Beantwoording vragen n.a.v. presentatie Dordwijkzone in commissie Fysiek.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING VRAGEN N.A.V. PRESENTATIE CONCEPTPROGRAMA DORDWIJKZONE IN COMMISSIE FYSIEK 19 JANUARI GROENLINKS 1. Wat is de status van de presentatie. Het woord ‘misschien’ was ongeveer het meest voorkomende woord. In hoeverre betrof het mogelijke ideeën en waar ging het om een duidelijke richting waarin gewerkt wordt? Wij hebben behoefte aan een duidelijker onderscheid tussen beide soorten elementen. Antwoord: De presentatie geeft de hoofdlijnen aan voor de ruimtelijke ingrepen om van de Dordwijkzone een Stadspark te maken. Binnen die hoofdlijnen zijn nog verschillende invullingen mogelijk. De hoofdstructuren (klimaatbuffer en de actieve as) zijn hier wezenlijk voor. Voor het opstellen van de maatschappelijke businesscase gaan we voor het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten hiervan uit. Afhankelijk van de besluitvorming rondom de businesscase kunnen de voorstellen nader worden uitgewerkt en geconcretiseerd in de richting die nu op hoofdlijnen in de presentatie zijn weergegeven. 2. Wat is de status van het verslag van de opbrengst van de schetsschuiten? Deels overlapt het met de presentatie, maar deels ook niet. Voorbeeld: in het verslag wordt gesproken over tiny houses in de presentatie niet.
In het verslag wordt er over verplaatsen van het FC Dordrechtstation naar elders gesproken in de presentatie over het ‘misschien iets verleggen’ van sportvelden; dat klinkt ook verschillend. Antwoord: De opbrengst van de schetsschuiten zijn de basis voor de verder planuitwerking. In de ruimtelijke ontwerpen zijn de bovengenoemde elementen verkend. Aangezien we rekening hebben gehouden met de bestaande beleidsregels van uw raad zijn deze nu niet opgenomen. De genoemde onderwerpen zijn echter allen lopend en nog niet door de gemeente raad vastgesteld. Dit geldt onder meer voor de ontwerp Omgevingsvisie die in maart aan de Gemeenteraad zal worden aangeboden ter besluitvorming. De ontwerp-omgevingsvisie is het nieuwe ruimtelijk beleidskader voor de Dordwijkzone. Voor het stadion is het voorstel n.a.v. de motie ''Niet geschoten is altijd mis'' geagendeerd voor behandeling in de commissies op 9 februari en in de Gemeenteraad op 16 februari. Het Programma Sportparken wordt rond de zomer aan de Gemeenteraad aangeboden. We hebben ons gebaseerd voor de huidige presentatie op vastgesteld beleid en het coalitieprogramma. De scenario's kunnen desgewenst door de raad worden opgenomen.
3. Hierbij aansluitend een specifieke vraag. Enige tijd geleden is een burgerinitiatief Groen Project Tiny Houses “Klein Dordrecht” afgewezen omdat College en Raad de locatie aan de Oudendijk ongewenst vonden. Er is toen afgesproken op korte termijn naar alternatieve locaties voor een dergelijk project binnen de rode contour te zoeken. Biedt de Dordwijkzone in de visie van het college en/of Mecanoo ruimte voor een dergelijk project? Antwoord: Voorlopig is in de ontwerp omgevingsvisie opgenomen dat er geen woningen worden gebouwd in de Dordwijkzone.
