Beantwoording Technische vragen Perspectiefnota 2027 - 1e ronde.pdf
Tekst van het document
Format Technische vragen Perspectiefnota 2027 1A-ronde
insturen van 22 mei t/m 8 juni 08.00 antwoorden retour 15 juni 17.00 Fractie Beter Voor Dordt Technische vraag Algemeen 1.
2.
Pagina PDF
Antwoorden
Op het voorblad staat "Versie Gemeenteraad". Zijn er naast deze versie ook andere versies van de Perspectiefnota opgesteld? Zo ja, welke verschillen bestaan er tussen deze versies?
Wethouder Van der Kruijff
De Perspectiefnota verwijst meerdere malen naar een "nieuw college" en "nieuwe raad". Gezien de gemeenteraadsverkiezingen reeds op 18 maart 2026 hebben plaatsgevonden, waarom is ervoor gekozen deze formulering te hanteren?
Wethouder Van der Kruijff
De aan de raad gezonden versie is de door het college goedgekeurde versie. Eerdere versies waren ambtelijke conceptversies.
De vaststelling van de perspectiefnota is gedaan door het huidige (nog zittende) college, in de wetenschap dat ten tijde van vaststelling van de perspectiefnota door de raad er ook een nieuw college zal zijn. Om die reden is de perspectiefnota in een verkiezingsjaar beleidsarm omdat besluiten over nieuw beleid of beleidsimpulsen aan een nieuw college en raad worden overgelaten. De term ''nieuwe'' raad had niet per sé genoemd hoeven worden.
Technische vragen Financiële positie 3.
Het structurele tekort loopt op van € 6,9 miljoen in 2027 naar € 12,2 miljoen in 2030. Kan het college per jaar aangeven welk deel van dit tekort wordt veroorzaakt door: • indexaties; • rentelasten; • sociaal domein; • verbonden partijen; • overige ontwikkelingen?
Wethouder Van der Kruijff In het overzicht is het onderscheid gemaakt in de gevraagde onderverdeling. De ontwikkelingen op gebied van Sociaal Domein hebben geheel betrekking op de Verbonden Partijen. Bij de indexaties is een onderscheid gemaakt tussen indexaties bij de Verbonden Partijen en de Dordtse indexaties. De stelpost is ook apart benoemd omdat deze bedoeld is voor beide categorieën indexaties. Hierin is geen verdeling te maken.
4.
De Perspectiefnota stelt dat de nieuwe normeringssystematiek van het Gemeentefonds leidt tot een structureel tekort van circa € 10,5 miljoen. Welke acties onderneemt het college richting Rijk en VNG om deze structurele ondercompensatie te adresseren? In hoeverre heeft dit tekort te maken dat Dordt is gezakt op de lijst van grootste steden van plaats 23 naar plaats 25?
Wethouder Van der Kruijff Het college blijft via allerlei formele en informele kanalen aandacht vragen voor reële normeringssytematiek. Dit doen we door: Het college ondersteunt de lobbybrieven vanuit VNG en IPO (interprovinciaal Overleg) richting de Tweede Kamer voor reparatie van de onrealistische lage indexatie. Zie Commissiedebat financiële decentrale overheden 10 juni 2026 (punt 4) Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG stemmen en lobbyen wij mee voor moties die het VNG-bestuur dwingen om géén akkoord te sluiten over nieuwe Rijksakkoorden zolang de structurele indexering en de basis van het Gemeentefonds onvoldoende zijn. Wij maken het tekort van € 10,5 miljoen specifiek zichtbaar in onze meerjarenbegroting. Door dit tekort in de PPN2027 niet kunstmatig sluitend te maken met incidentele reserves, tonen we Den Haag de harde realiteit van het beleid. Mede door onze signalen via diverse overleggen heeft de Raad van het Openbaar Bestuur in haar rapport negatief geadviseerd over een ingrijpende herziening van het Gemeentefonds per 2027. Dat Dordrecht op de lijst van grootste steden is gezakt van plaats 23 naar 25 heeft geen invloed.
5.
Welke van de bij de Begroting 2026 vastgestelde ombuigingen zijn op dit moment nog niet gerealiseerd en wat is het financiële risico hiervan? Overzicht van nog niet gerealiseerde ombuigingen: (zie hiernaast)
Wethouder Van der Kruijff Cora de Graaf
In de onderstaande tabel staan de totaal bedragen van de nog niet gerealiseerde ombuigingen en de percentages wat we verwachten te realiseren en waar financiële risico’s zijn qua (tijdige) realisatie. De grootste risico’s voor 2026 betreffen de ombuigingen van de Drechthopper en de ombuiging bij de GR Omgevingsdienst.
Technische vragen Bestuurlijk en Ondersteunend 6.
Er wordt aangegeven dat extra verkiezingen hebben geleid tot druk op de uitvoeringscapaciteit. In welke mate zijn de kosten van deze verkiezingen volledig gecompenseerd door het Rijk?
Wethouder Veldman De kosten voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen bedroegen € 438.000. Hiervan is € 407.000 door het Rijk gecompenseerd, waardoor een deel van de kosten niet is vergoed. In deze bedragen zijn de kosten voor extra personeelsinzet en aanvullende werkzaamheden (€ 34.000) niet meegenomen. Het organiseren van een tweede, nietgeplande verkiezing binnen een periode van 20 weken heeft geleid tot extra inzet en een stapeling van werkzaamheden binnen onze opgaven. Deze effecten werken bovendien door over een langere periode en beperken zich niet tot de uitvoering van de extra verkiezing.
7.
Waardoor wordt de verwachte paspoortenpiek in de periode 2031-2034 veroorzaakt en welke aannames liggen hieraan ten grondslag?
Wethouder Veldman De verwachte paspoortenpiek in 2031–2034 komt door de verlenging van de geldigheid van paspoorten in 2014 van vijf naar tien jaar. Daardoor zijn aanvragen eerst uitgesteld, maar komen ze later in grotere aantallen tegelijk terug wanneer deze documenten verlopen. De prognose is gebaseerd op een landelijk rekenmodel dat uitgaat van historische aanvragen en de effecten van de verlengde geldigheidsduur. Een tussentijdse scan in 2023 heeft laten zien dat de realisatie de geprognosticeerde trend zonder significante afwijking volgde.
8.
Welke gevolgen heeft het wanneer de raad niet instemt met de voorgestelde reserve-mutaties die onderdeel uitmaken van de budgetneutrale ontwikkelingen?
Wethouder Veldman Wanneer de raad niet instemt met de voorgestelde reserve-mutaties, heeft dit directe gevolgen voor de budgetneutraliteit van de betreffende ontwikkelingen. De lasten die via de reserve zouden worden gedekt, blijven dan zonder dekking in de exploitatie, waardoor een structureel of incidenteel tekort ontstaat. Daarnaast betekent dit dat voorgenomen investeringen of activiteiten niet, later of in afgeslankte vorm uitgevoerd kunnen worden, omdat de financiële dekking ontbreekt. Ook kan het nodig zijn om alternatieve dekkingsbronnen aan te wijzen, zoals bezuinigingen binnen andere programma’s of inzet van de algemene middelen. Door het niet instemmen met de voorgestelde reserve-mutaties heeft ook tot gevolg dat het geld beschikbaar blijft in de betreffende reserve.
Groen, Duurzaam en Ruimtelijk 9.
Wat zijn de concrete oorzaken van de vertraging bij de realisatie van voorzieningen voor afvalscheiding bij hoogbouwlocaties?
Wethouder De Jonge Een groot deel van de uitrol (circa 55%) is inmiddels succesvol gerealiseerd, wat positief is verlopen. De komende periode richten we ons op de meer complexe locaties die nu aan de orde zijn. De voorbereiding voor het realiseren van de afvaleilanden heeft meer tijd heeft gekost dan gepland, door meerdere oorzaken. Er was beperkte capaciteit beschikbaar voor realisatie van het project, zowel in de voorbereiding als in de uitvoering, wat een direct gevolg is van schaarste aan gespecialiseerd personeel op de arbeidsmarkt. Daarnaast gaat het om een complex traject met veel uitdagingen: • Een groot aantal locaties. • Het hebben van zeer beperkte ruimte bovengronds voor de benodigde containers. • Beperkingen van de mogelijkheden ondergronds door ligging van kabels en leidingen. • Strengere eisen de eigenaren van de nutsvoorzieningen stellen. • Zeer lange wachttijd voor het verleggen van kabels en leidingen, waar dat nodig is. • Afstemming met woningcorporaties, VvE's en andere partijen in de wijk. • De puzzel om met alle fysieke beperkingen voor de afvaleilanden de afstanden voor de gebruikers redelijk te houden.
