt zijn. We zetten verdere stappen om vanuit de aanpak Ruimte voor Banen grip te krijgen op strategische locaties en we sturen op rechtstreekse uitgifte aan bedrijven passend binnen het watergebonden profiel. Concrete projecten waar we in 2025 aan werken betreffen de herontwikkeling- en uitgifte van het Peute terrein op de Tweede Merwedehaven als ook het voormalig PROAV terrein op de Derde Merwedehaven. Voor het Zeehavengebied zetten we samen met het Havenbedrijf Rotterdam in op het behoud en versterken van de maritieme en haven-gerelateerde bedrijvigheid. Op basis van het in 2024 gezamenlijk opgestelde Toekomstperspectief werken we in 2025 verder aan een geactualiseerd Ontwikkelprofiel voor de Dordtse Zeehaven, passend binnen het geheel van de Westelijke Dordtse Oever (WDO). Vanzelfsprekend krijgt ook verduurzaming hier een nadrukkelijke plaats, in aansluiting op de Routekaart Klimaatneutraal Dordrecht 2040.
Begroting 2025 Dordrecht
62
We stimuleren de binnenstedelijke economie. In het kader van de planontwikkeling voor het Maasterras hebben we nadrukkelijk oog voor binnenstedelijke werklocaties: (kantoorhoudende) bedrijvigheid nemen we op in de ruimtelijke programmering. Samen met de werklocaties in het Schilgebied en de binnenstad moet dit zorgen voor een blijvend aantrekkelijk werkgebied rondom het centraal station. Een goed voorbeeld van onze pro-actieve aanpak is de verwerving en herontwikkeling van de huidige bibliotheek aan de Groenmarkt, waarbij we vanuit positie met tussenkomst van de lokale ontwikkelstructuur ROM-D inzetten op ontwikkeling van kwalitatieve waarde voor de plek en de (binnen)stad als geheel. Ook werken we in de binnenstad via het Binnenstadsbedrijf actiever met vastgoedpartijen en makelaars op het beoogd gebruik van winkelvastgoed in de binnenstad. Dit doen we aan de hand van overeengekomen brancheringsprofielen en moet leiden tot een beter winkel-, horeca- en ander commercieel voorzieningenaanbod. De eerste opbrengst van onze extra inzet op acquisitie zullen naar verwachting ook volgend jaar zichtbaar worden We starten de uitgifte van Distripark I Fase 2. We gaan sturen op de kwaliteit van de terreinen, bescherming van waardevolle industrieruimte en op ruimte voor banen op schaarse bedrijfslocaties, met meer oog voor differentiatie in de branchering.
Het uitgifteprofiel ten opzichte van fase 1 is aangepast en scherper gemaakt op de doelstellingen van de stad t.a.v. banen met toegevoegde waarde/goed werkgeverschap, duurzaamheid en mobiliteit. Een goed voorbeeld van onze pro-actieve aanpak is de verwerving en herontwikkeling van de huidige bibliotheek aan de Groenmarkt, waarbij we vanuit positie met tussenkomst van de lokale ontwikkelstructuur ROM-D inzetten op ontwikkeling van kwalitatieve waarde voor de plek en de (binnen)stad als geheel. Doelstelling 4: Het realiseren van onderwijs dat voor iedereen kansen biedt om te (leren) leren en talent te ontwikkelen. De gemeente heeft een beperkte wettelijke taak als het gaat om onderwijskwaliteit en de inhoud van het onderwijs. Toch zijn er veel onderwerpen waar de verantwoordelijkheden van de gemeente, de scholen en het samenwerkingsverband passend onderwijs elkaar raken. Zoals de aansluiting van onderwijs en zorg, de aanpak van verzuim en thuiszitten, het bevorderen van kansengelijkheid en het versterken van brede vaardigheden van jongeren. We bevorderen de samenwerking en integrale aanpak door meerjarige afspraken te maken met onze partners.
Ook zetten we in op het benutten van het leerpotentieel van onze jongste inwoners, door naast het aanbieden van de basisvaardigheden aandacht te geven aan persoonlijke en brede ontwikkeling bij jongeren zoals zelfstandigheid en kritisch denken. We werken aan de ambities uit de Dordtse Visie Voortgezet onderwijs (2024-2030). Deze visie 2024 wordt samen met de partners op drie speerpunten uitgewerkt. Namelijk: (1) het versterken van de basisvaardigheden binnen een veilige schoolomgeving (onder regie van het onderwijs); (2) preventie en zorg (onder regie van het samenwerkingsverband passend onderwijs) en (3) de ontwikkeling van brede vaardigheden van jongeren (onder regie van de gemeente). Deze visie sluit inhoudelijk aan bij de Dordtse Onderwijsvisie 0-12 jaar zodat er een doorlopende ontwikkellijn ontstaat. We creëren een sluitend vangnet voor kwetsbare jongeren en we stellen een nieuw regionaal plan VSV (Voortijdig Schoolverlaten) op. We bereiden ons voor op de 'Wet van school naar duurzaam werk' die per 2026 in werking treedt. Daarom maken we met onze partners afspraken over de activiteiten die voortijdig schoolverlaten en jeugdwerkloosheid tegengaan. We richten ons op kwetsbare jongeren om die naar arbeid, school of dagbesteding te kunnen toeleiden en voortijdig schoolverlaten te kunnen voorkomen.
We continueren de uitvoering van de Dordtse onderwijsvisie 0-12 jaar (2020-2030) en het Dordts Leerprogramma. We geven verdere uitvoering aan de Dordtse onderwijsvisie om kansengelijkheid te bevorderen n. Het Dordtse leerprogramma wordt gecontinueerd. Daarnaast voeren we naschoolse programma's uit in alle wijken (doelgroep 6-12 jaar), waarbij sociale ontmoeting en talentontwikkeling belangrijke uitgangspunten zijn. Ten slotte werken we samen met opvang en onderwijs aan een kwalitatief hoogstaand aanbod voor het jonge kind (0-6 jaar) en ontwikkelen we een duurzame samenwerking tussen deze betrokken partijen via de rijkssubsidie Jonge Kind.
Begroting 2025 Dordrecht
63
We concretiseren het programma 'Glansrijke Toekomst voor de Dordtse jeugd (16-27)'. Samen met de betrokken onderwijs- en sociale partners volgen we en helpen we jongeren, die vast zijn gelopen in het mbo of dreigen vast te lopen. Dit doen we concreet in twee projecten: 1) het versterken van de overgang van vmbo naar mbo en 2) uitval in het mbo voorkomen en alternatieven bieden. Voor het eerst project zetten we een overstapcoach in die jongeren helpt bij een 'zachte' landing in het mbo en we versterken de loopbaan oriëntatie op het vmbo. Voor het tweede project volgen we 50 jongeren om een beeld te krijgen waarom jongeren uitvallen en tijdig passende ondersteuning in te zetten. Ten slotte verstevigen we reeds beschikbaar ondersteunend aanbod dat gericht is op het verbeteren van de mentale gezondheid van de jongeren. Doelstelling 5: Het ontwikkelen van het Leerpark tot een volwaardige campus. We zetten de volgende stappen om het Leerpark door te ontwikkelen tot een volwaardige regionale campus voor de Drechtsteden, waar leren - werken & innoveren centraal staat. Met als partners het bedrijfsleven en de onderwijs- & kennisinstellingen. We bouwen aan een overall campusorganisatie en -infrastructuur. In de Coöperatie Ontwikkeling Leerpark (COL) nemen gemeente en Da Vinci College deel. De COL beheert de Duurzaamheidsfabriek. Deze samenwerking wordt in 2025 beëindigd.
Daarnaast wordt er een coöperatie of andere organisatievorm met de Werkgevers Drechtsteden gevormd. Deze zal inzetten op de oprichting van een publiek-privaat Expertise- en Testcentrum Duurzame Energie in combinatie met de Duurzaamheidsfabriek. Hier kunnen start-ups en scaleups nieuwe producten testen en demo projecten laten zien i.s.m. onderwijspartners, MKB en energiecoöperaties. En tevens kleinere serieproducties realiseren. Hiertoe wordt een businessplan en financieringsmodel opgesteld, dat mede gebruik maakt van de Regiodeal in de vorm van huurreductie voor startups en de aanschaf van 'shared facilities', waar het brede MKB gebruik van kan maken. Afhankelijk van de vraag of we tot een programma kunnen komen met eigenaarschap vanuit het regionaal bedrijfsleven, kunnen naar verwachting 2025 de eerste faciliteiten worden gerealiseerd. Via deze strategie behouden daarmee ook ruimte voor definitieve gebiedsontwikkeling en de beoogde stations-inpassing. We ontwikkelen een nieuw programma voor de Maakfabriek. We gaan in het kader van de Maakfabriek als onderdeel van de campusontwikkeling uit van een semi-permanente huisvestingsstrategie (een ontwikkeling uitgaande van ongeveer 15 jaar) waarbij de oorspronkelijke doelstellingen achter de Maakfabriek -met ook ruimte voor start upsgehandhaafd blijven.
