Beantwoording technsiche vragen QA Begroting 2025 1ste en 2de ronde - versie 31 oktober.pdf
Tekst van het document
Voor milieu en duurzaamheid worden specifieke uitkeringen beschikbaar gesteld door het Rijk aan de gemeente Dordrecht. Deze uitkeringen hebben een bepaalde looptijd en hoogte. Na 2026 is de looptijd van een aantal uitkeringen voorbij en dalen deze baten. Wethouder Van der Linden
71.
26
Programma Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht: Bij doelstelling 1 staat bij verduurzaming infrastructurele projecten (pagina 35): “pilot met lage temperatuur asfalt” Hoe verhoudt deze pilot zich ten opzichte van de bestaande onderhoudsachterstand van wegen in onze gemeente, mede veroorzaakt door beperkte middelen? Hoeveel procent duurder is de werkwijze met lage temperatuur asfalt t.o.v. de reguliere werkwijze? Is dit een werkwijze die door alle ontwikkelaars van wegen wordt toegepast, of is deze werkwijze met lage temperatuur asfalt slechts beschikbaar bij een beperkt deel van de markt? Kost de werkwijze met lage temperatuur asfalt meer tijd dan de reguliere werkwijze, waardoor overlast van wegwerkzaamheden voor omwonenden langer duurt? Wat is de kwaliteit van lage temperatuur asfalt t.o.v. regulier asfalt? Heeft het dezelfde levensduur?
Hier is geen verband tussen. De pilot, die primair was gericht op het opdoen van ervaring met deze duurzamere manier van asfalt produceren en aanleggen, is niet vanuit middelen voor onderhoud bekostigd. Daarnaast waren er geen meerkosten ten opzichte van traditionele aanleg omdat de deelnemende aannemers zelf de meerkosten op zich hebben genomen. De pilot met lage temperatuur asfalt is uitgevoerd om de markt de kans te geven ervaring op te doen, anders dan in het laboratorium. Dit is nog niet bekend. De pilot was met name gericht op het duurzaamheidsaspect. Tevens was het voor de deelnemende aannemers een mogelijkheid om de meerkosten voor hen (als producent en uitvoerder) inzichtelijk te krijgen. Het is een landelijke beweging om meer met lage temperatuur asfalt te gaan werken, maar het is nog geen standaard werkwijze in de markt. Vanaf 1 januari 2025 wordt Hot Mix Asfalt (HMA) uit gefaseerd. Warm Mix Asfalt (WMA) wordt dan de standaard. Het gaat om een verlaging van de temperatuur van 170 graden naar 140 tot 110 graden. Nee, zoals het er nu naar uitziet neemt de verwerkingsprocedure en de toepassing ervan even veel tijd in beslag als de reguliere procedure. Hier is nog onvoldoende over bekend. De pilot was bedoeld om ervaring op te doen met de toepassing van het lage temperatuur asfalt. Er is wel een richtlijn ontwikkeld om Warm Mix te laten
Kenmerk Datum
voldoen aan de nieuwe eisen. De richtlijn is opgezet om ervoor te zorgen dat WMA gelijkwaardige prestaties levert vergeleken met HMA, zonder concessies te doen aan de asfaltkwaliteit. Wethouder De Jonge 72.
Programma Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Bij doelstelling 4 staat op pagina 38: “De invoering van het recycletarief in 2026 wordt voorbereid.” Wat wordt hiermee bedoeld? Is de wethouder voornemens om een systeem van DIFTAR (gedifferentieerde tarieven en betalen naar gewicht of per zak) in te voeren?
73.
Programma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht: Doelstelling 2: Het voorkomen van problemen bij Dordtenaren door tijdig te signaleren. Hoe wordt de effectiviteit van vroegsignalering en preventieve maatregelen gemeten?
In december 2020 heef de raad het Grondstoffenplan Dordrecht 2021-2030 vastgesteld. Dit plan voorziet in de implementatie van het recycle-tarief per 2026. De uitwerking hiervan is een politieke vraag. Deze kan gesteld worden bij de raadsbehandeling.
Wethouders Van Benschop, Van der Linden en Van der Kruijff We meten de effectiviteit van vroegsignalering adv de volgende indicatoren: • Het aantal vroegsignalen per maand. • Het % van de meldingen dat leidt tot contact. Het effect van preventie wordt gemeten in de KPI’s: • De gemiddelde schuld bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject. Hoe vroeger de gemeente hulp aanbiedt via preventie en vroegsignalering, hoe lager de schuld is bij de start van een schuldregeling. • Het gebruik van de minimaregelingen afgezet tegen eerdere jaren en de doelgroep. Proces indicatoren die zicht geven op de inzet van preventie zijn: • Het aantal hulpvragen bij alle organisaties die aangesloten zijn bij Geldpraatje. • Het bereik van de campagne Geldpraatje. • Het bereik van de inzet op life events zoals ‘ik word 18’. Wethouder Van Benschop 74.
