Beantwoording technische vragen SP over 4-jaarlijkse Monitor 3 juni 2025 - def.pdf
Tekst van het document
Voorbereiding Beeldvormende sessie 4-jaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 - 3 juni 2025 Vooruitlopend op de beeldvormende sessie 3 juni a.s., vindt u bijgaand de antwoorden op uw eerder gestelde (technische) vragen. Vanwege de beperkte beschikbare tijd en teneinde een goede discussie te voeren in de beeldvormende sessie, beantwoorden wij uw vragen alvast schriftelijk vooraf. Vanwege vrije dagen rond Hemelvaartsdag is het niet mogelijk gebleken om u de beantwoording eerder dan ma 2 juni toe te sturen. In de beeldvormende sessie zal Twynstra Gudde een toelichting geven op haar eindrapportage. Politieke Partij SP
Technische vraag V1: De Tussenevaluatie is niet door de eigen organisatie maar door Twynstra Gudde gemaakt. Er zijn 7 programma’s. Naar ik aanneem is er voor elk programma een projectorganisatie. Bestaat die uit medewerkers in dienst van de gemeente, externe medewerkers of een combinatie daarvan en hoe is dan de verhouding? Graag per programma aangeven.
Antwoord A1: De 4-jaarsevaluatie heeft Twynstra Gudde uitgevoerd in nauwe samenwerking met de ambtelijke organisatie. Onderstaand vindt u per programma nadere informatie inzake de (project)organisatie. Programma 1 Stadsas De programmaorganisatie Stadsas Dordt (waarvan Maasterras onderdeel is) bestaat uit een combinatie van interne en externe medewerkers. In totaal gaat het om gemiddeld 20 fte (1fte = 36 uur per week) verdeeld over 15 interne medewerkers (totaal ca. 11,5. fte) en 13 externe medewerkers (totaal ca. 8,5 fte). Programma 2 Stadspark Voor het Stadspark is er een projectorganisatie. Deze bestaat uit verschillende projectgroepen die aan de deelgebieden werken. En een overkoepelde projectgroep die de integraliteit borgt. Er zijn ongeveer 15-20 collega’s betrokken met sterk wisselende inzet. 2 van de collega’s huren wij in. De overige collega’s zijn intern. Programma 3 Ruimte voor banen Voor Ruimte voor Banen geldt dat we zelf de projectgroep vormen met strategie, beleid en uitvoering op het programma. Wel hebben we voor de uitvoering een hulpstructuur onder de ROM-D in het leven geroepen, met aparte ontwikkelentiteiten (Merwedehavens via de regionale Projecten CV, en Binnenstad CV en DK I/II AWW CV.). Die entiteiten worden in de uitvoering op projectbasis (vanuit de businesscasegewijze met aandeelhoudersbesluit) bemenst met flexibele / inhuur. Dus vraaggericht.
Inleen vindt daarbij plaatst vanuit de ROM-D. Programma 4 Dordtse leerprogramma (DLP) Het Dordts Leerprogramma maakt onderdeel uit van de Dordtse onderwijsvisie, een visie die is opgesteld door onderwijs, gemeente en onderwijspartners. Op die manier wordt er gezamenlijk verschillende programma’s vormgegeven. Daarvoor gebruiken we een structuur waarin een brede bestuurlijke laag is vertegenwoordigd, een managementlaag (zoals de directies van scholen en kinderopvang) en een uitvoerende laag (via werkgroepen en projectgroepen). Ambtenaren maken onderdeel uit van deze structuur. De beschreven structuur is de kapstok voor de inhoudelijke samenwerking. Het DLP is samen met voorschoolse educatie het belangrijkste programma uit de Dordtse onderwijsvisie. Voor dit programma is een subsidieregeling opgesteld. De gemeente heeft een subsidieverhouding met de scholen
die (mogen) aanvragen. De betrokken ambtenaren zijn allen in dienst van de gemeente en er wordt dus geen gebruik gemaakt van inhuurkrachten. Programma 5 Glansrijke toekomst In het programma Glansrijke Toekomst gaat het om de ketensamenwerking tussen de gemeente met de (v)MBO scholen, Dordrecht Sociaal, Doorstroompunt (belegd bij Dienst gezondheid en Jeugd) en de Sociale Dienst. Andere, kleinere, organisaties werken dan weer samen met één of meerdere van de ketenpartners. De ketenpartner heeft de rol als ‘hoofdaannemer’. Ketenpartners hebben de gemeente de rol gegeven als ‘ketenregisseur’ op het thema ‘samenwerking vanuit en rondom de Dordtse jongeren met een (mogelijke) kwetsbaarheid richting arbeidsmarkt’. Daarnaast heeft de gemeente ten opzichte van de (keten)partners een subsidieverhouding of een opdrachtgeversverhouding. Kleinere organisaties maken geen deel uit van de vaste kern (stuurgroep), maar zijn wel onderdeel van werkgroepen en projectgroepen. De betrokken ambtenaren zijn allen in dienst van de gemeente en er wordt dus geen gebruik gemaakt van inhuurkrachten. Programma 6 Duurzame stad Voor het programma Energietransitie/Klimaatneutraal werken we bijna volledig met interne medewerkers (95%). Voor het onderdeel communicatie hebben we interne en externe medewerkers (50-50). Op specifieke onderdelen vragen we vanzelfsprekend geregeld extern specialistisch advies op.