We kiezen daarmee voor meer een flexibel ontwikkelmodel, gebaseerd op actuele vragen uit de markt en kunnen we op deze manier ook start-ups en scale-ups beter faciliteren in hun huisvestingsvraag. Zo komt er ook een goede aansluiting op start-up programma van YES!Delft. Afhankelijk van de vraag of we tot een programma kunnen komen met eigenaarschap vanuit het regionaal bedrijfsleven, kunnen naar verwachting in 2025 de eerste faciliteiten worden gerealiseerd. Hiertoe wordt in samenwerking met de Werkgevers Drechtsteden een businessplan en financieringsmodel opgesteld, dat mede gebruik maakt van de Regiodeal in de vorm van huurreductie voor startups en de aanschaf van 'shared facilities', waar het brede MKB gebruik van kan maken. Via deze strategie behouden we daarmee ook ruimte voor definitieve economische invulling van deze gebiedsontwikkeling.
Begroting 2025 Dordrecht
64
2.2.5.4 Wat zijn de indicatoren? De basis: BBV-indicatoren De basisindicatoren komen voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dit is een vaste set verplichte beleidsindicatoren gehanteerd door het Rijk om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. Deze basis BBV-indicatoren zijn standaard onderverdeeld naar 'taakvelden', er is in de begroting een koppeling gemaakt tussen de taakvelden en de begrotingsprogramma's, waardoor deze nu een logische link vormen. Een totaal overzicht van de BBV-indicatoren is ook terug te vinden in de bijlagen van deze Begroting. Omdat de basis BBVindicatoren voor elke gemeente gelijk zijn, hebben deze geen specifieke relatie met de Dordtse doelstellingen. Wel is een vergelijking opgenomen met het gemiddelde van de G40 gemeenten. Daarnaast zijn via de website www.waarstaatjegemeente.nl de BBV-indicatoren van Dordrecht per thema te vergelijken met een selectie naar keuze (onder andere landelijk, provinciaal niveau of regionaal niveau).
Aanvullende indicatoren Naast de indicatoren van het BBV, zijn voor elk begrotingsprogramma ook aanvullende indicatoren opgenomen. Deze aanvullende Dordtse indicatoren komen voort uit de in de nota Kiezen, Sturen en Verantwoorden 2022-2026 voorgenomen wens om de informatievoorziening aan de gemeenteraad verder te verbeteren. Vanaf het najaar van 2023 tot de zomer van 2024 is met de Auditcommissie een intensief traject doorlopen om deze wens te concretiseren. Daaruit heeft een werkgroep van leden van deze commissie samen met experts van het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD) en de ambtelijke ondersteuning een verdiepende slag gemaakt op aanvullende indicatoren. In juni 2024 heeft de werkgroep een twintigtal aanvullende indicatoren voorgelegd aan de Auditcommissie, waarna opdracht is gegeven voor een directe nul-meting (eerste data voor de indicatoren) in de zomer van 2024. Het OCD heeft de nul-meting uitgevoerd, en de aanvullende indicatoren met data zijn in deze Begroting 2025 voor het eerst gepresenteerd. Onderzoeksverantwoording Omnibus enquête van het OCD Elf van de aanvullende indicatoren voor de Begroting 2025 zijn door het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) gemeten met behulp van een vragenlijstonderzoek (de omnibus) onder volwassen inwoners van de gemeente Dordrecht in augustus 2024.
De indicatoren zijn ontleend aan verschillende monitoren van het OCD te weten de Monitor Communicatie en Bestuur, de Monitor Dordtse initiatieven, de Monitor Sociaal, het Onderzoek behoefte aan cultuur én de Veiligheidsmonitor. De doelgroep van de omnibus zijn volwassen inwoners uit Dordrecht. Om een representatief beeld te krijgen moet een aanzienlijk aantal respondenten deelnemen aan het onderzoek. Alleen dan is vast te stellen of verschillen in uitkomsten tussen bijvoorbeeld twee opeenvolgende jaren werkelijke verschillen zijn en niet op toeval berusten. Er is een steekproef gedaan van 4.000 personen uit de basisregistratie personen (BRP). Daarnaast zijn de 2.219 leden van het bewonerspanel benaderd met de omnibus enquête. Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst. Geselecteerde inwoners kregen per brief (steekproef populatie) of email (het bewonerspanel) het verzoek om aan het onderzoek deel te nemen en de vragenlijst op internet in te vullen. Indien gewenst konden zij een schriftelijke vragenlijst opvragen. Een kleine 2.000 (1.964) personen heeft de vragenlijst ingevuld. Het netto respons percentage is 32%. Het databestand is herwogen naar wijk en leeftijd. Nota bene: de wijkverschillen zijn klein en indicatief voor verschillen, maar zijn niet statistisch significant.
BBV-indicatoren
Jaarstukken Begroting Jaarstukken Begroting 2022 2024 2023 2025
Netto arbeidsparticipatie - % (sociaal domein) Werkloze jongeren - % (sociaal domein) Absoluut verzuim - aantal per gemeente (onderwijs) Relatief verzuim - aantal per gemeente (onderwijs)
70,2 (2022)
Begroting 2025 Dordrecht
G40
72 (2023)
72 (2023)
2 (2021)
70,2 (2022) 2,0 (2021)
72,7 (2023) 2 (2022)
2,0 (2022)
2 (2022)
1,2 (2021)
1,2 (2021)
1,2 (2022)
2,2 (2023) 5,9 (2023)
9 (2021)
15 (2022)
15 (2022)
14 (2023) 30 (2023)
65
Voortijdige schoolverlaters - % (onderwijs) Banen - per 1.000 inwoners 15-64 jaar (economie)
2,7 (2021)
2,7 3,2 (2023) (schooljaar '20/'21) 667,0 (2021) 683,6 683,6 (2022) (2022)¹
3,2 (2023) 2,8 (2023)
691,6 (2023)
790,3 (2023)
¹ Per 1.000 inwoners 15-74 jaar. Aanvullende indicatoren Omschrijving
0-Waarde 2024
17 Baanontwikkeling in Dordrecht Baanontwikkeling per sector en aantal banen in Dordrecht
Begroting 2025 Dordrecht
Meest recente cijfers komen
66
uit 2023 t.o.v. 2022: •
Totaal baanontwikkeling: +3,2% (2022: 61.970 / 2023: 63.975)
Per sector: • Landbouw en visserij: +0,0% (2022: 125 / 2023: 125) • Delfstoffen, industrie en energie: +0,5% (7.135 / 7.170) • Bouwnijverheid: +6,2% (5.160 / 5.480) • Groothandel, detailhandel en reparatie: +4,7% (11.590 / 12.140) • Vervoer en opslag: +9,3% (3.060 / 3.345) • Horeca: +2,2% (2.300 / 2.350) • Informatica en communicatie: +3,5% (1.720 / 1.780) • Financiële instellingen: +3,4% (740 / 765) • Zakelijke dienstverlening: +0,5% (7.420 / 7.460) • Overheid: +7,1% (4.515 / 4.835) • Onderwijs: +6,4% (3.970 / 4.225) • Gezondheid en welzijn: +0,2% (12.205 / 12.235) • Cultuur, recreatie en overige dienstverlening: +1,7% (2.030 / 2.065)
18 Vacatureontwikkeling in de Drechtsteden Vacatureontwikkeling per kwartaal en aantal vacatures in de Drechtsteden
Begroting 2025 Dordrecht
Meest recente cijfers komen uit 2023 t.o.v. 2022:
67
•
Totaal vacatureontwikkel ing: +0,0% (2022: 22.650/2023: 22.650)
Per kwartaal: • 1e Kwartaal: -5,9% (2022: 5.950/2023: 5.600) • 2e Kwartaal: -1,6% (6.100/6.00) • 3e Kwartaal: -0,9% (5.550/5.500) • 4e Kwartaal: +9,9% (5.050/5.550)
19 Ontwikkeling sociale klassen Aantal werkenden per sociale klassen. De doelgroepindeling in 7 Ontwikkeling sociale klassen sociale klassen is gebaseerd op het onderzoeksrapport Eigentijdse van het SCP in Dordrecht ongelijkheid uit de reeks Verschil in Nederland van het Sociaal en (2024): Cultureel Planbureau (SCP). • Werkende bovenlaag: 18% • Jongere kansrijken: 11% • Rentenierende bovenlaag: 11% • Werkende middengroep: 23% • Laagopgeleide gepensioneerden: 16% • Onzekere werkenden: 12% • Precariaat: 9%
Bron
Frequentie
17 Bedrijven en Instellingenregister MRDH/Drechtsteden https://drechtsteden.incijfers.nl/jive?workspace_guid=d744b3bf7877-4345-a1f9-c41e6afa668a
Jaarlijks, indien mogelijk. Meest recente cijfers uit 2022/2023.