27
Programma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Doelstelling 3: P.48 Welke concrete doelstellingen worden gesteld om het gebruik van inkomensregelingen te optimaliseren?
In overeenstemming met de doelstellingen van de GR Sociaal voor de begroting van 2025 is onze doelstelling om in 2025 een toename van 5% te realiseren in het aantal toekenningen van de Bijzondere Bijstand, het Persoonlijk Minima Budget en de Collectieve Zorgverzekering Minimapolis, vergeleken met het jaar 2024. Bij het sms-kinderfonds ligt het bereik al heel hoog, hier streven naar continuering van het gebruik. In samenwerking met het CBS werken we aan het in beeld
Kenmerk Datum
brengen van het bereik van de minimaregelingen. Dit is het aantal inwoners dat gebruik maakt van een regelingen afgezet tegen de potentiële doelgroep. Hier zit echter wel een kanttekening aan: de cijfers van het CBS over de doelgroep zijn altijd 2 jaar oud. De ontwikkeling van het bereik kunnen we dus alleen op de lange termijn bekijken. Wethouder Van Benschop 75.
Doelstelling 3: Hoe wordt gemeten of de bestaanszekerheidscheck en 'Geldzorgen op de werkvloer' leiden tot een toename van het aantal aanvragen?
Het doel van ‘Geldzorgen op de werkvloer’ is tweeledig, namelijk het verhogen van het bewustzijn bij werkgevers in Dordrecht en hen toerusten om signalen van financiële problemen bij werknemers te herkennen en bespreekbaar te maken. De meetindicatoren van Geldzorgen op de werkvloer zijn: • Het aantal werkgevers dat actief financiële problemen signaleert en dit bespreekt met werknemers (aantal per jaar). • Het aantal hulpvragen of doorverwijzingen die via het contactpunt worden afgehandeld (aantal per jaar). De meetindicator van de bestaanszekerheidscheck is: • Het aantal uitgevoerde bestaanszekerheidschecks per jaar. We gaan verkennen of het mogelijk is om de volgende indicator in te regelen: • Het aantal checks dat heeft geleid tot de toekenning van een (minima)regeling. De effecten van de bestaanszekerheidschecks en geldzorgen op de werkvloer, maar ook andere interventies, zien we terug in het gebruik van de minimaregeling en het aantal schuldhulpverleningstrajecten. Wethouder Van der Linden
76.
28
Doelstelling 3: Hoe wordt de samenwerking met andere gemeenten in Zuid-Holland Zuid ingericht bij de inkoop van jeugdhulpvoorzieningen? Wat zijn de voordelen van deze regionale samenwerking?
Sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 kopen we specialistische jeugdhulp gezamenlijk in met de 9 andere gemeenten in Zuid-Holland Zuid. De Serviceorganisatie Jeugd (onderdeel van de GR Dienst gezondheid & Jeugd ZHZ) hebben we hiervoor gemandateerd. Zij voeren ook het contractmanagement uit. Jeugdhulpaanbieders zijn onderverdeeld in verschillende brancheteams, zoals Jeugd & Opvoedhulp, GGZ en Begeleiding. Binnen deze brancheteams werken de contractmanagers van de SOJ en ambtenaren van de gemeenten samen.
Kenmerk Datum
Door als gemeenten samen in te kopen, hebben we meer volume. We kunnen hierdoor het contractmanagement efficiënter inrichten en strakkere contractafspraken maken met jeugdhulpaanbieders. Wethouder Van der Linden 77.
Doelstelling 3: P.49 Welke stappen worden ondernomen om fraude en overwinsten bij aanbieders in het sociaal domein effectief aan te pakken, en hoe worden de resultaten hiervan gerapporteerd?
Voor een deel van het onderstaande antwoord verwijzen we ook naar de beantwoording van artikel-40 vragen inzake fraude bij zorgbedrijven van fractie Op Ons Eiland, van 11 juni 2024. Recent is gestart met het aantrekken van een projectleider. Deze zal een plan van aanpak opstellen en daarbij gebruik maken van andere gemeenten in het land die voorop lopen en goede resultaten boeken. Bij de betrokken GR-en is al inkoop- en contractmanagement aanwezig waarmee nauw samengewerkt gaat worden. We onderzoeken hoe we dit vanuit Dordrecht aan kunnen vullen met een toezicht- en handhavingsfunctie die vanuit een andere invalshoek (rechtmatigheids)controles uitvoert. De raad zal via de P&C cyclus worden geïnformeerd over het al dan niet realiseren van de financiële taakstelling. Daarnaast zullen wij de raad informeren via een raadsinformatiebrief als dit vanuit onze actieve informatieplicht van belang is. Wethouder Van Benschop
78.
Programma Lerend en Ondernemend Dordrecht p.59 Meer een opmerking; Bij wat willen we bereiken staan bijna alleen maar economische doelen benoemd. Kunnen hier ook onderwijs doelen bij opgenomen kunnen worden.