Gedurende het project hebben we kwaliteit boven snelheid hebben geplaatst, wat zich laat zien door: • Meer communicatie en mogelijkheden tot inspraak. • Meer inzet op het begeleiden van bewoners op straat om hun wegwijs te maken in het gebruik van de nieuwe afvaleilanden. 10.
Is onderzocht of nascheiding een alternatief vormt voor de geplande voorzieningen voor afvalscheiding bij hoogbouwlocaties? Zo ja, wat waren de uitkomsten van deze afweging?
Wethouder De Jonge In voorbereiding van het Grondstoffenplan 2021-2030 heeft HVC ook een businesscase voor nascheiding in heel Dordrecht doorgerekend. De conclusie was dat bij nascheiding de totale lasten voor de afvalstoffenheffing (saldo kosten en baten) met € 736.000 zouden stijgen. Dit mede doordat met nascheiding minder grondstoffen worden gerecycleerd dan bij bronscheiding. Vanwege de doelstellingen beperking van kosten en een beter milieurendement is daarom ingezet op bronscheiding. Door de stijging van de afvalstoffenbelasting en CO2-heffing op restafval komen de meerkosten op basis van benchmarkgegevens uit op ruwweg € 1.500.000 in 2030. Er is geen berekening gemaakt voor nascheiding alleen bij de hoogbouw. Als indicatie kan ervan worden uitgegaan dat de helft van de meerkosten aan hoogbouw is toe te rekenen.
11.
Welke gevolgen heeft de vertraging voor de gemeentelijke doelstellingen ten aanzien van afvalscheiding?
Wethouder De Jonge De vertraging bij de maatregelen voor de hoogbouw zorgt ervoor dat de beoogde effecten anderhalf jaar later worden gerealiseerd. Dit betreft specifiek: • vermindering van bijplaatsingen van karton naast de restafvalcontainers. • vermindering van zakken met PBD in de openbare ruimte. • voldoen aan de verplichting om overal apart GFT/bioafval in te zamelen. De verbetering van de afvalscheiding is zonder recycletarief nog relatief beperkt. Na afronding van de maatregelen verwachten we 2% à 3% minder restafval extra door betere scheiding van papier, PBD en GFT-E.
Gezond, Sociaal en Zorgzaam 12.
Het volume-effect van de afname van het jeugdhulpgebruik in 2026 is nog niet bekend, terwijl voor 2027-2029 reeds structurele voordelen zijn geraamd. Op basis van welke
Wethouder Veldman Er is nog geen zekerheid over het structurele karakter van de daling in het gebruik van jeugdhulp die optrad in de periode augustus tot en met december 2025. Onzeker is of deze daling doorzet in 2026, of dat het jeugdhulpgebruik zich stabiliseert.
13.
gegevens en aannames zijn deze ramingen opgesteld?
We werken niet met onzekerheidsmarges binnen de begroting. In het risicoprofiel (en daarmee het weerstandsvermogen) hebben we voor jeugdhulp rekening gehouden met mogelijke volumegroei. De begroting wordt periodiek bijgesteld op basis van actueel afgegeven beschikkingen en ervaringsparameters ten aanzien van de benutting per zorgcategorie. De meerjarenbegroting houden we gelijk aan de begroting van het eerste jaar (op dit moment dus de begroting 2027).
Welke risico's ziet het college dat deze geprognotiseerde besparingen op jeugdhulp niet worden gerealiseerd?
Wethouder Veldman Het realiseren van besparingen is afhankelijk van meerdere factoren. Gemeenten (waaronder Dordrecht) en Serviceorganisatie Jeugd ZHZ spannen zich -door de uitvoering van maatregelen uit het Verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp- in om het jeugdhulpgebruik te stabiliseren en zo mogelijk te laten dalen. Zo zijn er aangescherpte afspraken gemaakt met zorgaanbieders die de samenwerking bij domeinoverstijgende zorgvragen moet verbeteren. Mogelijke risico’s zien we bijvoorbeeld in de demografische druk (arbeidsmarktkrapte), maatschappelijke druk (individualisering en prestatiedruk zorgen voor meer vraag) en systeemdruk (meer vraag dan uitvoeringskracht). Daarnaast hebben indexatie en tariefaanpassingen invloed op de kostenontwikkeling van jeugdhulp. Ook hier sturen gemeenten en de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ richting zorgaanbieders door middel van een ontwikkelopdracht, om de kosten omlaag te brengen. Door de algemene maatregel van bestuur van het Rijk die gemeenten verplicht een reëel tarief te betalen zien we jaar op jaar forse kostenstijgingen, die niet gedekt kunnen worden uit compensatie in het Gemeentefonds (accres) van het Rijk. Gemeenten kunnen daarop weinig invloed uitoefenen.
Wij verwachten dat het nieuwe onderzoek van de commissie van Ark dat begin volgend jaar verschijnt deze problematiek landelijk onder de aandacht brengt en hopen dat gemeenten door het Rijk gecompenseerd zullen worden voor de extra kostenstijgingen. Daarom hebben we in het risicoprofiel (en daarmee het weerstandsvermogen) voor jeugdhulp rekening gehouden met volume- en kostengroei. De begroting wordt periodiek bijgesteld op basis van actueel afgegeven beschikkingen en ervaringsparameters ten aanzien van de benutting per zorgcategorie.
14.
De lasten van de GR Sociaal nemen vanaf 2028 sterk toe. Kan het college uitsplitsen welke onderdelen verantwoordelijk zijn voor deze stijging?
Wethouder Van der Kruijff In onderstaande tabel is de groei van de meerjarenbegroting als gevolg van de bijdrage aan de GR Sociaal opgenomen. Onderaan is aangegeven onder “waarvan indexatie” het
bedrag dat door prijs-effecten komt (m.n. hogere CAO lonen en prijzen van aanbieders). De reeks onder het kopje ‘waarvan volume” houdt verband met groei van het aantal klanten en samenhangend de formatieve capaciteit van de GR Sociaal. In deze reeks is ook een deel opgenomen voor uitbreiding van capaciteit door beleidswijzigingen. Dit betreft de uitbreiding van capaciteit voor Jobcoach, team jongeren en uitbreiding van loonkostensubsidies (samen € 0,4 miljoen, geheel gedekt door rijksbijdragen door de gemeente te ontvangen en dus neutraal) en een uitbreiding van ICT voor versterking van het IT landschap (€ 0,5 miljoen).
15.
Welk financieel risico loopt Dordrecht indien het nieuwe verdeelmodel Beschermd Wonen nadelig uitpakt voor centrumgemeenten?
Wethouder Van der Kruijff In de voorstellen zitten 2 effecten: nieuwe verdeelsleutel en stoppen met werken via een centrumgemeente. In het voorstel leidt het eerste spoor tot een groot nadeel (miljoenen). Voor het tweede deel moeten dan afspraken gemaakt worden met de regiogemeenten over kostenverdeling van huidige voorzieningen. Op het onderdeel opvang zijn de huidige kosten veel hoger dan de uitkering van het Rijk, in tegenstelling tot het onderdeel Beschermd Wonen.
Bouwend en bereikbaar 16.