18 UWV https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/datasets
Jaarlijks, indien mogelijk. Meest recente cijfers uit 2022/2023.
19 Online dashboard Cultureel Zuid-Holland in kaart - SCP via Kunstgebouw, Kunstgebouw is de Zuid-Hollandse provinciale ondersteuningsinstelling voor cultuur: https://www.kunstgebouw.nl/cultureel-zuid-holland-in-kaart/
Jaarlijks, indien mogelijk. Meest recente cijfers uit 2024
Begroting 2025 Dordrecht
68
2.2.5.5 Wat mag het kosten? Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.
Lerend en Ondernemend Dordrecht Interne salarislasten Materiële budgetten Bijdragen aan GR'en Subsidies Kapitaallasten • • • • •
2025 2.945.256 9.520.176 1.956.278 19.890.603 3.838.210
Interne salarislasten: dit betreft de salarislasten voor met name onderwijs en economie. Materiële budgetten: dit zijn budgetten voor economie, (bewegings)onderwijs, leerlingenvervoer en arbeidsmarktbeleid. Bijdragen aan GR'en: dit zijn bijdragen aan de DGJ voor het handhaven van de leerplicht. Subsidies: dit betreft subsidies voor onder anderen voorschoolse educatie, het Dordts Leerprogramma en de bibliotheek. Kapitaallasten: dit zijn de kapitaallasten vanuit onderwijshuisvesting en gymlokalen.
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000
Onderwerp
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
38.151
38.228
35.998
35.874
Baten
13.284
13.238
13.238
13.238
Saldo
-24.866
-24.990
-22.760
-22.636
Toevoeging reserves
438
316
316
316
Onttrekking reserves
4.403
3.156
911
940
Totaal programma
-20.900
-22.150
-22.164
-22.012
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
69
Bedragen x € 1.000
Lerend en Ondernemend Dordrecht
2025
2026
2027
2028
Product
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Bibliotheek
3.535
0
3.535
3.535
0
3.535
3.535
0
3.535
3.535
0
3.535
Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Bestrijding Onderwijsachterstanden
3.182
1.910
1.272
3.093
1.910
1.183
3.093
1.910
1.183
3.093
1.910
1.183
9.520
6.919
2.601
8.536
6.919
1.617
7.122
6.919
202
7.122
6.919
202
Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) Onderwijs en Leerlingenvervoer
1.632
1.601
31
1.632
1.601
31
1.632
1.601
31
1.632
1.601
31
1.911
0
1.911
1.871
0
1.871
1.871
0
1.871
1.871
0
1.871
Werkgelegenheid
748
0
748
757
0
757
507
0
507
507
0
507
Ruimtelijke Lobby
2.051
1.388
663
1.955
1.388
567
1.955
1.388
567
1.955
1.388
567
153
0
153
153
0
153
153
0
153
153
0
153
3.889
5
3.885
3.891
5
3.887
3.364
5
3.359
3.364
5
3.359
Markten en kiosken
547
359
188
553
359
194
553
359
194
553
359
194
Bedrijventerreinen
77
3
74
75
3
73
-1
3
-4
-1
3
-4
Onderwijshuisvesting
10.906
1.100
9.806
12.176
1.054
11.122
12.215
1.054
11.161
12.091
1.054
11.037
Totaal saldo baten en lasten
38.151
13.284
24.866
38.228
13.238
24.990
35.998
13.238
22.760
35.874
13.238
22.636
438
-4.403
-3.966
316
-3.156
-2.840
316
-911
-596
316
-940
-624
38.588
17.688
20.900
38.543
16.394
22.150
36.314
14.149
22.164
36.190
14.178
22.012
Leerpark Economie en Ondernemerschap
Mutaties met de reserves Geraamd resultaat
Begroting 2025 Dordrecht
70
2.2.6 Bouwend en Bereikbaar Dordrecht 2.2.6.1 Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen?
Welke belangrijke regionale, nationale en/of Europese maatschappelijke ontwikkelingen spelen op dit beleidsterrein en zijn mogelijk van invloed op het begrotingsprogramma? • Nog steeds is de woningmarkt gespannen. De vraag naar woningen blijft toenemen. Deze toenemende vraag is groter dan er op dit moment gebouwd kan worden. Dit wordt veroorzaakt door gestegen rente, beperkingen voor investeerders en schaarste aan zowel mensen als materialen. Lichtpuntjes zijn de gestegen lonen, de gewenning die op lijkt te treden qua rentestand en qua onzekerheden in de wereld. Doorstromers krijgen daardoor weer meer mogelijkheden op de woningmarkt. Voor (koop)starters blijft de situatie lastig door de prijsontwikkeling van woningen. • Een aantal wetten is aangepast of ingevoerd om de woningtekorten te lijf te gaan, zoals de aanpassing van de huisvestingswet (meer woningen eigen inwoners en 'cruciale beroepen'), maximalisering van huurstijgingen en de Wet betaalbare huur (regulering van de middenhuur). Daarnaast wil het Rijk middels het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting dat de regierol voor Rijk, provincies en gemeenten groter wordt. Inmiddels zijn de eerste effecten zichtbaar: uit cijfers van het Kadaster blijkt dat particuliere verhuurders het afgelopen kwartaal meer woningen dan een jaar geleden verkochten. • Het Rijk werkt aan een nieuwe Nota Ruimte.
En eerste stap hierin is in het najaar 2023 gezet door drie ruimtelijke bewegingen vast te leggen in de contourennotitie. Onderdeel van het gehele traject zijn het opstellen van Ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda's voor zogeheten NOVEX-gebieden. Dordrecht maakt onderdeel uit van de Zuidelijke Randstad en het Haven Industrieel Complex. Helder is dat de ruimteclaims vanuit alle sectoren in ons land en onze provincie niet passen en dat er keuzes zullen moeten worden gemaakt. Wat kan wel en niet, en waar? De voortgang op dit dossier is afhankelijk van nationale politieke ontwikkelingen. • De stikstofcrisis voor de woningbouw en landbouw duurt voort. Er zijn duidelijke nationale keuzes nodig om hierop vooruitgang te boeken. De onzekerheid omtrent dit dossier is groter geworden nu het nieuwe kabinet stopt met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zonder alternatieven te bieden. • Rijkswaterstaat is bezig met een grote vervanging- en renovatieopgaven aan bruggen en tunnels, met een grote verkeersimpact op onze regio, op landelijke en Europese schaal. Onzekerheid over de planning van deze opgaven helpt niet bij het beperken van deze impact. • In het Hoofdlijnenakkoord 2023 – 2028 van de nieuwe regering zien we op het gebied van mobiliteit kansen maar ook aandachtspunten. Zo staat er dat we uit moeten gaan van minder financiële voordelen voor elektrische rijders.
Het verhogen van de maximum snelheid naar 130 km weer een wens is. En dat er nieuwe gebieden voor grootschalige woningbouw worden aangewezen, bij voorkeur rond bestaande infrastructuur. Daarnaast staat gebiedsgerichte benadering voorop; elke regio telt. Dordrecht speelt hier een rol in. Dordrecht is met spoorverbindingen en busvervoer, de stad die 300.000 inwoners van de regio Drechtsteden de Randstad binnen leidt. De verbinding van regio en Randstad begint in Dordrecht.