Doelstelling 4 gaat specifiek over onderwijs. Binnen de Dordtse onderwijsvisie, de visie voortgezet onderwijs en Glansrijke Toekomst zijn er specifieke doelstellingen gekoppeld als het gaat om onderwijsambities. Deze zijn vormgegeven langs de thema's basisvaardigheden (taal en rekenen), preventie en zorg en brede talentontwikkelingen. Deze gaan verder dan alleen economische doelstellingen. Wethouder Van Benschop
79.
29
Programma Lerend en Ondernemend Dordrecht p.63 Hoe wordt in het onderwijs programma of in het regionaal plan VSV aandacht bestaat bij uitval of beschikbare plekken voor leerlingen die meer aandacht of speciaal onderwijs nodig hebben? Zijn daar voldoende onderwijsplekken voor begroot in 2025?
Een passend en dekkend onderwijsaanbod in de stad en de regio is een gezamenlijke opgave. Het onderwijs is met het samenwerkingsverband als eerste aan zet en moet hierover afstemming zoeken met de gemeente(n). Binnen de lokale onderwijsstuurgroep Preventie en zorg is 'het tegengaan van thuiszitters' een prioriteit, omdat we thuiszitters willen voorkomen. De gemeente neemt ook (ambtelijk) deel aan deze stuurgroep. Daarnaast is ons bekend dat er soms wachtlijsten zijn voor het speciaal onderwijs. Speciaal onderwijs heeft een regionaal karakter. Onderwijs en de samenwerkingsverbanden moeten voldoende passende onderwijsplekken faciliteren. Door de druk op het onderwijs, o.a. door de tekorten aan leerkrachten ontstaan er wachtlijsten. Door de gemeente Dordrecht worden er niet direct onderwijsplekken begroot. De gemeente investeert
Kenmerk Datum
bijvoorbeeld wel in leerplichtconsulenten om zo thuiszitters te voorkomen. Binnen het regionale programma VSV loopt op dit moment een regionale evaluatie op het huidige programma, waarbij er ook wordt gekken naar successen uit andere regio's. Het voorkomen van vsv blijkt een ingewikkelde opgave. Binnen het programma Glansrijke Toekomst wordt de Matchmaker (consulenten die vsv-ers benaderen) als preventief op het MBO (DaVinci en Yuverta) gepositioneerd. Wethouder Van der Kruijff 80.
Programma Lerend en Ondernemend Dordrecht Wat zijn de doelen voor 2025 qua aanpak laaggeletterdheid?
81.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Bij de begroting 2024 is een motie aangenomen om te onderzoeken hoe een doorstroommakelaar kan bijdragen aan een betere doorstroming van specifieke doelgroepen. Wij lezen hier in de begroting niets over terug. Tegelijkertijd lezen wij wel de urgentie van passend wonen en het aanhoudende woningtekort. Wat is de status van dit onderzoek en de uitvoering van de motie?
Betreffende 'laaggeletterdheid': we hanteren daarvoor de regionale vierjarenaanpak 'taal is zeg maar niet echt mijn ding'. Insteek voor 2025 is 'taal op werkvloeren, ouderbetrokkenheid, toegankelijke dienstverlening, basisvaardigheden gericht op meedoen en redzaamheid van de inwoners. Wethouder Burggraaf Gezien de vele vraagstukken die er spelen op het gebied van wonen moest er gezocht worden naar capaciteit om hier op een goede manier uitvoering aan te geven. Inmiddels is er gestart met het opstellen van een plan van aanpak. Onderdeel hiervan is om in gesprek te gaan met Trivire om te leren van hun succesvolle aanpak. We zullen onderzoeken hoe we dat kunnen vertalen naar de bewoners van markthuur- en koopwoningen Wanneer het plan van aanpak gereed is wordt de raad hierover geïnformeerd. Naar verwachting zal dit begin 2025 zijn.
Wethouder Burggraaf 82.
30
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht In de begroting beschrijft u de doelstellingen en afspraken om sociale huurwoningen te bouwen. Wij missen hierin de andere instrumenten om sociale huurwoningen uit de bestaande voorraad beter voor de beoogde doelgroep beschikbaar te krijgen. Werkt het college ook aan bijvoorbeeld
In de Routekaart wonen (2023) is aangegeven welke instrumenten we inzetten om te sturen op de beschikbaarheid van woningen, en welke instrumenten daarbij belangrijk zijn. Scheefwonen is hierin niet opgenomen. Mede omdat er weinig mogelijkheden zijn om hier effectief op te sturen.
Kenmerk Datum
een aanpak van scheefwonen en welke instrumenten worden hier, samen met de woningcorporaties, op ingezet? Wethouder Burggraaf 83.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Kunt u een beeld geven van het aantal scheefwoners binnen de sociale huursector?
84.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht In de begroting wordt gesproken over het stimuleren van de Omgevingstafel. Welke instrumenten zet het college in om marktpartijen overkoepelend over projecten betrokken te houden bij de algehele visie en ontwikkelplan en van de stad?