Kan per woningbouwproject (Admiraalsplein, Leerpark 6B, V&D-pand, Karel Doormanweg en M.H. Trompweg) worden aangegeven welke
Wethouder Burggraaf Admiraalsplein: Binnen het deel dat door Woonzorg Nederland wordt ontwikkeld heeft een wijziging in de planologische procedure plaatsgevonden (i.p.v. een binnenplanse procedure is een buitenplanse procedure nodig). Dit vergt meer tijd. Momenteel loopt deze BOPA-
factoren hebben geleid tot uitstel naar 2027 of later?
vergunningsprocedure. Naar verwachting wordt de vergunning uiterlijk eind juli verleend, maar deze zal nog niet onherroepelijk zijn en er bestaat een kans op bezwaar vanuit de omgeving. Zodra de vergunning onherroepelijk is, is het plan om eind Q4 2026 of in Q1 2027 te starten met de bouw. De bouw van Leerpark 6B vordert gestaag. Eerder is de bouwperiode ambitieus gepland en is nu een niet significante vertraging te zien: in plaats van oplevering eind 2026, zal dit begin 2027 zijn. Voor de V&D-locatie is eerder een plan ontwikkeld met deels transformatie en deels sloop/nieuwbouw, waarvoor medio 2023 vergunning is verleend. Na afhandeling van bezwaren kon de uitvoering starten, maar door stijgende bouwkosten bleek het plan eind 2025 financieel niet haalbaar. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuw plan gericht op behoud en volledige transformatie van het gebouw, met detailhandel/horeca op de begane grond en woningen op de verdiepingen. De nieuwe omgevingsvergunning wordt vóór 1 juli aangevraagd. M.H. Trompweg 225-227 (Bouwhuys): Er is vertraging opgelopen omdat deze gebiedsontwikkeling begin 2026 jaar door een andere ontwikkelaar is overgenomen. Er wordt op dit moment gewerkt aan een planoptimalisatie door gemeente en ontwikkelaar. Karel Doormanweg: De ontwikkelaar is conform de overeenkomst (op tijd) gestart met de realisatie van de bouw in Q1 2026.
De oplevering is voorzien in Q3–Q4 2027. Het definitief ontwerp, de verkoop (min. 70%), een onherroepelijke omgevingsvergunning en de grondlevering moesten eerst worden gerealiseerd. Deze onderlinge afhankelijkheden hebben de doorlooptijd bepaald.
17.
Welke gevolgen hebben deze vertragingen voor de woningbouwdoelstellingen van Dordrecht?
Wethouder Burggraaf In de jaarrekening 2025 is vermeld dat er in de periode 2022 tot en met 2025 2.349 woningen zijn toegevoegd. Met de woningbouwprojecten die dit jaar opgeleverd worden en andere toevoegingen verwachten we dit jaar circa 500 woningen toe te voegen. Hiermee behalen we de woningbouwdoelstelling zoals opgenomen in de begroting 2026: realiseren van circa 2.500 tot 3.000 woningen t/m 2026, circa 75% van de oorspronkelijke doelstelling van 4000 woningen (t/m 2026).
Financiën 18.
19.
20.
Welke investeringen zijn verantwoordelijk voor de stijging van de rentelasten van € 3,5 miljoen in 2027 naar € 9,6 miljoen in 2030?
Wethouder Van der Kruijff
Kan het college inzichtelijk maken welke investeringen wettelijk noodzakelijk zijn en welke investeringen beleidsmatige keuzes betreffen?
Wethouder Van der Kruijff
Welke mogelijkheden ziet het college om door fasering of herprioritering van investeringen de rentelasten te beperken?
Wethouder Van der Kruijff
N.a.v. de jaarstukken 2025 ontvingen wij al een hierop aansluitende vraag. In die beantwoording gaven wij aan dat de gemeente standaard werkt op basis van totaalfinanciering; waarbij investeringsuitgaven een deel zijn van het totale financieringsplaatje. Wij verwijzen voor verdere toelichting ook naar de financieringsparagraaf van de Begroting 2026. Het daadwerkelijk aantrekken van leningen geschiedt altijd op basis van de actualiteit. Als bijvoorbeeld de grondverkopen veel sneller gaan of een rijksbijdrage wordt hoger, dan kan dat al van neerwaartse invloed zijn op de langdurige leenbehoefte. Omgekeerd kan natuurlijk ook. Als we kijken naar het investeringsprogramma zien we in de latere jaren een stijging van de investeringen met name op het gebied van infrastructuur (wegen, riool en kademuren) en onderwijs.
We maken onderscheid tussen drie categorieën investeringen. Ten eerste zijn er wettelijk verplichte investeringen, zoals riolering en onderwijshuisvesting (inclusief gymzalen voor onderwijs), waarvoor een expliciete zorgplicht geldt. Daarnaast zijn er investeringen die samenhangen met wettelijke taken met beleidsvrijheid, zoals wegen en infrastructuur, openbare ruimte, parkeervoorzieningen, openbare verlichting en VRI’s, gemeentelijke gebouwen, ICT en vervoermiddelen: deze taken moet de gemeente uitvoeren, maar de invulling en het kwaliteitsniveau zijn beleidsmatige keuzes. Tot slot zijn er beleidsmatige investeringen, zoals dagrecreatieterreinen, watertappunten, onderdelen van de Dordtwijkzone, sportaccommodaties en verduurzaming boven de wettelijke norm. Het onderscheid zit daarmee niet alleen in of iets wettelijk is, maar vooral in de mate van beleidsruimte bij de invulling en het ambitieniveau van investeringen.
Prioritering en fasering van het Meerjareninvesteringsprogramma is een draaiknop die het college heeft voorgesteld in de perspectiefnota 2027 (pagina 8) voor het sluitend maken van het financieel perspectief. Dit betrekken we bij de Begroting 2027.
Verbonden Partijen 21.
22.
Welk aandeel van de totale gemeentelijke begroting wordt inmiddels besteed via verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen?
Wethouder Van der Kruijff
De indexaties van verbonden partijen bedragen structureel circa € 11,8 miljoen per jaar. Welk aandeel hiervan wordt veroorzaakt door respectievelijk DG&J, GR Sociaal, Veiligheidsregio en OZHZ?
Wethouder Van der Kruijff
41% (€ 370 mln) van de totale gemeentelijke uitgaven wordt in 2026 besteed via de verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen
Indexering verbonden partijen
Percentage
€ x mln.
GR DG&J
51%
€ 6,1 mln. *
GRS
41%
€ 4,8 mln.
VZHZ
4%
€ 0,5 mln.
OZHZ
4%
€ 0,4 mln.
Totaal
€ 11,8 mln.
* waarvan € 1,8 miljoen (15%) voor verplicht kostprijsonderzoek Jeugd 23.
Hoe wordt de controlerende rol van de gemeenteraad geborgd wanneer indexaties van verbonden partijen in eerste instantie één-op-één worden overgenomen?
Wethouder Van der Kruijff De gemeenteraad heeft na ontvangst van een ontwerpbegroting van een van de verbonden partijen de mogelijkheid om een zienswijze (tijdig en correct) in de besluitvorming van de verbonden partij in te brengen. (zie als voorbeeld link: GR Sociaal). Na amendering van de zienswijze, wordt het geamendeerde besluit door de gemeente in het eerstvolgende P&C document overgenomen. Op deze manier wordt de controlerende rol van de gemeenteraad geborgd.
Wegonderhoud en Uitvoeringscapaciteit 24.
Door capaciteitsgebrek worden onderhouds- en investeringsopgaven doorgeschoven. Kan het college inzichtelijk maken: welke projecten hierdoor vertragen;
Wethouder Veldman We stemmen de projecten af met onze partners in de buitenruimte. Daardoor schuiven projecten soms door om werk met werk mogelijk te maken. Op voorhand is niet altijd aan te geven om welke gemeentelijke projecten het precies gaat. Deze afstemming stelt ons in staat om werkzaamheden beter in samenhang uit te voeren.
wat de gevolgen zijn voor de kwaliteit van de openbare ruimte; welke risico's dit oplevert voor verkeersveiligheid en aansprakelijkheid van de gemeente?
We pakken projecten gezamenlijk op met onze partners in de buitenruimte of stemmen de volgorde van de werkzaamheden af, waardoor de kwaliteit voor de langere termijn kan worden gewaarborgd. Ook is de doelstelling om hiermee de overlast voor onze inwoners te beperken. Daarnaast wordt bij gepland groot onderhoud ook onderzocht of kwaliteit kan worden toegevoegd door maatregelen o.a. op het gebied van mobiliteit, klimaatadaptatie of vergroening. Door inspecties van de wegen vindt er een risico inschatting plaats of er eerder middelgroot of klein onderhoud dient te worden uitgevoerd om de wegen veilig en begaanbaar te houden.