2.2.6.2 Wat willen we bereiken?
We bouwen samen aan een sterk, groen en bereikbaar Dordrecht. De doelstelling om voldoende woningen te bouwen voor alle doelgroepen is onveranderd. Door verscheidene ontwikkelingen staan bouwprojecten onder druk. Hiervoor is een inhaalslag nodig. Concreet willen we 4.000 woningen realiseren, waarvan 1.200 in het sociale huur segment. Daarbij vindt een toevoeging plaats van 1.500 betaalbare koopwoningen in de planvoorraad. Tevens wordt niet vergeten dat de woningbouw een belangrijke pijler is in het versterken van de sociaaleconomische positie van de stad. En om de balans te bewaken worden ook de andere (duurdere) woonsegmenten niet vergeten. Ook wordt de schaarse ruimte op ons eiland scherp in de gaten gehouden. Met de provincie Zuid-Holland zetten we stappen in onze lokale en regionale groeiambitie. De landelijke en provinciale ruimtelijke ontwikkelingen betrekken we dit jaar bij de actualisering van de Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 naar de versie 2.0. Om onze ruimtelijke doelen te realiseren voeren we waar nodig lobby uit bij Rijk en provincie. Daarnaast zijn keuzes nodig om bij de binnenstedelijke verdichting en de klimaatambitie voor 2040, de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting en de bereikbaarheid te behouden.
Daarom passen we bij stedenbouwkundige ontwikkelingen en het Meerjaren Onderhoudsprogramma voor wegen en riolering de kaders uit het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 toe zoals het ontwerpprincipe STOMP (Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – MaaS – Privéauto) en het nabijheidsprincipe.
Begroting 2025 Dordrecht
71
2.2.6.3 Wat zijn de doelstellingen? Doelstelling 1: Het realiseren van 4.000 woningen tot en met 2026. De ambitie is om tot 2026 in totaal 4.000 woningen te bouwen in alle segmenten. Hiervan zullen 1.200 woningen in het sociale huursegment vallen. Sinds 1 januari 2022 zijn bijna 1.600 woningen gerealiseerd. ENDPMEND We maken woningbouw mogelijk door gronduitgifte, gebiedsontwikkeling, bestemmingsplannen en begeleiden van initiatieven. In de gebieden van de Stadsas Dordt, Stadswerven, Amstelwijck, Gezondheidspark en Spuiboulevard doen we er alles aan om de productie op gang te houden of te krijgen. Eind 2024 wordt het bestemmingsplan van de eerste fase van het Maasterras ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Bij vaststelling zorgt dit voor een belangrijke impuls voor de realisatie van het woningbouwprogramma, het economische programma en het voorzieningenniveau. We wijzen locaties aan voor het terugbouwen van sociale huurwoningen. De doelstelling uit het politiek akkoord gaat uit van 30% te bouwen sociale huurwoningen tot en met 2026. De lokale woonvisie ‘Goed wonen in Dordrecht 2019 – 2031’ gaat uit van 2.000 (terug) te bouwen sociale huurwoningen tot 2031.
De locaties van deze 2.000 sociale huurwoningen zijn in kaart gebracht (Dordrecht West, Poelwijckstraat/Oudelandstraat, Thureborgh), Gezondheidspark, Spuiboulevard, Maasterras, middels de verdichtingsstudies en nog enkele kleinere locaties. Hierbij het gaat om zowel locaties van de gemeente, Trivire, Woonbron als overige partijen. De gemeente schept de randvoorwaarden om te kunnen bouwen en de woningcorporaties en ontwikkelaars staan aan de lat deze te realiseren. We zorgen voor differentiatie in het woningaanbod in Dordrecht West. Ook in 2025 blijft de focus in Dordrecht-West liggen op het differentiëren van het woningaanbod. Het gaat om een kwalitatieve verbetering van de sociale huurvoorraad en een toename van het aanbod in (betaalbare) koopwoningen. Concreet gaat het om projecten in en rondom de Charlotte de Bourbonstraat, het Witte Dorp, speeltuinvereniging aan de Piet Heinstraat, Vliegenstraat, Van der Goesstraat, Colijnstraat, Karel Doormanweg, Admiraalsplein, volkstuinenlocatie bij het Wielwijkpark, M.H. Trompweg, Witte de Withstraat en de Bouwhuyslocatie. Onderzoek loopt naar locaties aan de Zuidendijk (Troelstraweg en Ruys de Beerenbrouckweg) en de Protestantse Zorggroep Crabbehoff (PZC). We actualiseren de huisvestingsverordening.
De uitgangspuntennotitie van de huisvestingsverordening is medio 2024 vastgesteld door de raad en vanaf de tweede helft van 2024 werken we aan de uitwerking hiervan, met deels een regionale component. Hierbij nemen we naast nieuwe landelijke wetgeving ook een aantal moties en amendementen mee. Dit alles heeft invloed op de verdeling van bestaande woningen en de toevoeging van nieuwe woningen. Doelstelling 2: Het ontwikkelen van planvorming voor het toevoegen van harde planvoorraad. Als gemeente kunnen wij ervoor zorgen dat plannen mogelijk worden door kaders te stellen. Kan er gebouwd worden? Dan noemen we dat 'harde planvoorraad'. Om de doelstelling voor deze raadsperiode te halen moeten we ons richten op het vormen van harde planvoorraad. Er zijn harde bestemmingsplannen voor bijna 4.500 woningen, waarvan een deel reeds in uitvoering is. Bijna 3.000 van deze woningen staan gepland om uiterlijk 2026 opgeleverd te worden. Voor de periode daarna zijn er harde en zachte plannen voor nog eens 6.500 woningen. Na het onherroepelijk worden van de bestemmingsplannen/omgevingsplannen voor de Spuiboulevard, Amstelwijck en met name het Maasterras en de andere onderdelen van de Stadsas Dordt is er voldoende planvoorraad om 11.000 woningen binnenstedelijk te kunnen realiseren.
Echter, vanwege de omvang en complexiteit van de ontwikkeling van de Stadsas Dordt wordt gestudeerd waar verdichting kansrijk is. Daarbij is randvoorwaardelijk dat verdichting leidt tot een kwaliteitsimpuls voor het gebied.
Begroting 2025 Dordrecht
72
We voegen koopwoningen aan de planvoorraad toe in het betaalbare segment. In zowel het politiek akkoord als de woonvisie is afgesproken om 1.500 zogeheten betaalbare koopwoningen te programmeren. Het gaat hierbij om koopwoningen die volgens de definitie van het Rijk in de categorie tot € 390.000 vallen. Mede met de hulp vanuit subsidies van het Rijk, programmeren we deze woningen met name op de Spuiboulevard, Gezondheidspark middenzone en het Maasterras. Uiteraard wordt dit naast het toevoegen van planvoorraad in alle andere segmenten gedaan, omdat er ook vraag is naar woningen in alle segmenten. We werken concrete planvorming uit voor de ontwikkelingsgebieden van de Stadsas Dordt. Het programma Stadsas Dordt levert met onder andere woningbouw, werkgelegenheid en infrastructurele investeringen een bijdrage aan de sociaaleconomische positie en het voorzieningenniveau van Dordrecht. Hiermee verminderen we de druk op de woningmarkt én voorzien we in de toekomstige behoefte. Dit vanuit de bouw- en bereikbaarheidsambities uit het Politiek Akkoord 2022-2026 en de lange termijn agenda 'Agenda Dordrecht 2030'. Stadsas Dordt werkt langs het spoor aan 3 gebiedsontwikkelingen (Maasterras, LeerparkGezondheidspark en het gebied rondom station Dordrecht) en werkt mee aan de MIRT-verkenning Oude Lijn (tracé Leiden – Dordrecht).
Voor de 1e fase van het Maasterras werken we toe naar een vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan, afstemming met publieke partners en een samenwerking met private ontwikkelaars. Parallel werken we aan de planvorming voor de 2e en 3e fase van het Maasterras. Dat bestaat onder andere uit het onderzoeken van diverse (milieu)aspecten en het verkennen van bouwprogramma’s. Dat wordt te zijner tijd vertaald in een omgevingsplan. Hetzelfde vindt plaats voor de gebiedsontwikkeling Knoop Leerpark-Gezondheidspark en het gebied rondom Station Dordrecht. Binnen dit laatste gebied start de bouw van fase 1 Thureborgh, met 200 woningen medio 2025. We brengen door middel van een verdichtingsstudie potentiële ontwikkellocaties in kaart. Door middel van een verdichtingsstudie hebben we mogelijke ontwikkellocaties in het gebouwde gebied van Dordrecht onderzocht. De eerste resultaten laten zien dat er genoeg kans en ruimte is in Dordrecht om te verdichten en dat het daarmee mogelijk is om binnenstedelijk 11.000 woningen te bouwen. In 2024 zijn de uitkomsten van dit onderzoek gepresenteerd aan de gemeenteraad. Deze werken we in 2024 en 2025 per wijk verder uit. Doelstelling 3: Het ontwikkelen van een ruimtelijke ordening die ruimte biedt aan duurzame ontwikkelingen, transformatie en een divers woonaanbod.