Het percentage scheefwoners in Dordrecht in de sociale huursector is 13,6% (goedkope scheefwoners) en 13,2% (dure scheefwoners). Deze percentages zijn lager dan het landelijk gemiddelde. (CBS) Wethouder Burggraaf Als gemeente nemen we deel aan de regionale Bouwtafel. De leden van deze tafel vormen een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van bouwende partijen, zoals gemeenten, woningcorporaties, projectontwikkelaars, bouwers, onderwijsinstellingen, maar ook waterschappen en omgevingsdiensten. De regionale Bouwtafel helpt bij het realiseren van de ambitie van de regio Drechtsteden; we willen de Drechtsteden op de kaart zetten als aantrekkelijk woon- en werkgebied met voldoende passende en betaalbare woningen. Daarnaast hebben we ons recent aangemeld bij de provincie Zuid-Holland als pilotproject 'parellel plannen'. Deze vorm van werken - aangekondigd door voormalig Minister de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening' in kamerbrief 2022-0000716992 - zorgt ervoor dat alle stakeholders, beleidsdisciplines en alle proces- en projectsturing in een (zeer) kort tijdbestek gezamenlijk tot randvoorwaarden en planvorming komen.. De algehele visie voor (de fysieke leefomgeving van) Dordrecht nemen we op in de omgevingsvisie 2.0. Het 'ontwikkelplan' voor de stad werken we uit in een ontwikkelstrategie.
In deze ontwikkelstrategie identificeren we ook (beoogde) samenwerkingen/partners. Om tot een gedegen ontwikkelstrategie te komen, worden deze (beoogde) partners geconsulteerd. Wanneer een marktpartij een concreet initiatief heeft en hier een vergunningaanvraag voor wil indienen, kunnen we ervoor kiezen om de Omgevingstafel in te schakelen. Bij een Omgevingstafel komen de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar (in een of meerdere sessies). Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Dit levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Alvorens de vergunningsverleningsprocedure voortvarend kan worden doorlopen. Wethouder Burggraaf
85.
31
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht In de jaarrekening 2023 schreef u te
Jaarlijks wordt een realisatiemonitor gemaakt om te bezien of we op schema liggen om het beoogde totale programma te realiseren. Hierin is ook beschreven in hoeverre er bijgestuurd kan
Kenmerk Datum
verwachten dat 45% van de tot 2026 te realiseren woningen een sociale huurwoning betreft. Welke activiteiten binnen de begroting voor 2025 worden ingezet om dit richting de afgesproken 30% te brengen?
worden en op welke wijze dat kan. De activiteiten uit de begroting die daarbij horen zijn te vinden op blz. 72-73, zoals: • We maken woningbouw mogelijk door gronduitgifte, gebiedsontwikkeling, bestemmingsplannen en begeleiden van initiatieven. • We voegen koopwoningen aan de planvoorraad toe in het betaalbare segment. Omdat uit monitoring blijkt dat met name betaalbare koopwoningen in realisatie achterblijven is de laatste doelstelling opgenomen. Kortom, er wordt jaarlijks bekeken wat er nodig is om bij te sturen, en de hoofdlijn daarvan wordt opgenomen in de begroting. Wethouder Van der Linden
86.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Bij doelstelling 3 staat op pagina 73: “Om dit voor elkaar te krijgen hebben we in het Mobiliteitsplan Dordrecht2040 belangrijke kaders en maatregelen vastgelegd zoals het nabijheidsprincipe, STOMP principe, herroutering autoverkeer ten faveure van lopen, fietsen, deelvervoer en OV, verdere invoering 30km/u en meer sturend parkeerbeleid.” Waarom staat dit in de begroting? “Herroutering autoverkeer ten faveure van lopen, fietsten, deelvervoer en OV” is geen onderdeel van het mobiliteitsplan. Het woord “herroutering” staat nul keer in de 122 pagina’s van het mobiliteitsplan.
87.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Bij doelstelling 4 staat op pagina 75 als tussenkop: “ We gaan het parkeren, vooral in de binnenstad en Schil, anders organiseren.” Waarom staat hier niet als tussenkop: “We gaan het aantal parkeerplaatsen in garages fors
Het woord ‘herroutering’ staat inderdaad niet als zodanig in het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040. Wel zijn ideeën als knips en eenrichting genoemd waarmee we autoverkeer tot een andere route willen verleiden, ofwel herroutering.
Wethouder Van der Linden
32
De parkeeropgave behelst meer dan alleen parkeercapaciteit toevoegen in parkeergarages. Het gaat om een schuifoperatie, van straatparkeren naar parkeren in garages, dan wel op afstand. Ook tariefdifferentie is een onderdeel van deze activiteit.
