Beantwoording technische vragen van Fractie Van Waardhuizen naar aanleiding van RIB Dordthuis.pdf
Tekst van het document
Van: Wal, RA van der (Rinald) Verzonden: donderdag 4 juli 2024 17:08 Aan: Boer, M den (Mark) <M.den.Boer@dordrecht.nl> CC: Boele, C (Cees); Raadsgriffie <Raadsgriffie@dordrecht.nl> Onderwerp: Vragen fractie van Waardhuizen n.a.v. RIB Dordthuis Beste Mark, Zoals zojuist besproken stuur ik je hierbij het antwoord op de technische vragen van de fractie van Waardhuizen. Vraag/stelling: In juni is er wederom vertraging opgetreden. Antwoord: In juni is geen nieuwe vertraging opgetreden. Vraag: Is de nu voorliggende informatie dan nog wel juist? Antwoord: In de raadsinformatiebrief wordt over de planning het volgende gerapporteerd: • Als gevolg van de drie eerdergenoemde bodem-gerelateerde problemen is een vertraging in de uitvoeringsplanning ontstaan. In eerste instantie heeft de aannemer J.P. van Eesteren gemeld dat er sprake is van een verschuiving van de bouwkundige oplevering naar maart 2026, waar in eerste instantie een oplevering eind juni 2025 was voorzien. • Over de daadwerkelijke verschuiving die het gevolg is van de bodem-issues vinden bij het opstellen van deze rapportage nog besprekingen en onderhandelingen plaats met de aannemer. Daarbij is de verwachting dat een nieuwe datum voor de bouwkundige oplevering zich zal bevinden rond de jaarwisseling 2025 – 2026.
• De exacte planning van de inrichting en de verhuizing moet nog worden opgesteld in overleg met het programma dat de verhuizing en de inrichting van de toekomstige beheersorganisatie voorbereidt. De inrichting en de verhuizing zal na de bouwkundige oplevering plaatsvinden en beslaat nog enkele maanden. Deze informatie is nog steeds correct. Vraag: Wat betekent de vertraging in financiële zin? Antwoord: In de raadsinformatiebrief wordt over de financiële effecten het volgende gerapporteerd: Bij het opstellen van deze rapportage is nog niet duidelijk of de kosten van de vertraging, aanvullende onderzoeken, extra saneringen en aangepaste uitvoeringsmethodieken in het geheel opgevangen kunnen worden binnen de post onvoorzien. De eventueel resterende omvang van de post onvoorzien zal bepalend zijn voor het vermogen om de overige risico’s ook binnen de post op te kunnen vangen. Deze informatie is nog steeds correct. Met vriendelijke groet, Rinald van der Wal Bouwdirecteur