Dordrecht bevindt zich midden in een dynamische periode met een grote behoefte aan woningen. Daarbij moet de bereikbaarheid, natuur en klimaat, en economische functies gewaarborgd of verder versterkt worden. We blijven werken aan een aantrekkelijk leefklimaat. De schaarste van ruimte, ook in onze stad, maakt deze complex. Aangezien we met de ontwikkeling van de stad binnen de reeds bebouwde contouren wensen te blijven, willen we verdichten. Zowel de genoemde verdichtingsstudie, de NOVEX als de aangescherpte woon- en omgevingsvisie zal worden gebruikt om te bepalen waar kwalitatieve verdichting kan plaatsvinden en onder welke voorwaarden. Waar mogelijk zetten we in op multifunctioneel ruimtegebruik. Zowel binnen de bebouwde contouren als daarbuiten. Daarbij zal ook oog moeten zijn voor de noodzakelijke reductie van de stikstofemissies via het Schone Lucht Akkoord (SLA) voor het behoud van de natuurwaarden zoals binnenstedelijk groen en de Biesbosch.
Begroting 2025 Dordrecht
73
We stellen de omgevingsvisie 2.0 vast. Onze groeiambitie vraagt om heldere en scherpere beleidskeuzes welke we vastleggen in de geactualiseerde omgevingsvisie. In het proces om te komen tot de omgevingsvisie 2.0 zijn medio 2024 ruimtelijke keuzes besproken met de raad. Ook vragen nieuwe ontwikkelingen zoals de Regionale Energie Strategie (RES), aangepast beleid en een politiek akkoord om een aanscherping en waar nodig aanvulling van de Omgevingsvisie. Voor ontwikkelingen in de Zeehaven worden kaders opgenomen in de geactualiseerde versie. We brengen demografische ontwikkelingen in beeld en het daarbij behorende niveau van voorzieningen via referentienormen, om zo gebieden integraler te benaderen. Daarbij wordt 'de Staart' als nieuw gebied toegevoegd aan de omgevingsvisie voor een gedetailleerdere uitwerking. Als onderdeel en als nadere uitwerking van de omgevingsvisie werken we voor het buitengebied duidelijke perspectieven en kaders uit. Aandacht gaat uit naar een goede balans tussen Stad, Biesbosch en de Polders, waarin voldoende ruimte is voor recreatie, landbouw en natuur. Een verfijning in een programma is vervolgens nodig voor een stabiel grond/ pachtbeleid, en de uitwerking van de opgaven voor de landbouw en biodiversiteitsdoelen voor het gebied. We hebben geleerd van de totstandkoming van de eerste versie en passen deze lessen toe bij de actualisering.
Ook hebben we inmiddels enige ervaring met de doorwerking van de Omgevingsvisie in de overige beleidsinstrumenten, waardoor beter kan worden ingespeeld op bijvoorbeeld de op te stellen Programma's. De 7 geformuleerde doelen blijven het uitgangspunt. We brengen een Ontwikkelstrategie voor Dordrecht tot stand. Als uitwerking van de Omgevingsvisie 2.0 stellen we een ontwikkelstrategie op. Deze dient als gedetailleerdere leidraad voor de ontwikkeling van de stad. Hierin leggen we de toe te passen gewenste kwaliteit en richtlijnen vast. Onder andere de verdichtingsprincipes, inhoudelijke doelen omgevingsvisie, de gebiedsprogramma’s en welstand worden hierbij gebruikt. We geven aan waar we gaan ontwikkelen en wanneer en welke rol de gemeente pakt. We presenteren een beknopte aanpak per gebied en geven aan welke samenwerking we voorzien per gebied. We stellen, in regionaal verband, de Ruimtelijke Strategie Drechtsteden op. Begin 2025 stellen we in regionaal verband de Ruimtelijke Strategie Drechtsteden vast, inclusief uitvoeringsprogramma. Met de Strategie handelen we als regio proactief richting provincie en Rijk op een groot aantal belangrijke ruimtelijke keuzen die vragen om een (boven)regionale aanpak. Na vaststelling starten we regionaal met de uitvoering van de Strategie en uitvoeringsprogramma. We stimuleren het gebruik van de omgevingstafel.
De gemeente Dordrecht heeft in het verleden, met de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet, de omgevingstafel voorbereid. De omgevingstafel heeft tot doel om met alle belanghebbenden te komen tot een vergunbare aanvraag. Onder ander de ontwikkeling van Amstelwijck heeft als pilot gediend. Recent is voor onder meer het project AZC een omgevingstafel ingesteld. Het gebruik van de omgevingstafel willen we vaker toepassen om het integraal werken en het vroegtijdig signaleren van slimme combinaties te bevorderen. Doelstelling 4: Het realiseren van de bereikbaarheidsopgave in een verdichtende stad, waarbij we inzetten op het versterken van het OV-systeem en het gebruik van de fiets. Om de bereikbaarheidsopgave in een verdichtende en groeiende stad te realiseren is een mobiliteitstransitie nodig. Om dit voor elkaar te krijgen hebben we in het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 belangrijke kaders en maatregelen vastgelegd zoals het nabijheidsprincipe, STOMP principe, herroutering autoverkeer ten faveure van lopen, fietsen, deelvervoer en OV, verdere invoering 30 km/u en meer sturend parkeerbeleid. Met deze kaders geven we de meeste prioriteit aan de vervoerswijze die zowel het minste ruimtebeslag heeft als de grootste groep mensen kan faciliteren. Versterking van de kwaliteit van het openbaar vervoer is een belangrijk onderdeel van het Mobiliteitsplan.
Dit doen we onder meer middels de verbetering van het spoortracé Leiden – Dordrecht aan de hand van de MIRT-verkenning Oude Lijn. Er is gebleken dat de huidige infrastructuur ontoereikend is. Aanpassing van het bestaande station Dordrecht is nodig. Daarnaast is behoefte aan een hoogfrequenter ritaanbod (Citysprinter) en realisatie van het nieuwe station Leerpark.
Begroting 2025 Dordrecht
74
We maken wijkuitwerkingen van het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040. Het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 geeft op structuurniveau kaders en maatregelen op stedelijk netwerkniveau. Om deze kaders, zoals het STOMP-principe, goed te laten landen in de wijken zijn nadere uitwerkingen op wijkniveau noodzakelijk. In 2025 en 2026 stellen we deze uitwerkingen op waarmee we duidelijke en realiseerbare handvatten bieden om de komende jaren mee aan de slag te gaan. We verbeteren de fietsnetwerken. Op basis van het uitvoeringsprogramma Fiets 2023-2026 en Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 werken we verder aan het verbeteren van het fietsnetwerk. In 2025 starten we met onderhoud van Kromhout & Cornelis de Wittstraat. Deze wordt heringericht tot fietsstraat. Ook starten we met het onderhoud van de Toulonselaan & Krommedijk waarbij de fietsvoorzieningen verbeterd worden. Ook maken we, mede in het kader van de Regiodeal, een start met een kwaliteitsverbetering van het netwerk gericht op Rotterdam (Metropolitane Fietsroute) door de bewegwijzering te verbeteren en binnen aanverwante onderhoudsprojecten de kwaliteit van fietsvoorzieningen te verbeteren. We zetten in op de doorontwikkeling van de verbindingen over het water. Na een moeizame start van het nieuwe Waterbus contract werken we (regio en provincie) nu samen met Aqualiner en Damen Shipyards aan de doorontwikkeling van de waterbus.