Kenmerk Datum
uitbreiden”? Uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen in garages is immers één van de belangrijkste punten uit het mobiliteitsplan. Wethouder Van der Linden 88.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Bij de uitwerkingen (tussenkopjes) van doelstelling 4 ontbreekt een belangrijk onderwerp uit het mobiliteitsplan. Er staat niets over het verbeteren van de doorstroming op de doorgaande wegen. Een belangrijke doelstelling uit het mobiliteitsplan is het verbeteren van de doorstroming voor autoverkeer op wegen als de Laan der VN, onder andere door toepassing van slimme verkeerslichten voor een (beter werkende) groene golf. Waarom is er hierover geen stukje opgenomen in de begroting 2025? Beoogt het college een selectieve uitvoering van het mobiliteitsplan? Verbeteringen voor andere vervoermiddelen als fiets, OV en transport over water krijgen wel aandacht, terwijl de afgesproken verbeteringen voor autoverkeer niet of nauwelijks aan bod lijken te komen in deze versie van de begroting 2025.
89.
Programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht Bij doelstelling 4 wordt aangekondigd dat de gemeente een ontwikkelplan voor deelmobiliteit wil maken. Worden bij het opstellen van dat ontwikkelplan ook private aanbieders van deelmobiliteit betrokken?
In het mobiliteitsplan is het volgende opgenomen over doorstromingsmaatregelen voor autoverkeer op de belangrijke inprikkers (pagina 56): Richting 2040 is het aannemelijk dat op verschillende kruispunten op termijn extra maatregelen nodig zijn om de doorstroming van autoverkeer te waarborgen: bijvoorbeeld op de Laan der VN, de Provincialeweg en de Dokweg. Mede om deze reden wordt vanuit dit mobiliteitsplan al gestart met het onderzoeken van ongelijkvloerse kruispunten op de Laan der VN. Het monitoring- en evaluatieplan zorgt voor geregeld inzicht of op termijn ook op andere inprikkers zoals de Merwedestraat, Provincialeweg en Dokweg doorstromingsmaatregelen benodigd zijn. De uitwerking van ongelijkvloerse oplossingen Laan der VN staat gepland voor 2025/2026 en zal in het kader van het mobiliteitsplan uitgevoerd worden. Niet alle maatregelen die in het mobiliteitsplan genoemd zijn, zullen één op één overgenomen worden in de begroting.
Wethouder Van der Linden
33
Bij het opstellen van het ontwikkelplan voor deelmobiliteit is het belangrijk een goed beeld te hebben van de markt en zijn aanbieders. Daarom zullen verschillende aanbieders betrokken worden bij dit plan.
Kenmerk Datum
Tweede ronde technische vragen CDA Wethouder Van der Kruijff 90.
Blz.13: Demografische opbouw inwoners, ruwweg 20% <20 jr, 60% >20-<60 jr en 20% >60 jr. Vraag: Welke bedragen uit de begroting kunnen globaal aan deze 3 leeftijdscategorieën worden toegeschreven?
Dit is niet mogelijk. Onze begroting is hier niet op ingericht.
Wethouder Van der Kruijff 91.
Blz.24: Baten/lasten Bestuurlijke ondersteuning Vraag: Kan nader worden toegelicht waaruit de lasten € 589.000, - bestaan en waarom in alle komende jaren hetzelfde bedrag wordt vermeld?
Dit betreft de bijdrage van de andere Drechtsteden die de gemeente Dordrecht voor de Smart Delta organisatie ontvangt. Het zijn dus geen lasten maar baten. De begroting en meerjarenraming is op basis van constante prijzen (prijspeil 2025). Voor indexering bij de lasten en de baten wordt centraal een stelpost opgenomen. ???
92.
Blz.28: BBV-indicatoren wijkgericht Vraag: Wat is de rechtvaardiging dat het wijkdeel Stadswerven, historisch deel uitmakend van de wijk De Staart, als onderdeel staat vermeld bij de wijk Noordflank? Vraag: Wat is de rechtvaardiging dat het wijkdeel Vissershoek, historisch deel uitmakend van de wijk Dubbeldam/De Hoven, als onderdeel staat vermeld van de wijk Stadspolders/Oudelandshoek? (Dit onder de hoofstukken Participatie, Sociale overlast, Veiligheid, Kwaliteit openbare ruimte, en Fysieke verloedering).
Het Omnibus onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd door het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD), daarbij is een objectieve indeling naar wijken gemaakt. De buurt Stadswerven behoort volgens de gebruikte indeling van het CBS tot 'wijk 2. Noordflank'. Meer informatie is hierover te vinden op de website van het CBS, onder de Wijk- en buurtkaart. https://www.cbs.nl/nlnl/dossier/nederland-regionaal/geografische-data/wijk-en-buurtkaart-2024 en https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2024/35/kerncijfers-wijken-en-buurten-2024
Het Omnibus onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd door het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD), daarbij is een objectieve indeling naar wijken gemaakt. De buurt Vissershoek behoort volgens de gebruikte indeling van het CBS tot 'wijk 11. Stadspolders'. Meer informatie is hierover te vinden op de website van het CBS, onder de Wijk- en buurtkaart. https://www.cbs.nl/nlnl/dossier/nederland-regionaal/geografische-data/wijk-en-buurtkaart-2024 en https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2024/35/kerncijfers-wijken-en-buurten-2024 Wethouder Merx
34
Kenmerk Datum
93.