In de ontwerp Omgevingsvisie is het uitgangspunt dat er geen woningen worden toegevoegd in de Dordwijkzone (behalve het lopende project Vlijweide). Dit is het uitgangspunt geweest voor de opdracht aan Mecanoo, waarbij ook is gezegd dat mogelijkheden verkend mogen worden, passend binnen het groene karakter van de Dordwijkzone. Woningbouw aan de randen van de Dordwijkzone behoort zeker tot de mogelijkheden. 4. De ambitie om het hele gebied goed en ononderbroken voor fietsen en wandelen toegankelijk te maken heeft zeker onze steun. Welke ideeën zijn er om de routes voor autoverkeer (bijv. van en naar de sportvelden) daarbij zo veel mogelijk te ontwijken? Worden maatregelen overwogen om het autoverkeer van en naar de sportvelden te verminderen? Antwoord: In het plan op hoofdlijnen is nadrukkelijk onderzocht om het gebied autoluw te maken en de routes voor autoverkeer naar de sportvelden en het parkeren zo veel mogelijk te concentreren. We hebben hierbij ook nadrukkelijk de normeringen vanuit de KNVB en CROW meegenomen. In een aantal gebieden is het voorstel om parkeerterreinen te verplaatsen en fietsstraten te maken waar de auto (bijv. voor bevoorrading/hulpdiensten) te gast is.
5. In welke mate wordt het hele gebied publiek toegankelijk? In de presentatie worden twee locaties aangeduid waar die toegankelijkheid slechts 20% is. Hoe zit het in de rest van het gebied? Antwoord: Het doel is om een zeer groot deel van het gebied openbaar toegankelijk te maken, dat is de grootste opgave voor het stadspark. Het gaat hier om het "onthekken" van (sport) terreinen, aanleggen van paden en verblijfsplekken. Er zitten ook gebieden in de zone die privaat en niet openbaar toegankelijk zijn.
6. Het gebied moet ook een grotere rol in klimaatbestendigheid gaan vervullen. Welke randvoorwaarden moeten daarvoor worden gesteld, bijv. in termen van omgang groen, water, wateropvang etc.? Antwoord: De geschetste klimaatbuffer-As en het oplossen van de knelpunten voor de ecologische verbindingszone en de ecologische routes zijn hier randvoorwaardelijk voor. 7. In de presentatie werd ook gesproken over wonen aan of zelfs in het park. In welke mate en onder welke randvoorwaarden zien het college/Mecanoo dit als een gewenste mogelijkheid? Wonen aan de rand van het park is nu opgenomen. Er zijn echter ook ruimtelijke plekken in de Dordwijkzone aan te geven waar wonen mogelijk is. Het is aan de raad om hier een uitspraak over te doen. In de ontwerp omgevingsvisie is nu opgenomen dat er geen woningen worden gebouwd in de Dordwijkzone. In de ontwerp Omgevingsvisie is het uitgangspunt dat er geen woningen worden toegevoegd in de Dordwijkzone (behalve het lopende project Vlijweide). Dit is het uitgangspunt geweest voor de opdracht aan Mecanoo.
VVD 8. Een belangrijke belemmerende factor in dit gebied is in onze ogen de doorkruising van de N3, of kansen zeker met betrekking tot de sfeer die de presentatie oproept voor het gebied. Welke denkrichting heeft u om deze in te bedden in het landschap en optimale verbinding tussen weerszijden van de N3 te realiseren? Antwoord: In de plannen zijn op een aantal onderdelen de ontwerpoplossingen aangedragen om de optimale verbindingen aan weerszijden van de N3 te realiseren voor fiets en voetganger. Het gaat hier onder andere om levendige en groene onderdoorgangen en bij Krommedijk/Reeweg met een aansluiting met een overkluizing. . 9. Kunt u ons het tijdspad delen van het opstellen van de visie, maar vooral gericht op de uitvoering hiervan? Antwoord: De visie op hoofdlijnen en met een aantal scenario's is onderdeel van de maatschappelijke businesscase Dordwijkzone welke conform het raadsbesluit inzak de Investeringsagenda Dordrecht 2030 in april/mei ter besluitvorming aan uw raad zal worden voorgelegd. Parallel hieraan zullen we de ruimtelijk visie nader uitwerken en concretisering en een strategisch uitvoeringsprogramma gaan opstellen. In dit uitvoeringsprogramma zullen ook scenario's worden opgenomen voor uitvoering.
We verwachten na de zomer de ruimtelijke visie en het strategisch uitvoeringsprogramma in concept met u raad te bespreken om tot besluitvorming in het 4e kwartaal 2021 te komen. Onderdelen waar al reeds middelen voor zijn voor en die passend zijn binnen de ruimtelijke visie zullen we eerder al in uitvoering nemen.