Aanvullende technische vragen 25.
Wat is het huidige OZB-niveau van Dordrecht ten opzichte van het landelijk gemiddelde en welk structureel financieel effect heeft een verhoging tot dat gemiddelde?
Wethouder Van der Kruijff Wij nemen aan dat u zich met name richt op woningen. Het huidige OZB-niveau van Dordrecht ligt bijna 9% onder het landelijk gemiddelde. Dordrecht hanteert in 2026 een tarief van 0,0795% en coelo berekende landelijk 0,0871% (uw vraag). Het brengen van de OZB-tarieven naar het landelijk gemiddelde zou ongeveer € 1,7 miljoen op kunnen leveren. Hierbij is het nog belangrijk om te realiseren dat hierbij ook de daadwerkelijke waardeontwikkeling een belangrijke factor is. De gebruikelijke werkwijze is dat gemeenten jaarlijks de begrote of gewenste belastingopbrengst als uitgangspunt nemen en dus niet het tarief. Voor de niet-woningen geldt dat, als we naar een landelijk gemiddelde streven, er ook ruimte is. Deze ruimte is echter heel moeilijk vast te stellen door de verwevenheid met het ondernemersfonds. Niet alle gemeenten hebben een ondernemersfonds waardoor de onderlinge vergelijkbaarheid niet (goed) mogelijk is. Alle gemeenten werken aan hun collegeprogramma’s en begrotingen. (bijna) alle gemeenten kijken hierbij ook naar de OZB. Het landelijk gemiddelde zal ongetwijfeld wijzigen. Hierdoor is het niet voor 4 jaar te voorspellen.
26.
Welk deel van de structurele areaaluitbreiding van € 325.000 heeft betrekking op de Hel- en Zuilespolder en waarom worden deze
Wethouder Merx en Veldman
beheerlasten opgenomen terwijl de toekomstige inrichting van dit gebied nog onzeker is?
De Hel- en Zuilespolder wordt in 2027 in beheer genomen door de gemeente. Het gebied is in gebruik en vergt dus onderhoud. Het achterwege laten daarvan is geen reële optie. Dit zou leiden tot kwaliteitsverlies en risico op kapitaalvernietiging. Wanneer de door Rijkswaterstaat voorgenomen inrichting naar getijdenatuur plaatsvindt is nog ongewis. Tot dat moment blijft regulier beheer noodzakelijk. Berekend is dat de jaarlijkse beheerkosten € 52.200 bedragen. Het betreft nadrukkelijk géén structurele uitbreiding van het areaal. Naar verwachting zal bij de nieuwe inrichting sprake zijn van areaalvermindering. De beheerlasten worden in dat geval in een toekomstige perspectiefnota naar beneden bijgesteld.
27.
Kan het college de stijging van de rentelasten van € 3,5 miljoen in 2027 naar € 9,6 miljoen in 2030 uitsplitsen naar de onderliggende investeringsprojecten?
Zie vraag 18
28.
Waarom worden de financiële effecten van parkeertarieven niet integraal betrokken bij het financieel perspectief van de Perspectiefnota 2027?
Wethouder Veldman
Op basis waarvan is het bedrag van circa € 15 miljoen voor het veiliger maken van tunnels geraamd en welke tunnels vallen hieronder?
Wethouder Veldman
29.
De financiële effecten van parkeertarieven voor 2027 zijn niet opgenomen in het financieel perspectief van de Perspectiefnota 2027, aangezien hierover nog geen raadsbesluitvorming over heeft plaatsgevonden. Het raadsbesluit over de parkeertarieven van 2027 vindt plaats bij de jaarlijkse vaststelling van de parkeerverordening in het najaar (september/oktober). Eventuele financiële consequenties worden volgens de reguliere planning- en controlcyclus verwerkt na besluitvorming.
De circa € 15 miljoen is gebaseerd op een eerste raming in het kader van de MIRTverkenning en betreft het aanpassen van de toeritten van de Transvaaltunnel. Dit bedrag is inclusief bijkomende en aanpalende kosten en de fasering van de investeringen. Ontwerpen hiervoor worden in de volgende fase van het MIRT proces gemaakt.
Fractie CU-SGP 30.
Graag uitleg waarom investeringen in duurzame dienstvoertuigen zorgen voor hogere lasten
13
Meerdere wethouders De kapitaalslasten van duurzame voertuigen zijn hoger ten opzichte van de raming van de huidige kapitaalslasten van de dienstvoertuigen die worden vervangen.
31.
Inzet specialistische boa’s is zeer effectief. Zijn we blij mee. Graag zien we een kwantitatieve toelichting.
14
Wethouder Merx In mei 2025 heeft de gemeente 2 fte specialistische handhavers op afval aangetrokken die gestart zijn met spoedeisende bestuursdwang. In juli 2026 wordt hier 1 fte administratieve ondersteuner aan toegevoegd. Spoedeisende bestuursdwang is een snelle, directe ingreep bij afvalovertredingen om acute overlast op te lossen en herhaling te voorkomen, waarbij de gemeente achteraf de kosten kan verhalen op de veroorzaker. Resultaten 2025 (19 mei -31 december) Controles
afdoeningen
Verstuurde facturen
betalingen
1394
854
509
284
De resterende afdoeningen zijn meegenomen in de facturatie van 2026 Resultaten 2026 (1 januari -9 juni) Controles
afdoeningen
Verstuurde facturen
betalingen
312
243
418
165
Richting 2027 ontwikkelt de handhaving op afval zich geleidelijk en stabiel. De verwachting is, uitgaande van de situatie 2026, dat er geen sprake zal zijn van een sterke toename van de druk, maar eerder van een voortzetting en lichte doorontwikkeling van het huidige werk. Met name de borging van de administratieve ondersteuning en het behouden van specialistische kennis blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt om de kwaliteit en snelheid van handhaving op peil te houden. 32.
Graag meer uitleg over de knelpunten rondom het voldoen aan de privacywetgeving als reden dat de doelen momenteel niet worden behaald.
12
Burgemeester Mol De aanpak voor woonoverlast en overlast in de openbare ruimte wordt aangepast en opnieuw beschreven. Dit doen we samen met de betrokken partners, zodat de samenwerking duidelijk en zorgvuldig georganiseerd is. Dit is nodig omdat er verschillen zijn geconstateerd tussen de afspraken, werkwijzen en de uitvoering, onder meer rond wetgeving en het delen van gegevens. Volgens planning is dit in het derde kwartaal afgerond.
33.
Wanneer worden de KPI’s voor JHNV vormgegeven, hoe worden die vastgesteld, en wanneer worden deze met de raad gedeeld?
14
Wethoudere Veldman De KPI's voor Jeugdhulp naar Voren (JHNV) zijn reeds vastgesteld. De verantwoording over de inzet van JHNV vindt bijvoorbeeld plaats via een raadsinformatiebrief over de uitvoeringsprogramma's Visie Sociaal Domein 2030. Voor de opgenomen KPI's voor JHNV, zie beantwoording van vraag 48.
34.
Er staat “versie gemeenteraad”. Welke versies zijn er nog meer en waarin verschillen die van deze versie?
1
Zie vraag 1
35.
Wat is de reden van de areaal uitbreiding en de hogere lasten hierbij? Staan er ook opbrengsten tegenover?
14/15
Wethouder Merx en Veldman
Wordt Dordrecht verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de Hel- en Zuilespolder na de onderwaterzetting?
14/15
Zijn er ook verwachte opbrengsten bij de invoering van de wet goed verhuurderschap?
22
36.
37.