Voor wat betreft verduurzaming maatschappelijk vastgoed: er is een projectgroep en die bestaat 85% uit medewerkers uit de eigen organisatie en 15% inhuur. Programma 7 Binnenstad Voor het Programma Binnenstad is er een programmaorganisatie. Die bestaat geheel uit medewerkers in dienst van de gemeente. Voor diverse onderdelen van het programma, zoals bijvoorbeeld het project Statenplein wordt een projectorganisatie ingericht. Deze bestaat ook geheel uit medewerkers in dienst van de gemeente. SP
V2: De hoofdvraag van het onderzoek luidt ‘In hoeverre neemt de verdiencapaciteit van de stad toe door uitvoering van de zeven investeringsprogramma’s’. Is dit een door het college geformuleerde vraag of is die afkomstig van Twynstra Gudde?
A2: Dit is een door het college geformuleerde vraag.
SP
V3: De opdracht is in nogal consultancy taal gegoten. Kunt u in Jip en Janneke taal uitleggen wat hiermee precies wordt bedoeld?
A3: Onderstaand een alternatieve formulering van de onderzoeksopdracht in alledaags taalgebruik. 1.1. Onderzoeksvragen Hoofdvraag: Hoeveel meer baten kan de stad genereren door de zeven investeringsprogramma's uit te voeren? Deelvragen: 1. Hoe ver is elk programma gevorderd en hoeveel heeft het gekost? 2. Worden de doelen voor input (wat erin gaat), throughput (wat erdoorheen gaat), output (wat eruit komt) en outcome (het resultaat) gehaald? 3. Welke belangrijke veranderingen zijn er gebeurd in Nederland, de regio en de stad, en kloppen de eerste aannames nog steeds? 4. Waar en hoe is het slim om aanpassingen te doen als dat nodig is? (volgens motie M15B: wat zijn de kansen en/of risico’s als we stoppen of minder investeren in de programma's?) De vier deelvragen vormen de structuur van de volgende hoofdstukken, waarin elk programma apart wordt besproken. De hoofdvraag wordt behandeld in de bestuurlijke nota.
SP
V4: Graag ontvang ik de aan Twynstra Gudde verstrekte onderzoeksopdracht.
A4: In de bijlage vindt u de opdracht aan Twynstra Gudde d.d. 17 september 2024. Onderstaand vindt u een weergave van de aan Twynstra Gudde gestelde onderzoeksvraag.
SP
V5: Op blz. 13 wordt het aantal inwoners voor de jaren 2021 t/m 2024 genoemd. Is dit het aantal inclusief de tijdelijke gehuisveste Oekraïners. Zo ja, wat zijn dan de aantallen zonder deze tijdelijke inwoners?