Een ander onderdeel van de doorontwikkeling is de veerpont verbinding, geëxploiteerd door Riveer (gemeente Gorinchem), met Werkendam. We gaan het parkeren, vooral in de binnenstad en Schil, anders organiseren. Om meer ruimte te creëren voor onder meer vergroening en verblijven werken we aan de capaciteitsanalyse en schuifoperatie om de parkeerder stapsgewijs op de juiste plek te laten parkeren. Zaken die we hierbij betrekken zijn de komst van de parkeergarage onder het Dordthuis, de vergroting van de parkeercapaciteit van de Spuihaven middels sloop en nieuwbouw en de realisatie van de Maasparkgarage (in plaats van het parkeerterrein Weeskinderendijk). Verder werken we in 2025 een verdere tariefdifferentiatie voor het parkeren nader uit. De verwachte ingangsdatum hiervan is 1 juli 2025. In 2025 actualiseren we de beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten met nieuwe parkeernormen aan de hand van de nieuwe CROW publicatie 774 Parkeerkencijfers en de Prestatieafspraken Dordrecht in relatie tot de sociale woningbouw. We maken een (door)ontwikkelplan voor deelmobiliteit. De deelmobiliteit ontwikkelt zich snel en grillig. Op dit moment zijn er geen aanbieders bereid om deelmobiliteit in de gemeente aan te bieden binnen het vergunningsstelsel periode 2024 – 2026. Enkel Donkey Republic, actief via de OV-concessie is actief in de gemeente.
Deelmobiliteit zien we als aanvulling op het pakket aan alternatieven voor het gebruik van privéauto's, we streven naar een uitgebreid netwerk van deelmobiliteit. We gaan de rol en (duurzame) beschikbaarheid van deelmobiliteit verder onderzoeken en maken een (door)ontwikkelplan. In dit plan betrekken we ook het vervolgonderzoek naar andere potentiële locaties voor buurthubs.
2.2.6.4 Wat zijn de indicatoren? De basis: BBV-indicatoren De basisindicatoren komen voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dit is een vaste set verplichte beleidsindicatoren gehanteerd door het Rijk om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. Deze basis BBV-indicatoren zijn standaard onderverdeeld naar 'taakvelden', er is in de begroting een koppeling gemaakt tussen de taakvelden en de begrotingsprogramma's, waardoor deze nu een logische link vormen. Een totaal overzicht van de BBV-indicatoren is ook terug te vinden in de bijlagen van deze Begroting. Omdat de basis BBVindicatoren voor elke gemeente gelijk zijn, hebben deze geen specifieke relatie met de Dordtse doelstellingen. Wel is een vergelijking opgenomen met het gemiddelde van de G40 gemeenten. Daarnaast zijn via de website www.waarstaatjegemeente.nl de BBV-indicatoren van Dordrecht per thema te vergelijken met een selectie naar keuze (onder andere landelijk, provinciaal niveau of regionaal niveau).
Begroting 2025 Dordrecht
75
Aanvullende indicatoren Naast de indicatoren van het BBV, zijn voor elk begrotingsprogramma ook aanvullende indicatoren opgenomen. Deze aanvullende Dordtse indicatoren komen voort uit de in de nota Kiezen, Sturen en Verantwoorden 2022-2026 voorgenomen wens om de informatievoorziening aan de gemeenteraad verder te verbeteren. Vanaf het najaar van 2023 tot de zomer van 2024 is met de Auditcommissie een intensief traject doorlopen om deze wens te concretiseren. Daaruit heeft een werkgroep van leden van deze commissie samen met experts van het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD) en de ambtelijke ondersteuning een verdiepende slag gemaakt op aanvullende indicatoren. In juni 2024 heeft de werkgroep een twintigtal aanvullende indicatoren voorgelegd aan de Auditcommissie, waarna opdracht is gegeven voor een directe nul-meting (eerste data voor de indicatoren) in de zomer van 2024. Het OCD heeft de nul-meting uitgevoerd, en de aanvullende indicatoren met data zijn in deze Begroting 2025 voor het eerst gepresenteerd. Onderzoeksverantwoording Omnibus enquête van het OCD Elf van de aanvullende indicatoren voor de Begroting 2025 zijn door het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) gemeten met behulp van een vragenlijstonderzoek (de omnibus) onder volwassen inwoners van de gemeente Dordrecht in augustus 2024.
De indicatoren zijn ontleend aan verschillende monitoren van het OCD te weten de Monitor Communicatie en Bestuur, de Monitor Dordtse initiatieven, de Monitor Sociaal, het Onderzoek behoefte aan cultuur én de Veiligheidsmonitor. De doelgroep van de omnibus zijn volwassen inwoners uit Dordrecht. Om een representatief beeld te krijgen moet een aanzienlijk aantal respondenten deelnemen aan het onderzoek. Alleen dan is vast te stellen of verschillen in uitkomsten tussen bijvoorbeeld twee opeenvolgende jaren werkelijke verschillen zijn en niet op toeval berusten. Er is een steekproef gedaan van 4.000 personen uit de basisregistratie personen (BRP). Daarnaast zijn de 2.219 leden van het bewonerspanel benaderd met de omnibus enquête. Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst. Geselecteerde inwoners kregen per brief (steekproef populatie) of email (het bewonerspanel) het verzoek om aan het onderzoek deel te nemen en de vragenlijst op internet in te vullen. Indien gewenst konden zij een schriftelijke vragenlijst opvragen. Een kleine 2.000 (1.964) personen heeft de vragenlijst ingevuld. Het netto respons percentage is 32%. Het databestand is herwogen naar wijk en leeftijd. Nota bene: de wijkverschillen zijn klein en indicatief voor verschillen, maar zijn niet statistisch significant.
BBV-indicatoren
Nieuwbouw - per 1.000 woningen
Jaarstukken Begroting Jaarstukken Begroting 2022 2024 2023 2025 2,8 (2022)
2,8 (2022) 12,2 (2023)
12,2 (2023)
G40
8,7 (2023)
Aanvullende indicatoren Omschrijving
0-Waarde 2024
20 Woningvoorraad Mix soort en type woningen in voorraad Totaal woningvoorraad Dordrecht (2024): 57.322
Begroting 2025 Dordrecht
76
Totaal aantal huurwoningen: 23.184 (40%) • Huurwoningen corporatie: 14.958 (26%) • Overige huurwoningen: 8.226 (14%) Totaal aantal koopwoningen: 32.304 (56%) • Prijsklasse tot €250.000: 5.679 (10%) • €250.000-€280.000: 2.737 (5%) • €280.000-€390.000: 13.135 (23%) • €390.000-€600.000: 7.905 (14%) • €600.000 en meer: 2.848 (5%) Woningen WOZ-waarde onbekend (o.a. nieuwbouw, kleinere wooneenheden en woningen waarbij vanwege een bezwaarprocedure geen WOZ-waarde is vastgesteld): 1.834 (3%).
21 Verkeersveiligheidsbeleving Ervaren verkeersoverlast in de buurt • Dordt totaal: 55% (parkeerproblemen, te hard rijden, agressief verkeersgedrag) - % inwoners Wijken: dat veel overlast ervaart • Binnenstad: 64%
Begroting 2025 Dordrecht
77
• • • • • • • • • •
Noordflank/Stadswerven: 64% Oud-Krispijn: 69% Nieuw-Krispijn: 65%* Reeland: 61% Staart: 54%* Wielwijk/Dordtse Hout: 55%* Crabbehof/Zuidhoven: 59%* Sterrenburg/Wilgenwende: 47% Dubbeldam/De Hoven: 41% Stadspolder(s)/Oudelandshoek/Vissershoek: 52%
*Door het lage aantal respondenten in deze wijk is dit cijfer indicatief.
22 Verkeersongevallen Aantal verkeersongevallen naar type
Aantal verkeersongevallen naar type (2023): • Uitsluitend materiële schade ongevallen: 414 • Letsel ongevallen: 168 • Dodelijke ongevallen: 4 Aantal verkeersongevallen naar type (voortschrijdend gemiddelde 2021-2023): • Uitsluitend materiële schade ongevallen: 433 • Letsel ongevallen: 130 • Dodelijke ongevallen: 2
23
Verplaatsingen in de Drechtsteden Verplaatsingen inwoners Drechtsteden naar vervoersmiddel
Begroting 2025 Dordrecht
Functie naar vervoersmiddel (2024):
78
• •
• •
•
•
•
Begroting 2025 Dordrecht
Werk; Auto: 57%, OV-Trein/bus: 11%, OVWaterbus of veerdienst: 1%, Brommer/scooter: 1%, Fiets: 26%, Te voet: 3%. Opleiding; Auto: 40%, OV-Trein/bus: 30%, OV-Waterbus of veerdienst: 2%, Brommer/scooter: 0%, Fiets: 25%, Te voet: 1%. Winkelen; Auto: 40%, OV-Trein/bus: 4%, OVWaterbus of veerdienst: 1%, Brommer/scooter: 0%, Fiets: 34%, Te voet: 20%. Uitgaan overdag; Auto: 40%, OV-Trein/bus: 5%, OV-Waterbus of veerdienst: 1%, Brommer/scooter: 1%, Fiets: 35%, Te voet: 16%. Uitgaan avond; Auto: 55%, OV-Trein/bus: 4%, OV-Waterbus of veerdienst: 0%, Brommer/scooter: 0%, Fiets: 28%, Te voet: 11%. Sport in club verband; Auto: 37%, OVTrein/bus: 0%, OV-Waterbus of veerdienst: 0%, Brommer/scooter: 1%, Fiets: 52%, Te voet: 9%. Natuur of water in regio; Auto: 30%, OVTrein/bus: 0%, OV-Waterbus of veerdienst: 0%, Brommer/scooter: 1%, Fiets: 39%, Te voet: 27%.