10. Kunt u ons aangeven wat de rol van de Raad in dit traject is en op welke momenten zij in positie wordt gebracht voor besluitvorming? Antwoord: In de investeringsagenda staan 7 mbc's opgenomen. In december heeft de raad hierover een besluit genomen. De raad ontvangt naar verwachting eind maart een voorstel waarin gevraagd wordt bedragen te reserveren voor de 7 door de raad vastgestelde thema's binnen Agenda Dordt 2030. Dat gaat vergezeld met een raadsvoorstel waarin de 7 thema's aan elkaar worden verbonden, en per onderdeel waar in dit stadium , een maatschappelijke business case. Een MBC is geen harde norm; het is een zo goed mogelijk onderbouwde inschatting van de effecten voor de komende (maximaal) 30 jaar van de investering. Bij de individuele kredietaanvragen die in de loop der jaren zullen volgen vanuit de gemaakte reserveringen, zullen de business cases specifieker en concreter worden. De rol van de raad zit dus primair op het vaststellen (en later te wijzigen) van te reserveren bedragen en daarna daadwerkelijk krediet verstrekken. Maatschappelijke business cases zijn een hulpmiddel om tot deze besluiten te komen, en geen doel op zich. Het ruimtelijk programma werken we in de tussentijd nader uit en ook de rol en positie van u als raad in dit proces . Voor het ruimtelijk programma willen we ook een participatietraject in gang zetten.
We zijn aan het bezien of het mogelijk is om voor de zomer e.e.a. te hebben afgerond. Vanwege corona is het participatietraject wel vanwege onzekere factor in de planning . We verwachten dan na de zomer de ruimtelijke visie en het strategisch uitvoeringsprogramma in concept met u raad te bespreken om tot besluitvorming in het najaar/winter 2021 te komen.
11. In de presentatie gaf u aan bij de Raad terug te komen met een business case uitwerking voor de realisatie van dit gebied en plan. Kunt u bevestigen dat dit een integrale business case zal worden, inclusief de ontwikkeling van ‘onderliggende visies’, zoals bijvoorbeeld de Sportparkenvisie, Krommedijk (conform Motie “Niet geschoten is altijd mis”) en Ontwikkelvisie Spoorzone? Antwoord: Uiteraard wordt er in samenhang gekeken naar de verschillende dossiers , zodat er een samenhangende plan ontstaat voor de Dordtwijkzone . De genoemde dossiers zijn echter ook nog in ontwikkeling. Dit geldt ook voor de ontwerp Omgevingsvisie die in maart aan de Gemeenteraad zal worden aangeboden ter besluitvorming. Er zijn dus niet op ieder vlak harde uitgangspunten mee te nemen. Zo staat het voorstel n.a.v. de motie ''Niet geschoten is altijd mis'' geagendeerd voor behandeling in de commissies op 9 februari en in de Gemeenteraad op 16 februari. Het Programma Sportparken wordt rond april aan de Gemeenteraad aangeboden. We baseren ons, naast het vastgesteld beleid en het coalitieprogramma, ook op de kennis uit het traject Herijking Sportparkenvisie en recente besluitvorming over sportdossiers. Het uitgangspunt is dat Dordwijkzone en sportparken elkaar versterken en aanvullen. 12.
Kunt u de mogelijkheden schetsen binnen de visie van de Dordwijkzone van het toevoegen van (niet-kannibaliserende) commerciële activiteiten (zoals een bouwmarkt of tuincentrum) ten behoeve stadionontwikkeling aan Sportpark de Krommedijk? Denk hierbij bijvoorbeeld bedrijfsverplaatsingen ten behoeve van woningbouw op plekken elders in de stad. Antwoord: Deze mogelijkheden van het toevoegen van commerciële activiteiten bij het voetbalstadion zijn in het verleden reeds onderzocht, maar niet haalbaar. Dit past niet binnen de Provinciale kaders. Daarnaast past het ook niet binnen de door de raad vastgestelde kaders . Zo heeft uw Gemeenteraad het leefmilieu Groen en Recreatie herbevestigt bij het vaststellen van de 3e herziening van de Structuurvisie 24 september 2019. Functies die worden toegevoegd moeten bijdragen aan het meervoudige gebruik en een sportieve en recreatieve levensstijl. Mogelijkheden worden hierin vooral gezien in de sportieve- en recreatieve dienstverlening, cultuur- en ontspanning, lichte bedrijvigheid en ondersteunende horeca. Dit is ook de basis voor de geldende regels in het bestemmingsplan. In de ontwerp Omgevingsvisie is dit ook het uitgangspunt. 13. Er is een grote behoefte aan woningen, met name onder starters en jongeren. Dat varieert van short stay naar permanente bewoning.