De reden van areaalwijziging is herinrichting of uitbreiding van de openbare ruimte. Dit kan zowel een vermeerdering als een vermindering van het areaal betekenen. Tegenover areaaluitbreiding staan geen opbrengsten anders dan het op orde houden van de openbare ruimte van de stad. Wethouder Merx en Veldman Op dit moment ligt er een voorstel voor de verdeling van beheer tussen Rijkswaterstaat en de gemeente. In de basis komt het erop neer dat Rijkswaterstaat het beheer voert over de kades, bruggen en waterveiligheidswerken, en de gemeente de overige voorzieningen zoals wegen, fietspaden, groen etc. beheert. Wethouder Van der Kruijff De opbrengsten zijn maatschappelijk, niet financieel. De Wet goed verhuurderschap is niet bedoeld om financiële opbrengsten te genereren, maar gericht op het verbeteren van de verhuurpraktijk en het beschermen van huurders. De enige structurele inkomsten zijn de kostendekkende leges voor vergunningverlening, waarmee de uitvoeringskosten voor vergunningverlening worden gedekt. De totale legesopbrengst is afhankelijk van het aantal aangevraagde vergunningen. Eventuele lasten onder dwangsommen en bestuurlijke boetes kunnen worden opgelegd, maar zijn incidenteel en bedoeld als handhavingsinstrument, niet als inkomstenbron.
38.
Wat is de reden van herinvoering van de exploitatievergunning horeca?
22
Burgemeester Mol Het doel van de “herinvoering van de exploitatievergunning horeca” is tweeledig: 1. Het ondermijningsproof maken van de APV, zodat georganiseerde criminaliteit binnen de horecabranche kan worden tegengegaan. 2. Het creëren van een consistent exploitatievergunningenstelsel voor horecainrichtingen, waarbij voor horeca-inrichtingen in beginsel dezelfde vereisten uit de APV gelden in het kader van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De herinvoering volgt uit advies van het RIEC, dat aangeeft dat de APV nu onvoldoende “ondermijningsproof” is. Zonder exploitatievergunning ontbreekt een cruciaal toetsmoment, waardoor criminele netwerken makkelijker voet aan de grond krijgen in de horeca. Door het ontbreken van de exploitatievergunning wijkt Dordrecht af van andere gemeenten, wat verplaatsing van ondermijnende activiteiten (waterbedeffect) naar Dordrecht in de hand werkt. Met de herinvoering kan de gemeente ondernemers vooraf toetsen op integriteit en zo ondermijning effectief tegengaan, in plaats van achteraf te moeten handhaven.
39.
Is er al meer bekend over de financiële effecten van de Meicirculaire 2026?
23
Wethouder Van der Kruijff Op dinsdag 9 juni 2026 zijn de definitieve (en gewijzigde) bestanden vanuit het ministerie van BZK beschikbaar gesteld. Over de financiële effecten op basis van de meicirculaire ten opzichte van de effecten die in PPN2027 zijn meegenomen kan thans het volgende onder het voorbehoud van nog uit te voeren checks en afstemmingen worden gedeeld: 2026 + € 400K 2027 + € 1.700K 2028 + € 2.100K 2029 + € 1.400K 2030 + € 1.600K Verdere uitwerking is onderhanden om de Raad voor haar laatste vergadering in juli via een raadsinformatiebrief nadere te informeren.
40.
Graag een iets uitgebreidere toelichting op de structurele toename van de rentelasten.
25
Wethouder Van der Kruijff
Verwezen wordt naar het antwoord bij vraag 18 en 20. Aanvullend daarop: indien een gemeente een langlopende lening moet aantrekken omdat anders de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet jaarlijks de rente daarvan worden begroot. Met jaarlijkse rente ontstaat een structureel effect. 41.
Verlaging onderhoudskosten element
30
Verharding en wegen. Wat zijn de merkbare gevolgen hiervan?
Wethouder Merx en Veldman Dit antwoord hangt samen met vraag 24. De verlaging van het budget hangt samen met de beperkte uitvoeringscapaciteit, waardoor wij scherper prioriteren en faseren in de uitvoering van onderhoud en investeringen. Dit betekent niet dat projecten ongecontroleerd vertragen, maar dat wij de volgorde en planning van werkzaamheden bewust aanpassen, onder andere om werk met werk te maken en de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten. Zo stemmen we projecten beter op elkaar af, zodat bijvoorbeeld ondergrondse (energietransitie) en bovengrondse werkzaamheden (inrichting, klimaatmaatregelen en andere ambities) in samenhang kunnen worden uitgevoerd. Merkbare gevolgen kunnen zijn dat: • projecten later in de tijd worden uitgevoerd dan oorspronkelijk gepland; • er relatief vaker sprake is van middelgroot en klein onderhoud om de kwaliteit en veiligheid van de wegen op peil te houden. De veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte blijven daarbij uiteraard geborgd. Door middel van inspecties sturen wij actief op risico’s en nemen wij waar nodig aanvullende onderhoudsmaatregelen.
42.
43.
Zonnepanelen op maatschappelijk vastgoed. Heeft dit krediet nog toegevoegde waarde gezien de wijzigingen in de opbrengsten door overheids- en andere maatregelen?
33
Graag een toelichting op de hogere lasten en baten van de Zero emissie zone
43
Wethouder De Jonge Marktontwikkelingen zoals lagere terugleververgoedingen, mogelijke terugleverkosten en netbeperkingen, leiden tot meer onzekerheid. Toch blijft de toepassing van zonnepanelen op maatschappelijk vastgoed interessant, met name wanneer de opgewekte energie direct kan worden benut voor de energievraag van het pand zelf. Dit vraagt om een meer selectieve inzet van zonnepanelen en maatwerk per pand. Zeker bij locaties met een hoog energieverbruik zijn zonnepanelen nog altijd rendabel. Wethouder De Jonge De baten en lasten van een zero emmissiezone zijn gelijk aan elkaar. Dit wordt gedekt door een specifieke uitkering. De begroting was te laag.
44.
45.
46.
De afname van de jeugdhulpkosten is substantieel. In hoeverre is dit gebaseerd op structurele trendbreuken in gebruik, en welke onzekerheidsmarge wordt gehanteerd in de raming?
16 - 17
In hoeverre zijn incidentele dekkingen (zoals reserves en POK-middelen) nog nodig voor structurele dienstverlening van Dordrecht Sociaal, en wat betekent dit voor de houdbaarheid op termijn?
16 - 17
Kan inzichtelijk worden gemaakt welk deel van de kostenstijging binnen de GR Sociaal volumegedreven is en welk deel beleidsmatig?
16 - 17
Wethouder Veldman Zie vraag 12
Wethouder Van der Kruijff De basisdienstverlening van Dordrecht Sociaal werd de afgelopen jaren deels met tijdelijke middelen betaald, die in/na 2026 aflopen. Denk hierbij aan het Politiek Akkoord 20222026, de landelijke POK-middelen (POK = Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag) en eenmalige Rijkssubsidies. Ook in 2027 stellen we voor incidentele dekkingsbronnen in te zetten om de dienstverlening van Dordrecht Sociaal op het huidige niveau voort te zetten. Vanaf 2028 is er sprake van een structureel tekort om de dienstverlening op het huidige niveau te continueren. In overleg met Dordrecht Sociaal is een uitwerking gemaakt van de af te bouwen activiteiten, voor het geval dat nieuwe dekking uitblijft. Bij begroting 2027 wordt de omvang van het taakgerichte budget duidelijk en gaan we in gesprek met Dordrecht Sociaal over de consequenties. Wethouder Van der Kruijff In onderstaande tabel is de groei van de meerjarenbegroting als gevolg van de bijdrage aan de GR Sociaal opgenomen. Onderaan is aangegeven onder “waarvan indexatie” het bedrag dat door prijs-effecten komt (m.n. hogere CAO lonen en prijzen van aanbieders).
De reeks onder het kopje ‘waarvan volume” houdt verband met groei van het aantal klanten en samenhengend de formatieve capaciteit van de GR Sociaal. In deze reeks is ook een deel opgenomen voor uitbreiding van capaciteit door beleidswijzigingen. Dit betreft de uitbreiding van capaciteit voor Jobcoach, team jongeren en uitbreiding van loonkostensubsidies (samen € 0,4 miljoen, geheel gedekt door rijksbijdragen door de gemeente te ontvangen en dus neutraal) en een uitbreiding van ICT voor versterking van het IT landschap (€ 0,5 miljoen). 47.
48.
49.
Hoe wordt de kwaliteit en toegankelijkheid van de integrale toegang sociaal domein gemonitord (bijv. wachttijden en doorlooptijden)?
16
Welke concrete indicatoren worden ontwikkeld voor ‘Jeugdhulp naar voren’ om te volgen of preventie leidt tot minder zwaardere zorg?