Blz.53: Bij BBV-indicatoren, geënt op kinderen en jongeren in een bijstandssituatie of met jeugdbescherming/-reclassering, wordt (op blz 55) onder deelname verenigingsactiviteiten (sport/cultuur/recreatief) vermeld dat 36% deelneemt aan activiteiten ‘overige sportaanbieders, zoals een sportschool of fitnesscentrum. Dit afgezet tegen een deelname van 27% bij sportverenigingen. Vraag: Waarop zijn deze percentages gebaseerd?
Zie de verantwoordingstekst bij paragraaf 2.1 Leeswijzer programma's. Elf van de aanvullende indicatoren voor de Begroting 2025 zijn door het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) gemeten met behulp van een vragenlijstonderzoek (de omnibus) onder volwassen inwoners van de gemeente Dordrecht in augustus 2024. De indicator 'verenigingsactiviteiten' is een onderdeel van dit Omnibusonderzoek.
Wethouder Van der Kruijff 94.
Blz.70: Op Overzicht Lasten/baten Lerend en Ondernemend Dordrecht Vraag: Kunnen de bedragen lasten/baten over ‘Bestrijding Onderwijsachterstanden inhoudelijk nader worden toegelicht?
95.
Blz.75: Onder het kopje ‘We gaan het parkeren …… anders organiseren’ wordt de realisatie van de Maasparkgarage vermeld. Vraag: Wat is nu de status van dit voornemen? In welke tijdsfase (in jaren) van de ‘schuifoperatie’, met verwijzing van het antwoord in ronde 1, zie vraag/antwoordnummer 87 op blz. 33, bevindt zich deze realisatie?
De begrote uitgaven Bestrijding Onderwijsachterstanden bestaan uit Peuterwerk (peuteropvang), Onderwijsachterstandenbeleid (Specifieke uitkering die wordt ingezet voor voorschoolse educatie, internationale schakelklassen en enkele specifieke initiatieven, zoals de zomerschool) en Dordts leerprogramma (verlengde leertijd in het basisonderwijs voor scholen met grote risico's op onderwijsachterstanden). De uitgaven Dordts leerprogramma worden gedekt uit de reserve Dordtse Leerprogramma. Zowel de inkomsten als de uitgaven van het Dordts Leerprogramma zijn in de begroting opgenomen tot en met schooljaar 2025-2026. Wethouder Van der Linden
35
De focus in de schuifoperatie zit nu concreet rondom het gebied Spuiboulevard met de realisatie van de nieuwe parkeergarage Dordthuis (2026) en Spuihaven (2028) en de inzet op het parkeren op afstand nabij Weeskinderendijk en later in de tijd in de nieuwe Maasparkgarage. In de schuifoperatie is deze Maasparkparkeergarage vooralsnog op 2031 geprojecteerd. Bij vaststelling van het bestemmingsplan wordt de definitieve locatie, omvang en fasering van de Maasparkparkeergarage vastgesteld.
Kenmerk Datum
Wethouder Van der Linden 96.
Blz.81: Op overzicht Bouwen en Bereikbaar Dordrecht worden bij lasten/baten inzake Parkeren de bedragen vermeld, voor 2025 resulterend in een batig saldo van € 5.198.000,. Vraag: Kan het college aangeven waarom deze lasten/baten-bedragen in de komende jaren ongeveer gelijk blijven, ondanks de voorgenomen uitbreiding van ‘betaald parkeren’ in de wijken en de bouw van nieuwe betaald parkeervoorzieningen, zoals parkeergarages? Wat zijn de bestemmingen van de te verwachten batige saldi?
We zijn momenteel bezig met een zorgvuldige analyse om een helder inzicht te krijgen in de verwachte opbrengsten van de uitbreiding van betaald parkeren. Dit onderzoek stelt ons in staat om bij de eerstvolgende perspectiefnota de raad te voorzien van nauwkeurige gegevens. In de Bestuursrapportage 2024 hebben we de baten al incidenteel verhoogd, maar we benadrukken dat dit nader onderzocht moet worden om de structurele aanpassingen te bepalen. Voordat we kunnen bepalen waar de te verwachten batige saldi naartoe gaan, is het belangrijk om eerst een duidelijk beeld te krijgen van de omvang en aard van deze saldi. Op dit moment onderzoeken we de toekomstige organisatie van parkeren in onze gemeente die past bij alle ambities. Begin 2025 verwachten we hier een eerste beeld bij te hebben.
Wethouder De Jonge 97.
Blz.115: Onder ‘kwaliteitsniveau’ wordt vermeld dat het groenniveau in het Centrum, bij enkele winkelcentra en de wijk De Hoven voldoet aan het A-niveau, en aan het B-niveau elders in de stad. Vraag: Bij welke winkelcentra geldt het Aniveau en waarom? Op welk moment en in welk document is hier verder over besloten en ligt dit vast, is er een afspraak tussen raad/college over? Kan worden toegelicht dat alleen bij de wijk De Hoven het A-groenniveau geldt en blijkbaar bij andere nieuwbouwwijken, zoals Wilgenwende en nieuwbouwdelen van Vogelbuurt, Wielwijk en Krispijn niet?
