Beantwoording technische vragen GroenLinks over het Bomenprogramma.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen GroenLinks over het Bomenprogramma
1. Is er bij integrale projecten (par. 3.1) (financiële) ruimte voor aanplant van nieuwe/extra bomen? Antwoord: Voor de grootschalige onderhoudsprojecten (MOP projecten) die in 2024 en 2025 in uitvoering gaan, is in de kadernota 7,1 miljoen extra beschikbaar gesteld. Daarin is in principe ook ruimte voor de aanplant van extra bomen en groen. Dit geldt echter alleen voor de in dit kader relevante projecten waarbij werk met werk gemaakt kan worden. Het gaat hierbij om investeringen, niet om beheer en onderhoud. De fysieke boven- en ondergrondse ruimte bepaalt of die extra bomen er daadwerkelijk kunnen worden geplant. We zien de laatste jaren overigens dat er bij dergelijke projecten vaak meer bomen worden geplant, dan er worden verwijderd. Ook zonder dit extra budget.
2. Alleen bij scenario A+ wordt over een (eenmalige) investering in extra bomen gesproken. In de scenario’s B, A en A+ is een versnelling van het inlopen van achterstand op het onderhoud van bestaande bomen voorzien. Die versnelling lijkt dus prioriteit te krijgen boven extra aanplant. Wat zijn de overwegingen voor die prioriteitstelling? Antwoord: Die conclusie is juist. Het bomenprogramma richt zich in eerste op het in standhouden van het huidige bomenbestand. Die vertegenwoordigen namelijk hoge (ecosysteem)waarden voor de stad. Nieuwe bomen zijn belangrijk, maar gaan pas waarden vertegenwoordigen naarmate ze groter worden en het kroonvolume toeneemt.