16
Wat zijn de structurele kapitaallasten en exploitatielasten van de vervanging van
19
Wethouder van der Kruijff We meten periodiek binnen het sociaal domein conform de door de raad vastgestelde indicatoren in de Visie Sociaal Sociaal Domein 2030 raad.dordrecht.nl/Documenten/Visie-sociaal-domein-Dordrecht-2030-2.pdf), Daarover informeren wij de Dordtse gemeenteraad tweejaarlijks. Daarnaast maken we gebruik van de monitor sociaal die het gebruik, de kosten, resultaten en kwaliteit van voorzieningen in Wmo, jeugd en participatie meet (Monitor sociaal 2023). De gevraagde specifieke indicator over de kwaliteit en toegankelijkheid van de integrale toegang sociaal domein komt daarin niet voor en wordt dus niet als zodanig gemeten. Wethouder Veldman In de overeenkomst JHNV 2026 met Dordrecht Sociaal zijn de volgende indicatoren (KPI's) opgenomen en worden gemonitord: 1. Totaal aantal binnenkomende jeugdvragen 2. Aantal vragen dat opgelost kon worden middels consultatie of kort traject 3. Aantal vragen waarvoor een JHNV traject is gestart 4. Wanneer wordt wél gekozen voor inzet van specialistische jeugdhulp en welke 5. Ontwikkeling van % verwijzingen naar segment 4 jeugdhulp 6. Looptijd trajecten (datum verdeellijst t/m afronding traject) 7. Aantal afgesloten trajecten en de gemiddelde looptijd (in dagen) 8. Inhoudelijke verantwoording Zie ook antwoord bij vraag 33. Wethouder De Jonge
gymzalen, en zijn deze volledig verwerkt in de meerjarenraming?
50.
Op welke wijze wordt gemeten of samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven leidt tot betere aansluiting op de arbeidsmarkt?
De structurele kapitaallasten voor deze twee gymzalen zullen met ingang van 2032 € 207.000 bedragen. Deze worden vanaf volgend jaar verwerkt in de meerjarenbegroting (de meerjarenbegroting kijkt slechts 4 jaar vooruit). De huidige exploitatielasten voor deze gymzalen zijn reeds begroot en worden jaarlijks geïndexeerd, de dotatie aan de onderhoudsreserve moet na de bouw naar verwachting worden verhoogd. Tenslotte zal in 2031 de inventaris van de gymzalen (naar verwachting 2x €100.000) moeten worden aangeschaft. De hiervoor voorgenoemde (extra) lasten zijn geen onderdeel van de meerjarenbegroting 2027 - 2030. 19
Wethouder Burggraaf en Veldman De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven wordt gevolgd via regionale indicatoren rondom voortijdig schoolverlaten (vsv), (jeugd)werkloosheid, uitstroom naar werk en onbenut arbeidspotentieel. Hiervoor maken we onder andere gebruik van het landelijke DUO-dashboard voortijdig schoolverlaten en regionale arbeidsmarktinformatie. Deze monitoring sluit aan op de wettelijke regionale taak rondom de regionale aanpak voorkomen voortijdig schoolverlaters en de regionale aanpak jeugdwerkloosheid. De cijfers geven inzicht in hoe jongeren doorstromen van onderwijs naar werk, in welke sectoren tekorten ontstaan en waar mogelijk sprake is van een mismatch tussen opleiding en arbeidsmarkt. Een daling van het aantal voortijdig schoolverlaters en jeugdwerkloosheid en een betere uitstroom naar werk zijn belangrijke indicatoren voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Daarnaast werken onderwijs, bedrijfsleven en gemeente binnen het programma Glansrijke Toekomst aan een structurele aanpak voor loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in het voortgezet onderwijs. Doel is jongeren beter kennis te laten maken met kansrijke beroepen en werkgevers in de stad en regio. Met het ontwikkelen van deze aanpak worden ook meetindicatoren toegevoegd.
51.
Welke stappen worden gezet om het exploitatietekort van de Duurzaamheidsfabriek te verminderen?
36 - 37
Wethouder De Jonge Om het exploitatietekort van de Duurzaamheidsfabriek te verminderen, worden op dit moment stappen gezet om de huidige eigendomsstructuur – die nog is opgehangen aan de
gebiedsontwikkelingsopdracht via de Coöperatie Ontwikkeling Leerpark (COL), met de gemeente en het ROC Da Vinci als leden – te herijken. Hierbij wordt toegewerkt naar het ontvlechten van de vastgoedexploitatie en de programma-exploitatie (gekoppeld aan de inhoudelijke campusprogrammering), in combinatie met het realiseren van eenduidig eigenaarschap. Doel is om daarmee te komen tot een eenduidige en zakelijke aansturing van het vastgoed vanuit één partij, waarbij vanuit de eigendomspositie wordt gestuurd op een minimaal kostendekkende vastgoedexploitatie. Op basis van de huidige vastgoedparameters en ook de huidige huurinkomstenniveaus achten wij dit haalbaar, of zou in ieder geval de komende jaren het tekort stapsgewijs verder kunnen worden afgebouwd. Besluitvorming over deze ontvlechting en de nieuwe inrichting vindt wat ons betreft uiterlijk nog voor het einde van dit jaar plaats. 52.
53.
54.
Welke interne controles worden aangescherpt naar aanleiding van de dubbele dekking bij de reserve Ontheemden?
12
Welke stappen worden gezet om Dordrecht voor te bereiden op het 72-uurs scenario (maatschappelijke ontwrichting)?
35 - 36
Hoe komt het college tot het bedrag van €32,9 miljoen dat gestort wordt in de bestemmingsreserve MIRT?
42 en 50
Wethouder Van der Kruijff Om dubbele dekkingen bij investeringen te voorkomen, is de administratieve methodiek voor het registreren van investeringen en het verwerken van de benodigde dekking aangescherpt. Burgemeester Mol Momenteel wordt een verkenning uitgevoerd wat er nodig is bij grootschalige maatschappelijke ontwrichting (zoals hybride dreiging, klimaatadaptatie, cyber, overstromingen). Er wordt zoveel mogelijk aangesloten op zowel landelijke, regionale en lokale initiatieven. Op dit moment zijn we hierover in gesprek met zowel interne als externe stakeholders. Hieruit volgt een voorstel voor een programmatische aanpak met gefaseerde uitrol, waarbij eenieders rol en taken bij een grootschalige verstoring beschreven staat en zo veel mogelijk op elkaar aansluit.” Wethouder Veldman De € 32,9 miljoen is gebaseerd op een eerste raming in het kader van de MIRT-verkenning en betreft de bijdrage die door het rijk wordt verlangd bij het voorkeursbesluit voor het station Dordrecht en Station Leerpark. In de berekening is rekening gehouden met bijkomende en aanpalende kosten (waaronder indexatie) en de fasering van de MIRTinvesteringen.
55.
56.
Van welke beoogde doelen acht het college de realisatie haalbaar met behulp van deze bestemmingsreserve? Op hoeveel aanvullende middelen van derden rekent het college bij deze inschatting?
42 en 50
De bijdrage aan de Veiligheidsregio stijgt structureel met € 113.000 vanwege onder meer investeringen in duurzame dienstvoertuigen en vervanging van ademluchtapparatuur. Kan het college specificeren welk deel van deze stijging voortkomt uit kapitaallasten, welk deel uit exploitatiekosten en welke afschrijvingstermijnen de Veiligheidsregio hierbij hanteert?
12-13
Wethouder Veldman Het aanpassen van het OV knooppunt Dordrecht op de te verwachten reizigersgroei, het stimuleren van het openbaar vervoer (zowel rond de Knoop Dordrecht als met de komst van Station Leerpark) en het opheffen van huidige capaciteitsknelpunten op station Dordrecht. Daarnaast wordt bijgedragen aan het verbeteren van de sociale veiligheid en het verbeteren van de entrees van de stad voor treinreizigers. De totaal geraamde investering bedraagt circa € 348 miljoen. De overige financiers zijn het ministerie van IenW en de provincie Zuid Holland. Burgemeester Mol De oorzaken van de structurele stijging van € 113.999 aan de Veiligheidsregio zijn: • Stijging kapitaallasten € 90.405, deze stijging komt voort uit de investering in ademlucht en de nieuw vastgestelde nota waarderen en afschrijven. • Daarnaast zijn er in 2027 ook mutaties verwerkt in het MJIP voor de investeringen in de kazernes Sliedrecht en Oranjepark. • Als laatste zit er een stijging in als gevolg van de versterking van de crisisfunctie Communicatieadviseur Beleidsteam (CaBT). De afschrijvingstermijnen voor ademluchtapparatuur bedraagt volgens de afschrijvingsverordening 10 jaar.