De raad heeft met de motie “Niet geschoten altijd mis” het college de wens uitgesproken om werk te maken van woningen in dit gebied. Wordt daarmee rekening gehouden in planvorming? Zo neen, waarom niet? Antwoord: De mogelijkheden hiervoor zijn geschetst in de beantwoording van de motie 'Niet geschoten is altijd mis' via de toegezonden RaadsInformatie Brief. Deze staat geagendeerd voor commissie behandeling op 9 februari . Overig worden dergelijke woningen wel gerealiseerd in vlek 2F en op de Thureborg locatie.
14. Welke denkrichtingen zijn tot dusverre voor verplaatsing van het stadion van FC Dordrecht? In hoeverre is huisvesting op de huidige plek wenselijk en nog aan de orde? Wanneer er wel verplaatst wordt, wordt daarmee rekening gehouden binnen de business case? Zo ja, kunt u aangeven wat dan de financiële denkrichtingen zijn?
Antwoord: Er wordt geen rekening gehouden met de verplaatsing van het voetbalstadion. Verplaatsing van het stadion heeft slechts een marginale invloed op de business case. Het coalitieprogramma geeft aan dat: 'Voor de totstandkoming van een nieuw stadion voor FC Dordrecht ligt de bal bij het bestuur van FC Dordrecht. Daarbij is ons uitgangspunt dat we geen financiële bijdrage of gemeentegarantie voor een nieuw stadion geven. Wel zijn wij bereid de omliggende infrastructuur aan te leggen. Het reeds gereserveerde bedrag is hiervoor het maximum. Dit heeft immers ook voordelen voor de omliggende sportfaciliteiten.
Wat is de beoogde status van dit gebied binnen (bijvoorbeeld) de Omgevingsvisie? Wordt voor dit hele gebied eenzelfde status met richtlijnen gehanteerd? Toelichting: op dit moment is er binnen de zone sprake van zeer wisselende gebiedskwaliteiten, die uiteenlopen van mooie parken en natuur, tot parkeerterrein en middenberm van een van Nederlands drukste N-wegen. Antwoord: Momenteel is de Structuurvisie het geldende ruimtelijk kader voor dit gebied. In de ontwerp Omgevingsvisie is de Dordwijkzone een van de zes gebieden. Prioritaire doelen zijn: Gezonde stad, Klimaatbestendige stad en Biodiversiteit. Er wordt onder andere gesteld dat 'Het parkachtige en landschappelijke karakter van de Dordwijkzone met recreatiemogelijkheden biedt kansen om deze zone om te vormen tot een nieuw Stadspark'. De uitwerking van dit gebied vindt plaats in het Programma Dordwijkzone en zal meegenomen worden in de herziening van de Omgevingsvisie, zoals de Omgevingswet dat stelt in haar beleidscyclus.
15. Op dit moment is deze zone, inclusief de N3 en spoor een barrière voor mobiliteit tussen oost en west. Op welke wijze zal een verbeterde mobiliteit onderdeel zijn van deze visie? Denk hierbij aan diverse vormen van mobiliteit, waaronder ook fiets, lopen, OV en auto. Antwoord: Onderdeel van de visie is om de mobiliteit tussen Oost en West te verbeteren onder meer door logische loop- en fietsverbindingen en de routering en haltes van stad en streekvervoer. Voor de auto is er juist gekozen om aan de randen parkeeroplossingen te vinden en uit te gaan van de huidige structuur. 16. Klopt onze interpretatie dat binnen de uitvoering van deze visie tevens de bedoeling is om diverse gebieden en weilanden onder water te zetten en om te vormen tot recreatie-/ zwemplas? Antwoord: In de visie is er ruimte voor voldoende waterberging opgenomen in het kader van klimaatadaptatie. Een deel daarvan kan mogelijk recreatief medegebruik plaatsvinden maar is wel afhankelijk van de waterkwaliteit.