Het Van Oldenbarneveltplein, het Damplein, het Vogelplein en het Admiraalsplein worden op Aniveau onderhouden. De intensiteit van het gebruik in relatie tot het netheidsbeeld wat van dergelijke winkelcentra mag worden verwacht maken dat er voor een hoog onderhoudsniveau gekozen is. Het onderhoudsniveau is vastgelegd in onze kwaliteitshandboeken van de openbare ruimte (KOR). Tot hoogwaardig onderhoud van De Hoven is door het toenmalige bestuur gekozen, met de vaststelling van het programma de Hoven in mei 2001. In dat programma is daarover toen het volgende opgenomen: "De Hoven is een toekomstig woongebied met woningen in het duurdere segment. Daarnaast wordt het vooral een groene wijk met een aansprekende kwaliteit waarbij veel aandacht is voor ruimte, toepassing van veel groen en water en waar onderwerpen als ecologie en duurzaamheid een belangrijke rol spelen. Het toepassen van een dergelijk concept betekent ook dat het beheer van de openbare ruimte in de toekomst goed geregeld moet zijn om een hoogwaardige kwaliteit te kunnen handhaven.". De overige wijken worden op onderhoudsniveau B onderhouden, conform de KOR. Wethouder Van der Linden
98.
36
Blz.118: Bij ‘Onderhoudslasten havens’ wordt onder ‘1’vermeld: het uitvoeren van onderhoudsbaggerwerk in de Vlij, Vlijhaven en
Er is geen onderscheid. We moeten constateren dat het hier om een dubbeling gaat. Er wordt 2x over dezelfde locaties gesproken.
Kenmerk Datum
Plan Tij. Daarnaast wordt onder ‘7’ vermeld: baggeren Vlij, Vlijhaven en Plan Tij. Vraag: Wat is het onderscheid tussen ‘1’ en ‘7’ qua uitvoering? Wethouder Van der Linden 99.
Blz.120: Bij ‘Onderhoudslasten Riolering’ wordt gemeld wat er in 2025 wordt uitgevoerd. Vraag: Wat is bij de vermelde actieonderdelen 2 t/m 6 de betekenis van de term ‘Relinen’?
Relinen van riolering betekent het vernieuwen van de binnenkant van bestaande riolen zonder dat de weg opengebroken hoeft te worden. Dit wordt gedaan door een nieuwe naadloze voering aan te brengen dat met epoxyhars wordt verlijmd aan de oude leiding. Het is een efficiënte en minder ingrijpende manier om beschadigde riolen te repareren. Relinen van het riool kan alleen worden toegepast als het riool niet verzakt is. Wethouder Van der Kruijff
100.
Blz.149: Bij de BNG Bank wordt de heer Heijkoop nog vermeld. Vraag: Kan worden vermeld wie nu Dordrecht bij de bank vertegenwoordigt?
De opvolger van de heer Heijkoop bij de BNG Bank is de heer W. van der Kruijff, dit is reeds aangepast in de digitale versie van de Begroting 2025.
Wethouder Van der Linden 102.
Blz.165: Er wordt gemeld dat de regentenkamer in het ‘Arend Maartenshof’ in samenwerking met de woningbouwvereniging ‘Woonbron’ wordt gerenoveerd. Vraag: Is het juist dat ‘Woonbron’ geen woningbouwvereniging is, en zo ja, kan de juiste bestuursvorm dan worden vermeld?
Het is inderdaad een woonstichting. Dit wordt in volgende P&C producten aangepast.
Wethouder Merx 103.
37
Blz.166: Bij ‘uitvoering Sportvisie (lasten € 773.000) wordt gemeld dat een sportclub op ‘het’ sportpark moet worden verplaatst. Vraag: Kan in het kader van ‘transparantie’ de naam van de betreffende sportclub, evenals die van het sportpark, worden vermeld?
"Het gaat hier om v.v. Dubbeldam op het sportpark Schenkeldijk."
Kenmerk Datum
104.
Beter voor Dordt
Wethouder Van der Kruijff
Onze vraag over Schatkistbankieren is heel summier beantwoord, terwijl dit gaat over een gigantisch bedrag. Vandaar nog wat extra vragen. 1. Waarom staat er z’n groot bedrag op deze rekening, veel meer dan de jaarlijkse begroting van de gemeente? 2. Het overgrote deel van de gemeentelijke inkomsten komt uit het gemeentefonds, wat zijn de uitbetalingstermijnen van het rijk naar de gemeente? 3. Wordt het geld dat komt uit het gemeentefonds gestort op de schatkistbankieren rekening of staat dit los van elkaar? 4. Kunnen we het schatkistbankieren interpreteren als de ‘spaarrekening’ van de gemeente? Graag een toelichting. 5. Is het wettelijke voorgeschreven om hier een minimum bedrag op te stallen? Bijvoorbeeld een bepaald percentage van de begroting en zo ja wat is het minimum bedrag of percentage? 6. Kan het college een gedeelte van dit bedrag gebruiken voor investering in de stad en haar inwoners? Zo niet, waarom niet, graag een duidelijke toelichting.