A5: Het aantal ingeschreven Oekraïense ontheemden per jaar is lastig om precies aan te geven omdat het gebruikte systeem het één en ander niet toelaat. Desalniettemin is getracht om zo accuraat mogelijke aantallen te geven. We zien (nog steeds) ontzettend veel in- en uitstroom, hierom is het gemiddelde over het kalenderjaar genomen. De cijfers geven een beeld van het aantal ingeschreven Oekraïense vluchtelingen in Dordrecht (zowel in de opvanglocaties als in de particuliere opvang bij gastgezinnen of zelfstandig wonend) per jaar. Jaar Aantal Oekr. Inwoners incl. Oekr. Inwoners excl. Oekr. ontheemden 2021 geen 119.115 119.115 2022 (vanaf april '22) 1020 119.537 118.517 2023 1205 121.434 120.229 2024 1174 122.070 120.896
SP
SP
SP
V6: Blz. 14: ‘Het aantal Dordtenaren dat binnen de eigen gemeente werkt, steeg van 20.000 eind 2017 naar 25.800 eind 2022, wat wijst op een versterkte lokale arbeidsmarkt’. Waarom vergelijken we hier met 2017. De Agenda 2030 is medio 2021 vastgesteld. Hoe zien, net als bij de inwoners, de aantallen er uit voor de jaren 2021 t/m 2024?
A6: Aantal Dordtenaren dat binnen de eigen gemeente werkt, in duizendtallen per december van ieder jaar (bron CBS). Gegevens over 2024 worden verwacht in het eerste kwartaal van 2026.
V7: Blz. 14: ‘De sociaaleconomische positie van Dordrecht verbeterde de afgelopen jaren. Het aandeel huishoudens met een inkomen, lager dan 110% van het sociaal minimum daalde naar 11,4%. Dat is hoger dan het landelijke gemiddelde van 9,6%. Daarnaast ontwikkelde de sociaaleconomische status (SES-WOA score) van de gemeente zich tussen 2018 en 2022 dichter naar het landelijk gemiddelde toe (ook dichter dan andere gemeenten met 100.000-300.000 inwoners)’. Ook hier weer een afwijkende periode. Graag de uitkomsten 2021 t/m 2024 weergeven.
A7: Aandeel huishoudens met een inkomen lager dan 110% van het sociaal minimum (bron CBS). Gegevens over 2024 worden verwacht in december 2025. Gegevens over 2023 zijn door CBS bijgewerkt.
V8: Blz. 14: ‘Het woningaanbod in Dordrecht nam de afgelopen jaren toe. Tussen 2019 en 2023 steeg het aantal woningen met 4%. De gemiddelde WOZwaarde van woningen nam in deze periode toe met 64,4%, een sterkere stijging dan landelijk (51,6%)’. Wederom een afwijkende periode. Graag de uitkomsten 2021 t/m 2024 weergeven.
A8: De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Dordrecht nam in de periode 2021-2024 toe met 37%, een sterkere stijging dan landelijk (31%).
woont en werkt in Dordrecht
2021
2022
2023
2024
24,3
25,8
25,9
-
2021
2022
2023
2024
Nederland
9,8%
9,5%
9,7%
-
Dordrecht
11,5%
11,3%
11,5%
-
SP
V9: Blz. 14: ‘Het aantal vernielingen en seksuele misdrijven in Dordrecht nam tussen 2019 en 2023 af. Het aantal overlast- meldingen steeg met 29,1%, in tegenstelling tot een landelijke daling’ Wederom een afwijkende periode. Graag de uitkomsten 2021 t/m 2024 weergeven.