Fractie PvdD 57.
58.
Wat levert het reëel indexeren van de OZB, zoals beschreven in draaiknop 2, jaarlijks op voor de komende 4 jaar?
8
Wat levert het brengen van de OZB-tarieven naar het landelijk gemiddelde, zoals beschreven in draaiknop 3, jaarlijks op voor de komende 4 jaar?
8
Wethouder Van der Kruijff Indexeren op basis van een combinatie van lonen en materieel in plaats indexeren op alleen materieel zou voor 2027 ongeveer € 500.000 extra opleveren. Voor de volgende jaren is dit afhankelijk van de indexatie. Deze zijn nog niet bekend. Wethouder Van der Kruijff Het brengen van de OZB-tarieven naar het landelijk gemiddelde zou ongeveer € 1,7 miljoen op kunnen leveren. Hierbij is het nog belangrijk om te realiseren dat hierbij ook de daadwerkelijke waardeontwikkeling een belangrijke factor is. De gebruikelijke werkwijze is dat gemeenten jaarlijks de begrote of gewenste belastingopbrengst als uitgangspunt nemen en dus niet het tarief.
Voor de niet-woningen geldt dat, als we naar een landelijk gemiddelde streven, er ook ruimte is. Deze ruimte is echter heel moeilijk vast te stellen door de verwevenheid met het ondernemersfonds. Niet alle gemeenten hebben een ondernemersfonds waardoor de onderlinge vergelijkbaarheid niet (goed) mogelijk is. Alle gemeenten werken aan hun collegeprogramma’s en begrotingen. (bijna) alle gemeenten kijken hierbij ook naar de OZB. Het landelijk gemiddelde zal ongetwijfeld wijzigen. Hierdoor is het niet voor 4 jaar te voorspellen. 59.
Kan er een overzicht gegeven worden van structurele lasten die in 2027 vanuit reserves worden betaald?
8
Wethouder Van der Kruijff Zie de tabel uit de perspectiefnota: Bijlagen | Standen reserves na Perspectiefnota 2027 | Perspectiefnota 2027
Uit dit overzicht van reserves blijkt dat in 2027 nauwelijks structurele lasten uit vrije reserves worden gedekt. De begrote onttrekkingen uit reserves (totaal € 7,5 mln) zijn grotendeels incidenteel van aard (o.a. energietransitie, sociaal domein, opvang ontheemden, hervormingsagenda jeugd). Alleen de begrote onttrekking van de reserve afschrijving (€ 16.000) heeft betrekking op structurele kapitaallasten, maar deze inzet is toegestaan en wordt niet gezien als incidentele dekking. 60.
Wat is de voorziene besteding van de correctie reserve Ontheemden?
12
Wethouder Van der Kruijff
De Reserve Ontheemden heeft als doel om ten behoeve van ontheemden, dan wel de directe omgeving plannen mogelijk te maken. Uit deze reserve wordt onder andere het volgende gedekt: • Het realiseren van opvangplaatsen (zie besluit: Flex-woningen), • Realiseren speel- en ontmoetingsplaatsen (zie besluit: Speel en ontmoetingsplek Rijksstraatweg) 61.
62.
In aanvulling op de Veiligheidsregio: wat investeren andere GR’en en de gemeente zelf in duurzame dienstvoertuigen en welke structurele lasten gaan daarmee gepaard?
13
Welke andere maatregelen, naast een ZE-zone, staan op de planning om de uitstoot van verkeer en vervoer in de stad te verminderen?
14
Diverse Wethouders Beantwoorden van deze vraag vergt afstemming met de gemeenschappelijke regelingen en is binnen de gestelde termijn voor het afhandelen van vragen niet mogelijk. Beantwoording wordt desgevraagd toegezegd. Wethouder Veldman De gemeenteraad heeft eind 2025 en maart 2026 tegen het invoeren van een zeroemissiezone in de binnenstad gestemd. Voorlopig gaat het daarom niet door. Op dit moment verkennen we mogelijke alternatieve maatregelen. 1.
Uitbreiding van het autoluwe gebied en actualisatie van de Verordening autovrij gebied Dordrecht Er wordt onderzocht of het autoluwe gebied kan worden uitgebreid en of de ontheffingsregeling voor toegang buiten venstertijden kan worden aangepast. Dit onderzoek bevindt zich in de voorbereidingsfase; hierover is nog geen besluit genomen. De mogelijke aanpassing is gericht op het verminderen van verkeersbewegingen in de binnenstad. 2. Ontwikkeling van beleidsmaatregelen voor duurzame stadslogistiek Er worden maatregelen verkend voor opname in een nieuw beleidsdocument voor stadslogistiek. Dit document is nog in voorbereiding en nog niet aangeboden aan de gemeenteraad. Het bouwt voort op de ‘Routekaart Zero Emissie Logistiek in Dordrecht (2021)’. Voorbeelden van mogelijke maatregelen zijn het optimaliseren van laad- en loslocaties, het verplaatsen van bouwlogistiek naar vervoer over water, aansluiting bij het Convenant Pakketlogistiek en het efficiënter maken van afvallogistiek met één afvalinzamelaar.
3. Integrale Laadvisie en privaat laden In maart is de Integrale Laadvisie 2026 vastgesteld. Deze richt zich op de ontwikkeling van een dekkend laadnetwerk voor de komende jaren. Het doel is het faciliteren van elektrisch rijden voor zowel inwoners als de logistieke sector, ook in de binnenstad. 4. Uitbreiding deelmobiliteit en mobiliteitshubs De inzet op deelmobiliteit, zoals deelauto’s en deelfietsen, is gericht op het verminderen van autogebruik en parkeerdruk. Mobiliteitshubs fungeren als centrale locaties waar verschillende vervoersmiddelen samenkomen, waaronder deelauto’s, fietsen en openbaar vervoer. Het gebruik van deelmobiliteit hangt samen met veranderingen in reisgedrag en het aantal verkeersbewegingen. De doelstelling is dat in 2030 75% van de deelauto’s elektrisch is en in 2040 100%. 5. Uitbreiding 30km/uur zones De uitbreiding van 30 km/uur-zones in woonwijken wordt voortgezet. Dit heeft effect op de verkeersafwikkeling en het gebruik van wegen door doorgaand verkeer. Tevens heeft dit invloed op verkeersveiligheid en emissies binnen de stad. 63.
Hoe is de € 325.000 voor areaaluitbreiding bepaald? Uit welke elementen bestaat deze?
14
Wethouder Merx en Veldman De € 325.000 is een optelsom van de beheerkosten van de areaalutbreidingen van de disciplines wegen, groen/water, constructies, openbare verlichting en spelen. Het betreft de locaties: Oudland, Hel- en Zuilespolder, Charlotte de Bourbonstraat eo, Krispijnseweg, Schenkeldijk, (vergroening) binnenstad, Amstelwijck/Dordts Buiten, Wilgenwende, Minnaertweg, Piet Heijnstraat, herdenkingsbanken gehele stad, Wielwijkpark en Nassauweg.
64.
Welke areaaluitbreiding vindt plaats in de Hel- en Zuilespolder in 2027 en welke lasten gaan hiermee gepaard?
15
Wethouder Merx en Veldman Het betreft 4.904m2 asfalt en 8.411m2 halfverharding. Zie verder vraag 26.
65.
66.
Over de drie laagdrempelige inlooppunten: haakt de GR Sociaal hier in 2026 op aan? Waarom wel of niet?
16
Hoe kan het dat (onder 3) de lasten veel hoger zijn dan begroot, terwijl de dienstverlening wordt voortgezet?