79
Bron
Frequentie
20 WOZ data, bewerking OCD (peildatum 1-1-2024)
Jaarlijks
21 Omnibus enquête OCD
Jaarlijks
22 VIA statistiek ongevallen
Jaarlijks, indien mogelijk. Meest recente data 2023 Jaarlijks, indien mogelijk
23 Regio Deal Aantrekkelijkheid woon werkgebied één meting (mei 2024) https://raad.dordrecht.nl/Documenten/Bijlage-7Conceptrapportage-Regiodeal-nulmeting-aantrekkelijkheidwoonomgeving-2.pdf
2.2.6.5 Wat mag het kosten?
Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.
Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Overhead Interne salarislasten Materiële budgetten Bijdragen aan GR'en Subsidies Kapitaallasten • • •
• • •
2025 1.712.969 6.650.930 97.452.467 10.466.970 314.010 6.789.865
Overhead: dit betreft de overhead die kan worden toegerekend aan de grondexploitaties. Interne salarislasten: dit zijn de personeelskosten voor, met name, grondbeleid en parkeren. Materiële budgetten: dit gaat met name om de budgetten voor diverse gebiedsontwikkelingen. Daarnaast hebben de materiële budgetten ook betrekking op bijvoorbeeld verkeersveiligheid en de Omgevingswet. Bijdragen aan GR'en: dit betreft de bijdrage aan de Omgevingsdienst voor toezicht op bouwvergunningen. Subsidies: dit zijn subsidies voor veervervoer en wijkwensen. Kapitaallasten: de kapitaallasten hebben voornamelijk betrekking op de erfpachtgronden en de parkeerfaciliteiten.
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves. Bedragen x € 1.000
Onderwerp
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
123.387
93.179
47.030
55.494
Baten
133.636
100.161
50.944
58.789
Saldo
10.249
6.982
3.914
3.296
Toevoeging reserves
15.561
11.846
8.454
7.806
Onttrekking reserves
3.459
2.448
2.252
2.265
Totaal programma
-1.852
-2.416
-2.288
-2.245
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
80
Bedragen x € 1.000
Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Product
2025
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
381
30
351
381
30
351
322
30
292
323
30
293
9.794
5.314
4.481
9.789
5.314
4.475
9.724
5.314
4.410
9.724
5.314
4.410
309
0
309
309
0
309
309
0
309
309
0
309
Monumenten
608
1
607
613
1
612
613
1
612
613
1
612
Planologie
125
215
-90
134
215
-81
134
215
-81
134
215
-81
Bouwgronden wonen zonder exploitatie (Erfpacht)gronden
78.800
84.095
-5.296
58.847
62.143
-3.297
14.669
15.084
-415
19.888
19.297
591
1.850
5.835
-3.985
1.859
5.835
-3.977
1.859
5.835
-3.977
1.859
5.835
-3.977
Grondbeleid en ontwikkeling
822
0
822
830
0
830
830
0
830
830
0
830
Bedrijventerreinen
19.605
24.655
-5.049
9.588
13.130
-3.542
7.903
10.973
-3.070
11.165
14.605
-3.440
Hoofdinfrastructuur
3.384
945
2.439
3.611
945
2.666
3.546
945
2.602
3.549
945
2.605
638
278
360
200
278
-78
200
278
-78
200
278
-78
7.071
12.269
-5.198
7.018
12.270
-5.252
6.920
12.270
-5.350
6.900
12.270
-5.370
123.387 133.636
-10.249
93.179
100.161
-6.982
47.030
50.944
-3.914
55.494
58.789
-3.296
-3.459
12.102
11.846
-2.448
9.398
8.454
-2.252
6.202
7.806
-2.265
5.540
138.948 137.095
1.852
105.025
102.609
2.416
55.484
53.196
2.288
63.300
61.055
2.245
Verkeersveiligheid Vergunningen & Handhaving Ruimtelijke ordening Ruimtelijke ordening
Woningbouw Parkeren Totaal saldo baten en lasten Mutaties met de reserves Geraamd resultaat
Begroting 2025 Dordrecht
15.561
81
3 Financiën van Dordrecht 3.1 Algemene Dekkingsmiddelen Algemene Dekkingsmiddelen In de zes begrotingsprogramma's is beschreven wat we concreet willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Het onderdeel Algemene Dekkingsmiddelen is relatief beleidsarm en wijkt, evenals de overige onderdelen onder de Financiën van Dordrecht, in opzet en inhoud af van die structuur. Om de begroting structureel en reëel in evenwicht te houden, moet tegenover kosten ook een dekking staan. Voor een groot deel zijn dat de algemene dekkingsmiddelen: inkomsten van de gemeente die vrij besteedbaar zijn. Financiële uitgangspunten Om onze financiële huishouding gezond te houden en ook in de toekomst gesteld te staan, hanteren we de volgende uitgangspunten: • Het structureel sluitend houden van de begroting is een grote uitdaging. We blijven ons inzetten voor een sluitende meerjarenbegroting, waarbinnen de ambities van het Politiek Akkoord 2022-2026 waargemaakt moeten worden. • De komende bestuursperiode willen we zorgvuldig omgaan met het belastinggeld van de inwoners. We staan voor een ten opzichte van andere gemeenten bescheiden en in relatie tot onze voorzieningen en financiële uitdagingen, reëel gemeentelijk lastenniveau. • We willen aan de bestaande norm voor de weerstandsratio van minimaal 1 blijven vasthouden om in staat te zijn risico's op te kunnen vangen.
• We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande en nieuwe externe middelen (fondsen vanuit Europa, het Rijk, provincie en andere partners), waarbij gemeentelijke middelen worden ingezet als cofinanciering, vliegwiel en soms voorfinanciering. • We werken met gemeenschapsgeld, waarbij we hechten aan een transparante verantwoording. We optimaliseren de P&C-producten via de lijn van de Nota Kiezen, Sturen en Verantwoorden 2022-2026. Daarnaast is de Financiële Verordening in 2023 geactualiseerd. In deze verordening zijn de financiële spelregels opgenomen met als doel de financiële sturing en verantwoording beter in te bedden.
3.1.1 Wat mag het kosten?
Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.
Algemene Dekkingsmiddelen Interne salarislasten Materiële budgetten Kapitaallasten • • •
2025 3.657.019 6.405.288 -5.108.017
Interne salarislasten: dit betreft de personeelskosten van de Gemeentelijke Belastingdienst (GBD) en de publieksaccommodaties. Materiële budgetten: dit is met name het materiële budget voor de publieksaccommodaties, maar ook het begrotingssaldo. Kapitaallasten: dit zijn de kapitaallasten over de publieksaccommodaties en de rente over de leningen en deelnemingen.
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
82
Bedragen x € 1.000
Onderwerp
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
4.954
-13.886
-10.548
-11.482
Baten
434.724
426.092
437.948
446.009
Saldo
429.769
439.978
448.497
457.491
Toevoeging reserves
8.834
1.802
1.802
1.802
Onttrekking reserves
6.038
4.971
4.785
4.789
Totaal programma
426.974
443.147
451.480
460.478
Hieronder wordt de financiële meerjarenbegroting van het programma weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves.