A9: Bronnen hiervoor zijn die Twynstra Gudde zelf heeft gevonden via CBS. Totaal registraties overlast Vernielingen
Seksuele misdrijven
2021
620
105
2022
665
125
2023*
735
90
2024*
640
90
Het aantal vernielingen zijn over de periode 2021-2024 met 3% toegenomen terwijl het aantal seksuele misdrijven zijn afgenomen met 14%. Landelijk zijn de cijfers respectievelijk 3,6% daling en 12,6% daling. Hierbij zijn 2023 en 2024 voorlopige cijfers. Voor wat betreft de overlastmeldingen zijn de registraties als volgt: Totaal registraties overlast Dordrecht
Nederland
2019
3.872
366.795
2020
5.000
510.177
2021
4.750
536.954
2022
4.658
461.347
2023
4.279
444.425
Er is iets misgegaan bij de duiding van de cijfers in het rapport. In de rapportage stond een toename van 29,1% tussen 2019 en 2023 voor de gemeente Dordrecht, maar dat is de toename tussen 2019-2020. De toename tussen 2019 en 2023 is 10,51%. Landelijk is er tussen 2019-2023 sprake van een toename van 21,17%. V10: Op blz. 36 staat een tabel voor het Stadspark. Kosten begroot op € 58 miljoen. Maatschappelijk effect € 175 miljoen. Je kunt dit splitsen in woongenot € 121 miljoen en overige effecten € 54 miljoen met als belangrijkste € 30 miljoen dat ontstaat door minder sterfgevallen omdat er meer gefietst zou worden. Minder sterfgevallen is altijd mooi, maar
A10: Het effect van een maatschappelijke businesscase is dat een (groot) deel van de outcome niet naar een financieel effect in de Dordtse begroting is te herleiden. Zo leveren gezondheidseffecten vooral in de zorg op een grotere schaal een voordeel op. Dit zien we onder meer terug in minder vroegtijdige sterfgevallen als gevolg van meer bewegen. Dit effect is dan ook niet te ramen in de begroting van Dordrecht. Voor wat betreft het effect op de WOZ is het effect gelegen in de stijging van de woningwaarde. Het toegenomen woongenot op zichzelf is dan het grote positieve maatschappelijke effect waardoor al zonder een tariefstijging een positief effect te verwachten is in de WOZ waarden. In de huidige begroting worden de OZB-opbrengsten geraamd door het tarief aan te passen als we weten wat de te verwachten gemiddelde woningwaarde is. De ontwikkeling van de gewenste OZB-opbrengst loopt niet gelijk op met de
hier zien we dus niets van terug in onze eigen (meerjaren)begroting. Klopt dat? Het effect op wonen ontstaat door WOZ waardestijging. Dat zien we alleen terug in de begroting als we bij de berekening van het OZB tarief deze stijging meenemen, waardoor alle inwoners gaan meebetalen aan het Stadspark. Werkt dat zo of is het net als bij de overige effecten een berekening die we nooit terugzien in onze (meerjaren)begroting?
ontwikkeling van de WOZ-waarde. We bepalen dus eerst de gewenste totale OZB-opbrengst en delen dat vervolgens door het totaal van de WOZ-waarde om het nieuwe tarief te bepalen. De OZB-opbrengst is immers het resultaat van de som: woningwaarde maal tarief. Op pagina 37 bovenaan is uitgelegd dat vooral in welke mate het tarief aangepast wordt van belang is voor het resultaat wat nu is berekend op een gemiddelde van € 121 miljoen.
SP
V11: Blz. 49: ‘Een ander risico betreft de eerder beschreven benodigde capaciteit vanuit de lijnorganisatie. Er is een stevige samenwerking met ondernemers in de deelgebieden nodig en capaciteit hierop vanuit de gemeente is op dit moment niet op orde’. Hoe wordt dit opgelost dan wel wanneer is dat bekend en wordt dit dan met de raad gedeeld. Wordt de eigen organisatie hierop aangepast of wordt gekozen voor inhuur van personeel?
A11: Recentelijk is een gebiedsmanager voor het gebied Westelijke Dordtse Oever (WDO) bij onze gemeente in dienst getreden. Daarmee is de bezetting op dit punt momenteel op orde.
SP
V12: Op blz. 82 en 83 staat een overzicht over mobiliteit. Van belang is dan waar het autoluwe gebied is. Op 1 februari 2022 nam de raad bij de behandeling van de ‘Visie slijpen aan een diamant’ de motie ‘Bij een nieuwe visie hoort ook een nieuwe afweging voor de omvang van het autoluwe gebied’ aan. Hierin werd aan de het volgend opgenomen: 'We onderzoeken visie hierbij in hoeverre het huidige autoluwe gebied uitbreiding behoeft en rapporteren hierover aan de
A12: Dit onderzoek is er nog niet. De raad heeft op 15 april 2025 een voorbereidingsbudget beschikbaar gesteld voor de herinrichting van het Statenplein. In dit project wordt een participatietraject uitgerold voor Statenplein/Kolfstraat maar ook voor andere onderdelen, zoals de marktverplaatsing en de verkeersafwikkeling. Hierin zal ook gekeken worden naar de uitbreiding van het autoluwe gebied.
raad, voor we andere maatregelen op het gebied van de autoluwe binnenstad en/of parkeren nemen’. Waar kan ik de uitkomst van dit onderzoek vinden en als het er nog niet is wanneer kunnen we het dan verwachten?
-.BIJLAGE ➢ Onderzoeksopdracht aan Twynstra Gudde d.d. 17 september 2024