PVDA
17. Positie N3: In eerdere ontwikkelplannen zou de N3 worden verdiept, waardoor Sportpak Krommedijk meer rechtstreeks verbonden wordt met Dordwijkgebied. En over de N3 het park door kan lopen, met fietspaden. Maar de N3 wordt nu aangepakt, waar de verdieping geen onderdeel van is. Is dit niet een gemiste kans? Antwoord: Er is in het verleden een presentatie geweest van West 8 waarin ook een verdiepte N3 is opgenomen. In de plannen van Rijkswaterstaat voor de renovatie van de N3 is een verdiepte ligging niet opgenomen, In de plannen van Mecanoo wordt een dergelijk voorstel ook niet gedaan. Door andere oplossingen zoals overkluizing en levendige onderdoorgangen worden de verbindingen verbeterd. 18. Andere investeerders: Welke externe partners gaan mee investeren (Staatsbosbeheer, Waterschap, private partijen)? Over wat voor kosten en investeringen hebben we het? Wat zijn de geraamde totale kosten? Antwoord: In de maatschappelijke businesscase zullen de maatschappelijke kosten en baten inzichtelijk worden gemaakt. Tevens zullen we de externe partners en de programma's benoemen die mee gaan investeren.
De kosten zullen voor een groot deel bestaan aan de aanleg van fiets en wandelpaden, het verbeteren en openbaar maken van sportparken, parkeren, het verbeteren en vergroten van de ecologische verbindingszone, het maken van openbare verblijfsruimte en ruimtelijke kwaliteit toevoegen in de openbare ruimte. De kostenramingen worden nu gemaakt en zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd. De mbc is een hulpmiddel voor besluitvorming. 19. De bespreking van de plannen hoort zeker ook thuis bij Bestuur en Middelen: Zeker wat betreft de Businesscases en de totale investeringen, budgetten en investeringspartners, en het raakt ook Parkschap Hollandse Biesbosch, onderdeel van NL.DELTA. Antwoord: De agendering van de plannen is de bevoegdheid van de raad zelf. Het ruimtelijk programma is een college bevoegdheid. 20. Een startbespreking met de gehele raad (alle commissies) is noodzakelijk incl. een planning en uitvoeringsagenda. De plannen op de normale wijze besproken en besloten in de commissies, en met participatie van de stad. Zie antwoord vraag 19. VSP Met buitengewone belangstelling heeft de VSP kennisgenomen van de presentatie van het conceptprogramma Dordwijkzone in de commissievergadering fysiek van 19 januari 2021.
We hebben begrepen dat voor het opstellen van de Investeringsagenda 2030 er een maatschappelijke businesscase (mbc) voor het programma Dordwijkzone moet worden opgesteld waarvoor het concept ruimtelijk programma in de presentatie het vertrekpunt is. Aan de gemeenteraad is nu gevraagd uitgangspunten en hoofdlijnen van het ruimtelijk programma aan te geven. Daarover heeft de VSP de volgende vragen en opmerkingen. 21. Het valt ons op dat er aanzienlijke verschillen in de ruimtelijke invulling zijn tussen de opbrengst schetsschuiten 2019 en de presentatie van Mecanoo. Wat zijn de redenen om zo veel en zo vaak af te wijken van de opbrengst schetsschuiten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland?