Begroting 2025 Dordrecht
83
Bedragen x € 1.000
Algemene Dekkingsmiddelen Product
2025
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
0
380.621
-380.621
0
370.287
-370.287
0
3.996
40.218
-36.222
3.567
39.599
-36.032
3.598
40.191
-36.593
3.598
40.191
-36.593
Geldleningen
904
1.120
-215
868
1.029
-161
832
934
-102
795
891
-96
Beleggingen
994
5.818
-4.824
1.194
9.818
-8.624
1.194
9.818
-8.624
1.194
9.818
-8.624
Resultaatsrekening
140
0
140
-18.639
0
-18.639
-20.004
0
-20.004
-20.858
0
-20.858
9.878
4.528
5.350
11.337
3.835
7.502
14.481
5.838
8.642
14.504
5.118
9.385
-10.957
2.420
-13.377
-12.213
1.523
-13.736
-10.648
1.331
-11.980
-10.715
1.100
-11.815
Totaal saldo baten en lasten
4.954 434.724 -429.769
-13.886
426.092 -439.978
-10.548
437.948 -448.497
-11.482
Mutaties met de reserves
8.834
Algemene uitkering Belastingheffing
Vastgoed niet in eigen gebruik Treasury
Geraamd resultaat
Begroting 2025 Dordrecht
-6.038
2.796
1.802
13.788 440.762 -426.974
-12.084
-4.971
-3.169
1.802
431.063 -443.147
-8.747
Baten
Saldo
Lasten
379.837 -379.837
0
-4.785
-2.983
1.802
442.734 -451.480
-9.680
Baten
Saldo
388.890 -388.890
446.009 -457.491 -4.789
-2.987
450.798 -460.478
84
3.2 Overhead Overheadkosten In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is gedefinieerd welke lasten en baten onderdeel uitmaken van de paragraaf overhead. Dit onderdeel beoogt het inzicht in de overhead te verbeteren en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. De Dordtse overhead heeft voor een gedeelte betrekking op de servicegemeente Dordrecht die de meeste van de PIJOFACH-taken voor de gemeente Dordrecht uitvoert. Daarnaast draagt de gemeente zelf de directe kosten van huisvesting en facilitaire zaken. Tot slot zijn een groot deel van de eigen personeelskosten en de daaraan verbonden algemene kosten overheadkosten. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de directie, secretariaat, planning en control en organisatieadvies. Bedragen x 1.000 Overheadkosten per onderdeel
Begroot 2025
Begroot 2024
Servicegemeente Dordrecht (SGD)
€ 21.365
€ 23.364
Personeelskosten overhead
€ 18.378
€ 17.853
Algemene en personeelsgebonden kosten
€ 11.205
€ 11.342
Huisvesting & Facilitaire Zaken
€ 5.055
€ 3.292
Subtotaal overheadkosten
€ 56.003
€ 55.851
Overhead naar grondexploitaties
€ -2.343
€ -2.343
Totaal overheadkosten
€ 53.660
€ 53.508
De totale netto overheadkosten in de Begroting 2025 bedragen € 54 miljoen (waarvan € 2,3 miljoen wordt toegerekend aan grondexploitaties en investeringen), waarbij rekening is gehouden met een bijdrage van derden van € 32 miljoen. In onderstaande tabel wordt dit nader gespecificeerd en vergeleken met 2024. De totale exploitatiebegroting van de gemeente Dordrecht bedraagt ongeveer € 687 miljoen in 2025. De netto overhead bedraagt circa 7,8% van de totale exploitatiekosten. De overheadkosten stijgen in 2025 ten opzichte van 2024, dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een de autonome stijging van lonen en prijzen.
3.2.1 Toerekening van overhead
De overheadkosten mogen binnen het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) niet verdeeld worden over de taakvelden, met uitzondering van de overhead die toerekenbaar is aan grondexploitaties en investeringen. Aan de grondexploitaties en investeringen wordt € 2,3 miljoen overhead toegerekend en daarmee geactiveerd op de balans. Dit heeft tot gevolg dat de programma's/investeringen worden gepresenteerd zonder overheadkosten. In diverse gevallen is het toch wenselijk/noodzakelijk om overhead toe te rekenen. Denk hierbij aan het verrekenen van kosten met derden, het verantwoorden van ontvangen subsidies of het bepalen van de kostendekkendheid van leges. Deze toerekening verwerken we niet in de begroting, maar maken we apart inzichtelijk. In de raad van mei 2023 is de Financiële verordening Dordrecht vastgesteld. In deze verordening is de toerekening van overhead aan producten, diensten en heffingen aangepast. Voorheen werden de overheadkosten toegerekend op basis van het aantal FTE, in de nieuwe verordening is dit aangepast naar een toerekening op basis van de loonsom van de overige producten, diensten en heffingen.
Begroting 2025 Dordrecht
85
3.2.2 Apparaatskosten De totale apparaatskosten vallen uiteen in de loonkosten en de overheadkosten. Wanneer je de loonkosten en de overheadkosten direct bij elkaar optelt ontstaan er echter dubbeltellingen, omdat de overheadkosten ook loonkosten bevatten. Door alleen naar de directe loonkosten te kijken wordt deze dubbeltelling voorkomen. Bedragen x 1.000 Overzicht Loonkosten (categorie 1.1)
Begroot 2025
Begroot 2024
Loonkosten formatie direct aan programma toe te rekenen
€ 61.848
€ 55.948
Loonkosten formatie overhead
€ 65.652
€ 59.006
Overige loonkosten (bestuur, boventallig, gedetacheerd, ORT, etc.)
€ 3.040
€ 2.837
€ 130.540
€ 117.791
Totale loonkosten
In totaal wordt € 62 miljoen van de loonkosten direct op programma's geboekt. De totale overheadcomponent die kan worden toegerekend aan programma's bedraagt € 54 miljoen. Met andere woorden: de apparaatskosten die worden toegerekend aan programma's bestaan voor circa 53% uit directe loonkosten en voor circa 47% uit overheadkosten.
3.2.3 Wat zijn de indicatoren? De basis: BBV-indicatoren De basisindicatoren komen voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dit is een vaste set verplichte beleidsindicatoren gehanteerd door het Rijk om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. Deze basis BBV-indicatoren zijn standaard onderverdeeld naar 'taakvelden', er is in de begroting een koppeling gemaakt tussen de taakvelden en de begrotingsprogramma's, waardoor deze nu een logische link vormen. Een totaal overzicht van de BBV-indicatoren is ook terug te vinden in de bijlagen van deze Begroting. Omdat de basis BBVindicatoren voor elke gemeente gelijk zijn, hebben deze geen specifieke relatie met de Dordtse doelstellingen. Wel is een vergelijking opgenomen met het gemiddelde van de G40 gemeenten. Daarnaast zijn via de website www.waarstaatjegemeente.nl de BBV-indicatoren van Dordrecht per thema te vergelijken met een selectie naar keuze (onder andere landelijk, provinciaal niveau of regionaal niveau).
Aanvullende indicatoren Er zijn geen aanvullende indicatoren opgenomen op dit onderdeel Overhead. BBV-indicatoren
Jaarstukken Begroting Jaarstukken Begroting 2022 2024 2023 2025
Formatie - FTE's per 1.000 inwoners 10,46 (2022) (FTE) Bezetting - FTE's per 1.000 inwoners 9,94 (2022) (FTE) Apparaatskosten - kosten per 1.000,91 inwoner (€) (2022) Externe inhuur - kosten als % van 28,72 (2022) totale loonsom + totale kosten inhuur externen Overhead - % van de totale lasten 7,23 (2022) (%)
10,82 (2024) 10,75 (2024) 931,32 (2024) 8,08 (2024)¹
10,96 (2023)
12,51 (2024)
7,84 (2023)
11,33 (2023) 800,74 (2023) 24,55 (2023)
G40
11,10 (2025) 12,59 (2025) 935,40 (2025) 8,48 (2025)
n.b.
6,84 (2025)
n.b.
n.b. n.b. n.b.
¹ Uitgangspunt is een begrote formatie met eigen personeel. Doordat we in de afgelopen jaren vacatures steeds moeilijker kunnen invullen, is het inhuurpercentage steeds hoger.
Begroting 2025 Dordrecht
86
3.2.4 Wat mag het kosten? Hieronder wordt de opbouw van de kosten van het programma weergegeven voor het jaar 2025 (exclusief mutaties met reserves). Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de betreffende kostensoorten.
Overhead Overhead Interne salarislasten Materiële budgetten Bijdragen aan GR'en Kapitaallasten • • • • •
2025 -2.342.969 60.888.413 26.988.180 999.851 3.691.186
Overhead: dit betreft de overhead die kan worden doorbelast aan de investeringen en grondexploitaties. Interne salarislasten: dit zijn de salarislasten van alle overheadfuncties. Materiële budgetten: dit betreft met name de budgetten voor huisvesting, ICT en facilitaire zaken. Bijdragen aan GR'en: dit is de bijdrage aan het Regionaal Projecten Portfolio. Kapitaallasten: dit zijn de kapitaallasten over de kantoren en inventaris die we als organisatie gebruiken.