1.
Dit betreft het begrotingstotaal als component van een door BBV voorgeschreven formule en heeft geen enkele relatie met de in werkelijkheid beschikbare banksaldi. De banksaldi staan als liquide middelen op de balans (zie pagina 171).
2.
De uitbetaling van het gemeentefonds geschiedt maandelijks.
3.
Dat staat los van elkaar.. Aan het begin van de volgende de dag stort het rijk de middelen weer terug op de gemeentelijke rekening.
4.
Nee. U moet dit zien als betaalrekening van de gemeente (zie vraag 6) die dagelijks verplicht wordt afgeroomd wanneer het banksaldo boven de wettelijke norm komt. Aan het begin van de volgende de dag stort het rijk de middelen inclusief rente weer terug op de gemeentelijke rekening.
5.
Nee, er is geen minimumbedrag. De gemeente is verplicht om het volledige saldo boven de norm af te storten. Is het banksaldo lager dan deze norm is verplicht afstorten niet van toepassing.
6.
Nee. Zoals aangegeven betreft dit het begrotingstotaal en niet het banksaldo.
Wethouder Van der Kruijff 105.
38
Verschillen tussen de meerjarenbegroting en de jaarrekening. Er zijn afwijkingen zichtbaar tussen de prognoses in de meerjarenbegroting
Er kunnen verschillende oorzaken zijn waarom jaarrekeningen afwijken van de begroting. Dit kan bijvoorbeeld de uitvoeringskracht van de organisatie zijn of veroorzaakt worden door externe factoren en ontwikkelingen. Om afwijkingen naar de toekomst toe te beperken is vanuit het
Kenmerk Datum
en de jaarrekening van voorgaande jaren. Welke specifieke factoren hebben geleid tot deze afwijkingen, en welke aanpassingen zijn gedaan om toekomstige afwijkingen te minimaliseren?
ombuigingentraject "de lucht" uit de begroting gehaald. Daarnaast worden ramingen beoordeeld op haalbaarheid.
Wethouder Van der Kruijff 106.
Inzet van reserves en risicobeheer De begroting toont een geplande inzet van reserves voor het dekken van toekomstige kosten. Hoe worden de hoogte van de reserves en de snelheid waarmee ze worden aangesproken bepaald in het licht van de gemeentelijke risicoprofielen? Zijn er specifieke risico’s geïdentificeerd die mogelijk verdere toevoegingen aan de reserves vereisen? Alle programma’s in onze begroting lopen extra risico’s in de aanloop naar het ravijn jaar 2026, moet niet het risicoprofiel aangescherpt worden door extra geld te reserveren voor met name de risicovolle projecten?
107.
Interne verrekening tussen programma’s (essentieel voor de werkelijke kosten) Er worden in de begroting meerdere interne verrekeningen genoemd tussen gemeentelijke programma’s. Hoe wordt deze interne verrekening gestructureerd, en welke systematiek wordt gehanteerd om te zorgen dat de verrekeningen geen vertekend beeld geven van de werkelijke kosten en baten van de afzonderlijke programma’s?
Algemene reserves dienen als buffer voor gemeentelijke risico's. Deze reserves zijn op dit moment voldoende om de gemeentelijke risico's op te vangen (zie paragraaf weerstandsvermogen). Extra aanvullen is op dit moment niet nodig. Geraamde onttrekkingen houden hoofdzakelijk verband met bestemmings- en egalisatiereserves. De inzet daarvan is afhankelijk van de snelheid van bijbehorende kosten en baten. Deze reserves staan los van het risicoprofiel van de gemeente.
Wethouder Van der Kruijff
39
Deze verrekeningen juist bedoeld zijn om de kosten op de juiste plek te zetten en dat juist een vertekend beeld voorkomt. Kosten worden daarmee geboekt op het product/programma waarvoor ze gemaakt worden.
Kenmerk Datum
Wethouder Van der Linden 108.
109. 110.
40
Is de upgrade van de walstroomkasten, zoals dat in de begroting (pagina 118) staat, inderdaad betekent dat eind 2025 alle walstroomkasten weer op niveau zijn (zoals eind 2023 in de beantwoording van de art. 40vragen is aangegeven)?. En zo nee, waarom dat niet gaat lukken?
Gezien de gevolgen van netcongestie waarbij het zowel voor klein als grootverbruikers steeds lastiger wordt om uitbreidingscapaciteit aan te vragen is dit onzeker. Daarmee sluiten wij niet uit dat we eind 2025 niet gaan halen. Als het gaat om moderniseren van het besturingssysteem van het bestaande areaal zal dit nog wel gaan, maar er zijn ook locaties waar grotere vermogens nodig zijn en dat kan problematisch worden. We hopen eind 2024 in beeld te hebben welke maatregelen nodig zijn om de stroombehoefte op peil te brengen.