17
Wethouder Veldman Op dit moment sluit GR Sociaal nog niet aan bij de drie laagdrempelige inlooppunten van Dordrecht Sociaal. De samenwerking tussen GR Sociaal en Dordrecht Sociaal wordt verder uitgebouwd. Een belangrijke stap hierin is de beoogde pilot in 2026, gericht op lichtere vormen van begeleiding. Hierbij staat de samenwerking tussen Dordrecht Sociaal en GR Sociaal centraal, onder andere via gezamenlijke gesprekken met inwoners. De inlooppunten maken hier op dit moment nog geen direct onderdeel van uit, maar het blijft de ambitie om deze in de toekomst wel te betrekken. Wethouder Van der Kruijff De basisdienstverlening van Dordrecht Sociaal werd de afgelopen jaren deels met tijdelijke middelen betaald, die in/na 2026 aflopen. Denk hierbij aan het Politiek Akkoord 20222026, de landelijke POK-middelen (POK = Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag) en eenmalige Rijkssubsidies. De begroting 2027 gaat daarom uit van een flinke daling van het budget. Dordrecht Sociaal heeft hierop geanticipeerd door per 2026 zelf twee ombuigingsmaatregelen in te voeren en in opdracht van de gemeente een aanvullende ombuiging per 2027 te realiseren. Per saldo resteert in 2028 nog steeds een structureel te kort om de dienstverlening op het huidige niveau te continueren.
Omdat duidelijkheid over structurele dekking pas kan worden gegeven nadat een nieuw bestuur is geïnstalleerd en dekking wordt gevonden, is in deze perspectiefnota voorgesteld het budget voor 2027 alsnog op het huidige peil te brengen/houden. De lastenverhoging wordt gedekt uit resterende incidentele middelen. Daarnaast compenseren we Dordrecht Sociaal voor de (hogere) inflatie van hun CAOlonen. Zie ook vraag 45.
67.
Waarom zijn de lasten onder 7 hoger dan begroot? Dat wordt niet duidelijk uit de tekst.
24
Wethouder Merx De incidentele kosten voor PAGO/PMO voor 2026 en 2030 waren in de (meerjaren)begroting niet meegenomen.
68.
Hoe verhoudt de indexering van de budgetten van verbonden partijen zich tot de indexering van de budgetten van de gemeente zelf? Lopen deze percentages uit de pas en zo ja, hoe wordt dit verklaard?
27
Wethouder Van der Kruijff Elke organisatie (Gemeente en GR-en) krijgt te maken met kostenstijgingen. Daarom maken zij een interne berekening van de verwachte kosten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen loonkosten en materiële kosten. De uitkomst van deze berekening vertaalt zich in een indexcijfer dat de organisatie gebruikt. Loonkosten: Gemeenten en GR-en maken gebruik van verschillende CAO’s. Omdat elke CAO andere afspraken heeft over salarisstijgingen, gebruikt elke organisatie een ander percentage voor de indexatie van loonkosten. Materiële kosten Bij sommige organisaties wegen de materiële kosten zwaarder dan bij andere. Hierdoor verschillen de gebruikte percentages en komt elke organisatie uit op een ander indexcijfer. Overzicht van de gehanteerde percentages (2027)
Organisatie
Loonkosten %
Materiële kosten %
Gemeente
4,20%
2,10%
GR Sociaal
4,20 %
2% – 10%*
GR DG&J
4,20%
2,20%
SOJ
4%
5,35%
VZHZ
5,70%
5,70%
OHZH
4,10%
4,10%
*) bandbreedte opgenomen ivm stijgende tarieven van aanbieders voor verschillende diensten en producten. 69.
Is in de plannenmakerij van het Stadspark XXL nooit eerder geïnventariseerd hoeveel ruimte verenigingen nodig hadden? Zo nee, waarom niet?
31
Wethouders Burggraaf, Merx en De Jonge De stappen die in dit soort projecten doorgaans worden gezet zijn: 1. Visie op hoofdlijnen –> geeft kansen voor toekomst weer;
2. 3.
Analyse of ongeveer past wat we wensen –> geeft kansrijkheid van verwezenlijken toekomstbeeld weer; Concrete, maatvaste ontwerpfase –> maakt het gewenste toekomstbeeld daadwerkelijk realiseerbaar.
In stap 2 is vastgesteld dat de realisatie van het Stadspark mogelijk is, al vraagt dit op sommige locaties om zorgvuldig maatwerk. Inmiddels zijn we aangekomen bij stap 3. Het project is opgedeeld in deelgebieden (deelprojecten), en in deze fase bepalen we hoe het toekomstbeeld daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Op basis van stap 2 weten we dat het plan uitvoerbaar is. In stap 3 werken we dit echter verder uit op detailniveau. We maken concrete keuzes, zoals de exacte ligging van groen en de optimale route van de parkloop. Om tot goede ontwerpkeuzes te komen, is het noodzakelijk om op detailniveau inzicht te hebben in zowel het huidige als het toekomstige ruimtegebruik. In de deelgebieden Krommedijk en Stadspolders bleek dit vraagstuk niet alleen bepalend, maar ook complex. Daarom was aanvullend, verdiepend onderzoek nodig om tot weloverwogen keuzes te komen. In andere deelgebieden is er meer flexibiliteit en kon deze verdiepingsslag achterwege blijven. 70.
Om welke onderzoeken gaat het onder 36?
33
Wethouder De Jonge Dit betreft het onderzoeken van onder andere de constructieve draagkracht, de onderliggende dakopbouw, aansluiting en netcapaciteit (i.v.m. netcongestie) en mogelijkheden voor de technische installaties.
71.
Hoe lang duurt een funderingsonderzoek (onder 34)? Wat verklaart deze looptijd?
33
Wethouder De Jonge De duur van het onderzoek zal afhangen van de bevindingen. Er dient namelijk over langere periode te worden gemeten (dat kan enkele jaren zijn). De uitkomst van deze metingen is bepalende voor de mogelijke vervolgstappen, te weten verdiepend onderzoek of daadwerkelijke herstelwerkzaamheden. De exacte looptijd is zodoende nog niet te bepalen.
72.
73.
Hoe verklaart netcongestie (onder 35) een verschuiving van verduurzamingsmaatregelen met enkele jaren? Binnen enkele jaren is dit probleem toch niet opeens opgelost?
33
Wat verklaart de vertraging in de planvorming (onder 39)?
33
Wethouder De Jonge De vertraging (onder 35) is het gevolg van zowel netcongestie als van de complexiteit van deze grootschalige renovatie- en verduurzamingsprojecten. Het probleem bij netcongestie is dat dit vraagt om andere technische oplossingen dan bij reguliere projecten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om opslag van energie en/of het beperken van piekbelasting binnen de beschikbare netcapaciteit. Hiervoor zijn extra ontwerpstappen nodig die, zeker bij meer omvangrijke en integrale projecten, extra tijd vergen qua onderzoeken en afstemming. Op basis hiervan is de planning van de verduurzaming herzien, zodat met een uitvoerbare planning wordt gekomen tot toekomstbestendige oplossingen. Wethouder De Jonge Door diverse omstandigheden is er vertraging in de planvorming. Onder andere was de gemeente pas sinds 1-1-2026 officieel eigenaar van de villa en de Orangerie, daarvoor waren de panden in eigendom van Woonbron. De aanbesteding voor de architect heeft begin dit jaar plaatsgevonden, de voorbereidende werkzaamheden voor de verplaatsing zijn in volle gang.
74.
75.
Wordt de stijging van de verwerkingskosten van afval betaald uit de reserve afval? Hoe kan dit als structurele lasten niet uit reserves betaald mogen worden? Zo nee, waaruit dan?
36
Wat wordt bedoeld met de zin: “Er zijn meer huishoudens betrokken zijn in de afvalstoffenheffing.”? Wat betekent het om ‘betrokken te zijn in de afvalstoffenheffing’?
47
Wethouder de Jonge De stijging van de verwerkingskosten wordt incidenteel (in 2026 en 2027) gedekt uit de reserve afval voor zover deze beschikbaar is. Na 2027 zullen deze kosten worden verwerkt in het tarief. Wethouder de Jonge Met de formulering wordt bedoeld dat het aantal huishoudens dat een aanslag afvalstoffenheffing ontvangt zal toenemen.