Beantwoording van de technische vragen van de fractie GroenLinks over de nadere regels van het experiment Wonen Eerst.pdf
Tekst van het document
Beantwoording van de technische vragen van de GroenLinks over de nadere regels van het experiment Wonen Eerst: 1. Met welke partners wordt overlegd over het woningtoewijzingsproces (artikel 5.4)? Het woningtoewijzingsproces is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties. Deze partijen stemmen af over beschikbaarheid, toewijzing en begeleiding, zodat woningen passend worden toegewezen aan de doelgroep. De gemeente voert hierbij de regie, woningcorporaties zorgen voor het aanbod van woningen en zorgorganisaties voor de benodigde ondersteuning. Dit integrale overleg is essentieel om het doel van Wonen Eerst (duurzame huisvesting voor dakloze en dreigend dakloze inwoners) te realiseren. 2. Hoe verhoudt de driepartijenovereenkomst (artikel 7.2) zich tot het uitgangspunt van scheiden wonen en zorg (artikel 2.3)? De driepartijenovereenkomst is bedoeld om de samenwerking tussen woningcorporatie, zorg- en welzijnsorganisatie en bewoner goed te borgen. Hoewel dit op het eerste gezicht lijkt af te wijken van het principe van scheiden wonen en zorg, blijft het uitgangspunt overeind: de huurovereenkomst en de zorgovereenkomst zijn strikt gescheiden. Het recht op wonen blijft dus onafhankelijk van het ontvangen van zorg. Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat deze constructie vanuit de praktijk is ontstaan.
Aanvankelijk werd gewerkt met intermediaire verhuur; de huidige driepartijenconstructie is juist een stap vooruit richting het scheiden van wonen en zorg, omdat de bewoner nu rechtstreeks huurt van de corporatie. In een aanhangsel worden enkel de afspraken over ondersteuning en samenwerking vastgelegd, zodat verantwoordelijkheden en communicatie helder zijn en continuïteit voor de bewoner gewaarborgd blijft. Deze verhuurconstructie is bovendien essentieel gebleken bij de start van vergelijkbare projecten in andere steden en wordt lokaal ook zo onderschreven door de betrokken corporaties. Gezien de nauwe samenwerking met hen leggen we deze vraag van GroenLinks ook graag aan de corporaties voor, zodat hun ervaring en perspectief kunnen worden meegenomen. 3. Is het mogelijk dat twee mensen (jongeren) uit de doelgroep samen op basis van een zgn. friendscontract een sociale huurwoning krijgen toegewezen? Binnen Wonen Eerst is het uitgangspunt structurele en duurzame huisvesting. Een friendscontract, waarbij twee personen gezamenlijk één huurcontract aangaan, wordt daarom niet wenselijk geacht. Deze constructie brengt risico’s met zich mee die haaks staan op het doel van het experiment, zoals: Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de volledige huur, ook bij vertrek van één huurder.
Instabiliteit in de woonsituatie en mogelijke verschillen in begeleidingsbehoefte.
Eigen verantwoordelijkheid om een nieuwe huurder te vinden bij vertrek
Om deze risico’s te vermijden, kiest Wonen Eerst voor individuele huurcontracten. Daarmee blijft het recht op wonen volledig onafhankelijk van de aanwezigheid of stabiliteit van een tweede huurder, wat aansluit bij het principe van scheiden wonen en zorg. Tegelijkertijd past deze discussie in de bredere transitie van opvang naar wonen en de aanpak van dakloosheid. Friendsconstructies kunnen in dat bredere perspectief relevant zijn als woonvorm, maar binnen de huidige opzet van Wonen Eerst zijn ze niet passend. Alleen wanneer een woning formeel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur) en iedere bewoner een afzonderlijk huurcontract heeft, kan gezamenlijk wonen onder strikte voorwaarden worden overwogen. Dit vereist echter extra vergunningen en sluit in de praktijk meestal niet aan bij de uitgangspunten van Wonen Eerst. We zullen de voors en tegen van friendscontracten meenemen in het volgend jaar te voeren regionale overleg met woningcorporaties, Woonkeus en de Drechtstedengemeenten over het regionaal woonverdeelsysteem. Hiermee borgen we dat deze mogelijkheid in breder verband wordt afgewogen, passend binnen de regionale woonopgave en de ontwikkelingen in het woonbeleid.