Antwoord: De opbrengsten van de schetsschuiten zijn de basis voor de verder planuitwerking. In de ruimtelijke ontwerpen hebben we rekening gehouden met de bestaande beleidsregels door u raad en de beleidsvoornemens in procedure (omgevingsvisie). Dit geldt onder meer voor de ontwerp Omgevingsvisie die in maart aan de Gemeenteraad zal worden aangeboden ter besluitvorming. De ontwerp-omgevingsvisie is het nieuwe ruimtelijk beleidskader voor de Dordwijkzone. De scenario's vanuit de schetsschuiten kunnen desgewenst door de raad nog worden opgenomen. 22. Het valt ons op dat er aanzienlijke ingrepen in een aantal sportparken worden voorgesteld. In hoeverre botsen de Sportparkenvisie en het programma Dordwijkzone niet met elkaar oftewel de belangen van de sport(clubs) enerzijds en de visie rond de Dordwijkzone anderzijds? Antwoord: Zie antwoord op vraag 11. 23. Mocht er bij de detailuitwerking in de mbc ruimte voor bestaande activiteiten (zoals sport) worden ingeleverd, dan ziet de VSP graag bijgevoegd waar deze ruimte wordt gecompenseerd (verhuizing) inclusief de uitgewerkte kosten voor zo’n traject. Antwoord: In de mbc zullen deze punten zeker worden benoemd en opgenomen inclusief de maatschappelijke kosten en baten.. 24.
Welke invloed heeft een realisatie van het Stadspark XXL op de reeds bestaande grote en kleinere parken in onze stad die geen onderdeel uitmaken van de Dordwijkzone (Weizigtpark, Merwesteynpark, Wielwijkpark, Wittensteinpark, Dubbelsteynpark)? De VSP is op voorhand tegen het inleveren van ruimte in bestaande parken die een belangrijke wijkfunctie hebben. De bestaande parken blijven hun ruimte en functie behouden zoals opgenomen in de ontwerpomgevingsvisie. 25. In de presentatie handelt deelgebied 3 over dezelfde omgeving als deelgebied 4. Kunt u dat nader verklaren? Antwoord: Het kaartje in de presentatie is hetzelfde. Deelgebied 3 gaat over de uitgangspunten voor het sportpark Krommedijk en Deelgebied 4 Dubbelmondepark en Overkamppark. 26. Voor een levendig hart met buurtfestivals in deelgebied 4 is naar mening van de VSP een groot grasveld noodzakelijk. We zien de invulling daarvan in de presentatie niet terug. Kunt u dat nader verklaren? Antwoord: Dit is wel de intentie en is opgenomen in deelgebied 4 als dit niet duidelijk is genoteerd dan passen we dit aan. 27.
De trajecten van besluitvorming in het college en de gemeenteraad over dossiers die nauw met elkaar verwant zijn, zoals Sportparkenvisie, de zeven programma’s in Agenda 2030 waaronder de Dordwijkzone, Investeringsagenda en Omgevingsvisie, lijken samenhang te missen, hetgeen de VSP uiterst ingewikkeld en onverstandig vindt. In hoeverre kunnen afzonderlijke besluiten leiden tot onherstelbare invloed op andere trajecten/dossiers?
Antwoord: Zie antwoord op vraag 11.
28. De VSP is voorstander om de diverse programma’s/dossiers in het kader van de Agenda 2030 in elkaar te schuiven. We vernemen graag waarom niet voor een dergelijke lijn wordt gekozen. In de investeringsagenda staan 7 mbc's opgenomen. In december heeft de raad hierover een besluit genomen. De raad ontvangt naar verwachting eind maart een voorstel waarin gevraagd wordt bedragen te reserveren voor de 7 door de raad vastgestelde thema's binnen Agenda Dordt 2030. Dat gaat vergezeld met een raadsvoorstel waarin de 7 thema's aan elkaar worden verbonden, en per onderdeel waar in dit stadium , een maatschappelijke business case. Een MBC is geen harde norm; het is een zo goed mogelijk onderbouwde inschatting van de effecten voor de komende (maximaal) 30 jaar van de investering. Bij de individuele kredietaanvragen die in de loop der jaren zullen volgen vanuit de gemaakte reserveringen, zullen de business cases specifieker en concreter worden. De rol van de raad zit dus primair op het vaststellen (en later te wijzigen) van te reserveren bedragen en daarna daadwerkelijk krediet verstrekken. Maatschappelijke business cases zijn een hulpmiddel om tot deze besluiten te komen, en geen doel op zich. 29.
