Beantwoording Technische vragen fractie VVD met betrekking tot de Verhuurverordening.pdf
Tekst van het document
Onderstaand vinden jullie de beantwoording van de technische vragen van de VVD met betrekking tot de Verhuurverordening:
1. Conform de Logiesverordening wordt geen vrijstelling verleend aan arbeidsmigranten (zie bijgevoegde eerdere technische beantwoording). Dat betekent dat voor iedereen die niet staat ingeschreven in de BRP, er de verplichting is om logiesheffing te betalen. Ons bereiken echter signalen dat voor de huisvesting van arbeidsmigranten die niet zijn ingeschreven in de BRP, maar buiten hotels en B&B’s verblijven, er geen logiesheffing wordt betaald. Kan worden aangegeven of dit klopt? Antwoord: Kort technisch antwoord: dat klopt. Hier zijn inhoudelijke redenen voor, maar die raken al snel aan politieke afwegingen. Bij de vaststelling van een logiesverordening is de focus echt gelegd op toerisme. Ook heeft de VNG de nodige kanttekeningen bij het toepassen van deze verordening op arbeidsmigranten. Indien u verdiepende technische vragen heeft of behoefte heeft aan een nadere toelichting, horen wij dat graag. Wij kunnen dit dan verder uitwerken in afstemming met de betrokken collega’s. 2.
Gisteren in het debat ging het bij verschillende partijen over de kostendekkendheid van de leges na de eerste twee jaar. Graag ontvangen wij een nadere toelichting op de verwachte kosten en dekking voor jaar 3 tot en met 6
Antwoord: De leges dekken uitsluitend de kosten die direct samenhangen met het verlenen van vergunningen. In de eerste twee jaar wordt een relatief hoog aantal vergunningaanvragen verwacht. Hiervoor is meer inzet nodig, wat zich vertaalt in een hogere personele capaciteit (fte). Tegelijkertijd zijn in deze jaren ook de legesopbrengsten hoger, omdat er meer vergunningen worden aangevraagd en verleend. Vanaf jaar 3 neemt het aantal nieuwe vergunningaanvragen naar verwachting aanzienlijk af. De inzet voor vergunningverlening wordt dan in gelijke mate afgeschaald: het aantal fte dat hiervoor wordt ingezet neemt af naarmate het aantal aanvragen afneemt. De werkzaamheden worden meer incidenteel van aard en zijn beperkt tot het behandelen van een relatief klein aantal aanvragen. Hierdoor blijven zowel de uitvoeringskosten als de legesopbrengsten in de jaren 3 tot en met 6 beperkt, en blijven deze met elkaar in balans. Op deze manier wordt geborgd dat de leges ook in deze periode kostendekkend blijven binnen het beschikbare opbrengstenbudget.