Welke invloed kan de gemeenteraad nog uitoefenen op de maatschappelijke businesscases wanneer deze in detail zijn uitgewerkt? De VSP wil de mogelijkheid voor de gemeenteraad behouden om in later stadium wijzigingen in de mbc’s aan te brengen, zeker nu het met de huidige kennis en de aan te geven uitgangspunten en hoofdlijnen van het ruimtelijk programma volledig onduidelijk is hoe een en ander in detail wordt uitgewerkt en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Antwoord: Zie vraag 28. 30. Met betrekking tot de gevraagde uitgangspunten en hoofdlijnen van het ruimtelijk programma Dordwijkzone heeft de VSP naast reeds genoemde zaken de volgende mening: a) Het idee van een Stadspark zoals geschetst spreekt de VSP in het kader van de leefbaarheid en het klimaat in de stad aan maar we maken ons ernstig zorgen over de kosten. Desondanks vraagt de VSP aandacht voor een ruime kostenberekening om niet uiteindelijk bij de uitvoering van het project extra geld te moeten investeren teneinde ellende als met de Sportboulevard te voorkomen. b) Het ontsluiten van 80% van het gebied dat nu nog besloten of afgesloten is, moet gepaard gaan met veiligheid voor eigendommen en mensen. c) De VSP vindt betere verbindingen tussen Dordt west en oost uiterst belangrijk. Te veel vormt in de huidige situatie de N3 een barrière.
De VSP mist daarbij in het plan gedegen oplossingen voor het inpassen van de N3 in het Stadspark. Voorop moet staan dat het Stadspark geen nieuwe barrière wordt en dat het park op verschillende, veilige manieren kan worden bereikt. d) Op de vraag hoe het Stadspark een bestemming wordt waar men dagelijks komt, vraagt de VSP extra aandacht voor de sport als belangrijkste aantrekkingspunt, zowel qua faciliteiten voor de verenigingssport als voor de individuele sportbeoefening. Breedtesport moet naast natuur en water leidend zijn in het plan voor het Stadspark. De VSP ziet sportpark Krommedijk verbonden met het Leerpark en Gezondheidspark als belangrijke sportpunt binnen het Stadspark. Om daarvoor extra ruimte te creëren, ziet de VSP een verplaatsing
van het stadion van FC Dordrecht naar een andere plek in Dordrecht als een kans de stad en BVO een multifunctioneel nieuw stadion te verschaffen. De VSP vraagt verder aandacht voor de positie van sporthallen in het Stadspark in navolging van de Sporthallenvisie. e) Deelgebied 1 is aangewezen als gebied voor avontuur en ontspanning, maar geldt met Sportpark Stadspolders tevens als gebied voor de sport. De VSP wil dit Sportpark zeker behouden en vraagt zich af waarom sport bij deelgebied 1 in de presentatie niet wordt genoemd. f) De invulling van het Stadspark zoals weergegeven op pagina 20 van de presentatie vindt de VSP moeilijk te plaatsen zonder een verdere detaillering, die voor het innemen van een gedegen standpunt gewenst is. g) De VSP vraagt zich af of naast fiets- en wandelverbindingen door het Stadspark ook een watersportverbinding van noord naar zuid mogelijk is, waar roeien, waterfietsen, e.d. het park extra aantrekkelijk maakt voor recreatie. h) Het parkeren in en rond het Stadspark lijkt een belangrijke maar moeilijke opgave binnen het plan. De VSP geeft als richtlijn mee dat parkeren niet moet plaatsvinden in de woongebieden in de omgeving van het Stadspark, maar te kiezen voor bij voorkeur parkeervoorzieningen overdekt dan wel boven recreatieplaatsen. Ook de stalling van fietsen moet op een veilige manier voldoende ruimte krijgen.
Dank voor deze visie we zullen dit in de uitwerking en de mbc verder meenemen.